<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR93381_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening begraafplaatsen Midden-Drenthe 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteberichten 13 april 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening begraafplaatsen Midden-Drenthe 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt. 147, 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de beheersverordening begraafplaatsen Middenveld, zoals deze is vastgesteld op 27 augustus 1998.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening begraafplaatsen Midden-Drenthe 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: begraafplaats te Bovensmilde, begraafplaats
                                    Kyllot te Smilde, begraafplaats Kerkenveld te Smilde,
                                    begraafplaats te Hoogersmilde (algemene gedeelte), begraafplaats
                                    te Hijken, begraafplaats te Hooghalen, begraafplaats
                                    Eursingerhof te Beilen, begraafplaats aan de Asserstraat te
                                    Beilen, begraafplaats aan de Torenlaan te Beilen, begraafplaats
                                    te Wijster, begraafplaats te Westerbork, begraafplaats te
                                    Witteveen</al></li><li nr="b."><al><cursief>eigen graf</cursief>: een graf, grafkelder daaronder
                                    begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
                                    uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al><cursief>algemeen graf</cursief>: een graf bij de gemeente in
                                    beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het
                                    doen begraven van lijken;</al></li><li nr="d."><al><cursief>eigen urnengraf</cursief>: een graf, grafkelder
                                    daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon
                                    het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al><cursief>algemeen urnengraf</cursief>: een graf bij de gemeente
                                    in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het
                                    doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="f."><al><cursief>eigen </cursief><cursief>urnennis</cursief>: een nis
                                    waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
                                    recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van
                                    asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>urn</cursief>: een voorwerp ter berging van één of meer
                                    asbussen;</al></li><li nr="h."><al><cursief>asbus</cursief>: een bus ter berging van as van een
                                    overledene;</al></li><li nr="i."><al><cursief>verstrooiingsplaats</cursief>: een plaats waarop as
                                    wordt verstrooid;</al></li><li nr="j."><al><cursief>grafbedekking</cursief>: gedenkteken en grafbeplanting
                                    op een graf, een verstrooiingsplaats of gedenkplaats;</al></li><li nr="k."><al><cursief>gedenkplaats</cursief>: een plaats ingericht om
                                    overledenen te gedenken;</al></li><li nr="l."><al><cursief>beheerder</cursief>: de ambtenaar die belast is met de
                                    dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem
                                    vervangt;</al></li><li nr="m."><al><cursief>rechthebbende</cursief>: de rechthebbende op een eigen
                                    graf of urnennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'eigen graf' mede
                                verstaan: eigen urnengraf, eigen urnennis, eigen verstrooiingsplaats
                                en eigen gedenkplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf' mede
                                verstaan: algemeen urnengraf.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk van
                                zonsopgang tot zonsondergang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en
                                wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                                begraafplaatsen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen
                                        zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor
                                        begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden
                                gemeld aan de begraafplaatsbeheerder onder opgave van datum en uur
                                van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III.</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van
                                een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten
                                overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as,
                                en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de
                                hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel van de
                                begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.
                                Als uitzondering hierop, mag het bedienen van hulpmiddelen tevens
                                geschieden door uitvaartverenigingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De nabestaanden kunnen de werkzaamheden genoemd in lid 3 onder
                                toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten
                                indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de
                                voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder
                                hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van
                                deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de
                                aanwijzingen van de beheerder op te volgen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftermijn ten
                                minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of,
                                indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd
                                in artikel 17, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde
                                stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van
                                9.00 tot 17.00 uur; op zaterdag van 9.00 tot 17.00 uur. Begravingen
                                en bezorgen van as dient voor zonsondergang plaats te vinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze
                                tijden afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV.</nr><titel>Indeling en uitgifte van graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: eigen graven en
                                eigen urnengraven; eigen urnennissen; eigen verstrooiingsplaatsen;
                                eigen gedenkplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen de afmetingen van de graven.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aantal overledenen en asbussen per graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een (algemeen of eigen) graf mag één overledene worden begraven
                                en kunnen maximaal twee asbussen (met of zonder urn) worden
                                bijgezet. In de algemene graven kan een door burgemeester en
                                wethouders te bepalen aantal lijken worden begraven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bepaalde gevallen afwijken van
                                de aantallen genoemd in het vorige lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde
                                van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders
                                dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte,
                                indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de
                            algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor
                            de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Termijnen eigen graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde
                                ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen
                                schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van vijfentwintig
                                of vijfendertig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint
                                te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf
                            vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen
                            van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf kan worden overgeschreven ten name van
                                de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of
                                aanverwant tot en met de derde graad. Een grafrecht kan worden
                                overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de
                                rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend verzoek.
