<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92647_9</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening nazorgheffing stortplaatsen provincie Drenthe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 2016, 1865</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening nazorgheffing stortplaatsen provincie Drenthe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Provinciewet">Provinciewet, </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer, </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-10</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>tarieventabel</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016001093</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al><al>Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit: 10-3-2016</al><al>Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: Provinciaal blad, 2016, 1865</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening nazorgheffing stortplaatsen provincie Drenthe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>storten van afvalstoffen: op of in de bodem brengen van
                                    afvalstoffen, al dan niet in verpakking, om deze stoffen daar te
                                    laten;</al></li><li nr="b."><al>stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan
                                    wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden
                                    gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen
                                    worden gestort;</al></li><li nr="c."><al>gesloten stortplaats: stortplaats ten aanzien waarvan de in
                                    artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer bedoelde
                                    verklaring is afgegeven;</al></li><li nr="d."><al>bedrijfsgebonden stortplaats: stortplaats waar uitsluitend
                                    afvalstoffen worden gestort die afkomstig zijn van binnen de
                                    inrichting waartoe de stortplaats behoort;</al></li><li nr="e."><al>doelvermogen: het voor de eeuwigdurende nazorg benodigde
                                    vermogen, dat op het moment van aanvang van de nazorg moet zijn
                                    opgebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>AARD VAN DE HEFFING</titel></kop><al>Onder de naam "nazorgheffing" wordt bij wijze van een directe
                            provinciale belasting een heffing geheven ter bestrijding van de kosten
                            gemoeid met:</al><lijst><li nr="a."><al>de in artikel 8.49 van de Wet milieubeheer bedoelde zorg voor de
                                    in de provincie Drenthe gelegen stortplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afdracht van gelden aan het fonds als bedoeld in artikel
                                    15.48 van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>de dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 6:176
                                    van het Burgerlijk Wetboek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a</nr><titel>HEFFING EN INVORDERING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsambtenaar is de provincieambtenaar die is belast met
                                    de heffing van belasting op grond van deze verordening. De
                                    invorderingsambtenaar is de provincieambtenaar die is belast met
                                    de invordering op grond van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening rechtsbescherming is van overeenkomstige
                                    toepassing op de behandeling van bezwaarschriften tegen
                                    besluiten van en klachten over gedragingen van of toe te rekenen
                                    aan de in het eerste lid genoemde ambtenaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>BELASTINGPLICHT</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven aan degene die een stortplaats
                            drijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>VRIJSTELLINGEN</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt niet geheven ter zake van stortplaatsen waar
                            baggerspecie is gestort en die worden gedreven of mede worden gedreven
                            door de minister van verkeer en waterstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>MAATSTAF/GRONDSLAG VAN DE HEFFING</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven per stortplaats. De hoogte van de
                            jaarlijkse heffing is afgeleid van het berekende doelvermogen per
                            stortplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>TARIEVEN</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt geheven naar de tarieven opgenomen in de bij deze
                            verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>BELASTINGTIJDVAK</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>WIJZE VAN HEFFING</titel></kop><al>De nazorgheffing wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>TIJDSTIP VAN BETALING</titel></kop><al>De verschuldigde nazorgheffing moet worden betaald binnen 4 weken na
                            dagtekening van het aanslagbiljet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>NADERE REGELS</titel></kop><al>Het college van gedeputeerde staten is bevoegd nadere regels te stellen
                            met betrekking tot de heffing en invordering van de nazorgheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>KWIJTSCHELDING</titel></kop><al>Bij de invordering van de heffing wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>INWERKINGTREDING, INGANG VAN HEFFING EN CITEERTITEL</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    publicatie in het Provinciaal blad van Drenthe.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 april 1999.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                    nazorgheffing stortplaatsen provincie Drenthe.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE VERORDENING</titel></kop><tussenkop>NAZORGHEFFING STORTPLAATSEN PROVINCIE DRENTHE</tussenkop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in deze
                        verordening voorkomende begrippen, is daarvan in dit artikel een
                        omschrijving opgenomen. De tekst van de onderdelen a tot en met d komt
                        grotendeels overeen met de tekst als opgenomen in artikel 8.47 van de Wet
                        milieubeheer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>AARD VAN DE HEFFING</titel></kop><al>Uit dit artikel kunnen het karakter en het doel van de heffing worden
                        afgeleid. De nazorgheffing is een directe provinciale belasting met een
                        retributief karakter. De heffing is bedoeld om daarmee de kosten van nader
                        aangeduide werkzaamheden te kunnen voldoen. De redactie is ontleend aan
                        artikel 15.44 van de Wet milieubeheer.</al><al>In onderdeel a wordt verwezen naar artikel 8.49 van de Wet milieubeheer.
