<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92483_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=43482">Provinciaal Blad, 2013, 31</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 145</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 152</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 4:23</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-12</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Statenvoorstel 57/12</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>jeugdzorg, agrarische sector, asielzoekers, bodem, cultuur, duurzaamheid, energievoorziening, financieel beheer, grondwaterheffing, innovatie, kabels en leidingen, kunst, leefomgeving, milieubeheer, natuur en landschap, onderwijs, ontgrondingen, reconstructie, ruimtelijke ordening, sociaal-economische zaken, sociale participatie, sport, steunfuncties, subsidies, verkeer en vervoer, water, wegen, zorg en welzijn, financieel kader</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel Brabants Sporttalentfonds 2006-2007</al><al>Beleidsregel Cultuureducatie en amateurkunst</al><al>Beleidsregel Cultuurhistorie 2006</al><al>Beleidsregel Fonds Armoedebestrijding 2006-2007 (geldend tot 15 februari 2007)</al><al>Beleidsregel instandhouding ruimtelijk erfgoed</al><al>Beleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur</al><al>Beleidsregel Kunst en Media</al><al>Beleidsregel projecten gericht op vernieuwing in de zorg 2006 (geldend tot 22 februari 2007)</al><al>Beleidsregel projecten uit het Combifonds Wonen-Zorg-Welzijn; Leven in de buurt, 2006</al><al>Beleidsregel Sociale Participatie (versie 17 februari 2006 tot 29 november 2006)</al><al>Beleidsregel Sociale Veiligheid 2006 [geldend tot 31 januari 2007]</al><al>Beleidsregel subsidie Communicatie en Educatie Ecologie</al><al>Beleidsregel subsidie Naar een Duurzaam Brabant</al><al>Beleidsregel Subsidie Natuur en Landschap (versie 22 december 2005 tot 28 september 2006)</al><al>Beleidsregel subsidiëring projecten huisvesting 2006</al><al>Beleidsregel subsidiëring projecten opvang asielzoekers 2006</al><al>Beleidsregel subsidiëring van projecten Flexibel Volume PON ten behoeve van steunfunctienstellingen, provincie Noord-Brabant, 2006</al><al>Beleidsregel subsidies landelijk gebied 2006</al><al>Beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film 2006 [geldend tot 28-11-2007]</al><al>Beleidsregel subsidies viering 900 jaar Hertogdom Brabant</al><al>Beleidsregel subsidieverlening planvorming projecten uitwerkingsplannen 2006</al><al>Beleidsregel uitvoering soortenbeleid Noord-Brabant</al><al>Beleidsregel Water</al><al>Beleidsregels Cofinanciering Verkeer en Vervoer</al><al>Beleidsregels Subsidie Bodem</al><al>Beleidsregels Subsidie Stortplaatsen</al><al>Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006</al><al>Beleidsregel subsidies sociaal-economisch beleid 2006-2007</al><al>Beleidsregel Brabantse Jeugdsportfondsen 2006-2007</al><al>Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden</al><al>Beleidsregels inzake de subsidieverlening in het kader van het convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant</al><al>Beleidsregel Leefbaarheid 2006-2007 [geldend tot 31 januari 2007]</al><al>Beleidsregel Clusterprogramma Connecting Winners 2006-2008</al><al>Beleidsregel subsidie natuur en landschap (vanaf 28 september 2006-heden)</al><al>Beleidsregel Dementie 2006-2007</al><al>Beleidsregel locatiegebonden subsidie 2005-2010</al><al>Beleidsregel Programma Innovatieve Acties 3: innovatieve oplossingen voor de vergrijzing</al><al>Beleidsregel Subsidieregeling coördinatie lokale zorg aan jongeren met complexe meervoudige problematiek</al><al>Beleidsregel Tijdelijke regeling cofinanciering luchtkwaliteit</al><al>Beleidsregel Sociale Participatie 2007</al><al>Beleidsregel Combifonds 2007</al><al>Beleidsregel Leefbaarheid 2007</al><al>Beleidsregel Sociale Veiligheid 2007</al><al>Beleidsregel Fonds Armoedebestrijding 2007</al><al>Beleidsregel projecten gericht op vernieuwing in de zorg 2007</al><al>Beleidsregel vernieuwende projecten jeugdzorg 2007</al><al>Beleidsregel stedelijke vernieuwing 2007</al><al>Beleidsregel Sociale Participatie, onderdeel Sociaal Beleid gebiedsgericht 2007</al><al>Subsidieregeling Verbeteragenda keten jeugd B5 gemeenten</al><al>Subsidieregeling Beleids- en sturingsinformatie keten jeugd</al><al>Bijdrageregeling sloop ongewenste bebouwing buitengebied Noord-Brabant (27 september 2007-)</al><al>Beleidsregel subsidies professionele podiumkunsten en film (28 november 2007-)</al><al>Subsidieregeling Stimulering Brabantbrede Verkeersveiligheid 2007-2011</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Provinciale Staten hebben op 12 oktober 2012 besloten tot vaststelling van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant en daarbij tevens besloten tot intrekking van deze verordening.</al><al>Krachtens delegatie (artikel 29 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant) hebben Gedeputeerde Staten bij besluit van 19 maart 2013 de datum van inwerkingtreding van die verordening, en daarmee van de intrekking van deze verordening, bepaald op 1 april 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Provinciale Staten van Noord-Brabant</vet>,</al><al>gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 5 juli 2005; gelet op de
                        artikelen 145 en 152 van de Provinciewet en artikel 4.32 van de Algemene wet
                        bestuursrecht; gelet op het Erratum van Gedeputeerde Staten d.d. 23 augustus
                        2005; gelezen het advies van de Statencommissie voor Bestuur en Middelen,
                        d.d. 9 september 2005; gelezen de Memorie van antwoord/Nota van Wijziging
                        van Gedeputeerde Staten, d.d. 20 september 2005; <vet>besluiten</vet>:</al><al>I. vast te stellen de volgende “Algemene subsidieverordening Provincie
                        Noord-Brabant”:</al><al>II. in te trekken de navolgende verordeningen:</al><al>en te bepalen dat deze intrekking ingaat op de datum van inwerkingtreding
                        van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, behoudens
                        ingeval Gedeputeerde Staten ten aanzien van een of meer van deze
                        verordeningen een ander tijdstip vaststellen.</al><al>Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><titel><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet>.</titel></kop><lijst><li nr="a. "><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="b. "><al>Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb te weten
                                    “de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                                    verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager,
                                    anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen of diensten”.</al></li><li nr="c. "><al>Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb te
                                    weten “het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                                    beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een
                                    bepaald wettelijk voorschrift”.</al></li><li nr="d. "><al>Budgetafspraak: een subsidieafspraak, geldend voor meerdere
                                    jaren, waarbij de subsidieontvanger specifiek heeft ingestemd
                                    met de subsidievoorwaarden.</al></li><li nr="e. "><al>Budgetsubsidie: een subsidie die in beginsel vrij besteed kan
                                    worden voor de in een budgetafspraak aangegeven doelstelling,
