<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92729_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Someren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Someren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Someren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">'t Contact, 01-11-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Someren 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-05-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Someren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Someren;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 september
                        2006</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=102">artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra%20/article=100">artikel 100 van de Wet op de expertisecentra</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76m">artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs</extref>;</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20dualisering%20gemeentelijke%20medebewindsbevoegdheden/article=XII">artikelen XIII, XV en XVII van de Wet dualisering gemeentelijke
                            medebewindsbevoegdheden</extref>;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht/article=4%3A4">artikelen 4:4, 6:2, 6:12 en 6:20 van de Algemene Wet
                            Bestuursrecht</extref>;</al><al>gezien het gevoerde op overeenstemming gericht overleg met
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen van de scholen in de
                        gemeente;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende Verordening voorzieningen huisvesting
                        onderwijs gemeente Someren 2006.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Minister:</al></li><li nr=""><al>de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.</al></li><li nr="b."><al>Bevoegd gezag:</al></li><li nr=""><al>bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs en
                                    de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of
                                    bijzondere school, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in
                                    een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="c."><al>School:</al></li><li nr=""><al>school voor basisonderwijs en school voor voortgezet
                                    onderwijs.</al></li><li nr="d."><al>School voor basisonderwijs:</al></li><li nr=""><al>een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als
                                    bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs</al></li><li nr=""><al>School voor voortgezet onderwijs :</al></li><li nr=""><al>school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                    onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                    praktijkonderwijs, voor zover die geheel of gedeeltelijk
                                    gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied
                                    van de gemeente</al></li><li nr="e."><al>Nevenvestiging:</al></li><li nr=""><al>deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85
                                    van de Wet op het primair onderwijs of artikel 75 van de Wet op
                                    het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is
                                    gebracht.</al></li><li nr="f."><al>Voorziening:</al></li><li nr=""><al>een van de voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2 van deze verordening.</al></li><li nr="g."><al>Programma:</al></li><li nr=""><al>het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="h."><al>Overzicht:</al></li><li nr=""><al>het overzicht van de niet in het kader van de vaststelling van
                                    het programma ingewilligde aanvragen als bedoeld in artikel 13
                                    van deze verordening.</al></li><li nr="i."><al>Aanvrager:</al></li><li nr=""><al>het bevoegd gezag dat een aanvraag voor bekostiging van een
                                    voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding van een
                                    voorziening als bedoeld in artikel 25 van deze verordening heeft
                                    ingediend.</al></li><li nr="j."><al>Aanvraag:</al></li><li nr=""><al>verzoek om bekostiging van een voorziening of om bekostiging van
                                    bouwvoorbereiding.</al></li><li nr="k."><al>Voor blijvend gebruik bestemde voorziening:</al></li><li nr=""><al>voorziening in de huisvesting die, volgens de uitkomst van de
                                    prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening, 10
                                    jaren of langer noodzakelijk is.</al></li><li nr="l."><al>Voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening:</al></li><li nr=""><al>voorziening in de huisvesting die, volgens de uitkomst van de
                                    prognose als bedoeld in bijlage II van deze verordening, niet
                                    langer dan 10 jaren noodzakelijk is.</al></li><li nr="m."><al>Permanent gebouw:</al></li><li nr=""><al>schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp en de aard van de
                                    constructie en materialen ten minste 40 jaren als volwaardige
                                    huisvesting voor het onderwijs kan functioneren.</al></li><li nr="n."><al>Noodlokaal:</al></li><li nr=""><al>verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 10 jaren als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr=""><al>Gymnastiekruimte:</al></li><li nr=""><al>ruimte die geschikt is voor het onderwijs in lichamelijke
                                    oefening.</al></li><li nr="p."><al>Advies Onderwijsraad:</al></li><li nr=""><al>een advies van de Onderwijsraad over de vaststelling van het
                                    programma in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid
                                    van inrichting, als bedoeld in artikel 95 van de Wet op het
                                    primair onderwijs, artikel 76f, negende lid van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs en artikel 210, negende lid van deel II van
                                    de Wet op het voortgezet onderwijs.</al></li><li nr="q."><al>Verhuur:</al></li><li nr=""><al>het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde
                                    onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden</al></li><li nr="r."><al>Gezamenlijke akte:</al></li><li nr=""><al>de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair
                                    onderwijs, artikel 76u, eerste lid Wet op het voortgezet
                                    onderwijs en artikel 225, eerste lid van deel II van de Wet op
                                    het voortgezet onderwijs.</al></li><li nr="s."><al>Beslissing gedeputeerde staten:</al></li><li nr=""><al>de beslissing van gedeputeerde staten in een geschil als bedoeld
                                    in artikel 110, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel 76u, tweede lid Wet op het voortgezet onderwijs en
                                    artikel 225, tweede lid van deel II van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs.</al></li><li nr="t."><al>Eigendomsoverdracht:</al></li><li nr=""><al>de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 110 van de Wet op
                                    het primair onderwijs, artikel 76u, vierde lid Wet op het
                                    voortgezet onderwijs en artikel 225, vierde lid van deel II van
                                    de Wet op het voortgezet onderwijs.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden</al><lijst><li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit: </al><lijst><li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                            nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                            gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li><li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li><li nr="3."><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                            gebouw ten behoeve van de huisvesting van een
                                            school;</al></li><li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten
                                            behoeve van de huisvesting van een school;</al></li><li nr="5."><al>terrein voor zover benodigd voor de realisering van een
                                            onder a, sub 1 tot en met 4 omschreven voorziening;</al></li><li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en
                                            hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder voor
                                            bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking
                                            zijn gebracht;</al></li><li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder
                                            voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in
                                            aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is en
                                            medegebruik van een gymnastiekruimte;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>aanpassingen aan gebouwen bestaande uit een of meer activiteiten
                                    zoals onderscheiden in bijlage I;</al></li><li nr="c."><al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs
                                    bestaande uit een of meer activiteiten zoals onderscheiden in
                                    bijlage I;</al></li><li nr="d."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, alsmede
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet manifest
                                    geworden materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit
                                    ontwerpfouten,uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="e."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket of leer- en hulpmiddelen en meubilair
                                    ingeval van bijzondere omstandigheden;</al></li><li nr="f."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs ten
                                    behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel></kop><al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a
                            onderdelen 1 en 2 kan een aanvraag worden ingediend voor een vergoeding
                            van de kosten van bouwvoorbereiding. Hierbij is het bepaalde in
                            hoofdstuk 4 van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij toekenning van een van de in artikel 2 genoemde
                                    voorzieningen, of bij toekenning bekostiging van
                                    bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze
                                    van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid
                                    gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd
                                    op de feitelijk voorziene kosten per geval.</al></li><li nr="2."><al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                    inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De
                                    vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten
                                    worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage
                                    IV, deel B.</al></li><li nr="3."><al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                    bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen 1, 2, 6, 7 en 8. Deel B
                                    van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld
                                    in artikel 2, onder a onderdelen 3, 4 en 5 en artikel 2 onder b,
                                    c, d, e en f.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Informatieverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                    noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                                    verordening</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde gegevens worden onderscheiden in: </al><lijst><li nr="a."><al>basisgegevens, zijnde gegevens die eenmalig in hun
                                            geheel worden verstrekt en vervolgens alleen in geval
                                            van wijziging worden gemeld bij het college;</al></li><li nr="b."><al>periodieke gegevens, zijnde gegevens die regelmatig door
                                            het bevoegd gezag dienen te worden verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid onder a genoemde basisgegevens omvatten: </al><lijst><li nr="1."><al>gegevens over het bevoegd gezag, bestaande uit naam,
                                            adres, denominatie en vestigingsplaats, alsmede een
                                            opgave van een contactpersoon inzake aangelegenheden
                                            aangaande de huisvesting;</al></li><li nr="2."><al>gegevens over de onder het beheer van het bevoegd gezag
                                            staande school of scholen die geheel of gedeeltelijk
                                            gehuisvest zijn in een gebouw gelegen in de gemeente,
                                            bestaande uit het Brin- nummer, naam, adres,
                                            onderwijssoort en eventuele onderwijsafdelingen en, voor
                                            zover van toepassing, de aanduiding of de school bestaat
                                            uit een hoofdvestiging met een of meer
                                            nevenvestigingen;</al></li><li nr="3."><al>gegevens over de bij de school of nevenvestiging in
                                            gebruik zijnde gebouwen gespecificeerd per gebouw,
                                            bestaande uit: </al><lijst><li nr="•"><al>het adres;</al></li><li nr="•"><al>de status van het gebouw zijnde hoofdgebouw of
                                                  dislocatie;</al></li><li nr="•"><al>de bouwaard zijnde permanent of noodlokaal;</al></li><li nr="•"><al>het bouwjaar zijnde het oorspronkelijk bouwjaar
                                                  of, ingeval het gebouw bestaat uit in
                                                  verschillende jaren gebouwde delen, de bouwjaren
                                                  onderscheiden naar gebouwdeel met de daarbij
                                                  behorende bruto vloeroppervlakte;</al></li><li nr="•"><al>de bruto vloeroppervlakte van het gebouw
                                                  uitgedrukt in m2;</al></li><li nr="•"><al>de genormeerde en feitelijke capaciteit van het
                                                  gebouw voor zover bestemd voor een school voor
                                                  basisonderwijs, te bepalen aan de hand van het
                                                  gestelde in bijlage III, deel A en B;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>gegevens over de omvang van het medegebruik uitgedrukt
                                            in het aantal groepen, voor zover het een school voor
                                            basisonderwijs betreft en het aantal in medegebruik
                                            genomen m2 voor zover het voortgezet onderwijs betreft,
                                            te verstrekken door de hoofdgebruiker van het gebouw
                                            waarin het medegebruik plaatsvindt;</al></li><li nr="5."><al>gegevens over het adres, het stichtingsjaar en de
                                            oppervlakte van de oefenzaal indien een bevoegd gezag
                                            van een niet door de gemeente in stand gehouden school
                                            voor basisonderwijs of school voor voortgezet onderwijs
                                            eigenaar is van een gymnastiekruimte.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De in het tweede lid onder b genoemde periodieke gegevens
                                    omvatten: </al><lijst><li nr="1."><al>een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister
                                            van het aantal leerlingen dat o+p de wettelijk teldatum
                                            staat ingeschreven op de school, die geheel of
                                            gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw gelegen op het
                                            grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>een afschrift van een tussentijdse opgave aan de
                                            minister van het aantal leerlingen dat staat
                                            ingeschreven op de school in verband met een groei van
                                            het aantal leerlingen;</al></li><li nr="3."><al>indien de school gedeeltelijk is gehuisvest in een of
                                            meer locaties op het grondgebied van de gemeente, een
                                            opgave van het aantal leerlingen op de wettelijke
                                            teldatum per locatie. De onder 1° en 2° vermelde
                                            gegevens worden door het bevoegd gezag tegelijkertijd
                                            met de opgave aan de minister verstrekt aan het college.
                                            De onder 3° vermelde gegevens worden door het bevoegd
                                            gezag gevoegd bij de jaarlijkse opgave als bedoeld onder
                                            1.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs verstrekt
                                    jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het volgende schooljaar
                                    een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
                                    onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                    volgende gegevens: </al><lijst><li nr="1."><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt
                                            in een aantal klokuren;</al></li><li nr="2."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin
                                            het gebruik wordt gewenst;</al></li><li nr="3."><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In aanvulling op de in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde
                                    gegevens verstrekken de bevoegde gezagsorganen op verzoek van
                                    het college alle inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering
                                    van deze verordening. Hieronder kunnen in ieder geval zijn
                                    begrepen: </al><lijst><li nr="1."><al>een oordeel over de juistheid en volledigheid van door
                                            het college voorgelegde gegevens die betrekking hebben
                                            op het bevoegd gezag;</al></li><li nr="2."><al>inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het opmaken van
                                            de staat van het onderhoud als bedoeld in artikel
                                            37.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.1 Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het
                                        programma wordt voor 1 februari van het jaar van
                                        vaststelling van het betreffende programma door het bevoegd
                                        gezag ingediend bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet voor 1 februari is ingediend,
                                        besluit het college de aanvraag niet te behandelen. Het
                                        besluit de aanvraag niet te behandelen wordt aan de
                                        aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na ontvangst van
                                        de ingediende aanvraag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen
                                    aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, voor zover van toepassing,
                                                het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                                bestemd;</al></li><li nr="d."><al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                                gewenste voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat
                                        de aanvraag vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen
                                                6 tot en met 8 en artikel 2, onder d, e en f;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een
                                                voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder
                                                a, onderdelen 1 tot en met 4;</al></li><li nr="c."><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
                                                blijkt indien het een voorziening betreft bestaande
                                                uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging
                                                van een gebouw, uit onderhoud aan een gebouw van een
                                                school voor basisonderwijs, uit aanpassing aan de
                                                buitenzijde van een gebouw van een school voor
                                                voortgezet onderwijs of uit herstel van een
                                                constructiefout;</al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
                                                betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                                gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                                toepassing is;</al></li><li nr="e."><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en
                                                bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
                                                toekenning van een vergoeding van de kosten van
                                                bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in
                                        het eerste of tweede deelt het college dit voor 15 februari
                                        schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                        aanvrager in de gelegenheid gesteld voor 15 maart de
                                        ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de aanvrager de
                                        vereiste ontbrekende gegevens niet heeft verstrekt voor 15
                                        maart, besluit het college de aanvraag niet te
                                        behandelen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                        betrekking heeft op een voorziening voor een school waarvan
                                        de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het
                                        aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke
                                        teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd
                                        in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijld aan
                                        burgemeester en wethouders een afschrift van de opgave als
                                        bedoeld in artikel 5, vierde lid onder 1°. Indien het
                                        afschrift niet binnen een week na het tijdstip van de
                                        wettelijke teldatum is ontvangen, deel het college dit
                                        schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                        aanvrager in de gelegenheid gesteld het afschrift van de
                                        opgave alsnog binnen drie dagen na de datum van ontvangst
                                        van de mededeling in te dienen. Indien het afschrift van de
                                        opgave niet binnen de termijn bedoeld in de vorige volzin is
                                        verstrekt, besluit het college de aanvraag niet te
                                        behandelen.</al></li><li nr="5."><al>Het besluit om ingevolge het derde lid de aanvraag niet te
                                        behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier
                                        weken na het verstrijken van de daarin genoemde termijn. Een
                                        besluit om ingevolge het vierde lid de aanvraag niet te
                                        behandelen wordt binnen vier weken na het nemen van de
                                        daarin genoemde beslissing bekend gemaakt aan de
                                        aanvrager.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt ter informatie aan de bevoegde gezagsorganen
                                een opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel 25 ingediende
                                aanvragen. Voor zover van toepassing geeft het college daarbij aan
                                welke aanvraag of aanvragen niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.2 Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na het in behandeling nemen van een aanvraag door het
                                        college, kan de aanvraag voor 1 mei volgend op de datum als
                                        genoemd in artikel 6, door de aanvrager nader worden
                                        toegelicht. De toelichting kan plaatsvinden op verzoek van
                                        de aanvrager of op verzoek van het college.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het
                                        gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                        toepassing is, treedt het college voor de in het eerste lid
                                        genoemde datum in overleg met de aanvrager indien het
                                        college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde
                                        begroting van de kosten dient te worden aangepast. Wanneer
                                        in het overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de
                                        hoogte van het geraamde bedrag dan geeft het college dat,
                                        onder vermelding van de redenen, aan in het voorstel tot
                                        vaststelling van het bedrag, het programma en het overzicht
                                        als bedoeld in paragraaf 2.3. Het college geeft in dit
                                        voorstel tevens de hoogte van het geraamde bedrag aan
                                        waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan bij
                                        de toepassing van het gestelde in paragraaf 2.3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Overleg programma en overzicht; advies
                                    Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens het college het programma en het overzicht
                                        vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg
                                        in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen
                                        inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor
                                        15 september. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste
                                        twee weken voor de door het college vastgestelde datum
                                        schriftelijk daarvan in kennis gesteld. Zij worden hierbij
                                        tevens in kennis gesteld van de voorgenomen inhoud van het
                                        voorstel.</al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                        als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede
                                        lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken
                                        aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                        overleg hiervan in kennis.</al></li><li nr="4."><al>Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar
                                        voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende,
                                        schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie
                                        van het college op deze zienswijzen, wordt door het college
                                        een verslag gemaakt. Het verslag wordt toegezonden aan alle
                                        bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst van
                                        de Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                        voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de
                                        vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, dan
                                        wordt dit door het bevoegd gezag of het college tijdens het
                                        overleg als bedoeld in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit
                                        gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde
                                        omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van de
                                        Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                        verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid
                                        van richting en de vrijheid van inrichting.</al></li><li nr="6."><al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het
                                        overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren
                                        te brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad.
                                        Het schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar
                                        voren gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag
                                        van het overleg als bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om
                                        advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij ervoor dat
                                        de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk
                                        verslag van het overleg met de daarin opgenomen zienswijzen,
                                        ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het
                                        verzoek.</al></li><li nr="8."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                        advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                        toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel
                                        of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad
                                        zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de
                                        voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegde
                                        gezagsorganen door het college bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.
                                        In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
                                        bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                        noodzakelijk is. Het college dit aan bij de toezending van
                                        het afschrift van het advies van de Onderwijsraad.</al></li><li nr="9."><al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen
                                        twee weken plaats na toezending van het advies van de
                                        Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college
                                        maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het
                                        verslag als bedoeld in het voerde lid</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.3 Vaststelling bekostigingsplafond, programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 Tijdstip vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De college stelt bekostigingsplafond vast dat beschikbaar is
                                        voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                        bekostigingsplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke
                                        bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening. Het
                                        programma en het overzicht worden door de raad
                                        tegelijkertijd met de gemeentebegroting vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld uiterlijk
                                        31 december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel
                                        6 valt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Inhoud programma</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op
                                        het jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan
                                        worden gemaakt, komen, voor zover het college heeft
                                        vastgesteld dat geen van de in de Wet op het primair
                                        onderwijs en Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen
                                        weigeringsgronden van toepassing is, in aanmerking voor
                                        plaatsing op het programma. Daarbij past de raad de regels
                                        toe met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage
                                                I;</al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als
                                                bedoeld in bijlage III</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende
                                        voorzieningen neemt het college, aan de hand van de
                                        urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend
                                        voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of
                                        de deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
                                        toereikend zijn.</al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan
                                        het college de raad verzoeken bij de vaststelling van het
                                        programma af te mogen wijken van de urgentiecriteria als
                                        bedoeld in bijlage V.</al></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
                                        wordt, voor zover van toepassing, door het college
                                        aangegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV,
                                                deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar
                                                wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                                voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                                laatste volzin;</al></li><li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                                buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inhoud overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet
                                        op het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het
                                        programma zijn opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                        voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het
                                        programma zijn opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Bekendmaking besluiten vaststelling
                                    bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                        bekostigingsplafond, het programma en het overzicht
                                        geschiedt binnen twee weken na de datum van vaststelling
                                        door toezending door het college van de besluiten aan de
                                        aanvragers. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de
                                        besluiten door het college schriftelijk mededeling gedaan
                                        aan de overige bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden
                                        tegelijkertijd met de bekendmaking ter inzage gelegd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.4 Uitvoering programma</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15 Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken na de datum van vaststelling van het
                                        programma treedt het college in overleg met de aanvrager
                                        over de wijze van uitvoering van de op het programma
                                        geplaatste voorziening. In dit overleg wordt alle informatie
                                        verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de
                                        voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing,
                                        afspraken gemaakt over: </al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de wet;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                                begroting door de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                                inachtneming van het beschikbaar te stellen
                                                bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop door het college toepassing wordt
                                                gegeven aan de toetsing van het bouwplan en de
                                                begroting, alsmede aan de toetsing in verband met
                                                wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                                omstandigheden als bedoeld in artikel 16;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording
                                                over de besteding van de beschikbaar te stellen
                                                middelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een
                                        voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin, dan geeft de aanvrager aan op welke wijze de
                                        aanbesteding van de uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij
                                        worden, voor zover van toepassing gezien de aard van de
                                        voorziening, de gestelde richtlijnen als bedoeld in bijlage
                                        IV, deel B in acht genomen.</al></li><li nr="3."><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het
                                        overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, wordt door
                                        het college schriftelijk vastgelegd in een verslag van het
                                        overleg en binnen vier weken na afloop van het overleg ter
                                        kennis gebracht van de aanvrager. Indien de aanvrager
                                        schriftelijk instemt met het verslag of binnen twee weken na
                                        ontvangst nog niet schriftelijk heeft gereageerd, wordt,
                                        afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag,
                                        geacht dat er overeenstemming of geen overeenstemming is
                                        bereikt.</al></li><li nr="4."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                        16, vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de
                                        overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                        beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een
                                        aanvang kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in
                                        het derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier
                                        weken nadat het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee
                                        aan de aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de
                                        bekostiging van de uitvoering van de voorziening geen
                                        aanvang zal nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip
                                    aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe
                                    feiten en omstandigheden; overlegging offertes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde
                                        lid is bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een
                                        bouwopdracht, dient de aanvrager met inachtneming van de
                                        hierover gemaakte afspraken, de bouwplannen, de
                                        desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip
                                        waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter
                                        goedkeuring in bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de
                                        goedkeuring van de bouwplannen en de desbetreffende
                                        begroting en over het tijdstip waarop de bekostiging een
                                        aanvang kan nemen. Het college kan, onder mededeling daarvan
                                        aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken.
