<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9380_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnota Stoken vuur in de open lucht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leudal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekbode 18 november 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnota Stoken vuur in de open lucht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsnota Stoken vuur in de open lucht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1 INLEIDING</label></kop><paragraaf><kop><label>1.1 Algemeen.</label></kop><structuurtekst><al>Op basis van de bestaande Beleidsnota Stoken vuur in de open lucht
                                is een nieuwe Beleidsnota Stoken vuur in de open lucht voor de
                                gemeente Leudal opgesteld. Deze beleidsnota vervangt de huidige
                                beleidsnota. In tegenstelling tot de “oude” beleidsnota zijn in de
                                nieuwe beleidsnota aanpassingen gedaan naar aanleiding van
                                ambtelijke evaluatiebijeenkomsten en een informatiebijeenkomst met
                                buurtverenigingen van de diverse kernen die Sint Maartenfeesten
                                organiseren. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Wetgeving</label></kop><structuurtekst><al>In het verleden was het op basis van de Algemene Plaatselijke
                                Verordening (APV) mogelijk om van het verbod om in de open lucht
                                vuur aan te leggen, te stoken of te hebben (stookverbod) ontheffing
                                te verlenen (artikel 5.5.1 van de APV ). Deze ontheffingen werden
                                meestal afgegeven voor vreugdevuren, ter bestrijding van ziekten en
                                onderhoud van erfbeplanting of andere kleine landschapselementen.
                                Onder meer ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van
                                het milieu door rook, roet, stof, walm of stank kon een verzoek om
                                ontheffing geweigerd worden. </al><al>In mei 2003 is de Wet milieubeheer gewijzigd en is het verbod voor
                                het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen in deze wet
                                (artikel 10.2, lid 1) opgenomen. Voorts is in artikel 10.63, lid 2
                                de mogelijkheid opgenomen om ontheffing te verlenen van het
                                hierboven omschreven verbod. </al><al/><al>Door de wijziging van de Wet milieubeheer en de APV dienen voor het
                                verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen in de meeste
                                gevallen bij de gemeente twee ontheffingen te worden aangevraagd.
                                Eén op grond van artikel 5.5.1 van de APV en één op grond van
                                artikel 10.63, lid 2 van de Wet milieubeheer. </al><al>Het verzoek om ontheffing op grond van de APV kan geweigerd worden
                                in het belang van de openbare orde en veiligheid, ter bescherming
                                van de woon- en leefomgeving en ter bescherming van flora en fauna.
                                Op basis van de APV geldt er een algemene vrijstelling voor
                                verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke,
                                sfeervuren (zoals terrashaarden, vuurkorven en dergelijke) of vuur
                                voor koken, bakken en braden, indien dit geen gevaar oplevert voor
                                de omgeving. </al><al>Het verzoek om ontheffing op grond van de Wet milieubeheer kan
                                geweigerd worden ter bescherming van het milieu. </al><al>Daar in de APV en de Wet milieubeheer verschillende weigeringgronden
                                zijn opgenomen, kan het voorkomen dat een verzoek om ontheffing op
                                grond van de APV gehonoreerd kan worden, terwijl hetzelfde verzoek
                                op grond van de Wet milieubeheer geweigerd moet worden (of
                                omgekeerd). </al><al/><al>Gelet op bovenstaande is de besluitvorming (inclusief procedures en
                                voorschriften) betreffende verzoeken tot ontheffing van het
                                stookverbod op elkaar afgestemd en worden de twee ontheffingen in
                                één besluit genomen. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2.ONTHEFFINGEN</label></kop><structuurtekst><al>Door te spreken van een ontheffing wordt aangegeven dat alleen in
                            bepaalde gevallen een uitzondering op het algemene stookverbod kan
                            worden gemaakt. Zoals al eerder is aangegeven, zullen in de meeste
                            gevallen twee ontheffingen moeten worden aangevraagd: één op grond van
                            de APV en één op grond van de Wet milieubeheer. </al><al>In de toelichting op artikel 10.63, lid 2 van de Wet milieubeheer wordt
                            er vanuit gegaan dat gemeenten terughoudend zullen zijn bij het verlenen
                            van een dergelijke ontheffing. Uitgangspunt moet zijn dat eerst
