<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR94230_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-07-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJssel- en Lekstreek van 08-08-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-07-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-08-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 4, 4a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Veseonnr. 453005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2011.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al/><al>gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al><al/><al>gelezen het initiatiefvoorstel van de leden Van der Sloot en Moerkerke;</al><al/><al>b e s l u i t </al><al/><al>vast te stellen de volgende Referendumverordening Capelle aan den IJssel
                        2011.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op
                                    de agenda van de raadsvergadering is opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>referendum: stemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken
                                    over een concept raadsbesluit; </al></li><li nr="c."><al>1: kiesgerechtigden als bedoeld in artikel 7: degenen die op het
                                    moment van de indiening van het inleidende verzoek voldoen aan
                                    de eisen voor een kiezer van de leden van de raad van de
                                    gemeente Capelle aan den IJssel, als gesteld in artikel B3 van
                                    de Kieswet, met dien verstande dat voor de dag van de
                                    kandidaatstelling gelezen wordt: de dag van de indiening van het
                                    inleidend verzoek; </al><al>2: kiesgerechtigden als bedoeld in artikel 8: degenen die op het
                                    moment van de ondertekening van het definitief verzoek voldoen
                                    aan de eisen voor een kiezer van de leden van de raad van de
                                    gemeente Capelle aan den IJssel, als gesteld in artikel B3 van
                                    de Kieswet, met dien verstande dat voor de dag van de
                                    kandidaatstelling gelezen wordt: de dag van de ondertekening van
                                    het definitief verzoek; </al><al>3: kiesgerechtigden als bedoeld in de overige artikelen van deze
                                    verordening: diegenen die op de drieënveertigste dag
                                    voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden
                                    overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn
                                    voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente
                                    Capelle aan den IJssel;</al></li><li nr="d."><al>kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag
                                    voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden
                                    overeenkomstig artikel B3 juncto J1 van de Kieswet
                                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad
                                    van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al></li><li nr="e."><al>Reglement van Orde: het Reglement van Orde voor de raad</al></li><li nr="f."><al>Raadgevend referendum: volksstemming waarbij kiesgerechtigden
                                    zich op verzoek van kiesgerechtigden uitspreken over een te
                                    nemen besluit;</al></li><li nr="g."><al>raadplegend referendum: een referendum op initiatief van de raad
                                    waarbij de kiesgerechtigden antwoord geven op de door de raad
                                    vastgestelde vraag over een concept raadsbesluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Referendabele besluiten</titel></kop><al>Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met
                            uitzondering van besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen,
                                    schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;</al></li><li nr="b."><al>over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers,
                                    gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van de
                                    arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten
                                    met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de
                                    griffie;</al></li><li nr="d."><al>over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de
                                    rekening;</al></li><li nr="e."><al>over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en
                                    belastingen;</al></li><li nr="f."><al>over het voor kennisgeving aannemen van notities en
                                    rapporten;</al></li><li nr="g."><al>in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of
                                    de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="i."><al>die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een
                                    eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of
                                    kon worden gehouden; of</al></li><li nr="j."><al>waarvan de totstandkoming, inwerkingtreding of uitvoering naar
                                    het oordeel van de raad niet kan worden uitgesteld vanwege enig
                                    daarmee gemoeid belang.</al></li><li nr="k."><al>die op grond van enige wettelijke bepaling kunnen leiden tot een
                                    besluit van rechtswege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt
                                en ontslaat haar leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het lidmaatschap van de referendumcommissie komen niet in
                                aanmerking leden van de raad, burgerraadsleden, leden van het
                                college en ambtenaren in dienst van de gemeente, met uitzondering
                                van onderwijzend personeel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar
                                midden een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het
                                staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier of een door de
                                griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftredende
                                leden kunnen worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of
                                ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun
                                opvolging is voorzien. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Taken referendumcommissie</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad te adviseren over de toelaatbaarheid van een
                                            onderwerp waarover is voorgesteld of verzocht om een
                                            referendum te houden;</al></li><li nr="b."><al>de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van
                                            een referendum;</al></li><li nr="c."><al>te adviseren over de door het gemeentebestuur te
                                            verstrekken voorlichting over referenda en over de
                                            toekenning van bijdragen voor campagneactiviteiten</al></li><li nr="d."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de
                                            verordening;</al></li><li nr="e."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de