                                        Indien niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht
                                        instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de
                                        begroting en vangt de bekostiging aan op het door de
                                        aanvrager aangegeven tijdstip. Binnen twee weken na de datum
                                        van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende
                                        begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                        neemt, deelt het college de beslissing schriftelijk mee aan
                                        de aanvrager.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                        college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin
                                        de school verkeert ten opzichte van de feiten en
                                        omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het
                                        programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een
                                        naar oordeel van het college ingrijpende wijziging van de
                                        feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet
                                        voor bekostiging in aanmerking.</al></li><li nr="4."><al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                        begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of
                                        krachtens de wet gestelde voorschriften en de toetsing of er
                                        sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen
                                        achterwege blijven, als naar het oordeel het college, dat
                                        niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het
                                        programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan
                                        mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in
                                        artikel 15.</al></li><li nr="5."><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                        begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft
                                        van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                        laatste volzin. De beslissing van het college als bedoeld in
                                        het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van
                                        het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het
                                        tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als
                                        bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin heeft
                                        ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de
                                        hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15,
                                        tweede lid, aan het college de aan de aanvrager uitgebrachte
                                        offertes voor de uitvoering van de voorziening. Het college
                                        beslist binnen vier weken na ontvangst van de offertes over
                                        het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de
                                        uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de
                                        bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen
                                        twee weken na de datum van deze beslissing hiervan
                                        schriftelijk in kennis gesteld. Voor de vaststelling van het
                                        definitieve bedrag is de offerte met de laagste
                                        prijsstelling bepalend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16, tweede
                                lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de
                                bekostiging een aanvang kan nemen, bepalen dat de
                                beschikbaarstelling van de gelden in termijnen plaatsvindt. De
                                beschikbaarstelling van de gelden geschiedt dan telkens op een
                                zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                                programma geplaatste voorziening</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Vervallen aanspraak op bekostiging.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt,
                                        indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het jaar
                                        volgend op de vaststelling van het programma een
                                        bouwopdracht is verleend dan wel een koop-, huur- of
                                        erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift hiervan
                                        niet voor 15 oktober daaropvolgend aan het college is
                                        gezonden. De in de eerste volzin bedoelde bouwopdracht is
                                        onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van het werk en
                                        de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, binnen
                                        welke het werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin
                                        bedoelde overeenkomsten zijn onherroepelijk. In geval van
                                        een huur- of erfpachtovereenkomst wordt daarin de datum van
                                        inwerkingtreding vermeld, alsmede de duur van de
                                        overeenkomst. In geval van een koopovereenkomst wordt daarin
                                        de datum van aankoop vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                        overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                        veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet
                                        aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1
                                        september een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft
                                        ingediend bij het college tot verlenging van de termijn als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist voor 15 september over het verzoek tot
                                        verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt
                                        ingewilligd, wordt in het besluit aangegeven tot welke datum
                                        de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        verlengd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3.1 Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 Indiening aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag om bekostiging van een voorziening in de huisvesting
                                die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden,
                                kan worden ingediend bij het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Inhoud aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld
                                        in artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de
                                        aanvrager de volgende gegevens te verstrekken: </al><lijst><li nr="a."><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                                voorziening in de huisvesting spoedeisend
                                                maken;</al></li><li nr="b."><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting
                                                niet kon worden aangevraagd in het kader van een nog
                                                vast te stellen programma;</al></li><li nr="c."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2 onder a, onderdelen
                                                6° tot en met 8° en artikel 2 onder d, e en f;</al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering indien het een voorziening betreft als
                                                bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                                volzin.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van het college één of meer gegevens
                                        als bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen
                                        twee weken na datum van indiening van de aanvraag
                                        schriftelijk medegedeeld aan de aanvrager. De aanvrager
                                        heeft de gelegenheid de ontbrekende gegevens binnen twee
                                        weken na ontvangst van de mededeling in te dienen bij het
                                        college. Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende
                                        gegevens niet binnen de in de vorige volzin bedoelde termijn
                                        heeft verstrekt, besluit het college de aanvraag niet te
                                        behandelen</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3.2 Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21 Tijdstip beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                        aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens
                                        zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee
                                        weken na de datum van de beslissing wordt de aanvrager
                                        hiervan schriftelijk in kennis gesteld door het
                                        college.</al></li><li nr="2."><al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                        gegeven, stelt de raad de aanvrager daarvan in kennis en
                                        noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                        beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Inhoud beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het
                                        college heeft vastgesteld dat het treffen van de
                                        voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen
                                        uitstel kan lijden en geen van de in de Wet op het primair
                                        onderwijs en Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen
                                        weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling
                                        past de raad de regels toe met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage
                                                I;</al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li><li nr="c."><al>oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                                bijlage III.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de
                                        gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde
                                        voorziening omvatten</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt het college
                                        welk genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in bijlage IV,
                                        deel A voor de toegewezen voorziening beschikbaar wordt
                                        gesteld, dan wel wat het geraamde bedrag is indien het een
                                        voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                        laatste volzin. Bij de beschikking stelt het college vast
                                        voor welke datum een bouwopdracht moet zijn verleend, dan
                                        wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst moet zijn
                                        gesloten, en voor welke datum een afschrift daarvan aan het
                                        college moet zijn toegezonden. Binnen twee maanden na datum
                                        van de beschikking door het college moet een bouwopdracht
                                        zijn verleend, dan wel een koop-, huur-, of
                                        erfpachtovereenkomst zijn gesloten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Uitvoering beslissing</titel></kop><al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21, eerste
                                lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo
                                spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                uitvoering. Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij
                                overeenkomstig van toepassing, met uitzondering van de in tweede lid
                                van artikel 16 genoemde termijn van dertien weken. Hiervoor moet
                                worden gelezen drie weken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien niet voor de in artikel 22 derde lid bedoelde
                                        tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop-,
                                        huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                        daarvan is gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op
                                        bekostiging. Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht,
                                        dan wel koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is het gestelde
                                        in artikel 18, eerste lid van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                        overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door
                                        bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn
                                        toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier weken voor
                                        het verstrijken van deze datum een schriftelijk gemotiveerd
                                        verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging van
                                        de termijn.</al></li><li nr="3."><al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op
                                        bekostiging op totdat het college op het verzoek heeft
                                        beslist. Indien het college het verzoek inwilligt, noemt het
                                        college een nieuwe datum waarop de aanspraak op bekostiging
                                        vervalt. Indien het college het verzoek afwijst, geldt de
                                        datum van beslissing op het verzoek als vervaldatum, met
                                        dien verstande dat deze datum niet voor de oorspronkelijke
                                        vervaldatum kan vallen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Bekostiging bouwvoorbereiding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25 Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen
                                    voor plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan
                                    voorafgaand een aanvraag indienen bij het college voor een
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding. Het betreft de voorbereiding
                                    voorafgaand aan het moment van aanbesteding van die
                                    voorziening.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt gedaan voor 1 februari van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarin de vergoeding gewenst wordt</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>naam van de school ten behoeve waarvan de vergoeding
                                            wordt gewenst;</al></li><li nr="d."><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                            gewenste locatie van de voorziening;</al></li><li nr="e."><al>gewenste tijdstip van realisering van de
                                            voorziening;</al></li><li nr="f."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten;</al></li><li nr="g."><al>indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een
                                            bestaand gebouw: een rapportage waaruit de bouwkundige
                                            noodzaak van de vervanging blijkt;</al></li><li nr="h."><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste
                                            lid, indien de bekostiging bouwvoorbereiding is
                                            aangemerkt als een voorziening bedoeld in artikel 4,
                                            derde lid, laatste volzin.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het
                                    derde lid, deelt het college dit voor 15 februari schriftelijk
                                    mee aan de aanvrager en stellen hem in de gelegenheid om voor 15
                                    maart de gegevens aan te vullen. Het gestelde in artikel 7,
                                    derde en vijfde lid is daarbij van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Toelichting en overleg aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of
                                    het overleg over de begroting is het gestelde in artikel 9 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in overleg
                                    met de aanvrager. Dit overleg over de aanvraag vindt plaats
                                    tezamen met het overleg als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
                                    De leden twee, drie en vier van artikel 10 zijn daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Beschikking op aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt op het tijdstip als bedoeld in artikel 11 een
                                    beslissing over de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover: </al><lijst><li nr="a."><al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de kosten
                                            van bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li><li nr="b."><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                            vaststaat;</al></li><li nr="c."><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                            gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in
                                            aanmerking kan worden gebracht</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, wordt in de beschikking
                                    vermeld tot welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden
                                    vergoed. Het bedrag kan in termijnen aan de aanvrager
                                    beschikbaar worden gesteld, echter steeds op een zodanig
                                    tijdstip dat de aanvrager aan zijn financiële verplichtingen
                                    jegens derden die hij heeft ingeschakeld bij de
                                    bouwvoorbereiding, kan voldoen. Over de daadwerkelijke
                                    beschikbaarstelling van het bedrag worden afspraken gemaakt
                                    tussen aanvrager en het college.</al></li><li nr="4."><al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                    aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de
                                    plaatsing van de voorziening op enig toekomstig programma.</al></li><li nr="5."><al>Indien de voorziening waarop de betreffende
                                    bouwvoorbereidingskosten betrekking hebben op enig later moment
                                    voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht, wordt de
                                    verstrekte vergoeding voor deze bouwvoorbereiding in mindering
                                    gebracht op het genormeerde bedrag dat ingevolge het bepaalde in
                                    bijlage IV, deel A voor de toegewezen voorziening beschikbaar
                                    wordt gesteld, dan wel het geraamde bedrag indien het een
                                    voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                    volzin.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><al>De aanspraak die voortvloeit uit de beschikking tot toekenning van
                            bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien door de aanvrager niet
                            voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar waarin de
                            beschikking is genomen, daadwerkelijk gestart is met de
                            bouwvoorbereiding en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie is
                            verstrekt aan het college waaruit dit blijkt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.1 Medegebruik ten behoeve van onderwijs of
                                educatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29 Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                gebouw of terrein, bestemd voor het basisonderwijs, dan wel
                                voortgezet onderwijs, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een school berekend volgens het gestelde in bijlage III,
                                        delen A en B en het bevoegd gezag van die school een
                                        aanvraag als bedoeld in artikel 6 of 19 voor medegebruik of
                                        uitbreiding heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een
                                        andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door
                                        medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare berekeningswijze
                                        en</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
                                        school;</al></li><li nr="e."><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                        school.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Omschrijving leegstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                                basisonderwijs indien uit de vergelijking van het
                                                aantal groepen zoals berekend op basis van bijlage
                                                III, deel B en de capaciteit van het gebouw
                                                uitgedrukt in het werkelijk in dat gebouw aanwezige
                                                leslokalen, blijkt dat er ten minste één leslokaal
                                                niet nodig is voor de daar gevestigde school of
                                                scholen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                                voortgezet onderwijs (met uitzondering van een
                                                zelfstandige school voor praktijkonderwijs), indien
                                                uit de vergelijking van de ruimtebehoefte zoals
                                                berekend op basis van Bijlage III, deel B en de
                                                capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis
                                                van Bijlage III, deel A blijkt dat er een overschot
                                                is aan vierkante meters bruto-vloeroppervlakte
                                                tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster
                                                of de lesroosters voor het lopende of het
                                                eerstkomende schooljaar aantoont dat er binnen het
                                                overschot aan vierkante meters
                                                bruto-vloeroppervlakte geen sprake is van
                                                onderbenutting van de onderwijsruimten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt
                                                door één of meer scholen voor basisonderwijs, indien
                                                de som van het aantal klokuren gebruik dat wordt
                                                vergoed op grond van artikel 38 minder is dan 40
                                                klokuren;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                                voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op
                                                basis van bijalge III, Deel B blijkt dat benutting
                                                van het gebouw lager is dan 40 lesuren, tenzij het
                                                bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de
                                                lesroosters voor het lopende of eerstkomende
                                                schooljaar aantoont dat dit niet het geval is.</al></li><li nr="c."><al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt
                                                door één of meer scholen voor basisonderwijs en
                                                voortgezet onderwijs indien de som van de
                                                berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal
                                                klokuren lager dan 40 oplevert.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                        medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het
                                        gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden
                                        in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen
                                        ten behoeve van het onderwijs aan die school of
                                        scholen.</al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        het gebruik van die andere school of scholen kan
                                        plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking
                                        staande huisvestingscapaciteit.</al></li><li nr="3."><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                        wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat
                                                in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd
                                                gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het
                                                vorderen van leegstand in een ander gebouw een
                                                betere oplossing biedt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
                                                waarin een school van dezelfde richting is
                                                gehuisvest en</al></li><li nr="c."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat
                                                het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de
                                                school ten behoeve waarvan de vordering
                                                plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken
                                        bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel
                                        geval van de in het derde lid opgenomen volgorde
                                        afwijken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                        vordering van leegstand in een lesgebouw of
                                        gymnastiekruimte, voert het college daarover overleg met het
                                        bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd wordt en met
                                        het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd. Dit
                                        overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in
                                        artikel 10.</al></li><li nr="2."><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
                                        bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk
                                        mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan
                                        gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als
                                        dat bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven
                                        geen bezwaar tegen de vordering te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                        vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in
                                        artikel 19, voert het college daarover zo spoedig mogelijk
                                        overleg met het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt en met
                                        het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd.</al></li><li nr="4."><al>Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het
                                        vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                        vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van
                                        deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in
                                        het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de
                                        vordering te hebben.</al></li><li nr="5."><al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in
                                        de tweede en vierde lid, bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten
                                                behoeve waarvan wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal groepen (of voor vo:
                                                het aantal leerlingen) ten behoeve waarvan gevorderd
                                                wordt of, indien het betreft het onderwijs in
                                                lichamelijke oefening, het aantal klokuren dat
                                                gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                                betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten
                                                dat gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de
                                                ingangsdatum van het medegebruik</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Vergoeding</titel></kop><al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                overleg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Indien dit overleg niet tot
                                overeenstemming leidt, geldt het bepaalde in bijlage IV, deel
                                C.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.2 Medegebruik ten behoeven van culturele,
                                maatschappelijke of recreatieve doeleinden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 34 Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                        gymnastiekruimte zoals bepaald in artikel 30;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van onderbenutting van een sportveld van een
                                        school voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het
                                        lesrooster van de school of scholen die dat sportveld voor
                                        het onderwijs gebruiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college
                                        overleg met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde: </al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                                wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                                school;</al></li><li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                                voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
                                                gevestigde school hinder van het medegebruik
                                                ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar de mening van het college en het bevoegd
                                                gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
                                                is, waarbij het uitgangspunt is dat een en ander
                                                voor de school budgettair neutraal kan geschieden.
                                                Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt,
                                                geldt het bepaalde in bijlage IV, deel C;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
                                                aanvang kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doet het college
                                        schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd
                                        gezag. Indien het overleg zoals bedoeld in het eerste lid
                                        heeft geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder
                                        geval die afspraken. Voorzover het overleg niet tot
                                        overeenstemming heeft geleid, bevat de mededeling de
                                        beslissing van het college over de punten waarover geen
                                        overeenstemming bestond. Indien het bevoegd gezag in het
                                        overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen
                                        de vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
                                        bedoeld worden afgezien.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5.3 Verhuur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 36 Toestemming door het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het bevoegd
                                        gezag toestemming voor de verhuur aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en
                                        bevat een aanduiding van de huurder, alsmede van de
                                        bestemming van de te verhuren ruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college verleent de toestemming niet indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is
                                                met bepalingen daaromtrent uit de wet op het primair
                                                onderwijs en de wet op het voortgezet onderwijs of
                                                regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                                school.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college neemt binnen vier weken na ontvangst van het
                                        verzoek een besluit en zendt dat aan het bevoegd gezag.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 37 Tijdstip beëindiging gebruik; staat van
                                onderhoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag
                                    nodig is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik
                                    van het gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch
                                    uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het
                                    bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals
                                    vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake
                                    een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke
                                    akte.</al></li><li nr="2."><al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is
                                    van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in
                                    het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd
                                    gezag behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht heeft
                                    plaatsgevonden, een staat van onderhoud opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het
                                    college na overleg met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing,
                                    vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd
                                    gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het
                                    college betaald wordt. Indien het overleg niet tot
                                    overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze
                                    gevolgd wordt</al></li><li nr="5."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien
                                    dit naar het oordeel van het college niet nodig is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Gebruik en vergoeding gymnastiekruimte voor
                            basisonderwijs</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 38 Omvang en bekostiging gebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een
                                    gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs is
                                    gebaseerd op het aantal klokuren per week waarin volgens het
                                    activiteitenplan door de school de gymnastiekruimte wordt
                                    gebruikt. Voor een basisschool wordt het maximaal aantal
                                    klokuren dat voor bekostiging in aanmerking komt vastgesteld
                                    volgens het bepaalde in bijlage III, deel B en bedraagt ten
                                    hoogste 1,5 klokuur per week per groep leerlingen van zes jaar
                                    en ouder. Voor een speciale school voor basisonderwijs wordt het
                                    maximaal aantal klokuren dat voor bekostiging in aanmerking komt
                                    vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B en
                                    bedraagt ten hoogste 3,75 klokuur per week per groep leerlingen
                                    jonger dan zes jaar indien de school niet de beschikking heeft
                                    over een speellokaal en ten hoogste 2,25 klokuur per groep
                                    leerlingen van zes jaar en ouder</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                    gehouden school voor basisonderwijs dat eigenaar is van een
                                    gymnastiekruimte ontvangt jaarlijks bekostiging. De hoogte van
                                    de bekostiging wordt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage
                                    IV, deel A, op basis van de door het betreffende bevoegd gezag
                                    ingevolge artikel 5, derde lid, onder 5°, verstrekte gegevens.
                                    Het maximaal aantal voor bekostiging in aanmerking komende
                                    klokuren wordt op grond van het eerste lid vastgesteld. Wanneer
                                    er sprake is van medegebruik van de gymnastiekruimte door een of
                                    meer andere scholen voor basisonderwijs wordt voor de bepaling
                                    van de hoogte van de bekostiging het aantal klokuren
                                    getotaliseerd.</al></li><li nr="3."><al>Het college keert de ingevolge het tweede lid vastgestelde
                                    jaarlijkse bekostiging in driemaandelijkse termijnen uit aan het
                                    bevoegd gezag als bedoeld in het tweede lid, waarbij de eerste
                                    termijn aanvangt aan het begin van het schooljaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare
                                capaciteit; inroostering gebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                    gymnastiekruimte als bedoeld in artikel 5, vijfde lid wordt
                                    beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien
                                    verstande dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het
                                    bepaalde in dit artikel van toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 juni voorafgaande aan het
                                    daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven een
                                    voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door
                                    scholen voor basisonderwijs van de op het grondgebied van de
                                    gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
                                    onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
                                    gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een maximum
                                    capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                    inroostering het volgende in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                            opgenomen in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                            gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
                                            wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
                                            voor die gymnastiekruimte;</al></li><li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                    basisonderwijs de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                            ingeroosterd in een gymnastiekruimte;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                            tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                            gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                            gymnastiekruimte plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
                                            aantal klokuren dat ingevolge artikel 38, eerste lid
                                            voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt,
                                            wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van
                                            het bevoegd gezag van de school.</al></li><li nr="e."><al>Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit
                                            lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering
                                            voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat
                                            rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat
                                            voor bekostiging door de gemeente in aanmerking
                                            komt</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen twee
                                    weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen
                                    voor basisonderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij
                                    uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg
                                    vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel.
