<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92609_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 06-05-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelII/HoofdstukII/Artikel33/geldigheidsdatum_15-11-2010">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. : 9b - d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lopik</al><al>Gezien het advies van de werkgroep dualisme;</al><al>Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t </al><al>vast te stellen de volgende</al><al>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003 </al><al/><al><vet>Artikel 1 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van meer dan geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                    moties of andere bijstand.</al></li></lijst><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt door
                            de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de griffier
                            door een ambtenaar gegeven.Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek
                            betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of
                            b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.De
                            bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de
                            griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand
                            niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden
                            verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren
                            aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk
                            verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of secretaris
                            ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                    betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c,
                                    betreft en het raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van
                                    het hem op grond van artikel 5, eerste lid, beschikbaar gestelde
                                    aantal uren ambtelijke bijstand.</al></li></lijst><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste
                            lid geweigerd wordt.Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
                            geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de
                            griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende
                            bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de
                            secretaris.Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor
                            beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                            burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het
                            verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>Elk raadslid heeft per jaar recht op 10 uur ambtelijke bijstand als
                            bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c.De secretaris houdt een
                            register van de verleende ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1,
                            eerste lid, onderdeel c bij, waarin per verzoek om bijstand aan de
                            reguliere ambtelijke organisatie wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                            college een afschrift van het verzoek uit het register.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of de
                            inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.Indien het college
                            of de leden van het college informatie wensen over een verzoek om
                            ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich
                            daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde,
                            ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de
                            kosten voor het functioneren van de fractie.Deze bijdrage bedraagt
                            1.000,- euro voor elke fractie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                            kaderstellende en controlerende rol te versterken.De bijdrage mag niet
                            gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige
                                    regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                    verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter
                                    vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten
                                    behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële
                                    declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die
                                    de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een
                            kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.In een jaar
                            waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de
                            maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de
                            eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                            gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige
                            maanden van dat jaar.Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen
                            voorschotten in jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld
                            bedoeld in artikel 15, derde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de
                            bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in
                            volgende jaren.De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de
                            fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8. Het
                            beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de
                            afrekening als bedoeld in artikel 12 over dat jaar. Bevoorschotting
                            vindt desgevraagd plaats.De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar
                            voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de
                            fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan
                            worden beschouwd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                            kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de
                            bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                            verslag.Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast
                            met de controle van de jaarrekening. De accountant brengt advies uit aan
                            de raad.De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de
                            bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit
                                    de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve; c. de resterende reserve; d. de
                                    verrekening tussen de in onderdeel</al></li><li nr="c."><al>genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover
                                    nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen
                                    voorschotten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 7 maart 2003</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Lopik op 18 maart 2003.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. mr. G.M.G. Dolders drs. M.A.A. Schakel </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>