                            onderzocht wordt of er hoogwaardiger verwerkingsmethoden, zoals
                            versnipperen of composteren, mogelijk zijn. De ontheffing is volgens de
                            toelichting bij eerdergenoemd artikel onder andere bedoeld voor het
                            verbranden van afval dat vrijkomt bij het onderhoud van
                            cultuurlandschappen. Volgens de minister van VROM kunnen ontheffingen
                            van het stookverbod worden verleend voor vreugdevuren, snoeihout,
                            fruitsnoeihout, aardappelloof en in het kader van ziektebestrijding. De
                            minister heeft aangegeven dat het in zijn algemeenheid hout betreft dat
                            van bomen of struiken wordt afgehaald om het natuurlijke proces om welke
                            reden dan ook te bevorderen. </al><al/><al>Bij de activiteiten waarvoor op basis van de APV een algemene
                            vrijstelling geldt (verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                            dergelijke, sfeervuren (zoals terrashaarden en vuurkorven) of vuur voor
                            koken, bakken en braden, indien dit geen gevaar oplevert voor de
                            omgeving) is sprake van kleinschalig huishoudelijk gebruik. Door dit
                            kleinschalig karakter zijn de risico’s voor de omgeving zo klein dat het
                            niet nodig wordt geacht hiervoor nadere voorschriften op te stellen. Het
                            is daarom niet noodzakelijk om hiervoor een ontheffing van het
                            stookverbod zoals bedoeld in de Wet milieubeheer aan te vragen en te
                            verlenen. Voorts kan in de onderstaande gevallen overwogen worden een
                            ontheffing van het stookverbod af te geven, mits (door het stellen van
                            voorschriften) voldoende tegemoet wordt gekomen aan het milieubelang (op
                            grond van Wet milieubeheer) en het belang van de openbare orde en
                            veiligheid, de bescherming van de woon- en leefomgeving en de
                            bescherming van flora en fauna (op grond van APV). </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>2.1 Snoeihout ontstaan als gevolg van het onderhoud van erfbeplantingen of andere kleine landschapselementen gelegen in het buitengebied van de gemeente Leudal.</label></kop><structuurtekst><al>Binnen de gemeente Leudal worden, voor een bepaalde periode,
                                ontheffingen verleend voor het verbranden van snoeihout in het
                                buitengebied. In de kernen (binnen bebouwde kom) van de gemeente is
                                het verboden afval te verbranden. </al><al>Ontheffingen worden verleend voor een periode van 2 maanden, dus
                                voor februari/maart of voor oktober/november (zie hieronder). In dit
                                tijdvak mag degene waaraan de ontheffing verleend is eenmaal een
                                periode van maximaal één week aangeven waarin gestookt wordt.
                                Voorafgaand aan het stoken dient de periode aan team Frontoffice
                                Bouwen, Wonen en Milieu gemeld te worden. Ontheffingen verlenen voor
                                bijvoorbeeld één dag is niet wenselijk omdat de weersomstandigheden
                                dan ook net goed moeten zijn. Ontheffingen dienen te worden
                                aangevraagd op een daartoe vastgesteld formulier (zie bijlage 1). </al><al>Ontheffingen worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende
                                voorwaarden: </al><lijst><li nr="-"><al>het stoken mag uitsluitend plaatsvinden in de maanden
                                        februari, maart, oktober en november;</al></li><li nr="-"><al>het stoken dient plaats te vinden op werkdagen van 9.00 tot
                                        18.00 uur;</al></li><li nr="-"><al>voordat men gaat stoken dient dit minimaal 12 uur vooraf
                                        gemeld te worden bij het team handhaving.</al></li><li nr="-"><al>het stoken mag uitsluitend plaatsvinden op een terrein
                                        gelegen in het buitengebied (zie onder definities wat onder
                                        buitengebied wordt verstaan);</al></li><li nr="-"><al>het te stoken materiaal mag uitsluitend bestaan uit
                                        snoeihout ontstaan als gevolg van het onderhoud van
                                        erfbeplantingen of andere kleine landschapselementen gelegen
                                        in het buitengebied van de gemeente Leudal;</al></li><li nr="-"><al>aanvrager heeft verklaard dat aan het voorschrift met
                                        betrekking tot de afstanden wordt voldaan.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>OPMERKING </label></kop><structuurtekst><al>Zie uitzonderingen ten aanzien van door besmettelijke ziekten
                                aangetast takkenhout, snoei- of oogstafval. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.2 Kamp- en vreugdevuren/festiviteiten van culturele aard</label></kop><structuurtekst><al>Binnen de gemeente Leudal is het een traditie om met St. Maarten op
