<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92505_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dijkpoorter, 08-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81o</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 182</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-07-06</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/nr. 59</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is de opvolger van de Regeling instelling commissie voor de rekenkamerfunctie</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-48911</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de rekenkamercommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hattem, 5 juli 2010</al><al/><al>gelezen het voorstel van de griffier;</al><al/><al>gelet op artikel 81o van de Gemeentewet; </al><al/><al>besluit; </al><al/><al>in te trekken de verordening “Instelling commissie voor de
                        rekenkamerfunctie” van 8 december 2008 en </al><al>vast te stellen de "Verordening op de rekenkamercommissie". </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Wet : Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>commissie : rekenkamercommissie; </al></li><li nr="c."><al>voorzitter : voorzitter van de rekenkamercommissie; </al></li><li nr="d."><al>college : college van burgemeester en wethouders; </al></li><li nr="e."><al>rekenkamercommissie : de rekenkamercommissie van de gemeente Hattem
                            </al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid : de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen
                                zo gering mogelijke kosten worden bereikt. </al></li><li nr="g."><al>g. doeltreffendheid : de mate waarin het resultaat van het beleid
                                beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde
                                beleidsdoelen worden verwezenlijkt. </al></li><li nr="h."><al>rechtmatigheid : de mate waarin wordt voldaan aan de wettelijke
                                kaders en regelgeving, met name de wet- en regelgeving die direct
                                van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de
                                gemeentelijke baten en lasten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt
                                aangeduid als de rekenkamercommissie. </al></li><li nr="2."><al>De rekenkamercommissie bestaat uit één lid per fractie en één extern
                                lid, zijnde de voorzitter. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt de rekenkamercommissie in de gelegenheid om over de
                                benoeming te adviseren.</al></li><li nr="3."><al>De leden zijnde tevens raadslid worden voor een raadsperiode
                                benoemd. De voorzitter, niet zijnde raadslid, wordt voor een periode
                                van zes jaar benoemd. De raad kan bij benoeming van dit lid
                                besluiten tot een benoeming korter dan zes jaar.</al></li><li nr="4."><al>Leden van de rekenkamercommissie kunnen voor maximaal één periode
                                worden herbenoemd.</al></li><li nr="5."><al>De raad benoemt, op voordracht van de rekenkamercommissie, de
                                voorzitter van de rekenkamercommissie.</al></li><li nr="6."><al>Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op
                                als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode
                                zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eed en gelofte</titel></kop><al>Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van
                        overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief. </al></li><li nr="2"><al>Het lidmaatschap van een lid eindigt: </al><lijst><li nr="a"><al>op eigen verzoek; </al></li><li nr="b"><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap van de rekenkamercommissie; </al></li><li nr="c"><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zo’n
                                        uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming
                                        tot gevolg heeft; </al></li><li nr="d"><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld; </al></li><li nr="e"><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer
                                        geschikt is de functie van lid van de rekenkamercommissie te
                                        vervullen. </al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden
                                ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt
                                zijn hun functie te vervullen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Leden van de rekenkamercommissie vallen niet onder de ambtelijke
                                rechtspositie van de gemeente. </al></li><li nr="2."><al>Het externe lid ontvangt een vergoeding voor de werkzaamheden. De
                                vergoeding bedraagt 20% van de vergoeding die leden van de
                                gemeenteraad ontvangen ingevolge de verordening geldelijke
                                voorziening raads- en commissieleden in de gemeente Hattem. </al></li><li nr="3."><al>De vergoeding, genoemd in het tweede lid, komt ten laste van het
                                budget van de rekenkamercommissie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie draagt zorg voor </al><lijst><li nr="-"><al>het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie; </al></li><li nr="-"><al>het leiden van de vergaderingen; </al></li><li nr="-"><al>het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en </al></li><li nr="-"><al>het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en
                            met het secretariaat. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter voert namens de rekenkamercommissie het woord in de
                            gemeenteraad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In overleg met de rekenkamercommissie draagt de griffier er zorg
                                voor dat de rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een
                                secretaris. </al></li><li nr="2."><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                                rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken
                                worden verricht. </al></li><li nr="3."><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging
                                en de vorming van dossiers. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert
                                de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. </al></li><li nr="2."><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. </al></li><li nr="3."><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                                instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen
                                een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de
                                commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor
                                goede gronden aanvoeren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                                begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                                vastgestelde onderzoeksopzet. </al></li><li nr="2."><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met
                                inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                                inschakelen. </al></li><li nr="3."><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                                informeren. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                                procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. </al></li><li nr="2."><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn
                                openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad
                                worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. </al></li><li nr="3."><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
                                bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in
                                te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken.