                                    onder de daarin opgenomen voorwaarden.</al></li><li nr="f. "><al>Subsidieprogramma: een verzameling van subsidiebeschikkingen,
                                    inbegrepen budgetafspraken, welke voor een daarin bepaald
                                    begrotingsjaar de financiële inspanning van de Provincie
                                    omvatten.</al></li><li nr="g. "><al>Activiteitenplan: een overzicht van door de instelling
                                    voorgenomen activiteiten, voor zover mogelijk uitgedrukt in
                                    meetbare prestaties.</al></li><li nr="h. "><al>De minimisverklaring: de door Gedeputeerde Staten vastgestelde
                                    verklaring inzake de minimis-steun, als bedoeld in de
                                    Verordening (EG) Nr. 1998/2006.</al></li><li nr="i. "><al>Accountant: </al><al/><al>accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2
                                    van het Burgerlijk Wetboek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 2 Reikwijdte van de verordening</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Subsidies kunnen worden verstrekt voor activiteiten op het terrein
                                van openbare orde en veiligheid, economie, onderwijs, toerisme,
                                recreatie, werkgelegenheid, welzijn, zorg, cultuur, verkeer,
                                vervoer, infrastructuur, stedelijke vernieuwing, ruimte,
                                volkshuisvesting, cultuurhistorie, natuur en landschap, milieu,
                                landbouw, water en openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen krachtens hierbij verleende delegatie van
                                verordenende bevoegdheid, dan wel bij beleidsregels de activiteiten
                                waarvoor subsidie kan worden verstrekt, met inbegrip van de
                                criteria, de specifieke grondslagen en voorwaarden bij de verdeling
                                van subsidies, nader preciseren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat deze verordening niet of
                                slechts ten dele van toepassing is op bepaalde subsidieontvangers
                                c.q. het geheel van subsidies op een of meer beleidsterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 3 Algemene eisen</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie, dient de
                                subsidieontvanger rechtspersoonlijkheid te bezitten, waarvan de
                                bewijsstukken eenmalig ten genoegen van Gedeputeerde Staten dienen
                                te worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een subsidieontvanger is verplicht van wijziging in de statuten,
                                waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat deze van belang is
                                of kan zijn bij de beoordeling van een subsidieaanvraag, onverwijld
                                mededeling te doen aan Gedeputeerde Staten onder overlegging van een
                                afschrift van die gewijzigde statuten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, kunnen Gedeputeerde
                                Staten subsidie verlenen ten behoeve van door natuurlijke personen
                                uit te voeren of te organiseren activiteiten. De in deze verordening
                                opgenomen bepalingen vinden dan voor zover mogelijk overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Subsidiëring van activiteiten heeft slechts plaats voor zover deze
                                in voldoende mate in het algemeen provinciaal belang wordt
                                geacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 4 Subsidiecategorieën</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De volgende categorieën worden onderscheiden: </al><lijst><li nr="a. "><al>meerjarige subsidie: een budgetsubsidie die wordt verleend
                                        voor de in een budgetafspraak op te nemen periode die meer
                                        dan één jaar omvat;</al></li><li nr="b. "><al>eenjarige subsidie: een subsidie die wordt verleend voor een
                                        periode van een kalenderjaar;</al></li><li nr="c. "><al>incidentele subsidie: een subsidie die in beginsel eenmalig
                                        wordt verleend ten behoeve van de uitvoering van daarbij
                                        specifiek aangegeven activiteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde subsidiecategorieën kunnen nader
                                worden onderverdeeld in activiteiten-, product-, exploitatie- en
                                projectsubsidies.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie voor een bepaald tijdvak wordt in beginsel
                                als een verzoek voor een eenjarige subsidie ingediend. Gedeputeerde
                                Staten kunnen deze behandelen als een aanvraag om subsidie in de
                                vorm van een meerjarige subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 5 Bevoegdheden</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Provinciale Staten stellen jaarlijks in het kader van de
                                begrotingsbehandeling de budgetten vast die voor subsidiëring
                                beschikbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen met inachtneming van de desbetreffende
                                begrotingsposten, gespecificeerd naar de desbetreffende
                                subsidiecategorieën c.q. te onderscheiden beleidsterreinen,
                                subsidieplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Gedeputeerde Staten zijn krachtens delegatie bevoegd besluiten te
                                nemen betreffende de verlening en vaststelling van de in artikel 4
                                genoemde subsidiecategorieën, voor zover de in de Provinciebegroting
                                voor dat doel opgenomen gelden toereikend zijn, en met inachtneming
                                van door Provinciale Staten ter zake gestelde beperkingen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Gedeputeerde Staten zijn, krachtens delegatie, ten aanzien van de in
                                artikel 4 genoemde subsidiecategorieën bevoegd besluiten te nemen
                                tot intrekking of wijziging van de subsidiebeschikkingen. Onder
                                subsidiebeschikkingen moeten worden begrepen het verlenen van
                                voorschotten, de betaling van voorschotten of subsidiebedragen,
                                betaling van subsidiebedragen in gedeelten, opschorting van de
                                verplichting tot betaling van voorschotten of subsidiebedragen,
                                terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten en
                                subsidiebedragen en alle overige ter zake van subsidiëring te nemen
                                uitvoeringsbeslissingen, waaronder het beslissen op bezwaarschriften
                                tegen subsidiebesluiten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen de bevoegdheden als bedoeld in het derde
                                en vierde lid mandateren aan koepelorganisaties c.q.
