<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92586_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Landschapsverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteberichten 28 december 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Landschapsverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artt.147, 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>1993-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1994-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Landschapsverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Opslagplaatsen en ontsierende voorwerpen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of gebruiker van enige onroerende zaak verboden
                                op deze zaak anders dan binnenshuis te hebben of de aanwezigheid toe
                                te laten van:</al><lijst><li nr="a."><al>een stort-, berg-, bewaar-, opslag-, of verzamelplaats van
                                        oud metaal, glas, afbraak, puin, afval, lompen en
                                        restproducten;</al></li><li nr="b."><al>één of meer voer-, vaar-, werk- of vliegtuigen en onderdelen
                                        daarvan, die aan hun normale bestemming zijn onttrokken of
                                        voor hun normale bestemming onbruikbaar zijn, dan wel in
                                        onvoldoende staat van onderhoud en in kennelijk
                                        verwaarloosde toestand verkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is met van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>opslag- of verzamelplaatsen van afbraak, puin en andere oude
                                        bouwmaterialen op een onroerende zaak, waarop of waaraan
                                        onderhouds-, herstel-, bouw- of sloopwerkzaamheden worden
                                        uitgevoerd, mits deze materialen voor de uitvoering van de
                                        genoemde werkzaamheden aan bouwwerken nodig zijn, of van het
                                        bouwwerk waaraan de werkzaamheden worden verricht, afkomstig
                                        zijn, en de opslag- of verzamelplaats met langer wordt
                                        gebruikt dan voor de uitvoering van genoemde werkzaamheden
                                        strikt noodzakelijk is.</al></li><li nr="b."><al>asbakken, vuilnisemmers en afvalcontainers op onroerende
                                        zaken, waarin van deze zaken afkomstig huisvuil en ander
                                        afval is verzameld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of gebruiker van enige onroerende zaak verboden
                                zonder vergunning van burgemeester en wethouders op deze zaak,
                                anders dan binnenshuis, niet onder het verbod gesteld in artikel 1
                                vallende voer-, vaar- en werktuigen en onderdelen daarvan kennelijk
                                ten verkoop in voorraad te hebben of met het oog op die verkoop ten
                                toon te stellen, dan wel toe te laten dat de onroerende zaak
                                daarvoor wordt gebezigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op de
                                bebouwde kom van Beilen zoals deze door Gedeputeerde Staten
                                krachtens artikel 8 van de Wegenverkeerswet is of wordt
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>De verboden gesteld in de artikelen 1 en 2 zijn niet van
                            toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de in die artikelen genoemde zaken en/of de geheel of
                                    gedeeltelijk daaromheen of daarlangs aangebrachte afscheidingen
                                    of afschermingen niet zichtbaar zijn vanaf een openbare weg, een
                                    openbaar vaarwater of een andere openbare toegankelijke plaats,
                                    spoorwegen daaronder begrepen;</al></li><li nr="b."><al>ten aanzien van onroerende zaken indien en voorzover deze op
                                    grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn aangewezen voor
                                    doeleinden waaronder die als bedoeld in de artikelen 1 en 2 zijn
                                    begrepen;</al></li><li nr="c."><al>indien en voorzover daarin bij of krachtens de Afvalstoffenwet,
                                    de Wet milieubeheer of de Kampeerwet is voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod
                                gesteld in artikel 1 indien naar hun oordeel de in dat artikel
                                genoemde zaken of de geheel of gedeeltelijk daaromheen of daarlangs
                                aangebrachte afscheidingen of afschermingen geen ontoelaatbare
                                schade toebrengen aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het
                                landschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder schade in dit artikel bedoeld wordt mede begrepen de schade
                                aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap, die is
                                ontstaan of waarvan het ontstaan redelijkerwijs te verwachten is
                                tengevolge van verontreiniging van de bodem die verband houdt met de