                                    In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde
                                    gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het
                                    voorstel tot inroostering.</al></li><li nr="6."><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                    stelt het college voor 1 juli volgend op de datum in het tweede
                                    lid, de definitieve inroostering vast van het gebruik van de
                                    gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar. Indien het
                                    college daarbij afwijkt van een of meer in het overleg als
                                    bedoeld in het vijfde lid naar voren gebrachte reacties, dan
                                    wordt dit gemotiveerd.</al></li><li nr="7."><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
                                    de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
                                    mededeling van het college over de inroostering in de
                                    beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
                                    staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze
                                    mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van
                                    artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin
                                    van artikel 32, vierde lid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 40 Beslissing door het college in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41 Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en systematiek
                            van prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Someren 2006.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag waarop
                                    zij bekend is gemaakt</al></li><li nr="3."><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening komt de Verordening
                                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Someren 2004 te
                                    vervallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>S.H.P.A. Jacobs A.P.M. Veltman</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bijlage I Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen</vet></al><al>Per onderwijssector en per voorziening worden hieronder opgesomd de nadere
                    voorwaarden waaronder behoudens de financiële toets de voorziening voor
                    bekostiging in aanmerking komt.</al><al>De criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen vallen uiteen in
                    twee delen:</al><lijst><li nr="a."><al>deel A: lesgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>deel B: voorzieningen voor lichamelijke oefening</al></li></lijst><al><vet>Deel A Lesgebouwen</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al>De voorzieningen genoemd onder 1.2, 1.3.1, 1.3.2a, 1.3.2b. en 1.10 sub d worden
                    niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts
                    in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het
                    bevoegd gezag en ter beoordeling van het college.</al><al><vet>Artikel 1.1 Nieuwbouw</vet></al><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste tien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                            verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                            zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                            verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1.500
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.2 Vervangende bouw</vet></al><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname als bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, zodat onderhoud en/of aanpassingen
                            geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                            levensduurverlenging);</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn (of
                            zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                            de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste tien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                            verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn en dat
                            voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de prognose, die
                            voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1.500
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al><lijst><li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college;</al></li><li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingoperatie;</al></li><li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van sloopkosten plaats.</al><al><vet>Artikel 1.3 Uitbreiding</vet></al><al><vet>1.3.1 Uitbreiding met een of meer leslokalen</vet></al><al>De noodzaak voor uitbreiding met een of meer leslokalen blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat er ten minste één groep leerlingen extra boven de
                            capaciteit van het gebouw of de gebouwen als vastgesteld op grond van
                            bijlage III, deel A, aanwezig is;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren voor een voor blijvend
                            gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen)
                            worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vier jaren voor een voor tijdelijk
                            gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen)
                            worden verwacht of</al></li><li nr="b3."><al>het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag
                            aantoont, dat er een of meer groepen leerlingen aanwezig zijn die niet
                            voor maximaal vier jaren binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden
                            gehuisvest en</al></li><li nr="c.."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1.500
                            meter hemelsbreed een passende extra huisvesting voor de school te
                            realiseren, terwijl</al></li><li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                            de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van een bestaand verschil in
                            oppervlakte tussen de feitelijk aanwezige bruto oppervlakte en de
                            genormeerde bruto oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage
                            III, deel A, geheel of gedeeltelijk inpandig een of meer benodigde
                            leslokalen te maken.</al></li></lijst><al><vet>1.3.2a Uitbreiding basisschool met een tweede speellokaal</vet></al><al>De noodzaak voor uitbreiding met een tweede speellokaal blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de basisschool ten minste vijf groepen jongste leerlingen
                            (van vier en vijf jaar oud) van ten minste 20 leerlingen telt en dat de
                            prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                            gedurende ten minste vier jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening en voor ten minste tien jaren voor een voor blijvend gebruik
                            bestemde voorziening deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht
                            terwijl</al></li><li nr="b."><al>voor het spelen van (een deel van) de vier en vijfjarigen geen gebruik
                            kan worden gemaakt van een gymnastiekruimte of van een speellokaal van
                            een andere basisschool of school voor speciaal onderwijs binnen 300
                            meter hemelsbreed.</al></li></lijst><al><vet>1.3.2b Uitbreiding speciale school voor basisonderwijs met een
                        speellokaal</vet></al><al>De noodzaak voor uitbreiding met een speellokaal blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat tot de school minimaal 12 kinderen jonger dan zes jaar
                            worden toegelaten.</al></li><li nr="b."><al>Het feit dat de school volgens de prognose, die voldoet aan de vereisten
                            uit bijlage II, aantoont dat de school ten minste tien jaren zal blijven
                            bestaan en</al></li><li nr="c."><al>Het feit dat in het gebouw gen speellokaal aanwezig is, terwijl,</al></li><li nr="d."><al>Medegebruik van een speellokaal of gymnastiekruimte binnen 300 meter
                            hemelsbreed niet mogelijk is en</al></li><li nr="e."><al>Evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                            de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van een bestaand verschil in
                            oppervlakte tussen de feitelijk aanwezige bruto-oppervlakte en de
                            genormeerde bruto-oppervlakte, zoals vastgesteld op grond van bijlage
                            III, deel A, inpandig een speellokaal te maken</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</vet></al><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><lijst><li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding in
                            aanmerking komt, terwijl</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                            voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die
                            voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste tien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                            een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet
                            aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier
                            jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>er binnen 1.500 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren</al></li><li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig
                            is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li><li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</vet></al><al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                            tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten minste vier jaren is,
                            waarin beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van
                            meer dan 1.500 meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li><li nr="b."><al>er binnen 1.500 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren
                            en</al></li><li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten van
                            een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal groepen en
                            dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.6 Terrein</vet></al><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing
                    van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een
                    deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren,
                    zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in
                    bijlage III, deel D.</al><al><vet>Artikel 1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket</vet></al><al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket blijkt uit het feit
                    dat de school, op grond van de meest recente teldatum, uitgebreid wordt met ten
                    minste één groep leerlingen, en voor zo’n uitbreiding in de periode vanaf 1
                    augustus 1985 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden. Bij fusie van
                    scholen kan er alleen sprake zijn van extra onderwijsleerpakket, indien het
                    aantal groepen gewogen leerlingen van de school na fusie groter is dan dat van
                    de aan de fusie deelnemende scholen. De noodzaak voor een toeslag tweede
                    speellokaal onderwijsleerpakket blijkt uit het feit dat een basisschool
                    uitgebreid wordt met een tweede speellokaal.</al><al><vet>Artikel 1.8 Eerste inrichting meubilair</vet></al><al>De noodzaak voor eerste aanschaf van meubilair blijkt uit het feit dat de
                    school, op grond van de meest recente teldatum, uitgebreid wordt met ten minste
                    één groep leerlingen, en voor zo’n uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus
                    1985 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al><al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra meubilair, indien het
                    aantal groepen ongewogen leerlingen na fusie groter is dan dat van de aan de
                    fusie deelnemende scholen.</al><al>De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal meubilair blijkt uit het feit
                    dat een basisschool uitgebreid wordt met een tweede speellokaal.</al><al><vet>Artikel 1.9 Medegebruik</vet></al><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste één groep
                    leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel A, aanwezig is.</al><al><vet>Artikel 1.10 Aanpassing</vet></al><al>De voorziening aanpassing bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor een school voor basisonderwijs, gelet op de eisen
                            gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li><li nr="b."><al>een integratieverbouwing om een ander gebouw te kunnen afstoten of om,
                            afgezien van een speellokaal, een gebouw van een speciale school voor
                            basisonderwijs geschikt te maken voor kinderen jonger dan zes jaar;</al></li><li nr="c."><al>creëren (extra) leslokaal binnen het gebouw;</al></li><li nr="d."><al>creëren speellokaal binnen het gebouw;</al></li><li nr="e."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                            regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties en;</al></li><li nr="g."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                            aanbrengen van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen.</al></li></lijst><lijst><li nr="Ad"><al>a De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                            ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                            beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het
                            gebouw niet voldoet aan de huisvestingseisen voor een school voor
                            basisonderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter
                            beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn.</al></li><li nr="Ad"><al>b De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat door
                            terugloop van het aantal groepen leerlingen het gebruik van een gebouw
                            kan of moet worden beëindigd omdat binnen een of meer andere gebouwen in
                            gebruik bij de school voldoende ruimte aanwezig is, terwijl deze niet
                            zijn ingericht voor het onderwijs aan vier- en vijfjarigen of zes- tot
                            twaalfjarigen. De noodzaak voor een integratieverbouwing in een gebouw
                            van een speciale school voor basisonderwijs blijkt uit het feit dat 12
                            kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten tot de school, terwijl
                            het gebouw niet geschikt is voor het onderwijs aan leerlingen jonger dan
                            zes jaar.</al></li><li nr="Ad"><al>c De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er meer
                            groepen leerlingen aanwezig zijn dan waar het gebouw, als vastgesteld op
                            grond van bijlage III, deel A, ruimte voor biedt, terwijl er tevens
                            sprake is van een bruikbaar verschil tussen de feitelijke bruto
                            oppervlakte en de genormeerde bruto oppervlakte dat het mogelijk maakt
                            inpandig een of meer noodzakelijke extra leslokalen te creëren.
                            Bovendien dienen er geen medegebruiksmogelijkheden aanwezig te zijn
                            binnen een afstand van 1.500 meter hemelsbreed. Indien het inpandig
                            creëren van een leslokaal meer kost dan uitbreiding, op grond van
                            bijlage IV, deel A, wordt beslist alsof uitbreiding de gevraagde
                            voorziening is.</al></li><li nr="Ad"><al>d De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de school
                            niet beschikt over een speellokaal en er geen ruimte groter dan 56 m2
                            aanwezig is en er bovendien geen medegebruik van een speellokaal van een
                            school binnen 300 meter mogelijk is. Voor een speciale school voor
                            basisonderwijs is de noodzaak ook afhankelijk van het feit dat tot de
                            school minimaal 12 kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten.
                            Indien het inpandig creëren van een speellokaal meer kost dan een
                            uitbreiding, zulks ter beoordeling van het college, op grond van bijlage
                            IV, deel A, wordt beslist alsof uitbreiding de gevraagde voorziening
                            is</al></li><li nr="Ad"><al>e De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van
                            het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op
                            korte termijn moet worden opgeheven.</al></li><li nr="Ad"><al>f De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert
                            dat vervanging noodzakelijk is.</al></li><li nr="Ad"><al>g De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit de aanwezigheid van een
                            gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de
                            betreffende voorziening noodzakelijk is. Voor zover het betreft het
                            aanbrengen van een traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn om
                            zodanige organisatorische maatregelen te treffen dat het volledige
                            onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd, respectievelijk
                            kan worden gegeven.</al></li></lijst><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste tien jaren voldoende leerlingen om de school in stand te
                    kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                    noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose
                    onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd
                    als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is.</al><al><vet>Artikel 1.11 Onderhoud</vet></al><al>De voorziening onderhoud bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voor zover omschreven in het
                            overzicht ‘onderhoud primair onderwijs’;</al></li><li nr="b."><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren (inclusief
                            hang- en sluitwerk);</al></li><li nr="c."><al>algehele vervanging van radiatoren, convectoren en leidingen voor de
                            centrale verwarming.</al></li></lijst><lijst><li nr="Ad"><al>a. De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde ten
                            minste in een matige conditie verkeert volgens de bouwkundige opname
                            zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, terwijl regulier
                            onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat.</al></li><li nr="Ad"><al>b. De noodzaak blijkt uit het feit dat de conditie van ten minste 75%
                            van de binnenkozijnen en binnendeuren volgens de bouwkundige opname
                            zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, zo slecht is dat niet
                            door adequaat onderhoud een redelijke verlenging van de levensduur kan
                            worden verkregen.</al></li><li nr="Ad"><al>c. De noodzaak blijkt uit het feit dat de conditie van ten minste 75%
                            van de radiatoren, convectoren en leidingen voor de centrale verwarming,
                            volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid
                            onder c, zo slecht is dat niet door adequaat onderhoud een redelijke
                            verlenging van de levensduur kan worden verkregen.</al></li></lijst><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging in
                    aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten
                    gesteld in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school
                    noodzakelijk is.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking
                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het noodlokaal op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten
                            gesteld in bijlage II, nog ten minste vier jaar noodzakelijk is en</al></li><li nr="b."><al>voor de aanwezige groepen leerlingen geen gebruik kan worden gemaakt van
                            medegebruik binnen een straal van 1.500 meter hemelsbreed.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.12 Herstel van constructiefouten</vet></al><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout.</al><al><vet>Artikel 1.13 Vervanging of herstel van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                        omstandigheden</vet></al><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al>De voorzieningen genoemd onder 2.2 en 2.3 worden niet noodzakelijk geacht voor
                    dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden is
                    dat wel het geval, zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van
                    het college.</al><al><vet>Artikel 2.1 Nieuwbouw</vet></al><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                            dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose,
                            die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste tien jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                            dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose,
                            die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste vier jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1.500
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.2 Vervangende bouw</vet></al><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit het feit dat:</al><lijst><li nr="a."><al>voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de
                            bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, in
                            zo’n slechte/ matige conditie zijn dat onderhoud en/ of aanpassingen
                            geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                            levensduurverlenging);</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een
                            voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan
                            de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste tien
                            jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten
                            uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren dit aantal
                            leerlingen kan worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1.500
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al><lijst><li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college;</al></li><li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingoperatie;</al></li><li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw gesloopt wordt, vindt toekenning van sloopkosten plaats.</al><al><vet>Artikel 2.3 Uitbreiding</vet></al><al>De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat er meer te huisvesten leerlingen aanwezig zijn dan de met
                            tien procent verhoogde capaciteit van het gebouw of de gebouwen,
                            vastgesteld volgens de regels in bijlage III, deel A – voor de aanwezige
                            capaciteit – en bijlage III, deel B – voor de ruimtebehoefte –, aangeeft
                            en de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                            dat gedurende ten minste tien jaren voor een voor blijvend gebruik
                            bestemde uitbreiding of gedurende ten minste vier jaren voor uitbreiding
                            met een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening deze aantallen
                            leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                            maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1.500
                            meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te
                            realiseren.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</vet></al><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><lijst><li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding in
                            aanmerking komt, terwijl</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                            voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die
                            voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                            minste tien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                            een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet
                            aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier
                            jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>er binnen 1.500 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;</al></li><li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig
                            is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li><li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</vet></al><al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                            tijdelijke behoefte aan huisvesting van ten minste vier jaren is, waarin
                            beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van meer dan
                            1.500 meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li><li nr="b."><al>er binnen 1.500 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                            medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren
                            en</al></li><li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten voor
                            een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en
                            dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6 Terrein</vet></al><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing
                    van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een
                    deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren,
                    zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in
                    bijlage III, deel D.</al><al><vet>Artikel 2.7 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</vet></al><al>Aanspraak op eerste inrichting van leer- en hulpmiddelen en meubilair bestaat
                    wanneer er sprake is van toekenning van een voorziening in de huisvesting en
                    daarbij sprake is van uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de
                    school. Tevens bestaat aanspraak op een tegemoetkoming in de eerste inrichting
                    leer- en hulpmiddelen en meubilair indien door middel van een inpandige
                    aanpassing een andere ruimtesoort wordt gecreëerd.</al><al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra leer- en hulpmiddelen
                    en meubilair, indien het aantal leerlingen na de fusie groter is dan het totaal
                    aantal leerlingen van de afzonderlijke aan de fusie deelnemende scholen.</al><al><vet>Artikel 2.8 Medegebruik</vet></al><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat de school een aantal
                    leerlingen heeft waarvoor binnen de bestaande huisvesting geen capaciteit is. De
                    capaciteit wordt bepaald op de wijze zoals beschreven is bij 2.3.a.</al><al><vet>Artikel 2.9 Aanpassing</vet></al><al>Buitenzijde gebouw en terrein</al><al>De voorziening aanpassing buitenzijde gebouw en terrein bestaat uit de
                    activiteiten die zijn opgenomen in het bijgevoegde overzicht ‘activiteiten VO
                    buitenzijde’.</al><al>De noodzaak van aanpassing buitenzijde gebouw en terrein blijkt uit het feit dat
                    het gevraagde element of een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie
                    verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid
                    onder c, terwijl regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat,
                    dan wel uit de aanwezigheid van een rolstoelgebruiker als het betreft de
                    activiteit ‘terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers’.</al><al>Binnenzijde gebouw</al><al>Daarnaast behoren de activiteiten op het bijgevoegde overzicht ‘activiteiten VO
                    binnenzijde’ tot aanpassingen, voor zover deze uitkomen boven het drempelbedrag,
                    zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting
                    PO/VO.</al><al>Activiteiten uit het bijgevoegde overzicht ‘activiteiten VO binnenzijde’ zijn
                    aan de orde bij:</al><lijst><li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het te geven voortgezet onderwijs gelet op de
                            eisen als gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li><li nr="b."><al>verbouwing om een ander gebouw te kunnen afstoten door middel van een
                            aanpassing van de indeling;</al></li><li nr="c."><al>creëren dan wel aanpassen van ruimte(n) binnen het gebouw;</al></li><li nr="d."><al>aanpassingen in verband met eisen voortkomend uit wet- en
                            regelgeving.</al></li></lijst><lijst><li nr="Ad"><al>a De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                            ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                            beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is, doch het
                            gebouw niet voldoet aan de huisvestingseisen voor het desbetreffende
                            voortgezet onderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter
                            beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn.</al></li><li nr="Ad"><al>b De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat door
                            terugloop van het aantal leerlingen het gebruik van een gebouw kan of
                            moet worden beëindigd omdat binnen andere gebouwen in gebruik bij de
                            school voldoende ruimte aanwezig is.</al></li><li nr="Ad"><al>c De noodzaak voor het creëren van extra ruimte(n) blijkt uit het feit
                            dat er meer leerlingen aanwezig zijn dan waar het gebouw als vastgesteld
                            op grond van bijlage III, deel A, ruimte voor biedt terwijl er tevens
                            inpandig of deels inpandig mogelijkheden zijn de bruto vloeroppervlakte
                            van het gebouw te vergroten. De noodzaak voor het aanpassen van
                            bestaande ruimte(n) blijkt uit het feit dat de betreffende (ruimte(n)
                            niet voldoen aan de eisen die gelden voor het onderwijs in die
                            ruimte(n).</al></li><li nr="Ad"><al>d De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de inrichting
                            van het gebouw niet overeenkomt met de geldende wet- en regelgeving,
                            terwijl dat verschil moet worden opgeheven. De noodzaak voor het
                            aanbrengen van een traplift bij een meerlaags schoolgebouw blijkt uit de
                            aanwezigheid van een gehandicapte leraar of leerling waarvoor vanwege de
                            handicap deze voorziening noodzakelijk is. Tevens dient het niet
                            mogelijk te zijn om zodanige organisatorische maatregelen te treffen dat
                            het volledige onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd,
                            respectievelijk kan worden gegeven.</al></li></lijst><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste tien jaren voldoende leerlingen om de school in stand te
                    kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                    noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose
                    onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd,
                    als er geen andere voorziening (die minder kost) mogelijk is.</al><al><vet>Artikel 2.10 Herstel van constructiefouten</vet></al><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout.</al><al>Voor constructiefouten aan de binnenzijde van het gebouw geldt het
                    drempelbedrag, zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de
                    huisvesting PO/VO. Tot dit drempelbedrag vormen constructiefouten geen
                    voorziening in de huisvesting die bij de gemeente kan worden aangevraagd en
                    komen de kosten voor rekening van het bevoegd gezag.</al><al><vet>Artikel 2.11 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, leer- en
                        hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</vet></al><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd.</al><al><vet>Deel B Voorzieningen voor lichamelijke oefening</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al><vet>Artikel 1.1 Nieuwbouw</vet></al><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen </al><lijst><li nr=""><al>1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20
                                    klokuren</al></li><li nr=""><al>3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15
                                    klokuren of</al></li><li nr=""><al>7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren</al></li><li nr=""><al>gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                    binnen een redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.2 Vervangende bouw</vet></al><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de
                            levens¬duurverlenging) en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen </al><lijst><li nr=""><al>1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20
                                    klokuren,</al></li><li nr=""><al>3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15
                                    klokuren of</al></li><li nr=""><al>7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren</al></li><li nr=""><al>gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                    binnen een redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.3 Uitbreiding</vet></al><al>De noodzaak van uitbreiding van de oefenruimte blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan 140
