<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR93041_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=44587">Provinciaal Blad, 2013, 77</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening wegen Noord-Brabant 2010, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening wegen Noord-Brabant 2010, art. 5, lid 3b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-21</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0265733</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer en vervoer, wegen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de volgende verordeningen:</al><al>1. de regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module A4 Geluidwerende voorzieningen; 2. de regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module A5 Kabels en leidingen; 3. de regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module B1 Uitwegen; 4. de regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module B3 Vergunningen voor het gebruik van de weg; 5. de regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module B2 Ontsluitingen tankstations; 6. de regling Beleidsnota Wegenbeheer, module B4 Bewegwijzering; 7. de Wijzigingsregeling Module B4 Bewegwijzering; 8. de regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module B6 Gedenktekens.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><al>Gelet op de artikelen 2 en 5, derde lid, onder b, van de Verordening wegen
                        Noord-Brabant 2010;</al><al>Overwegende dat het op grond van artikel 4 van de Verordening wegen
                        Noord-Brabant 2010 verboden is zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de
                        weg te veranderen;</al><al>Overwegende dat het op grond van artikel 5, eerste en tweede lid, van de
                        Verordening wegen Noord-Brabant 2010 verboden is zonder vergunning van
                        Gedeputeerde Staten de weg te gebruiken;</al><al>Overwegende dat de vergunningplicht als bedoeld in artikel 5, eerste en
                        tweede lid, van de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 niet nodig is voor
                        gedenktekens, mits deze door hun aanwezigheid, grootte, plaats of vormgeving
                        de belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 beschermt niet in
                        het geding brengen.</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het belang van de belangen die de
                        Verordening wegen Noord-Brabant 2010 beschermt een goed en consistent
                        vergunningenregime op het gebied van het veranderen van de weg en het
                        gebruiken van de weg wenselijk achten;</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten voor het plaatsen en onderhouden van
                        gedenktekens eveneens nadere regels wensen te stellen, waarbij zij naast de
                        uitvoering van de zorgplicht voor wegen ook rekening willen houden met de
                        belangen van nabestaanden van verkeersslachtoffers op provinciale
                        wegen;</al><al>Overwegende dat de bestaande versnipperde regelgeving voor het veranderen
                        van de weg, het gebruiken van de weg en gedenktekens wijziging behoeft en
                        Gedeputeerde Staten het uit een oogpunt van harmonisatie en deregulering
                        wenselijk achten één nieuwe integrale regeling vast te stellen;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen algemeen</titel></kop><al>In deze regeling wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b. "><al>bebouwde kom: bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c. "><al>Burgemeester en Wethouders: het college van Burgemeester en
                                    Wethouders van de gemeente waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft;</al></li><li nr="d. "><al>CROW: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-
                                    en Wegenbouw en de Verkeerstechniek;</al></li><li nr="e. "><al>erftoegangsweg: weg met een verblijfsfunctie, die zich bevindt
                                    in een verblijfsgebied in een stedelijke of landelijke omgeving
                                    en waarop ontsluiting van percelen kan plaatsvinden;</al></li><li nr="f. "><al>gebiedsontsluitingsweg: weg die de verbindingsschakel vormt
                                    tussen stroomwegen en erftoegangswegen;</al></li><li nr="g."><al> stroomweg: weg, met een nationale of internationale functie
                                    voor het langeafstandsverkeer, die een snelle verbinding vormt
                                    tussen steden, landsdelen of landen;</al></li><li nr="h."><al> tot de weg behorende verkeersvoorziening: element met een
                                    verkeersfunctie die door de bevoegde wegbeheerder in het kader
                                    van diens zorgplicht voor wegen is geplaatst of aangebracht op
                                    of aan de weg.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Veranderen van de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Begripsbepalingen specifiek</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>activiteiten die op weggebruikers zijn gericht: weggebonden
                                    activiteiten of mogelijkheden die voorzien in een onmiddellijke
                                    behoefte van weggebruikers;</al></li><li nr="b. "><al>bijzondere aanduidingen: aanduidingen voor
                                    toeristisch-recreatieve fiets- en wandelroutes als bedoeld in de
                                    Richtlijn bewegwijzering, publicatienummer 222, van het CROW,
                                    aanduidingen van gebieden, aanduidingen van watergangen,
                                    gemeentelijke informatiepanelen, mottoborden en bouwborden.</al></li><li nr="c. "><al>bouwbord: bord waarmee de weggebruiker geïnformeerd wordt over
                                    de uitvoering van een bouw- of onderhoudswerkzaamheden aan de
                                    weg;</al></li><li nr="d. "><al>bovenlokale belangen: activiteiten die aantoonbaar hoofdzakelijk
                                    zijn gericht op bezoekers die buiten de gemeente waarin het
                                    object of terrein gelegen is woonachtig zijn;</al></li><li nr="e."><al> dagrecreatief object of terrein: dagrecreatief object of
                                    terrein als bedoeld in de Richtlijn bewegwijzering,
                                    publicatienummer 222, van het CROW;</al></li><li nr="f."><al> gesloten verharding: asfalt, beton, open verharding met
                                    cementgebonden funderingen, klinkers met voegvulling,
                                    menggranulaat als puin-verharding ten behoeve van de
                                    bovenliggende gesloten verharding en belemmerende ondergrondse
                                    voorzieningen;</al></li><li nr="g. "><al>haven: haven, niet zijnde een industriële haven, bestemd als
                                    opstapplaats voor passagiers te water;</al></li><li nr="h."><al> industrieterrein, bedrijventerrein of kantorenpark: terrein als
                                    bedoeld in de Richtlijn bewegwijzering, publicatienummer 222,
                                    van het CROW, alsmede industriële havens;</al></li><li nr="i. "><al>kabel: buigzame verbinding, bestaande uit één of meer geleiders,
                                    die zijn samengesteld uit draden van metaal of glasvezel en
                                    geschikt zijn voor het transport van elektrische energie,
                                    elektrische signalen of optische signalen;</al></li><li nr="j."><al> kabel of leiding met een openbare functie:
                                    telecommunicatiekabel of niet-gevulde mantelbuis als bedoeld in
                                    de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabel, gasleiding,
                                    waterleiding of riolering;</al></li><li nr="k. "><al>kunstobject: niet verkeersfunctioneel element op de weg dat
                                    dient ter uiting van enige vorm van kunst;</al></li><li nr="l."><al> kunstwerk: civielbouwkundige constructie die onderdeel is van
                                    de weg bij kruising met een andere weg, spoorweg, waterweg of
                                    terreinverdieping;</al></li><li nr="m."><al> leiding: holle buis, vervaardigd van een duurzaam
                                    materiaal;</al></li><li nr="n. "><al>leidingstrook: strook grond die primair is bestemd voor het
                                    leggen van kabels of leidingen, al dan niet voorzien van een
                                    mantelbuis;</al></li><li nr="o."><al> mantelbuis: kunststof of metalen beschermbuis rondom een kabel
                                    of leiding;</al></li><li nr="p."><al> militair object of terrein: object of terrein van het
                                    Ministerie van Defensie;</al></li><li nr="q."><al> mottobord: bord waarmee de weggebruikers geïnformeerd worden
                                    over gewenst verkeersgedrag;</al></li><li nr="r. "><al>nationaal park met een bezoekerscentrum: park als bedoeld in de
                                    Richtlijn bewegwijzering, publicatienummer 222, van het
                                    CROW;</al></li><li nr="s."><al> open verharding: verharding van ongebonden elementen op
                                    zand;</al></li><li nr="t."><al> ontsluiting tankstationterrein: ontsluitingsmogelijkheid naar
                                    de weg van een terrein waarop een motorbrandstofverkooppunt is
                                    gevestigd;</al></li><li nr="u. "><al>reclamebord: bord als bedoeld in artikel 1, onder b, van de
                                    Landschapsverordening Noord-Brabant 2002;</al></li><li nr="v. "><al>recreatiegebied: gebied met een toeristisch-recreatieve
                                    functie;</al></li><li nr="w."><al> reguliere bewegwijzeringborden: borden als bedoeld in hoofdstuk
                                    K, bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="x."><al> strokenbord: verwijzing naar een object of terrein of een groep
                                    van objecten of terreinen met een bord volgens model van de
                                    provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="y. "><al>uitweg: ontsluitingsmogelijkheid van één of meerdere percelen
                                    naar de weg;</al></li><li nr="z."><al> verkeersbord: bord als bedoeld in artikel 4 van het Besluit
                                    administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;</al></li><li nr="aa. "><al>vliegveld: luchthaven uitsluitend of gedeeltelijk bestemd voor
                                    de burgerluchtvaart;</al></li><li nr="ab. "><al>wegenbouwproject: aanleg van een nieuwe weg of de reconstructie
                                    van een bestaande weg;</al></li><li nr="ac."><al> wegtype 1: weg die is ingericht volgens Duurzaam Veilig, zonder
                                    een middenberm en zonder fiets- of voetpaden waarbij de
                                    horizontale liggingafstand van kabels of leidingen wordt
                                    berekend van de hoofdrijbaan;</al></li><li nr="ad."><al> wegtype 2: weg die is ingericht volgens Duurzaam Veilig, met
                                    bermen en fietspaden waarbij de horizontale liggingafstand van
                                    kabels of leidingen wordt berekend vanaf het fietspad;</al></li><li nr="ae. "><al>winkelgebied: gebied dat bestemd is voor de vestiging van
                                    meerdere winkels op één locatie;</al></li><li nr="af. "><al>ziekenhuis: instelling voor onderzoek, behandeling of verpleging
                                    van zieken, inclusief het gebouw waarin de instelling gehuisvest
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Soorten vergunning</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor het veranderen van
                            de weg ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a. "><al>werken van het Rijk, provincies anders dan de provincie
                                    Noord-Brabant, gemeenten, waterschappen of beheerders als
                                    bedoeld in de Spoorwegwet uit hoofde van de zorgplicht voor
                                    wegen of spoorwegen of een andere wettelijke verplichting;</al></li><li nr="b. "><al>kabels of leidingen;</al></li><li nr="c. "><al>uitwegen;</al></li><li nr="d."><al> ontsluitingen van tankstationterreinen;</al></li><li nr="e."><al> aanduidingen van objecten of terreinen op reguliere
                                    bewegwijzeringborden;</al></li><li nr="f. "><al>aanduidingen van objecten of terreinen op strokenborden;</al></li><li nr="g."><al> bijzondere aanduidingen;</al></li><li nr="h. "><al>reclameborden binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="i. "><al>verkiezingsborden;</al></li><li nr="j. "><al>kunstobjecten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Algemene vergunningvereisten</titel></kop><al>Om voor een vergunning als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen,
                            wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> de periode waarin de verandering van de weg wordt gerealiseerd,
                                    is verenigbaar met de werkzaamheden die de provincie
                                    Noord-Brabant in dezelfde periode op dezelfde weg uitvoert;</al></li><li nr="b."><al> de verandering van de weg tast de kwaliteit van de weg niet
                                    aan;</al></li><li nr="c. "><al>de verandering van de weg vormt geen belemmering voor het doel,
                                    de functionaliteit, het onderhoud van de weg of van tot de weg
                                    behorende verkeersvoorzieningen;</al></li><li nr="d. "><al>de verandering van de weg vormt geen belemmering voor het
                                    uitzicht van weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg
                                    behorende verkeersvoorzieningen;</al></li><li nr="e."><al> voor het realiseren van de verandering van de weg is voldoende
                                    fysieke ruimte beschikbaar;</al></li><li nr="f. "><al>onverminderd de onderdelen a tot en met e is de verandering van
                                    de weg niet strijdig met de belangen die de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant 2010 beschermt;</al></li><li nr="g."><al> onverminderd de onderdelen a tot en met f is de verandering van
                                    de weg niet strijdig met het bepaalde in de Provinciale
                                    milieuverordening Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Vergunningvereisten kabels of leidingen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor alle kabels of leidingen de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>de kabel of leiding heeft een openbare of daarmee gelijk te
                                    stellen functie;</al></li><li nr="b. "><al>een kabel of leiding ligt in een mantelbuis, tenzij daarvoor
                                    onvoldoende fysieke ruimte beschikbaar is;</al></li><li nr="c. "><al>een kabel of leiding ligt niet in de lengterichting onder een
                                    gesloten verharding van de hoofdrijbaan, met uitzondering van
                                    telecommunicatiekabels of elektriciteitskabels waarvoor in de
                                    berm van de weg onvoldoende fysieke ruimte beschikbaar is of
                                    wordt;</al></li><li nr="d. "><al>een onderhoudsgevoelige kabel of leiding ligt niet onder een
                                    fietspad;</al></li><li nr="e."><al> een kabel of leiding ligt uitsluitend in een kunstwerk indien
                                    het kunstwerk op de ontvangstdatum van de aanvraag beschikt over
                                    mantelbuizen of holle ruimten die voor de ligging van een kabel
                                    of leiding zijn gereserveerd;</al></li><li nr="f."><al> een kabel of leiding ligt op zodanige afstand dat aan bomen en
                                    struiken geen schade wordt toegebracht.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, gelden voor kabels of leidingen die
                            parallel aan de weg liggen het vereiste dat een kabel of leiding voldoet
                            aan de horizontale en verticale liggingvereisten, opgenomen in bijlage
                            1.</al><al>Onverminderd het eerste lid, gelden voor kabels of leidingen die de weg
                            kruisen de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> een kabel of leiding wordt door middel van een persing of
                                    gestuurde boring gelegd of verlegd, met uitzondering van een
                                    open ontgraving voor het leggen of verleggen van een kabel of
                                    leiding tijdens een reconstructie van de weg;</al></li><li nr="b."><al> een kabel of leiding voldoet aan de horizontale en verticale
                                    liggingvereisten als bepaald in bijlage 1 van deze
                                    regeling.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, gelden voor kabels of leidingen die
                            watergangen of sloten kruisen de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>een kabel of leiding die een watergang of sloot kruist die niet
                                    in beheer of onderhoud is bij de provincie Noord-Brabant,
                                    voldoet aan de liggingvereisten van de beheerder van de
                                    watergang of sloot;</al></li><li nr="b. "><al>een kabel of leiding die een watergang of sloot kruist die in
                                    beheer of onderhoud is bij de provincie Noord-Brabant, ligt op
                                    een minimale diepte van 0,80 meter, gerekend vanaf de bovenkant
                                    van de kabel of leiding tot de slootbodem.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, gelden voor kabels of leidingen die
                            parallel aan elkaar liggen de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>een kabel of leiding ligt in de horizontale ligging zo ver
                                    mogelijk verwijderd van een andere kabel of leiding als
                                    ruimtelijk en technisch mogelijk is;</al></li><li nr="b. "><al>een gecombineerde horizontale ligging voldoet aan het bepaalde
                                    in bijlage 1 van deze regeling;</al></li><li nr="c. "><al>voor een gecombineerde verticale ligging hebben alle kabels of
                                    leidingen dezelfde functie.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, gelden voor kabels of leidingen die elkaar
                            kruisen de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> voor de horizontale ligging geldt dat de kruising van een kabel
                                    of leiding met een andere kabel of leiding haaks wordt
                                    uitgevoerd;</al></li><li nr="b. "><al>voor de verticale ligging geldt een minimale afstand van 0,20
                                    meter tussen de kruisende kabels of leidingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vergunningvereisten uitwegen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor uitwegen de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>de uitweg ontsluit niet op een stroomweg;</al></li><li nr="b. "><al>de uitweg ontsluit uitsluitend op een gebiedsontsluitingsweg
                                    indien: </al><lijst><li nr="1e"><al> geen andere uitwegmogelijkheid beschikbaar is; en</al></li><li nr="2e"><al> bundeling van uitwegen met één of meerdere naastgelegen
                                            percelen ruimtelijk of technisch onmogelijk is;</al></li><li nr=""><al>tenzij de gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom
                                            is gelegen;</al></li></lijst></li><li nr="c. "><al>de aanvraag heeft betrekking op de eerste uitweg van het
                                    perceel, tenzij een tweede uitweg in het belang van de
                                    verkeersveiligheid of een efficiënte bedrijfsvoering
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="d. "><al>er is voldoende uitzicht om veilig en onbelemmerd de uitweg in-
                                    en uit te rijden;</al></li><li nr="e."><al> de uitweg ligt meer dan 150 meter van een gelijkvloerse
                                    kruising van wegen, een invoegstrook of een uitvoegstrook;</al></li><li nr="f. "><al>de uitweg ligt op een andere locatie dan waar tot de weg
                                    behorende verkeersvoorzieningen zijn gelegen die het veilig en
                                    onbelemmerd in- en uitrijden van de uitweg kunnen beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vergunningvereisten ontsluitingen van
                                tankstationterreinen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor ontsluitingen van