                                aanwezigheid van de in artikel 1 genoemde zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing bedoeld in het
                                eerste lid, ook nadat deze is verleend, voorschriften verbinden ter
                                voorkoming van schade aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van
                                het landschap.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing bedoeld in het
                                eerste lid intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de daaraan verbonden voorschriften niet worden
                                        nageleefd;</al></li><li nr="b."><al>dit anderszins met het oog op de bescherming van de
                                        schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap naar hun
                                        oordeel nodig is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning als bedoeld in
                                artikel 2, eerste lid, slechts weigeren, indien naar hun oordeel de
                                in dat artikel genoemde zaken of de geheel of gedeeltelijk
                                daaromheen of daarlangs aangebrachte afscheidingen of afschermingen
                                ontoelaatbare schade toebrengen aan de schoonheid van het dorpsbeeld
                                of van het landschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde vergunning zijn het
                                tweede, derde en vierde lid van artikel 4 van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien zulks naar hun oordeel in
                                het belang van de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap
                                nodig is, de eigenaar of gebruiker van een onroerende zaak bij
                                aanschrijving gelasten binnen een daarbij te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van op het goed aanwezige stort-, berg- bewaar-,
                                        opslag- of verzamelplaatsen, uitstallingen daaronder
                                        begrepen, waarop geen verbodsbepalingen van deze
                                        verordening, Afvalstoffenwet, Wet milieubeheer of Kampeerwet
                                        van toepassing is, de bij de aanschrijving aangegeven
                                        voorzieningen te treffen;</al></li><li nr="b."><al>op de zaak aanwezige hekken, muren, afrasteringen,
                                        schuttingen en heggen op de bij de aanschrijving aangegeven
                                        wijze te vervangen of te veranderen;</al></li><li nr="c."><al>de zaak op de bij de aanschrijving aangegeven wijze in
                                        voldoende staat van onderhoud te brengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens een lastgeving, als bedoeld in het eerste lid, te
                                verstrekken stellen burgemeester en wethouders de eigenaar of
                                gebruiker van de onroerende zaak in de gelegenheid zijn zienswijze
                                mondeling of schriftelijk naar voren te brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Opschriften; aankondigingen en afbeeldingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of gebruiker van enige onroerende zaak verboden
                                op of aan deze zaak dan wel achter de vensters daarvan, al dan niet
                                door middel van een roerende zaak, op enigerlei wijze zichtbaar
                                vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater of een andere
                                openbare toegankelijke plaats, spoorwegen daaronder begrepen,
                                opschriften, aankondigingen of afbeeldingen te hebben of de
                                aanwezigheid daarvan toe te laten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder afbeeldingen worden mede begrepen voorwerpen van welke aard
                                ook, bestemd of gebezigd tot reclame.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt op overeenkomstige wijze
                                voor de eigenaar of gebruiker van een voer- of vaartuig dat op, aan
                                of in een openbare weg of een openbaar vaarwater staan- of ligplaats
                                heeft ingenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod gesteld in artikel 7 is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, uitsluitend vermeldend de naam van de bewoner
                                        van een gebouw of van het gebouw zelve, mits de oppervlakte
                                        van het opschrift niet meer bedraagt dan 1 m2.</al></li><li nr="b."><al>afbeeldingen, welke kennelijk tot de stoffering van een
                                        gebouw behoren;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen, welke zijn aangebracht ter
                                        voldoening aan enig wettelijk voorschrift, mits de in dit
                                        voorschrift genoemde maten niet worden overschreden; worden
                                        geen maximummaten vermeld, dan zal de oppervlakte ten
                                        hoogste 0,50 m2 en de grootste afmeting ten hoogste 1 m.