                                            gemeente te verstrekken voorlichting;</al></li><li nr="f."><al>de raad te adviseren over de verdeling van het
                                            subsidieplafond bedoeld in artikel 10, tweede lid;
                                            en</al></li><li nr="g."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden
                                            referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot
                                            een referendum hebben geleid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De commissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over
                                    aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en
                                    referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige
                                    zaken die het referendum betreffen.</al></li><li nr="3."><al>De adviezen van de commissie zijn openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De leden van de referendumcommissie ontvangen een vergoeding
                                    conform de vergoeding voor commissieleden zoals geregeld in het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de Verordening
                                    rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008 van de
                                    gemeente Capelle aan den IJssel;</al></li><li nr="2."><al>Aan de leden van de referendumcommissie worden gemaakte
                                    reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen vergoed. De
                                    vergoeding betreft:a. bij gebruik van openbare vervoermiddelen:
                                    een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten;b. bij gebruik van een eigen
                                    vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
                                    noodzakelijke reiskosten in overeenstemming met het bepaalde in
                                    artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><al>Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de
                            kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept
                            raadsbesluit zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadplegend
                            referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het raadplegend referendum, initiatief van de
                                raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel vanuit de raad om een referendum te houden geschiedt
                                door het indienen van een initiatiefvoorstel als bedoeld in het
                                Reglement van Orde</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, wordt tevoren aan de
                                referendumcommissie gevraagd over de toelaatbaarheid van het
                                onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad besluit tot het houden van een referendum, wordt het
                                desbetreffende raadsvoorstel vervolgens op gangbare wijze behandeld
                                met dien verstande dat het conceptbesluit, zoals dat luidt na
                                verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in
                                stemming wordt gebracht, maar wordt aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het besluit tot het houden van een referendum
                                treedt de Referendumcommissie in overleg met het presidium en
                                desgewenst andere betrokkenen over de vraagstelling. Tenzij het
                                presidium instemt met een andere periode, brengt de
                                referendumcommissie binnen twee weken na het genoemde besluit advies
                                uit over de vraagstelling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt met inachtneming van het advies in de eerstvolgende
                                vergadering de vraagstelling vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een zodanig referendum is het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van
                                deze verordening niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad kan besluiten dat een raadplegend referendum wordt beperkt
                                tot een deelgebied binnen de gemeente, indien de aangelegenheid
                                slechts dat deel van de gemeente betreft en het te nemen besluit
                                buiten dat gebied geen effecten kan hebben. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadgevend
                            referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek van kiesgerechtigden om een referendum te houden wordt
                                uiterlijk één week voor de plenaire behandeling van het concept
                                raadsbesluit bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een
                                dagtekening en vermeldt om welk concept besluit het gaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek wordt ondersteund door ten minste 70 handtekeningen van
                                kiesgerechtigden. Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij
                                behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het verzoek wordt aangegeven welke groep van ten minste twee en
                                ten hoogste vijf van de ondertekenaars voor het vervolg van de
                                procedure zal fungeren als gesprekspartners namens de
                                indieners.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorafgaand aan de plenaire behandeling als bedoeld in het eerste
                                lid adviseert de referendumcommissie de raad over de toelaatbaarheid
                                van het onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in
                                het eerste lid verzoekt de griffier het college om te onderzoeken of
                                het verzoek door een voldoende aantal kiesgerechtigden is
                                gedaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet binnen
                                de gestelde termijn is ingediend, stelt het presidium de raad voor
                                om het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp zoals bij de
                                lijst van uitzonderingen genoemd in artikel 2, wijst de raad het
                                verzoek af. De raad kan het verzoek eveneens, met redenen omkleed,
                                afwijzen indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp
                                waarvoor primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt,
                                dat een bovenlokaal karakter heeft.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als de raad heeft besloten de kiesgerechtigden in de gelegenheid te
                                stellen een definitief verzoek in te dienen, wordt het
                                desbetreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld, met
                                dien verstande dat het conceptbesluit, zoals dat luidt na verwerking
                                van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in stemming wordt
                                gebracht maar wordt aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na het besluit om de kiesgerechtigden in de
                                gelegenheid te stellen een definitief verzoek in te dienen, treedt
                                de referendumcommissie in overleg met het presidium van de raad en
                                de gesprekspartners als bedoeld in lid 2 over de vraagstelling.