                                Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
                                ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien
                                daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe wordt gedaan binnen 6 maanden na het overlijden van de
                                rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de
                                vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan. Indien de rechthebbende is overleden en
                                in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden
                                bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand
                                te worden gedaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden
                                begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek
                                tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan
                                binnen de termijn van 6 maanden, zijn burgemeester en wethouders
                                bevoegd het recht op het eigen graf vervallen te verklaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in de vorige leden genoemde termijn van 6
                                maanden kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op
                                naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht
                                betrekking heeft op een eigen graf of urnenruimte dat inmiddels is
                                geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Einde van de grafrechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafrechten vervallen:</al><lijst><li nr="a."><al>door het verlopen van de termijn;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende afstand doet van het recht;</al></li><li nr="c."><al>indien de begraafplaats wordt opgeheven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de grafrechten vervallen
                                verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de betaling van de vestiging of verlenging van het
                                        grafrecht ondanks een aanmaning niet binnen de in de
                                        aanmaning vermelde termijn is geschied;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende ondanks een aanmaning in verzuim
                                        blijft op grond van deze verordening om de op hem rustende
                                        verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt.</al></li><li nr="c."><al>indien de rechthebbende van een graf is overleden en het
                                        recht niet binnen 6 maanden is overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b. en c.,
                                en het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van
                                de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of andere
                                kosten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>. Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvrage van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen
                                burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door
                                hen vastgestelde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Plaatsen grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) aanbrengen van een grafbedekking geschiedt door de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle kosten voor het aanbrengen van een grafbedekking komen voor
                                rekening van de rechthebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Losse en niet-blijvende materialen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander
                                breekbaar materiaal op een graf te leggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde
                                staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat
                                aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij
                                verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf
                                weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze
                                daartoe tevoren een mondelinge of schriftelijke aanvraag heeft
                                ingediend bij de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn of
                                vervallen van het grafrecht door burgemeester en wethouders worden
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het gaat om een eigen graf of nis waarvan de uitgiftetermijn
                                eindigt, wordt de rechthebbende bij correspondentie over verlenging
                                op de hoogte gesteld van het verwijderen van de grafbedekking. Als
                                de rechthebbende aangeeft de termijn niet te verlengen en afstand
                                doet van de grafbedekking, kunnen burgemeester en wethouders de
                                grafbedekking laten verwijderen zodra de uitgiftetermijn is
                                beëindigd, maar minimaal een jaar na de betreffende correspondentie.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In overige gevallen wordt het voornemen tot verwijdering van de
                                grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd,
                                bekendgemaakt door een mededeling op het mededelingenbord op de
                                begraafplaats. Bij het graf wordt dan een verwijzing naar de
                                mededeling aangebracht. Gedurende dit jaar kan een verzoek ingediend
                                worden bij burgemeester en wethouders, om de grafbedekking na
                                verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking te houden.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:</al><lijst><li nr="a."><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de
                                        termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend
                                        is verstreken;</al></li><li nr="b."><al>de rechthebbende heeft verklaard afstand te doen van de
                                        grafbedekking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een grafbedekking voor
                                rekening en risico van de gemeente tijdelijk weg te nemen, indien
                                dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking goed te onderhouden.
