<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR94325_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wiekslag, 29-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-03-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen
                            2011</vet></al><al/><al>Een samenwerkingsverband tussen gemeente De Marne, gemeente Eemsmond,
                        gemeente Loppersum, gemeente Winsum</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>– Begrips- en interpretatiebepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>het samenwerkingsverband: het, ex artikel 8 van de Wet,
                                            rechtspersoonlijkheid bezittende, openbaar lichaam, als
                                            bedoeld in artikel 2 van de regeling;</al></li><li nr="c."><al>deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende
                                            gemeente;</al></li><li nr="d."><al>de Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="e."><al>het afvalstoffenverwerkingsbedrijf: het
                                            afvalstoffenverwerkingsbedrijf aan de Westerhornseweg 22
                                            te Usquert.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ingeval in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige
                                    andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing
                                    worden verklaard en in die artikelen wordt gesproken van:</al><lijst><li nr="-"><al>de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>de raad;</al></li><li nr="-"><al>lid van de raad;</al></li><li nr="-"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>wethouder, en,</al></li><li nr="-"><al>de burgemeester c.q. de voorzitter van de raad,</al><al/></li><li nr=""><al>dient daar te worden gelezen onderscheidenlijk:</al></li><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>het samenwerkingsverband;</al></li><li nr="-"><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="-"><al>lid van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="-"><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="-"><al>lid van het dagelijks bestuur, en,</al></li><li nr="-"><al>de voorzitter.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>– Het samenwerkingsverband</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een openbaar lichaam, genaamd “Vuilverwerkingsbedrijf
                                Noord-Groningen”.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openbaar lichaam bezit, ex artikel 8 van de Wet,
                                rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in de gemeente Eemsmond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het werkgebied van het samenwerkingsverband omvat het grondgebied
                                van de deelnemende gemeenten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het bestuur van het samenwerkingsverband bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>– Belangen, bevoegdheden en taken van het
                            samenwerkingsverband</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het samenwerkingsverband behartigt de gemeenschappelijke belangen van de
                            deelnemende gemeenten op het gebied van het op een doelmatige en
                            milieuhygiënisch verantwoorde wijze verwijderen van afvalstoffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De behartiging van de in artikel 4 bedoelde belangen omvat in
                                    ieder geval de volgende bevoegdheden en taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het stichten en exploiteren van een
                                            afvalstoffenverwerkingsbedrijf;</al></li><li nr="b."><al>het streven naar samenwerking bij de inzameling en het
                                            transport van afvalstoffen;</al></li><li nr="c."><al>het verrichten van overige taken waartoe de deelnemende
                                            gemeente krachtens de Wet milieubeheer en op grond
                                            hiervan vastgestelde verordeningen, bepalingen,
                                            richtlijnen e.d. zijn gehouden;</al></li><li nr="d."><al>het voeren van overleg met en het bepleiten van de
                                            belangen van de deelnemende gemeenten bij andere
                                            overheden en andere instellingen;</al></li><li nr="e."><al>het vervullen van een coördinerende en initiërende rol
                                            op het gebied van het afvalstoffenbeleid;</al></li><li nr="f."><al>het adviseren van de deelnemende gemeenten aangaande
                                            inzameling, transport en verwijdering van
                                            afvalstoffen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten verbinden zich de naar hun aard voor
                                verwijdering in aanmerking komende afvalstoffen, waarover zij de
                                beschikking krijgen, aan het samenwerkingsverband af te staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde verplichting geldt niet voor
                                afvalstoffen die geschikt en bestemd zijn voor hergebruik.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de in het eerste lid genoemde verplichting kan door het
                                dagelijks bestuur op een daartoe strekkend verzoek van één of meer
                                gemeenten vrijstelling worden verleend, voor zover nodig ter
                                bevordering van een doelmatige afvalverwijdering, waarbij de
                                belangen van het samenwerkingsverband niet onevenredig mogen worden
                                geschaad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De inzameling en het transport van afvalstoffen kan door of vanwege elke
                            gemeente afzonderlijk geschieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De gemeenten verbinden zich op aanwijzing van het algemeen bestuur delen
                            of categorieën afvalstoffen gescheiden bij het samenwerkingsverband aan
                            te leveren. Tot een dergelijke aanwijzing kan slechts worden besloten
                            indien drievierde van de leden van het algemeen bestuur daarmee
                            instemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De verwijdering van afvalstoffen kan geschieden zowel door eigen
                            personeel als door één of meer door het algemeen bestuur aangewezen
                            bedrijven volgens een door dat bestuur aangegeven of aan te geven
                            methode of methodes en onder door dat bestuur te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>– Algemeen bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het hoofd van het samenwerkingsverband staat het algemeen
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bestaat uit een door de raad van iedere
                                    deelnemende gemeente aangewezen lid. Voorts wijst de raad van
                                    iedere deelnemende gemeente een plaatsvervangend lid aan. Voor
                                    plaatsvervangende leden geldt al hetgeen in deze regeling ten
                                    aanzien van leden van het algemeen bestuur is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad van iedere deelnemende gemeente wijst de leden, als
                                    bedoeld in lid 2, aan uit het college van Burgemeester en
                                    wethouders van de betreffende deelnemende gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de
                                betrekking van ambtenaar door of vanwege het samenwerkingsverband,
                                dan wel door of vanwege een deelnemende gemeente aangesteld of
                                daaraan ondergeschikt. Artikel 13, tweede lid van de Gemeentewet en
                                artikel 20 van de Wet zijn overeenkomstig van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van
                                    rechtswege, zodra men ophoudt lid van het college van
                                    Burgemeester en wethouders van de desbetreffende deelnemende
                                    gemeente te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats open valt, wijst de raad van de
                                    betreffende deelnemende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw
                                    lid aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en het bepaalde in
                                    artikel 13, en afgezien van de mogelijkheid om als zodanig
                                    ontslag te nemen, eindigt het lidmaatschap van het algemeen
                                    bestuur op de dag waarop de wethouders na de verkiezing van de
                                    leden van de raad aftreden. De raad wijst in haar eerste, op die
                                    dag volgende, vergadering een nieuw lid en plaatsvervangend lid
                                    aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Vacature(s) in het algemeen bestuur tast(en) de bevoegdheid van
                                    het algemeen bestuur tot het nemen van besluiten niet aan,
                                    tenzij daardoor niet wordt voldaan aan in deze regeling
                                    specifiek genoemde stem- en quorumvereisten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad van een deelnemende gemeente kan een lid en een
                                    plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen
                                    als dit lid niet meer het vertrouwen van de raad bezit. De raad
                                    van een deelnemende gemeente benoemt in dezelfde vergadering een
                                    nieuw lid. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag
                                    waarop het ontslagbesluit is genomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en
                                    voorts zo vaak de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig
                                    oordeelt of drie leden van het algemeen bestuur, onder opgaaf
                                    van redenen, een schriftelijk verzoek hiertoe richten aan de
                                    voorzitter van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na een verzoek van drie leden van het algemeen bestuur wordt een
                                    vergadering gehouden binnen veertien dagen na ontvangst van dat
                                    verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden schriftelijk op voor de vergadering
                                    onder toezending van de agenda met de daarbij behorende stukken.