                            m2 en het effectief gebruik van de gymnastiekruimte daardoor belemmerd
                            wordt en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen </al><lijst><li nr=""><al>1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20
                                    klokuren,</al></li><li nr=""><al>3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15
                                    klokuren of</al></li><li nr=""><al>7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren</al></li><li nr=""><al>gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                    binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                    en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</vet></al><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><lijst><li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging in
                            aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde
                            bij 1.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li><li nr="b"><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen </al><lijst><li nr=""><al>1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20
                                    klokuren,</al></li><li nr=""><al>3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15
                                    klokuren of</al></li><li nr=""><al>7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren</al></li><li nr=""><al>gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                    binnen een redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren het door de gemeente
                            vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en de kosten van
                            ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding, zulks
                            ter beoordeling van het college, staan ten opzichte van de kosten van
                            vervangende bouw.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.5 Terrein</vet></al><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan
                    wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al><al><vet>Artikel 1.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket</vet></al><al>De noodzaak van eerste inrichting onderwijsleerpakket blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en</al></li><li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting onderwijsleerpakket voor bewegingsonderwijs is
                            verstrekt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.7 Eerste inrichting meubilair</vet></al><al>De noodzaak van eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en</al></li><li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting meubilair voor bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li></lijst><al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                            voor de desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al></li><li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            (een deel van) het noodzakelijke meubilair is verstrekt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.8 Medegebruik</vet></al><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door de gemeente
                    vastgestelde aantal klokuren gymnastiek noodzakelijk is en waarvoor binnen de
                    momenteel in gebruik zijnde gymnastiekruimte(n) geen plaats is.</al><al><vet>Artikel 1.9 Aanpassing</vet></al><al>De aanpassingen bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de gymnastiekruimte
                            ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de
                            mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte;</al></li><li nr="2."><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                            gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                            gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                            gymnastiekruimte;</al></li><li nr="3."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D;</al></li><li nr="4."><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;</al></li><li nr="5."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></li></lijst><lijst><li nr="Ad"><al>1 De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee wasgelegenheden
                            zijn.</al></li><li nr="Ad"><al>2 De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee kleedruimten
                            zijn.</al></li><li nr="Ad"><al>3 De noodzaak blijkt uit het feit dat ingebruikneming van het
                            desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria, zoals
                            genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet aan de
                            inrichtingseisen voor gymnastiekruimten voor het basisonderwijs, terwijl
                            deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college,
                            te verwezenlijken zijn.</al></li><li nr="Ad"><al>4 De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van
                            het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is
                            dat dit verschil op korte termijn moet worden opgeheven.</al></li><li nr="Ad"><al>5 De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert
                            dat vervanging noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste tien jaren voldoende leerlingen om de school in stand te
                    kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                    noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose
                    onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd,
                    als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is.</al><al><vet>Artikel 1.10 Onderhoud</vet></al><al>De voorziening onderhoud bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voor zover omschreven in het
                            overzicht ‘onderhoud primair onderwijs’;</al></li><li nr="b."><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren (inclusief
                            hang- en sluitwerk);</al></li><li nr="c."><al>algehele vervanging van radiatoren, convectoren en leidingen voor
                            centrale verwarming.</al></li></lijst><al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat.</al><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging in
                    aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten
                    gesteld in Bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school nodig
                    is.</al><al><vet>Artikel 1.11 Herstel constructiefouten</vet></al><al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout.</al><al><vet>Artikel 1.12 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                        omstandigheden</vet></al><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al><vet>Artikel 2.1 Nieuwbouw</vet></al><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1.500 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiek¬ruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig (zullen) zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.2 Vervangende bouw</vet></al><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de
                            levensduurverlenging) en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1.500 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiek¬ruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.3 Uitbreiding</vet></al><al>De noodzaak van uitbreiding blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan 140
                            m2 en daardoor het effectief gebruik van de gymnastiekruimte belemmerd
                            wordt en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1.500 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiek¬ruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</vet></al><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging in
                            aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2.."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde
                            bij 2.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1.500 meter hemelsbreed
                            gebruik te maken van een of meer gymnastiek¬ruimten dan wel van binnen
                            redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li><li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste tien jaren de leerlingen waarvoor het
                            gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn en</al></li><li nr="d."><al>het feit dat de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                            redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten
                            opzichte van de kosten van vervangende bouw.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5 Terrein</vet></al><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan
                    wel onvoldoende terrein aanwezig is</al><al><vet>Artikel 2.6 Eerste inrichting voor bewegingsonderwijs</vet></al><al>De noodzaak van eerste inrichting voor bewegingsonderwijs blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en</al></li><li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende leerlingen nog niet eerder eerste
                            inrichting voor bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7 Medegebruik</vet></al><al><vet>2.7.1 Medegebruik gymnastiekruimte</vet></al><al>De noodzaak van medegebruik van een gymnastiekruimte blijkt uit het feit dat
                    klokuren gymnastiek noodzakelijk zijn waarvoor binnen de momenteel in gebruik
                    zijnde gymnastiekruimte(s) geen ruimte is.</al><al><vet>2.7.2 Huur van een sportterrein</vet></al><al>De noodzaak van huur van een sportveld blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat het lesrooster buitensport vermeldt, terwijl het bevoegd
                            gezag niet beschikt over een eigen sportveld en</al></li><li nr="b."><al>er geen mogelijkheden zijn tot gebruik van een sportveld van een ander
                            bevoegd gezag.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.8 Aanpassing</vet></al><al>Buitenzijde gebouw en terrein</al><al>De voorziening aanpassing buitenzijde gebouw en terrein bestaat uit de
                    activiteiten die zijn opgenomen in het overzicht ‘activiteiten VO
                    buitenzijde’.</al><al>De noodzaak van de aanpassing buitenzijde gebouw en terrein blijkt uit het feit
                    dat het gevraagde element of een gedeelte daarvan ten minste in een matige
                    conditie verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, lid
                    2 onder c, terwijl regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer
                    volstaat.</al><al>Binnenzijde gebouw</al><al>Daarnaast behoren de activiteiten die op het overzicht ‘activiteiten VO
                    binnenzijde’ zijn opgenomen, tot aanpassingen. In het geval van aanpassingen aan
                    de binnenzijde van het gebouw blijft het bedrag van ƒ ... per leerling van de
                    school voor rekening van het bevoegd gezag.</al><al>Activiteiten uit het overzicht ‘activiteiten VO binnenzijde’ zijn aan de orde
                    bij:</al><lijst><li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het te geven voortgezet onderwijs gelet op de
                            eisen als gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li><li nr="b."><al>eisen voortkomend uit wet- en regelgeving.</al></li></lijst><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste tien jaren voldoende leerlingen om de school in stand te
                    kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                    noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de prognose
                    onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd,
                    als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is</al><al><vet>Artikel 2.9 Herstel constructiefouten</vet></al><al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout. Voor constructiefouten aan de binnenzijde geldt dat het bevoegd
                    gezag de aanpassing tot het drempelbedrag zelf moet dragen.</al><al><vet>Artikel 2.10 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                        onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                        omstandigheden</vet></al><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd.</al><al><vet>I 1 Overzicht ‘onderhoud po’</vet></al><al>Activiteiten die behoren tot het onderhoud:</al><lijst><li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen inclusief hang en sluitwerk (renovatie
                            activiteit).</al></li><li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen inclusief hang en sluitwerk (renovatie
                            activiteit).</al></li><li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten.</al></li><li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen (renovatie
                            activiteit).</al></li><li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden</al></li></lijst><al>Het op kleine schaal vervangen van onder onderhoud PO genoemde elementen,
                    waarbij de geraamde kosten minder dan € 500,00 bedragen, behoort tot het
                    programma van eisen onderhoud (klein en dagelijks onderhoud) en komt derhalve
                    niet voor bekostiging in aanmerking</al><al><vet>I 2 Overzicht ‘activiteiten vo binnenzijde’</vet></al><al>Activiteiten die behoren tot het aanpassen (aanbrengen, verplaatsen,
                    verwijderen) en vernieuwen van:</al><lijst><li nr="-"><al>binnenwanden</al></li><li nr="-"><al>vouwwanden</al></li><li nr="-"><al>binnenkozijnen</al></li><li nr="-"><al>binnenzonwering</al></li><li nr="-"><al>stucwerk</al></li><li nr="-"><al>plafonddelen</al></li><li nr="-"><al>vloeren</al></li><li nr="-"><al>vloertegels</al></li><li nr="-"><al>sanitair</al></li><li nr="-"><al>aanrechten</al></li><li nr="-"><al>keukenkastjes</al></li><li nr="-"><al>zuurkasten</al></li><li nr="-"><al>waterleiding</al></li><li nr="-"><al>binnenriolering</al></li><li nr="-"><al>gasleiding</al></li><li nr="-"><al>cv leiding</al></li><li nr="-"><al>radiatoren</al></li><li nr="-"><al>traplift</al></li></lijst><al><vet>I 3 Overzicht ‘aanpassing vo buitenzijde’</vet></al><al>Activiteiten die behoren tot het aanpassen (aanbrengen, verplaatsen,
                    verwijderen) en vernieuwen (ingrijpend onderhoud) van:</al><lijst><li nr="-"><al>stenen dakbedekking</al></li><li nr="-"><al>dakranden</al></li><li nr="-"><al>dakvensters</al></li><li nr="-"><al>lichtkoepels</al></li><li nr="-"><al>buitenwanden</al></li><li nr="-"><al>voegwerk</al></li><li nr="-"><al>buitenkozijnen</al></li><li nr="-"><al>entreepui</al></li><li nr="-"><al>buitenzonwering</al></li><li nr="-"><al>buitentrappen</al></li><li nr="-"><al>bestrating</al></li><li nr="-"><al>rijwielloodsen</al></li><li nr="-"><al>afrastering</al></li><li nr="-"><al>buitenriolering</al></li><li nr="-"><al>terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers</al></li></lijst><al>Het op kleine schaal vernieuwen van onder aanpassing genoemde elementen, zoals
                    het vervangen van enkele dakpannen, behoort tot het programma van eisen
                    onderhoud (klein en dagelijks onderhoud). Het bijbehorend schilderwerk, de
                    vervanging van de vloerbedekking en overige zaken die in het programma van eisen
                    onderhoud zijn opgenomen, vallen eveneens buiten de vergoeding voor
                    aanpassing.</al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage II Criteria voor opstelling en toetsing van
                        leerling-prognoses</vet></al><al>De prognose van het aantal te verwachten leerlingen van de school als bedoeld in
                        artikel 7, tweede lid onder a, artikel 20, eerste lid onder c,
                    en artikel 25, derde lid onder f,
                    wordt gemaakt voor een periode van ten minste vijftien jaren te starten met het
                    gewenste jaar van bekostiging.</al><al>In bijlage I is voor de voorzieningen aanpassing en onderhoud aangegeven van
                    welke prognosetermijn moet worden uitgegaan. Leidraad hierbij is geweest dat
                    voor (meer) ingrijpende voorzieningen een lange termijnprognose vereist is,
                    terwijl voor voorzieningen met minder financieel gevolg die noodzakelijk zijn om
                    het gebouw te kunnen blijven gebruiken, volstaan kan worden met een
                    korte-termijnprognose.</al><al>De prognose geeft per jaar inzicht in het aantal te verwachten leerlingen van de
                    school of nevenvestiging door in elk geval rekening te houden met:</al><lijst><li nr="a."><al>het voedingsgebied of de voedingsgebieden;</al></li><li nr="b."><al>de aanwezige bevolking, verdeeld in relevante leeftijdsgroepen;</al></li><li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin inclusief een eventuele
                            uitbreiding van het voedingsgebied;</al></li><li nr="d."><al>de veranderingen in de onderscheiden leeftijdsgroepen van de bevolking
                            als gevolg van migratie, sterfte en geboorte;</al></li><li nr="e."><al>de veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de
                            woningvoorraad;</al></li><li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de
                            school en het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li></lijst><al>De prognose is niet meer dan twee jaar oud.</al><al>De prognose omvat in elk geval de bovenstaande gegevens a t/m g voor een periode
                    van 6 jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar voorafgaand aan de
                    indiening van de aanvraag.</al><al>Het voedingsgebied van de school omvat het gebied waaruit het overgrote deel van
                    de leerlingen afkomstig is (of bij nieuwbouwwijken: zal zijn). Voor een
                    basisschool wordt bij de prognose in ieder geval een beschrijving geleverd van
                    het voedingsgebied op wijkniveau. Voor het voortgezet onderwijs kan, indien het
                    voedingsgebied zich over de gemeentegrens uitstrekt, worden volstaan met een
                    opsomming van de gemeenten die tot het voedingsgebied worden gerekend. Bij
                    aanlevering van een prognose dienen de relevante gegevens en berekeningen over
                    de analyse- en prognoseperiode op papier te zijn afgedrukt</al><al>Bij deze levering worden in elk geval de gebruikte programmatuur en de
                    aannames/assumpties met betrekking tot het gestelde onder d tot en met g, waarop
                    de prognose is gebaseerd, aangegeven en onderbouwd.</al><al>Het college is bevoegd, onderscheiden naar onderwijssoort, nadere regels te
                    stellen betreffende de criteria waaraan een prognose moet voldoen. Voorafgaand
                    aan de vaststelling door het college vormen de nadere regels onderwerp van
                    overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid als bedoeld in artikel 2, tweede
                    lid onder b van de Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Asten/
                    Deurne/ Someren.</al></bijlage><bijlage><al><vet>BIJLAGE III CRITERIA VOOR OPPERVLAKTE EN INDELING</vet></al><al>De criteria voor oppervlakte en indeling vallen uiteen in vier delen:</al><lijst><li nr="a."><al>de bepaling van de capaciteit</al></li><li nr="b."><al>wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</al></li><li nr="c."><al>de bepaling van de omvang van de toekenning</al></li><li nr="d."><al>minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen</al></li></lijst><al><vet>Deel A De bepaling van de capaciteit</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al>De capaciteit van de gebouwen voor het basisonderwijs wordt volgens onderstaande
                    methodiek vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag
                    van de school besluiten tot vermindering van de met onderstaande methodiek
                    vastgestelde capaciteit, indien de hiertoe beschikbaar komende ruimten worden
                    ingezet ten behoeve van onderwijskundige, culturele, maatschappelijke en
                    recreatieve doeleinden.</al><al><vet>Artikel 1.1 Gebouwen van hoofd- en nevenvestigingen (inclusief de
                        T&amp;B-dislocaties) met een permanente of tijdelijke bouwaard</vet></al><al>De bruto-vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de
                    bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-1, de ‘Meetinstructie voor
                    het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het
                    primair onderwijs’.</al><al><onderstreept>Basisonderwijs</onderstreept></al><al>De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt vastgelegd in het aantal
                    groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Het aantal groepen is gelijk aan het
                    aantal lokalen in het desbetreffende gebouw. Het aantal lokalen in een gebouw
                    betreft het aantal lesruimten, inclusief het handvaardigheidlokaal, groter dan
                    of gelijk aan 42 m². De speellokalen worden niet meegeteld.</al><al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen
                    en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de
                    capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al><al>Om te kunnen bepalen of een gebouw is ‘overgedimensioneerd’, dient een relatie
                    te worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van een gebouw op basis van het
                    aantal groepen en normatieve capaciteitsvaststelling.</al><al>Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is, wordt, op basis
                    van de bvo, vastgesteld met behulp van tabel 1, 2 en 3 hieronder voor
                    respectievelijk huisvesting met een permanente bouwaard en huisvesting met een
                    tijdelijke bouwaard.</al><al><vet>Tabel 1 Gebouwen met een permanente bouwaard</vet></al><al>Permanente gebouwen voor een basisschool waarin meer dan 30 leerlingen worden
                    gehuisvest</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>350</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>465</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>580</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>785</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>900</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>1.015</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1.130</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>1.245</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>1.360</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>1.475</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>1.590</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>1.705</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>en vervolgens te verhogen met 115 m² ten behoeve van één
                                        groep leerlingen</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Indien het gebouw beschikt over een tweede speellokaal,
                                        wordt de minimale bvo opgehoogd met 90 m²</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Tabel 2 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, zelfstandige
                        huisvesting</vet></al><al>Permanente gebouwen voor een basisschool waarin minder dan 31 leerlingen worden
                    gehuisvest</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>330</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>305</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>410</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>515</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>710</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>815</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>920</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1.025</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>en vervolgens telkens te verhogen met 105 m² ten behoeve van
                                        één groep leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Tabel 3 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, aanvullende huisvesting</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>180</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>260</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>340</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>420</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>en vervolgens telkens te verhogen met 80 m² ten behoeve van
                                        één groep leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Indien het werkelijke aantal lokalen in een gebouw afwijkt van het aantal
                    groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 1, 2 of 3, is het aantal lokalen de
                    capaciteit van het gebouw. In het geval dat het aantal lokalen kleiner is dan
                    het aantal groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 1, 2 of 3, wordt de
                    zogenaamde verschiloppervlakte bepaald tussen de werkelijke bvo en de normatieve
                    bvo behorend bij het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Deze
                    verschiloppervlakte is het aantal waarmee de bvo van het gebouw is
                    overgedimensioneerd. De registratie vindt plaats vanwege het mogelijk verwerken
                    van deze overdimensionering van de bvo op het moment dat het gebouw ten behoeve
                    van de vergroting van de capaciteit moet worden uitgebreid.</al><al><onderstreept>Speciale school voor basisonderwijs</onderstreept></al><al>De capaciteit van een gebouw voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                    vastgelegd in het aantal groepen, waarvoor een gebouw geschikt is. Dit aantal
                    groepen is het aantal lokalen verminderd met één. Het aantal lokalen wordt
                    verminderd met twee indien het gebouw bestaat uit meer dan 13 lokalen. Het
                    aantal lokalen wordt verminderd met drie, indien het gebouw bestaat uit meer dan
                    26 lokalen om het aantal groepen te bepalen waarvoor het gebouw geschikt is. Het
                    aantal lokalen in een gebouw betreft het aantal lesruimten , inclusief de
                    vaklokalen, groter dan of gelijk aan 42 m². De speellokalen worden niet
                    meegeteld.</al><al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen
                    en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de
                    capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al><al>Om te kunnen bepalen of een gebouw is overgedimensioneerd dient een relatie te
                    worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van een gebouw op basis van het
                    aantal groepen en normatieve capaciteitsvaststelling.</al><al>Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is, wordt, op basis
                    van de BVO, vastgesteld met behulp van tabel 4 hieronder voor huisvesting met
                    een permanente bouwaard. Voor huisvesting met een tijdelijke bouwaard wordt
                    gebruik gemaakt van tabel 2 en 3.</al><al><vet>Tabel 4 Gebouwen met een permanente bouwaard</vet></al><al>Permanente gebouwen voor een speciale school voor basisonderwijs</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet m²</al></entry><entry colname="col2"><al>Inclusief</al></entry><entry colname="col3"><al>m² per groep</al></entry><entry colname="col4"><al>Toeslag extra ruimte</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>670</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>105</al></entry><entry colname="col4"><al>125</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vaste voet aan BVO is inclusief ruimten voor een bepaald aantal groepen. Dit
                    aantal is in de kolom ‘inclusief’ aangegeven.</al><al>De toeslag extra ruimte omvat een aantal extra m² voor het creëren van een extra
                    lokaal, niet zijnde een speellokaal (hiervoor geldt een aparte toeslag). De
                    toeslag extra ruimte wordt toegekend bij het vormen van de 12e groep</al><al>Indien het werkelijke aantal lokalen in een gebouw afwijkt van het aantal
                    groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 2, 3 of 4, is het aantal lokalen de
                    capaciteit van het gebouw. In het geval dat het aantal lokalen kleiner is dan
                    het aantal groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 2, 3 of 4, wordt de
                    zogenaamde verschiloppervlakte bepaald tussen de werkelijke bvo en de normatieve
                    bvo, behorend bij het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Deze
                    verschiloppervlakte is het aantal m² waarmee de bvo van het gebouw is
                    overgedimensioneerd. De registratie vindt plaats vanwege het mogelijk verwerken
                    van deze overdimensionering van de bvo op het moment dat het gebouw ten behoeve
                    van de vergroting van de capaciteit moet worden uitgebreid.</al><al><vet>Artikel 1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke
                        bouwaard.</vet></al><al><onderstreept>Basisschool</onderstreept></al><al>Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor basisscholen geldt het
                    gestelde onder 1.1 met uitzondering van de verwijzing naar de tabellen 1, 2 en
                    3. Voor de bepaling van het aantal te huisvesten groepen leerlingen wordt
                    uitgegaan van 115 m² BVO per groep leerlingen indien sprake is van een gebouw
                    met een permanente bouwaard en van 80 m² per groep leerlingen indien sprake is
                    van een gebouw met een tijdelijke bouwaard.</al><al><onderstreept>Speciale school voor basisonderwijs</onderstreept></al><al>De capaciteit van dislocaties voor speciale scholen voor basisonderwijs wordt
                    vastgelegd in het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Het aantal
                    groepen is gelijk aan het aantal lokalen in het desbetreffende gebouw. Het
                    aantal lokalen betreft het aantal lesruimten, inclusief de vaklokalen, groter
                    dan of gelijk aan 42 m². De speellokalen worden niet meegeteld. Voor dislocaties
                    voor speciale scholen voor basisonderwijs is de ‘overdimensionering’ niet te
                    bepalen.</al><al><vet>Artikel 1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</vet></al><al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk gebouw
                    als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een daling van het
                    aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste rangordenummer.</al><al>Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw (van een
                    school, een hoofdvestiging of een nevenvestiging) en een of meer dislocaties,
                    wordt de rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit is de rangorde zoals
                    deze is vastgelegd in de gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs,
                    Cultuur en Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld,
                    doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt
                    vastgesteld. Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua oppervlakte, indeling en
                    bouwkundige staat het meest geschikt is om als het enige gebouw voor de school
                    te dienen. Dit is in de regel het grootste gebouw. Het hoofdgebouw krijgt nummer
                    1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de dislocaties met een permanente
                    bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit en vervolgens
                    de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te beginnen met de dislocatie met de
                    grootste capaciteit.</al><al>Bij een fusie van twee of meer scholen wordt het gebouw van de overblijvende
                    school het hoofdgebouw. Indien de overige gebouwen van de bij de fusie betrokken
                    scholen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van de gefuseerde scholen, gelet
                    op de capaciteit van het hoofdgebouw, dan krijgen zij als dislocatie een plaats
                    in de rangorde zoals hiervoor omschreven.</al><al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het vorenstaande tenzij na
                    overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het college, het college
                    anders beslist.</al><al><vet>Artikel 1.4 Terrein</vet></al><al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale
                    percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De
                    terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het
                    Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen
                    van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de
                    terreinoppervlakte vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 1.5 Inventaris</vet></al><al>Met de inventarisgegevens worden de gegevens bedoeld, waarmee het aantal groepen
                    van de desbetreffende school wordt vastgesteld, waarvoor het onderwijsleerpakket
                    en meubilair aanwezig is. De aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de
                    aanwezigheid van het meubilair worden afzonderlijk vastgelegd</al><lijst><li nr="a."><al>Onderwijsleerpakket</al></li><li nr=""><al>Het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket aanwezig is, wordt
                            bepaald aan de hand van de volgende twee stappen: </al><lijst><li nr="a."><al>Het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket aanwezig is, is
                                    gelijk aan het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket
                                    noodzakelijk is bij aanvang van het schooljaar 2001/2002. Indien
                                    in het verleden, na inwerkingtreding van de WBO, voor meer
                                    groepen onderwijsleerpakket is verstrekt, toont het college dit
                                    aan door middel van de door het ministerie van Onderwijs,
                                    Cultuur en Wetenschappen afgegeven beschikkingen, dan wel door
                                    middel van de correspondentie tussen burgemeester en wethouders
                                    en het desbetreffende schoolbestuur. Van het laatste is sprake
                                    indien het college, zonder tussenkomst van het ministerie, zelf
                                    heeft voorzien in de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket.
