<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR93170_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 01-03-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onder a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">de Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>01 06</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp : Verordening 24 februari 2011 Besluitnr. 01.06</al><al> Reinigingsheffingen 2011</al><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        25 januari 2011;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet </al><al>en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                        rein</vet><vet>i</vet><vet>gingsrechten 2011</vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen 2011)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam `afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt
                                geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk
                                1.1. van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2. van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde belasting moet
                                    worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of
                                    als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daar
                                    van, minder is dan € 3.000,00 en de verschuldigde bedragen door
                                    middel van automatische incasso van de betaalrekening van de
                                    belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                            termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                                            aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
                                            overblijven met een maximum van acht termijnen;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            moeten worden betaald in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><lijst><li nr="3."><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
                                    in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het uitreiken van de
                                    kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na
                                    dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 2 van de tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel
                                worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per
                                belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2.2 van de tarieventabel wordt
                                geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling,
                                dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                                verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 verschuldigd voor zoveel
                                twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er
                                in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.1.
                                bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2.2. van de tarieventabel is
                                verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>het op grond van artikel 14, eerste lid, bedoelde recht moet
                            worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet
                                    maar één aanslag bevat het bedrag daar van minder is dan € 3.000,00 en de verschuldigde
                                    bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de
                                    belastingschuldige kunnen worden</al><al> afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                    oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                    moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
                                    maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
                                    belastingjaar overblijven met een maximum van acht
                                    termijnen;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het
                                    belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald
                                    in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><lijst><li nr="3."><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
                                    in artikel 14, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het uitreiken van de
                                    kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na
                                    dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2011', vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 16 december 2010, wordt ingetrokken met ingang
                                    van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                    heffing.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dagna
                                    die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als `Verordening
                                    reinigingsheffingen 2011’.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>MvH Malden, 24 februari 2011 DE RAAD VOORNOEMD; De raadsgriffier, De
                        plv. voorzitter </ondertekening><ondertekening>L.Bosland. H.J.J.M. Smeets.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>BIJLAGE</tussenkop><tussenkop>Tarieventabel behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen
                    2011’.</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze
                    verschuldigd is. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 1. Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven
                    afvalstoffenheffing</tussenkop><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar </al><al>1.1.1.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                    belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt
                    gebruikt door één persoon € 95,40 </al><al>1.1.2. indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                    belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt
                    gebruikt door meer dan één persoon € 138,48</al><al>1.1.3. De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2. wordt
                    vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                    belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen
                    hebben van een éxtra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke
                    afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) container met een bedrag
                    van € 70,80</al><tussenkop>Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven
                    afvalstoffenheffing</tussenkop><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het ter
                    beschikking stellen van:</al><al>1.2.1 een afvalzak, per afvalzak € 1,04</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven
                    reinigingsrechten</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 2.1. Maatstaven en jaarlijkse tarieven
                    reinigingsrechten</tussenkop><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval bedraagt per
                    bedrijfspand per belastingjaar: € 138,48</al><al>Voor de heffing van dit recht worden:</al><lijst><li nr="a."><al> bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere instellingen
                            omgerekend</al><al> naar aantallen bedrijfspanden door de totale inwonersbezetting bij het
                            begin van het </al><al> belastingjaar te delen door 4;</al></li><li nr="b."><al> scholen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar één
                            bedrijfspand</al><al> per klas- c.q. speel-/werklokaal;</al></li><li nr="c."><al> gezondheidscentra omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar
                            één</al><al> bedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening</al></li></lijst><al><cursief>Hoofdstuk 2.2. Maatstaven en overige tarieven
                        reinigingsrechten</cursief></al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1. bedraagt de belasting voor het ter
                    beschikking stellen van een afvalzak, per afvalzak € 1,04</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="34*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>MvH</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Malden, 24 februari 2011</al><al>DE RAAD VOORNOEMD;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De raadsgriffier,</al></entry><entry colname="col3"><al>De plv. voorzitter,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>L.Bosland.</al></entry><entry colname="col3"><al>H.J.J.M. Smeets.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>