                                    Hij zorgt ervoor dat de vergaderstukken in afschrift worden
                                    toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
                                    Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag,
                                    tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De
                                    agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met
                                    de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven
                                    wijze ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De oproepen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten
                                    minste tweemaal vierentwintig uur voor aanvang van de
                                    vergadering aan de leden verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. De deuren worden
                                    gesloten indien dit door ten minste een vijfde van het aantal
                                    aanwezige leden wordt verlangd of de voorzitter het nodig
                                    oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden besloten noch
                                    beraadslaagd over wijziging en opheffing van de regeling en over
                                    toetreding tot en uittreding uit de regeling. Voor het overige
                                    zijn de artikelen 24 en 25 van de Gemeentewet van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een besloten vergadering kan niet worden besloten tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangaan of verbreken van duurzame
                                            samenwerkingen;</al></li><li nr="b."><al>het oprichten van of deelnemen in rechtspersonen, dan
                                            wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van
                                            deelneming;</al></li><li nr="c."><al>het aangaan of verstrekken van geldleningen of het
                                            aangaan van rekening-courant overeenkomsten;</al></li><li nr="d."><al>het waarborgen van geldelijke verplichtingen door
                                            anderen aan te gaan in de ruimste zin van het
                                            woord;</al></li><li nr="e."><al>het vervreemden of bezwaren van zaken van het
                                            samenwerkingsverband;</al></li><li nr="f."><al>het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven
                                            van zaken van het samenwerkingsverband;</al></li><li nr="g."><al>het onderhands aanbesteden van werken of
                                            leveranties.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>De vergadering van het algemeen bestuur wordt niet geopend voordat
                                blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting
                                hebbende leden aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het
                                aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de
                                stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Een lid onthoudt
                                zich van stemming in geval een situatie zich voordoet die hem
                                rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Voor het tot stand komen van een besluit wordt de meerderheid
                                vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Het algemeen bestuur kan voor zijn vergaderingen een reglement van
                                orde vaststellen en brengt dit ter kennis van de raden van de
                                deelnemende gemeenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur brengt jaarlijks vóór 15 juli verslag uit
                                    van de werkzaamheden over het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
                                    Dit verslag wordt gezonden aan de raden van de deelnemende
                                    gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur biedt aan het algemeen bestuur jaarlijks,
                                    voor 1 mei, een zakelijk verslag van de werkzaamheden van het
                                    samenwerkingsverband over het afgelopen kalenderjaar aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt het verslag vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor verzending van het
                                    verslag binnen veertien dagen na vaststelling aan de raden van
                                    de deelnemende gemeenten zodat het algemeen bestuur aan haar
                                    verplichting als genoemd in lid 1 kan voldoen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>De leden van het algemeen bestuur ontvangen, voor zover het algemeen
                                bestuur dit bepaalt, een tegemoetkoming in de kosten voor zover de
                                Nederlandse wetgeving zich daar niet tegen verzet. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Informatie en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter
                                    verstrekken aan de raad van een deelnemende gemeente,
                                    schriftelijk, uiterlijk binnen zes weken, alle inlichtingen die
                                    door die raad, dan wel door één of meer leden verlangd
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan de raad die hem
                                    benoemd heeft, schriftelijk, en indien daarom wordt verzocht
                                    mondeling, uiterlijk binnen zes weken, alle inlichtingen die
                                    door de raad verlangd worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter geven,
                                    tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer
                                    dit, dan wel één of meer leden daarvan, dat verzoekt,
                                    schriftelijk, en indien daarom wordt verzocht mondeling,
                                    uiterlijk binnen een maand, alle gevraagde inlichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn,
                                    tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur
                                    verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde
                                    beleid.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>– Dagelijks bestuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>De samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit:</al><lijst><li nr="-"><al>de voorzitter;</al></li><li nr="-"><al>een plaatsvervangend voorzitter;</al></li><li nr="-"><al>een secretaris,</al></li><li nr="-"><al>een plaatsvervangend secretaris, en,</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uit elke deelnemende gemeente wordt één lid van het dagelijks
                                    bestuur en een plaatsvervanger gekozen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur, als
                                    bedoeld in artikel 23, heeft plaats in de eerste vergadering van
                                    het algemeen bestuur van een zittingsperiode. In deze
                                    vergadering worden de leden van het dagelijks bestuur, alsmede
                                    de plaatsvervangend leden aangewezen. Vervolgens worden uit de
                                    aangewezen leden de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter
                                    en de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van het
                                    dagelijks bestuur aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor plaatsvervangende leden geldt al hetgeen in deze regeling
                                    ten aanzien van leden van het dagelijks bestuur voor de functie
                                    voor wie zij als vervanger optreden, is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 40, 41, 43 en 46 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt,
                                    kiest, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23, het
                                    algemeen bestuur een nieuw lid. Gaat het openvallen van een
                                    plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van
                                    een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen
                                    bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur
                                    uit tot in de vacature in het algemeen bestuur is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van het dagelijks bestuur dat aftreedt, blijft zijn
                                    functie waarnemen tot in de opvolging is voorzien, behalve in
                                    gevallen bedoeld in artikel 12, eerste lid, het derde lid en
                                    artikel 13.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur
                                    ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen
                                    bestuur niet meer bezit. De artikelen 49 en 50 van de
                                    Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Alsdan is het
                                    bepaalde in lid 2 niet van toepassing ten aanzien van het
                                    betreffende lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of
                                    ten minste twee leden van het dagelijks bestuur dit nodig
                                    achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering van
                                    het dagelijks bestuur één stem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 53 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan voor zijn vergaderingen en de
                                    werkwijze van dat bestuur een reglement van orde vaststellen.