                                Tenzij het presidium instemt met een andere periode, brengt de
                                referendumcommissie binnen twee weken na het genoemde besluit advies
                                uit over de vraagstelling.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De raad stelt met inachtneming van het advies in de eerstvolgende
                                vergadering de vraagstelling vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden
                                ingediend door ten minste 1.600 kiesgerechtigden in de gemeente
                                Capelle aan den IJssel via het plaatsen van hun handtekening op door
                                het presidium vastgestelde schriftelijke en digitale lijsten die
                                zijn voorzien van de door de raad vastgestelde vraagstelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De handtekeningenlijsten zijn gedurende zes weken beschikbaar via
                                DigiD en op door het presidium aan te wijzen plaatsen in de
                                gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde termijn van zes weken vangt aan op een
                                door het college bekend te maken dag. In de bekendmaking wordt
                                aangegeven op welke tijdstippen men schriftelijk de
                                handtekeningenlijst kan invullen en dat men dat ook digitaal via
                                DigiD kan doen. Indien het benodigde aantal geldige handtekeningen
                                al eerder dan zes weken is verkregen, kan de mogelijkheid tot het
                                plaatsen van een handtekening worden beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het plaatsen van een schriftelijke handtekening op de lijst
                                anders dan via DigiD dient tevens een kopie van een geldig
                                identiteitsbewijs te worden achtergelaten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester maakt wekelijks bekend hoeveel geldige
                                ondersteunende handtekeningen door kiesgerechtigden zijn
                                geplaatst</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund, stelt het
                                presidium de raad voor het verzoek niet ontvankelijk te
                                verklaren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als het definitieve verzoek voldoende wordt ondersteund, neemt de
                                raad zo spoedig mogelijk een beslissing op het verzoek. Indien de
                                raad van oordeel is dat er na het besluit over het inleidend verzoek
                                sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden van substantiële aard,
                                kan hij het verzoek, gehoord de referendumcommissie, alsnog
                                afwijzen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verdere procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Datum</titel></kop><al>De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of
                            zo spoedig mogelijk daarna en met inachtneming van een advies van het
                            college, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na een besluit om een referendum te houden stelt
                                de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting
                                over het referendum, alsmede een budget voor bijdragen in de kosten
                                van campagneactiviteiten van de bij het referendum betrokken
                                maatschappelijke organisaties</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt met inachtneming van een advies van de
                                referendumcommissie nadere regels vast voor de voorwaarden waaraan
                                moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een bijdrage in
                                de kosten van de campagneactiviteiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kent de in het vorige lid bedoelde bijdragen toe met
                                inachtneming van een advies van de referendumcommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het
                            referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Procedure stemming</titel></kop><al>De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van
                            zaken bij het referendum van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum is geldig, indien het aantal uitgebrachte stemmen
                                meer bedraagt dan 33 % van het aantal kiesgerechtigden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                                meerderheid van het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Straf- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft
                                    nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem,
                                    toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en
                                    onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze
                                    met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of
                                    door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met
                                    het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te
                                    doen gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden;</al></li><li nr="d."><al>bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om
                                    volmacht te geven tot het uitbrengen zijn stem;</al></li><li nr="e."><al>stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk
                                    benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun
                                    oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te
                                    ondertekenen en deze kaart af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na die van haar
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening Capelle aan
                            den IJssel 2011'.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 maart 2011,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>De verordening is geschreven vanuit een initiatiefvoorstel. Dit is de reden dat
                    de opmerking</al><al>“gelezen het voorstel van het college van ... (datum), nr. ..., inzake
                    referendum” niet in de considerans is opgenomen. Een referendum verordening
                    waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren over een
                    concept raadsbesluit is ook bij uitstek een instrument van de raad. In de
                    praktijk wordt dan ook regelmatig een referendumverordening middels het
                    initiatiefrecht op de agenda van de raad geplaatst. Ook de initiatiefnemers
                    vanuit de raad hebben hiervoor gekozen.</al><al>In de verordening worden diverse taken niet gedelegeerd aan het college maar aan
                    de raad (cq griffie) gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum
                    zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt uiteraard wel bij het
                    college.</al><al>Dat het initiatief voor het vaststellen van de verordening bij de raad ligt
                    neemt niet weg dat het gewenst kan zijn advies te vragen aan de ambtelijke
                    organisatie. Deze zal immers de organisatie en uitvoering ter hand moeten nemen.