                                Onder dit onderhoud wordt begrepen het rechtzetten, herstellen of
                                vernieuwen, het verven van opschriften, en het bijkleuren of
                                schilderen van stenen en hekwerken en ornamenten, alsmede het
                                regelmatig snoeien van winterharde gewassen en het verwijderen van
                                dode beplanting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle kosten voor het onderhouden, herstellen of vernieuwen van
                                gedenktekens of beplantingen op graven komen voor rekening van de
                                rechthebbende. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de
                                hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna
                                aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende
                                behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de
                                toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door
                                mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres
                                van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voorzien in de mogelijkheid om tegen een
                            jaarlijkse vergoeding of een afkoopsom zorg te dragen voor het periodiek
                            schoonhouden van het gedenkteken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Risico</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekkingen worden geacht voor risico van de
                                    rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als
                                    gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem,
                                    ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende
                                    oorzaken of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een
                                    gedenkteken ten behoeve van een bijzetting en eventuele
                                    gevolgschade voor derden is voor rekening van de rechthebbende
                                    of gebruiker.</al></li><li nr="2."><al>Indien door een ondeugdelijk geworden constructie een situatie
                                    is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken
                                    van een grafbedekking of grafkelder, kan het college van
                                    burgemeester en wethouders direct maatregelen treffen. <vet>De
                                        rechthebbende wordt hiervan op de hoogte
                                        </vet><vet>gesteld.¹</vet></al></li></lijst><al>¹ Aanvulling conform afspraak in raadscommissie Ruimte &amp; groen van
                            16 maart 2005.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen
                                wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                waarop het graf geruimd zal worden bekend gemaakt. Als er geen adres
                                van de rechthebbende bekend is gebeurt dit door een mededeling op
                                het mededelingenbord op de begraafplaats. Bij het graf wordt een
                                verwijzing naar de mededeling geplaatst. Als er wel een adres van de
                                rechthebbende bekend is, delen burgemeester en wethouders per brief
                                mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de
                                rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen, maken
                                zij uiterlijk 1 jaar voor het tijdstip van ruiming per brief het
                                voornemen tot ruiming bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven en as wordt verstrooid op een daartoe
                                bestemd, afgesloten gedeelte van de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
                                kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen,
                                indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.
                                Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een
                                urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor
                                herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een
                                aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze
                                weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders
                                opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen urnengraf of
                                urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus en
                                eventuele urn ter beschikking te houden om elders bij te zetten of
                                om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het
                                kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de
                                indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en
                                de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het
                                kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels
                                stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste
                                lid, 11, tweede lid, 14 en 20, tweede lid van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan burgemeester en wethouders
                                schriftelijk verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen
                                dat er onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de
                                grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats
                                dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stellen
                                burgemeester en wethouders het bestuur van het kerkgenootschap
                                schriftelijk in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven
                                onderhoud en herstel behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid
                                van burgemeester en wethouders onverlet om de rechthebbende op de
                                graven ervan in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden
                                onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII.</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van
                                historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een
                                opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken
                                burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen
                                om op de lijst te worden bijgeschreven. Dit doen zij in overleg met
                                de betreffende uitvaartvereniging. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX.</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het
                                register van de begraven lijken en de bezorgde as.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XI</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Informatie en overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Over de algemene aspecten van de begraafplaatsen vindt jaarlijks
                                overleg plaats tussen vertegenwoordigers van de gemeente en van de
                                uitvaartverenigingen in de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorgenomen ingrijpende beheer- en beleidsmaatregelen worden door de
                                gemeente gepubliceerd in de plaatselijke krant en op de
                                mededelingenborden op de begraafplaatsen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Beheersverordening begraafplaatsen Middenveld, vastgesteld op 27
                            augustus 1998 wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de in artikel
                                32 genoemde verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning is ingediend en voor inwerkingtreding van
                                deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze
                                nieuwe verordening toegepast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met de artikel 3 lid 3 en artikel 4 lid 1
                                en 2 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van de in lid 1 genoemde artikelen kan worden gestraft
                                met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Beheersverordening
                            begraafplaatsen Midden-Drenthe 2005’.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 31 maart 2005,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.Pit</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.W. ter Avest</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting beheersverordening begraafplaatsen Midden-Drenthe
                        2005</titel></kop><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al>Artikel 2</al><al>Voor een eigen graf, eigen urnengraf, eigen urnennis, eigen strooiveld en eigen
                    gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. </al><al>De woorden ‘voor zover van belang’zijn ingevoegd omdat de bepalingen betreffende
                    het ruimen en wegnemen van een asbus alleen werken bij een graf, respectievelijk
                    urnengraf. </al><al>Artikel 3, derde lid </al><al>Dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van personen
                    die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling voor
                    bezoekers.</al><al>Artikel 4</al><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat burgemeester en wethouders het verlenen van
                    die toestemming onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de
                    beheerder (mandaat).</al><al>De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan
                    zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden
                    om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden. Aan een uitzondering op de
                    regel als bedoeld in het tweede lid onder a bestaat behoefte omdat men soms
                    dichtbij het graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. Deze situatie kan
                    uiteraard verschillen per begraafplaats.</al><al>Artikel 5</al><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet
                    volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb.
                    1968, 157) en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen.</al><al>Artikel 6. Opgravingen en ruimen</al><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk
                    voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.</al><al>Artikel 7, eerste lid </al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd.</al><al>De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een
                    bewaarplaats, meestal een urnennis.</al><al>Bij het begraven van een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie uitsluitend
                    toestemming van de burgemeester noodzakelijk.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten
                    zijn niettemin de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats
                    nodig, ook om redenen van veiligheid, in het bijzonder bij het openen en sluiten
                    van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en het personeel van
                    de begraafplaats samen worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een
                    begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar
                    ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware lichamelijke
                    inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om
                    het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het
                    graf zal door het personeel moeten geschieden.</al><al>Artikel 9</al><al>De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de
                    beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan
                    de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is
                    voldaan.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf, indien deze is overleden, in het eigen graf mag worden bijgezet.</al><al>De wettelijke minimum grafrusttijd is de termijn dat een lijk volgens de wet ten
                    minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. </al><al>Artikel 10</al><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een
                    bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd, met uitzondering van zon- en
                    feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen
                    erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de
                    sabbat. Het NederlandsIsraëlitisch kerkgenootschap heeft er daarom belang bij
                    dat de begraafplaatsen op zon- en feestdagen voor een begrafenis kunnen worden
                    opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><al>Artikel 11</al><al>Naast de eigen graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van
                    voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen wordt tegemoet gekomen
                    aan de behoeften van de nabestaanden die de crematie op enige afstand van huis
                    hebben doen plaatsvinden en graag een identificatiepunt in de omgeving hebben om
                    de overledene dichtbij te kunnen gedenken. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld
                    worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is
                    overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><al>Artikel 13</al><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de bodem, of
                    aan een bosbegraafplaats.</al><al>Artikel 14</al><al>Een indeling in categorieën is nodig als burgemeester en wethouders
                    verschillende regels willen vaststellen bijvoorbeeld voor de grafbedekkingen op
                    de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van de
                    begraafplaats.</al><al>Artikel 15</al><al>1e lid: Deze bepaling is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                    veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het
                    moment van de eerste begraving of bijzetting.</al><al>2e lid: De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moeten burgemeester
                    en wethouders volgens het wetsvoorstel de rechthebbende op het graf mededelen
                    dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de
                    begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om
                    verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Zie verder de toelichtingen op de artikelen 23 en 27. Het is van belang om de
                    rechthebbenden mede te delen dat verlenging van de termijn tijdig moet worden
                    aangevraagd.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op eigen
                    graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die graven moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><al>3e lid: Dit stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting
                    rechthebbende kan zijn indien daarvoor gewichtige redenen bestaan (art. 17,
                    eerste en tweede lid).</al><al>Artikel 16</al><al>De constructie van grafkelders dient zodanig te zijn dat lucht tot de grafruimte
                    kan toetreden en hieruit ook afgevoerd kan worden. De afvoer van lucht uit de
                    grafruimte dient zo te geschieden dat daarvan geen hinder kan worden ondervonden
                    (Besluit op de lijkbezorging art 7). Als grafkelders worden aangelegd in
                    situaties met een hoge grondwaterstand, moeten deze vloeistofdicht worden
                    uitgevoerd. </al><al>Artikel 17 </al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf.</al><al>Dit zijn in de eerste plaats de bloed en aanverwanten, genoemd in het eerste lid
                    van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts één
                    persoon als rechthebbende te doen aanwijzen.</al><al>Artikel 18. Afstand doen van graven</al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al><al>Hoofdstuk V. Grafbedekkingen</al><al>Op 25 oktober 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat gedenktekens op
                    graven middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond.