                                    Het vastgestelde reglement wordt aan het algemeen bestuur
                                    toegezonden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur genieten, voor zover het
                                    algemeen bestuur dit bepaalt, een tegemoetkoming in de aan deze
                                    functie verbonden kosten, voor zover de Nederlandse wetgeving
                                    zich daar niet tegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur bepaalt alsdan in een nadere regeling deze
                                    tegemoetkoming.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>Tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het
                                samenwerkingsverband behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het
                                        algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden
                                        gebracht;</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur,
                                        tenzij bij of krachtens de Wet de voorzitter hiermee is
                                        belast;</al></li><li nr="c."><al>het behartigen van de belangen van het samenwerkingsverband
                                        bij andere overheden; instellingen, diensten of personen,
                                        waarmee contact voor het samenwerkingsverband van belang
                                        is;</al></li><li nr="d."><al>het beheer van de activa en de passiva van het
                                        samenwerkingsverband;</al></li><li nr="e."><al>de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen,
                                        voor de controle op het beheer van de betaalmiddelen en de
                                        financiële administratie;</al></li><li nr="f."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als
                                        buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter
                                        voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;</al></li><li nr="g."><al>het houden van voortdurend toezicht op het functioneren van
                                        het samenwerkingsverband;</al></li><li nr="h."><al>de zorg voor overleg, inspraak en openbaarheid van
                                        besluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Het dagelijks bestuur oefent, als het algemeen bestuur daartoe
                                besluit en naar door hem te stellen regels, aan het algemeen bestuur
                                toekomende bevoegdheden uit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>De raden van de deelnemende gemeenten verschaffen aan het dagelijks
                                bestuur van het samenwerkingsverband desgevraagd inlichtingen over
                                aangelegenheden die de ontwikkeling van het gebied van het
                                samenwerkingsverband betreffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan, worden door de
                                    voorzitter en de secretaris getekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de
                                    voorzitter en de secretaris getekend. Het dagelijks bestuur kan
                                    de ondertekening opdragen aan één of meer gemachtigden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>– Voorzitter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze
                                vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met het leiden van de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur en de vergaderingen van het dagelijks
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten
                                rechte. Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende
                                gemeente die partij is in een geding, waarbij het
                                samenwerkings-verband betrokken is, oefent de plaatsvervangend
                                voorzitter deze bevoegdheid uit. Hij die bevoegd is het
                                samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen kan
                                deze vertegenwoordiging, na toestemming van het dagelijks bestuur,
                                aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>– De organisatie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Organisatie en personeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de organisatiestructuur en de
                                    personeelsformatie van het samenwerkingsverband vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuursorganen van het samenwerkingsverband kunnen zich bij
                                    de voorbereiding van de besluitvorming en de uitvoering van de
                                    aan hen opgedragen taken laten adviseren en bijstaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, is op het personeel,
                                    in dienst van het samenwerkingsverband, van overeenkomstige
                                    toepassing de rechtspositieregeling van de gemeente
                                    Eemsmond.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met
                                    betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en
                                    van het beheer van de betaalmiddelen van het
                                    samenwerkingsverband. Artikel 212 van de Gemeentewet is van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de controle van de administratie zijn de
                                    artikelen 213 en 214 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Archief</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van
                                    het samenwerkingsverband.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen in de archiefwetgeving met betrekking tot de
                                    archiefbescheiden van de gemeente Eemsmond zijn van toepassing
                                    op de archieven van het samenwerkingsverband.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>– Bijdragen, begroting en rekening</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Bijdragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al>De geldmiddelen van het samenwerkingsverband worden onder meer
                                gevormd door:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdragen van de deelnemende gemeenten overeenkomstig het
                                        bepaalde in deze regeling;</al></li><li nr="b."><al>de bijdragen, subsidies en schenkingen van particulieren,
                                        bedrijven en andere openbare lichamen;</al></li><li nr="c."><al>overige inkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uit de regeling voortvloeiende kosten, welke per gemeente
                                    afzonderlijk worden geraamd in de eigen begroting en achteraf
                                    worden verantwoord in de rekening, worden gemeenschappelijk
                                    gedragen en verdeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>naar rato van de aangevoerde hoeveelheden door gemeenten
                                            voor de categorie: verbranden, GFT-compostering en
                                            Overig groen compostering;</al></li><li nr="-"><al>naar rato van de aangevoerde hoeveelheden door
                                            particulieren tegen gereduceerd tarief per gemeente voor
                                            de categorie Milieustraat;</al></li><li nr="-"><al>naar rato van de geclaimde uren door de gemeenten voor
                                            de categorie KCA;</al></li><li nr="-"><al>naar rato van de totale bijdrage per gemeente, is de som
                                            van alle categorieën exclusief Storten, voor de
                                            categorie Storten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot
                                    jaarlijks voor 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november
                                    telkens een vierde gedeelte van de bijdragen bedoeld in het
                                    eerste lid. Bij niet tijdige betaling wordt aan de nalatige
                                    gemeente de wettelijk verschuldigde rente ex artikel 6:119 BW in
                                    rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de kosten bedoeld in het eerste lid worden eveneens gerekend
                                    de meerkosten van transport voor de aanvoer van hoeveelheden
                                    door gemeenten vanaf een door het algemeen bestuur voor elke
                                    gemeente te bepalen vast punt naar het afvalstoffenbedrijf. Deze
                                    kosten worden, zolang door of vanwege de deelnemende gemeenten
                                    geen collectieve inzameling plaatsvindt, op een door het
                                    algemeen bestuur nader te bepalen wijze verevend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een nadelig saldo over enig dienstjaar van het