                                meerdere locaties een groot vuur te branden. Dit wordt meestal door
                                verenigingen georganiseerd. Daarnaast zijn er jaarlijks enkele
                                aanvragen door verenigingen/stichtingen voor het houden van een
                                kampvuur. </al><al/><al>Ontheffingen worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende
                                voorwaarden: </al><lijst><li nr="-"><al>er moet sprake zijn van een kamp- of vreugdevuur (zie onder
                                        definities wat hieronder wordt verstaan);</al></li><li nr="-"><al>aanvrager heeft verklaard dat aan het voorschrift met
                                        betrekking tot de afstanden wordt voldaan.</al></li><li nr="-"><al>organisatie van St. Maartensfeesten alleen door
                                        buurtvereniging of samenwerkende buurtverenigingen.</al></li></lijst><al>Ontheffingen dienen te worden aangevraagd op een daartoe vastgesteld
                                formulier (zie bijlage 1). Omdat het vooral bij kampvuren voor zal
                                komen dat deze niet eenmalig gestookt worden kan voor ten hoogste de
                                duur van één jaar een ontheffing worden verleend (bij
                                ontheffingverlening wordt altijd uitgegaan van een kalenderjaar, 1
                                januari t/m 31 december: een ontheffing eindigt altijd na 31
                                december). </al><al>Voor vreugdevuren geldt dat slechts eenmalig ontheffing zal worden
                                verleend. Op het aanvraagformulier dient de datum en het precieze
                                tijdstip (hooguit enkele uren) aangegeven te worden waarvoor
                                ontheffing zal worden verleend. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.3 Ontheffingsprocedure</label></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontheffing als gevolg van artikel 10.63 Wet milieubeheer </label></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 10.64 lid 3 Wet milieubeheer is de uitgebreide
                                voorbereidingsprocedure niet van toepassing op een ontheffing als
                                bedoeld in artikel 10.63 lid 2 Wm. Het in acht nemen van de minimale
                                eisen van de Algemene wet bestuursrecht biedt voldoende waarborg
                                voor de verschillende belangen. Gelet hierop kan voor een ontheffing
                                op grond van de Wet milieubeheer dezelfde procedure gevolgd worden
                                als voor een ontheffing op grond van artikel 5.5.1 APV.(zie hierna).
                            </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Sub-paragraaf</label><nr/><titel/></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontheffing als gevolg van artikel 5.5.1 APV </label></kop><structuurtekst><al>In de APV is opgenomen dat binnen 8 weken na ontvangst van een
                                aanvraag om ontheffing een besluit moet worden genomen. De
                                beslissing kan voor hoogstens 8 weken verdaagd worden. Indien een
                                aanvraag om ontheffing minder dan 3 weken vóór het tijdstip waarop
                                de aanvrager nodig heeft, wordt ingediend, kan besloten worden om de
                                aanvraag niet te behandelen. In het geval advisering van brandweer,
                                politie of andere instantie noodzakelijk is, kan eerdergenoemde
                                termijn van 3 weken verlengd worden tot ten hoogste 8 weken. </al><al/><al>In de APV wordt geen procedure voorgeschreven. De volgende procedure
                                zal worden gevolgd (als gevolg van de Awb): </al><al/><al>Indienen schriftelijke of elektronische aanvraag </al><al/><al>Beoordelen aanvraag </al><al/><al>Eventueel horen bij afwijzende beschikking </al><al/><al>Toezending ontheffing aan aanvrager </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.4 Ontheffingsvoorschriften ten aanzien van snoeihout ontstaan als gevolg van het onderhoud van erfbeplantingen of andere kleine landschapselementen gelegen in het buitengebied van de gemeente Leudal.</label></kop><structuurtekst><al>Voor het stoken van snoeihout is zowel een ontheffing als gevolg van
                                artikel 10.63 Wet milieubeheer als een ontheffing als gevolg van
                                artikel 5.5.1 van de APV vereist. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontheffing als gevolg van artikel 10.63 Wet milieubeheer </label></kop><structuurtekst><al>Hieraan kunnen voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het
                                milieu worden verbonden. Om tegemoet te komen aan de genoemde
                                milieuhygiënische effecten, lucht-, water- en bodemverontreiniging
                                en overlast door rook, roet en stank dienen de volgende
                                voorschriften aan de ontheffing te worden verbonden: </al><lijst><li nr="-"><al>het stoken mag geen gevaar of hinder opleveren voor de
                                        omgeving, indien tijdens het stoken blijkt dat het verkeer