                    Daarom is ook overleg gevoerd met enkele medewerkers binnen de organisatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>a. b. en d. Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al><lijst><li nr="c."><al>Wat betreft de kiesgerechtigden is aangesloten bij degenen die
                            gerechtigd zijn deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld
                            in artikel B3 en artikel J1 van de Kieswet. Een referendum is alleen
                            mogelijk binnen het grondgebied van de eigen gemeente.</al></li><li nr="e."><al>en f. In deze artikelen wordt het verschil uitgelegd tussen referenda
                            waarbij het initiatief bij de raad dan wel bij de inwoners ligt.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 2. Referendabele besluiten</tussenkop><al>Alleen conceptbesluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum zijn. De
                    besluiten</al><al>genomen door het college of door de burgemeester zijn niet referendabel (op
                    grond van deze</al><al>verordening, deze bestuursorganen kunnen desgewenst zelf een referendumregeling
                    opstellen). Een aantal onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen, lenen
                    zich minder goed voor een referendum. In deze verordening is een lijst met
                    uitzonderingen opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van onder meer de vroegere
                    Tijdelijke referendumwet en autonome gemeentelijke verordeningen.</al><al>Enerzijds dient voorkomen te worden dat de verordening een leeg instrument wordt
                    waarbij hetpraktisch onmogelijk wordt een referendum te organiseren. Anderzijds
                    is het voor de burger belangrijk dat duidelijk is over welke besluiten geen
                    referendum kan worden gehouden.</al><al>In een eerder VNG model was de volgende uitzonderingsgrond opgenomen: waarbij
                    het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de
                    raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving. Deze is in deze
                    verordening niet opgenomen, omdat dit al onder de algemene uitzonderingsgrond
                    valt. De algemene uitzonderingsgrond benadrukt en garandeert de
                    beoordelingsvrijheid van de raad. Deze uitzonderingsgrond kan bijvoorbeeld
                    toegepast worden indien er over het onderwerp al een Uniforme Openbare
                    Voorbereidingsprocedure is geweest, of in het geval van korte termijnen waarop
                    het besluit genomen moet worden of de mogelijkheid van grote financiële
                    claims.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie</tussenkop><al>In het geval er een referendum wordt gehouden is het raadzaam dat er een
                    referendumcommissie wordt ingesteld. Het onderwerp dat ten grondslag ligt aan
                    het referenduminitiatief is doorgaans politiek gevoelig. Burgers zijn van mening
                    dat de raad gecorrigeerd dient te worden. Maar het is wel de</al><al>gemeente die het referendum en de voorlichting organiseert. Een ‘pettenprobleem’
                    komt in de praktijk bij referenda vaak voor. Een onafhankelijke
                    referendumcommissie kan dan de neutrale derde partij zijn die toeziet op de
                    organisatie en uitvoering van het referendum.</al><al>In het model is gekozen voor een permanente commissie met vijf leden. Het kan
                    zijn dat de leden van de commissie lange tijd niet bijeenkomen. Als er geen
                    referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen reden zijn om te vergaderen. Er
                    is gekozen voor een qua aantal ruime commissie en niet voor een commissie van