                                    samenwerkingsverband wordt over de deelnemende gemeenten
                                    verdeeld naar de verhouding als genoemd in artikel 39.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een maand na de vaststelling van de rekening door het
                                    algemeen bestuur vindt met elke van de deelnemende gemeenten een
                                    afrekening plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voordelig saldo over enig dienstjaar van het
                                    samenwerkingsverband wordt omgeslagen over de deelnemende
                                    gemeenten, indien en voor zover het algemeen bestuur daartoe
                                    besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voordelig saldo wordt omgeslagen over de deelnemende
                                    gemeenten conform de verhouding als genoemd in artikel 39.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><al>Het samenwerkingsverband vergoedt een deelnemende gemeente de
                                kosten, die door deze gemeente zijn gemaakt voor de uitvoering van
                                door het algemeen bestuur aan haar toegewezen taken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur besluit tot het invoeren, wijzigen of
                                    afschaffen van rechten, als bedoeld in artikel 229, lid 1, sub b
                                    van de Gemeentewet door het vaststellen van een
                                    belastingverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de heffing en invordering van de rechten, als bedoeld in het
                                    eerste lid, is paragraaf vier van hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Begroting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks in maart een
                                    ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar. De ramingen
                                    in de ontwerpbegroting worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht
                                    weken voordat het ontwerp aan het algemeen bestuur ter
                                    vaststelling wordt voorgelegd, toe aan de raden van de
                                    deelnemende gemeenten. Hierbij wordt aan de raden van de
                                    deelnemende gemeenten de mogelijkheid geboden om voor
                                    behandeling van de begroting door het algemeen bestuur
                                    schriftelijk op- of aanmerkingen te plaatsen bij de
                                    begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwerpbegroting wordt door het dagelijks bestuur voor een
                                    ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen
                                    verkrijgbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stuurt de ontvangen op- of aanmerkingen,
                                    als bedoeld in lid 2, voor de behandeling van de begroting,
                                    vergezeld van een reactie door aan de leden van het algemeen
                                    bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bepalingen in de leden 2 en 4 gelden ook voor
                                    begrotingswijzigingen indien het dagelijks bestuur daartoe
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 15 juli van
                                    het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vastgestelde begroting afwijkt van het ontwerp dat op
                                    grond van artikel 44 lid 2 is toegezonden aan de raden van de
                                    deelnemende gemeenten dan wordt de vastgestelde begroting binnen
                                    1 maand na vaststelling toegezonden aan de raden van de
                                    deelnemende gemeenten. Dit geldt ook voor
                                    begrotingswijzigingen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de baten en lasten van het samenwerkingsverband wordt door
                                    het dagelijks bestuur voor elk jaar verantwoording afgelegd aan
                                    het algemeen bestuur onder overlegging van de rekening met de
                                    daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt
                                    daarbij een verslag van een accountantsonderzoek naar de
                                    deugdelijkheid van de rekening, alsmede al hetgeen het dagelijks
                                    bestuur overig voor zijn verantwoording dienstig acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekening wordt met de toelichting, het verslag en de overige
                                    bescheiden, als bedoeld in het eerste lid, ten minste acht weken
                                    voordat zij ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt
                                    voorgelegd aan de raden der deelnemende gemeenten toegezonden.
                                    Hierbij wordt de mogelijkheid geboden om voor behandeling van de
                                    rekening door het algemeen bestuur schriftelijk op- of
                                    aanmerkingen te plaatsen bij de rekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stuurt de ontvangen op- of aanmerkingen
                                    als bedoeld in lid 2 voor de behandeling van de rekening door
                                    aan de leden van het algemeen bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt de rekening vast voor 15 juli van het
                                    jaar, volgend op het jaar waarop de rekening betrekking
                                    heeft.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>– Geschillen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de Wet, de
                                beslissing van Gedeputeerde staten van Groningen wordt gevraagd,
                                wordt het geschil voorgelegd aan een geschillencommissie, teneinde
                                deze commissie in de gelegenheid te stellen partijen tot
                                overeenstemming te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die
                                door slechts één partij als zodanig wordt beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het samenwerkingsverband kent een klachtenregeling voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geschillencommissie bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>één lid aan te wijzen door het of de college(s) van
                                        burgemeester en wethouders van de bij het geschil betrokken
                                        gemeenten;</al></li><li nr="b."><al>één lid aan te wijzen door het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>één lid dat als voorzitter van de commissie optreedt, aan te
                                        wijze door de leden bedoeld onder a. en b., welk lid geen
                                        bestuurder of ambtenaar is van één van deelnemende gemeenten
                                        of het samenwerkingsverband.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de instelling van de geschillencommissie door het algemeen
                                bestuur wordt tevens bepaald binnen welke termijn zij uitvoering
                                geeft aan de opdracht en op welke wijze de procedure verloopt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>X</nr><titel>– Toetreding, uittreding, wijziging en
                            opheffing</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Toetreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toetreding door een niet aan deze regeling deelnemende gemeente
                                    kan plaatsvinden nadat de raden van de deelnemende gemeenten
                                    zich vòòr de toetreding hebben verklaard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt vervolgens de gevolgen van de
                                    toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op
                                    die waarin de raad van de toetredende gemeente tot toetreding
                                    heeft besloten conform de door het algemeen bestuur vastgestelde
                                    voorwaarden, dan wel, indien de besluiten van de raden van de
                                    deelnemende gemeenten een latere datum van ingang aangeven, op
                                    die datum.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Uittreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een deelnemende gemeente kan uittreden, indien de raden van de
                                    deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uittreding gaat in op 1 januari van het vierde jaar volgend
                                    op het jaar waarin het besluit tot uittreding onherroepelijk is
                                    geworden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, de