                                        dan wel bewoners in de omgeving last hebben van hinderlijke
                                        rookgassen, dan moet het stoken onmiddellijk worden
                                        gestaakt; </al></li><li nr="-"><al> na afloop van het stoken moeten de vuurresten volledig
                                        worden gedoofd en moeten de verbrandingsresten zo spoedig
                                        mogelijk, echter ten laatste binnen 1 week, op
                                        milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden verwijderd en
                                        afgevoerd; gewezen wordt hierbij op artikel 13 van de Wet
                                        bodembescherming, het stoken mag geen bodemverontreiniging
                                        veroorzaken; </al></li><li nr="-"><al> het snoeihout moet droog zijn of de kans gehad hebben om te
                                        drogen (1 á 2 maanden); </al></li><li nr="-"><al> er moet zorg worden gedragen voor een goede verbranding van
                                        het snoeihout, zodat de rookontwikkeling zo gering mogelijk
                                        is; het stoken mag niet plaatsvinden als sprake is van een
                                        door berichtgeving via radio en/of TV kenbaar gemaakte
                                        waarschuwingsfase van verhoogde concentraties
                                        luchtverontreiniging. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontheffing als gevolg van artikel 5.5.1 APV </label></kop><structuurtekst><al>Aanvullend op een ontheffing als gevolg van artikel 10.63 Wet
                                milieubeheer dient altijd een ontheffing als gevolg van artikel
                                5.5.1 van de APV te worden verleend. Aan een dergelijke ontheffing
                                kunnen voorschriften in het belang van de openbare orde en
                                veiligheid, ter bescherming van de woon- en leefomgeving en ter
                                bescherming van de flora en de fauna worden verbonden. Aan de
                                ontheffing dienen de volgende voorschriften te worden verbonden: </al><lijst><li nr="-"><al> voorafgaand aan het stoken dient een periode van maximaal
                                        één week waarin gestookt wordt aan het team Frontoffice
                                        Bouwen, Wonen en Milieu te worden gemeld; </al></li><li nr="-"><al> voordat men gaat stoken dient de aanvrager dit minimaal 12
                                        uur vooraf te melden bij het team handhaving; </al></li><li nr="-"><al> het vuur moet onder toezicht staan van minstens één
                                        meerderjarig persoon die de ontheffing op verzoek aan de
                                        controlerende instanties (politie, brandweer, gemeente)
                                        dient te tonen; </al></li><li nr="-"><al> het stoken moet plaatsvinden op een afstand van: </al><lijst><li nr="*"><al>meer dan 30 meter van een gebouw, een opstapeling
                                                van oogstproducten, een erfbeplanting,
                                                hoogspanningsleidingen;</al></li><li nr="*"><al>meer dan 100 meter van een bos-, heide of
                                                duinterrein en veengrond;</al></li><li nr="*"><al>meer dan 50 meter van een openbare weg;</al></li><li nr="*"><al>meer dan 100 meter van brandgevoelige objecten
                                                bijvoorbeeld tankstations;</al></li><li nr="*"><al> of op een door de brandweer goedgekeurde plaats;
                                            </al></li></lijst></li><li nr="-"><al> in de nabijheid van de stookplaats moet voor onmiddellijk
                                        gebruik tenminste beschikbaar en bereikbaar zijn: </al><lijst><li nr="*"><al>meerdere schoppen;</al></li><li nr="*"><al>twee met water gevulde emmers van minimaal 10
                                                liter;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al> er moet zodanig worden gestookt dat geen vliegvuur
                                        ontstaat, bij windkracht 6 of meer mag het stoken geen
                                        doorgang vinden; </al></li><li nr="-"><al> de brandstapel mag een maximale omvang van 5 m3 hebben;
                                    </al></li><li nr="-"><al> het stoken mag niet plaatsvinden op feestdagen en in de
                                        weekends; </al></li><li nr="-"><al> het stoken mag niet aanvangen vóór 9.00 uur en dient
                                        beëindigd te worden vóór 18.00 uur. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>2.5 Ontheffingsvoorschriften kamp- en vreugdevuren </label></kop><structuurtekst><al>Voor kamp- en vreugdevuren is zowel een ontheffing al gevolg van
                                artikel 10.63 Wet milieubeheer als een ontheffing als gevolg van
                                artikel 5.5.1 van de APV vereist. </al><al>Voor kamp-en vreugdevuren mag snoeihout en schoon afvalhout zoals
                                pallets worden gebruikt, uitgezonderd spaanplaat of geverfd,