                            tankstationterreinen gelegen binnen de bebouwde kom de vereisten als
                            bedoeld in artikel 6. Onverminderd artikel 4, gelden voor aanvragen voor
                            ontsluitingen van tankstationterreinen gelegen buiten de bebouwde kom de
                            volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> het perceel ontsluit uitsluitend op een gebiedsontsluitingsweg
                                    indien: </al><lijst><li nr="1e "><al>geen andere uitwegmogelijkheid beschikbaar is; en</al></li><li nr="2e "><al>bundeling van uitwegen met één of meerdere naastgelegen
                                            percelen waarop activiteiten plaatsvinden die op
                                            weggebruikers zijn gericht ruimtelijk of technisch
                                            onmogelijk is;</al></li></lijst></li><li nr="b. "><al>de aanvraag heeft betrekking op de eerste ontsluiting van het
                                    tankstationterrein;</al></li><li nr="c. "><al>er is voldoende uitzicht om veilig en onbelemmerd de ontsluiting
                                    van het tankstationterrein in- en uit te rijden;</al></li><li nr="d. "><al>het tankstationterrein kan uitsluitend worden bereikt door
                                    gebruikmaking van een voorsorteervak linksaf, een voorsorteervak
                                    rechtsaf of een uitvoegstrook.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of
                                terreinen op reguliere bewegwijzeringborden</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor het aanduiden van objecten of
                            terreinen op reguliere bewegwijzeringborden de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het object of terrein kan niet worden bereikt door de bestaande
                                    reguliere bewegwijzeringborden te volgen;</al></li><li nr="b. "><al>het object of terrein is: </al><lijst><li nr="1e "><al>een industrieterrein, bedrijventerrein of kantorenpark
                                            met een oppervlakte van minimaal 50 hectare;</al></li><li nr="2e "><al>een vliegveld of haven van waaruit minimaal 25.000
                                            reizigers per kalenderjaar worden vervoerd;</al></li><li nr="3e "><al>een ziekenhuis;</al></li><li nr="4e "><al>een dagrecreatief object of terrein met minimaal 500.000
                                            bezoekers per kalenderjaar en op een maximale rijafstand
                                            van 10 kilometer ligt gerekend vanaf de weg;</al></li><li nr="5e "><al>een nationaal park met een bezoekerscentrum;</al></li><li nr="6e "><al>een recreatiegebied dat in het gemeentelijk
                                            bestemmingsplan als zodanig is aangeduid;</al></li><li nr="7e "><al>een winkelgebied dat in het gemeentelijk bestemmingsplan
                                            als zodanig is aangeduid;</al></li><li nr="8e "><al>een militair object of terrein;</al></li><li nr="9e "><al>een object of terrein met een eigen ontsluiting of eigen
                                            zijweg met het karakter van een openbare weg op de
                                            weg;</al></li><li nr="10e "><al>een object of terrein met een hoge verkeersaantrekkende
                                            werking waardoor aanduiding met behulp van reguliere
                                            bewegwijzering vanwege de verkeersveiligheid
                                            noodzakelijk is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of
                                terreinen op strokenborden</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor het aanduiden van objecten of
                            terreinen op strokenborden de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het object of terrein komt niet in aanmerking voor aanduiding op
                                    reguliere bewegwijzeringborden;</al></li><li nr="b. "><al>het object of terrein kan niet worden bereikt door de bestaande
                                    reguliere bewegwijzeringborden te volgen;</al></li><li nr="c. "><al>de aanvraag heeft betrekking op maximaal 2 strokenborden per
                                    weg;</al></li><li nr="d. "><al>het object of terrein ligt buiten de bebouwde kom, met
                                    uitzondering van objecten of terreinen binnen de bebouwde kom
                                    waar de weg buiten de bebouwde kom onderdeel uitmaakt van de
                                    naar die objecten en terreinen op gemeentelijke wegen verwezen
                                    route;</al></li><li nr="e. "><al>het object of terrein voorziet in één of meerdere bovenlokale
                                    belangen;</al></li><li nr="f. "><al>het object of terrein heeft een eigen ontsluiting of eigen
                                    zijweg met het karakter van een openbare weg op de weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Vergunningvereisten reclameborden binnen de bebouwde
                                kom</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor reclameborden de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>de locatie van het reclamebord ligt binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b. "><al>de maatvoering, vormgeving en kleurstelling van het reclamebord
                                    voldoen aan het door Burgemeester en Wethouders vastgestelde
                                    beleid over reclameborden of, bij gebreke daaraan, aan de
                                    maatvoering, vormgeving en kleurstelling als bepaald in de
                                    Landschapsverordening Noord-Brabant 2002.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Vergunningvereisten verkiezingsborden</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor verkiezingsborden de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>de locatie van het verkiezingsbord ligt binnen de bebouwde
                                    kom;</al></li><li nr="b. "><al>het verkiezingsbord is bevestigd aan andere elementen of
                                    voorwerpen dan aan bomen, beplantingen of tot de weg behorende
                                    verkeersvoorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Vergunningvereisten kunstobjecten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunningaanvraag voor een
                            kunstobject indienen. Onverminderd artikel 4, gelden voor kunstobjecten
                            de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur heeft een
                                    positief oordeel gegeven over het ontwerp van het
                                    kunstobject;</al></li><li nr="b. "><al>uitgezonderd een kunstobject dat in verband met een
                                    wegenbouwproject wordt geplaatst, wordt een kunstobject
                                    uitsluitend binnen de bebouwde kom of op een rotonde die direct
                                    grenst aan de bebouwde kom geplaatst;</al></li><li nr="c. "><al>uitgezonderd een kunstobject op het middenterrein van een
                                    rotonde, wordt het kunstobject buiten de obstakelvrije zone van
                                    4,5 meter voor gebiedsontsluitingswegen of 6 meter voor
                                    stroomwegen geplaatst;</al></li><li nr="d. "><al>het kunstobject op het middenterrein van een rotonde beslaat
                                    maximaal 50% van het grondoppervlak van het middenterrein;</al></li><li nr="e."><al> het kunstobject is van niet-reflecterend materiaal
                                    gemaakt;</al></li><li nr="f. "><al>het kunstobject bestaat uit statische delen;</al></li><li nr="g. "><al>het kunstobject bevat geen scherpe of boven de weg uitstekende
                                    elementen;</al></li><li nr="h. "><al>het kunstobject is ondergeschikt aan de technische en
                                    verkeerstechnische inrichting van de weg;</al></li><li nr="i. "><al>het kunstobject heeft een minimale breekkans;</al></li><li nr="j. "><al>het kunstobject is zo veel mogelijk vandalismebestendig.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Kosten veranderen van de weg</titel></kop><al>De vergunninghouder draagt de kosten die voor het veranderen van de weg
                            moeten worden gemaakt. De vergunninghouder onderhoudt de verandering van
                            de weg en draagt daarvoor de kosten, tenzij Gedeputeerde Staten anders
                            hebben bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Vereisten aanvraag</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4:2 Awb, bevat de aanvraag de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a. "><al>plaatsaanduiding op de weg, onder vermelding van het wegnummer
                                    van de weg;</al></li><li nr="b. "><al>aard en wijze van de verandering van de weg;</al></li><li nr="c. "><al>uitwerking van het gestelde onder a en b in een detailtekening
                                    die voldoet aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="1e "><al>de schaal van de tekening is 1:500, eventuele details
                                            worden getekend op een schaal van 1:200, de tekeningen
                                            bevatten een pijl die naar het noorden wijst en de
                                            juiste coördinaten;</al></li><li nr="2e "><al>iedere tekening bevat een tekeninghoofd met een uniek
                                            nummer en een vermelding van de datum waarop de tekening
                                            voor het laatst is gewijzigd;</al></li><li nr="3e "><al>iedere tekening vermeldt de opdrachtgever;</al></li><li nr="4e "><al>iedere tekening vermeldt de maatvoeringen ten opzichte
                                            van vaste meetpunten in de omgeving;</al></li></lijst></li><li nr="d. "><al>tijdsplanning waaruit blijkt hoeveel tijd de realisering van de
                                    beoogde verandering van de weg in beslag zal nemen;</al></li><li nr="e. "><al>materiaalkeuze;</al></li><li nr="f. "><al>voorstel over te treffen verkeersmaatregelen gedurende de onder
                                    d bedoelde periode;</al></li><li nr="g. "><al>naam en telefoonnummer van de contactpersoon van de aanvrager
                                    die aanwezig is bij de realisering van de verandering van de
                                    weg;</al></li><li nr="h. "><al>voor zover beschikbaar de reeds verleende vergunningen,
                                    ontheffingen en toestemmingen op grond van andere regelgeving
                                    dan de Verordening wegen Noord-Brabant 2010;</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor het leggen,
                            verleggen, wijzigen of verwijderen van kabels of leidingen in verband
                            met een verandering van de weg door de provincie Noord-Brabant het
                            verslag van de bouwvergadering voorbereiding kabels of leidingen;
                            Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een uitweg:</al><lijst><li nr="a. "><al>het aantal en soort uitwegen waarover het perceel reeds
                                    beschikt, ingetekend in de detailtekening als bedoeld in het
                                    eerste lid, onder c;</al></li><li nr="b. "><al>omschrijving van het soort uitweg en het beoogde gebruik;</al></li><li nr="c. "><al>omschrijving van het soort en aantal benodigde dammen, duikers
                                    en andere voorzieningen die nodig zijn om de uitweg te
                                    realiseren of wijzigen;</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een ontsluiting van
                            een tankstationterrein:</al><lijst><li nr="a. "><al>het aantal en soort ontsluitingen waarover het perceel reeds
                                    beschikt, ingetekend in de detailtekening als bedoeld in het
                                    eerste lid, onder c;</al></li><li nr="b. "><al>omschrijving van de soort ontsluiting en het beoogde
                                    gebruik;</al></li><li nr="c. "><al>omschrijving van het soort en aantal benodigde dammen, duikers
                                    en andere voorzieningen die nodig zijn om de ontsluiting te
                                    realiseren of wijzigen;</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een aanduiding van
                            een object of terrein op reguliere bewegwijzeringborden of op
                            strokenborden een beschrijving van de activiteiten die vanuit, in of op
                            het object of terrein plaatsvinden; Onverminderd het eerste lid, bevat
                            de aanvraag voor een kunstobject het oordeel van het Brabants
                            Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur over het kunstobject.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Onvolledige aanvraag</titel></kop><al>Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de
                            beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking
                            op de aanvraag, stellen Gedeputeerde Staten de aanvrager éénmalig in de
                            gelegenheid de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van vier
                            weken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Gebruiken van de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Begripsbepalingen specifiek</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>evenement: elke toegankelijke activiteit van vermaak op of nabij
                                    de weg, met uitzondering van weekmarkten als bedoeld in artikel
                                    160 van de Gemeentewet, betogingen, samenkomsten en
                                    vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties en
                                    wedstrijden met voertuigen als bedoeld in artikel 10 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 en wedstrijden zonder voertuigen;</al></li><li nr="b. "><al>gebruiken van de weg: handelingen waarmee de weg op enigerlei
                                    wijze anders dan voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt;</al></li><li nr="c. "><al>motorrijtuigen: motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 alsmede motorvoertuigen als bedoeld in
                                    artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="d. "><al>standplaats: locatie, niet aard- of nagelvast op de weg
                                    aanwezig, van waaruit goederen of diensten worden
                                    aangeboden;</al></li><li nr="e. "><al>verkeersregelaar: verkeersregelaars als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Regeling verkeersregelaars 2009;</al></li><li nr="f. "><al>voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990 alsmede de voertuigen als
                                    bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;</al></li><li nr="g."><al> wedstrijd: activiteit gericht op prestatievergelijkingen tussen
                                    de deelnemers waarbij een prijs, beloning of aandenken in het
                                    vooruitzicht wordt gesteld;</al></li><li nr="h. "><al>wedstrijd met voertuigen: wedstrijd als bedoeld in artikel 10
                                    van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="i. "><al>weggebruikers: weggebruikers als bedoeld in artikel 1 van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Soorten vergunning</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor het gebruiken van de
                            weg ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a. "><al>evenementen;</al></li><li nr="b. "><al>wedstrijden;</al></li><li nr="c. "><al>activiteiten, niet zijnde evenementen of wedstrijden;</al></li><li nr="d. "><al>voorwerpen in verband met evenementen of wedstrijden;</al></li><li nr="e. "><al>standplaatsen;</al></li><li nr="f. "><al>spandoeken;</al></li><li nr="g."><al> bouwafvalcontainers;</al></li><li nr="h. "><al>stoffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Algemene vergunningvereisten</titel></kop><al>Om voor een vergunning als bedoeld in artikel 17 in aanmerking te komen,
                            wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>de periode waarin het gebruiken van de weg plaatsvindt, is
                                    verenigbaar met de werkzaamheden die de provincie Noord-Brabant
                                    in dezelfde periode op dezelfde weg uitvoert;</al></li><li nr="b. "><al>de kwaliteit van de weg blijft door het gebruiken van de weg
                                    onaangetast;</al></li><li nr="c. "><al>door het gebruiken van de weg blijven het doel van de weg, de
                                    functionaliteit van de weg, het onderhoud van de weg of van tot
                                    de weg behorende verkeersvoorzieningen onbelemmerd;</al></li><li nr="d. "><al>door het gebruiken van de weg blijven het uitzicht van
                                    weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg behorende
                                    verkeersvoorzieningen onbelemmerd;</al></li><li nr="e. "><al>voor het gebruiken van de weg is voldoende fysieke ruimte
                                    beschikbaar;</al></li><li nr="f. "><al>door het gebruiken van de weg wordt geen overlast, hinder of
                                    schade voor het milieu als bedoeld in de Wet milieubeheer
                                    veroorzaakt;</al></li><li nr="g. "><al>door het gebruiken van de weg vindt geen aantasting van het
                                    karakter of de functie van objecten of gebieden plaats.</al></li><li nr="h. "><al>onverminderd de onderdelen a tot en met g is het gebruiken van
                                    de weg niet strijdig met de belangen die de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant 2010 beschermt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Vergunningvereisten evenementen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor evenementen de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het evenement vindt plaats binnen de bebouwde kom, tenzij het
                                    evenement van internationale, nationale of regionale betekenis
                                    of karakter is;</al></li><li nr="b."><al> er is een omleidingroute bepaald waarbij: </al><lijst><li nr="1e "><al>de omleidingroute gaat over wegen die zo veel mogelijk
                                            gelijkwaardig zijn aan de weg die voor het evenement
                                            gebruikt wordt;</al></li><li nr="2e "><al>aan de wegen die onderdeel zijn van de omleidingroute
                                            geen wegwerkzaamheden plaatsvinden waardoor de extra
                                            verkeersdrukte op de omleidingroute leidt tot
                                            verkeersonveiligheid of belemmering van de doorstroming
                                            van het verkeer;</al></li><li nr="3e "><al>op de wegen die onderdeel zijn van de omleidingroute
                                            geen extra verkeersdrukte wordt verwacht in verband met
                                            daaraan gelegen objecten of terreinen die geopend zijn
                                            op een zondag, Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Tweede
                                            Paasdag, Koninginnedag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag,
                                            Tweede Pinksterdag of Tweede Kerstdag;</al></li></lijst></li><li nr="c. "><al>de bereikbaarheid voor hulpdiensten is gegarandeerd;</al></li><li nr="d. "><al>de uitvoerbaarheid van de dienstregeling voor het openbaar
                                    vervoer is gegarandeerd;</al></li><li nr="e. "><al>in voldoende parkeerfaciliteiten is voorzien afgestemd op het
                                    verwachte bezoekersaantal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Vergunningvereisten wedstrijden, niet zijnde
                                wedstrijden met voertuigen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor wedstrijden, niet zijnde
                            wedstrijden met voertuigen, de vereisten als bedoeld in artikel 19 met
                            dien verstande dat een omleidingsroute als bedoeld in artikel 19, onder
                            b, niet vereist is in het geval het verkeer op de weg kruisende wegen
                            kortstondig staande wordt gehouden door de Politie of door
                            verkeersregelaars.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Vergunningvereisten standplaatsen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor standplaatsen de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>de standplaats wordt ingenomen op een carpool- of
                                    parkeerplaats;</al></li><li nr="b. "><al>de aanvraag betreft de eerste standplaats op de carpool- of