                                    financiële gevolgen daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot uittreding kan niet worden genomen gedurende de
                                    eerste vijf jaren na de toetreding van de betreffende
                                    deelnemende gemeente.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De raden van de deelnemende gemeenten kunnen aan het
                                        algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de
                                        regeling.</al></li><li nr="2."><al>Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling
                                        wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur een daartoe
                                        strekkend voorstel toekomen aan de raden van de deelnemende
                                        gemeenten.</al></li><li nr="3."><al>Indien het dagelijks bestuur wijziging van de regeling
                                        wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel
                                        toekomen aan het algemeen bestuur en de raden van de
                                        deelnemende gemeenten.</al></li><li nr="4."><al>Een wijziging is tot stand gekomen wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur zich daar voor heeft verklaard,
                                                en,</al></li><li nr="b."><al>alle raden der deelnemende gemeenten zich daar vòòr
                                                hebben verklaard.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bij de wijzigingen wordt indien nodig ook besloten tot een passende
                                overgangsregeling. Een wijziging gaat in op de eerste dag van het
                                kalenderkwartaal volgend op het laatste van de raadsvergaderingen
                                waarin vóór doorvoering van de wijziging is besloten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4:</nr><titel>Opheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende,
                                    eensluidende, besluiten van de raden van de deelnemende
                                    gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van opheffing van de regeling regelt het algemeen
                                    bestuur de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen
                                    daarvan bij een liquidatieplan, waarin onder meer een
                                    vereffenaar en een bewaarder van de boeken en bescheiden worden
                                    aangewezen. De bepalingen van de regeling blijven daarbij zoveel
                                    mogelijk van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de raden en
                                    de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende
                                    gemeenten zijn gehoord. In dit plan zijn bepalingen opgenomen
                                    omtrent de vereffening van het vermogen van het
                                    samenwerkingsverband naar de deelnemende gemeenten toe.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing
                                    heeft voor het personeel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr></kop><al>Deze regeling, alsmede besluiten tot wijziging of opheffing van de
                                regeling en besluiten tot toetreding en uittreding worden aan
                                Gedeputeerde Staten van Groningen toegezonden door het
                                gemeentebestuur van de gemeente Eemsmond. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>XI</nr><titel>– Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr></kop><al>Deze regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            algemeen bestuur overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen van de
                            Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling
                            Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen 2011” en vervangt per 1 mei 2011
                            de “Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen
                            2010”, die daarmee als vervallen wordt beschouwd..</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van het
                        Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen op 13 januari 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label></kop><tussenkop>Toelichting op de Gemeenschappelijke regeling voor het
                    Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk I - Begrips- en
                    interpretatiebepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1, lid 2</tussenkop><al>In enkele artikelen van de regeling wordt de Gemeentewet van overeenkomstige
                    toepassing verklaard. Voor die gevallen is het handzaam om eenmalig een
                    handreiking te geven hoe de verschillende (leden van) bestuursorganen gelezen
                    dienen te worden. </al><tussenkop>Hoofdstuk II – Het samenwerkingsverband</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 en 3</tussenkop><al>Het openbaar lichaam is een van de vier basisvormen van intergemeentelijke
                    samenwerking. Het lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en functioneert ten
                    behoeve van de deelnemende gemeenten. Het lichaam bezit een eigen juridische en
                    organisatorische identiteit; het beschikt over een basisstructuur, bestaande uit
                    een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.</al><tussenkop>Hoofdstuk III – Belangen, bevoegdheden en taken van het
                    samenwerkingsverband</tussenkop><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De Wet kent alleen de begrippen belang en bevoegdheid. Het begrip taak komt niet
                    in de wet voor, maar het wordt in gemeenschappelijke regeling wel veelvuldig
                    gebruikt. De omschrijving van taken vormt de praktische vertaling van de aan het
                    samenwerkingsverband opgedragen bevoegdheden. De omschrijving van de te
                    behartigen belangen is globaal van aard. Deze globale belangenomschrijving vormt
                    de basis voor de concreet aan het samenwerkingsverband op te dragen taken en
                    bevoegdheden.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De taken en bevoegdheden die worden overgedragen aan het samenwerkingsverband
                    houden verband met de exploitatie van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf.
                    Overige taken en bevoegdheden liggen op het terrein van de inzameling van KCA,
                    coördinatie en advisering met betrekking tot het afvalstoffenbeleid van de
                    deelnemende gemeenten, belangenbehartiging, voorlichting en bevorderen van
                    preventie en hergebruik.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Om de basis voor de exploitatie van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf zeker te
                    stellen, verbinden de deelnemende gemeenten zich om de hen ter beschikking
                    komende (huishoudelijke en bedrijfs-) afvalstoffen over te dragen aan het
                    samenwerkingsverband. Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid om een
                    vrijstelling van deze verplichting te verlenen. De verplichting om afvalstoffen
                    aan te leveren geldt niet voor de afvalstoffen die hergebruikt kunnen worden.
                    Daarbij gaat het om (huishoudelijke) afvalstoffen die gescheiden worden
                    ingezameld zoals glas, textiel en oud papier.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om binnen het samenwerkingsverband de
                    inzameling van afvalstoffen gezamenlijk te verrichten.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>In voorkomende gevallen kunnen deelnemende gemeenten worden verplicht om
                    bepaalde afvalstoffen gescheiden aan te leveren.</al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid dat het algemeen bestuur aanwijzingen geeft
                    met betrekking tot de verwijdering van afvalstoffen binnen het
                    samenwerkingsverband.</al><tussenkop>Hoofdstuk IV – Algemeen bestuur</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1: De samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente; voor elk lid
                    wordt tevens een plaatsvervangend lid benoemd. Het lid (en het plaatsvervangend
                    lid) van het algemeen bestuur is lid van een college van Burgemeester en
                    wethouders van de deelnemende gemeente. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat een lid van het algemeen bestuur geen ambtenaar kan zijn
                    werkzaam bij het samenwerkingsverband of één van de deelnemende gemeenten. In
                    artikel 13, tweede lid van de Gemeentewet is bepaald dat deze onverenigbaarheid
                    niet geldt voor ambtenaren van de burgerlijke stand, vrijwilligers die
                    hulpdiensten verrichten en onderwijspersoneel. Artikel 20 van de Wet somt een
                    groot aantal verboden handeling op voor bestuursleden van een openbaar lichaam.