                                verdeelinstellingen en aan bestuursorganen werkzaam op het
                                desbetreffende beleidsterrein.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 6 Weigeringsgronden</vet></titel></kop><al>Subsidieverlening dan wel subsidievaststelling zonder dat een
                            subsidieverlening is voorafgegaan kan naast de in artikel 4:25 Awb en
                            4:35 Awb geregelde gevallen in ieder geval ook geweigerd worden
                            indien:</al><lijst><li nr="a. "><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op of niet
                                    aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de Provincie
                                    Noord-Brabant;</al></li><li nr="b. "><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit provinciale
                                    middelen of uit middelen van derden kan beschikken om de kosten
                                    van zijn activiteiten te dekken;</al></li><li nr="c. "><al>subsidieverstrekking niet past binnen de op het betreffende
                                    beleidsterrein gevoerde beleid, dan wel de betreffende
                                    activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben;</al></li><li nr="d. "><al>subsidieverstrekking niet past gelet op organisatorische
                                    verbanden met andere rechtspersonen en van eventuele banden van
                                    financiële aard die blijvend van invloed kunnen zijn op de
                                    hoogte van de kosten van subsidiabele activiteiten of op de
                                    inkomsten daaruit;</al></li><li nr="e. "><al>het voornemen tot subsidieverstrekking met het oog op artikel
                                    87, derde lid, van het EG-Verdrag is aangemeld bij de Europese
                                    Commissie en daarop de goedkeuring hiervoor van de Europese
                                    Commissie niet is verkregen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 7 Prioriteit</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een subsidieplafond dreigt te worden overschreden geven
                                Gedeputeerde Staten, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de
                                artikelen 2 en 6, bij de verdeling van de beschikbare bedragen die
                                aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in vergelijking met
                                andere aanvragen naar verwachting: </al><lijst><li nr="a. "><al>van meer belang is voor het provinciaal beleid, en</al></li><li nr="b. "><al>meer zal bijdragen aan verwezenlijking van het doel van de
                                        subsidie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij beleidsregel kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste
                                lid, de keuze worden gemaakt voor een evenredige verdeling van de
                                beschikbare middelen over de voor toewijzing in aanmerking komende
                                aanvragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 8 Voorwaarden en verplichtingen</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen aan een subsidiebeschikking voorwaarden
                                en verplichtingen verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze kunnen onder meer verplichtingen bevatten met betrekking tot de
                                verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel
                                van de subsidie kunnen aan de beschikking worden verbonden indien en
                                voor zover deze betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen
                                waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat
                                daaruit gedurende zeven jaren na afloop van de gesubsidieerde
                                activiteit de van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede
                                de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 9 Vergoeding bij vermogensvorming</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb is de
                                subsidieontvanger aan de Provincie Noord-Brabant een vergoeding
                                verschuldigd, welke bij afzonderlijke beschikking van Gedeputeerde
                                Staten wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergoeding bedraagt maximaal het aandeel van de Provincie in de
                                vermogensvorming. Het aandeel van de Provincie betreft de verhouding
                                tussen de subsidie van de Provincie waarmee is bijgedragen aan de
                                vermogensvorming ten opzichte van de andere middelen die daaraan
                                hebben bijgedragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de economische waarde van de eigendommen en de andere
                                vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding
                                verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of
                                beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door één of drie door Gedeputeerde Staten in overleg met de
                                subsidieontvanger aan te wijzen onafhankelijke deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen op een daartoe strekkend verzoek
                                besluiten dat geen vergoeding is vereist, indien de activiteiten of
                                werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en
                                voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg
                                gelijke doelstelling en de activa en passiva tegen boekwaarde worden
                                overgenomen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Ingeval sprake is van ontbinding van een rechtspersoon die subsidie
                                heeft ontvangen, dan wel, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten,
                                kennelijke beëindiging van de activiteiten en indien de instelling
                                naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet in staat is de
                                eventueel resterende gelden of (on)roerende zaken in overeenstemming
                                met de doelstelling van de subsidieontvanger aan te wenden, wordt
                                het positieve liquidatiesaldo bij voorrang ter beschikking gesteld
                                van de Provincie Noord-Brabant, indien een eventueel batig saldo van
                                de door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van
                                het Burgerlijk Wetboek opgestelde (liquidatie)rekening toelaat.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen bij nadere regel afwijken van het
                                bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 10 Verplichtingen algemeen</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een afzonderlijke aanvraag tot subsidievaststelling
                                voorgeschreven is, moet deze uiterlijk 3 maanden na afloop van de
                                activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel binnen 3 maanden
                                na afloop van het jaar waarvoor subsidie is verleend, bij
                                Gedeputeerde Staten zijn ingediend. Indien de verantwoording
                                plaatsvindt door middel van een accountantsverklaring bij de
                                jaarrekening geldt hiervoor een termijn van 5 maanden. Gedeputeerde
                                Staten beslissen krachtens delegatie binnen 8 weken op een aanvraag
                                tot vaststelling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat ten minste
                                vergezeld van: </al><lijst><li nr=""><al>a. een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80
                                        Awb;</al></li><li nr="b. "><al>een jaarrekening als bedoeld in 2:361 BW of een financieel
                                        verslag als bedoeld in 4:76 Awb met een
                                        accountantsverklaring in overeenstemming met het voor deze
                                        Provincie vastgestelde accountantsprotocol met bijbehorende
                                        model-verklaring, indien de verleende subsidie € 50.000 of
                                        meer bedraagt, alsmede het rapport van bevindingen of de
                                        managementletter;</al></li><li nr="c. "><al>een financieel verslag als bedoeld in 4:76 Awb, gewaarmerkt
                                        door (het bestuur van) de subsidieontvanger inclusief een
                                        bestuursverklaring indien de verleende subsidie minder
                                        bedraagt dan € 50.000;</al></li><li nr="d. "><al>indien van toepassing, bewijsstukken van publicaties zoals
                                        bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr=""><al>De financiële verantwoordingen als bedoeld onder sub b en c
                                        dienen te worden opgesteld met inachtneming van de
                                        richtlijnen en grondslagen van titel 9 van boek 2 van het
                                        Burgerlijk Wetboek of indien van toepassing het Besluit
                                        Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Indien
                                        de subsidie die is toegekend (mede) wordt gefinancierd uit
                                        middelen die aan de provincie door derden ter beschikking
                                        zijn gesteld kunnen door Gedeputeerde Staten, onverminderd
                                        het bepaalde in artikel 17a van de
                                        Financiële-verhoudingswet, andere en/of aanvullende
                                        verplichtingen worden opgelegd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid is, onverminderd het bepaalde in
                                artikel 24, van overeenkomstige toepassing op subsidies die bij
                                vaststellingsbeschikking zijn verstrekt. De desbetreffende gegevens
                                moeten uiterlijk 3 maanden na afloop van de activiteiten waarvoor
                                subsidie is verstrekt, dan wel binnen 3 maanden na afloop van het
                                jaar waarvoor subsidie is verstrekt, bij Gedeputeerde Staten zijn
                                ingediend. Indien de verantwoording plaatsvindt door middel van een
                                accountantsverklaring bij de jaarrekening geldt een termijn van 5
                                maanden in plaats van 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 11 Verplichtingen ter voorkoming
                                    kruissubsidiëring</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger, die tevens economische activiteiten verricht,
                                die niet met publieke middelen worden gefinancierd, houdt een
                                boekhouding aan waarin vermogens van publieke en private herkomst
                                afzonderlijk verantwoord worden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het vermogen van de subsidieontvanger wordt geacht van publieke
                                herkomst te zijn, behoudens genoegzaam tegenbewijs, ter beoordeling
                                aan Gedeputeerde Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 12 Verplichtingen bij uitvoering activiteiten</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een mede door de Provincie Noord-Brabant gesubsidieerde