                                    parkeerplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Vergunningvereisten spandoeken</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor spandoeken buiten de bebouwde kom
                            de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het spandoek verkondigt een boodschap die bijdraagt aan de
                                    belangen die de Verordeing wegen Noord-Brabant 2010
                                    beschermt;</al></li><li nr="b. "><al>het spandoek wordt buiten de obstakelvrije zone van 4,5 meter
                                    voor gebiedsontsluitingswegen of 6 meter voor stroomwegen
                                    geplaatst;</al></li><li nr="c. "><al>het spandoek is niet bevestigd aan tot de weg behorende
                                    verkeersvoorzieningen.</al></li></lijst><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor spandoeken binnen de bebouwde kom
                            de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het spandoek bevat andere opschriften of afbeeldingen dan
                                    handelsreclame;</al></li><li nr="b. "><al>het spandoek wordt in de berm van de weg geplaatst;</al></li><li nr="c. "><al>het bepaalde in het eerste lid, onder c, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Vergunningvereisten bouwafvalcontainers</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor bouwafvalcontainers de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>een locatie buiten de weg is niet beschikbaar;</al></li><li nr="b. "><al>de bouwafvalcontainer buiten de bebouwde kom wordt buiten de
                                    obstakelvrije zone van 4,5 meter voor gebiedsontsluitingswegen
                                    of 6 meter voor stroomwegen geplaatst;</al></li><li nr="c. "><al>de bouwafvalcontainer binnen de bebouwde kom wordt zo dicht als
                                    de fysiek beschikbare ruimte toelaat bij het perceel van de
                                    aanvrager geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Vergunningvereisten stoffen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor stoffen overeenkomstige vereisten
                            als voor bouwafvalcontainers als bedoeld in artikel 23.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Ontheffing wedstrijd met voertuigen in meerdere
                                gemeenten</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen voor een wedstrijd met
                            voertuigen die plaatsvindt in meerdere gemeenten; Gedeputeerde Staten
                            verlenen geen ontheffing voor wedstrijden met motorrijtuigen die geheel
                            of gedeeltelijk op de weg plaatsvinden waarbij sprake is van
                            vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van deelnemers,
                            hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van
                            bedrijfsstoffen; Het tweede lid geldt niet voor puzzel-, foto-, of
                            oriërentatietoertochten met motorrijtuigen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Verklaring van geen bezwaar wedstrijd met voertuigen
                                binnen één gemeente</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een verklaring van geen bezwaar verlenen voor
                            een wedstrijd met voertuigen die plaatsvindt binnen één gemeente;
                            Gedeputeerde Staten verlenen geen verklaring van geen bezwaar voor
                            wedstrijden met motorrijtuigen die geheel of gedeeltelijk op de weg
                            plaatsvinden waarbij sprake is van vaststelling of vergelijking van
                            prestaties hetzij van deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van
                            onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen; Het tweede lid geldt
                            niet voor puzzel-, foto-, of oriërentatietoertochten met
                            motorrijtuigen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Vereisten ontheffing en verklaring van geen
                                bezwaar</titel></kop><al>Onverminderd artikel 148, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en
                            artikel 18, wordt om voor een ontheffing als bedoeld in artikel 25 en
                            een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 26 in aanmerking
                            te komen voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 19.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Kosten gebruiken van de weg</titel></kop><al>De vergunninghouder draagt de kosten die voor het gebruiken van de weg
                            moeten worden gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Vereisten aanvraag</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4:2 Awb, bevat de aanvraag om een vergunning,
                            ontheffing of verklaring van geen bezwaar de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a. "><al>plaatsaanduiding op de weg, onder vermelding van het wegnummer
                                    van de weg;</al></li><li nr="b. "><al>beschrijving van de aard en de wijze van het gebruiken van de
                                    weg;</al></li><li nr="c. "><al>datum en tijden van het gebruiken van de weg;</al></li><li nr="d. "><al>naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bereikbaar is
                                    tijdens het gebruiken van de weg;</al></li><li nr="e. "><al>voor zover beschikbaar de reeds verleende vergunningen,
                                    ontheffingen en toestemmingen op grond van andere regelgeving
                                    dan de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een evenement:</al><lijst><li nr="a. "><al>een voorstel over de omleidingroute en te treffen
                                    verkeersmaatregelen, getekend op een topografische kaart op
                                    schaal 1:100.000;</al></li><li nr="b. "><al>aanduiding van de parkeerfaciliteiten, ingetekend op de kaart
                                    als bedoeld onder a;</al></li><li nr="c. "><al>naam en telefoonnummer van de contactpersoon die de
                                    verkeersmaatregelen treft.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste en het tweede lid, bevat de aanvraag voor een
                            wedstrijd:</al><lijst><li nr="a. "><al>het reglement waaronder de wedstrijd wordt gehouden;</al></li><li nr="b. "><al>een verklaring van geen bezwaar van de Politie.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste lid tot en met derde lid, bevat de aanvraag voor
                            een wedstrijd met voertuigen:</al><lijst><li nr="a. "><al>een beschrijving van het aantal en de soort deelnemende
                                    voertuigen;</al></li><li nr="b. "><al>een bewijs van verzekering overeenkomstig de Wet
                                    aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen als bedoeld in
                                    artikel 148, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst><al>Onverminderd het eerste tot en met het vierde lid, bevat de aanvraag
                            voor een wedstrijd met voertuigen die plaatsvindt in meerdere gemeenten
                            een verklaring van geen bezwaar van de Burgemeesters van de gemeenten
                            waardoor de route van de wedstrijd met voertuigen loopt en van de
                            beheerders van de in de route voorkomende wegen welke niet in beheer
                            zijn bij het Rijk, de provincie of een gemeente. Onverminderd het eerste
                            lid, bevat de aanvraag voor een spandoek een beschrijving van het doel
                            van het spandoek en het opschrift of de afbeeldingen op het
                            spandoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Termijnen aanvraag</titel></kop><al>Aanvragen voor lokale of regionale evenementen of wedstrijden zijn 8
                            weken vóórdat het evenement of de wedstrijd plaatsvindt ingediend;
                            Aanvragen voor nationale of internationale evenementen of wedstrijden
                            zijn 12 weken vóórdat het evenement of de wedstrijd plaatsvindt
                            ingediend; Aanvragen voor activiteiten niet zijnde evenementen of
                            wedstrijden zijn 8 weken vóórdat de activiteit niet zijnde een evenement
                            of wedstrijd plaatsvindt ingediend; Aanvragen voor voorwerpen of stoffen
                            zijn 4 weken voordat het voorwerp of de stof op de weg wordt geplaatst
                            of aangebracht ingediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Onvolledige aanvraag</titel></kop><al>Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de
                            beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking
                            op de aanvraag, stellen Gedeputeerde Staten de aanvrager éénmalig in de
                            gelegenheid de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van twee
                            weken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4 Gedenktekens</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 32 Begripsbepalingen specifiek</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>nabestaande: persoon of personen waarvan een naaste het
                                    dodelijke slachtoffer is geworden van het verkeer op de
                                    weg;</al></li><li nr="b. "><al>veiligheidsvest: oranjerood vest als bedoeld in de norm NEN-EN
                                    471:2003+A1:2008.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Vereisten plaatsing</titel></kop><al>Voor het gebruiken van de weg door het plaatsen van een gedenkteken
                            wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het gedenkteken dient ter nagedachtenis aan een menselijk
                                    slachtoffer van een verkeersongeluk op de weg;</al></li><li nr="b. "><al>plaatsing van het gedenkteken geschiedt door of in opdracht van
                                    de nabestaande die het gedenkteken wil plaatsen;</al></li><li nr="c. "><al>het gedenkteken past zo veel mogelijk in de omgeving waarin het
                                    gedenkteken wordt geplaatst;</al></li><li nr="d. "><al>het gedenkteken is niet hoger dan 1,00 meter en niet breder of
                                    dieper dan 0,50 meter;</al></li><li nr="e. "><al>het gedenkteken wordt in de berm geplaatst, zo ver als
                                    ruimtelijk mogelijk verwijderd van de hoofdrijbaan;</al></li><li nr="f. "><al>het gedenkteken is niet bevestigd aan een tot de weg behorende
                                    verkeersvoorziening;</al></li><li nr="g. "><al>op of naast het gedenkteken wordt geen verlichting
                                    geplaatst;</al></li><li nr="h. "><al>onverminderd de onderdelen c tot en met g veroorzaakt de
                                    aanwezigheid, grootte, plaats en vormgeving van het gedenkteken
                                    geen hinder of overlast voor het verkeer op de weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Vereisten onderhoud</titel></kop><al>Voor het onderhouden van een gedenkteken op de weg wordt voldaan aan de
                            volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a. "><al>het onderhoud van het gedenkteken wordt uitgevoerd door of in
                                    opdracht van de nabestaande die het gedenkteken op de weg heeft
                                    geplaatst;</al></li><li nr="b. "><al>de uitvoering van het onderhoud, bedoeld onder a, geschiedt op
                                    een veilige en milieuvriendelijke wijze;</al></li><li nr="c. "><al>de nabestaande die bij het gedenkteken aanwezig is, of degene
                                    die het onderhoud aan het gedenkteken uitvoert, draagt een
                                    veiligheidsvest.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Termijn aanwezigheid</titel></kop><al>Een gedenkteken mag gedurende onbepaalde tijd op de weg aanwezig zijn,
                            tenzij verwijdering of verplaatsing in verband met de zorgplicht voor
                            wegen vereist is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Kosten plaatsing, onderhoud en verwijdering</titel></kop><al>De nabestaande draagt de kosten die voor de plaatsing, het onderhoud en
                            de verwijdering van het gedenkteken moeten worden gemaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 37 Intrekking</titel></kop><al>De regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module A4 Geluidwerende
                            voorzieningen wordt ingetrokken. De regeling Beleidsnota Wegenbeheer,
                            module A5 Kabels en leidingen wordt ingetrokken. De regeling Beleidsnota
                            Wegenbeheer, module B1 Uitwegen wordt ingetrokken. De regeling
                            Beleidsnota Wegenbeheer, module B3 Vergunningen voor het gebruik van de
                            weg wordt ingetrokken. De regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module B2
                            Ontsluitingen tankstations wordt ingetrokken. De regling Beleidsnota
                            Wegenbeheer, module B4 Bewegwijzering wordt ingetrokken. De
                            Wijzigingsregeling Module B4 Bewegwijzering wordt ingetrokken. De
                            regeling Beleidsnota Wegenbeheer, module B6 Gedenktekens wordt
                            ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Overgangsrecht</titel></kop><al>Vergunningen voor het veranderen van de weg die Gedeputeerde Staten
                            hebben verleend vóór de inwerkingtreding van deze regeling en na 1 mei
                            2006 worden geacht te zijn verleend op grond van deze regeling. Voor
                            veranderingen van de weg die zonder vergunning zijn gerealiseerd voor de
                            inwerkingtreding van deze regeling en die niet passen binnen deze
                            regeling, geldt een overgangstermijn van één jaar nadat Gedeputeerde
                            Staten de niet vergunbare verandering van de weg hebben geconstateerd.
                            Vergunningen voor het gebruiken van de weg die Gedeputeerde Staten
                            hebben verleend voor de inwerkingtreding van deze regeling worden geacht
                            te zijn verleend op grond van deze regeling. Het vereiste, bedoeld in
                            artikel 19, onder a, geldt niet indien het evenement op de weg:</al><lijst><li nr="a. "><al>meer dan vier jaar voor inwerkingtreding van deze regeling heeft
                                    plaatsgevonden;</al></li><li nr="b. "><al>met toestemming van Gedeputeerde Staten heeft
                                    plaatsgevonden;</al></li><li nr="c. "><al>jaarlijks of tweejaarlijks werd gehouden;</al></li><li nr="d. "><al>wat betreft de vorm, de aard en het karakter ongewijzigd is
                                    gebleven.</al></li></lijst><al>Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op wedstrijden op de
                            weg. Gedenktekens geplaatst op de weg voor 21 augustus 2008, die niet
                            voldoen aan deze regeling, mogen tot en met 20 augustus 2011 op de weg
                            geplaatst blijven. Gedenktekens geplaatst op de weg op of na 21 augustus
                            2008, worden geacht te zijn geplaatst op grond van deze regeling. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veranderen en gebruiken van
                            wegen Noord-Brabant.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 21 september 2010 </ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter de secretaris </ondertekening><ondertekening>prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> Bijlage 1 behorende bij artikel 5 van de regeling veranderen en
                        gebruiken van wegen Noord-Brabant</titel></kop><al>1. Kabels en leidingen parallel aan wegen met een horizontale ligging</al><al>Minimale afstanden tot gesloten verhardingen in meters, voor wegtype 1 gerekend
                    vanaf de kant van de hoofdrijbaan en voor wegtype 2 gerekend vanaf de kant van
                    het fietspad: </al><al> Wegtype 1 Wegtype 2 Gasleiding 1,50 0,50 Waterleiding 2,00 1,00
                    Elektriciteitskabel 2,30 1,30 Telecommunicatiekabel 2,60 1,60 Riolering 3,00
                    2,00 </al><al>2. Kabels en leidingen parallel aan wegen met een verticale ligging</al><al>Minimale diepten in meters:</al><al>Soort kabel Minimale diepte Gasleiding (standaard): - hogedrukleiding (P &gt; 1
                    bar) - hogedrukleiding (P &gt; 40 bar) 0,80 – 1,00 0,80 – 1,00 1,00 Waterleiding
                    (standaard): - Transportleiding - Distributie 1,00 1,00 1,00
                    Elektriciteitskabel: - Hoogspanningskabel (10kV tot en met 25kV) -
                    Hoogspanningskabel (&gt; 25kV) 0,60 – 0,70 0,70 – 1,00 1,20
                    Telecommunicatiekabel 0,60 Riolering (standaard): - Stamriool - Rioolpersleiding
                    0,80 1,00 0,80 </al><al> Voor deze tabel geldt dat de diepteligging afhankelijk is van de wanddikte en
                    de ligging van de betreffende kabels en leidingen. De provincie moet per geval
                    bepalen wat de gronddekking moet worden. Bij het kruisen van sloten of open
                    watergangen geldt in ieder geval dat een minimale gronddekking van 1,00 meter
                    ten opzichte van de ontwerpdiepte van de bodem van de watergang moet worden
                    aangehouden.</al><al>3. Kabels en leidingen die wegen kruisen met een horizontale ligging</al><al>Minimale afstanden tot gesloten verhardingen in meters:</al><al> Persing (gestuurde diepte) Boring Gasleiding 1,00 3,00 Waterleiding 1,00 3,00
                    Elektriciteitskabel 1,00 3,00 Telecommunicatiekabel 1,00 3,00 Riolering 1,00
                    3,00 </al><al>4. Kabels en leidingen die wegen kruisen met een verticale ligging</al><al>Minimale diepten in meters, gerekend vanaf de onderkant van gesloten
                    verhardingen tot de bovenkant van de (mantel)buizen:</al><al> Persing (gestuurde diepte) Boring Gasleiding 1,00 3,00 Waterleiding 1,00 3,00
                    Elektriciteitskabel 1,00 3,00 Telecommunicatiekabel 1,00 3,00 Riolering 1,00
                    3,00 </al><al>5. Kabels en leidingen die parallel aan elkaar liggen met een horizontale
                    ligging bij elkaar of in dezelfde sleuf</al><al>Mogelijke gecombineerde liggingen:</al><al> Gasleiding Water-leiding Electriciteits-kabel Telecom-kabel Riolering
                    Gasleiding Ja Ja Nee Ja Ja Waterleiding Ja Ja Ja Ja Nee Electriciteitskabel Nee
                    Ja Ja Ja Ja Telecomkabel Ja Ja Ja Ja Ja Riolering Ja Nee Ja Ja Ja</al></bijlage><nota-toelichting><al>Algemeen</al><al>Veranderen en gebruiken van de weg De provincie Noord-Brabant is als
                    wegbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van haar wegen en het
                    beschermen en verbeteren van onder meer de verkeersveiligheid en doorstroming op
                    haar wegen. Hiertoe richt de provincie haar wegen zo veel als mogelijk in
                    volgens een aanpak waarbij verkeersveiligheid een vanzelfsprekend onderdeel is
                    van de ruimtelijke ordening, de vormgeving van infrastructuur en het gedrag van
                    verkeersdeelnemers. In het kader van deze aanpak, beter bekend als Duurzaam
                    Veilig, zijn de provinciale wegen naar gebruik en functie gecategoriseerd in
                    stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Een uniforme
                    inrichting van die wegen verhoogt de doorstroming van het verkeer en bevordert
                    de verkeersveiligheid.</al><al>Provinciale wegen kunnen ook ruimte bieden voor het plaatsen van elementen die
                    geen verkeersfunctie hebben, of voor een gebruik anders dan voor
                    verkeersdoeleinden zoals evenementen. Hierbij spelen veel belangen een rol.
                    Omdat provinciale wegen in eerste instantie een verkeersfunctie vervullen, is de
                    centrale vraag in deze: hoe gaat de provincie als wegbeheerder om met verzoeken
                    tot het veranderen van wegen ten behoeve van elementen die geen verkeersfunctie
                    hebben of verzoeken om de weg te gebruiken op een andere manier dan conform haar
                    verkeersfunctie?</al><al>Deze regeling staat niet op zichzelf. Deze regeling is gebaseerd op de Wegenwet,
                    de Wegenverkeerswet 1994 en de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 (Verordening
                    wegen). Tevens houdt deze regeling verband met wet- en (nadere) regelgeving op
                    andere beleidsterreinen, zoals milieu, flora en fauna en kunst en cultuur. Omdat
                    ook gemeenten en waterschappen zijn betrokken bij het leefbaar, veilig en
                    geordend inrichten van onze leefomgeving, is een goede afstemming noodzakelijk.