                    Hierbij gaat het om betrekkingen als advocaat, procureur, gemachtigde of
                    adviseur werkzaam ten behoeve van de wederpartij van het openbaar lichaam of ten
                    behoeve van het bestuur van het openbaar lichaam in geschillen. Ook handelingen
                    als overeenkomsten met het openbaar lichaam ten behoeve van het aannemen van
                    werk, het doen van leveranties, het verhuren van enig goed, met uitzondering van
                    onroerende zaken, het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het
                    openbaar lichaam, het onderhands huren of pachten. Bij strijd met het bepaalde
                    in artikel 20 Wet is het bepaalde in artikel X 8 van de Kieswet van
                    overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat het dagelijks bestuur de
                    mogelijkheid heeft het betrokken bestuurslid te schorsen en het algemeen bestuur
                    om een finaal oordeel vragen.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Dit artikel regelt de aanvang en het einde van het lidmaatschap van het algemeen
                    bestuur.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Dit artikel is de grondslag voor het terugroepen van een door de raad aangewezen
                    lid van het algemeen bestuur. Het recht op terugroeping wordt in de Wet
                    beschouwd als een wezenlijk instrument om de gemeentelijke betrokkenheid te
                    verstevigen. Het biedt gemeenteraden een instrument om bij geschonden vertrouwen
                    de eigen afgevaardigde terug te roepen uit het algemeen bestuur. </al><al>De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet beschrijven de te volgen
                    procedure.</al><tussenkop>Paragraaf 2: De werkwijze</tussenkop><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>In dit artikel worden enige regels weergegeven voor de vergaderingen van het
                    algemeen bestuur.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>In dit artikel worden regels weergegeven voor het houden van besloten
                    vergaderingen. Artikel 25 van de Gemeentewet geeft regels voor de mogelijkheid
                    tot geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde.</al><tussenkop>Artikel 16, 17 en 18</tussenkop><al>Deze artikelen geven de regels voor het quorum, het stemmingsquorum en het
                    besluitquorum.</al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>Dit artikel geeft de grondslag voor een reglement van orde, waarin nadere regels
                    voor de vergadering van het algemeen bestuur kunnen worden geregeld.</al><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>Dit artikel is een weerslag van de informatieverplichting van het algemeen
                    bestuur en het dagelijks bestuur.</al><tussenkop>Paragraaf 3: Vergoedingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>Of leden van het algemeen bestuur een tegemoetkoming in de kosten ontvangen
                    wordt bepaald door het algemeen bestuur binnen het wettelijk kader.</al><tussenkop>Paragraaf 4: Informatie en verantwoording</tussenkop><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Dit artikel geeft de regels weer met betrekking tot de informatie- en
                    verantwoordingsplicht voor (leden van) de bestuursorganen van het
                    samenwerkingsverband. Er bestaan vier lijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>de informatie, verantwoordings- en ontslaglijn tussen individuele leden
                            van het algemeen bestuur en de gemeenteraad (lid 2, en in artikel
                            13);</al></li><li nr="2."><al>de informatielijn tussen de bestuursorganen van het samenwerkingsverband
                            en de gemeenteraad (lid 1);</al></li><li nr="3."><al>de informatie- en verantwoordingslijn tussen individuele leden van het
                            dagelijks bestuur en het algemeen bestuur (lid 3 en 4);</al></li><li nr="4."><al>de informatie- en verantwoordingslijn tussen individuele leden van het
                            dagelijks bestuur en de gemeenteraad (lid 1, 2, 3 en 4).</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk V – Dagelijks bestuur</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1: De samenstelling</tussenkop><tussenkop>Artikelen 23 en 24</tussenkop><al>Deze artikelen regelen de samenstelling van het dagelijks bestuur. Het dagelijks
                    bestuur wordt gekozen tijdens de eerste vergadering van het algemeen bestuur van
                    een zittingsperiode. In de artikelen 40, 41, 43 en 46 van de Gemeentewet staan
                    bepalingen met betrekking tot de aanvaarding van de benoeming, ontslagname op
                    eigen initiatief en de incompatibiliteiten.</al><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><al>Dit artikel stelt regels voor het tussentijds benoemen van leden van het
                    dagelijks bestuur en voor het ontslag van leden van het dagelijks bestuur na het
                    opzeggen van het vertrouwen door het algemeen bestuur. </al><tussenkop>Paragraaf 2: Werkwijze</tussenkop><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><al>Dit artikel stelt regels voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur. In de
                    artikelen 53 tot en met 60 van de Gemeentewet worden nadere regels gegeven voor
                    o.a. tijdstip, beslotenheid, geheimhouding en quorum.</al><tussenkop>Paragraaf 3: Vergoedingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 27</tussenkop><al>Dit artikel vormt de grondslag voor een tegemoetkoming in de kosten van de leden
                    van het dagelijks bestuur. Of leden van het dagelijks bestuur aanspraak kunnen
                    maken op een tegemoetkoming in de kosten wordt bepaald door het algemeen
                    bestuur.</al><tussenkop>Paragraaf 4: Bevoegdheden</tussenkop><tussenkop>Artikel 28</tussenkop><al>In dit artikel worden de bevoegdheden van het dagelijks bestuur limitatief