                                        mogen bedragen;</al></li><li nr="d."><al>opschriften en aankondigingen, betrekking hebbende op de
                                        dienst, het beroep of het bedrijf, welke of hetwelk in of op
                                        de onroerende zaak is aangelegd of op de bewoning daarvan,
                                        mits de gezamenlijke oppervlakte van de opschriften en
                                        aankondigingen niet meer bedraagt dan 1 m2;</al></li><li nr="e."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen van kennelijk
                                        tijdelijke aard gedurende de termijn, dat deze feitelijke
                                        betekenis hebben, doch niet langer dan gedurende vier weken
                                        mits deze verband houden met een activiteit binnen de
                                        gemeente of een aangrenzende gemeente.;</al></li><li nr="f."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, die aanwezig
                                        zijn bij in uitvoering zijnde werken en op deze werken
                                        betrekking hebben, gedurende de termijn dat de werken in
                                        uitvoering zijn;</al></li><li nr="g."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in een gebouw of
                                        een deel van een gebouw, hetwelk als winkel en/of als
                                        bioscoop, schouwburg, hotel of café-restaurant wordt
                                        gebruikt, mits zij betrekking hebben op het bedrijf, dat
                                        daarin wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="h."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, houdende
                                        mededelingen, aanwijzingen of waarschuwingen niet kennelijk
                                        uit commerciële overwegingen beogende de aandacht te
                                        vestigen op personen, zaken of diensten;</al></li><li nr="i."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen welke dienen tot
                                        het openbaren van gedachten of gevoelens, als bedoeld in
                                        artikel 7 van de Grondwet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afmetingen van een opschrift, aankondiging of afbeelding worden
                                gemeten langs de buitenomtrek. De onder- of achtergrond, welke
                                kennelijk tot het opschrift, de aankondiging of de afbeelding
                                behoort, wordt hierin begrepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod vervat in artikel 7
                                ontheffing verlenen indien daartegen naar hun oordeel uit een
                                oogpunt van bescherming van de schoonheid van het dorpsbeeld of van
                                het landschap geen overwegende bezwaren bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het derde en vierde lid van artikel 4 zijn ten aanzien van deze
                                ontheffing van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Indien een verkoopgelegenheid van motorbrandstof of een opschrift,
                            aankondiging of afbeelding als bedoeld in artikel 8, in zodanige staat
                            verkeert, dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders daardoor
                            de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap wordt geschaad,
                            kunnen zij de eigenaar of gebruiker van de verkoopgelegenheid of van de
                            onroerende zaak, waarop of waaraan het opschrift, de aankondiging of de
                            afbeelding aanwezig is, bij aanschrijving gelasten in deze staat binnen
                            een daarbij te stellen termijn en op de daarbij aangegeven wijze
                            verbetering te brengen. Degene, tot wie de aanschrijving is gericht, is
                            verplicht aan de lastgeving te voldoen, tenzij hij de gewraakte
                            voorwerpen binnen de in de aanschrijving genoemde termijn heeft
                            verwijderd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vergunnings- en ontheffingsaanvragen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften geven omtrent de
                                wijze waarop een vergunning of ontheffing krachtens deze verordening
                                behoort te worden aangevraagd en welke gegevens daarbij moeten
                                worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen omtrent aanvragen om ontheffing
                                of vergunning binnen twaalf weken. Indien binnen deze termijn geen
                                beslissing is genomen, wordt de aanvrage geacht te zijn
                                ingewilligd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overtredingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Overtreding van de verbodsbepalingen van deze verordening, waaronder
                            begrepen het niet binnen de daarbij gestelde termijn voldoen aan een
                            lastgeving als bedoeld in de artikelen 6 en 10 en niet-naleving van één
                            of meer aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op en de zorg voor de naleving van de bepalingen
                                van deze verordening zijn, behalve de bij artikel 141 van het
                                Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de daartoe
                                door burgemeester en wethouders aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle in het eerste lid bedoelde personen hebben daartoe tussen
                                zonsopgang en zonsondergang het recht van vrije toegang tot
                                onroerende zaken, woningen uitgezonderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in
                                artikel 2 voor het handhaven op een onroerende zaak van in dat
                                artikel genoemde zaken, die reeds ten tijde van het inwerkingtreden
                                van deze verordening daarop aanwezig waren, weigeren en de aanvrager
                                van de vergunning dientengevolge schade lijdt of zal lijden, die
                                redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
                                blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op andere
                                wijze is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem een naar
                                billijkheid te bepalen tegemoetkoming in de schade toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tegemoetkoming kan worden toegekend hetzij bij de beslissing tot
                                weigering van de vergunning, hetzij bij afzonderlijke
                                beslissing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij de beslissing tot weigering van de vergunning geen
                                tegemoetkoming is toegekend kan deze worden aangevraagd binnen
                                twaalf weken nadat de termijn van bezwaar tegen de beslissing tot
                                weigering van de vergunning is verstreken of, in geval van bezwaar,
                                daarop is beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien daartoe bijzondere redenen aanwezig zijn kan de gemeenteraad
                                in andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld belanghebbenden een
                                tegemoetkoming verstrekken in de schade die uit de toepassing van
                                deze verordening voortvloeit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als:
                                    "Landschapsverordening" .</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 of zoveel
                                    later de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.</al></li><li nr="3."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening wordt
                                    de "Verordening tot wering van inbreuk op de schoonheid van de
                                    dorpen en landelijke gebieden in de gemeente Beilen " ,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 31 mei 1979 en sedertdien
                                    gewijzigd, ingetrokken.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 16 december 1993,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.Timmer</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>B.de Vries, l.b.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>