                    De provincie gaat daarom uit van een integrale afweging van belangen.</al><al>Voor het gebruik van de provinciale weg anders dan voor verkeersdoeleinden,
                    kunnen meerdere vergunningen, ontheffingen of toestemmingen nodig zijn. De
                    besluitvorming over een aanvraag voor een evenementenvergunning bijvoorbeeld is
                    in handen bij de Burgemeester. Deze bevoegdheid vindt haar grondslag in artikel
                    174 van de Gemeentewet. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de
                    Burgemeester belast is met de uitvoering van de verordeningen die betrekking
                    hebben op het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en bovendien
                    op de voor het publiek openstaande gebouwen en erven. Deze bevoegdheid hebben de
                    meeste gemeenten uitgewerkt in de Algemene plaatselijke verordening (Apv). De
                    Burgemeester toetst een aanvraag voor een evenement aan de criteria openbare
                    orde, overlast, verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen en tot
                    slot de zedelijkheid of gezondheid. Voor het daadwerkelijk afsluiten van een
                    gemeentelijke weg is het college van Burgemeester en Wethouders als wegbeheerder
                    bevoegd. Wanneer een evenement (al dan niet gedeeltelijk) plaatsvindt op een
                    provinciale weg, heeft de organisatie van het evenement naast de
                    evenementenvergunning van de Burgemeester, ook een vergunning van Gedeputeerde
                    Staten nodig om de weg voor het evenement te gebruiken. Gedeputeerde Staten
                    toetsen de aanvragen aan de belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant
                    beschermt. De specifieke criteria die hierbij gelden, hebben Gedeputeerde Staten
                    in deze regeling nader uitgewerkt. Voor evenementen op provinciale wegen gelden
                    dus zowel de Verordening wegen Noord-Brabant als de Apv. Dit is mogelijk omdat
                    beide verordeningen ieder voor zich eigen belangen beschermen en dus naast
                    elkaar werken. De Burgemeester kan bij calamiteiten of andere situaties waarin
                    hij dat noodzakelijk vindt, op grond van artikel 172 en verder van de
                    Gemeentewet gebruik maken van zijn bevelbevoegdheden. Bijvoorbeeld: Een
                    evenement vindt binnen een gemeentelijke kern plaats. De nabij gelegen
                    provinciale weg is geen onderdeel van het evenemententerrein en bevat geen
                    tijdelijke verkeersmaatregelen ter regulering van het bezoekende verkeer. Het
                    evenement heeft echter een grote verkeersaantrekkende werking, met (mogelijk)
                    gevaar voor de (verkeers)veiligheid en openbare ordeverstoring. De Burgemeester
                    kan dan de nabij gelegen provinciale weg afsluiten voor het verkeer, met als
                    doel een veilige omleidingroute of voldoende parkeerruimte te creëren. Op het
                    moment dat de Burgemeester hiertoe besluit, doorkruist de Burgemeester feitelijk
                    de bevoegdheden van de provinciaal wegbeheerder, omdat het hier een calamiteit
                    betreft. In de praktijk zal de organisatie van het evenement of de betreffende
                    gemeente, vóórdat het evenement plaatsvindt, met de provincie overleggen over
                    het gebruik van de weg en over het treffen van verkeersmaatregelen.</al><al>Gedenktekens Bij de uitvoering van de zorgplicht voor haar wegen leggen
                    Gedeputeerde Staten de nadruk op maatregelen die sterk bijdragen aan het
                    terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers en op maatregelen met een grote
                    kosteneffectiviteit, zoals het aanleggen van vrijliggende fietspaden, het
                    aanleggen van semi-verhardingen in de bermen en het zorgen voor voldoende
                    obstakelvrije ruimte langs provinciale wegen. De inrichting van wegen en
                    bijbehorende bermen bestaat daarom in principe uit verkeersfunctionele
                    elementen, zoals verkeersborden, verkeerregelinstallaties en vangrails.</al><al>Ondanks alle maatregelen die Gedeputeerde Staten treffen, bestaat er altijd een
                    risico op het plaatsvinden van verkeersongelukken. Helaas zijn daarbij soms
                    slachtoffers te betreuren. Nabestaanden van verkeersslachtoffers vragen
                    regelmatig of zij een gedenkteken ter plaatse van het ongeval mogen plaatsen.
                    Rouwverwerking en andere emotionele waarden spelen daarbij voor de nabestaanden
                    een belangrijke rol. Een gedenkteken is in de Verordening wegen Noord-Brabant
                    gedefinieerd als een niet aard- en nagelvast voorwerp zonder verkeersfunctie op
                    de weg dat dient ter nagedachtenis aan één of meerdere dodelijke slachtoffers
                    van een verkeersongeval dat op de weg heeft plaatsgevonden.</al><al>Het plaatsen of aanwezig zijn van gedenktekens op de weg kan in strijd zijn met
                    diverse belangen. Niet alle wegen bieden voldoende ruimte om, naast
                    verkeersfunctionele elementen, andere elementen zoals gedenktekens te plaatsen.
                    De aanwezigheid van gedenktekens kan leiden tot belemmering in de uitvoering van
                    de zorgplicht voor wegen. Gedenktekens kunnen leiden tot bezwaren van
                    betrokkenen of veroorzakers van het ongeval, van omwonenden en van andere
                    weggebruikers. Bij de afweging van deze belangen moeten Gedeputeerde Staten
                    tevens in ogenschouw nemen dat zij geen expliciete taak of kennis heeft om
                    ondersteuning te bieden bij rouwverwerking.</al><al>Omdat provinciale wegen in eerste instantie een verkeersfunctie vervullen en
                    Gedeputeerde Staten steeds vaker geconfronteerd wordt met ruimtegebrek, vinden
                    zij het van belang nader te regelen hoe zij met verzoeken voor gedenktekens en
                    andere monumenten op de weg omgaat. Voor het op zorgvuldige en emotioneel
                    verantwoorde wijze uitvoeren van dit beleid, laten Gedeputeerde Staten zich
                    bijstaan door een externe deskundige.</al><al>Tot slot Deze regeling bevat geen hardheidsclausule. Gedeputeerde Staten hebben
                    in de voorbereiding op deze regeling alle vergunningaanvragen beoordeeld die zij
                    gedurende enkele jaren heeft ontvangen. Dit heeft geleid tot een limitatief
                    aantal veranderingen van de weg en een aantal manieren van het gebruik van de
                    weg die Gedeputeerde Staten kunnen toestaan terwijl zij toch optimaal kunnen
                    voldoen aan de zorgplicht voor de weg. De limitatief opgesomde soorten
                    vergunningen voldoen aan de tot dusver gebleken maatschappelijke behoefte,
                    waardoor een hardheidsclausule niet noodzakelijk is.</al><al>Artikelsgewijs</al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen algemeen Onder d Tegenwoordig staat de naam voor
                    nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare
                    ruimte.</al><al>Onder h Voorbeelden van tot de weg behorende verkeersvoorzieningen zijn
                    verkeerstekens, kunstwerken, duikers, bomen en andere beplantingen, geleiders en
                    verlichting. Verkeerstekens zijn de tekens als bedoeld in artikel 3 van het
                    Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; verkeersborden,
                    verkeerslichten en verkeerstekens op het wegdek. Uit artikel 6 van het Besluit
                    administratieve bepalingen inzake het wegverkeer volgt dat de volgende
                    markeringen in ieder geval tot verkeerstekens op het wegdek behoren:
                    doorgetrokken strepen aan de kant van de weg en op de as van de weg, gele
                    doorgetrokken en onderbroken strepen, blauwe strepen, parkeerplaatsen,
                    voetgangeroversteekplaatsen, blokmarkeringen bij een bushalte,
                    verdrijvingvakken, stopstrepen, voorsorteervakken, haaientanden, busbanen met
                    opschrift bus of lijnbus en markeringen ter geleiding van het verkeer,
                    herinnering aan de geldende maximumsnelheid en ter aanduiding van andere
                    omstandigheden.</al><al>Artikel 2 Begripsbepalingen specifiek Onder a Voorbeelden van activiteiten die
                    op weggebruikers zijn gericht, zijn carpoolplaatsen, parkeer- en rustplaatsen,
                    wegrestaurants, autogarages en autoschadeherstelbedrijven.</al><al>Onder b Voorbeelden van toeristisch- recreatieve fiets- en wandelroutes zijn
                    LF-routes, Fietsknooppuntensysteem, ATB-routes en LAW-paden.</al><al>Onder c Een bouwbord bevat onder andere informatie over de duur van de
                    wegwerkzaamheden, de opdrachtgever, de opdrachtnemend aannemer, de uitvoerend
                    aannemer en contactinformatie, maar geen handelsreclame.</al><al>Onder l Voorbeelden van kunstwerken zijn aquaducten, viaducten, bruggen, tunnels
                    en duikers.</al><al>Onder m Voorbeelden van duurzame materialen zijn staal, beton en kunststof.</al><al>Onder p Voorbeelden van militaire objecten of terreinen zijn vliegbases,
                    kazernes en oefenterreinen.</al><al>Onder q Voorbeelden van mottoborden die gericht zijn op een gewenst
                    verkeersgedrag zijn borden in het kader van verkeerscampagnes zoals “Bob jij of
                    Bob ik?”, “Gordels om, ook achterin” en “Wij gaan weer naar school”.</al><al> Onder s Voorbeeld van een open verharding is een verharding door middel van
                    tegels.</al><al>Onder ae Voorbeelden van winkelgebieden zijn outletcentra, woonboulevards,
                    tuinboulevards en autoboulevards.</al><al>Artikel 3 Soorten vergunningen Provinciale wegen hebben, net als iedere andere
                    weg in Nederland, primair de functie om het verkeer zo veilig en zo snel
                    mogelijk af te wikkelen. Een duurzaam veilige inrichting van de weg en een goede
                    (onderhouds)kwaliteit dragen daaraan bij. Hiervoor is een bepaalde hoeveelheid
                    ruimte nodig. De wegen kunnen ook ruimte bieden voor veranderingen die derden
                    willen realiseren. Gelet op de belangen die Gedeputeerde Staten moeten
                    beschermen en de taken die zij hebben als wegbeheerder, kunnen zij niet iedere
                    verandering van de weg toestaan. Dit nee-tenzij-principe behoeft enige
                    nuancering, omdat ook andere provinciale beleidskaders van belang kunnen zijn
                    bij de afweging om bepaalde veranderingen van de weg al dan niet toe te staan.
                    Om die reden willen Gedeputeerde Staten in beginsel alleen de in dit artikel
                    genoemde veranderingen van de weg toestaan.</al><al>Onder a Veranderingen van de weg die de provincie in het kader van de zorgplicht
                    voor wegen op haar eigen wegen uitvoert of laat uitvoeren, zijn op grond van de
                    Verordening wegen Noord-Brabant uitgezonderd van de vergunningplicht. Het Rijk,
                    andere provincies en gemeenten hebben ook een zorgplicht voor wegen. Het kan
                    voorkomen dat andere wegbeheerders in het kader van hun zorgplicht voor wegen
                    werkzaamheden (moeten) uitvoeren die gevolgen hebben voor een Noord-Brabantse
                    provinciale weg. Dit geldt ook voor de beheerder van het spoorwegennet in
                    Nederland. Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor hun werkzaamheden
                    op de weg. Hierna zijn enkele voorbeelden toegelicht.</al><al>Rijkswegen, provinciale wegen en gemeentelijke wegen sluiten op elkaar aan
                    teneinde een sluitend en veilig wegennetwerk te vormen. Door een rijksweg of
                    gemeentelijke weg op een provinciale weg aan te sluiten, wijzigt een andere
                    wegbeheerder de provinciale weg. Omdat de verandering geschiedt uit hoofde van
                    de zorgplicht voor wegen, kunnen Gedeputeerde Staten vergunning verlenen.</al><al>De provincie tracht de doorstroming en de bereikbaarheid te verbeteren. De
                    provincie stimuleert daarom het gebruik van het openbaar vervoer en legt
                    daarvoor haltes op haar wegen aan. Ter bescherming van de reizigers worden de
                    haltes op verkeersveilige wijze aangelegd. Daarnaast moeten de haltes, gelet op
                    het bepaalde in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische
                    ziekte en de Wet personenvervoer 2000, voldoen aan toegankelijkheidseisen voor
                    minder valide reizigers. Gedeputeerde Staten beschouwen de aanleg van
                    (toegankelijke) haltes een onderdeel van haar zorgplicht voor wegen. Sommige
                    provinciale wegen liggen binnen de bebouwde kom en maken onderdeel uit van een
                    busroute. Gemeentelijk wegbeheerders kunnen het noodzakelijk vinden een halte te
                    realiseren op de provinciale weg. Voor zover de halte de verkeersveiligheid niet
                    in het geding brengt, kunnen Gedeputeerde Staten vergunning verlenen. Voor wat
                    betreft de uitvoering spelen esthetische belangen en het belang van uniformiteit
                    in de uitvoering van wegmeubilair binnen de bebouwde kom voor gemeenten vaak een
                    belangrijke rol. Gedeputeerde Staten respecteren deze belangen en kunnen
                    toestaan dat de halte op de provinciale weg binnen de bebouwde kom volgens
                    gemeentelijke huisstijl wordt uitgevoerd. In dat geval zullen Gedeputeerde
                    Staten in de vergunning de voorwaarde opnemen dat de gemeentelijk wegbeheerder
                    de halte aanlegt, beheert en onderhoudt.</al><al>In het belang van de verkeersveiligheid plaatsen Gedeputeerde Staten verlichting
                    op de weg. Verlichting kan, met name binnen de bebouwde kom, ook andere belangen
                    dienen zoals het verbeteren van de sociale veiligheid. Gemeenten kunnen het
                    noodzakelijk vinden om op de provinciale weg, aanvullend op de aanwezige
                    verlichting, extra verlichting te plaatsen. Voor zover de extra verlichting de
                    verkeersveiligheid niet in het geding brengt kunnen Gedeputeerde Staten
                    vergunning verlenen. Voor wat betreft de uitvoering spelen esthetische belangen
                    en het belang van uniformiteit in de uitvoering van wegmeubilair binnen de
                    bebouwde kom voor gemeenten vaak een belangrijke rol. Gedeputeerde Staten
                    respecteren deze belangen en kunnen toestaan dat verlichting op de provinciale
                    weg binnen de bebouwde kom volgens gemeentelijke huisstijl wordt uitgevoerd. In
                    dat geval zullen Gedeputeerde Staten in de vergunning de voorwaarde opnemen dat
                    de gemeentelijk wegbeheerder de openbare verlichting plaatst, beheert en
                    onderhoudt.</al><al>Alvorens een andere wegbeheerder een verandering van de weg wil realiseren,
                    overleggen de betrokken partijen. Afhankelijk van de tijdsduur en de soort
                    werkzaamheden, kunnen Gedeputeerde Staten een vergunning verlenen of een
                    verkeersbesluit nemen. Bijvoorbeeld: Voor het aanleggen van een aansluiting van
                    een rijksweg op de provinciale weg, verlenen Gedeputeerde Staten vergunning.
                    Indien de bijbehorende werkzaamheden langer dan 4 maanden duren, dan nemen
                    Gedeputeerde Staten tevens een verkeersbesluit. Als de werkzaamheden korter
                    duren, dan bevat de vergunning voorschriften die verband houden met de wijze van
                    uitvoering. Indien de werkzaamheden geen permanente maar een tijdelijke
                    verandering van de weg tot gevolg hebben, kunnen Gedeputeerde Staten volstaan
                    met het verlenen van een vergunning voor de uitvoering van de werkzaamheden. Dit
                    geldt ook voor werkzaamheden van andere wegbeheerders die niet plaatsvinden op
                    de provinciale weg en activiteiten die in gemeenten plaatsvinden zoals
                    evenementen, waarvoor het noodzakelijk is dat op de weg omleidings- of
                    waarschuwingsborden worden geplaatst.</al><al>Het kan voorkomen dat een andere overheidsorganisatie op grond van andere
                    wetgeving dan die over wegen bepaalde verplichtingen heeft, die van invloed is
                    op de provinciale wegen. Het meest bekende voorbeeld is de Wet geluidhinder.
                    Daarin is onder meer bepaald dat een gemeente voorzieningen moet treffen indien
                    de aanwezigheid van een weg meer geluidsoverlast veroorzaakt dan toegestaan. In
                    dat geval kan de gemeente bijvoorbeeld geluidwerende voorzieningen plaatsen op
                    een provinciale weg. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor vergunning
                    verlenen.</al><al>Onder b In wegen liggen veel kabels en leidingen. Het gaat om kabels ten dienste
                    van telecommunicatie, elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen,
                    rioleringen, et cetera. Voor het leggen, verleggen, onderhouden, repareren en
                    verwijderen daarvan is het vaak noodzakelijk de weg open te breken. Dit heeft
                    gevolgen voor de toegankelijkheid, veiligheid en kwaliteit van die wegen.</al><al>Onder c Artikel 14 van de Wegenwet bepaalt dat de eigenaar van een weg het
                    uitwegen daarop moet gedogen. Dit artikel stelt onder meer beperkingen aan de
                    privaatrechtelijke bevoegdheden van rechthebbenden ten aanzien van wegen. Deze
                    beperkingen vormen volgens de Hoge Raad (30 september 1987, nr. 1082,
                    NJ1989/781, NJO1989/3) echter geen beletsel om regels vast te stellen in het
                    belang van de vrijheid en veiligheid van het verkeer waarbij het zonder
                    vergunning maken of hebben van een uitweg verboden is en op grond van die regels
                    een vergunning tot uitweg te weigeren indien het genoemde belang door de
                    aangevraagde uitweg dreigt te worden geschaad.</al><al>Gedeputeerde Staten streven naar een duurzaam veilige inrichting van de wegen.