                                geïmpregneerd, verduurzaamd of verlijmd hout. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontheffing als gevolg van artikel 10.63 Wet milieubeheer </label></kop><structuurtekst><al>Hieraan kunnen voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het
                                milieu worden verbonden. Om tegemoet te komen aan de genoemde
                                milieuhygiënische effecten, lucht-, water- en bodemverontreiniging
                                en overlast door rook, roet en stank dienen de volgende
                                voorschriften aan de ontheffing te worden verbonden: </al><lijst><li nr="-"><al> het stoken mag geen gevaar of hinder opleveren voor de
                                        omgeving, indien tijdens het stoken blijkt dat het verkeer
                                        dan wel bewoners in de omgeving last hebben van hinderlijke
                                        rookgassen, dan moet het stoken onmiddellijk worden
                                        gestaakt; </al></li><li nr="-"><al> na afloop van het stoken moeten de vuurresten volledig
                                        worden gedoofd en moeten de verbrandingsresten zo spoedig
                                        mogelijk, echter ten laatste binnen 1 week, op
                                        milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden verwijderd en
                                        afgevoerd; gewezen wordt hierbij op artikel 13 van de Wet
                                        bodembescherming, het stoken mag geen bodemverontreiniging
                                        veroorzaken; </al></li><li nr="-"><al> het snoeihout moet droog zijn of de kans gehad hebben om te
                                        drogen (1 á 2 maanden); </al></li><li nr="-"><al> er moet zorg worden gedragen voor een goede verbranding van
                                        het snoeihout, zodat de rookontwikkeling zo gering mogelijk
                                        is; het stoken mag niet plaatsvinden als sprake is van een
                                        door berichtgeving via radio en/of TV kenbaar gemaakte
                                        waarschuwingsfase van verhoogde concentraties
                                        luchtverontreiniging. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ontheffing als gevolg van artikel 5.5.1 APV </label></kop><structuurtekst><al>Aanvullend op een ontheffing als gevolg van artikel 10.63 Wet
                                milieubeheer dient altijd een ontheffing als gevolg van artikel
                                5.5.1 van de APV te worden verleend. Aan een dergelijke ontheffing
                                kunnen voorschriften in het belang van de openbare orde en
                                veiligheid, ter bescherming van de woon- en leefomgeving en ter
                                bescherming van de flora en de fauna worden verbonden. Aan de
                                ontheffing dienen de volgende voorschriften te worden verbonden:
                                (voorafgaand aan het stoken dient een periode van maximaal één week
                                waarin gestookt wordt aan team Milieu te worden gemeld); </al><lijst><li nr="-"><al> Kampvuur: het vuur moet onder toezicht staan van minstens
                                        één meerderjarig persoon die de ontheffing op verzoek aan de
                                        controlerende instanties dient te tonen; </al></li><li nr="-"><al> St. Maartensvuur: het stookterrein dient onder voortdurend
                                        toezicht te staan van twee meerderjarige personen. Deze
                                        personen dienen zorg te dragen voor een goed brandend vuur,
                                        zodat zomin mogelijk rookontwikkeling plaatsvindt. Deze
                                        toezichthouders dienen telefonisch (mobiel) bereikbaar te
                                        zijn; </al></li><li nr="-"><al> toezichthouders(s) dienen zorg te dragen dat de aanwezige
                                        personen een voldoende veilige afstand tot de brandstapel in
                                        acht te nemen; </al></li><li nr="-"><al> stookterrein dient goed bereikbaar te zijn voor
                                        hulpverlenende instanties; </al></li><li nr="-"><al> het stoken moet plaatsvinden op een afstand van: </al><lijst><li nr="*"><al>meer dan 30 meter van een gebouw, een opstapeling
                                                van oogstproducten, een erfbeplanting,
                                                hoogspanningsleidingen;</al></li><li nr="*"><al>meer dan 100 meter van een bos-, heide of
                                                duinterrein en veengrond;</al></li><li nr="*"><al>meer dan 50 meter van een openbare weg;</al></li><li nr="*"><al>meer dan 100 meter van brandgevoelige objecten zoals
                                                bijvoorbeeld tankstations;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>of op een door de brandweer goedgekeurde plaats; </al></li><li nr="-"><al> in de nabijheid van de stookplaats moet voor onmiddellijk
                                        gebruik tenminste beschikbaar en bereikbaar zijn: </al><lijst><li nr="*"><al>minimaal één blusmiddel(geen CO2) en één blusdeken.