                    bijvoorbeeld drie personen plus plaatsvervangers. Door meer leden te benoemen
                    dan nodig voor het quorum wordt een oplossing gegeven in het geval één van de
                    leden afwezig is of zich wil onthouden van deelname in verband met mogelijke
                    belangenverstrengeling.</al><al>Hoewel de verordening daarover niets vermeld, ligt het voor de hand dat via
                    algemene publicaties kandidaat-leden van de referendumcommissie worden
                    opgeroepen hun belangstelling kenbaar te maken. Binnen de raad, dan wel het
                    presidium, kan dan een raadsvoorstel voor benoeming van de leden van de
                    referendumcommissie worden voorbereid.</al><al>Er is niet expliciet geregeld dat leden (bijv. in geval van niet functioneren)
                    ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat diegene die benoemt ook kan
                    ontslaan.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Taken referendumcommissie</tussenkop><al>Deze commissie heeft diverse adviserende taken gekregen. Daarnaast wordt de
                    onafhankelijke positie ondersteund door de mogelijkheid gevraagd en ongevraagd
                    advies te geven.</al><al>De commissie adviseert, bij een inleidend verzoek, over de toelaatbaarheid van
                    het onderwerp. Dit hangt samen met de in artikel 2 opgenomen onderwerpen
                    waarover geen referendum gehouden kan worden. Verder doet zij een voorstel voor
                    de vraagstelling van het referendum. De vraag moet eenduidig zijn en
                    begrijpelijk voor de burgers. Wat betreft het toezicht op de objectiviteit van
                    de door de gemeente verstrekte voorlichting kan gedacht worden aan een bijv. een
                    folder waarin argumenten pro en contra worden genoemd. De bevoegdheid van de
                    commissie strekt zich niet uit tot de door de burgers gevoerde campagne. De
                    vrijheid van meningsuiting staat daarin voorop. De commissie heft ook een rol
                    bij de advisering van de verdeling van de beschikbaar gestelde subsidie. Deze
                    advisering ziet onder meer op de verdeelsleutel die wordt vastgesteld. Zo kan
                    besloten worden dat 40 % van de</al><al>subsidiegelden bestemd is voor activiteiten van voorstanders van het besluit,
                    40% voor tegenstanders en 20% voor neutrale/informerende activiteiten. De
                    commissie heeft ook een rol bij de evaluatie van gehouden referenda en bij de
                    evaluatie van referendumverzoeken welke niet tot een referendum hebben geleid.
                    Deze taak is een logisch gevolg van de toezichthoudende taak bij het hele
                    referendumproces.</al><tussenkop>Artikel 5. Vraagstelling</tussenkop><al>De raad beslist of en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                    vraagstelling vast. Hat meest voor de hand ligt een vraagstelling welke
                    gekoppeld is met het voorgenomen besluit. Aan de kiezer wordt dan de vraag
                    voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit, waarover het
                    referendum wordt gehouden, zijn. De vraagstelling moet wel voldoende duidelijk
                    zijn, dereferendumcommissie heeft tot taak hierover adviseren. Het is mogelijk
                    om de vraagsteling tevens op te nemen op de stempas.</al><tussenkop>Artikel 6. het raadplegend referendum, initiatief van de
                    raad</tussenkop><al>Model voor dit artikel heeft gestaan een artikel uit de Referendumverordening
                    van de gemeente Leiden, een gemeente die al enige ervaring heeft met referenda.