                    omschreven.</al><tussenkop>Artikel 29</tussenkop><al>Dit artikel vormt de grondslag voor delegatie van bevoegdheden van het algemeen
                    bestuur naar het dagelijks bestuur. Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht
                    is delegatie naar ambtenaren die onder verantwoordelijkheid van het
                    bestuursorgaan werkzaam zijn niet toegestaan.</al><tussenkop>Artikel 30</tussenkop><al>In dit artikel wordt een omgekeerde informatieverplichting geformuleerd: van de
                    raden van de deelnemende gemeenten richting het dagelijks bestuur van het
                    samenwerkingsverband.</al><tussenkop>Artikel 31</tussenkop><al>De ondertekening van stukken van het dagelijks bestuur kan door het dagelijks
                    bestuur worden gemandateerd aan één of meer ambtenaren werkzaam voor het
                    samenwerkingsverband. </al><tussenkop>Hoofdstuk VI – Voorzitter</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 en Paragraaf 2: Algemene bepalingen en
                    Bevoegdheden</tussenkop><tussenkop>Artikel 32, 33 en 34</tussenkop><al>Het samenwerkingsverband wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door een
                    voorzitter. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur gekozen. De voorzitter
                    leidt de vergadering van het algemeen en het dagelijks bestuur. De voorzitter
                    kan zijn vertegenwoordigingsbevoegdheden opdragen aan een ander lid van het
                    bestuur of aan één of meer ambtenaren.</al><tussenkop>Hoofdstuk VII – De organisatie</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1: Organisatie en personeel</tussenkop><tussenkop>Artikel 35</tussenkop><al>Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van de
                    organisatiestructuur en de personeelsformatie. Voor de ondersteuning van het
                    samenwerkingsverband kan gebruik worden gemaakt van personeel. Het personeel is
                    rechtspositioneel in dienst bij het samenwerkingsverband en volgt de
                    rechtspositieregeling van de gemeente Eemsmond, tenzij het algemeen bestuur
                    anders bepaalt. </al><tussenkop>Paragraaf 2: Financiële administratie</tussenkop><tussenkop>Artikel 36</tussenkop><al>Voor de financiële administratie en de controle daarop dient het algemeen
                    bestuur een verordening vast te stellen. </al><tussenkop>Paragraaf 3: Archief</tussenkop><tussenkop>Artikel 37</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het archief van het
                    samenwerkingsverband.</al><tussenkop>Hoofdstuk VIII – Bijdragen, begroting en
                    rekening</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1: Bijdragen</tussenkop><tussenkop>Artikel 38</tussenkop><al>Als particulieren of bedrijven afvalstoffen afgeven aan het
                    Vuilverwerkingsbedrijf dient daarvoor een tarief betaald te worden. Het gaat in
                    deze gevallen om het genot van door of vanwege het </al><al>samenwerkingsverband verstrekte diensten. Op grond van art. 229, lid 1 onder b
                    Gemeentewet, kunnen hiervoor ‘rechten’ worden geheven. De bevoegdheid van het
                    algemeen bestuur voor het vaststellen van een verordening voor het heffen van
                    dergelijke ‘rechten’ wordt in artikel 44 gegeven. Bij ‘overige inkomsten’ kan
                    gedacht worden aan rentevergoedingen. Het jaarlijks te verwachten
                    exploitatietekort wordt aangezuiverd door de bijdragen van de deelnemende
                    gemeenten.</al><tussenkop>Artikel 39</tussenkop><al>Per categorie ‘verwijdering’ wordt het exploitatietekort bepaald. De benodigde
                    bijdragen van de deelnemende gemeenten worden vervolgens bepaald naar rato van
                    de door de gemeenten aangevoerde hoeveelheden afvalstoffen per categorie. De
                    begrootte bijdragen worden op voorschotbasis geïncasseerd. Voor de Milieustraat
                    geldt dat het nadelig saldo wordt verdeeld op basis van aangeleverde tonnage
                    door particulieren tegen gereduceerd tarief naar gemeente van herkomst. Voor KCA
                    geldt dat het nadelig saldo wordt verdeeld op basis van geclaimde uren door de
                    gemeenten voor de inzet van de chemokar inclusief bemensing. Voor Storten geldt
                    dat het nadelig saldo wordt verdeeld naar rato van de som van de vorige
                    categorieën.</al><tussenkop>Artikel 40</tussenkop><al>Na vaststelling van de rekening worden de reeds geïncasseerde bijdragen van de
                    deelnemende gemeenten verrekend met de daadwerkelijk benodigde bijdragen.</al><tussenkop>Artikel 41</tussenkop><al>In de voorgaande regeling werd vermeld dat een voordelig saldo wordt toegevoegd
                    aan de bedrijfsreserves. In het bestaan van het Vuilverwerkingsbedrijf is er nog
                    nooit sprake geweest van een voordelig saldo en daarom beschikt het
                    Vuilverwerkingsbedrijf ook niet over een bedrijfsreserve. Het wordt doelmatiger
                    geacht wanneer in een voorkomend geval het algemeen bestuur besluit over de
                    bestemming van een voordelig saldo. In het geval dat het algemeen bestuur
                    besluit dat het voordelig saldo wordt omgeslagen over de deelnemende gemeenten
                    wordt de verhouding aangegeven in het tweede lid.</al><tussenkop>Artikel 42</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen voor het geval dat een van de deelnemende gemeenten
                    bijzondere diensten voor het samenwerkingsverband verricht. De diensten moeten
                    worden verricht in opdracht van het algemeen bestuur. Door opdrachtverlening zal
                    het algemeen bestuur eveneens kunnen besluiten over de hoogte van de