                    Uitwegen passen daarin in principe niet, omdat uitwegen potentiële
                    conflictpunten zijn. Een stijging van het aantal uitwegen betekent een stijging
                    van het aantal conflictpunten en dus een stijging van de verstoring voor het
                    ‘doorgaande’ verkeer. Dit geldt met name voor gebiedsontsluitingswegen en
                    stroomwegen omdat deze bedoeld zijn voor een goede doorstroming van het verkeer
                    en daarop dan ook zijn ingericht. Een andere reden om uitwegen te bestempelen
                    als potentiële conflictpunten is de waarneembaarheid ervan vanaf de weg. Omdat
                    uitwegen niet altijd voldoende of tijdig waarneembaar zijn, kunnen uitwegen
                    naast de doorstroming, ook de verkeersveiligheid aantasten. De aanwezigheid van
                    uitwegen vraagt namelijk om een bepaald attentie- en anticipatieniveau van
                    weggebruikers. Beide zijn (mede) afhankelijk van de functie van de weg en de
                    daarvoor geldende maximum snelheden.</al><al>Onder d Voor ontsluitingen van tankstationterreinen geldt dezelfde toelichting
                    als voor uitwegen. Ontsluitingen voor tankstationterreinen zijn bijzondere
                    uitwegen op de weg. Vanwege verschillen in het soort gebruik en de hoge
                    gebruiksintensiteit hebben Gedeputeerde Staten voor ontsluitingen van
                    tansktationterreinen specifieke regels vastgesteld.</al><al>Onder e Bewegwijzering draagt bij aan een veilige en vlotte afwikkeling van het
                    verkeer op de weg. Bewegwijzering is bedoeld voor het verwijzen van een route
                    naar steden, dorpen, objecten of terreinen. Voor het aanduiden van objecten en
                    terreinen op reguliere bewegwijzering conformeren Gedeputeerde Staten zich in
                    beginsel aan de Richtlijn bewegwijzering, publicatie 222 van het CROW en de
                    Richtlijn toeristische bewegwijzering, publicatie 262 van het CROW. Dit geldt
                    zowel voor de keus om objecten of terreinen al dan niet aan te duiden, als de
                    manier waarop, de vormgeving, maatvoering, de kleurstellingen van de borden en
                    de financiële gevolgen.</al><al>Onder f In het geval een object of terrein niet in aanmerking komt voor
                    aanduiding met behulp van reguliere bewegwijzering, kunnen Gedeputeerde Staten
                    vergunning verlenen voor aanduiding op een strokenbord.</al><al>Onder g De bijzondere aanduidingen die Gedeputeerde Staten kunnen toestaan, zijn
                    geen borden die Gedeputeerde Staten als wegbeheerder op haar wegen plaatst. Deze
                    borden kunnen echter wel een bijdrage leveren aan de verkeersveiligheid of
                    andere belangen van weggebruikers dienen. Zo kan bebording waarmee
                    toeristisch-recreatieve fietsroutes worden aangeduid zoekend verkeer voorkomen,
                    ondanks dat deze borden geen functie voor de verkeersveiligheid hebben. Zo
                    hebben mottoborden een attentiewaarde en educatieve waarde richting
                    weggebruikers. Gebiedsaanduidingen hebben een oriënterende werking. Gedeputeerde
                    Staten willen dergelijke dergelijke bijzondere aanduidingen daarom niet op
                    voorhand weigeren. Een bijzondere vorm van aanduiding is een zogenaamde
                    blikvanger bij een tankstation, een paal waarop merk en prijzen zijn vermeld.
                    Deze regeling voorziet niet in de mogelijkheid om een vergunning voor een
                    blikvanger te verlenen. Blikvangers behoren niet op de weg aanwezig te zijn,
                    maar kunnen wel op het tankstationterrein aanwezig zijn.</al><al>Onder h De provincie tracht aantasting van de landschappelijke kwaliteiten van
                    Noord-Brabant door de aanwezigheid van (reclame)borden buiten de bebouwde kom te
                    voorkomen. Hiervoor geldt de LSV. Voor reclameborden op de weg buiten de
                    bebouwde kom geldt dat deze, ter voorkoming van ruimtegebrek, moeilijkheden in
                    het dagelijks onderhoud, een verstoord wegbeeld en afleiding van weggebruikers,
                    niet zijn toegestaan. Overige borden die in het kader van de LSV zijn
                    vrijgesteld toetsen Gedeputeerde Staten als wegbeheerder aan de belangen die de
                    Verordening wegen beschermt. Voor provinciale wegen binnen de bebouwde kom zijn
                    de mogelijkheden om daarop een reclamebord toe te staan ruimer. De aanwezigheid
                    van een reclamebord binnen de bebouwde kom of op een rotonde die grenst aan de
                    bebouwde kom levert minder conflicterende situaties op, dan een reclamebord op
                    de weg buiten de bebouwde kom. Dit komt door de verschillen in weginrichting,
                    weggebruik en toegestane snelheden.</al><al>Onder i Ten tijde van verkiezingen maken politieke partijen zich bekend door
                    verkiezingsposters en -borden te plaatsen. De posters en borden worden vaak op
                    de weg geplaatst of aan tot de weg behorende verkeersvoorzieningen bevestigd.
                    Dit kan gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid en andere belangen die de
                    Verordening wegen beschermt. Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor
                    verkiezingsborden, voor de opschriften en inhoud van de posters en borden geldt
                    de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting.</al><al>Onder j Gedeputeerde Staten ontvangen regelmatig verzoeken van gemeenten om op
                    een rotonde een kunstobject te mogen plaatsen. Omdat Gedeputeerde Staten een
                    actief beleid voeren over kunst in de openbare ruimte, wordt daarbij aansluiting
                    gezocht. Het Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur beoordeelt of een
                    kunstobject voldoet aan kunstinhoudelijke criteria.</al><al>Artikel 4 Algemene vergunningvereisten Onder a Gedeputeerde Staten onderzoeken
                    of volgens het Brabants Meerjaarenprogramma Infrastructuur en Transport (BMIT)
                    werkzaamheden gepland zijn voor het wegvak waarop de aanvraag betrekking heeft
                    en zo ja, binnen welke termijn. In het geval voor het betreffende wegvak
                    werkzaamheden gepland zijn, kan het voorkomen dat de aanvraag zich daarmee niet
                    verenigt. Over die termijn overleggen Gedeputeerde Staten dan met de aanvrager.
                    Het kan voorkomen dat de aanvrager, ondanks dat binnen een bepaalde tijd
                    voorzienbaar is dat werken plaatsvinden, toch de verandering wil realiseren. In
                    dergelijke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de vergunning verlenen onder
                    voorwaarde van actieve risicoaanvaarding van de zijde van de aanvrager.</al><al>Onder b De provincie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de weg door deze
                    te onderhouden, in stand te houden en de bruikbaarheid te waarborgen.
                    Veranderingen van de weg mogen hieraan geen afbreuk doen.</al><al>Onder c Om het verkeer veilig en met een goede doorstroming te kunnen
                    afwikkelen, zijn op wegen verschillende verkeersvoorzieningen aanwezig. Deze
                    hebben een functie voor het verkeer, die door de aanwezigheid van de
                    aangevraagde verandering in het doel, de functionaliteit of in de
                    onderhoudsmogelijkheden niet mogen worden belemmerd.</al><al>Onder d Weggebruikers moeten voldoende zicht hebben om veilig op de weg te
                    kunnen rijden of de weg te verlaten. De verandering van de weg mag het uitzicht
                    van weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen niet belemmeren.</al><al>Onder e Om een verandering van de weg te realiseren moet op het moment dat
                    Gedeputeerde Staten de aanvraag ontvangen voldoende fysieke ruimte beschikbaar
                    zijn. Gedeputeerde Staten zullen in beginsel geen ruimte creëren om een aanvraag
                    mogelijk te maken. Voor sommige veranderingen van de weg houden Gedeputeerde
                    Staten een obstakelvrije zone aan. Binnen die zone, gemeten vanuit de kant van
                    de rijbaanverharding, mogen geen andere objecten geplaatst worden dan tot de weg
                    behorende verkeersvoorzieningen. In welke gevallen een obstakelvrije zone van
                    toepassing is, blijkt uit de vereisten die voor de specifieke veranderingen van
                    de weg gelden.</al><al>Onder f en g Het kan voorkomen dat voornoemde vereisten onvoldoende toereikend
                    zijn voor het kunnen behandelen van een aanvraag. In dat geval zullen
                    Gedeputeerde Staten maatwerk leveren, waarbij ook nog niet nader genoemde
                    belangen die de Verordening wegen beschermt meegewogen worden. Het betreft
                    bijvoorbeeld de belangen in het kader van doelmatig en zuinig energiegebruik,
                    het voorkomen van overlast en hinder en het voorkomen van schadelijke gevolgen
                    voor het milieu zoals bedoeld in de Wm of de Provinciale milieuverordening
                    Noord-Brabant 2010.</al><al>Dit artikel bevat de algemene vergunningvereisten. Voor specifieke veranderingen
                    van de weg hebben Gedeputeerde Staten specifieke vereisten vastgesteld. De
                    hierop volgende artikelen lichten de specifieke vereisten toe. Voor
                    veranderingen aan de weg die andere wegbeheerders uitvoeren uit hoofde van hun
                    zorgplicht voor wegen of andere wettelijke taken en voor bijzondere
                    aanduidingen, stellen Gedeputeerde Staten geen specifieke vereisten. De algemene
                    vergunningvereisten volstaan.</al><al>Artikel 5 Vergunningvereisten kabels en leidingen Eerste lid, onder a Uit hogere
                    regelgeving vloeit voort dat aanvragen om vergunningen in beginsel moeten worden
                    ingewilligd, als het gaat om kabels en leidingen met een openbare functie.
                    Bovendien geldt voor telecommunicatiekabels en niet-gevulde mantelbuizen een
                    gedoogplicht ingevolge de Telecommunicatiewet. Deze gedoogplicht mag niet worden
                    gefrustreerd door de Verordening wegen. Verder geldt voor werken ten behoeve van
                    elektriciteitskabels en gasleidingen, die door de wetgever op voorhand zijn
                    aangemerkt als werken van algemeen nut, dat Gedeputeerde Staten verplicht zijn
                    om daarvoor een vergunning op grond van de Verordening wegen te verlenen en deze
                    ook te gedogen, ingevolge de Belemmeringenwet Verordeningen en de
                    Belemmeringenwet Privaatrecht. Dit geldt ook voor waterleidingen en rioleringen,
                    als het gaat om concrete werken die door de Minister van Verkeer en Waterstaat
                    als werken van algemeen nut zijn aangemerkt. Als sprake is van onoverkomelijke
                    bezwaren, bijvoorbeeld vanwege de situering van de beoogde kabel of leiding ten
                    opzichte van de weg, beplantingen en andere kabels en leidingen, dan zullen
                    Gedeputeerde Staten streven naar een passende oplossing. Een passende oplossing
                    kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanwijzen van een andere dan de beoogde locatie
                    voor het (ver)leggen en in stand houden van de desbetreffende kabel of leiding.
                    Hierover zullen Gedeputeerde Staten dan met de betrokkene(n) in overleg treden.
                    Zij beschouwen dit streven als een uitvloeisel van de beginselplicht tot
                    vergunningverlening.</al><al>Voor kabels en leidingen zonder openbare functie geldt geen beginselplicht tot
                    vergunningverlening. Daarbij komt dat Gedeputeerde Staten ernaar streven dat zo
                    weinig mogelijk kabels en leidingen onder, in en op wegen liggen, om te
                    voorkomen dat wegen vaker moeten worden afgesloten en opengebroken dan strikt
                    noodzakelijk is, vanwege werkzaamheden die verband houden met het (ver)leggen,
                    onderhouden en repareren van (te veel) kabels en leidingen. Tot slot geldt dat
                    Gedeputeerde Staten de beperkte ruimte onder, in en op wegen zoveel mogelijk
                    willen reserveren voor kabels en leidingen met een openbare functie, die zij in
                    beginsel moeten dulden. Om deze redenen weigeren Gedeputeerde Staten aanvragen
                    om vergunningen voor het (ver)leggen en in stand houden van kabels en leidingen
                    zonder openbare functie.</al><al>Eerste lid, onder b Een mantelbuis biedt bescherming aan een kabel of leiding.
                    Om te voorkomen dat wegen in verband met onderhoud- of reparatiewerkzaamheden
                    aan kabels of leidingen te vaak moeten worden opengebroken of afgesloten, geniet
                    de ligging in een mantelbuis de voorkeur. Uitsluitend in geval onvoldoende
                    fysieke ruimte beschikbaar is, staan Gedeputeerde Staten toe dat kabels of
                    leidingen zonder mantelbuis gelegd worden.</al><al>Eerste lid, onder c Om te voorkomen dat de weg opengebroken moet worden voor
                    onderhoud aan kabels of leidingen, waardoor de doorstroming en veiligheid op de
                    weg in het geding zijn, liggen kabels of leidingen niet in de lengterichting
                    onder gesloten verhardingen van hoofdrijbanen of fietspaden. Kabels of leidingen
                    in bermen van wegen zijn bovendien veiliger bereikbaar indien daaraan onderhoud
                    of herstel moet plaatsvinden.</al><al>Eerste lid, onder d Niet iedere provinciale weg beschikt over een fietspad. In
                    het geval een provinciale weg wel een fietspad heeft, is er ook een berm
                    aanwezig tussen de hoofdrijbaan en het fietspad waarin kabels of leidingen
                    gelegd kunnen worden. In het geval geen fietspad aanwezig is en de berm
                    onvoldoende ruimte biedt voor het leggen van kabels en leidingen, mogen
                    telecommunicatiekabels of elektriciteitskabels wel onder de gesloten verharding
                    van de hoofdrijbaan gelegd worden.</al><al>Eerste lid, onder e Kabels of leidingen kunnen alleen in kunstwerken worden
                    gelegd, als daarmee tijdens de bouw van het kunstwerk rekening is gehouden door
                    middel van speciaal daarvoor bestemde mantelbuizen of holle ruimten. In het
                    geval dat in een kunstwerk geen ruimte gereserveerd is voor kabels of leidingen,
                    staan Gedeputeerde Staten in het belang van het behoud van de constructie geen
                    nieuwe kabels of leidingen toe, indien niet reeds op het moment van de aanvraag
                    voldoende gereserveerde ruimte beschikbaar is.</al><al>Eerste lid, onder f Indien kabels of leidingen moeten worden vervangen of
                    verlegd, staan Gedeputeerde Staten het (ver)leggen naar een locatie onder bomen
                    en struiken ter voorkoming van schade aan bomen of kabels en leidingen niet toe.
                    Kabels en leidingen moeten op een bepaalde afstand van beplantingen liggen. Die
                    afstand is in beginsel minimaal de afstand die gelijk is aan de helft van de
                    diameter van de kroon van de beplantingen. In bestaande situaties is dit echter
                    niet altijd mogelijk vanwege ruimtegebrek binnen het bestaande wegprofiel.
                    Maatwerk is derhalve vaak noodzakelijk. Gedeputeerde Staten overleggen met de
                    aanvrager over het tracé van de te (ver)leggen kabels en leidingen.</al><al>Tweede lid, onder a Kabels en leidingen moeten zo ver mogelijk verwijderd van
                    gesloten verhardingen liggen. Dit geldt vooral voor onderhoudsgevoelige kabels
                    of leidingen. In volgorde van opsomming vergen telecommunicatiekabels,
                    elektriciteitskabels, waterleidingen en gasleidingen minder onderhoud, zodat
                    deze dichter bij gesloten verhardingen mogen liggen. De tabellen opgenomen in
                    bijlage 1 geven hieraan invulling en bevatten de minimale afstanden voor de twee
                    in Noord-Brabant voorkomende wegtypen.</al><al>Derde lid, onder a en b Ter voorkoming van schade aan de weg moeten kabels en
                    leidingen op bepaalde minimale verticale afstanden liggen. Dat geldt vooral voor
                    waterleidingen, rioleringen en huisaansluitingen die vorstgevoelig kunnen
                    zijn.</al><al>Zesde lid, onder a en b Om de beperkte ondergrondse ruimte zo optimaal mogelijk
                    te benutten worden kruisingen van kabels en leidingen haaks uitgevoerd.</al><al>Artikel 6 Vergunningvereisten uitwegen Onder a Stroomwegen hebben een functie
                    voor langeafstandsverkeer en vormen verbindingen tussen steden, landsdelen en
                    landen. Op stroomwegen gelden over het algemeen maximum snelheden van 80 km/u of
                    hoger. De aanwezigheid van uitwegen verenigt zich daarmee in het belang van de
                    verkeersveiligheid en doorstroming niet.</al><al>Onder b Uitwegen ontsluiten bij voorkeur op de weg van de laagste orde. Het
                    gestelde onder a geldt daarom ook voor nieuwe uitwegen op
                    gebiedsontsluitingswegen. Gedeputeerde Staten staan op die wegen geen nieuwe
                    uitwegen toe, tenzij geen andere ontsluitingsmogelijkheid beschikbaar is en
                    bundeling van uitwegen met naastgelegen percelen niet mogelijk is.