                        Onderdeel b van dit artikel bepaalt dat onder de zorgplicht de volgende
                        maatregelen vallen:</al><lijst><li nr="a."><al>maatregelen strekkende tot het instandhouden en onderhouden, alsmede
                                het herstellen, verbeteren of vervangen van voorzieningen ter
                                bescherming van de bodem;</al></li><li nr="b."><al>het regelmatig inspecteren van voorzieningen ter bescherming van de
                                bodem;</al></li><li nr="c."><al>het regelmatig onderzoeken van de bodem onder de stortplaats.</al></li></lijst><al>In de toelichting op de wet wordt aangegeven dat dit geen limitatieve
                        opsomming is en dat hieronder ook andere maatregelen behoren die getroffen
                        moeten worden wanneer schade ontstaat dan wel dreigt te ontstaan als gevolg
                        van de stortplaats. Als mogelijke oorzaken worden genoemd het tekortschieten
                        van voorzieningen, maar ook gebeurtenissen van buiten de stortplaats. Ook
                        saneringsmaatregelen dienen hiertoe gerekend te worden, alsmede mogelijke
                        claims op grond van artikel 6.176, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek,
                        dat een risicoaansprakelijkheid legt bij de stortplaatsexploitant voor
                        eventuele schade als gevolg van het verspreiden van verontreinigingen naar
                        buiten de stortplaats.</al><al>Op grond van artikel 15.49 van de Wet milieubeheer dient na de sluiting van
                        de stortplaats een eventuele succesvolle claim van een derde betaald te
                        worden uit het fonds.</al><al>De kosten voortvloeiende uit de onderdelen b en d van dit artikel zijn
                        vooralsnog niet meegenomen in de berekening van het doelvermogen en dus ook
                        niet in de nazorgheffing.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>BELASTINGPLICHT</titel></kop><al>Dit artikel geeft een aanduiding van degenen die in beginsel in de heffing
                        worden betrokken. De tekst is overgenomen van artikel 15.45 van de Wet
                        milieubeheer. Onder degene die de stortplaats drijft, wordt in deze
                        verordening verstaan de vergunninghouder van de stortplaats.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>VRIJSTELLINGEN</titel></kop><al>In deze bepaling wordt geregeld in welke gevallen een aanslag, ondanks het
                        feit dat men belastingplichtig is, achterwege blijft. De vrijstelling is
                        overgenomen van artikel 15.43 van de Wet milieubeheer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>MAATSTAF/GRONDSLAG VAN HEFFING</titel></kop><al>De maatstaf van heffing vormt de basis voor de berekening van de aanslagen.
                        Hierin kunnen, in samenhang met het tarief, diverse beginselen tot
                        uitdrukking worden gebracht, zoals bijvoorbeeld het beginsel "de vervuiler
                        betaalt", "het draagkrachtbeginsel" en "het profijtbeginsel". Het toepassen
                        van "het draagkrachtbeginsel" is niet toegestaan in verband met het feit dat
                        het inkomensbeleid is voorbehouden aan de rijksoverheid. Degene die de
                        stortplaats drijft, kan de opgelegde heffing doorberekenen in de
                        storttarieven. Dit betekent dat uiteindelijk de aanbieder van afval, ofwel
                        de vervuiler, betaalt. In de Drentse verordening is gekozen voor een
                        objectgebonden heffing, omdat met deze keuze elke stortplaatsexploitant zijn
                        eigen nazorgkosten betaalt.</al><al>De hoogte van het voor de nazorg benodigde bedrag wordt bepaald door alle
                        kosten, in verband met de uitvoering van de nazorg, om te rekenen naar het
                        tijdstip waarop de sluitingsverklaring, als bedoeld in artikel 8.47, derde
                        lid, van de Wet milieubeheer door het bevoegd gezag wordt afgegeven. Bij die
                        omrekening wordt rekening gehouden met apparaatskosten, inflatie en
                        renteontwikkelingen.</al><al>Met betrekking tot de nazorgheffing is het nog van belang om op te merken
                        dat in artikel 15.45, tweede lid, van de Wet milieubeheer expliciet is
                        aangegeven dat, indien blijkt dat de opbrengst van de heffing hoger of lager
                        is dan het bedrag dat nodig is om de kosten te bestrijden die naar
                        verwachting met de nazorg van de stortplaats gemoeid zullen zijn, het bedrag
                        van de heffing opnieuw kan worden vastgesteld. Redenen voor bijstelling van
                        het doelvermogen c.q. het tarief kunnen zijn: gewijzigde inzichten in
                        technische mogelijkheden voor wat betreft de nazorg, gewijzigde inzichten
                        ten aanzien van de exploitatieduur van de stortplaats of fundamentele
                        afwijkingen in de financiële parameters (inflatie- en rendementspercentages)