                    Het VNG model kent niet de expliciete mogelijkheid van referenda waarbij het
                    initiatief bij de raad ligt. De werkwijze beschreven in dit artikel is duidelijk
                    en ook praktisch in te vullen in Capelle aan den IJssel. In lid 7 wordt ook de
                    mogelijkheid gegeven een raadplegend referendum te houden in een deelgebied van
                    Capelle. Hoe groot dit deelgebied moet zijn kan de raad voor het desbetreffende
                    referendum besluiten.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Inleidend verzoek</tussenkop><al>Dit artikel is van toepassing indien kiesgerechtigden het initiatief tot een
                    referendum nemen. Hiertoe kunnen zij een verzoek indienen tot het houden van een
                    referendum. Een referendum biedt de burgers de mogelijkheid aan de noodrem te
                    trekken als hun politieke vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in
                    hun ogen verkeerd is.</al><al>Het is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit
                    noodzakelijk is. In het model is gekozen voor een eenvoudige procedure. Het
                    inleidend verzoek wordt een week voor de raadsvergadering ingediend bij de
                    griffier en wordt later mogelijk gevolgd een definitief verzoek. Door de duale
                    verhoudingen wordt het verzoek formeel ingediend bij de griffier, praktisch
                    gezien zal de medewerking van het ambtelijk apparaat nodig zijn. Het doel van
                    het inleidend verzoek is tweeledig.</al><al>De raad moet op korte termijn beslissen of een onderwerp referendabel is en niet
                    valt onder deuitzonderingen genoemd in artikel 2. De referendumcommissie
                    adviseert hierbij. Daarnaast moet</al><al>aangetoond worden dat een onderwerp niet alleen maar leeft bij enkele mensen
                    maar op enigdraagvlak in de gemeente kan steunen. Hiertoe worden een aantal
                    handtekeningen overlegd. Op korte termijn is het voor burgers dan duidelijk of
                    het zin heeft om handtekeningen te verzamelen ter ondersteuning van het
                    definitief verzoek.</al><al/><tussenkop>Drempel inleidend verzoek</tussenkop><al>Bij de hoogte van de drempel die wordt gesteld ten aanzien van het verzoek om
                    een referendum, is door de initiatiefnemers van het raadsvoorstel gekozen voor
                    een drempel die gelijk ligt met die in de gemeente Utrecht. </al><tussenkop>Beslissing inleidend verzoek</tussenkop><al>Allereerst dient de raad, na advies van de referendumcommissie, vast te stellen
                    of het verzoek een besluit betreft waarover op grond van de verordening een
                    referendum niet is uitgezonderd.</al><al>Vervolgens wordt beslist of het inleidend verzoek is gedaan door het vereiste
                    aantal kiesgerechtigden.</al><al>De voorgeschreven eisen dient om de kiesgerechtigdheid te bepalen. Door de
                    identificatie verplichting zal het aantal afgekeurde ondersteuningsverklaringen
                    gering zijn.</al><al>Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een besluit in de zin van de
                    Awb. Hiertegen staat bezwaar en beroep open. Het inleidend verzoek is namelijk
                    te beschouwen als een aanvraag in de zin van de Awb. Wat betreft de procedure
                    van het inleidend verzoek moet allereerst een termijn worden vastgesteld
                    waarbinnen de handtekeningen moeten worden ingeleverd. Hier is gekozen voor een
                    korte termijn van één week voor de raadsvergadering. De achterliggende gedachte
                    is dat op deze manier in de raadsvergadering zelf besloten kan worden of er
                    voldoende geldige handtekeningen zijn verzameld zodat de volgende fase in het
                    proces (het definitieve verzoek) kan ingaan.</al><tussenkop>Artikel 8. Definitief verzoek</tussenkop><al>Als de raad van mening is dat het onderwerp referendabel is, zijn de
                    initiatiefnemers weer aan bod. Zij moeten een verzoek doen tot het houden van
                    een referendum en voldoende ondersteunende handtekeningen verzamelen. De
                    procedure is in grote lijnen gelijk aan die bij het inleidende verzoek.</al><al>De raad controleert of er voldoende (geldige) handtekeningen zijn verzameld. De
                    toelaatbaarheid van het onderwerp is al eerder in de procedure, bij het
                    inleidend verzoek, getoetst. Een voldoende aantal handtekeningen zal dan ook een
                    positief besluit tot het houden van het referendum tot gevolg hebben.</al><al/><tussenkop>Handtekeningenlijsten</tussenkop><al>Bij het verzamelen van de handtekening kan worden gekozen voor een 'haal' of een
                    'brengsysteem'. In het eerste geval wordt het ophalen van de vereiste
                    handtekeningen aan de initiatiefnemers overgelaten. In het tweede geval dienen
                    kiesgerechtigden hun handtekening te plaatsen in de daarvoor aangewezen