                    Gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom kunnen wel geschikt zijn voor
                    een uitweg, omdat het onderscheid tussen gebiedsontsluitingswegen binnen de
                    bebouwde kom en erftoegangswegen in de uitvoeringspraktijk moeilijk of niet
                    zichtbaar is.</al><al>Ter vermindering van het aantal conflictpunten geniet bundeling van uitwegen de
                    voorkeur boven ontsluiting van ieder individueel perceel. Gedeputeerde Staten
                    voeren met de betrokken perceeleigenaren overleg. Als de betrokkenen geen
                    overeenstemming bereiken èn de Gedeputeerde Staten moeten de aanvraag voor een
                    nieuwe uitweg, gelet op de belangen die de Verordening wegen beschermt,
                    weigeren, dan staat het de eigenaar van het niet ontsloten perceel nog vrij om
                    op grond van artikel 5:57 Burgerlijk Wetboek noodweg te vorderen ten laste van
                    een naburig erf. Een andere manier voor het bundelen van uitwegen is het
                    aanleggen van een parallelvoorziening waarop de aangrenzende percelen kunnen
                    ontsluiten. De uitvoerbaarheid van een dergelijke oplossing is afhankelijk van
                    onder meer ruimtelijke en financiële mogelijkheden.</al><al>Onder c Voor zover Gedeputeerde Staten een directe ontsluiting van een perceel
                    op de weg toestaan, staan zij ter voorkoming van het aantal conflictpunten op de
                    weg per perceel maximaal één uitweg toe. Indien het perceel waarvoor een uitweg
                    wordt aangevraagd al een uitweg heeft, weigeren Gedeputeerde Staten de aanvraag
                    om een nieuwe uitweg.</al><al>Onder d Weggebruikers die een uitweg verlaten dienen voorrang te verlenen en
                    hebben voldoende uitzicht nodig om veilig de weg op te rijden. De aanwezigheid
                    van bomen, abri’s, huizen en dergelijke kunnen het uitzicht belemmeren. Hierover
                    heeft het CROW in richtlijn 164 Handboek wegontwerp verschillende aanbevelingen
                    gegeven, zoals het hanteren van minimaal 5 meter zicht vóór de kantstreep of
                    kant wegverharding en minimaal 110 meter vrij oprijzicht. In Noord-Brabant zijn
                    echter door de aanwezigheid van bomenrijen langs wegen niet alle aanbevelingen
                    praktisch toepasbaar. Gedeputeerde Staten volgen zo veel mogelijk de
                    aanbevelingen van het CROW, maar dienen om praktische redenen ook maatwerk te
                    leveren.</al><al>Onder e Gedeputeerde Staten staan uitwegen binnen de minimale veilige remafstand
                    niet toe. Voor wegen met een maximum snelheid van 80 km/u, bedraagt die afstand
                    circa 150 meter.</al><al>Onder f Een uitweg is ondergeschikt aan de weginrichting of tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen, zoals voorsorteervakken, opstelstroken, middengeleiders
                    en vangrails. De weginrichting of tot de weg behorende verkeersvoorzieningen
                    zullen niet worden veranderd of verplaatst om het veilig in- en uitrijden van
                    een uitweg mogelijk te maken.</al><al>Artikel 7 Vergunningvereisten ontsluitingen van tankstationterreinen De
                    artikelsgewijze toelichting van artikel 6 is van overeenkomstige
                    toepassing.</al><al>Tweede lid, onder a tot en met c Voorbeelden van percelen waarop activiteiten
                    plaatsvinden die op weggebruikers zijn gericht, zijn wegrestaurants en
                    autoschadeherstelbedrijven.</al><al>Tweede lid, onder d Ter bevordering van de verkeersveiligheid en doorstroming
                    worden linksafbewegingen, zonder dat daartoe de weg is ingericht met behulp van
                    bijvoorbeeld linksafstroken, niet mogelijk gemaakt. Om linksafbewegingen te
                    voorkomen kunnen doorgetrokken strepen of verhoogde middengeleiders op de weg
                    aanwezig zijn. In het geval Gedeputeerde Staten een ontsluiting van een
                    tankstationterrein toestaan, dan zullen Gedeputeerde Staten in de vergunning
                    voorschrijven dat zij op kosten van de vergunninghouder de weg wijzigen teneinde
                    het veilig linksaf slaan mogelijk te maken, dan wel linksafbewegingen te
                    voorkomen. Over de kosten van dergelijke wegaanpassingen overleggen Gedeputeerde
                    Staten eerst met de aanvrager.</al><al>Artikel 8 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of terreinen op
                    reguliere bewegwijzeringborden Onder a Het doel van bewegwijzering is het met de
                    grootst mogelijke zekerheid en veiligheid geleiden van de weggebruiker naar
                    diens bestemming. Om dit doel te kunnen bereiken, moet bewegwijzering voldoen
                    aan een aantal hoofdeisen, te weten uniformiteit, continuïteit, leesbaarheid en
                    begrijpelijkheid. Individuele objecten en terreinen kunnen op reguliere
                    bewegwijzeringborden aangeduid worden. Hiervoor gelden een aantal criteria.
                    Alvorens daaraan te toetsen, toetsen Gedeputeerde Staten eerst of de bestaande
                    bewegwijzering voldoet. Gedeputeerde Staten willen daarmee voorkomen dat te veel
                    bebording op de weg aanwezig is, waardoor onduidelijkheid kan ontstaan en de
                    verkeersveiligheid en doorstroming in het geding kunnen komen.</al><al>Onder b Gedeputeerde Staten volgen voor het al dan niet aanduiden van objecten
                    en terreinen met behulp van reguliere bewegwijzering, alsmede de wijze waarop,
                    de vormgeving, de maatvoering, de kleurstelling en de financiële gevolgen, de
                    richtlijn 222 Bewegwijzering. Voor de toeristisch-recreatieve objecten en
                    terreinen volgen Gedeputeerde Staten richtlijn 262 Toeristische bewegwijzering
                    van het CROW. Deze richtlijnen bevatten de soorten objecten en terreinen die op
                    reguliere bewegwijzeringborden kunnen worden aangeduid, alsmede de criteria
                    waaraan moet worden voldaan. Gedeputeerde Staten hebben de lijst aangevuld met
                    objecten en terreinen waarvan zij vinden dat aanduiding op reguliere
                    bewegwijzering tot de mogelijkheden moet behoren.</al><al>Artikel 4 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                    (Babw) bepaalt hoe de vormgeving van verkeersborden die geboden, verboden,
                    adviessnelheden en gevaren uitgevoerd moeten worden. Verkeersborden die overige
                    informatie voor weggebruikers bevatten moeten bestaan uit een rechthoekig bord
                    waarop waarop de letters, cijfers of symbolen in een blauw veld zijn geplaatst.
                    De objecten en terreinen genoemd in dit artikel worden zo aangeduid. Van het
                    bepaalde in artikel 4 van het Babw mag uitsluitend worden afgeweken indien de
                    Minister van Verkeer en Waterstaat daartoe heeft besloten. De Minister heeft in
                    2009 besloten dat voor het aanduiden van toeristisch-recreatieve objecten en
                    terreinen als bedoeld in de richtlijn 262 Toeristische bewegwijzering van het
                    CROW een bruine kleurstelling mag worden gehanteerd. Dit geldt ook voor objecten
                    en terreinen die met behulp van strokenborden aangeduid worden.</al><al>Artikel 9 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of terreinen op
                    strokenborden Onder a Objecten en terreinen die niet in aanmerking komen voor
                    aanduiding op reguliere bewegwijzeringborden, kunnen wel in aanmerking komen
                    voor aanduiding op een strokenbord.</al><al>Onder b Gedeputeerde Staten willen voorkomen dat te veel bebording op de weg
                    aanwezig is, waardoor onduidelijkheid kan ontstaan en de verkeersveiligheid en
                    doorstroming in het geding kunnen komen. Indien het object of terrein bereikt
                    kan worden door de reeds bestaande bewegwijzering te volgen, biedt aanduiding op
                    een strokenbord geen meerwaarde.</al><al>Onder c Gedeputeerde Staten staan niet meer dan 2 aanduidingen op strokenborden
                    toe per object of terrein per verschillende provinciale weg. In theorie kan het
                    voorkomen dat een object of terrein met behulp van 4 strokenborden aangeduid
                    wordt, in het geval het object of terrein via 2 provinciale wegen bereikt kan
                    worden.</al><al>Onder d Deze regeling is van toepassing voor alle provinciale wegen. Indien de
                    gemeente echter een eigen bewegwijzeringbeleid heeft vastgesteld, geldt een
                    uitzondering voor objecten en terreinen aan de provinciale weg binnen de
                    bebouwde kom. Gedeputeerde Staten kunnen in die gevallen toestaan dat aanduiding
                    naar die objecten of terreinen op de provinciale weg plaatsvindt volgens het
                    gemeentelijk beleid.</al><al>Onder e Objecten en terreinen die hoofdzakelijk gericht zijn op bovenlokale
                    belangen en gelegen zijn aan de provinciale weg buiten de bebouwde kom, hebben
                    zowel bezoekers uit de vestigingsgemeente als bezoekers van buiten de gemeente.
                    Gedeputeerde Staten gaan ervan uit dat de meeste bezoekers niet of onvoldoende
                    bekend zijn met de lokale infrastructuur. Om zoekend verkeer te voorkomen en de
                    bereikbaarheid te verbeteren, komen deze objecten en terreinen in aanmerking
                    voor een strokenbord op de provinciale weg. In de aanvraag moet het bovenlokale
                    belang aangetoond worden. Bovenlokale belangen blijken bijvoorbeeld uit de
                    beschrijving van de bedrijfsactiviteiten (uittreksel uit het register van de
                    Kamer van Koophandel), het regelmatig adverteren in kranten of folders die ook
                    in andere dan alleen de vestigingsgemeente worden verspreid, de afhankelijkheid
                    van passanten op de provinciale weg of de hoeveelheid soortgelijke objecten of
                    terreinen die gevestigd zijn in omliggende gemeenten. Voorbeelden van dergelijke
                    objecten en terreinen aan provinciale wegen zijn restaurants, (mini)campings,
                    hotels, bungalowparken, jeugdherbergen, jachthavens, sportparken, zweefvlieg- en
                    sportvliegterreinen, musea, tankstations, autoverkoopbedrijven, begraafplaatsen,
                    crematoria of zorginstellingen. Voor objecten en terreinen die gericht zijn op
                    lokale belangen gaan Gedeputeerde Staten ervan uit dat de locatie van het object
                    of terrein bekend is bij de plaatselijke bevolking. Het object of terrein trekt
                    in verhouding tot objecten en terreinen die gericht zijn op bovenlokale belangen
                    minder zoekend verkeer aan. Het aanduiden van dergelijke objecten en terreinen
                    kan juist een afleidende werking hebben en daarmee leiden tot
                    verkeersonveiligheid of doorstromingsproblemen. Bedrijven zoals boerenbedrijven,
                    verkoop van fruit en groente, thuiskappers en dergelijke komen daarom niet in
                    aanmerking voor aanduiding met een strokenbord.</al><al>Onder f Objecten en terreinen die rechtstreeks op de provinciale weg ontsluiten
                    met een uitweg, of een doodlopende zijweg met het karakter van een uitweg, zijn
                    direct ontsloten. In het geval dat dergelijke uitwegen niet tijdig en voldoende
                    zichtbaar zijn, kan een aanduiding onverwachte manoeuvres en rembewegingen van
                    weggebruikers voorkomen. Buiten de bebouwde kom gelegen objecten en terreinen
                    met bovenlokale belangen die direct zijn ontsloten op de provinciale weg, kunnen
                    daarom in aanmerking komen voor een strokenbord. Indirect ontsloten objecten en
                    terreinen zijn bereikbaar via parallel- of zijwegen. Deze wegen zijn meestal in
                    onderhoud bij de gemeente (of een waterschap). Om die objecten en terreinen te
                    bereiken moeten weggebruikers minimaal twee afslaande bewegingen maken (van
                    provinciale weg naar gemeentelijke weg en gemeentelijke weg naar uitweg). Het
                    plaatsen van één strokenbord is dan niet voldoende. Omdat het merendeel van de
                    benodigde verwijzingen op de gemeentelijke wegen moeten worden geplaatst, is het
                    noodzakelijk dat de gemeente hiervoor toestemming verleent. Heeft de gemeente
                    geen toestemming verleend, dan heeft plaatsing van een strokenbord aan de
                    provinciale weg geen nut. Het uitsluitend plaatsen van een strokenbord op de
                    provinciale weg kan dan zelfs betekenen dat daardoor zoekend verkeer ontstaat op
                    het gemeentelijke wegennet, met alle mogelijke verkeersonveilige situaties van
                    dien. Dit is binnen de netwerkgedachte die Gedeputeerde Staten volgen niet
                    gewenst. Daarom zullen Gedeputeerde Staten naar objecten of terreinen met
                    bovenlokale belangen, die indirect ontsloten zijn, pas verwijzen als de gemeente
                    doorverwijst en daarvoor toestemming, vergunning of ontheffing heeft
                    verleend.</al><al>Artikel 10 Vergunningvereisten reclameborden binnen de bebouwde kom Onder a
                    Borden anders dan borden ten behoeve van het verkeer hebben in principe een
                    afleidende werking op weggebruikers en kunnen daarom tot verkeersonveilige
                    situaties leiden. Gedeputeerde Staten achten het risico hierop in verband met de
                    hogere toegestane snelheden en de hogere verkeersintensiteiten op wegen buiten
                    de bebouwde kom hoger, dan op wegen binnen de bebouwde kom. Om die reden kunnen
                    Gedeputeerde Staten reclameborden op haar wegen binnen de bebouwde kom toestaan,
                    buiten de bebouwde kom staan Gedeputeerde Staten reclameborden op de weg niet
                    toe.</al><al>Onder b Verschillende gemeenten hebben een eigen vastgesteld beleid over
                    reclameborden, dat veelal betrekking heeft op het gebied binnen de bebouwde kom
                    en voorziet in lokale belangen. Gedeputeerde Staten willen ruimte bieden voor de
                    uitvoering van vastgesteld gemeentelijk beleid. Voorop gesteld dat door de
                    plaatsing van reclameborden op de provinciale weg binnen de bebouwde kom de
                    belangen die deze verordening beschermt niet in het geding komen, kunnen
                    Gedeputeerde Staten reclameborden op de weg binnen de bebouwde kom toestaan
                    conform het ter plaatse geldende beleid van de gemeente. Omdat Gedeputeerde
                    Staten tevens beleid voeren over borden in de openbare ruimte vanuit het oogpunt
                    van landschapsbescherming, zullen Gedeputeerde Staten aanvragen voor
                    reclameborden binnen de bebouwde kom bij afwezigheid van vastgesteld
                    gemeentelijk beleid tevens toetsen aan het gestelde in de LSV.</al><al>Artikel 11 Vergunningvereisten verkiezingsborden Onder a Ten tijde van
                    verkiezingen is het voor politieke partijen gebruikelijk met behulp van borden
                    aandacht voor de politieke partij te vragen. De opschriften van dergelijke
                    verkiezingsborden vallen onder de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting.
                    Borden anders dan borden voor het verkeer hebben in principe een afleidende
                    werking op weggebruikers en kunnen daarom tot verkeersonveilige situaties
                    leiden. Gedeputeerde Staten achten het risico hierop in verband met de hogere
                    toegestane snelheden en de hogere verkeersintensiteiten op wegen buiten de
                    bebouwde kom hoger, dan op wegen binnen de bebouwde kom. Om die reden kunnen
                    Gedeputeerde Staten verkiezingsborden op haar wegen binnen de bebouwde kom wel
                    vergunnen, buiten de bebouwde kom niet.</al><al>Onder b Ter bescherming van onderhoudskwaliteit van bomen en tot de weg
                    behorende verkeersvoorzieningen mogen verkiezingsborden daaraan niet worden
                    bevestigd.</al><al>Artikel 12 Vergunningvereisten kunstobjecten Eerste lid De vergunninghouder moet
                    het kunstobject onderhouden. Omdat het kunstobject is gelegen op de weg, gelden
                    de algemeen geaccepteerde veiligheidsvoorschriften die zijn vastgelegd in
                    publicatie 96b van het CROW. Gedeputeerde Staten verwachten van een andere
                    wegbeheerder dat zij die voorschriften kennen en juist kunnen toepassen
                    aangezien zij daartoe – net als de provincie Noord-Brabant – de wettelijke taak
                    en deskundigheid heeft. Van een derde, niet-wegbeheerder, verwachten
                    Gedeputeerde Staten dezelfde deskundigheid niet. Gedeputeerde Staten beschermen
                    hiermee niet alleen de verkeersveiligheid maar ook de persoonlijke veiligheid
                    van niet-wegbeheerders. Vergunningaanvraag ingediend door een andere partij dan
                    een gemeente nemen Gedeputeerde Staten niet in behandeling.</al><al>Tweede lid, onder a Gedeputeerde Staten voeren een actief beleid over kunst in
                    de openbare ruimte. Het BKKC heeft daarin een uitvoerende taak, namens
                    Gedeputeerde Staten. Het BKKC kan een kunstinhoudelijk oordeel geven over
                    kunstobjecten. Alvorens Gedeputeerde Staten het aangevraagde kunstobject kunnen
                    toetsen op verkeersveiligheidscriteria, moet het BKKC een positief
                    kunstinhoudelijk oordeel hebben gegeven over het ontwerp van het kunstobject. De
                    aanvrager van het kunstobject dient zelf om dat oordeel over het ontwerp bij het
                    BKKC te vragen.</al><al>Tweede lid, onder b Om de veiligheid en doorstroming op provinciale wegen te
                    verbeteren, heeft de provincie Noord-Brabant zich in het verleden geconformeerd
                    aan het duurzaam veilig inrichten van wegen en rotondes. Daarom worden deze
                    onderhoudsarm ingericht, om te voorkomen dat de verkeersveiligheid en
                    doorstroming wordt aangetast. Sommige weggedeelten of rotondes in provinciale
                    wegen kunnen geschikt zijn om daarop kunstobjecten te plaatsen. Het in beginsel
                    vrijgeven van alle provinciale wegen en alle daarin gelegen rotondes als
                    potentiele ruimte om daarop kunst te plaatsen, past niet bij de taak die de
                    provincie heeft als wegbeheerder. Voor kunst op provinciale wegen moet voldoende
                    ruimte beschikbaar zijn, naast de ruimte die nodig is voor het
                    wegbeheerderschap. Daarnaast is het geldende snelheidsregime beperkend van
                    toepassing. Er kunnen echter ook andere belangen gelden. Het middenterrein van
                    een rotonde kan door een gemeente gezien worden als markeringspunt, indien
                    daarop een kunstobject prijkt. Omdat voor wegen binnen de bebouwde kom lagere
                    snelheidsregimes gelden en de verkeersintensiteiten ten opzichte van provinciale
                    wegen buiten de bebouwde kom lager zijn, willen Gedeputeerde Staten aanvragen
                    voor kunst op rotondes binnen of op de grens van de bebouwde kom niet op
                    voorhand weren. Gelet op het vorenstaande kunnen Gedeputeerde Staten kunst
                    toestaan op provinciale wegen of daarin gelegen rotondes die binnen of op de
                    grens van de bebouwde kom liggen. Kunstobjecten op de weg buiten de bebouwde kom
                    zijn uitsluitend mogelijk indien de vergunning wordt aangevraagd in het kader
                    van een provinciaal wegenbouwproject, niet zijnde onderhoudswerkzaamheden. Deze
                    bepaling sluit aan bij het beleid van Gedeputeerde Staten over
                    subsidiemogelijkheden voor beeldende kunst bij wegenbouwprojecten.</al><al>Tweede lid, onder c tot en met j Het kunstobject moet voldoen aan deze
                    verkeersveiligheidscriteria. Om een rotonde zo veilig mogelijk in te richten en
                    daarvoor voldoende fysieke ruimte beschikbaar te hebben, mag een kunstobject
                    niet meer dan 50% van de oppervlakte van het middenterrein innemen.</al><al>Artikel 13 Uitvoering en kosten Eerste lid In beginsel voert de provincie de
                    vergunde veranderingen van de wegen (aanleg, verplaatsing, wijziging en
                    verwijdering) uit, of laat deze namens haar uitvoeren. Veranderingen die een
                    andere wegbeheerder op de provinciale weg uitvoert zijn hiervan uitgezonderd. De
                    andere wegbeheerders beschikken zelf over de noodzakelijke kennis en kunde om
                    als wegbeheerder op te treden. Gedeputeerde Staten verbinden over de uitvoering
                    wel voorschriften aan de vergunning. Voor de kosten van de realisatie van de
                    verandering van de weg geldt het veroorzakerprincipe, inhoudende dat de
                    vergunninghouder zowel de kosten van de verandering van de weg, de kosten van
                    aanpassing of herstel van de weg als de kosten voor het plaatsen van
                    noodzakelijke verkeersmaatregelen draagt. In het geval dat de provincie als
                    initiatiefnemer aan een weg werkzaamheden uitvoert, kan het voorkomen dat in
                    eerder verband toegestane veranderingen verplaatst, gewijzigd of verwijderd
                    moeten worden. In dat geval moeten Gedeputeerde Staten de in het verleden
                    verleende vergunning wijzigen, dan wel intrekken. De kosten die in het kader van
                    de wegwerkzaamheden gepaard gaan met de verplaatsing, wijziging of verwijdering
                    voor het deel dat tot de provinciale weg behoort, betaalt de provincie. De
                    vergunninghouder kan overigens ook een verzoek om nadeelcompensatie indienen bij
                    Gedeputeerde Staten, aangezien zij in dit geval een wijzigings- of
                    intrekkingbesluit hebben genomen.</al><al>Artikel 14 Vereisten aanvraag Artikel 4:2 Awb bepaalt onder meer dat een
                    aanvraag wordt ondertekend en tenminste de naam en het adres van de aanvrager,
                    een dagtekening en een aanduiding van de beschikking die gevraagd wordt bevat.