                        dan waarmee gerekend is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>TARIEF</titel></kop><al>Voor wat betreft de te hanteren tarieven is, om pragmatische redenen, ervoor
                        gekozen te werken met een separaat door provinciale staten vast te stellen
                        tarieventabel.</al><al>Aangezien de belastingplichtige uit de verordening onder meer de omvang van
                        de verschuldigde heffing moet kunnen afleiden, maakt de tarieventabel
                        onlosmakelijk deel uit van de verordening.</al><al>In de tarieventabel worden per locatie het doelvermogen, het vermoedelijke
                        jaar van einde exploitatie van de stortplaats, de jaarlijkse aanslag en het
                        aanvangsjaar van nazorg vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>BELASTINGTIJDVAK</titel></kop><al>Gekozen is voor een belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Uiteraard
                        is het ook mogelijk een ander belastingtijdvak te kiezen. Hierbij moet
                        worden bedacht dat het systeem van de wet meebrengt dat per belastingtijdvak
                        slechts 1 definitieve aanslag kan worden opgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>WIJZE VAN HEFFING</titel></kop><al>In deze verordening is gekozen voor heffing bij wege van aanslag. Bij deze
                        heffingswijze is het aangiftebiljet een hulpmiddel bij het vaststellen van
                        de aanslag.</al><al>Een aanslag kan ook zonder aangifte, bijvoorbeeld na een controle,
                        ambtshalve worden vastgesteld. Het initiatief tot het vaststellen van de
                        belastingschuld ligt bij de provincie.</al><al>Indien enig (nieuw) feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag
                        ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld,
                        kan de te weinig geheven belasting worden nagevorderd.</al><al>Onder een nieuw feit wordt verstaan een feit dat de belastingheffer op het
                        tijdstip van vaststelling van de aanslag niet bekend was of redelijkerwijs
                        niet bekend had kunnen zijn. Navordering is mogelijk indien de
                        belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. De bevoegdheid
                        tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van 5
                        jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>TIJDSTIP VAN BETALING</titel></kop><al>Ten aanzien van de betalingstermijnen van de bij wege van aanslag geheven
                        belastingen heeft de provincie een ruime bevoegdheid. Met het oog op de
                        groep van belastingplichtigen is in deze verordening gekozen voor betaling
                        in 1 termijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>NADERE REGELS</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van de derde tranche van de Algemene wet
                        bestuursrecht is een aantal regelgevende bevoegdheden overgegaan van
                        provinciale staten naar het college van gedeputeerde staten. Het gaat
                        hierbij onder meer over de aangifte, het opleggen van een voorlopige aanslag
                        en de rente. Beleidsregels hieromtrent dienen vastgelegd te worden in een
                        besluit van het college van gedeputeerde staten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>KWIJTSCHELDING</titel></kop><al>Op grond van artikel 232e van de Provinciewet volgen provincies het
                        kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid. Dit is vastgelegd in de
                        Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.</al><al>Artikel 232e van de Provinciewet biedt echter de mogelijkheid om van de
                        ministeriële regeling af te wijken. Het hierover door provinciale staten te
                        nemen besluit is vormvrij.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>INWERKINGTREDING, INGANG VAN HEFFING EN CITEERTITEL</titel></kop><al>Ingevolge het bepaalde in artikel 136 van de Provinciewet moeten de
                        besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van
                        belastingverordeningen bekend worden gemaakt in het Provinciaal blad.</al><al>Het niet voldoen aan deze bekendmakingsplicht leidt tot onverbindendheid van
                        de verordening.</al><al>Bekendmaking geschiedt door plaatsing van de integrale tekst van het besluit
                        in het Provinciaal blad, of in een andere door de provincie algemeen
                        verkrijgbaar gestelde uitgave. De Hoge Raad heeft daarnaast in december 1997
                        in een drietal arresten aangegeven dat tevens externe bekendheid moet worden
                        gegeven aan het besluit.</al><al>Op grond van artikel 139 van de Provinciewet treedt het bekendgemaakte
                        besluit in werking met ingang van de achtste dag na de dag van de
                        bekendmaking, tenzij in de verordening een ander tijdstip is aangegeven. De
                        dag van bekendmaking is de dag waarop de uitgave feitelijk beschikbaar is.