                                    Indien in het verleden, na inwerkingtreding van de WBO, voor
                                    minder groepen onderwijsleerpakket is verstrekt, toont het
                                    bevoegd gezag van de school dit aan.</al></li><li nr="b."><al>Het bovenstaand aantal groepen onderwijsleerpakket dient te
                                    worden geconverteerd met behulp van onderstaande
                                    omrekentabel:</al></li></lijst></li></lijst><al>Omrekentabel onderwijsleerpakket</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>OUD</al></entry><entry colname="col2"><al>NIEUW</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>33</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="b."><al>meubilair</al></li><li nr=""><al>Het aantal groepen waarvoor meubilair aanwezig is, wordt bepaald aan de
                            hand van de volgende twee stappen: </al><lijst><li nr="a."><al>Het aantal groepen waarvoor meubilair aanwezig is, is gelijk aan
                                    het aantal groepen waarvoor meubilair noodzakelijk is bij
                                    aanvang van het schooljaar 2001/2002. Indien in het verleden, na
                                    inwerkingtreding van de WBO, voor meer groepen meubilair is
                                    verstrekt, toont het college dit aan door middel van de door het
                                    ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen afgegeven
                                    beschikkingen, dan wel door middel van de correspondentie tussen
                                    het college en het desbetreffende schoolbestuur. Van het laatste
                                    is sprake indien het college, zonder tussenkomst van het
                                    ministerie, zelf heeft voorzien in de eerste aanschaf van
                                    meubilair. Indien in het verleden, na inwerkingtreding van de
                                    WBO, voor minder groepen meubilair is verstrekt, toont het
                                    bevoegd gezag van de school dit aan.</al></li><li nr="b."><al>Het bovenstaand aantal groepen meubilair dient te worden
                                    geconverteerd met behulp van onderstaande omrekentabel:</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Omrekentabel meubilair</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>OUD</al></entry><entry colname="col2"><al>NIEUW</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>36</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de aanwezigheid van het meubilair
                    worden afzonderlijk vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 1.6 Gymnastiekruimten</vet></al><al><vet>1.6.1 Gymnastiekruimte</vet></al><al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het basisonderwijs bedraagt 40
                    klokuren.</al><al><vet>1.6.2 Terrein</vet></al><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster.
                    Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op
                    eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</al><al><vet>1.6.3 Inventaris</vet></al><al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al>De capaciteit van de gebouwen voor een school voor voortgezet onderwijs wordt
                    vastgelegd in gegevens over:</al><lijst><li nr="-"><al>de bruto vloeroppervlakte van gebouwen;</al></li><li nr="-"><al>het aantal specifieke ruimten;</al></li><li nr="-"><al>het aantal werkplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>het aantal gymnastieklokalen</al></li></lijst><al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school besluiten
                    tot vermindering van de met onderstaande methodiek vastgestelde capaciteit,
                    indien de hierdoor beschikbaar komende ruimten worden ingezet ten behoeve van
                    culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden.</al><al><vet>Artikel 2.1 Hoofdgebouwen, nevenvestigingen en dislocaties met een
                        permanente of een tijdelijke bouwaard</vet></al><al>De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als BVO) van een gebouw is de
                    BVO zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-2 de ‘Meetinstructie voor
                    het vaststellen van de BVO van de schoolgebouwen in het voortgezet
                    onderwijs’.</al><al>Naast de bruto vloeroppervlakte zal het gegeven ‘aantal gymnastieklokalen’
                    moeten worden vastgelegd, evenals het gegeven ‘aantal specifieke ruimten en
                    werkplaatsen’ indien en voor zover deze noodzakelijk zijn in het kader van
                    aanvragen betreffende uitbreiding dan wel medegebruik. Bij het gegeven ‘aantal
                    specifieke ruimten en werkplaatsen’ moeten de ruimtesoorten worden onderscheiden
                    zoals deze binnen het ruimtebehoeftemodel’ zijn opgenomen. Indien een deel van
                    een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen, wordt dit deel niet
                    tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel
                    geregistreerd.</al><al><vet>Artikel 2.2 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</vet></al><al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk gebouw
                    als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een daling van het
                    aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste rangordenummer. Indien een
                    voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw (of nevenvestiging) en
                    een of meer dislocaties, wordt de rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit
                    is de rangorde zoals vastgelegd in de Basisregistratie Huisvesting van het
                    ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw
                    moet worden vastgesteld, doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt
                    de rangorde als volgt vastgesteld.</al><al>Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de
                    dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen met de dislocatie met de
                    grootste capaciteit en vervolgens de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te
                    beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit.</al><al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het bovenstaande tenzij na
                    overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het college, het college
                    anders beslist.</al><al><vet>Artikel 2.3 Terrein</vet></al><al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale
                    percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De
                    terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het
                    Kadaster.</al><al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het
                    schoolterrein, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de
                    terreinoppervlakte vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 2.4 Inventaris</vet></al><al>Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 1997 alle instellingen
                    voor voortgezet onderwijs zijn voorzien van een inventaris.</al><al>De bruto vloeroppervlakte algemene ruimten en het aantal specifieke ruimten en
                    werkplaatsen als zodanig is de basis voor de vaststelling van de omvang van de
                    aanwezige inventaris.</al><al><vet>Artikel 2.5 Gymnastiekruimten</vet></al><al><vet>2.5.1 Gymnastiekruimte</vet></al><al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het voortgezet onderwijs bedraagt 40
                    uur.</al><al><vet>2.5.2 Terrein</vet></al><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster.
                    Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op
                    eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</al><al><vet>2.5.3 Inventaris</vet></al><al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn.</al><al><vet>Deel B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al><vet>Artikel 1.1 Lesgebouwen</vet></al><al><onderstreept>Basisschool</onderstreept></al><al>Voor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor de
                    huisvestingsbehoefte. Het bepalen van de huisvestingsbehoefte als gevolg van een
                    aanvraag voor opneming op het programma, is afhankelijk van de vraag of een voor
                    blijvend gebruik bestemde voorziening dan wel een voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening wordt toegekend. Ten behoeve van de bepaling van de omvang
                    van een voor blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool wordt
                    voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de school uitgegaan van de formule
                    onder a. Ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorziening voor een basisschool wordt voor de bepaling van de
                    ruimtebehoefte van de school uitgegaan van de formule onder b.</al><al>De formatie die aan basisscholen wordt toegekend is opgebouwd uit de
                    bestanddelen formatie onderbouw (A), formatie bovenbouw (B), kleine
                    scholentoeslag (C) en schoolgewicht (D).</al><lijst><li nr="a."><al>Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor blijvend
                            gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</al></li><li nr=""><al>G = (A+B+C)/179</al></li><li nr=""><al>Waarbij: </al><lijst><li nr="G."><al>de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal
                                    groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een
                                    geheel aantal groepen.</al></li><li nr="A."><al>het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op 1 oktober
                                    voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op
                                    de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 9. Het
                                    verkregen getal A wordt niet afgerond.</al></li><li nr="B."><al>het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op 1 oktober
                                    voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op
                                    de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. Het
                                    verkregen getal B wordt niet afgerond.</al></li><li nr="C."><al>280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op 1 oktober
                                    voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op
                                    de school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06).
                                    Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de
                                    factor op 0 bepaald. Het verkregen getal C wordt niet
                                    afgerond.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</al></li><li nr=""><al>G=(A+B+C+D)/179+E+0,5F</al></li><li nr=""><al>Waarbij: </al><lijst><li nr="G."><al>de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal
                                    groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een
                                    geheel aantal groepen.</al></li><li nr="A."><lijst><li nr="a."><al>het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de
                                            meest recente teldatum van 1 oktober op de school is
                                            ingeschreven, vermenigvuldig met 9</al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een
                                            toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het
                                            Formatiebesluit WPO) het aantal leerlingen van 4 tot en
                                            met 7 jaar dat op de datum van de meest recente telling
                                            op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 9. Het
                                            verkregen getal wordt niet afgerond.</al></li></lijst></li><li nr="B."><lijst><li nr="a."><al>het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de
                                            meest recente teldatum van 1 oktober op de school is
                                            ingeschreven, vermenigvuldig met 6,17.</al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een
                                            toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het
                                            Formatiebesluit WPO) het aantal leerlingen van 8 jaar en
                                            ouder dat op de datum van de meest recente telling op de
                                            school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. Het
                                            verkregen getal wordt niet afgerond.</al></li></lijst></li><li nr="C."><lijst><li nr="a."><al>280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de meest
                                            recente teldatum van 1 oktober op de school is
                                            ingeschreven, vermenigvuldig met 2,06).</al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een
                                            toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het
                                            Formatiebesluit WPO) 280 minus (het totaal aantal
                                            leerlingen dat op de datum van de meest recente telling
                                            op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06).
                                            Indien de uitkomst van deze berekening negatief is,
                                            wordt de factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal
                                            wordt niet afgerond.</al></li></lijst></li><li nr="D."><lijst><li nr="a."><al>som van de gewichten op basis van het totaal aantal
                                            leerlingen dat op de meest recente teldatum van 1
                                            oktober op de school is ingeschreven, verminderd met 9%
                                            van het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente
                                            teldatum van 1 oktober op de school is ingeschreven. het
                                            vrekregen getal wordt rekenkundig afgerond op een geheel
                                            getal. dit gehele getal wordt vervolgens vermenigvuldigd
                                            met 3,2.</al></li><li nr="b."><al>(indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een
                                            toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het
                                            Formatiebesluit WPO) som van de gewichten op basis van
                                            het totaal aantal leerlingen dat op de datum van de
                                            meest recente teldatum op de school is ingeschreven,
                                            verminder met 9% van het totaal aantal leerlingen dat op
                                            de datum van de meest recente telling op de school is
                                            ingeschreven. het verkregen getal wordt rekenkundig
                                            afgerond op een geheel getal. Dit gehele getal wordt
                                            vervolgens vermenigvuldigd met 3,2. Indien de uitkomst
                                            van deze berekening negatief is, wordt de factor D op 0
                                            bepaald. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</al></li></lijst></li><li nr="E."><al>aanvullende formatie op grond van bijzondere omstandigheden,
                                    toegekend op basis van artikel 120, vijfde lid van de Wet op het
                                    primair onderwijs.</al></li><li nr="F."><al>het aantal formatieplaatsen onderwijsachterstandenbestrijding
                                    dat door de gemeente wordt bekostigd vanuit de specifieke
                                    uitkering.</al></li></lijst></li></lijst><al><onderstreept>Speciale school voor basisonderwijs</onderstreept></al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal groepen bepalend voor
                    de omvang van de permanente en voor de omvang van de tijdelijke voorziening. Het
                    aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de ’N
                    factor’. De N factor voor een speciale school voor basisonderwijs is 15. Het
                    verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de
                    komma groter is dan 5.In het andere geval wordt het getal naar beneden
                    afgerond.</al><al><vet>Artikel 1.2 Gymnastiekruimten</vet></al><al><onderstreept>Basisschool</onderstreept></al><al>Voor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor het aantal klokuren
                    gymnastiek. Per groep 6-12 jarigen wordt maximaal 1,5 klokuur gymnastiek vergoed
                    (conform artikel 38 en 39 van de verordening). Het aantal groepen is afhankelijk
                    van het aantal formatieplaatsen. Ten behoeve van de bepaling van het aantal
                    formatieplaatsen wordt uitgegaan van de formule</al><al>G=(A+B+C)/179</al><al>De componenten G, A, B, C en D zijn identiek aan de componenten zoals opgenomen
                    in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen in bijlage III, deel
                    B, onder 1.1.</al><al>Voor het bepalen van het aantal groepen 6-12 jarigen wordt aangesloten bij het
                    normatieve overzicht ‘splitsing aantal groepen leerlingen’ zoals weergegeven in
                    tabel 4.</al><al>Deze tabel geeft inzicht in de genormeerde splitsing van het aantal groepen
                    leerlingen (G) in groepen 4- en 5-jarigen en groepen 6- tot en met 12-jarigen
                    ten behoeve van het onderwijs in de lichamelijke oefening. Aangezien de
                    groepsgrootteverkleining in een aantal stappen wordt doorgevoerd, is in de tabel
                    voor verschillende jaren de splitsing in groepen 4- en 5-jarigen en 6- tot en
                    met 12-jarigen gegeven. Vanaf 2002 wordt uitgegaan van de volledige doorvoering
                    van de groepsgrootteverkleining.</al><al><vet>Tabel 4. ‘Splitsingstabel aantal groepen leerlingen (G)’</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>Groepen 4-5 jarigen</al></entry><entry colname="col3"><al>Groepen 6-12 jarigen</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry><entry colname="col3"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry><entry colname="col3"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry><entry colname="col3"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry><entry colname="col3"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>31</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>33</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>34</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>35</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>36</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>37</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>38</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry><entry colname="col3"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>39</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry><entry colname="col3"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry><entry colname="col3"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>41</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>42</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>43</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>44</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>46</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>47</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>48</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>49</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>50</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>35</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe accommodatie
                    voor een basisschool, wordt het aantal groepen bepaald door het aantal
                    leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan elk jaar waarop de prognose, als
                    bedoeld in bijlage II, betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al><al><onderstreept>Speciale school voor basisonderwijs</onderstreept></al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal groepen bepalend voor
                    het aantal klokuren gymnastiek. Per groep met leerlingen jonger dan 6 jaar
                    wordt, indien de school niet de beschikking heeft over een speellokaal, maximaal
                    3,75 klokuur gymnastiek vergoed. Per groep met leerlingen van 6 jaar en ouder
                    wordt maximaal 2,25 klokuur gymnastiek vergoed.</al><al>Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen door de ’N
                    factor’. De ’N factor’ is bepalend voor de groepsgrootte. De ’N factor’ voor een
                    speciale school voor basisonderwijs is 15. Het verkregen getal wordt alleen naar
                    boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere
                    geval wordt het getal naar beneden afgerond.</al><al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe accommodatie
                    voor een speciale school voor basisonderwijs, wordt het aantal groepen bepaald
                    aan de hand van de prognose als bedoeld in bijlage II.</al><al><vet>Artikel 1.3 Bepaling van het aantal groepen ten behoeve van (uitbreiding
                        van) eerste aanschaf onderwijsleerpakket en meubilair.</vet></al><al><onderstreept>Basisschool</onderstreept></al><al>De inrichting van een basisschool bestaat uit de volgende componenten:</al><lijst><li nr="a."><al>onderwijsleerpakket</al></li><li nr="b."><al>meubilair</al></li></lijst><al>a. onderwijsleerpakket</al><al>Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend gebruik bestemde
                    voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf
                    van het onderwijsleerpakket, wordt voor de bepaling van het aantal groepen
                    uitgegaan van de onderstaande formule:</al><al>G = (A + B + C + D) / 179 + E</al><al>De componenten G, A, B, C, D en E zijn identiek aan de componenten zoals
                    opgenomen in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen in bijlage
                    III, deel B, onder 1.1</al><al>b. meubilair</al><al>Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend gebruik bestemde
                    voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het
                    meubilair, wordt voor de bepaling van het aantal groepen uitgegaan van de
                    onderstaande formule:</al><al>G = (A + B + C) / 179</al><al>De componenten G, A, B, C, D en E zijn identiek aan de componenten zoals
                    opgenomen in de formule voor permanent gebruik bestemde voorzieningen in bijlage
                    III, deel B, onder 1.1.</al><al><onderstreept>Speciale school voor basisonderwijs</onderstreept></al><al>Het aantal groepen onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald door het
                    aantal leerlingen te delen door de ’N factor’. De ’N factor’ is bepalend voor de
                    groepsgrootte. De ’N factor’ voor een speciale school voor basisonderwijs is 15.
                    Het verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de
                    komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden
                    afgerond.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al><vet>Artikel 2.1 Lesgebouwen</vet></al><al>Voor een school voor voortgezet onderwijs wordt met behulp van het
                    Ruimtebehoeftemodel (RBM) de ruimtebehoefte bepaald. het totale ruimtebeslag van
                    een instelling voor voortgezet onderwijs is een optelling van twee componenten,
                    te weten:</al><al>een leerling-gebonden component en een vaste voet.</al><al>ad 1 Een leerling-gebonden component</al><al>Deze wordt bepaald door aan de hand van in tabel 5.1.a. “Berekening van de
                    leerling-afhankelijke ruimtebehoefte voortgezet onderwijs” opgenomen
                    bruutvloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal
                    leerlingen. De leerling-gebonden component is afhankelijk van de soort
                    onderwijs, leerweg of sector die de leerling volgt.</al><al>ad.2. Een vaste voet.</al><al>De vaste voet wordt bepaald aan de hand van in tabel 5.1.b. “Berekening van de
                    vaste voet per instelling ten behoeve van de ruimtebehoefte voortgezet
                    onderwijs” opgenomen bruutvloeroppervlakten per instelling, sector of afdeling.