                                                Brandblusser dient jaarlijks gekeurd te zijn en
                                                dient een inhoud van minimaal 6 kg te hebben.</al></li><li nr="*"><al>meerdere schoppen;</al></li><li nr="*"><al>twee met water gevulde emmers van minimaal 10
                                                liter;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al> er moet zodanig worden gestookt dat geen vliegvuur
                                        ontstaat, bij windkracht 6 of meer mag het stoken geen
                                        doorgang vinden; </al></li><li nr="-"><al> de brandstapel voor kampvuren mag een maximale omvang van 1
                                        m3 hebben; </al></li><li nr="-"><al> de stookplaats voor St. Maartensvuren mag maximaal 7 bij 5
                                        meter zijn (dit is ongeveer 100-125 m3); </al></li><li nr="-"><al> St. Maartensvuur: het aanvoeren van snoeiafval en/of
                                        pallets voor de brandstapel door verenigingen mag niet
                                        eerder dan één week voor de dag dat 's avonds gestookt wordt
                                        plaatsvinden. Dit dient te gebeuren onder toezicht van leden
                                        van de buurtvereniging of van de eigenaar van de grond
                                        waarop de brandstapel wordt aangelegd; </al></li><li nr="-"><al> Voor het ontbranden van de brandstapel dient men gebruik te
                                        maken van pallets en pakken stro. Het is niet toegestaan
                                        brandbare vloeistoffen te gebruiken. </al></li><li nr="-"><al> het stoken dient plaats te vinden op het aangevraagde
                                        tijdstip; </al></li><li nr="-"><al> uiterlijk om 24.00 uur dient het vuur gedoofd te zijn.
                                    </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3.UITZONDERINGEN</label></kop><paragraaf><kop><label>Inrichtingen ingevolge de Wet milieubeheer </label></kop><structuurtekst><al>Artikel 10.2 van de Wet milieubeheer ziet alleen toe op het
                                verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen. Dit betekent dat,
                                indien er sprake is van een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer het verbrandingsverbod hierop niet van toepassing is.
                                Hiervoor geldt namelijk een ander wettelijk regiem. De verbranding
                                van afvalstoffen binnen een inrichting dient enerzijds te worden
                                geregeld in de milieuvergunning of wordt anderzijds geregeld in een
                                van de zogenaamde artikel 8.40-Besluiten, waarin algemene
                                milieuregels zijn opgenomen voor homogene bedrijfscategorieën. </al><al>Ook het bij artikel 5.5.1 van de APV opgenomen verbod om in de open
                                lucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                                vuur aan te leggen, te stoken of te hebben geldt niet voor zover op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn. </al><al>Wanneer in milieuvergunningen of in een Algemene Maatregel van
                                Bestuur (AMvB) niets geregeld is ten aanzien van stoken van vuur dan
                                wel het verbranden van afvalstoffen wordt uitgegaan van het verbod
                                opgenomen in de APV (met ontheffingsmogelijkheid). Wanneer de Wet
                                milieubeheer niets regelt kan namelijk op basis van de zinsnede
                                "...of anderszins vuur te stoken" van artikel 5.5.1 van de APV
                                stoken binnen inrichtingen nog verboden worden. Bij het verlenen van
                                een ontheffing dienen hiervoor de voorschriften verbonden te worden
                                die normaal aan een ontheffing ingevolge artikel 5.5.1 APV verbonden
                                worden en daarnaast de voorschriften verbonden te worden die normaal
                                aan een ontheffing ingevolge artikel 10.63 van de Wet milieubeheer
                                verbonden worden. </al><al>Een voorschrift dat meestal aan milieuvergunningen wordt verbonden
                                is: "Afvalstoffen mogen niet worden verbrand behoudens in die
                                gevallen waar volgens een gemeentelijke verordening verbranden van