                    plaatsen, zoals de publieksbalie in het gemeentehuis. Uit de evaluatie van de
                    Trw blijkt dat een groot nadeel van het haalsysteem is dat de controle op
                    handtekeningen een tijdrovend karwei is en door onvolledig ingevulde lijsten
                    veel handtekeningen ongeldig moeten worden verklaard. In dit model is gekozen
                    voor het brengsysteem op door het presidium aan te wijzen plaatsen zodat de
                    identiteit (kiesgerechtigdheid) van de ondertekenaar gecontroleerd kan worden
                    met gegevens uit het GBA. </al><al>Bij het controleren van de handtekeningen moet beoordeeld worden of diegenen die
                    deondersteuningsverklaring indient op dat moment kiesgerechtigd zou zijn voor de
                    raadsverkiezingen. Immers bij het zetten van de handtekening is nog niet bekend
                    of en zo ja wanneer het referendum gehouden wordt en kan dus niet gewerkt kan
                    worden met een apart bestand van kiesgerechtigden voor het referendum.</al><al>De handtekeningen moeten worden geplaatst op van gemeentewege verstrekte
                    lijsten. Op basis van artikel 4:4 Awb (aanvraagformulier beschikkingen) heeft de
                    gemeente de bevoegdheid om een formulier voor het aanvragen en het verstrekken
                    van gegevens vast te stellen. </al><al/><tussenkop>Toepassing elektronische handtekening en
                    DigiD</tussenkop><al>In de verordening is vervolgens de mogelijkheid opgenomen om via een
                    elektronische handtekening steun te verlenen aan een referendumverzoek. Een
                    bestuursorgaan kan op grond van afdeling 2.3 Awb de elektronische weg
                    openstellen voor referendumverzoeken. Aan het gebruik van de elektronische weg
                    kan het bestuurorgaan nadere eisen stellen. De elektronische weg voor
                    referendumverzoeken komt naast en niet in plaats van de conventionele weg. Tot
                    op heden is er nog geen ervaring opgedaan met het toepassen van een
                    elektronische handtekening bij een referendumverzoek. </al><al>Bij het zetten van een handgeschreven handtekening ter ondersteuning van een
                    referendumverzoek heeft de handtekening verschillende functies. Deze dient ter
                    authenticatie en identificatie (vaststellen van de identiteit van een persoon)
                    en om de wilsuiting vast te leggen (van belang in het kader van rechtsgevolg en
                    of bewijsvoering). Deze functies zijn ook via de elektronische handtekening te
                    bewerkstelligen.</al><al>Er zijn diverse niveaus van elektronische handtekeningen. Het verschil zit hem
                    in de waarborgenwaarmee de handtekening is omkleed. Een eenvoudige vorm van een
                    elektronische handtekening is een gescande handtekening die aan een elektronisch
                    document is toegevoegd. De keuze voor het benodigde niveau van een handtekening
                    dat voldoende betrouwbaar is voor de desbetreffende webdienst/handeling is de
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (art 2:15, derde lid Awb).</al><al>DigiD is een gemeenschappelijk authenticatiesysteem. DigiD wordt momenteel
                    primair gebruikt voor de functie authenticatie. DigiD verifieert in dat geval
                    iemands identiteit. DigiD kan worden gebruikt als</al><al>elektronische handtekening. Hierbij geldt dat het bestuursorgaan
                    verantwoordelijk is voor de keuze van niveau van elektronische handtekening voor
                    een referendumverzoek en dient dit te regelen in haar beleid,
                    gebruiksvoorwaarden richting de gebruikers (kiesgerechtigden). Het
                    bestuursorgaan dient onder meer ook zorg te dragen voor de “logische associatie”
                    tussen de ondertekenaar en de elektronische handtekening en vervolgens de
                    elektronische handtekening en het document. Bovendien dient het bestuursorgaan
                    gebruikers te informeren wanneer sprake is van authenticatie en wanneer van het
                    plaatsen van een elektronische handtekening.</al><al/><tussenkop>Drempel definitief verzoek</tussenkop><al>Bij de hoogte van de drempel die wordt gesteld ten aanzien van het verzoek om
                    een referendum, is door de initiatiefnemers van het raadsvoorstel gekozen voor
                    een drempel die gelijk ligt met die in de gemeente Utrecht. </al><al/><tussenkop>Artikel 9. Datum</tussenkop><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden is
                    voorbehouden aan de raad. Van belang is dat er voldoende tijd is om het
                    referendum te organiseren (stemlokalen huren, bemensing stembureaus, drukwerk
                    etc.) en dat er enige ruimte is om vakantie perioden (juli/augustus,
                    december/januari) te overbruggen omdat deze niet geschikt zijn voor het houden
                    van een referendum.</al><al>Het ligt voor de hand dat het advies van het college op dergelijke zaken ziet.