                    De vaste voet is afhankelijk van de aard van de vestiging en van het
                    onderwijsaanbod binnen de beroepsgerichte leerweg.</al><al>Vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de
                    bijbehorende normoppervlakten en verhoging met de vaste voet per instelling en,
                    indien van toepassing, een vaste voet per sector of afdeling geeft, uitgedrukt
                    in bruto vierkante meters, de totale ruimtebehoefte van de instelling.</al><al>Het RBM voorziet in een normering voor een afdeling voor praktijkonderwijs. Voor
                    instellingen of afdelingen voor speciaal voortgezet onderwijs die omgezet worden
                    in een zelfstandige instelling of vestiging voor praktijkonderwijs geldt de
                    normering zoals deze voor het VSO-mlk is vastgesteld. Een zelfstandige school
                    voor praktijkonderwijs maakt dus geen deel uit van het RBM.</al><al>Het RBM voorziet niet in een afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch
                    didactisch centrum (OPDC). Het OPDC levert diensten ter ondersteuning van
                    leerlingen op de scholen die het samenwerkingsverband zijn aangegaan. De
                    leerlingen die gebruik maken van de diensten van het OPDC zijn derhalve in alle
                    gevallen ingeschreven bij reguliere scholen voor voortgezet onderwijs.</al><al>Indien noodzakelijk voor het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op
                    basis van het RBM de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor
                    voortgezet onderwijs worden bepaald.</al><al><vet>Tabel 5.1.a Berekening van de leerlingafhankelijke ruimtebehoefte
                        voortgezet onderwijs.</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col5"><al>BVO/LL</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Onderbouw (leerjaar 1+2)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>6,18</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw AVO/VWO</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,85</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw theor. leerweg</al></entry><entry colname="col2"><al>TLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>6,41</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>7,07</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,98</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>5,47</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>4,69</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>8,99</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>4,44</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>12,72</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw economie</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>5,95</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>0,89</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,56</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>2,25</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,85</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>3,06</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw zorg/welzijn</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,33</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>2,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>4,71</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>4,22</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>4,85</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>5,53</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw landbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,94</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>0,78</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,37</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>2,34</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>5,03</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>4,69</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al>4,41</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col5"><al>7,72</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Legenda:</onderstreept></al><lijst><li nr=""><al>TLW:</al></li><li nr=""><al>Theoretische leerweg</al></li><li nr=""><al>LWOO:</al></li><li nr=""><al>Leerwegondersteunende leerweg</al></li><li nr=""><al>GLW:</al></li><li nr=""><al>Gemengde leerweg</al></li><li nr=""><al>BLW:</al></li><li nr=""><al>Beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al></li></lijst><al>Tabel 5.1.b Berekening van de vaste voet per instelling ten behoeve van de
                    ruimtebehoefte voortgezet onderwijs.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col3"><al>vaste voet</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Hoofdvestiging</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>980</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Nevenvestiging -</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>met spreidingsnoodzaak</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>550</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Nevenvestiging -</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>zonder spreidingsnoodzaak</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>VMBO-techniek BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>299</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>VMBO-economie BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>196</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>VMBO-zorg/welzijn BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>168</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>VMBO-landbouw BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>117</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>306</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Legenda</onderstreept>:</al><lijst><li nr=""><al>BLW:</al></li><li nr=""><al>beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al></li></lijst><al>De vaste voet per instelling is 980 m² bruto-vloeroppervlakte (BVO) welke wordt
                    toegekend aan de hoofdvestiging van de instelling. Voor een nevenvestiging die
                    op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende
                    bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak, geldt een aanvullende vaste voet
                    van 550 m² BVO. De vaste voet voor een hoofdvestiging of nevenvestiging met
                    spreidingsnoodzaak is niet van toepassing op en zelfstandige school voor
                    praktijkonderwijs. Indien van toepassing worden vaste voeten behorende bij die
                    sectoren waar de beroepsgerichte leerweg wordt aangeboden toegekend op de
                    vestiging waar de beroepsgerichte leerweg(en) wordt aangeboden. Tevens geldt een
                    vaste voet voor die vestiging waar praktijkonderwijs aanwezig is.</al><al><vet>Artikel 2.2 Gymnastiekruimten</vet></al><al>De in onderstaande tabel 5.2 ‘Berekening van de ruimtebehoefte
                    gymnastiekaccommodatie voortgezet onderwijs’ vermelde bruto vloeroppervlakten
                    vormen de grondslag voor de bepaling van de omvang van de voorzieningen in de
                    huisvesting ten behoeve van gymnastiekonderwijs.</al><al><vet>Tabel 5.2 Berekening van de ruimtebehoefte gymnastiekaccommodatie
                        Voortgezet Onderwijs</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3"><al>BVO/LL</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Onderbouw (leerjaar 1+2)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1,66</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw AVO/VWO</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>0,78</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw theor. leerweg</al></entry><entry colname="col2"><al>TLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,26</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw economie</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw zorg/welzijn</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bovenbouw landbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1,99</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Deel C De bepaling van de omvang van de toekenning</vet></al><al>De bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening is
                    noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de financiële
                    consequenties vast te stellen.</al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al><vet>Paragraaf 1.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand van het
                    aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste tien jaar noodzakelijk is. Het
                    aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze
                    van bepalen van de ruimtehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, wordt
                    bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting ten
                    minste tien jaar noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting
                    aanwezig is. Het verschil is minimaal 1 groep. Het aantal groepen wordt bepaald
                    zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                    ruimtehoefte’</al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                    verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het werkelijk
                    aanwezige aantal m2 en het aantal m2 behorende bij de geregistreerde capaciteit
                    van het uit te breiden gebouw, wordt bezien in hoeverre de noodzakelijke
                    uitbreiding van de capaciteit van het gebouw kan worden gerealiseerd door
                    aanpassing of door aanpassing in combinatie met uitbreiding van het bestaande
                    gebouw. Het betreft de verschiloppervlakte zoals omschreven in deel A van deze
                    bijlage: ‘De bepaling van de capaciteit’</al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van aanpassing van het
                    gebouw, dan wel aanpassing en uitbreiding van het gebouw, hoger zijn dan de
                    kosten van uitbreiding sec van het gebouw.</al><al>Een toeslag voor afzonderlijk speellokaal wordt toegekend indien de omvang van
                    de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen nieuwbouw,
                    vervangende nieuwbouw, uitbreiding dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                    bestaand gebouw, de vijfde groep omvat. Indien de voorziening in de huisvesting
                    een uitbreiding dan wel een uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw
                    betreft, geldt tevens als voorwaarde dat het bestaande gebouw geen speellokaal
                    bevat.</al><al>Een tweede toeslag voor een afzonderlijk speellokaal wordt toegekend indien de
                    omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen
                    nieuwbouw dan wel vervangende nieuwbouw de veertiende groep omvat.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste tien
                    jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel
                    B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                    groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor
                    huisvesting aanwezig is.</al><al><vet>Paragraaf 1.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door het aantal groepen
                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is ten minste vier jaar en korter dan tien
                    jaar. Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                    bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, wordt
                    bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting ten
                    minste vier jaar en korter dan tien jaar noodzakelijk is en het aantal groepen
                    waarvoor huisvesting aanwezig is. Het verschil is minimaal 1 groep.</al><al>Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage:
                    ‘Wijze van bepalen van de ruimtehoefte’</al><al>Een tijdelijke voorziening voor één groep extra ten behoeve van een speellokaal
                    wordt toegekend indien de omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorzieningen nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding dan wel
                    uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, de vijfde groep omvat.
                    Indien de voorziening in de huisvesting een uitbreiding dan wel een uitbreiding
                    ter vervanging van een bestaand gebouw betreft, geldt tevens als voorwaarde dat
                    het bestaande gebouw geen speellokaal bevat. Een tweede tijdelijke voorziening
                    voor één groep extra ten behoeve van een speellokaal wordt toegekend indien de
                    omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening nieuwbouw
                    dan wel vervangende nieuwbouw de veertiende groep omvat.</al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                    verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het werkelijk
                    aanwezige aantal m2 en het aantal m2 behorende bij de geregistreerde capaciteit
                    van het uit te breiden gebouw, wordt bezien in hoeverre de noodzakelijke
                    uitbreiding van de capaciteit van het gebouw kan worden gerealiseerd door
                    aanpassing van het bestaande gebouw. Het betreft de verschiloppervlakte zoals
                    omschreven in deel A van deze bijlage: ‘De bepaling van de capaciteit’.</al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van aanpassing van het
                    gebouw, hoger zijn dan de kosten van uitbreiding sec van het gebouw.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste vier
                    jaar en korter dan tien jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald
                    zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                    ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                    groepen waarvoor huisvesting, ten minste vier jaar en korter dan tien jaar,
                    noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening verplaatsing van
                    noodlokalen wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor huisvesting
                    noodzakelijk is ten minste vier jaar en korter dan tien jaar. Het aantal groepen
                    wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen
                    van de ruimtebehoefte’.</al><al><vet>Paragraaf 1.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                        bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van
                    het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om
                    het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet
                    gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en het gestelde in bijlage
                    III, deel D.</al><al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf
                    van het onderwijsleerpakket, bepaald door het verschil tussen het aantal groepen
                    waarvoor reeds eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket is bekostigd en de
                    normatief noodzakelijke eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket voor het
                    aantal groepen, op basis van het aantal gewogen leerlingen, zoals normatief kan
                    worden gevormd op de meest recente teldatum. Het aantal groepen wordt bepaald
                    zoals beschreven in paragraaf 1.3 van deel B van deze bijlage.</al><al>Voor een basisschool wordt een goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                    voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf
                    van het meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het meubilair,
                    bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor eerste aanschaf van
                    het meubilair is bekostigd en de normatief noodzakelijke eerste aanschaf van het
                    meubilair voor het aantal groepen, op basis van het aantal ongewogen leerlingen,
                    zoals normatief kan worden gevormd op de meest recente teldatum. Het aantal
                    groepen wordt bepaald zoals beschreven in paragraaf 1.3 van deel B van deze
                    bijlage</al><al>Voor een basisschool wordt een toeslag onderwijsleerpakket tweede speellokaal
                    toegekend indien er sprake is van een uitbreiding met een tweede
                    speellokaal.</al><al>Voor een basisschool wordt de een toeslag meubilair tweede speellokaal toegekend
                    indien er sprake is van een uitbreiding met een tweede speellokaal</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, danwel
                    voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening aanpassing, anders dan een
                    aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen, wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor
                    het onderwijs, dan wel noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening onderhoud wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                    gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al><vet>Paragraaf 1.4 Gymnastiekruimten</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt
                    bepaald door de minimumnormen bij de realisering zoals aangegeven in onderdeel D
                    van deze bijlage.</al><al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij de criteria voor de
                    beoordeling van een voorziening in lichamelijke oefening, het onderdeel
                    uitbreiding (bijlage I).</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die
                    minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs,
                    dan wel voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om de
                    gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte te realiseren
                    met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen met betrekking
                    tot de terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                    meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de gymnastiekruimte,
                    wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor
                    andere leerlingen dan waarvoor de gymnastiekruimte oorspronkelijk is
                    bedoeld.</al><al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs.</al><al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het herstel van
                    schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                    omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                    zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al><vet>Paragraaf 2.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand van het
                    aantal leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste tien jaar noodzakelijk is. De
                    hieruit voortkomende ruimtebehoefte wordt bepaald aan de hand van het
                    ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van deze bijlage.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw of
                    uitbreiding door middel van ingebruikneming wordt bepaald door het verschil
                    tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen, waarvoor
                    huisvesting ten minste tien jaar noodzakelijk is en de huisvesting die aanwezig
                    is.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste
                    tien jaar noodzakelijk is. De ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het
                    ruimtebehoeftemodel zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'wijze van
                    bepalen van de ruimtebehoefte'.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte
                    behorende bij het aantal leerlingen aanwezig op de laatst bekende teldatum voor
                    het indienen van de aanvraag en de met tien procent verhoogde capaciteit van de
                    beschikbare ruimte. Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan vervolgens het
                    overschot aan beschikbare onderwijsruimte worden bepaald. Medegebruik wordt
                    gegeven in de vorm van in te roosteren lessen.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    aanpassing de binnenzijde van het gebouw betreffende, wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om de onbelemmerde voortgang van het
                    onderwijs te kunnen garanderen voor het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                    ten minste tien jaar noodzakelijk is en voor zover de kosten van deze
                    activiteiten het drempelbedrag per leerling, zoals opgenomen in het Besluit tot
                    vaststelling van het drempelbedrag, bedoeld in artikel 76c, eerste lid, onder
                    b2, van de Wet op het voortgezet onderwijs, te boven gaan.</al><al><vet>Paragraaf 2.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door het aantal
                    leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan tien jaar
                    noodzakelijk is. De ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het
                    ruimtebehoeftemodel zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'wijze van
                    bepalen van de ruimtebehoefte'.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, wordt
                    bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal
                    leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan tien jaar
                    noodzakelijk is en de met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare
                    huisvesting. Het verschil is minimaal 100 m² bruto vloeroppervlakte. De
                    ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals
                    beschreven in deel B van deze bijlage: 'wijze van bepalen van de
                    ruimtebehoefte'.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of gebouwgedeelte
                    dat noodzakelijk is voor het aantal leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste
                    vier jaar en korter dan tien jaar noodzakelijk is en de met tien procent
                    verhoogde capaciteit van de beschikbare huisvesting. De ruimtebehoefte wordt
                    bepaald met het Ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van deze
                    bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de
                    huisvesting medegebruik wordt bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte
                    behorende bij het aantal leerlingen aanwezig op de laatst bekende teldatum voor
                    het indienen van de aanvraag en de met tien procent verhoogde capaciteit van de
                    beschikbare ruimte. Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan vervolgens het
                    overschot aan beschikbare onderwijsruimte worden bepaald. Medegebruik wordt
                    gegeven in de vorm van in te roosteren lessen.</al><al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de huisvesting
                    verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal leerlingen waarvoor
                    huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan tien jaar noodzakelijk is en de
                    met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare huisvesting. De
                    ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals
                    beschreven in deel B van deze bijlage: 'wijze van bepalen van de
                    ruimtebehoefte'.</al><al><vet>Paragraaf 2.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                        bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van de voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                    voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de
                    minimaal noodzakelijk oppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met
                    inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de
                    terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van leer- en
                    hulpmiddelen en meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van leer-
                    en hulpmiddelen en meubilair, is gekoppeld aan de omvang van de toegekende
                    voorziening in de huisvesting. De omvang van de tegemoetkoming in eerste
                    inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair als er sprake is van een inpandige
                    aanpassing warbij algemene of specifieke ruimte wordt omgezet in specifieke
                    en/of werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de vergoeding voor eerste
                    inrichting van de bestaande ruimte en de vergoeding voor eerste inrichting van
                    de te creëren ruimte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening aanpassing de buitenzijde van
                    het gebouw of het terrein betreffende, wordt bepaald door de activiteiten die
                    minimaal noodzakelijk zijn om de onbelemmerde voortgang van het onderwijs te
                    kunnen garanderen voor het aantal leerlingen waarvoor huisvesting ten minste
                    tien jaar noodzakelijk is.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                    gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al><vet>Paragraaf 2.4 Gymnastiekruimten</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt
                    bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van
                    deze bijlage</al><al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen,
                    waarvoor gymnastiekruimte ten minste tien jaar noodzakelijk is (te bepalen met
                    behulp van het ruimtebehoeftemodel) en de gymnastiekruimte die aanwezig is.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing, de buitenzijde van het gebouw of het
                    terrein betreffende, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing, de binnenzijde van het gebouw
                    betreffende, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn
                    om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs, dan wel noodzakelijk zijn
                    voor de voortgang van het onderwijs en voor zover de kosten van deze
                    activiteiten het drempelbedrag van ƒ ... per leerling te boven gaan.</al><al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om de
                    gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte te realiseren
                    met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen met betrekking
                    tot de terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                    meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de gymnastiekruimte,
                    wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor
                    andere leerlingen dan waarvoor de gymnastiekruimte oorspronkelijk is
                    bedoeld.</al><al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het herstel van
                    schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                    omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                    zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening medegebruik gymnastiekruimte wordt
                    uitgedrukt in lestijden. Het aantal lestijden gymnastiek wordt bepaald met
                    behulp van het lesrooster met als maximum het met toepassing van tabel 5.2 van
                    het ruimtebehoeftemodel berekende aantal: (aantal leerlingen x 32 x m² BVO gym)
                    : 460. Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule
                    gehanteerd: (aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) : 322.</al><al>Hierop wordt het aantal in eigen accommodatie te verzorgen lessen in mindering
                    gebracht (zie deel A, paragraaf 2.5.1).</al><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening huur sportterrein bedraagt ten hoogste
                    acht weken per kalenderjaar. Het aantal lestijden waarvoor vergoeding wordt
                    gegeven wordt bepaald aan de hand van het lesrooster met als maximum het met
                    toepassing van tabel 7.2 van het ruimtebehoeftemodel berekende aantal: (aantal
                    leerlingen x 32 x m² bvo gym) / 460. Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt
                    een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) /
                    322.</al><al><vet>Deel D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte: 3 m²/ll
                    met een minimum van 300 m² netto, vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met
                    600 m² netto;</al><al>1 speellokaal per school met een minimum netto oppervlakte van 84 m², vanaf de
                    veertiende groep een tweede speellokaal met een minimum netto oppervlakte van 84
                    m².</al><al>minimumoppervlakte leslokaal: 42 m² netto.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al>Minimum afmetingen, uitgedrukt in netto m²:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>theorielokaal:</al></entry><entry colname="col2"><al>42 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>theorievaklokaal:</al></entry><entry colname="col2"><al>50 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>vaklokaal natuurkunde:</al></entry><entry colname="col2"><al>50 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>vaklokaal biologie:</al></entry><entry colname="col2"><al>50 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>vaklokaal scheikunde:</al></entry><entry colname="col2"><al>60 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>vaklok. handvaardigheid:</al></entry><entry colname="col2"><al>60 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>vaklokaal overig:</al></entry><entry colname="col2"><al>80 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>specifiek vaklok. lassen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>specifiek vaklok. meten:</al></entry><entry colname="col2"><al>50 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>werkplaats:</al></entry><entry colname="col2"><al>115 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>restaurant:</al></entry><entry colname="col2"><al>80 m²</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Hoofdstuk 3 Gymnastiekruimten</vet></al><al>De oefenruimte is minimaal 252 m² netto.</al><al>De hoogte van de oefenruimte is minimaal 5 m.</al><al>Het gymnastiekgebouw bevat ten minste 2 kleedruimten met een
                    was-/douchegelegenheid.</al><al><vet>Paragraaf 3.1 Overzicht ‘Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto
                        vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs’</vet></al><al>De vaststelling van de bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw:</al><al>De bruto vloeroppervlakte van een gebouw is de som van de bruto
                    vloeroppervlakten van alle onderwijsruimten en andere ruimten op alle
                    vloerniveaus.</al><al>De bruto vloeroppervlakte van ieder vloerniveau wordt begrensd door de
                    buitenomtrek c.q. het buitenvlak van de begrenzing van het gebouw op
                    vloerhoogte.</al><al>De oppervlakte van trappen en liften dient op ieder vloerniveau tot de bruto
                    vloeroppervlakte te worden gerekend.</al><al>De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in of aanpandige gymnastieklokalen
                    wordt toegerekend aan het lesgebouw.</al><al>Bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in of aanpandig gelegen
                    gymnastieklokalen wordt de bruto vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de
                    scheidingsconstructie.</al><al>Tot de bruto vloeroppervlakte wordt niet gerekend een schalmgat of een vide,
                    voor zover de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m².</al><al>Uitzonderingen:</al><al>In en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf
                    bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend.</al><al>Indien de bruto vloeroppervlakte niet of moeilijk te bepalen is, mogen de netto
                    oppervlakten van alle ruimten worden opgeteld. De bruto vloeroppervlakte wordt
                    dan verkregen door de gevonden netto-vloeroppervlakte te vermenigvuldigen met de
                    factor 1,1.</al><al>Bij zolderruimten, kelders of souterrains in gebruik als onderwijsruimte of
                    andere ruimte, wordt de bruto vloeroppervlakte bepaald door de
                    gettovloeroppervlakte van dat deel van de ruimte met een vrije hoogte &gt; 2,60
                    m te vermenigvuldigen met de factor 1,1.</al><al>Voor zover een zolderruimte, kelder of souterrain wordt gebruikt als berging,
                    keuken, stencilruimte of werkkast telt deze niet mee voor de berekening van de
                    bruto vloeroppervlakte.</al><al><vet>Paragraaf 3.2 Overzicht ‘Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto
                        vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs’</vet></al><al>Deze meetinstructie is bedoeld voor nieuwe (gedeelten van) gebouwen of voor
                    situaties waar gekozen wordt voor het niet overnemen van gegevens van het
                    ministerie van OCenW.</al><al>De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakte van
                    alle tot het gebouw behorende ‘beloopbare’ binnenruimten. De bruto
                    vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de
                    opgaande buitenconstructies, die de ruimten omhullen.</al><al>Tot de bruto oppervlakte behoort eveneens:</al><al>de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten op elk
                    vloerniveau;</al><al>de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter dan 0,5
                    m²</al><al>Uitzonderingen:</al><al>De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten
                    ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de
                    vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft luifels, dakoverstekken,
                    de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen (al dan niet
                    overdekt) en dergelijke.</al><al>Open brand- of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de
                    bepaling van de bruto oppervlakte niet meegerekend.</al><al>Niet beloopbare kelders en/of zolders worden niet meegerekend. </al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage IV Financiële normering</vet></al><al>De financiële normering valt uiteen in drie delen</al><lijst><li nr="a."><al>deel A: normbedragen;</al></li><li nr="b."><al>deel B: feitelijke kosten;</al></li><li nr="c."><al>deel C: bepaling medegebruikstarief</al></li></lijst><al><vet>Deel A Normbedragen</vet></al><al>In onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding
                    (paragrafen 1.1, 1.2, en 2.1) is tevens een vergoeding voor bouwvoorbereiding
                    opgenomen. Deze vergoeding omvat 8% (bij projecten tot een bruto
                    vloeroppervlakte van 2500 m²) respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het
                    aangegeven normbedrag. Bij de uiteindelijke genormeerde vergoeding van een op
                    het programma geplaatste voorziening voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding
                    wordt de toegekende vergoeding voor de kosten van de bouwvoorbereiding in