                    De consequentie van deze uitspraak is dat de begraafplaats als eigenaar van van
                    gedenktekens aansprakelijk is voor de schade die het gedenkteken aan een andere
                    grafbedekking of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid). In artikel 17, 21, 22 23, 24 en 26 zijn bepalingen
                    opgenomen die de risico’s voor de gemeente zoveel mogelijk beperken. Dit houdt
                    in dat waar rechthebbenden zijn, zij verantwoordelijk zijn voor het plaatsen,
                    onderhouden en mogelijke schade door risico’s als vandalisme van het
                    gedenkteken. Verder wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er gedenktekens zijn
                    waar geen rechthebbende (meer) is, bijvoorbeeld door zo spoedig mogelijk het
                    recht over te schrijven als de rechthebbend komt te overlijden, of door
                    verwijderen van de steen na aflopen van de graftermijn. </al><al>Artikel 20. Vergunning grafbedekking</al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en eigen graven. De
                    grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan
                    bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de
                    nadere regels van burgemeester en wethouders. Zij zijn ruim geformuleerd zodat
                    zelden een verzoek om ontheffing zal worden ingediend. De vergunningseis omvat
                    het gedenkteken en de winterharde beplantingen.</al><al>Artikel 22. Losse en niet-blijvende materialen</al><al>Vanwege de veiligheid zijn losse breekbare materialen niet toegestaan. </al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over
                    verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de
                    bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbende op de graven is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de
                    rechthebbenden telkenmale per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op
                    het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe
                    daarmee wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te
                    verwijderen omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de
                    begraafplaats.</al><al>Artikel 23. Verwijdering grafbedekking</al><al>De verwijzing bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen
                    alleen aan de grafbezoeker op te vallen. De mededeling dat burgemeester en
                    wethouders voornemens zijn om de grafbedekking te verwijderen wordt ten minste
                    een jaar van te voren gedaan, zowel aan de rechthebbende op een eigen graf als
                    aan degene die koos voor een plaats in een algemeen graf en daarop een
                    grafbedekking aanbracht. De mededeling aan de rechthebbende op een eigen graf
                    dat de grafbedekking zal worden verwijderd kan in veel gevallen gelijktijdig
                    worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en dat het graf
                    zal worden geruimd.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat burgemeester en wethouders het
                    grafrecht vervallen hebben verklaard omdat er na het overlijden van de
                    rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen. In dat geval
                    geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het
                    plaatsen van een mededeling met verwijzing bij het graf gedurende minstens een
                    jaar.</al><al>De grafbedekking blijft nadat zij is verwijderd gedurende drie maanden ter
                    beschikking van de nabestaanden als daarom tijdig tevoren is verzocht.</al><al>Artikel 24. Onderhoud door de rechthebbende</al><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op eigen graven en de termijn
                    van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het
                    minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op eigen
                    graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. </al><al>Artikel 25. Onderhoud door de gemeente</al><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. In de meeste gevallen is
                    het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden gereinigd.</al><al>Artikel 27. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</al><al>De mededeling dat burgemeester en wethouders voornemens zijn om de graven te
                    ruimen wordt gedaan zowel aan de rechthebbenden op eigen graven als aan degenen
                    die kozen voor een plaats in een algemeen graf.</al><al>Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op artikel 23.</al><al>Iedere belanghebbende kan van zijn zienswijze doen blijken, bij voorbeeld omdat
                    het graf van historische betekenis is (zie artikel 29). Aan de rechthebbende op
                    het graf moet ook worden medegedeeld dat hij verlenging van de graftermijn kan
                    vragen volgens artikel 27, eerste lid, van de wet. Hij kan ook vragen om de
                    overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen
                    plaatsen, dan wel elders bij te zetten. Degene die in een algemeen graf heeft
                    doen begraven kan volgens artikel 27, derde lid, een aanvraag indienen om de
                    overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.