                                opdracht op grond van vigerende Europese of nationale bepalingen
                                verleend moet worden in overeenstemming met de Europese
                                aanbestedingsrichtlijnen neemt de subsidieontvanger die richtlijnen
                                in acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidieontvanger, die voor meer dan 50% in zijn exploitatie door
                                middel van een provinciale subsidie voorziet, beschikt over een door
                                het bestuur vastgesteld inkoop- en aanbestedingenbeleid en voorziet
                                de provincie Noord-Brabant van de meest recente versie van dit
                                beleid. In de bestuursverklaring bevestigt het bestuur dat dit
                                beleid is gehanteerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 13 BTW en niet subsidiabele kosten</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Verrekenbare BTW op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 vormt
                                geen kostenpost en compensabele BTW op grond van de Wet op het
                                BTW-compensatiefonds 2003 vormt geen budgettaire last, en zijn
                                derhalve niet subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Verstrekte subsidies zijn inclusief eventuele BTW.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 14 Baten- en lastenstelsel en
                                    begrotingsvoorbehoud</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij de subsidieverstrekking kan, onverminderd het bepaalde in
                                artikel 19, de inzet van provinciale middelen gekoppeld worden aan
                                door de subsidieontvanger te leveren prestaties.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij subsidies, waarbij de prestaties over het boekjaar heen lopen,
                                dient de subsidieontvanger bij de aanvraag aan te geven in welk jaar
                                welk deel van de prestaties geleverd wordt. Gedeputeerde Staten
                                kunnen in dit geval, onverminderd het bepaalde in artikel 24, om een
                                of meerdere rapportages vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidieontvanger stelt Gedeputeerde Staten onverwijld in kennis
                                van stagnatie of wijzigingen in de uitvoering of andere feiten
                                waardoor de uitvoering in gevaar komt, wordt vertraagd of
                                versneld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het doorschuiven van prestaties of activiteiten en de hieraan
                                verbonden middelen naar een volgend jaar mag alleen met instemming
                                van Gedeputeerde Staten plaatshebben. Hiervoor dient uiterlijk 31
                                januari van het volgende jaar een aanvraag met een inhoudelijke en
                                financiële door het bestuur gewaarmerkte rapportage, voorzien van
                                een bestuursverklaring te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting
                                die nog niet door Provinciale Staten is goedgekeurd, gebeurt dit
                                onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door Provinciale
                                Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 15 Nadere regels</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Gedeputeerde Staten kunnen, onverminderd het bepaalde in de
                                    artikelen 2, tweede lid, krachtens delegatie van verordenende
                                    bevoegdheid, dan wel bij beleidsregels, regels vaststellen met
                                    betrekking tot de wijze van indiening en afhandeling van
                                    aanvragen, aan de subsidiebeschikking te verbinden voorwaarden
                                    en verplichtingen en de maximaal te verlenen subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Gedeputeerde Staten kunnen bij de in het eerste lid bedoelde
                                    regels afdeling 4.2.8 van de Awb geheel of gedeeltelijk van
                                    toepassing verklaren op daarbij aangewezen subsidies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 16 Toezichthouders</vet></titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen een of meer toezichthouders aanwijzen die
                            zijn belast met het toezicht op de naleving van aan de ontvanger van de
                            subsidie opgelegde voorwaarden en verplichtingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Meerjarige subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel><vet>Artikel 17 Aanvraag</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Om in aanmerking te komen voor een meerjarige subsidie dient de
                                    aanvrager vóór een door Gedeputeerde Staten te bepalen datum,
                                    voorafgaand aan een budgetperiode als bedoeld in artikel 18, een
                                    aanvraag in.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag en de daarbij te voegen bescheiden worden ingediend
                                    voor één subsidiejaar; ingeval van verstrekking van de subsidie
                                    in de vorm van een meerjarige subsidie kan voor de daarop
                                    volgende subsidiejaren van de lopende budgetperiode worden
                                    volstaan met indiening, telkens eveneens vóór de door
                                    Gedeputeerde Staten bepaalde datum van het voorgaande jaar, van
                                    de desbetreffende (geactualiseerde) bescheiden.</al></li><li nr="3."><al>De op een subsidiejaar betrekking hebbende bescheiden als
                                    bedoeld in het voorgaande lid zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>een begroting als bedoeld in 4:63 Awb;</al></li><li nr="b."><al>een activiteitenplan als bedoeld in 4:62 Awb;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van het bedrag waarvoor subsidie wordt
                                            gevraagd;</al></li><li nr="d."><al>De meest recente jaarrekening zoals bedoeld in 2:361 BW
                                            en artikel 4:76 Awb. Indien dit ontbreekt een verslag
                                            inzake de financiële positie gewaarmerkt door het
                                            bestuur;</al></li><li nr="e."><al>indien van toepassing: een volledig ingevulde en
                                            ondertekende de minimis-verklaring.</al></li><li nr="f."><al>een beheers- en beleidsplan ten aanzien van
                                            bestemmingsreserves en een opgave van de omvang van de
                                            algemene- egalisatiereserve als bedoeld in 4:72
                                            Awb.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Ook van na de indiening van de aanvraag op grond van deze
                                    verordening ingediende andere subsidieaanvragen voor dezelfde
                                    activiteit dan wel ter zake ontvangen subsidies doet de
                                    aanvrager terstond melding bij Gedeputeerde Staten.</al></li><li nr="5."><al>Gedeputeerde Staten kunnen de aanvrager verzoeken aanvullende
                                    informatie te verstrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 18 Budgetperiode</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de verstrekking van meerjarige subsidies gelden vaste
                                    budgetperioden van vier jaren, te beginnen op 1 januari van een
                                    door Gedeputeerde Staten vast te stellen kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Een meerjarige subsidie wordt in beginsel verstrekt per
                                    kalenderjaar, rekening houdend met een met de aanvrager gemaakte
                                    budgetafspraak.</al></li><li nr="3."><al>De subsidie kan eventueel voor 2, 3 of 4 achtereenvolgende jaren
                                    worden verstrekt. In dat geval vermeldt de beschikking tot
                                    subsidieverstrekking welke gegevens de instelling periodiek c.q.
                                    op welke tijdstippen aan Gedeputeerde Staten moet
                                    verstrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 19 Budgetafspraak</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het jaar voorafgaand aan de budgetperiode, wordt de
                                    aanvrager, zonodig na voorafgaand overleg, door Gedeputeerde
                                    Staten een concept-budgetafspraak toegezonden, waarin ten minste
                                    is opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het budget voor het eerste jaar van de
                                            budgetperiode;</al></li><li nr="b."><al>een (zo mogelijk nauwkeurige) omschrijving van de
                                            doelstelling en de activiteiten waarvoor het budget
                                            wordt verleend, eventueel aangevuld met een nauwkeurige
                                            aanduiding van de door de aanvrager te verrichten
                                            prestaties;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop het budget is bepaald;</al></li><li nr="d."><al>overige voorwaarden en verplichtingen waaronder
                                            subsidieverstrekking zal plaatshebben.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager instemt met de concept-budgetafspraak, zendt
                                    hij deze ondertekend terug.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvrager niet instemt met de concept-budgetafspraak,
                                    kan hij vóór een daarbij aangegeven datum en op de daarbij
                                    aangegeven wijze zijn zienswijze kenbaar maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 20 Subsidieprogramma</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten stellen, rekening houdend met de gemaakte
                                budgetafspraken, jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar, de
                                meerjarige subsidies vast, middels opneming van de onderscheidene
                                vaststellingsbeschikkingen in een subsidieprogramma.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten beslissen zo mogelijk gelijktijdig bij de
                                vaststelling van het subsidieprogramma ter zake van de als meerjarig
                                subsidie gekwalificeerde aanvragen, waarover geen budgetafspraak is
                                tot stand gekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 21 Betaalbaarstelling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidie wordt in één of meerdere termijnen beschikbaar
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij die subsidieontvangers waarvan de betaalde subsidie over enige
                                voorgaande periode krachtens onherroepelijke beschikking als bedoeld
                                in artikel 4:57 Awb teruggevorderd wordt, wordt het teruggevorderde
                                bedrag verrekend met de betaalbaar te stellen termijnbedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 22 Indexering</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de budgetafspraak wordt aangegeven of het budget voor de
                                daaropvolgende jaren van de budgetperiode zal worden aangepast c.q.