                        De datum van inwerkingtreding van een Belastingverordening mag niet liggen
                        vóór de vaststelling en bekendmaking daarvan.</al><al>De datum van inwerkingtreding moet worden onderscheiden van de datum van
                        ingang van de heffing. Het feit dat de Belastingverordening pas in werking
                        treedt na bekendmaking, betekent dat de provincie voor dat tijdstip geen
                        aanslagen kan opleggen. De aanslagen kunnen echter wel betrekking hebben op
                        de periode vanaf de datum van ingang van de heffing. De datum van ingang van
                        de heffing kan evenwel niet liggen voor de datum van vaststelling van de
                        verordening. Dit houdt verband met het beginsel dat belastingmaatregelen
                        voor de toekomst dienen te gelden.</al><al>In het derde lid is een aanduiding, ofwel citeertitel, van de verordening
                        opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>TARIEVENTABEL </titel></kop><al><vet>BEHORENDE BIJ DE VERORDENING NAZORGHEFFING</vet></al><al><vet>STORTPLAATSEN PROVINCIE DRENTHE</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="C5" colnum="5"/><colspec colname="C4" colnum="4"/><colspec colname="C3" colnum="3"/><colspec colname="C2" colnum="2"/><colspec colname="C1" colnum="1"/><colspec colname="C0" colnum="0"/><tbody><row><entry><al>Kolom 1</al></entry><entry><al>Kolom 2</al></entry><entry><al>Kolom 3</al></entry><entry><al>Kolom 4</al></entry><entry><al>Kolom 5</al></entry></row><row><entry><al>Locatie</al></entry><entry><al>Jaar van einde van exploitatie stortplaats</al></entry><entry><al>Jaar aanvang nazorg</al></entry><entry><al>Doelvermogen in euro</al></entry><entry><al>Tarief jaarlijkse aanslag in euro</al></entry></row><row><entry><al>Attero Noord BV te Wijster</al></entry><entry><al>1-1-2025</al></entry><entry><al>1-1-2033</al></entry><entry><al>€ 21.473.850</al></entry><entry><al>Contante waarde van het doelvermogen </al><al>(31-12-jaar T) - Fondsvermogen </al><al>(31-12-jaar T) = Nazorgheffing (jaar T)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>II. Bij structurele afwijkingen in financiële parameters zoals een verschil
                        tussen het verwachte beleggingsrendement (behorend bij de beleggingshorizon
                        en de doelstelling van het nazorgfonds) en de gehanteerde rekenrente, bij
                        vaststelling van de nazorgheffing het reële beleggingsrendement te hanteren
                        bij het doelvermogen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Toelichting bij de Tarieventabel.</titel></kop><al>Kolom 1 - In de eerste kolom wordt aangegeven de stortplaatslocatie waarvoor
                        de heffing wordt opgelegd.</al><al>Kolom 2 - In de tweede kolom wordt aangegeven het vermoedelijke jaar van
                        einde exploitatie stortplaats.</al><al>Kolom 3 - In de derde kolom staat het vermoedelijke jaar van aanvang van de
                        nazorg voor de provincie.</al><al>Op grond van de eindinspectie zal de stortplaats door gedeputeerde staten
                        gesloten worden verklaard.</al><al>Met het afgeven van de sluitingsverklaring neemt de provincie de stortplaats
                        in nazorg over van de exploitant.</al><al>Kolom 4 - De vierde kolom geeft het doelvermogen weer dat aanwezig moet zijn
                        bij het begin van de nazorgperiode opdat de provincie aan haar
                        verplichtingen voor de eeuwigdurende nazorg kan voldoen.</al><al>Kolom 5 - In de vijfde kolom wordt de hoogte van de jaarlijkse aanslag
                        aangegeven. De jaarlijkse aanslag wordt geheven tot en met het in kolom 2
                        van deze Tarieventabel genoemde vermoedelijke jaar van einde exploitatie van
                        de stortplaats.</al><al>De tarieventabel is aangepast om het fondsvermogen bestemd voor de nazorg
                        van stortplaats Attero Noord BV via een eenmalige heffing van € 217.382,--
                        weer op 100% van de netto contante waarde van het doelvermogen te krijgen.
                        De inkomsten uit de heffing, en de daarover verkregen rentebaten, moeten de
                        verwachte kosten en financiële risico's dekken die gepaard gaan met de
                        uitvoering van de eeuwigdurende nazorg na sluiting van de stortplaats. De
                        geïnde gelden worden ondergebracht in het Fonds nazorg gesloten
                        stortplaatsen provincie Drenthe. Sluiting van de stortplaats is voorzien in
                        2075.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>