                            </al></li><li nr="2."><al>De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente
                                zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie
                                gestelde termijn te verstrekken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Zienswijze op onderzoeksrapport</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een
                                door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt,
                                hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie
                                kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering
                                (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt
                                wie als betrokkenen worden aangemerkt. </al></li><li nr="2."><al>Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de
                                nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van
                                betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van
                                een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Budget</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken. </al></li><li nr="2"><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van: </al><lijst><li nr="a"><al>de vergoedingen aan de leden; </al></li><li nr="b"><al>interne onderzoeksmedewerkers; </al></li><li nr="c"><al>externe deskundigen die eventueel door de
                                        rekenkamercommissie zijn ingeschakeld; </al></li><li nr="d"><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor
                                        de uitoefening van haar taak. </al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget
                                uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al>De RKC stelt een reglement van orde op waarin nadere regels worden gesteld
                        over de invulling van haar werkzaamheden die gericht zijn op het toetsen en
                        verbeteren van de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het
                        functioneren van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 6 juli 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening gemeentelijke
                        rekenkamercommissie". </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 juli 2010, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>E. Boers mr. J.W Wiggers</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><al/><al>Vooraf: gelet op artikel 81o van de Gemeentewet </al><al/><al>Artikel 81o van de Gemeentewet </al><al>1. Als geen rekenkamer is ingesteld als bedoeld in hoofdstuk IVa, stelt de raad
                    bij verordening regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. </al><al>2. De artikelen 182 en 185 zijn voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie van
                    overeenkomstige toepassing. </al><al>3. Op personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, is artikel 81f, behoudens
                    het eerste lid, onder j en o, van overeenkomstige toepassing. </al><al/><al>Artikel 182 </al><al>1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                    rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de
                    rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het
                    gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als
                    bedoeld in artikel 213, tweede lid. </al><al>2. Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen. </al><al/><al>Artikel 185 </al><al>1. De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met
                    dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar
                    hun aard vertrouwelijk zijn. </al><al>2. De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan
                    de betrokken [rechtspersoon of het betrokken gemeenschappelijk orgaan]
                    instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar
                    bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake
                    voorstellen doen. </al><al>3. De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar
                    werkzaamheden over het voorgaande jaar. </al><al>4. De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de
                    raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek
                    heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de
                    betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam. </al><al>5. De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar. </al><al/><al>Artikel 1 </al><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. </al><al/><al>Artikel 2 </al><al>De rekenkamercommissie maakt een doorstart aan het begin van de raadsperiode
                    2010-2014, waarbij er nog geen externe voorzitter is geregeld. Elke fractie
                    heeft een raadslid afgevaardigd en er wordt een procedure gestart om een extern
                    voorzitter te benoemen. Ter overbrugging is één van de (raads)leden benoemd door
                    de raad als voorzitter</al><al/><al>Artikel 3 </al><al/><al>Artikel 3 lid 2</al><al>Het is mogelijk om de selectie van reacties op een vacature door de
                    rekenkamercommissie te laten plaatsvinden. Aangezien de raad breed
                    vertegenwoordigd is in de rekenkamercommissie ligt het voor de hand om de
                    rekenkamercommissie de procedure tot de voordracht te laten uitvoeren.</al><al/><al>Artikel 3 lid 3</al><al>In het derde lid is voor het externe commissielid een termijn van zes jaar
                    genoemd. De mogelijkheid om leden van de rekenkamercommissie korter te benoemen
                    kan wenselijk zijn.</al><al/><al>Artikel 4 </al><al>Artikel 81g Gemeentewet </al><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, legt het externe lid van de
                    rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de
                    volgende eed (verklaring en belofte) af: </al><al>“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden,
                    rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige
                    gift of gunst heb gegeven of beloofd. </al><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten,
                    rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of
                    zal aannemen. </al><al>Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal
                    nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten
                    zal vervullen. </al><al>Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” </al><al>(“Dat verklaar en beloof ik!”) </al><al/><al>Artikel 5 </al><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-actief te stellen in bepaalde situaties. </al><al>Bij de aanvaarding van een functie zoals bedoeld in artikel 5, lid 3, punt b.