                                geïndexeerd om nominale kostenstijgingen te kunnen opvangen. De
                                indexpercentages worden jaarlijks door Gedeputeerde Staten
                                vastgelegd als onderdeel van de financieel-technische uitgangspunten
                                voor de eerstvolgende provinciale (meerjaren)begroting. Als ijkpunt
                                dienen de ramingen van het Centraal Planbureau met betrekking tot de
                                prijsmutaties (personeel en materieel) in de
                                overheidsconsumptie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met betrekking tot de subsidiebudgetten wordt een onderscheid
                                gemaakt tussen een vast deel, loondeel en prijsdeel. Het loondeel en
                                prijsdeel zijn onderhevig aan de in het eerste lid bedoelde
                                indexpercentages.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De indexpercentages voor het desbetreffende subsidiejaar (t) liggen
                                vast. Bij de daarop volgende indexering heeft een terugrekenslag
                                plaats voor het verschil tussen de oude en de nieuwe indexcijfers,
                                alvorens het nieuwe budget (t+1) te bepalen. De terugrekenslag heeft
                                betrekking op de twee voorafgaande jaren (t en t-1), zonder dat over
                                die jaren sprake is van een financiële verrekening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 23 Reserves</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het vormen van bestemmingsreserves is toegestaan op voorwaarde dat
                                er een beheers- en beleidsplan aan ten grondslag ligt. Dit beheers-
                                en beleidsplan dient deel uit te maken van de subsidieaanvraag. Dit
                                plan wordt zo mogelijk in samenhang met de budgetafspraken
                                vastgesteld. De maximumhoogte van de reserve is afhankelijk van de
                                aangegeven maximumstand in het beheers- en beleidsplan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het vormen van een algemene- c.q. egalisatiereserve is onder in de
                                toelichting bij deze verordening en eventueel nader door
                                Gedeputeerde Staten bij beleidsregel aangegeven voorwaarden en
                                uitgangspunten toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de aanvrager beschikt over algemene c.q. egalisatiereserve
                                als bedoeld in 4:72 Awb wordt in de aanvraag de omvang daarvan
                                vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In geval van ontoelaatbare toevoegingen van overschotten aan
                                reserves vindt terugvordering danwel verrekening van verstrekte
                                subsidies en/of voorschotten plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 24 Tussen- en eindrapportage</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht gedurende de budgetperiode ten
                                minste de in de budgetafspraak gevraagde gegevens vóór de daarin
                                aangegeven data in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat de subsidieontvangers naast
                                de in het eerste lid bedoelde gegevens aanvullende informatie dienen
                                te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De gegevens, tezamen met de gegevens als bedoeld in artikel 10,
                                derde lid, vormen mede de basis voor het bepalen c.q. (zo nodig in
                                overleg) bijstellen van het budget voor de daaropvolgende meerjarige
                                budgetperiode.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 25 Nieuw beleid</vet></titel></kop><al>De subsidieontvanger mag gedurende de budgetperiode geen afspraken maken
                            of verplichtingen aangaan waarvan bekend is of verwacht kan worden, dat
                            deze na de budgetperiode zullen leiden tot structureel hogere financiële
                            lasten, tenzij daarvoor vooraf toestemming is gegeven door Gedeputeerde
                            Staten.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 26 Budgetafspraak in beginsel bindend</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een lopende budgetafspraak kan, onverminderd het bepaalde in artikel
                                22, in beginsel niet worden opengebroken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger zich gedurende de budgetperiode
                                geplaatst ziet voor de noodzakelijkheid c.q. wenselijkheid van
                                uitbreiding en/of aanpassing van haar activiteitenpakket,
                                personeelsformatie of huisvesting, en de lasten daarvan niet
                                opgevangen kunnen worden binnen het bestaande budget, kan zij een
                                verzoek indienen tot aanpassing daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ten aanzien van een subsidieontvanger zonder beroepskrachten in
                                dienst, is openbreking mogelijk indien er een wijziging van meer dan
                                25% is opgetreden in de gegevens die de hoogte van het budget
                                bepalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 27 Wijziging budgetafspraak op verzoek</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 26, tweede lid, dient voldoende
                                te zijn gemotiveerd en vergezeld te gaan van een gedetailleerde
                                opgave van de verwachte financiële consequenties en een toelichting
                                daarop.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verzoek moet, eventueel tezamen met de bescheiden bedoeld in
                                artikel 17, derde lid, in ieder geval zijn ingediend vóór de door
                                Gedeputeerde Staten bepaalde datum van het jaar, voorafgaande aan
                                het jaar van de beoogde uitbreiding/aanpassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Gedeputeerde Staten nemen, zonodig na overleg met de
                                subsidieontvanger, bij de vaststelling van het subsidieprogramma een
                                besluit over het verzoek. Onverlet het bepaalde in artikel 23 wordt
                                bij de beoordeling van de aanvrage rekening gehouden met eventueel
                                gevormde algemene reserves.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 28 Ambtshalve wijziging en beëindiging van de
                                    budgetafspraak</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten behouden het recht tot tussentijdse wijziging
                                c.q. beëindiging van de budgetafspraak voor het resterende gedeelte
                                van de budgetperiode, ingeval: </al><lijst><li nr="a. "><al>de financiële positie van de Provincie daar aanleiding toe
                                        geeft;</al></li><li nr="b. "><al>uit de tussenliggende rapportages of anderszins blijkt, dat
                                        de subsidieontvanger niet of in onvoldoende mate voldoet aan
                                        de in de budgetafspraak opgenomen voorwaarden;</al></li><li nr="c. "><al>de subsidieontvanger is of wordt opgeheven en/of verkeert in
                                        staat van faillissement c.q. surséance van betaling is
                                        verleend;</al></li><li nr="d. "><al>zich zodanige andere ontwikkelingen voordoen, dat van de
                                        Provincie redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat het
                                        budget ongewijzigd zal blijven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder a en d, is artikel
                                4:51 Awb van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een besluit ingevolge dit artikel wordt niet genomen, dan nadat de
                                subsidieontvanger in de gelegenheid is gesteld op een door
                                Gedeputeerde Staten aangegeven wijze zijn zienswijze kenbaar te
                                maken.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Tussentijdse wijziging c.q. beëindiging van de budgetafspraak is
                                bovendien mogelijk: </al><lijst><li nr="a. "><al>indien door de subsidieontvanger daarom wordt verzocht
                                        ingeval van een calamiteit, waaronder in dit verband wordt
                                        verstaan een situatie, waarin door plotseling opkomende
                                        bijzondere omstandigheden de subsidieontvanger voor zodanige
                                        financiële problemen wordt gesteld, dat het voortbestaan van
                                        de activiteiten en/of de subsidieontvanger in gevaar
                                        komt;</al></li><li nr="b. "><al>op grond van een of meer in de budgetafspraak opgenomen
                                        voorwaarden of verplichtingen;</al></li><li nr="c. "><al>indien Gedeputeerde Staten een verzoek van de
                                        subsidieontvanger conform het gestelde in de artikelen 25 en
                                        26 honoreren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Gedeputeerde Staten zijn, ingeval de tussentijdse wijziging c.q.