                    vergoeding.</al><tussenkop>Artikel 43</tussenkop><al>Dit artikel vormt de grondslag voor de bevoegdheid van het algemeen bestuur voor
                    het vaststellen van een verordening voor de heffing en de invordering van
                    afvalverwerkingrecht. Paragraaf vier van hoofdstuk XV van de Gemeentewet wordt
                    van overeenkomstige toepassing verklaard. Hierdoor zijn de regels van de
                    Invorderingswet 1990 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen van
                    overeenkomstige toepassing op de heffing en invordering van de
                    afvalverwerkingsrechten.</al><tussenkop>Paragraaf 2: Begroting</tussenkop><tussenkop>Artikelen 44 en 45</tussenkop><al>In deze artikelen worden de bepalingen uit de Wet voor alle duidelijkheid
                    overgenomen in de regeling. De -vroege- termijn van 15 juli is gekozen omdat de
                    gemeentelijke bijdragen verplichte </al><al>uitgaven zijn en dus in de gemeentelijke begroting voor hetzelfde begrotingsjaar
                    dienen te worden opgenomen. De gemeentelijke begroting wordt in ieder geval voor
                    15 november door de gemeenteraad vastgesteld.</al><tussenkop>Paragraaf 3: Rekening</tussenkop><tussenkop>Artikel 46</tussenkop><al>In dit artikel wordt de bepaling uit de Wet voor alle duidelijkheid overgenomen
                    in de regeling. De termijn is gekozen zodat de uiteindelijke kosten van
                    samenwerking kunnen worden verwerkt in de gemeentelijke rekeningen.</al><tussenkop>Hoofdstuk IX – Geschillen</tussenkop><tussenkop>Artikel 47 en 48</tussenkop><al>Deze artikelen regelen het gebruik en de samenstelling van een
                    geschillencommissie alvorens een geschil zal worden voorgelegd aan Gedeputeerde
                    staten. Ook is aangegeven hoe om te gaan met verzoekschriften.</al><tussenkop>Hoofdstuk X – Toetreding, wijziging, uittreding en
                    opheffing </tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1: Toetreding</tussenkop><tussenkop>Artikel 49</tussenkop><al>Dit artikel regelt de mogelijkheid dat een gemeente toetreedt aan het
                    samenwerkingsverband. Alle raden van de deelnemende gemeenten zullen met de
                    toetreding en haar gevolgen moeten instemmen.</al><tussenkop>Paragraaf 2: Uittreding</tussenkop><tussenkop>Artikel 50</tussenkop><al>Een deelnemende gemeente kan besluiten tot uittreding onder goedkeuring van alle
                    deelnemende gemeenteraden. Gelet op de ingrijpende gevolgen van een dergelijk
                    besluit voor het samenwerkingsverband is een ruime termijn opgenomen voordat de
                    uittreding daadwerkelijk kan plaatsvinden. Het algemeen bestuur regelt de
                    (financiële) gevolgen van de uittreding.</al><tussenkop>Paragraaf 3: Wijziging</tussenkop><tussenkop>Artikel 51</tussenkop><al>In dit artikel wordt de procedure omschreven voor het wijzigen van deze
                    regeling. Voor een wijziging is goedkeuring nodig van het algemeen bestuur en
                    alle raden van de deelnemende gemeenten.</al><tussenkop>Paragraaf 4: Opheffing</tussenkop><tussenkop>Artikel 52</tussenkop><al>De regeling kan worden opgeheven wanneer alle raden van de deelnemende gemeenten
                    daartoe </al><al>besluiten. Het algemeen bestuur regelt de (financiële) gevolgen van de opheffing
                    in een liquidatieplan. Het openbaar lichaam blijft, ook na ontbinding, op basis
                    van de Wet (artikel 9 lid 3) voortbestaan voor zover dit tot vereffening van
                    zijn vermogen nodig is. </al><tussenkop>Artikel 53</tussenkop><al>Op basis van de Wet moet een gemeentebestuur worden aangewezen die zorg draagt
                    voor toezending van (de wijziging of opheffing van) de regeling aan Gedeputeerde
                    staten. In deze regeling wordt het gemeentebestuur van de gemeente Eemsmond
                    aangewezen als instantie die verantwoordelijk is voor deze toezending. In de
                    praktijk zal toezending plaats kunnen vinden door het samenwerkingsverband
                    zelf.</al><tussenkop>Hoofdstuk XI – Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 55</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat in gevallen waarin deze regeling niet voorziet
                    het algemeen bestuur zal moeten besluiten. De Gemeentewet is daarbij van
                    overeenkomstige toepassing.</al><tussenkop>Artikel 54, 56</tussenkop><al>Deze artikelen bevatten bepalingen over de inwerkingtreding, de termijn en de
                    naam van de regeling. </al></bijlage><bijlage><al>HOOFDSTUK I – Begrips- en interpretatiebepalingen</al><al>HOOFDSTUK II – Het samenwerkingsverband</al><al>HOOFDSTUK III – Belangen, bevoegdheden en taken van het
                    samenwerkingsverband</al><al>HOOFDSTUK IV – Algemeen bestuur</al><al>Paragraaf 1: De samenstelling</al><al>Paragraaf 2: De werkwijze</al><al>Paragraaf 3: Vergoedingen</al><al>Paragraaf 4: Informatie en verantwoording</al><al>HOOFDSTUK V – Dagelijks bestuur</al><al>Paragraaf 1: De samenstelling</al><al>Paragraaf 2: De werkwijze</al><al>Paragraaf 3: Vergoedingen</al><al>Paragraaf 4: Bevoegdheden</al><al>HOOFDSTUK VI – Voorzitter</al><al>Paragraaf 1: Algemene bepalingen</al><al>Paragraaf 2: Bevoegdheden</al><al>HOOFDSTUK VII – De organisatie</al><al>Paragraaf 1: Organisatie en personeel</al><al>Paragraaf 2: Financiële administratie</al><al>Paragraaf 3: Archief</al><al>HOOFDSTUK VIII – Bijdragen, begroting en rekening</al><al>Paragraaf 1: Bijdragen</al><al>Paragraaf 2: Begroting</al><al>Paragraaf 3: Rekening</al><al>HOOFDSTUK IX – Geschillen</al><al>HOOFDSTUK X – Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing</al><al>Paragraaf 1: Toetreding</al><al>Paragraaf 2: Uittreding</al><al>Paragraaf 3: Wijziging</al><al>Paragraaf 4: Opheffing</al><al>HOOFDSTUK XI – Slotbepalingen</al><al>Bijlage </al></bijlage></regeling></body></cvdr>