                                uit de inrichting afkomstige afvalstoffen is toegestaan". In dit
                                geval dient eveneens de hierboven beschreven </al><al>werkwijze gevolgd te worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Vuurkorven e.d. </label></kop><structuurtekst><al>Verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke,
                                sfeervuren zoals terrashaarden, vuurkorven en dergelijke of vuur
                                voor koken, bakken en braden is niet verboden en er hoeft dus ook
                                geen ontheffing voor te worden aangevraagd. Het mag echter geen
                                gevaar, overlast of hinder opleveren voor de omgeving. Tevens mogen
                                er geen afvalstoffen worden verbrand. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Demonstraties brandweer </label></kop><structuurtekst><al>Naast de twee genoemde ontheffingsmogelijkheden, te weten stoken van
                                snoeihout in het buitengebied en kamp- en vreugdevuren, kan de
                                brandweer incidenteel ontheffing krijgen, bijvoorbeeld ten behoeve
                                van oefeningen en het geven van demonstraties. Hierbij mogen geen
                                afvalstoffen worden verbrand. Derhalve zal ook alleen een ontheffing
                                ingevolge artikel 5.5.1 van de APV worden verleend. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Door besmettelijke ziekten aangetast takkenhout, snoei- of oogstafval </label></kop><structuurtekst><al>Met betrekking tot het verbranden van door besmettelijke ziekten
                                aangetast takkenhout, snoei- of oogstafval is een praktische insteek
                                met betrekking tot de te volgen procedure wenselijk en noodzakelijk.
                                Afhankelijk van de gebleken urgentie (schriftelijke verklaring of
                                mondeling advies van de Plantenziektenkundige Dienst) kan per
                                omgaande een ontheffing, ingevolge artikel 10.63 Wet milieubeheer en
                                5.5.1 van de APV, voor het verbranden van het aangetaste takkenhout,
                                snoei- of oogstafval worden afgegeven. De twee vastgestelde periodes
                                zijn dan niet van toepassing. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4.REGISTRATIE, AFHANDELING EN HANDHAVING</label></kop><structuurtekst><al>Alle verzoeken om ontheffing worden door het team frontoffice bouwen,
                            wonen en milieu in ontvangst genomen en afgehandeld. Medewerkers team
                            frontoffice zijn hiertoe gemandateerd. </al><al>Door de frontoffice medewerkers wordt bezien op grond van welke
                            regelgeving (Wet milieubeheer en/of APV) het verzoek moet worden
                            afgehandeld. </al><al>In het geval positief beschikt is op het verzoek, wordt door de
                            frontoffice medewerker een afschrift van de verleende ontheffingen
                            toegezonden aan het team handhaving. </al><al>Indien bij het toetsen van de aanvraag blijkt dat niet kan worden
                            voldaan aan de standvoorschriften of dit door de behandelend ambtenaar
                            noodzakelijk wordt geacht, wordt bij de afhandeling van het verzoek tot
                            ontheffing advies ingewonnen bij de brandweer en/of team milieu. </al><al>De BOA's van de afdeling veiligheid en handhaving controleren
                            voorafgaand aan het stoken of de vuurstapel conform de voorschriften,
                            verbonden aan de ontheffing, is opgebouwd. Tevens wordt
                            steekproefsgewijs gecontroleerd of de brandplaats na het stoken conform
                            eerdergenoemde voorschriften is opgeruimd. Van de bevindingen wordt een
                            verslag gemaakt. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5.LEGES</label></kop><structuurtekst><al>Voor een ontheffing op grond van artikel 10.63, tweede lid, Wet
                            milieubeheer kunnen geen leges worden geheven (artikel 15.34a Wet
                            milieubeheer). Voor een ontheffing op grond van artikel 5.5.1 van de APV
                            is het wel mogelijk om leges te heffen. </al><al>In de tarieventabel behorende bij de legesverordening is een algemeen