                                beëindiging ziet op een tijdvak waarvoor de subsidie reeds is
                                vastgesteld, vooruitlopend op een beslissing conform dit artikel
                                c.q. een daarmede samenhangende formele wijziging van de
                                subsidiebeschikking en onverlet het bepaalde in artikel 4:56 Awb,
                                bevoegd de termijnbetalingen, als bedoeld in artikel 21, eerste lid,
                                aan te passen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III Eenjarige subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel><vet>Artikel 29 Aanvraag</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Om in aanmerking te komen voor een eenjarig subsidie, dient de
                                aanvrager vóór een door Gedeputeerde Staten bepaalde datum van het
                                jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar, een aanvrage in, welke
                                tenminste vergezeld gaat van de volgende op het subsidiejaar
                                betrekking hebbende bescheiden: </al><lijst><li nr="a. "><al>de begroting als bedoeld in 4:63 Awb;</al></li><li nr="b. "><al>het activiteitenplan als bedoeld in 4:62 Awb;</al></li><li nr="c. "><al>een opgave van het bedrag, waarvoor subsidie wordt
                                        gevraagd;</al></li><li nr="d. "><al>De meest recente jaarrekening zoals bedoeld in 2:361 BW en
                                        artikel 4:76 Awb. Indien dit ontbreekt een verslag inzake de
                                        financiële positie gewaarmerkt door het bestuur;</al></li><li nr="e. "><al>indien van toepassing: een volledig ingevulde en
                                        ondertekende de minimis-verklaring;</al></li><li nr=""><al>f. een beheers- en beleidsplan ten aanzien van
                                        bestemmingsreserves en een opgave van de omvang van de
                                        algemene- egalisatiereserve als bedoeld in 4:72 Awb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ook van na de indiening van de aanvraag op grond van deze
                                verordening ingediende andere subsidieaanvragen voor dezelfde
                                activiteit dan wel ter zake ontvangen subsidies doet de aanvrager
                                terstond melding bij Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieontvanger verzoeken
                                aanvullende informatie te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Artikel 23 is, met uitzondering van de derde volzin van het eerste
                                lid, van overeenkomstige toepassing bij eenjarige subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 30 Procedure</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien Gedeputeerde Staten voornemens zijn het subsidieverzoek te
                                honoreren, wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld via de
                                procedure tot vaststelling van het Subsidieprogramma.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het subsidieverzoek vergezeld gaat van een verzoek, zoals
                                bedoeld in artikel 26, tweede lid, om in aanmerking te komen voor
                                een extra subsidie, dient dat verzoek te voldoen aan de in artikel
                                27, eerste lid, genoemde voorwaarden. Het verzoek zal worden
                                afgehandeld volgens de in artikel 27, derde lid, opgenomen
                                procedure.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien Gedeputeerde Staten voornemens zijn het subsidieverzoek niet
                                of slechts gedeeltelijk te honoreren, stellen zij – na zonodig
                                voorafgaand overleg met de aanvrager – de aanvrager daarvan vooraf
                                in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij de mededeling als bedoeld in het derde lid wordt aangegeven op
                                welke wijze en binnen welke termijn de aanvrager daarover zijn
                                zienswijze kenbaar kan maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 31 Subsidieverstrekking</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks vóór aanvang van het
                                subsidiejaar de eenjarige subsidies vast, middels opneming van de
                                onderscheidene vaststellingsbeschikkingen in het subsidieprogramma
                                als bedoeld in artikel 20. Indien een eenjarige subsidie wordt
                                verstrekt in bepaalde daarbij expliciet aangegeven kosten, geschiedt
                                opneming in het programma middels een verleningsbeschikking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten beslissen zo mogelijk gelijktijdig bij de
                                vaststelling van het subsidieprogramma ter zake van de aanvragen
                                waarover geen overeenstemming met de aanvrager is bereikt c.q. de
                                aanvragen die worden afgewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 32 Betaalbaarstelling</vet></titel></kop><al>Artikel 21 is van overeenkomstige toepassing op de betaalbaarstelling
                            van vastgestelde eenjarige subsidies.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Incidentele subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel><vet>Artikel 33 Aanvraag</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvrager die in aanmerking wil komen voor een incidentele
                                subsidie ten behoeve van een eenmalige activiteit, dient daartoe een
                                aanvraag in bij Gedeputeerde Staten. De aanvraag dient vergezeld te
                                gaan van een gespecificeerde begroting en een beschrijving van de
                                geplande activiteit en, indien van toepassing, een volledig
                                ingevulde en ondertekende de minimis-verklaring . Gedeputeerde
                                Staten kunnen de instelling verzoeken aanvullende informatie te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ook van na de indiening van de aanvraag op grond van deze
                                verordening ingediende andere subsidieaanvragen voor dezelfde
                                activiteit dan wel ter zake ontvangen subsidies doet de aanvrager
                                terstond melding bij Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Incidentele subsidies kunnen worden verstrekt: </al><lijst><li nr="a. "><al>op basis van een door Gedeputeerde Staten vast te stellen
                                        verdeelprogramma, of</al></li><li nr="b. "><al>door middel van behandeling van subsidie-aanvragen op
                                        volgorde van binnenkomst.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 34 Behandeling door middel van verdeelprogramma</vet></titel></kop><al>Indien Gedeputeerde Staten besluiten tot het opstellen van een
                            verdeelprogramma, zoals bedoeld in artikel 33, derde lid, onder a,
                            kunnen zij, onverminderd het bepaalde in artikel 15, regels vaststellen
                            met betrekking tot de wijze van indiening en afhandeling van
                            subsidie-aanvragen, de termijnen voor indiening van subsidie-aanvragen
                            en de termijnen voor vaststelling van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 35 Behandeling op volgorde van binnenkomst</vet></titel></kop><al>Indien Gedeputeerde Staten besluiten tot het behandelen van
                            subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst, zoals bedoeld in artikel
                            33, derde lid, onder b, wordt de aanvraag voor een incidentele subsidie
                            voor de aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd
                            ingediend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel><vet>Artikel 36 Toepasselijkheid afdeling 4.2.8. Awb</vet></titel></kop><al>Het bepaalde in afdeling 4.2.8. van de Awb is op deze verordening van
                            toepassing ten aanzien van per boekjaar verstrekte subsidies aan
                            rechtspersonen, voor zover daar in deze verordening niet van wordt