                    mindering gebracht. Zie hiertoe ook artikel 27 lid 5 van de verordening.</al><al><vet>Hoofdstuk 1 School voor basisonderwijs</vet></al><al>In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor:</al><al>Paragraaf 1.1 nieuwbouw</al><al>Paragraaf 1.2 uitbreiding</al><al>Paragraaf 1.3 tijdelijke voorziening</al><al>Paragraaf 1.4 eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair</al><al>Paragraaf 1.5 aanpassing</al><al>Paragraaf 1.6 gymnastiek</al><al><vet>Artikel 1.1 Nieuwbouw</vet></al><al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten behoeve van de
                    vergoedingen voor 2004. De bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van 1 juli
                    2003 en voorzien van het MEV-indexcijfer voor 2004 (2,25% voor de
                    huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw en uitbreiding en 0,8% voor onderhoud,
                    eerste inrichting en klokuurvergoeding gymnastiek). De systematiek van
                    prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 3.</al><al><vet>Paragraaf 1.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)</vet></al><al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in een vijftal
                    kostencomponenten, te weten:</al><al>kosten voor terrein;</al><al>bouwkosten;</al><al>toeslag voor paalfundering;</al><al>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal;</al><al>toeslag voor sloopkosten, herstel van terreinen/ bouwrijp maken en verhuiskosten
                    bij vervangende bouw.</al><al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding van een
                    gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen
                    in de financiële normering voor uitbreiding (permanente bouwaard).</al><al><vet>Kosten voor terreinen</vet></al><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                    gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het
                    juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een terrein dient te
                    worden aangekocht, zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve
                    van het programma. Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen
                    kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen de gemeentelijke
                    diensten, wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor
                    de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de
                    gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de minimaal
                    benodigde oppervlakte van het terrein wordt verwezen naar bijlage III, deel
                    D.</al><al><vet>Bouwkosten</vet></al><al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering op
                    staal, alsmede aanleg en inrichting van het schoolterrein. De vergoeding bestaat
                    uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de
                    in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op van de volgende
                    bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Norm</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (inclusief twee groepen):</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 683.556,32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 133.732,11</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Norm</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (inclusief vier groepen):</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.106.980,22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 128.228,03</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag toeslag extra ruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 152.652,06</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toeslag voor paalfundering</vet></al><al>Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van het
                    gebouw op staal. In een aantal gevallen zal fundering op palen nodig zijn. De
                    kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te
                    weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is
                    uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief twee groe-pen) en een bedrag per
                    groep.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al>15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; 20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. twee groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 9.623,70</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 13.977,34</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 22.343,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.948,92</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.296,45</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 5.899.97</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al>15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; 20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. twee groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15.103,04</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23.266,63</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 38.929,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.788,81</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.205,69</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 5.413,87</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag toeslag extra ruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.129,68</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.601,82</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 6.444,98</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toeslag voor een afzonderlijk speellokaal</vet></al><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van
                    een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk
                    van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m2 ruimte gerealiseerd kan
                    worden.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Paalfundering</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geen paalfundering nodig:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 104.660,72</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 106.185,39</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 107.240,07</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering &gt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 109.277,11</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toeslag voor sloopkosten etc.</vet></al><al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt bestaat de mogelijkheid dat het oude
                    schoolgebouw gesloopt dient te worden. Het desbetreffende terrein moet daarna
                    worden hersteld en, indien de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats wordt
                    gerealiseerd, dienen de leerlingen te verhuizen naar een tijdelijke, vervangende
                    locatie.</al><al>De genormeerde vergoeding voor sloopkosten (inclusief eventuele verhuiskosten)
                    zoals hieronder opgenomen, is gebaseerd op een vast bedrag per groep,
                    afhankelijk van het type huisvesting dat gesloopt dient te worden.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Permanente bouw:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.311,22 per groep</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Tijdelijke bouw:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.656,74 per groep</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Paragraaf 1.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)</vet></al><al>Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1.000 m2
                    brutovloeroppervlakte (maximaal 9 groepen) is onderstaand de financiële
                    normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van
                    de financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf
                    1.1).</al><al><vet>Kosten voor terrein</vet></al><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding
                    van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het
                    terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1).</al><al><vet>Bouwkosten</vet></al><al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal, inclusief fundering op
                    staal, alsmede extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De
                    vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Met deze
                    vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte
                    worden gerealiseerd.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Vaste voet:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 96.515,24</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bedrag per groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 154.713,59</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Norm</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (inclusief vier groepen):</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 99.361,07</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 144.107,54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag toeslag extra ruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 171.556,54</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toeslag voor paalfundering</vet></al><al>Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van de
                    uitbreiding van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal echter fundering
                    op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er
                    zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en
                    langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag en een bedrag per
                    groep.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al>15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; 20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. twee groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.320,41</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.634,54</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 9.039,86</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 683,66</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.771,97</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.5812,29</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op
                    basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al>15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; 20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet (incl. twee groepen)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.359,95</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.686,11</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 9.122,61</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 623,12</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.617.74</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.271.05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bedrag toeslag extra ruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 742,28</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.926,32</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.894,44</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toeslag voor een afzonderlijk speellokaal</vet></al><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van
                    een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk
                    van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m² ruimte gerealiseerd kan
                    worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een afzonderlijk speellokaal steeds in
                    combinatie met een uitbreiding van ten minste één groep (lokaal)
                    plaatsvindt.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Paalfundering</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geen paalfundering nodig:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 121.080,76</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 121.615,16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 122.467,03</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering &gt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 123.884,37</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>In geval van uitbreiding met alleen een speellokaal zonder gelijktijdige
                    toekenning van een ander lokaal wordt voor zowel een basisschool als een
                    speciale school voor basisonderwijs de vergoeding op basis van de volgende
                    bedragen bepaald:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Paalfundering</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Geen paalfundering nodig:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 217.564,51</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 223.801,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 225.163,02</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lengte paalfundering &gt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 226.268,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toeslag voor sloopkosten etc.</vet></al><al>Hiervoor gelden dezelfde bedragen als bij nieuwbouw (permanente bouwaard).</al><al><vet>Paragraaf 1.3 Tijdelijke voorziening</vet></al><al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten ten behoeve
                    van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid
                    gemaakt tussen nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als
                    hoofdlocatie, uitbreiding van een (permanente) hoofdlocatie met een voor
                    tijdelijk gebruik bestemd gebouw en uitbreiding van bestaande voor tijdelijk
                    gebruik bestemde gebouwen. Daarnaast wordt ingegaan op realisering van een
                    tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik
                    bestemd gebouw. Wat betreft grondkosten wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke
                    voorziening in principe op het aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit
                    niet het geval dan geldt voor de beschikbaarstelling van terrein dezelfde
                    procedure als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1).</al><al><vet>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie</vet></al><al>Bij de berekening van de hieronder genoemde bedragen voor nieuwbouw van
                    noodlokalen is uitgegaan van de volgende bruto vloeroppervlakte:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Norm</al></entry><entry colname="col2"><al>Oppervlak</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Per groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>80 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor eerste groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>20 m²</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor nieuwbouw als hoofdlocatie:</al></entry><entry colname="col2"><al>160 m²</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Elk voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw heeft een aantal
                    standaardvoorzieningen nodig (entree en dergelijke). In verband hiermee wordt
                    voor het eerste lokaal een toeslag gegeven. Hiernaast dienen voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorzieningen, die als hoofdgebouw gaan fungeren, ook te
                    beschikken over een aantal ruimten, die normaliter ook in een permanent
                    hoofdgebouw aanwezig zijn (lerarenkamer, administratieruimte en dergelijke).
                    Hiervoor wordt eveneens een toeslag gegeven.</al><al>De vergoeding bestaat uit een vast bedrag, een bedrag per groep alsmede bedragen
                    voor de beide toeslagen. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de
                    toeslag voor paalfundering, de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen
                    alsmede eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. Tussen haakjes staan de
                    bedragen indien paalfundering niet noodzakelijk is.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als voor een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Vast bedrag:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 39.724,55</al></entry><entry colname="col3"><al>(€ 39.357,36)</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bedrag per groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 78.097,28</al></entry><entry colname="col3"><al>(€ 73.624,38)</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Toeslag eerste groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 19.524,18</al></entry><entry colname="col3"><al>(€ 18.406,24)</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Toeslag hoofdlocatie:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 156.194,00</al></entry><entry colname="col3"><al>(€ 147.248,76)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen</vet></al><al>Ook bij uitbreiding van tijdelijke voorzieningen wordt wat betreft de bruto
                    vloeroppervlakte uitgegaan van 80 m² per groep. De vergoeding bestaat uit een
                    vast bedrag en een bedrag per groep. In deze bedragen zijn begrepen de
                    bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en
                    inrichting van terreinen (tussen haakjes staan de bedragen indien paalfundering
                    niet noodzakelijk is).</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als voor een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Vast bedrag:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 22.329,49</al></entry><entry colname="col3"><al>(€ 17.930,02)</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Bedrag per groep:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 81.832,99</al></entry><entry colname="col3"><al>(€ 79.780,69)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</vet></al><al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd.
                    In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en huur
                    van een bestaand gebouw. In dit deel van de bijlage is een genormeerde
                    huurvergoeding opgenomen voor een noodlokaal. Beide soorten huur worden vergoed
                    op basis van werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke
                    kosten)</al><al><vet>Paragraaf 1.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</vet></al><al><vet>Basisschool</vet></al><al>De bedragen voor eerste inrichting vallen uiteen in bedragen voor
                    onderwijsleerpakket (OLP) en bedragen voor meubilair. De hierna opgenomen
                    bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal groepen.
                    Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van het
                    verschil tussen de investeringsbedragen van de school met en zonder
                    uitbreiding.</al><al>Voor nieuwe instituten geldt dat op de hierna genoemde bedragen, bij eerste
                    aanschaf van het totale onderwijsleerpakket en meubilair, een korting wordt
                    toegepast van 10%.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>OLP</al></entry><entry colname="col3"><al>Meubilair</al></entry><entry colname="col4"><al>Totaal</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 39.367,88</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23.496,91</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 62.864,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 44.799,61</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 31.575,35</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 76.374,96</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 55.749,28</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 39.906,57</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 95.655,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 61.380,71</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47.985,49</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 109.366,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.962,63</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.637,27</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 11.599,91</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag tweede speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 777,35</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.391,79</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 6.169,14</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Speciale school voor basisonderwijs.</vet></al><al>De vergoeding voor eerste inrichting voor onderwijsleerpakket en meubilair voor
                    een speciale school voor basisonderwijs bestaat uit: een vaste voet inclusief
                    vier groepen, een bedrag voor elke volgende groep en een toeslag bij de vorming
                    van de twaalfde groep.</al><al>Vaste voet (incl. vier groepen) € 116.037,93</al><al>Elke volgende groep € 12.108,55</al><al>Toeslag bij de twaalfde groep € 15.602,48</al><al>Indien de toekenning van het aantal groepen eerste inrichting en meubilair één
                    of meer van de eerste vier groepen omvat, wordt de vaste voet naar rato
                    toegekend.</al><al><vet>Paragraaf 1.5 Aanpassing</vet></al><al>Alle aanpassingen worden vergoed op basis van werkelijke kosten (zie deel B:
                    vergoeding op basis van feitelijke kosten).</al><al><vet>Paragraaf 1.6 Gymnastiek</vet></al><al><vet>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</vet></al><al><onderstreept>Nieuwbouw</onderstreept>:</al><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal voor zowel
                    een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs met een
                    bruto-vloeroppervlakte van 455 m2 bedraagt € 733.305,18 (op het schoolterrein)
                    respectievelijk € 748.136,71 (op afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat
                    tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein.
                    De grondkosten zijn hierin niet begrepen.</al><al>Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van
                    de benodigde paallengte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Paallengte</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 14.749,62</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 20.333,12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte &gt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 28.556,98</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Uitbreiding</onderstreept>:</al><al>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie aangesloten bij
                    de vergoeding voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een
                    bruto-vloeroppervlakte van 455 m².</al><al>Bij kleine gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft van 140
                    m² of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252
                    m². Afhankelijk van de benodigde uitbreiding zien de bedragen voor een
                    basisschool er als volgt uit:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Uitbreiding</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Uitbreiding met 112 t/m 120 m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 170.374,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitbreiding met 121 t/m 150 m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 207.113,23</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk is, wordt
                    een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>112-120 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>121-150m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Paallengte 1 &lt; 15 m:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 6.603,15</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8.256,62</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Paallengte 15 &lt; 20 m:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 11.437,.03</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 14.292,61</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Paallengte &gt; 20 m:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 18.698,29</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23.372,86</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Vergoeding per klokuur</al><al>Ingevolge artikel 117 van de Wet op het primair onderwijs worden de volgende
                    vergoedingsbedragen voor het gebruik van een gymnastiekzaal vastgesteld. De
                    bedragen bevatten een vergoeding voor onderhoud aan de binnenzijde van het
                    gebouw, de materiële instandhouding alsmede een vergoeding voor vervanging en
                    aanpassing van onderwijsleerpakket en meubilair. De hoogte van de vergoeding is
                    afhankelijk van het stichtingsjaar van de gymnastiekaccommodatie en de
                    oppervlakte van de oefenzaal.</al><al>De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag per vastgesteld
                    klokuur.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Stichtingsjaar en omvang</al></entry><entry colname="col2"><al>Vast bedrag</al></entry><entry colname="col3"><al>Variabel bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Tot 1987:</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>&lt; 90 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.401,22</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 291,75</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>90 – 130 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.081,16</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 369,19</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>130 - 170 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.369,02</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 398,42</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>170 - 190 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.215,11</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 435,92</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>190 - 230 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.079,22</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 480,24</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>&gt; 230 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.484,94</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 537,23</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Vanaf 1987:</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>&gt; 252 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.767,01</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 488,52</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening</al><al>Naast gymnastiek in een eigen lokaal van de school is er tevens gymnastiek
                    mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik of
                    huur (van een andere school/de gemeente/een commerciële exploitant). Afhankelijk
                    van de eigenaar van de accommodatie bestaat recht op de volgende
                    vergoeding:</al><al>Indien de gymnastiekzaal van een andere school voor primair onderwijs wordt
                    gebruikt, wordt het variabele deel van het klokuurbedrag aan de eigenaar
                    vergoed.</al><al>Indien de gymnastiekzaal van een school voor voortgezet onderwijs wordt
                    gebruikt, wordt het vaste en het variabele deel van het klokuurbedrag
                    vergoed.</al><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, volstaat
                    ingebruikgeving van de accommodatie voor het vastgesteld aantal klokuren</al><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt gebruikt,
                    zal de huurprijs (stichtingskosten + materiële instandhouding) worden vergoed.
                    De huurprijs wordt door de gemeente aan de exploitant voldaan.</al><al>OLP/meubilair</al><al>De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP/meubilair voor een
                    gymnastiekzaal voor een basisschool bedraagt € 42.687,70</al><al><vet>Hoofdstuk 2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al>De financiële normering voor het voortgezet onderwijs is onderverdeeld in:</al><al>Paragraaf 2.1 nieuwbouw/uitbreiding</al><al>Paragraaf 2.2 tijdelijke voorzieningen</al><al>Paragraaf 2.3 eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</al><al>Paragraaf 2.4 gymnastiek</al><al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten behoeve van de
                    vergoedingen voor 2004. De bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van 1 juli
                    2003 en voorzien van het MEV-indexcijfer voor 2004 (2,25% voor de
                    huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw, uitbreiding en huur sportvelden en 0,8%
                    voor de huisvestingvoorziening eerste inrichting). De systematiek van
                    prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 3</al><al><vet>Paragraaf 2.1 Nieuwbouw en uitbreiding</vet></al><al>Er bestaat geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding.
                    Bij uitbreiding vindt veelal ook aanpassing van het bestaande gebouw plaats (zie
                    voor de vaststelling van het bedrag voor de component ‘aanpassing’ deel B).</al><al>De financiële normering voor nieuwbouw en uitbreiding valt uiteen in een tweetal
                    kostencomponenten:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten van terreinen;</al></li><li nr="-"><al>bouwkosten.</al></li></lijst><al><vet>Kosten van terreinen</vet></al><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                    gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het
                    juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een terrein dient te
                    worden aangekocht zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve
                    van het programma. Bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen kan
                    het, ten behoeve van de interne verrekening tussen de gemeentelijke diensten,
                    wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de
                    bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente
                    gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen</al><al><vet>Bouwkosten</vet></al><al>Bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering op staal,
                    alsmede de aanleg en inrichting van het schoolterrein In het bedrag voor de
                    vaste normkosten wordt een tweetal vergoedingen onderscheiden, te weten een
                    vergoeding voor de ruimteafhankelijke kosten en een vergoeding voor de
                    sectieafhankelijke kosten. De ruimteafhankelijke kosten bestaan uit bedragen per
                    m² bruto-vloeroppervlak voor de afzonderlijke ruimtesoorten van een
                    schoolgebouw. De indeling van deze bedragen geschiedt aan de hand van de
                    hoofdindeling van de ruimtelijke normering naar type ruimte zoals opgenomen in
                    Bijlage III, deel B.</al><al>De sectieafhankelijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460 m²
                    bruto-vloeroppervlak uit een vast bedrag per huisvestingsvoorziening, alsmede
                    een vast bedrag per sectie. Voor kleinere projecten worden geen
                    sectieafhankelijke kosten per project toegekend. Deze kosten zijn namelijk
                    opgenomen in de bedragen voor de ruimte-afhankelijke kosten per m2
                    bruto-vloeroppervlakte.</al><al>De bedragen zijn opgenomen in de onderstaande tabel met vaste bedragen per m²
                    bruto-vloeroppervlakte en vaste bedragen per voorziening. Voor de berekening van
                    de vergoeding voor de ruimte-afhankelijke kosten worden de benodigde aantallen
                    m² per type ruimte van de goedgekeurde huisvestingsvoorziening, berekend op
                    basis van Bijlage III, Deel C, vermenigvuldigd met onderstaande bedragen per
                    ruimtesoort. Berekening van de vergoeding voor de sectie-afhankelijke kosten
                    geschiedt door optelling van de algemene vaste voet en de vaste voet voor de
                    algemene sectie of de werkplaatssectie, dan wel beide, afhankelijk van de
                    secties waaruit de op basis van Bijlage III goedgekeurde huisvestingsvoorziening
                    bestaat. De vergoeding voor de ruimte-afhankelijke kosten en de vergoeding voor
                    de sectie-afhankelijke kosten vormen tezamen de totale vergoeding voor de vaste
                    normkosten.</al><al>Bedragen voor ruimte-afhankelijke kosten per bruto m² m</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 460 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 460 en &lt;2500 m²</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt;2500 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Alg. en specifieke ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.867,57</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.108,34</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.081,79</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Werkplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.824,07</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.475,53</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.475,53</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Werkplaatsen consumptief</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.214,98</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.866,44</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.866,44</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Specifieke ruimte:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>(uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                            gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie;</al></li><li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                            etaleren.</al></li></lijst><al><vet>Werkplaatsen:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten,
                            elektrotechniek,</al></li><li nr="-"><al>installatietechniek, lasserij, metaal, voertuigentechniek;</al></li><li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li><li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li><li nr="-"><al>landbouw: groenpraktijk;</al></li></lijst><al>De overige ruimte is algemene ruimte</al><al>Bedragen voor de sectie-afhankelijke kosten per voorziening</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 460 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 460 en &lt;2500 m²</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt;2500 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>algemeen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 117.839,34</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 117.839,34</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Algemene sectie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 231.309,73</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 322.961,29</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Werkplaatssectie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 42.769,94</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 42.769,94</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Tot de werkplaatsen behoren de volgende werkplaatsen: bouwtechniek, machinale
                    houtbewerking, consumptieve techniek, meten, elektrotechniek, grafische
                    techniek, installatietechniek, lasserij, mechanische techniek en
                    motorvoertuigentechniek. De specifieke en algemene ruimten behoren tot de
                    algemene sectie. De overige theorie-, theorievak- en (specifieke) vaklokalen en
                    tevens de directie- en nevenruimten behoren tot de categorie algemeen.</al><al>Aanvullende normkosten</al><al>Bij de onderbouwing van het bedrag voor de vaste normkosten is uitgegaan van een
                    standaardlocatie. Echter, als gevolg van plaatselijke omstandigheden kunnen
                    extra kosten optreden. Voor een beperkt aantal omstandigheden wordt een
                    aanvullend bedrag beschikbaar gesteld. Dit beperkt zich tot een tweetal
                    aspecten, te weten fundering en bemaling.</al><al>In de hiervoor genoemde vergoedingsbedragen is uitgegaan van fundering op staal.