                    past de verwijzing naar artikel 81f Gemeentewet dat ook van toepassing is op de
                    rekenkamercommissie. </al><al>Artikel 81f </al><al>1. Een lid van de rekenkamer is niet tevens: </al><al>a. minister; </al><al>b. staatssecretaris; </al><al>c. lid van de Raad van State; </al><al>d. lid van de Algemene Rekenkamer; </al><al>e. Nationale ombudsman; </al><al>f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet
                    Nationale ombudsman; </al><al>g. commissaris van de Koning; </al><al>h. lid van gedeputeerde staten; </al><al>i. griffier der staten; </al><al>j. lid van de raad (niet van toepassing voor rekenkamercommissie); </al><al>k. burgemeester van de betrokken gemeente; </al><al>l. wethouder van de betrokken gemeente; </al><al>m. lid van een deelraad van de betrokken gemeente; </al><al>n. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente van de betrokken gemeente; </al><al>o. lid van een commissie van de betrokken gemeente (niet van toepassing voor
                    rekenkamercommissie); </al><al>p. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
                    ondergeschikt; </al><al>q. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens
                    taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op
                    de gemeente; </al><al>r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het
                    gemeentebestuur van advies dient. </al><al>2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een lid van de
                    rekenkamer tevens zijn: </al><al>a. ambtenaar van de burgerlijke stand; </al><al>b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting
                    niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; </al><al>c. ambtenaar, werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs. </al><al/><al>Artikel 6 </al><al>In dit artikel is de vergoeding die het externe lid voor de werkzaamheden
                    ontvangen, vastgelegd. </al><al/><al>Artikel 7 </al><al>Bij artikel 7 lid 3 gaat het om de toepassing van artikel 26 van het reglement
                    van orde (Deelname aan de beraadslaging door anderen). </al><al>1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden, de
                    voorzitter, de burgemeester, de wethouders, de griffier of de secretaris
                    deelnemen aan de beraadslaging. </al><al>2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen
                    voordat met de beraadslaging over het onderwerp wordt aangevangen. </al><al/><al>Artikel 8 </al><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. De griffier wijst
                    een van de medewerkers van de griffie aan als secretaris of zichzelf. De
                    rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het derde lid is
                    voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten
                    opzichte van de rekenkamercommissie. </al><al/><al>Artikel 9 </al><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen, maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit
                    verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet
                    genoemd. Doordat deze mogelijkheid van uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt
                    er een bepaalde gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                    rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad
                    zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. </al><al/><al>Artikel 10 en 11 </al><al>De rekenkamercommissie krijgt een redelijke vrijheid om de eigen werkwijze te
                    bepalen. </al><al>Er is voorlopig vanaf gezien om de rekenkamer te verplichten een eigen reglement
                    van orde vast te stellen - een mogelijkheid die de modelverordening wel
                    duidelijk aanreikt en die voor rekenkamers en gemeenschappelijke rekenkamers
                    verplicht is gesteld. </al><al>De raad adviseert de rekenkamercommissie wel om de ervaringen ten aanzien van de
                    aanpak van onderzoeken en de organisatie van de eigen werkzaamheden vast te
                    leggen, zodat een soort handleiding ontstaat. Desgewenst kan die later als basis
                    dienen voor een reglement van orde. </al><al>In deze verordening worden daarnaast voldoende richtlijnen gegeven voor de
                    werkwijze van de rekenkamercommissie om af te zien van een apart reglement van
                    orde. </al><al/><al>Artikel 12 </al><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur
                    en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel
                    openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen
                    rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. </al><al/><al>Artikel 13 </al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    (of partijen) de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het
                    college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de
                    rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de
                    rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en
                    eventueel aanbevelingen. </al><al/><al>Artikel 14 </al><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het
                    budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht. </al><al/><al>Artikel 16 en 17 </al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting. </al></nota-toelichting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Hattem/i182382.pdf">Reglement van Orde van de rekenkamercommissie.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>