                            afgeweken.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 37 Ontheffing</vet></titel></kop><al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd in individuele gevallen van een of meer
                            bepalingen van deze verordening voor een daarbij bepaalde duur
                            ontheffing te verlenen.</al></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 38 Inwerkingtreding</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op een door Gedeputeerde Staten
                                te bepalen en in het Provinciaal Blad bekend te maken tijdstip.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeputeerde Staten kunnen, onverminderd het bepaalde in artikel 2,
                                derde lid, bepalen, dat deze verordening voor subsidies in een of
                                meer productgroepen op een ander tijdstip in werking treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 39 Overgangsbepaling</vet></titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die voor de
                                datum van inwerkingtreding zijn verleend of vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend en waarop bij inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet is beslist worden geacht op basis van deze
                                verordening te zijn ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel><vet>Artikel 40 Citeertitel</vet></titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene subsidieverordening
                            Provincie Noord-Brabant”. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 30 september 2005</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen</ondertekening><ondertekening>de griffier mw. drs. E.M.W.J. Wöltgens</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>Soort: Producten Activiteiten Exploitatie Subsidie</al><al>Eisen subsidieaanvraag: Gegevens subsidieaanvrager</al><al>Eisen tussen- en - Statuten, reglement en bewijsstukken rechtspersoonlijkheid
                    van de instelling.Deze dienen eenmalig verstrekt te worden (art. 3 ASV). </al><al> Gegevens m.b.t. de aanvraag</al><al> eindverantwoording: </al><al> - Een opgave en onderbouwing van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd
                    - Begroting naar kostensoorten inclusief toelichting - Begroting gesplitst naar
                    producten / activiteiten (kostenverdeelstaat) inclusief toelichting en
                    toelichting op de wijze van toerekening<sup>1</sup> - De begroting dient als
                    volgt gesplitst te worden: begroting van het jaar waarop de subsidie aanvraag
                    betrekking heeft jaar T, een begroting van jaar T-1 en de cijfers van de
                    jaarrekening T-2. - Activiteitenplan (4:62 Awb) - Beheers- en beleidsplan voor
                    de instelling voor bestemmingsreserves (<vet>met uitzondering van
                        productsubsidiëring bij subsidieontvangers die opereren in een competitieve
                        omgeving</vet>): beschrijving en onderbouwing van doel, omvang, dotaties en
                    onttrekkingen - Melding van de omvang van de algemene- c.q. egalisatiereserve
                    als bedoeld in 4:72 Awb per 31/12 van het voorgaande jaar. - Jaarverslag van het
                    voorgaande jaar zoals bedoeld in 2:361 BW en 4.76 Awb. Indien dit ontbreekt een
                    verslag inzake de financiële positie gewaarmerkt door het bestuur - Indien van
                    toepassing een volledig ingevulde en ondertekende de minimusverklaring - Melding
                    van aanvragen van subsidies bij andere bestuursorganen voor dezelfde
                    activiteiten / producten / prestaties <vet>Bij meerjarige subsidie kan voor de
                        daarop volgende subsidiejaren van de lopende budgetperiode worden volstaan
                        met indiening van geactualiseerde gegevens</vet></al><al> - Een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80 Awb Een jaarrekening
                    (2:361 BW) of een financieel verslag, als bedoeld in 4:76 Awb voorzien van een
                    bestuurs-verklaring met een accountants-verklaring in overeenstemming met het
                    voor deze Provincievastgestelde accountantsprotocol met bijbehorende
                    modelverklaring, indien de verleende subsidie € 50.000 of meer bedraagt. Geen
                    bestuursverklaring is nodigbij indiening van een jaarrekening door een
                    organisatie die valt onder het BAPG. - Een financieel verslag, als bedoeld in
                    4:76 Awb, gewaarmerkt door (het bestuur van) de subsidieontvanger indien de
                    verleende subsidie minder bedraagt dan € 50.000 voorzien van een
                    bestuursverklaring. - Jaarverslag / financieel verslag gesplitst naar rekening
                    jaar T, T-1 en begroting jaar T. De verantwoording dient tevens een
                    kostenverdeelstaat te bevatten inclusief toelichting en toelichting op de wijze
                    van toe-rekening<sup>2</sup>. - Bewijsstukken van publicaties zoals bedoeld in
                    het vijfde lid van artikel 10. </al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2a bij Algemene subsidieverordening Provincie
                        Noord-Brabant</titel></kop><divisie><kop><titel>Basis accountantscontroleprotocol voor subsidieverlening Provincie
                            Noord-Brabant </titel></kop><al><vet> §1. Algemeen</vet> Op grond van artikel 10 van de Algemene
                        subsidieverordening Provincie Noord-Brabant (paragraaf verplichtingen
                        algemeen) een financiële verantwoording met betrekking tot een subsidie van
                        € 50.000 of meer vergezeld te gaan met een accountantsverklaring. Dit geldt
                        zowel voor subsidies die bij vaststellings- als bij verleningsbeschikking
                        zijn verstrekt. Deze accountantsverklaring wordt afgegeven om de Provincie
                        Noord-Brabant, in staat te stellen de getrouwheid en rechtmatigheid van de
                        besteding van de door de Provincie verstrekte subsidiegelden te beoordelen.
                        In dit protocol wordt uitgegaan van de volgende
                            definities:<vet>Subsidieontvanger:</vet>Een natuurlijke- of
                        rechtspersoon aan wie Gedeputeerde Staten een bijdrage heeft
                            toegekend.<vet>Accountant:</vet>Een accountant, zoals bedoeld in artikel
                        393, lid 1 Boek 2 Burgerlijk Wetboek, aan wie de subsidiegever de opdracht
                        heeft toegekend het financieel verslag te controleren.</al><al><vet>§2. Doel</vet>Het doel van een controleprotocol is het voorkomen van
                        discrepanties tussen enerzijds de verwachtingen van de Provincie
                        Noord-Brabant inzake de reikwijdte en intensiteit van de door de accountant
                        uit te voeren controles en anderzijds de door de accountant te geven
                        invulling aan de controles. Tevens worden in het controleprotocol
                        aanwijzingen gegeven en aandachtspunten opgenomen voor de accountant van de
                        organisatie die het publiek geld aanwendt.</al><al><vet>§3. Van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige door de
                            Provincie Noord-Brabant gestelde voorwaarden</vet></al><lijst><li nr=""><al>Algemene wet bestuursrecht (Awb)</al></li><li nr=""><al>Algemene Subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</al></li><li nr=""><al>De provinciale richtlijn voor aanbestedingsbeleid</al></li><li nr=""><al>Beleidsregel…………..</al></li><li nr=""><al>De beschikking van de Provincie Noord-Brabant waarin de subsidie
                                wordt toegezegd</al></li><li nr=""><al>(…………………….)</al></li><li nr=""><al>(…………………….)</al></li></lijst><al>Object van de controle is de financiële verantwoording met betrekking tot de
                        verleende subsidie conform bovengenoemde beschikking. (Optioneel): bij
                        complexere subsidieregelingen kan weergegeven worden wat de
                        verantwoordelijkheden van de betrokken partijen zijn, hoe de
                        verantwoordingsstructuur is vormgegeven en hoe de controle- en
                        toezichtstructuur is vormgegeven.</al><al><vet>§4. Onderzoeksaanpak, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid</vet></al><al>4.1 Diepgang De accountant bepaalt zelf de aanpak van zijn controle. Hij