                            tarief opgenomen van € 13,= voor het in behandeling nemen van een
                            aanvraag voor een ontheffing. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6.DEFENTITIES</label></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Buitengebied </onderstreept></al><al>Bij het verlenen van ontheffingen wordt onder buitengebied in principe
                            het op de kaart behorende bij het bestemmingsplan buitengebied verstaan. </al><al><onderstreept>Erfbeplantingen </onderstreept></al><al>Onder erfbeplanting verstaan we groenstroken, houtsingels, bomen, heggen
                            en hoogstamboomgaarden op of rond het erf of huisperceel. </al><al><onderstreept>Kampvuur </onderstreept></al><al>Onder kampvuur wordt verstaan een vuur op kampen van scouting of vuren
                            op kampeerterreinen die vallen onder de Wet op de Openluchtrecreatie en
                            waarvoor een ontheffing dan wel vergunning ingevolge die wet is vereist. </al><al><onderstreept>Vreugdevuur </onderstreept></al><al>Bij vreugdevuren kan voor de gemeente Leudal met name gedacht worden aan
                            St. Maartensvuren. Het vuur moet in ieder geval in verband gebracht
                            kunnen worden met een (landelijke/regionale) viering waarbij het
                            gebruikelijk is vuren te stoken. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>7.PROCEDURE TOTSTANDKOMING ONTHEFFINGENBELEID</label></kop><structuurtekst><al>In de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een besluit inhoudende
                            een beleidsregel moet worden bekendgemaakt. De in deze nota uitgewerkte
                            regels voor het verlenen van ontheffingen voor het verbranden van
                            afvalstoffen in de openlucht zijn beleidsregels als bedoeld in de
                            Algemene wet bestuursrecht en zullen middels publicatie in ’De
                            Streekbode' bekend worden gemaakt. </al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Aanvraag stookontheffing</titel></kop><al>AANVRAAG STOOKONTHEFFING </al><al>o.g.v. art. 10.2 jo. 10.63 lid 2 van de Wet milieubeheer </al><al>en/of </al><al>artikel 5.5.1 lid 2 van de APV Gemeente Leudal </al><al/><al>Opmerking: </al><al>Stookontheffing wordt alleen verleend mits voldaan wordt aan de voorwaarden die
                    zijn opgenomen in de beleidsnota Stoken vuur in de open lucht, vastgesteld op 19
                    februari 2008; aan het stoken worden voorschriften verbonden w.o. stookperiode:
                    voorjaar (februari en maart) en najaar (oktober en november); aan het in
                    behandeling nemen van de aanvraag zijn leges verbonden. </al><al/><al>Aanvrager : </al><al>Adres : </al><al>Postcode : </al><al>Woonplaats: </al><al>Telefoon : </al><al>Fax </al><al>E-mail : </al><al/><al>vraagt ontheffing in verband met het aanleggen van een vuur in de open lucht
                    voor het verbranden van (keuze maken a.u.b.): </al><al/><al>----m 3 snoeihout (max. 10 m3) </al><al/><al>----m3 snoeihout/onbehandeld hout t.b.v. vreugdevuur (kampvuur max. 1 m 3,
                    vreugdevuren o.a. St. Maarten stookplaats max. 7 m bij 5 m.). </al><al>Aantal Bezoekers: </al><al/><al>_______ m3 ziek snoeihout / loofresten te weten: </al><al>----- advies van plantenziektenkundige dienst toevoegen) </al><al/><al>Afstanden tot: </al><al>-dichtstbijzijnde gebouw : _______________ meter </al><al>-dichtstbijzijnde verharde weg : _______________ meter </al><al>-dichtstbijzijnde bos- of houtopstand : _______________ meter </al><al>-dichtstbijzijnde brandgevoelig object (o.a. tankstations) : _</al><al>______________ meter </al><al/><al>Stooklocatie (adres) : _______________________________ te
                    __________________</al><al/><al>Wanneer het perceel onbebouwd is of niet voorzien is van een huisnummer, moeten
                    de kadastrale gegevens van het perceel waar gestookt zal worden hieronder worden
                    vermeld: </al><al>Kadastrale gemeente , sectie________ nummer(s) ______________</al><al/><al>Periode wanneer gestookt zal worden: _________________________ 200__ </al><al/><al>Naam van de meerderjarige(n) die toezicht zal/zullen uitoefenen: </al><al/><al/><al>Datum: ______________________2008 Handtekening aanvrager(s): </al><al/><al>Dit aanvraagformulier a.u.b. indienen bij gemeente Leudal, team frontoffice
                    bouwen, wonen en milieu, Dorpstraat 1, 6093 EA Heythuysen, faxnr. 0475-859922
                </al></bijlage></regeling></body></cvdr>