                    Om een aanvraag zorgvuldig te kunnen behandelen en een weloverwogen, goed
                    gemotiveerd besluit te kunnen nemen, hebben Gedeputeerde Staten voor specifieke
                    veranderingen aanvullende gegevens nodig.</al><al>Artikel 15 Onvolledige aanvraag Op grond van artikel 4:5 van de Awb kunnen
                    Gedeputeerde Staten besluiten om aanvragen die niet voldoen aan de
                    aanvraagvereisten als bedoeld in het artikel 13, niet in behandeling te nemen.
                    Alvorens hiertoe te besluiten bieden Gedeputeerde Staten de aanvrager éénmalig
                    de gelegenheid diens aanvraag aan te vullen. Gedeputeerde Staten achten hiervoor
                    een termijn van vier weken redelijk.</al><al>Het bij de aanvraag ontbreken van de toestemmingen als bedoeld in artikel 13,
                    eerste lid onder h, kan niet zonder meer leiden tot het buiten behandeling laten
                    van de aanvraag.</al><al>Artikel 16 Begripsbepalingen specifiek Onder c Voorbeelden van motorrijtuigen
                    zijn bromfietsen, bussen, personenauto’s, landbouw- of bostrekkers,
                    motorfietsen, rijdende werktuigen en trekkers.</al><al>Onder f Voorbeelden van voertuigen zijn alle motorrijtuigen, aanhangwagens,
                    gehandicaptenvoertuigen, opleggers en fietsen.</al><al>Artikel 17 Soorten vergunning Provinciale wegen hebben, net als iedere andere
                    weg in Nederland, primair de functie om het verkeer zo veilig en zo snel
                    mogelijk af te wikkelen. Een duurzaam veilige inrichting van de weg en een goede
                    (onderhouds)kwaliteit fragen daaraan bij. Gelet op de belangen die Gedeputeerde
                    Staten moeten beschermen en de taken die zij hebben als wegbeheerder, vinden zij
                    het van belang om een gebruik van de weg anders dan waarvoor de weg is bedoeld,
                    in beginsel niet toe te staan. Dit nee-tenzij-principe behoeft enige nuancering,
                    omdat ook andere belangen een rol kunnen spelen bij de afweging om een bepaald
                    gebruik van de weg al dan niet toe te staan. Om die reden willen Gedeputeerde
                    Staten in beginsel alleen het in dit artikel genoemde gebruiken van de weg
                    toestaan.</al><al>Onder a en b Evenementen hebben een veelal statisch karakter aangezien deze –
                    ongeacht de aard van het evenement – binnen een afgesloten of afgebakend
                    evenemententerrein plaatsvinden. De weg kan deel uitmaken van een
                    evenemententerrein. Evenementen op de weg zijn in beginsel in strijd met de
                    belangen die de Verordening wegen beschermt. Echter, Gedeputeerde Staten
                    realiseren zich dat met evenementen andere belangen een rol spelen, zoals
                    culturele of sportieve belangen. Gedeputeerde Staten erkennen dat en kunnen
                    evenementen toestaan, mits de belangen die de Verordening wegen beschermt niet
                    in het geding komen. Dit geldt ook voor wedstrijden. Voor wedstrijden met
                    voertuigen is niet de Verordening wegen van toepassing, maar artikel 10 juncto
                    artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. Voor die wedstrijden geldt de
                    ontheffingplicht op grond van de Wegenverkeerswet 1994, niet de vergunningplicht
                    op grond van de Verordening wegen.</al><al>Onder c Voorbeelden van activiteiten niet zijnde evenementen of wedstrijden,
                    zijn het freteren van konijnen en het rapen van eikels in de bermen van de weg
                    gedurende het herfstseizoen. Het freteren van konijnen is op grond van de Flora-
                    en faunawet jaarlijks gedurende het jachtseizoen van 15 augustus tot 31 januari
                    vrijgesteld. Echter, indien het freteren plaatsvindt op de weg is op grond van
                    de Verordening wegen een vergunning vereist. Dit geldt ook voor andere
                    activiteiten die onder de werking van de Flora- en faunawet vallen en
                    plaatsvinden op de weg.</al><al>Onder d Voor het kunnen houden van een evenement of wedstrijd kan de organisatie
                    ervan het noodzakelijk vinden om voorwerpen in verband met het evenement of de
                    wedstrijd op de weg te plaatsen, zoals podia en tribunes. Gedeputeerde Staten
                    kunnen dit toestaan, mits de voorwerpen de kwaliteit van de weg of tot de weg
                    behorende verkeersvoorzieningen niet in het geding brengen, bijvoorbeeld door
                    omvang, materiaal of bevestigingswijze.</al><al>Onder e Gedeputeerde Staten ontvangen regelmatig het verzoek om ruimte op de weg
                    beschikbaar te stellen voor de verkoop van bijvoorbeeld etenswaren en dranken
                    aan weggebruikers vanuit een verkoopwagen. Gedeputeerde Staten kunnen
                    standplaatsinname toestaan, voor zover de beoogde locatie voldoende
                    verkeersveilig is. Standplaatsinname direct op de weg in de berm ervan zullen
                    Gedeputeerde Staten daarom niet toestaan, parkeer- en carpoolplaatsen kunnen
                    hiervoor wel geschikt zijn.</al><al>Onder f De provincie tracht aantasting van de landschappelijke kwaliteiten van
                    Noord-Brabant door de aanwezigheid van (reclame)borden buiten de bebouwde kom te
                    voorkomen. Hiervoor geldt de LSV. Dit neemt niet weg dat voor het plaatsen van
                    borden op de weg vergunning op grond van de Verordening wegen vereist is, de
                    Verordening wegen prevaleert boven de LSV. Spandoeken vallen ook onder de
                    werking van de LSV, echter door het ophangen van spandoeken verandert de weg
                    niet. Spandoeken kunnen een bijdrage leveren aan de belangen die de Verordening
                    wegen beschermt. Het betreft dan spandoeken waarop een boodschap is vermeld in
                    het kader van campagnes ter bevordering van de verkeersveiligheid, zoals ‘Wij
                    gaan weer naar school’. Spandoeken die geen attentiewaarde ten gunste van de
                    verkeersveiligheid en doorstroming hebben, zijn bijvoorbeeld spandoeken met
                    handelsreclame of waarop de aankondiging van een nationale collecte is vermeld.
                    Met uitzondering van spandoeken die een boodschap verkondigen in het belang van
                    de verkeersveiligheid, staan Gedeputeerde Staten buiten de bebouwde kom geen
                    spandoeken toe. Binnen de bebouwde kom kunnen Gedeputeerde Staten spandoeken wel
                    toestaan, mits deze de belangen die de Verordening wegen beschermt niet in het
                    geding brengen en een ander doel hebben dan het maken van handelsreclame.</al><al>Onder g Bouwafvalcontainers hebben geen functie voor de weg of het verkeer. Ter
                    bescherming van de veiligheid en doorstroming moeten gebruikers deze daarom op
                    eigen grondgebied plaatsen. Het kan echter voorkomen dat dit niet mogelijk is en
                    dat de gebruiker de container tijdelijk op de weg wil plaatsen. Gedeputeerde
                    Staten kunnen hiervoor vergunning verlenen.</al><al>Onder h Stoffen als bergen zand of hopen snoeiafval hebben geen functie voor de
                    weg of het verkeer. Ter bescherming van de veiligheid en doorstroming moeten
                    deze daarom op eigen grondgebied worden geplaatst. Het kan echter voorkomen dat
                    dit niet mogelijk is en dat de gebruiker de stoffen tijdelijk op de weg wil
                    plaatsen. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor vergunning verlenen.</al><al>Artikel 18 Algemene vergunningvereisten Onder a Gedeputeerde Staten onderzoeken
                    of volgens het BMIT werkzaamheden gepland zijn voor het wegvak waarop de
                    aanvraag betrekking heeft en zo ja, binnen welke termijn. In het geval voor het
                    betreffende wegvak werkzaamheden gepland zijn, kan het voorkomen dat de aanvraag
                    zich daarmee niet verenigt. In dergelijke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de
                    vergunning niet verlenen.</al><al>Onder b De provincie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de weg door deze
                    te onderhouden, in stand te houden en de bruikbaarheid te waarborgen. Het
                    gebruiken van de weg mag hieraan geen afbreuk doen.</al><al>Onder c Om het verkeer veilig en met een goede doorstroming te kunnen
                    afwikkelen, zijn op wegen verschillende voorzieningen aanwezig, zoals
                    verkeersregelinstallaties, openbare verlichting, verkeersborden, vangrails en
                    dergelijke. Deze voorzieningen hebben een verkeersfunctie, die door het
                    aangevraagde gebruik van de weg in het doel, de functionaliteit of in
                    onderhoudsmogelijkheden niet mogen worden belemmerd.</al><al>Onder d Weggebruikers moeten voldoende zicht hebben om veilig op de weg te
                    kunnen rijden of de weg te verlaten. Het gebruiken van de weg mag het uitzicht
                    van weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen niet belemmeren.</al><al>Onder e Om een weg te gebruiken moet op het moment dat Gedeputeerde Staten de
                    aanvraag ontvangen voldoende fysieke ruimte beschikbaar zijn. Gedeputeerde
                    Staten zullen geen ruimte creëren om een aanvraag mogelijk te maken. Voor
                    sommige voorwerpen houden Gedeputeerde Staten een obstakelvrije zone aan. Binnen
                    die zone, gemeten vanuit de kant van de rijbaanverharding, mogen geen andere
                    voorwerpen geplaatst worden dan tot de weg behorende verkeersvoorzieningen. In
                    welke gevallen een obstakelvrije ruimte van toepassing is, blijkt uit de
                    vereisten die voor de specifieke voorwerpen gelden.</al><al>Onder f De Verordening wegen beschermt niet alleen de verkeersveiligheid en
                    doorstroming. De verordening voorkomt ook overlast, hinder en schadelijke
                    gevolgen voor het milieu. Gedeputeerde Staten toetsen de aanvragen voor
                    evenementen bijvoorbeeld ook aan het bepaalde in de Provinciale
                    milieuverordening Noord-Brabant 2010, waarin onder andere stiltegebieden en
                    grondwaterbeschermingsgebieden zijn vastgelegd. Voor zover een provinciale weg
                    in een dergelijk gebied ligt, kunnen specifieke regels voor de toelaatbaarheid
                    van evenementen en wedstrijden van toepassing zijn.</al><al>Onder g Deze bepaling vindt onder meer toepassing in Natura 2000-gebieden waarin
                    een provinciale weg ligt. Voor Natura 2000-gebiden gelden specifieke regels.
                    Gedeputeerde Staten toetsen de aanvraag aan de specifieke regels die gelden voor
                    het betreffende Natura 2000-gebied waar de weg doorheen loopt.</al><al>Dit artikel bevat de algemene vergunningvereisten. Voor specifiek gebruik van de
                    weg hebben Gedeputeerde Staten specifieke vereisten vastgesteld. De hierop
                    volgende artikelen lichten de specifieke vereisten toe. Voor het gebruiken van
                    de weg voor activiteiten, niet zijnde evenementen en wedstrijden, en voorwerpen
                    in verband met evenementen of wedstrijden stellen Gedeputeerde Staten geen
                    specifieke vereisten. De algemene vergunningvereisten volstaan.</al><al>Artikel 19 Vergunningvereisten evenementen Onder a Stroomwegen liggen buiten de
                    bebouwde kom en zijn bedoeld om steden, landsdelen of landen te verbinden.
                    Gebiedsontsluitingswegen liggen ook buiten de bebouwde kom en vormen verbindende
                    schakels tussen stroomwegen. Zowel stroom- als gebiedsontsluitingswegen hebben
                    een belangrijke functie voor de doorstroming voor het verkeer en kennen maximum
                    snelheden variërend van 70 km/u tot 120 km/u. In het belang van de
                    verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid staan Gedeputeerde Staten op
                    deze wegen geen nieuwe evenementen toe. Hiervan zijn uitgezonderd de evenementen
                    die Gedeputeerde Staten in het verleden regelmatig heeft toegestaan, mits deze
                    in vorm, aard en karakter hetzelfde zijn gebleven. Dit komt tot uitdrukking in
                    de overgangsbepaling van deze regeling. Daarnaast geldt dat het evenement meer
                    dan een lokaal belang moet dienen. Gedeputeerde Staten maken daarom onderscheid
                    tussen internationale, nationale, regionale en lokale evenementen en
                    wedstrijden. Het onderscheid wordt bepaald door het karakter of de betekenis van
                    het evenement of de wedstrijd. Voorbeelden van internationale evenementen en
                    -wedstrijden zijn het Wereldkamioenschap voetbal, jaarlijkse herdenkingen van de
                    Tweede Wereldoorlog en onderdelen daarvan, zoals Operatie Market Garden, en de
                    Tour de France. Voorbeelden van nationale evenementen en wedstrijden zijn de
                    Luchtmachtdagen, Landmachtdagen, Koninginnedag, de Ronde van Nederland en de
                    Acht van Chaam. Voorbeelden van regionale evenementen en wedstrijden zijn de
                    Bloemencorso Zundert, Volkel in de Wolken en de Wielerronde van Maren-Kessel.