                    De mededelingen volgens deze bepaling zijn geen voldoende basis om eigen graven
                    te ruimen.</al><al>Algemene graven kunnen worden geruimd na de wettelijk verplichte termijn van
                    grafrust (10 jaar). Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van
                    algemene graven de stoffelijke overblijfselen c.q. de as een andere bestemming
                    te geven dan die welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de
                    overblijfselen niet worden begraven in het verzamelgraf (de beenderenkuil) en
                    dat de as niet op een algemeen terrein wordt verstrooid. Die andere bestemming
                    zowel voor algemene als eigen grafruimten is zo ruim mogelijk omschreven.</al><al>Zo kan bijvoorbeeld het eigen graf extra diep worden uitgegraven. De
                    overblijfselen kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra diepte worden
                    geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere
                    overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende een volgende generatie in
                    dezelfde familie blijven.</al><al>Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander graf
                    op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een andere
                    begraafplaats.</al><al>Artikel 28 Afwijkende regels gedeelte kerkgenootschap</al><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens de Wet op de lijkbezorging onder het beheer van de
                    gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening op dit gedeelte van toepassing.
                    Burgemeester en wethouders zijn dus verantwoordelijk voor de goede gang van
                    zaken op het ter beschikking van de kerk gestelde gedeelte. Zij kunnen ook
                    voorzien in het minimale onderhoud van de grafbedekkingen op het kerkelijk deel
                    (artikel 25).</al><al>Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                    aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken van de
                    nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de begraafplaats.</al><al>Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van burgemeester en
                    wethouders bericht te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel
                    nodig is van de grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het
                    betreft hier het onderhoud waartoe de rechthebbende op het graf verplicht is
                    (artikel 24). In de praktijk kunnen zich verschillende soorten van gevallen
                    voordoen. Zo kan bij voorbeeld de rechthebbende op een graf nalatig zijn,
                    wellicht omdat deze niet in staat is om voor de grafbedekking te zorgen. Soms
                    ook waakt een kerkgenootschap over de graven als er geen nabestaanden meer in
                    leven zijn.</al><al>Als het kerkbestuur schriftelijk aan burgemeester en wethouders heeft gevraagd
                    om telkenmale als zich de noodzaak van onderhoud of herstel van grafbedekking
                    voordoet, te worden geïnformeerd zal aan dit verzoek moeten worden voldaan. Het
                    kerkgenootschap kan zich dan telkenmale beraden hoe te handelen.</al><al>Artikel 29. Lijst</al><al>Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen
                    door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. Een voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak
                    subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds
                    lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere
                    voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van
                    bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame
                    voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden
                    blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om
                    een deskundige te raadplegen.</al><al>De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de
                    inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de
                    monumentenlijst. Afgesproken is dat met uitvaartverenigingen overleg wordt
                    gevoerd, als dit aan de orde is. </al><al>Artikel 31. Informatievoorziening</al><al>De raad van de gemeente Midden-Drenthe en de uitvaartverenigingen hechten waarde
                    aan een goede informatievoorziening. Om deze reden is dit artikel
                    toegevoegd.</al><al>Artikel 32. Intrekken oude regeling</al><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt. </al><al>Artikel 36. Citeertitel</al><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>