                    In veel gevallen zal echter paalfundering noodzakelijk zijn. Het criterium voor
                    toekenning van een bedrag voor (paal)fundering is het op te stellen
                    sonderingsrapport.</al><al>De vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte en de omvang van de
                    bouw in bruto-vloeroppervlakte (A). De vergoeding kan worden berekend aan de
                    hand van de volgende formules:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Nieuwbouw en uitbreiding</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 1.000 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.435,18 + (€ 18,03 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.657,18 + (€ 30,49 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte &gt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.083,12 + (€ 54,56 * A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Uitbreiding</al></entry><entry colname="col2"><al>≤ 1.000 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.194,97 + (€ 6,32 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.471,65 + (€ 16,38 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte &gt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 8.309,16 + (€ 33,13* A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Om in aanmerking te komen voor een aanvullende bedrag voor bemaling is de
                    grondwaterstand maatgevend. Indien deze grondwaterstand minder dan 1 meter onder
                    het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een bedrag per m2
                    goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend.</al><al>Deze vergoeding bedraagt € 10,82 per m² terrein.</al><al><vet>Paragraaf 2.2 Tijdelijke voorziening</vet></al><al>Het vergoedingsbedrag voor een tijdelijke voorziening in het voortgezet
                    onderwijs is gebaseerd op een vergoedingsformule, afhankelijk van het type
                    voorziening.</al><al>De volgende typen van tijdelijke voorzieningen worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>nieuwbouw/uitbreiding tijdelijke lokalen;</al></li><li nr="-"><al>huur van tijdelijke lokalen.</al></li></lijst><al>Nieuwbouw/uitbreiding tijdelijke lokalen</al><al>Het bedrag voor de huisvestingskosten van nieuwbouw en uitbreiding met
                    tijdelijke lokalen wordt vastgesteld aan de hand van de volgende formule:</al><al>€ 594,28 * A + € 40.857,74</al><al>A = het toegekende aantal m2 bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke
                    huisvesting.</al><al>Voor de berekening van A wordt verwezen naar bijlage III, deel C. Alle directe
                    en indirecte kosten gemoeid met de realisatie van de voorziening moeten worden
                    bestreden uit het ter beschikking gestelde bedrag. Tot die kosten behoren onder
                    meer het aansluiten van de tijdelijke huisvestingsvoorziening op
                    nutsvoorzieningen, de leges en het geschikt maken van het terrein inclusief
                    fundering voor de te plaatsen tijdelijke huisvestingsvoorziening.</al><al>Huur van tijdelijke lokalen</al><al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd.
                    In principe zijn er twee typen huur mogelijk, te weten huur van een noodlokaal
                    en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis van
                    werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten).</al><al><vet>Paragraaf 2.3 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</vet></al><al>De toekenning van een vergoeding voor eerste inrichting met inventaris (leer- en
                    hulpmiddelen en meubilair) is gekoppeld aan de huisvestingsvoorzieningen
                    nieuwbouw (niet zijnde vervangende bouw), uitbreiding en ingebruikneming (niet
                    zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw) waarbij de eerste
                    inrichting nog niet eerder van overheidswege is bekostigd. Indien bij
                    uitbreiding wordt verwezen naar medegebruik is toekenning van inventaris slechts
                    van toepassing indien inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte
                    ontbreekt dan wel niet geschikt is.</al><al>De Hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het type ruimte dat wordt
                    gerealiseerd. Door het verschil te bepalen tussen de aanwezige bruto
                    vloeroppervlakte per ruimtetype en het te realiseren bruto vloeroppervlakte per
                    ruimtetype wordt de hoogte van de vergoeding bepaald aan de hand van de in
                    onderstaande tabel genoemde bedragen.</al><al>Normbedragen inventaris per ruimtetype</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col2"><al>Functie</al></entry><entry colname="col3"><al>inventaris/m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 131,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col2"><al>(Uiterlijke) verzorging/mode en commercie</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 307,34</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Handel/verkoop/administratie</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 188,01</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 252,43</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Werkplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>Techniek algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 322,44</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Consumptief</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 624,42</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Grafische techniek</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.193,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Landbouw</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Specifieke ruimte:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>(uiterlijke)verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                            gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie;</al></li><li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                            etaleren;</al></li><li nr="-"><al>praktijkonderwijs: praktijkwerkplekken.</al></li></lijst><al><vet>Werkplaatsen:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten,
                            elektrotechniek,</al></li><li nr="-"><al>installatietechniek, lasserij, metaal, voertuigentechniek;</al></li><li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li><li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li><li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk;</al></li></lijst><al>De overige ruimte is algemene ruimte.</al><al><vet>Paragraaf 2.4 Gymnastiek voortgezet onderwijs</vet></al><al><vet>Bouwkosten nieuwbouw/ uitbreiding</vet></al><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een
                    bruto vloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € 733.305,18 (op het schoolterrein)
                    respectievelijk € 748.136,71 (op afzonderlijk terrein).</al><al>De vergoeding voor de bouwkosten van een gymnastiekzaal omvat alle schaal- en
                    ruimteafhankelijke kosten, alsmede kosten voor de inrichting van het terrein. De
                    kosten voor de aankoop van grond zijn hierin niet begrepen.</al><al>Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van
                    de benodigde paallengte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Paallengte 1 &lt; 15 m:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 14.749,62</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Paallengte 15 &lt; 20 m:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 20.333,12</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Paallengte &gt; 20 m:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 28.556,98</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Medegebruik/huur van een niet-eigen lokaal</vet></al><al>Naast gymnastiek in een eigen ruimte van de school is er tevens gymnastiek
                    mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik van
                    een gymnastiekaccommodatie van een andere school, de gemeente of een commerciële
                    exploitant. Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie is de school voor
                    voortgezet onderwijs de volgende vergoeding verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien de gymnastiekruimte van een andere school voor voortgezet
                            onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele en het vaste deel van het
                            klokuurbedrag vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Voor de
                            hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                            deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs. Indien de
                            gymnastiekruimte van een school voor primair onderwijs wordt gebruikt,
                            wordt in ieder geval het variabele deel van het klokuurbedrag vergoed
                            voor het aantal lesuren medegebruik. Als de gebruiksduur van de
                            gymnastiekruimte vanwege het medegebruik door de VO-school boven de 26
                            klokuren uitkomt, dient de VO-school voor het aantal uren dat boven de
                            26 klokuren ligt ook het vaste deel van het klokuurbedrag te
                            vergoeden.</al></li><li nr="b."><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, is de
                            school voor voortgezet onderwijs de gemeente een bedrag aan
                            exploitatiekosten verschuldigd voor het aantal lesuren gebruik. Voor de
                            hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                            deel van de klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</al></li><li nr="c."><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt
                            gebruikt, betaalt de school voor voortgezet onderwijs de huurprijs
                            (stichtingskosten en materiële instandhouding). De gemeente betaalt aan
                            de school een stichtingskostenvergoeding als onderdeel van de huur. De
                            hoogte van deze stichtingskostenvergoeding bedraagt het verschil tussen
                            huurbedrag en het vaste en variabele deel van het klokuurbedrag voor het
                            aantal uren gebruik. Voor de hoogte van het klokuurbedrag wordt
                            aangesloten bij het vaste en variabele deel van de klokuurvergoeding in
                            het primair onderwijs.</al></li></lijst><al>Voor de hoogte van het vaste deel van het klokuurbedrag onder a, b en c wordt
                    het vaste bedrag, zoals genoemd in Bijlage IV, Deel A, paragraaf 1.6 onderdeel
                    ‘Vergoeding per klokuur’, gedeeld door 26. Vermenigvuldiging van het op deze
                    wijze verkregen bedrag met het aantal uren resulteert in het totale vaste deel
                    van de klokuurvergoeding dat een school voor voortgezet onderwijs moet
                    vergoeden.</al><al><vet>Huur sportvelden</vet></al><al>Gedurende maximaal 8 weken per jaar kan een school aanspraak maken op een
                    vergoeding van de huur van een sportveld. De vergoeding voor deze kosten
                    bedraagt € 17,42 per klokuur.</al><al><vet>Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen/meubilair</vet></al><al>In geval van nieuwbouw (als eerste voorziening), uitbreiding en ingebruikneming
                    (niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw) waarbij de
                    eerste inrichting nog niet eerder van overheidswege is bekostigd, bestaat
                    aanspraak op vergoeding voor eerste inrichting met leer- en
                    hulpmiddelen/meubilair. Bij de voorzieningen vervangende nieuwbouw en
                    medegebruik bestaat geen aanspraak op eerste inrichting met leer- en
                    hulpmiddelen/meubilair. De vergoeding, afhankelijk van het type toegekende
                    gymnastiekaccommodatie wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>meubilair</al></entry><entry colname="col3"><al>l.h.m.</al></entry><entry colname="col4"><al>Totaal</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>eerste lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 901,55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 53.761,58</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 54.664,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>tweede lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 901,55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 41.938,11</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 42.839,67</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>derde lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 901,55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 18.232,73</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 19.134,29</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>oefenplaats 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 11.873,15</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 11.873,15</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>oefenplaats 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.370,60</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.370,60</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Hoofdstuk 3 Indexering</vet></al><al>De in deze bijlage genoemde normbedragen zijn herleid naar het prijspeil van 1
                    juli 1996. Jaarlijks worden door het college de werkelijke prijsontwikkeling in
                    het afgelopen jaar en de verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het
                    vaststellen van de hoogte van de vergoeding in het jaar van uitvoering van het
                    programma bekendgemaakt.</al><al><vet>Werkelijke prijsontwikkeling</vet></al><al>Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke prijsontwikkeling
                    tot 1 juli van het lopende jaar. Om te voorkomen dat elk jaar alle tabellen
                    aangepast zouden moeten worden, wordt jaarlijks na 1 juli het
                    prijsbijstellingscijfer bekendgemaakt.</al><al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding wordt als prijsbijstellingscijfer
                    aangehouden het CBS-indexcijfer ‘Nieuwbouwprijzen van woningen’, gepubliceerd in
                    de ‘Maandstatistiek bouwnijverheid’ van het CBS (eventueel zou voor onderhoud
                    kunnen worden aangesloten bij het prijsindexcijfer van de materialen in de
                    woningbouw).</al><al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair en de klokuurvergoedingen gymnastiek wordt als prijsbijstellingscijfer
                    aangehouden het CBS-indexcijfer ‘prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor
                    alle huishoudens’ (NR-reeks), gepubliceerd in de ‘Maandstatistiek van de
                    prijzen’ van het CBS.</al><al><vet>Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma</vet></al><al>Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar waarin het programma
                    wordt vastgesteld is het noodzakelijk om een inschatting te maken van het
                    werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering van het programma. Dit is
                    noodzakelijk om de hoogte van de vergoeding bij vaststelling van het programma
                    en het moment van vergoeding vast te stellen.</al><al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het
                    MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen) ‘bruto investeringen voor woningen’,
                    zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</al><al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair, klokuurvergoedingen gymnastiek en medegebruik geldt als
                    prijsindexcijfer het MEV-cijfer ‘prijsmutatie van de netto-materiële
                    overheidsconsumptie’, zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</al><al><vet>Deel B Vergoeding op basis van feitelijke kosten</vet></al><al>In artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen worden
                    vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden vergoed op basis
                    van feitelijke kosten. Indien goedgekeurde huisvestingsvoorzieningen, ingevolge
                    artikel 4, 3e lid laatste volzin, worden vergoed op basis van feitelijke kosten,
                    dient aan de in dit deel van de bijlage opgenomen aanbestedingsregels te worden
                    voldaan.</al><al><vet>Europese aanbesteding</vet></al><al>Indien de omvang van een opdracht of contract boven een bepaald bedrag uitkomt,
                    worden ingevolge het Besluit overheidsaanbestedingen 1993 de richtlijnen van de
                    Europese Unie (89/440/EG) toegepast. Deze richtlijnen gelden vanaf de volgende
                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>€ 200.000,00 (exclusief BTW) voor leveringen en diensten;</al></li><li nr="-"><al>€ 5.000.000,00 (exclusief BTW) voor werken.</al></li></lijst><al>Bouwactiviteiten, zoals nieuwbouw, uitbreiding en dergelijke, vallen onder de
                    definitie ‘werken’. Aankoop van bijvoorbeeld meubilair of onderwijsleerpakket
                    valt onder ‘leveringen’. Bij aankoop van gebouwen en terreinen is de richtlijn
                    uiteraard niet van toepassing.</al><al>De richtlijnen voor aanbesteding van deze opdrachten zijn nader uitgewerkt in
                    het Uniform aanbestedingsreglement-EG 1991 (UAR-EG 91), hetgeen van toepassing
                    is op opdrachten in het kader van deze verordening.</al><al><vet>Opdrachten onder het Europees drempelbedrag</vet></al><al>Op opdrachten onder het Europees drempelbedrag zijn de richtlijnen, zoals
                    vastgelegd in het Besluit overheidsaanbestedingen 1993, van toepassing. Deze
                    richtlijnen en de hierbij behorende procedures zijn uitgewerkt in het Uniform
                    aanbestedingsreglement 1986 (UAR 86), hetgeen van toepassing is op opdrachten in
                    het kader van deze verordening.</al><al>Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de verordening worden afspraken gemaakt
                    over de wijze van aanbesteding. Als uitgangspunt hierbij geldt dat, tenzij het
                    college na overleg anders besluit, ten minste twee offertes gevraagd dienen te
                    worden.</al><al><vet>Deel C Bepaling medegebruikstarieven</vet></al><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, voor (voortgezet) speciaal
                    onderwijs, voor voortgezet onderwijs alsmede een instelling als bedoeld in de
                    Wet educatie en beroepsonderwijs betaalt voor het onderwijsgebruik van een
                    lokaal, niet zijnde een gymnastiekruimte, een vergoeding. Deze vergoeding is
                    gelijk aan het bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen ter
                    beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma’s van eisen
                    voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt bekendgemaakt door het ministerie
                    van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.</al><al>Indien burgemeester en wethouders besluiten om een lesruimte te vorderen voor
                    medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve
                    doeleinden betaalt de medegebruiker voor het gebruik van een lokaal, niet zijnde
                    een gymnastiekruimte, een vergoeding. Deze vergoeding is, naar rato van de aard
                    en omvang van het gebruik, gelijk aan het bedrag dat voor elke groep bij meer
                    dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke
                    programma’s van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt
                    bekendgemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.</al></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage V Criteria voor de urgentie van de aangevraagde voorzieningen</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Volgorde van hoofdprioriteiten</vet></al><al>Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen aan de
                    criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c worden ter
                    samenstelling van het programma en het overzicht gerangschikt in volgorde van
                    prioriteit.</al><al>Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage
                            III op te heffen;</al></li><li nr="2."><al>voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven
                            i.c. onderhoud van gebouwen voor primair onderwijs en aanpassingen aan
                            de buitenzijde van gebouwen voor voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="3."><al>voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet
                            gestelde verplichtingen bestaande uit aanpassingen voor zover deze geen
                            capaciteitsuitbreiding inhouden;</al></li><li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe onderwijskundige
                            inzichten en/of gewenste bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te
                            passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs</al></li></lijst><lijst><li nr="Ad"><al>1 Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van
                            andere voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen, medegebruik
                            en het inpandig of deels inpandig creëren van lesruimten, inclusief
                            (voor zover van toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste
                            inrichting. Ook vergroting van de capaciteit voor onderwijs in de
                            lichamelijke oefening bijvoorbeeld door nieuwbouw van een
                            gymnastiekruimte behoort tot deze hoofdprioriteit. Vervangende bouw en
                            ingebruikneming van een gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen
                            vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort
                            aan capaciteit op te heffen.</al></li><li nr="Ad"><al>2 Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van
                            een ander gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen, onderhoud in
                            het primair onderwijs, aanpassingen aan de buitenzijde in het voortgezet
                            onderwijs, herstel van constructiefouten, herstel of vervanging van
                            schade in bijzondere omstandigheden en de aanpassing ‘vervanging van een
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie’ in het primair onderwijs vormen de
                            tweede hoofdprioriteit.</al></li><li nr="Ad"><al>3 Aanpassingen aan de binnenzijde van gebouwen voor voortgezet onderwijs
                            en de aanpassingen van gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering
                            van het (deels) inpandig creëren van lesruimten en vervanging van een
                            oliegestookte verwarming vallen onder hoofdprioriteit 3.</al></li><li nr="Ad"><al>4 Invulling van hoofdprioriteit 4 zal afhangen van de gevolgen van
                            nieuwe onderwijskundige inzichten voor gebouwen. Daarnaast vallen
                            hieronder de activiteiten van aanpassingen van meer algemene aard en
                            herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden voor zover
                            dit niet spoedeisend is.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de
                        subprioriteiten</vet></al><al>Vervolgens wordt binnen elke hoofdprioriteit op basis van de subprioriteit de
                    nadere volgorde bepaald. Daarbij wordt voor enige hoofdprioriteiten, namelijk de
                    hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie
                    die een ruimte heeft. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening
                    opnieuw toegepast.</al><lijst><li nr="-"><al>Onder lesruimten vallen: theorielokalen/leslokalen,
                            vaklokalen/speellokalen en gymnastiekruimten.</al></li><li nr="-"><al>Onder niet-lesruimten vallen: kabinetten, personeelsruimten en overige
                            nevenruimten binnen het gebouw.</al></li><li nr="-"><al>Onder het begrip overige ruimte vallen: bergingen, fietsenstal¬lingen en
                            voorzieningen aan het terrein.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.1 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen om
                        capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage III op te heffen’ komt
                        voor plaatsing op het programma in aanmerking:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van
                            schoolgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van
                            schoolgebouwen en</al></li><li nr="c."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten opheft.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.2 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen noodzakelijk om een
                        adequaat onderhoudsniveau te handhaven’ komt voor plaatsing op het programma
                        in aanmerking:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening aan een theorielokaal/leslokaal waarbij
                            volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder
                            c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li><li nr="c."><al>vervolgens die voorziening aan een vaklokaal/speellokaal waarbij volgens
                            het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li><li nr="d."><al>vervolgens die voorziening aan een niet lesruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toege¬kend;</al></li><li nr="e."><al>vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.3 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen noodzakelijk om te
                        voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen waaronder
                        aanpassingen voor zover deze geen capaciteitsuitbreiding betreffen’ komt
                        voor plaatsing op het programma in aanmerking:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet aan de wet- en
                            regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals
                            bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de voorziening aan een theorielokaal/leslokaal dat niet
                            voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie
                            volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                            is;</al></li><li nr="c."><al>vervolgens de voorziening aan een vaklokaal/speellokaal dat niet voldoet
                            aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens
                            het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                            is;</al></li><li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan een niet-lesruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; en</al></li><li nr="e."><al>vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is.</al></li></lijst><al><vet>Paragraaf 2.4 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen die wenselijk zijn
                        als gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en/of gewenste bouwkundige
                        aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen van het
                        onderwijs’ komt voor plaatsing op het programma in aanmerking:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>als eerste de voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige
                            vernieuwingen aan een gebouw dat aangepast wordt waarbij het aantal
                            groepen leerlingen het hoogst is</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de voorziening voor theorielokalen/leslokalen waarbij het
                            percentage leelingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt
                            het hoogst is;</al></li><li nr="c."><al>Vervolgensd. de voorziening voor vaklokalen/speellokalen waarbij het
                            percentage leerlingeen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt
                            het hoogst is;</al></li><li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan niet-lesruimte die als lesruimte in
                            gebruik wordt genomen waarbij het percentage leerlingen waarvoor nieuw
                            onderwijskundig beleid geldt het hoogst is;</al></li><li nr="e."><al>vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere
                            omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst is; en</al></li><li nr="f."><al>vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van meer algemene
                            aard, waarbij de ouderdom van het niet aangepaste gebouw het hoogste
                            is.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>