                    Provinciale wegen binnen de bebouwde kom zijn erftoegangswegen, of
                    gebiedsontsluitingswegen met de inrichting of het karakter van een
                    erftoegangsweg. De maximumsnelheid binnen de bebouwde kom is meestal bepaald op
                    50 km/u. Op deze wegen kunnen Gedeputeerde Staten wel een evenement toestaan,
                    omdat het risico op aantasting van de verkeersveiligheid, doorstroming en
                    bereikbaarheid minder is dan op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen buiten
                    de bebouwde kom. Voorbeelden van lokale evenementen en wedstrijden zijn
                    carnavalsoptochten, Sinterklaasoptochten, kermissen, braderieën, jaar- en
                    rommelmarkten. Ondanks dat puzzel-, foto- of oriëntatieritten niet alleen binnen
                    de bebouwde kom plaatsvinden, beschouwen Gedeputeerde Staten deze als
                    wedstrijden van lokaal belang.</al><al>Onder b Een evenement kan uitsluitend op de weg plaatsvinden indien maatregelen
                    getroffen worden die ertoe bijdragen dat het risico op aantasting van de
                    verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid zo klein mogelijk wordt
                    gemaakt. Een omleidingroute is daarom bij de meeste evenementen en wedstrijden
                    noodzakelijk.</al><al>Artikel 20 Vergunningvereisten wedstrijden, niet zijnde wedstrijden met
                    voertuigen In tegenstelling tot bij evenementen, is bij wedstrijden sprake van
                    prestatievergelijkingen tussen deelnemers of voertuigen waarbij een prijs,
                    beloning of aandenken in het vooruitzicht wordt gesteld. Gelet op het van
                    toepassing zijnde juridische kader, onderscheiden Gedeputeerde Staten
                    wedstrijden met voertuigen, waar onder wedstrijden met motorrijtuigen, en
                    wedstrijden zonder voertuigen. Voor wedstrijden met voertuigen is de
                    Wegenverkeerswet 1994 van toepassing. Voor wedstrijden zonder voertuigen de
                    Verordening wegen. Voor het al dan niet toestaan van wedstrijden zonder
                    voertuigen passen Gedeputeerde Staten dezelfde vereisten toe als bij
                    evenementen. De artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 19 is daarom
                    van overeenkomstige toepassing.</al><al>Artikel 21 Vergunningvereisten standplaatsen Standplaatsen op de weg of in de
                    berm kunnen onverwachte gedragingen van weggebruikers tot gevolg hebben, met
                    alle risico’s voor de verkeersveiligheid en doorstroming van dien. Gedeputeerde
                    Staten staan daarom standplaatsen niet toe op de weg, met uitzondering van de
                    daartoe behorende parkeer- en carpoolplaatsen. Met het oog op het behoud van
                    voldoende ruimte per parkeer- en carpoolplaats kunnen Gedeputeerde Staten daarom
                    maximaal één standplaatsinname per parkeer- en carpoolplaats toestaan.</al><al>Artikel 22 Vergunningvereisten spandoeken Eerste lid, onder c Ter bescherming
                    van onderhoudskwaliteit van tot de weg behorende verkeersvoorzieningen mogen
                    spandoeken daaraan niet worden bevestigd.</al><al>Tweede lid, onder b Spandoeken mogen niet boven de weg komen te hangen teneinde
                    veilige doorrijhoogten te garanderen.</al><al>Artikel 23 Vergunningvereisten bouwafvalcontainers Gedeputeerde Staten staan
                    bouwafvalcontainers op de weg uitsluitend toe als de belangen die de Verordening
                    wegen beschermt niet in het geding komen. Ter bescherming van de obstakelvrije
                    ruimte moet de bouwafvalcontainer zo dicht mogelijk bij het perceel van de
                    eigenaar of gebruiker van de bouwafvalcontainer worden geplaatst. Het zo dicht
                    mogelijk bij het perceel van de eigenaar of gebruiker plaatsen dient er tevens
                    toe het zicht van weggebruikers te beschermen en de mogelijkheden van
                    Gedeputeerde Staten om de uitvoering van onderhoud aan de weg en tot de weg
                    behorende verkeersvoorzieningen te behouden.</al><al>Artikel 24 Vergunningvereisten stoffen De artikelsgewijze toelichting behorende
                    bij artikel 23 is van overeenkomstige toepassing.</al><al>Artikel 25 Ontheffing wedstrijd met voertuigen in meerdere gemeenten Eerste lid
                    Voor wedstrijden met voertuigen is artikel 10, juncto artikel 148, van de
                    Wegenverkeerswet 1994 van toepassing. Dat artikel maakt onderscheid tussen
                    wedstrijden met voertuigen die plaatsvinden binnen één gemeente en wedstrijden
                    met voertuigen die plaatsvinden binnen meerdere gemeenten. In het laatste geval
                    zijn Gedeputeerde Staten bevoegd te beslissen voor zover het geen wegen van het
                    Rijk betreft.</al><al>Tweede lid Gedeputeerde Staten staan wedstrijden met motorrijtuigen op de
                    provinciale weg niet toe, omdat de weg daarvoor niet geschikt is. In Nederland
                    zijn daarvoor geschikte circuits beschikbaar.</al><al>Derde lid Het in het vooruitzicht stellen van een prijs, beloning of aandenken
                    maakt een activiteit tot een wedstrijd (Rechtbank Maastricht, 15-02-1977, VR
                    1977, 91). Puzzel-, foto- of oriëntatietoertochten zijn daarom wedstrijden. Voor
                    zover deze met motorrijtuigen plaatsvinden zouden Gedeputeerde Staten dergelijke
                    wedstrijden op grond van het tweede lid niet toestaan. Echter, voor dergelijke
                    wedstrijden geldt dat de deelnemers en voertuigen zich moeten houden aan de
                    geldende regels en vereisten zoals vastgelegd in de wegenverkeerswetgeving.
                    Daarom hebben Gedeputeerde Staten hiervoor een uitzondering gemaakt.</al><al>Artikel 26 Verklaring van geen bezwaar wedstrijd met voertuigen binnen één
                    gemeente Eerste lid In het geval een wedstrijd met voertuigen plaatsvindt binnen
                    één gemeente is het college van Burgemeester en wethouders van die gemeente het
                    bevoegde gezag. Voor zover de wedstrijd geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op de
                    weg dienen Burgemeester en Wethouders aan Gedeputeerde Staten te vragen of zij
                    geen bezwaar hebben tegen de wedstrijd. De artikelsgewijze toelichting behorende
                    bij artikel 10, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.</al><al>Tweede lid De artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 25, tweede lid,
                    is van overeenkomstige toepassing.</al><al>Derde lid De artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 25, derde lid, is
                    van overeenkomstige toepassing.</al><al>Artikel 27 Vereisten ontheffing en verklaring van geen bezwaar De
                    artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 148, tweede lid, van de
                    Wegenverkeerswet 1994 en de artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 3
                    en 4 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.</al><al>Artikel 28 [Kosten gebruiken van de weg]* Artikel 4:2 Awb bepaalt onder meer dat
                    een aanvraag wordt ondertekend en tenminste de naam en het adres van de
                    aanvrager, een dagtekening en een aanduiding van de beschikking die gevraagd
                    wordt bevat. Om een aanvraag zorgvuldig te kunnen behandelen en een
                    weloverwogen, goed gemotiveerd besluit te kunnen nemen, hebben Gedeputeerde
                    Staten voor specifieke veranderingen aanvullende gegevens nodig.</al><al>Artikel 29 [Vereisten aanvraag]* Om tijdig een besluit te kunnen nemen, hebben
                    Gedeputeerde Staten voldoende tijd nodig voor het behandelen van de aanvraag.
                    Hiervoor hebben Gedeputeerde Staten verschillende termijnen vastgesteld.</al><al>Artikel 30 [Termijnen aanvraag]* Op grond van artikel 4:5 van de Awb kunnen
                    Gedeputeerde Staten besluiten om aanvragen die niet voldoen aan de
                    aanvraagvereisten als bedoeld in artikel 3 niet in behandeling te nemen.
                    Alvorens hiertoe te besluiten bieden Gedeputeerde Staten de aanvrager éénmalig
                    de gelegenheid diens aanvraag aan te vullen. Gedeputeerde Staten achten hiervoor
                    een termijn van twee weken redelijk.</al><al>Artikel 31 [Onvolledige aanvraag]* Voor de kosten van het gebruiken van de weg
                    geldt het veroorzakerprincipe, inhoudende dat de vergunninghouder de kosten
                    ervan draagt.</al><al>Artikel 32 Begripsbepalingen specifiek Onder a Gedeputeerde Staten beschouwen
                    familieleden en vrienden als naasten.</al><al>Onder b NEN-normen zijn raadpleegbaar op www.nen.nl.</al><al>Artikel 33 Vereisten plaatsing Gedeputeerde Staten staan aard- en nagelvaste
                    gedenktekens niet toe. Aard- en nagelvaste gedenktekens vormen een obstakel voor
                    de uitvoering van de zorgplicht en kunnen leiden tot vertragingen bij de
                    uitvoering van infrastructurele projecten. Zou een gedenkteken leiden tot een
                    verandering van de weg als bedoeld in artikel 4 van de Verordening wegen
                    Noord-Brabant 2010, dan staan Gedeputeerde Staten dat ook niet toe. Deze
                    regeling biedt hiertoe geen vergunningmogelijkheid.</al><al>Onder a Gedeputeerde Staten staan gedenktekens uitsluitend toe indien deze
                    geplaatst worden naar aanleiding van een verkeersongeval op een provinciale weg,
                    waarbij één of meerdere dodelijke verkeersslachtoffers zijn gevallen. De redenen
                    hiervoor zijn ten eerste dat Gedeputeerde Staten als wegbeheerder uitsluitend
                    beleid kunnen voeren dat betrekking heeft op de wegen die onder haar bevoegdheid
                    vallen. Daarnaast wensen Gedeputeerde Staten uitsluitend gedenktekens toe te
                    staan die direct verband houden met het gebruik van de provinciale weg. In de
                    uitvoeringspraktijk is gebleken dat er ook behoefte bestaat aan het plaatsen van
                    andere gedenktekens, bijvoorbeeld ter nagedachtenis aan op provinciale wegen
                    omgekomen (huis)dieren of historische gebeurtenissen. Gelet op de belangen die
                    Gedeputeerde Staten moeten beschermen als wegbeheerder en gelet op het beoogde
                    gebruik van provinciale wegen, staan Gedeputeerde Staten dergelijke gedenktekens
                    echter niet toe.</al><al>Onder c Ondanks dat Gedeputeerde Staten er van uitgaan dat gedenktekens door de
                    nabestaanden verwijderd worden na verloop van enige rouwtijd, kunnen sommige
                    nabestaanden behoefte hebben aan aanwezigheid van een gedenkteken voor een
                    langere periode. Enige beperking in dat geval is dat het gedenkteken zo veel
                    mogelijk past bij de lokale omgeving. Een voorbeeld van een gedenkteken dat past
                    in de omgeving is een zwerfkei.</al><al>Onder d De maximale afmetingen dienen om afleiding of uitzichtvermindering van
                    weggebruikers te voorkomen.</al><al>Onder e Een gedenkteken wordt zo ver mogelijk verwijderd van de hoofdrijbaan
                    geplaatst, dus in de berm tussen het fietspad of de parallelweg en de sloot.
                    Uitsluitend indien dit niet mogelijk is, is het toegestaan het gedenkteken in de
                    berm die rechtstreeks grenst aan de hoofdrijbaan te plaatsen. De reden die
                    hieraan ten grondslag ligt, is dat Gedeputeerde Staten willen voorkomen dat
                    eventuele bezoekers aan het gedenkteken zichzelf of weggebruikers op de
                    hoofdrijbaan in gevaar brengen. Voor de bezoekers aan een gedenkteken gelden te
                    allen tijde de verkeersregels zoals vastgelegd in de
                    wegenverkeerswetgeving.</al><al>Onder f Uit onderdeel e volgt dat Gedeputeerde Staten uitsluitend gedenktekens
                    op de grond in de berm van de weg toestaan. Gedenktekens bevestigd aan
                    verkeerstekens, bomen, bruggen, vangrails, palen en dergelijke kunnen
                    weggebruikers afleiden en daarmee de verkeersveiligheid in het geding brengen.
                    Bovendien willen Gedeputeerde Staten schade ontstaan door bevestiging van
                    gedenktekens aan tot de weg behorende verkeersvoorzieningen voorkomen.</al><al>Onder g Om afleiding van weggebruikers te voorkomen is verlichting van of bij
                    een gedenkteken, anders dan eventueel reeds in de berm aanwezige openbare
                    verlichting, niet toegestaan. Ook kaarsjes en andere vormen van verlichting zijn
                    niet toegestaan.</al><al>Onder h Gedenktekens mogen de belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant
                    beschermt niet in het geding brengen. De verkeersveiligheid mag niet in het
                    geding komen door de aanwezigheid van gedenktekens. Voorwerpen die Gedeputeerde
                    Staten toestaan zijn bijvoorbeeld een bosje bloemen of een klein knuffelbeest.
                    Gedeputeerde Staten stellen voor de vormgeving geen expliciete vereisten anders
                    dan met betrekking tot de grootte, omdat zij nabestaanden in de gelegenheid
                    willen stellen om een gedenkteken naar eigen voorkeur vorm te geven.
                    Nabestaanden kunnen zo een gedenkteken kiezen dat het beste past bij de wijze
                    van gedenken en het te gedenken verkeersslachtoffer.</al><al>Artikel 34 Vereisten onderhoud Onder b Met veilig, milieuvriendelijk en
                    energiebewust onderhoud aan het gedenkteken wordt bedoeld dat de manier van
                    onderhoud de verkeersveiligheid niet in het geding brengt. Bovendien mogen de
                    manier van onderhoud en de daarbij gebruikte middelen geen schade aan de bodem,
                    het grondwater of de luchtkwaliteit veroorzaken.</al><al>Artikel 35 Termijn aanwezigheid Gedenktekens die voldoen aan deze regeling mogen
                    in principe voor onbepaalde tijd op de weg aanwezig blijven. Toch kan het
                    voorkomen dat een gedenkteken moet worden verwijderd of verplaatst, indien de
                    uitvoering van de zorgplicht voor wegen dat verlangt. De uitvoering van de
                    zorgplicht voor wegen is een continu proces. Daarbij kan het voorkomen dat
                    bestaande wegen gereconstrueerd of verlegd moeten worden. Dat geschiedt in het
                    algemeen belang van verkeersveiligheid, doorstroming of bereikbaarheid. Omdat
                    een gedenkteken voorziet in een individueel belang, wordt een gedenkteken zo
                    nodig verwijderd of verplaatst. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij de
                    uitvoering van een infrastructureel project of bij belemmering in het onderhoud
                    van de weg. Alvorens te verwijderen of te verplaatsen, treden Gedeputeerde
                    Staten in overleg met de nabestaande, als die bekend is.</al><al>Artikel 38 Overgangsrecht Eerste lid Deze overgangbepaling voorkomt dat
                    vergunningen die werden verleend op grond van de Verordening wegen en de
                    regelingen die met artikel 17 van deze regeling zijn ingetrokken, komen te
                    vervallen. De datum 1 mei 2006 is gekozen omdat sinds het inwerkingtreden van de
                    Verordening wegen Noord-Brabant 2006 Gedeputeerde Staten in verschillende
                    regelingen een goed en consistent vergunningbeleid hebben vastgelegd op basis
                    waarvan vergunningenaanvragen getoetst werden. Vóór de inwerkingtreding van de
                    Wegenverordening Noord-Brabant 2006 was daarvan nog onvoldoende sprake.</al><al>Tweede lid Voor bestaande veranderingen van de weg die zijn gerealiseerd zonder
                    dat Gedeputeerde Staten vergunning hebben verleend en waarbij sprake is van
                    strijdigheid met deze regeling, kunnen Gedeputeerde Staten niet alsnog een
                    vergunning verlenen. De belanghebbende dient de niet vergunbare verandering
                    binnen één jaar nadat deze door Gedeputeerde Staten is geconstateerd te
                    verwijderen. Na het verstrijken van die periode kunnen Gedeputeerde Staten
                    handhavend optreden, tenzij de belanghebbende kan aantonen dat de verandering al
                    meer dan vijf jaar aanwezig is zonder dat Gedeputeerde Staten aan de
                    belanghebbende hebben laten weten dat de verandering strijdig is met de geldende
                    verordening of regeling. Er is dan sprake van zogenaamd passief gedogen en in
                    dat geval wordt een vergunning geacht te zijn verleend. Willen Gedeputeerde
                    Staten daarna nog handhavend optreden, dan dienen zij de vergunning die geacht
                    wordt te zijn verleend, in te trekken. Hiertegen staat rechtsbescherming op
                    grond van de Awb open. Is de verandering korter dan vijf jaar aanwezig zonder
                    daartoe strekkende vergunning en is legalisatie niet mogelijk, dan kunnen
                    Gedeputeerde Staten wel direct handhavend optreden.</al><al>Derde lid Deze overgangbepaling voorkomt dat vergunningen die werden verleend op
                    grond van de Verordening wegen en de regeling die met artikel 18 van deze
                    regeling is ingetrokken komen te vervallen.</al><al>Vierde en vijfde lid Het beginsel is dat Gedeputeerde Staten geen nieuwe
                    evenementen of wedstrijden op de weg buiten de bebouwde kom toestaan. Echter,
                    sommige evenementen of wedstrijden zijn inmiddels een traditie geworden.
                    Gedeputeerde Staten willen dergelijke evenementen en wedstrijden kunnen blijven
                    toestaan en scharen de evenementen en wedstrijden die jaarlijks of tweejaarlijks
                    plaatsvonden op de weg vóór de inwerkingtreding van de regeling Beleidsnota
                    Wegenbeheer, module B3 Vergunningen voor het gebruik van de weg onder deze
                    overgangsbepaling. Voorwaarde is wel dat vorm, aard en karakter moeten in ieder
                    geval hetzelfde zijn gebleven. De vorige regeling trad in werking op 15 maart
                    2007 en is vier jaar van kracht geweest. Om te voorkomen dat de weg in verband
                    met een evenement of wedstrijd vaker dan thans het geval is moet worden
                    afgesloten, staan Gedeputeerde Staten evenementen die de afgelopen vier jaar
                    hebben plaatsvonden op de weg buiten de bebouwde kom alsmede nieuwe evenementen
                    niet toe.</al><al>Zesde en zevende lid Deze regeling is van toepassing op alle bestaande en nieuwe
                    gedenktekens, echter niet voor aard- en nagelvaste gedenktekens. De regeling
                    Beleidsnota Wegenbeheer, module B6 Gedenktekens, in werking getreden op 21
                    augustus 2008, bevat een eerbiedigende overgangsregeling die nog niet is
                    verlopen bij de inwerkingtreding van deze regeling.</al><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><al>de voorzitter de secretaris</al><al>prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. W.G.H.M. Rutten</al><al>[ ]* bij het verplaatsen van artikelen is verzuimd in de toelichting de kopjes
                    boven de artikelen 28 t/m 31 dienovereenkomstig aan te passen. In deze weergave
                    bevat de toelichting de kopjes zoals die bedoeld zijn.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>