                    De datum kan vallen op een dag waarop tevens andere verkiezingen worden
                    gehouden, maar dat hoeft niet het geval te zijn.</al><al>Het combineren van verkiezingen is praktisch omdat de kiesgerechtigden niet twee
                    maal naar destembus hoeven te komen. Ook zorgt een combinatie doorgaans voor een
                    hogere opkomst en voor een reductie in de kosten van een referendum. Uiteraard
                    kunnen er ook meerdere referenda op dezelfde dag plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 10. Budget</tussenkop><al>Er kan jaarlijks een vast bedrag op de begroting worden opgenomen voor het
                    organiseren vanreferenda of er kan per referendum een budget worden vastgesteld.
                    Hier is gekozen voor het laatste.</al><al>Naast een bedrag voor de organisatie van het referendum zelf zal de voorlichting
                    geld kosten. Ditbetreft zowel de voorlichting door de gemeente zelf (uitleg over
                    het conceptraadsbesluit) als devoorlichting door verschillende
                    belangengroeperingen waaronder de initiatiefnemers van het</al><al>referendum.</al><al>De referendumcommissie heeft een belangrijke adviserende rol. Zowel bij de
                    totstandkoming van de beleidsregels op grond waarvan de subsidies kunnen worden
                    verstrekt als de toekenning van de subsidies zelf.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Uitvoering</tussenkop><al>Het feit dat het college is belast met de uitvoering, volgt uit de Gemeentewet
                    (artikel 160, eerste lid onder b). Tot de organisatie behoren diverse taken,
                    zowel de voorlichting over het onderwerp waarop het referendum ziet, als de
                    inrichting en bemensing van de stemlokalen en het drukken van de stembiljetten
                    en oproepkaarten/stempassen.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Procedure stemming</tussenkop><al>Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij
                    de gang van zaken bij de raadsverkiezingen en dit niet allemaal opnieuw per
                    verordening te regelen. Vandaar dat de Kieswet en het Kiesbesluit van
                    overeenkomstige toepassing zijn. Dit omvat het hele proces van de termijn waarop
                    bij de kiesgerechtigden de oproepkaart/stempas voor het referendum bezorgd dient
                    te zijn als de werkwijze in het stembureau en de vaststelling en bekendmaking
                    van de uitslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Geldigheid van de uitslag</tussenkop><al>Wanneer 30% procent van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht, wordt
                    de uitslag van het referendum geacht geldig te zijn. Het percentage kan lager
                    zijn dan het gemiddeldeopkomstpercentage bij de raadsverkiezingen, maar moet
                    hoog genoeg zijn om een drempel op tewerpen. Op deze wijze komen alleen
                    onderwerpen aan bod die door een redelijk deel van de bevolking als van belang
                    worden beschouwd, zonder dat het praktisch onmogelijk zal worden een geldige
                    uitslag te krijgen. In de Tijdelijke referendumwet werd uitgegaan van een
                    gekwalificeerde meerderheid: een besluit is verworpen als de meerderheid van de
                    opgekomen kiezers het besluit verwerpt en het aantal tegenstemmen tenminste 30%
                    van de kiesgerechtigden bedraagt. Daarom is nu ook weer voor dit percentage
                    gekozen.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Strafbepalingen</tussenkop><al>Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een
                    verordening straf stellen. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten
                    bij de Kieswet, hoofdstuk Z.</al><al/><tussenkop>Artikel 15. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 16. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>