                        dient deze controle echter zodanig in te richten dat hij ten aanzien van de
                        betrouwbaarheid een uitspraak kan doen met een ‘overall insurance’ van
                        minimaal 95% en de volgende goedkeuringstoleranties (materialiteit): 1% voor
                        financiële fouten en 3% voor onzekerheden. Deze percentages worden afgezet
                        tegen het berekende subsidiebedrag.</al><al>Accountantsverklaring bij een specifieke financiële verantwoording De
                        accountant bepaalt zelf de aanpak van zijn controle. Hij dient deze controle
                        echter zodanig in te richten dat hij ten aanzien van de betrouwbaarheid een
                        uitspraak kan doen met een ‘overall insurance’ van minimaal 95% en de
                        volgende goedkeuringstoleranties (materialiteit): 1% voor financiële fouten
                        en 3% voor onzekerheden. Deze percentages worden afgezet tegen het berekende
                        subsidiebedrag. </al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><colspec colname="col5"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry nameend="col5" namest="col2"><al>Accountantsverklaring bij een specifieke financiële
                                            verantwoording:</al></entry></row><row><entry><al>Goedkeuringstolerantie</al></entry><entry><al>Goedkeurend</al></entry><entry><al>Beperking</al></entry><entry><al>Oordeelonthouding</al></entry><entry><al>Afkeurend</al></entry></row><row><entry><al>Fouten in het financiële verslag (% lasten)</al></entry><entry><al>≤ 1%</al></entry><entry><al>&gt;1% </al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>≥ 3%</al></entry></row><row><entry><al>Onzekerheden in de controle (% lasten)</al></entry><entry><al>≤ 3%</al></entry><entry><al>&gt;3% </al></entry><entry><al>≥ 10%</al></entry><entry><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>( Conform Besluit Accountantscontrole Provincies en Gemeenten)</al><al>Accountantsverklaring bij een jaarrekening Wanneer wij een
                        accountantsverklaring vragen bij een jaarrekening hanteren wij de volgende
                        betrouwbaarheidseisen:</al><al>Voor organisaties die vallen onder het BAPG: De accountant bepaalt zelf de
                        aanpak van zijn controle. Hij dient deze controle echter zodanig in te
                        richten dat hij ten aanzien van de betrouwbaarheid een uitspraak kan doen
                        met een ‘overall insurance’ van minimaal 95% en de volgende
                        goedkeuringstoleranties (materialiteit): 1% voor financiële fouten en 3%
                        voor onzekerheden. Voor deze organisaties geldt dat wij het rapport van
                        bevindingen willen ontvangen. </al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><colspec colname="col5"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry nameend="col5" namest="col2"><al>Accountantsverklaring bij een specifieke financiële
                                            verantwoording:</al></entry></row><row><entry><al>Goedkeuringstolerantie</al></entry><entry><al>Goedkeurend</al></entry><entry><al>Beperking</al></entry><entry><al>Oordeelonthouding</al></entry><entry><al>Afkeurend</al></entry></row><row><entry><al>Fouten in het financiële verslag (% lasten)</al></entry><entry><al>≤ 1%</al></entry><entry><al>&gt;1% </al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>≥ 3%</al></entry></row><row><entry><al>Onzekerheden in de controle (% lasten)</al></entry><entry><al>≤ 3%</al></entry><entry><al>&gt;3% </al></entry><entry><al>≥ 10%</al></entry><entry><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor overige organisaties: De accountant bepaalt zelf de aanpak van zijn
                        controle. Hij dient de controle zodanig in te richten dat hij ten aanzien
                        van de betrouwbaarheid een uitspraak kan doen met een ‘overall insurance’
                        die gebruikelijk is voor de omgeving waarin de subsidieontvanger opereert.
                        De accountants dient een rapportagetolerantie te hanteren van 5% van
                        toegekende subsidie. Voor deze organisaties geldt dat wij de
                        managementletter willen ontvangen. 4.2 Reikwijdte Het belangrijkste element
                        van de accountantscontrole is de vaststelling dat de subsidies getrouw (en
                        rechtmatig) zijn besteed. Rechtmatigheid wil zeggen: de gelden zijn besteed
                        in overeenstemming met de bovengenoemde regelgeving en de door de Provincie
                        Noord-Brabant gestelde voorwaarden. Een ander belangrijk element van
                        controle is de vaststelling dat de financiële verantwoording juist en
                        volledig is en voldoet aan de voorgeschreven vorm en detaillering, zoals
                        onder paragraaf 4.1 verwoord. De accountant dient deze elementen expliciet
                        in zijn verklaring op te nemen. Voor die organisaties die niet vallen onder
                        het BAPG en waarbij wij een accountantsverklaring bij de jaarrekening
                        ontvangen geldt dat niet om een rechtmatigheidsoordeel wordt gevraagd. Voor
                        deze organisaties geldt dat wij een bestuursverklaring verlangen waarin het
                        bestuur aangeeft rechtmatig te hebben gehandeld. Hierbij dient het bestuur
                        een expliciete verwijzing op te nemen naar de door de provincie gestelde
                        subsidievoorwaarden. Hiertoe is een format opgesteld (bijlage 3b van de
                        ASV).</al><al>4.3 Specifieke controlepunten De controlepunten die de Provincie
                        Noord-Brabant specifiek van belang acht voor het vaststellen van de
                        getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoorde kosten en de verantwoorde
                        opbrengsten, betreffen de vaststelling dat:</al><lijst><li nr="a. "><al>de geldende wet- en regelgeving en overige door de Provincie
                                Noord-Brabant gestelde voorwaarden nageleefd zijn.</al></li><li nr="b. "><al>de financiële verantwoording in overeenstemming is met de
                                administratie van de budgethouder;</al></li><li nr="c. "><al>de in de verantwoording opgenomen gegevens juist en volledig zijn,
                                en de subsidiabele kosten en de gerealiseerde opbrengsten op een
                                duidelijke wijze af te lezen zijn.</al></li><li nr="d. "><al>de kosten die zijn opgenomen bij de verantwoording feitelijk
                                betrekking hebben op- en juist zijn toegerekend aan de producten,
                                activiteiten of het project waarvoor de subsidie is verleend.</al></li><li nr="e. "><al>de subsidiebronnen die ten behoeve van de betreffende producten,
                                activiteiten en projecten zijn verleend alsmede de opbrengsten die
                                hieruit voortvloeien juist en volledig zijn aangegeven en in
                                mindering zijn gebracht op het gedeclareerde subsidiebedrag. Dit ter
                                voorkoming van ‘stapeling’ d.w.z. subsidiëring door meerdere
                                subsidiënten tegelijk, een belangrijk risico in het kader van
                                Misbruik &amp; Oneigenlijk gebruik (M&amp;O).</al></li><li nr="f. "><al>het financiële verslag ingericht en gespecificeerd is in
                                overeenstemming met de goedgekeurde begroting inclusief
                                kostenverdeelstaat. De kostenverdeelstaat vormt een onderdeel van
                                het financiële verslag en valt onder de reikwijdte van de
                                accountantsverklaring. De accountant stelt vast dat de financiële
                                consequenties van afwijkingen van de oorspronkelijke overeengekomen
                                prestaties, juist, volledig (een toereikende toelichting) en
                                duidelijk worden weergegeven.</al></li><li nr="g. "><al>BTW op grond van de Wet Omzetbelasting 1968 en of compensabele BTW
                                op grond van de wet Compensatiefonds 2003 niet als kostenpost is
                                opgevoerd;</al></li><li nr="h. "><al>de subsidieontvanger de bepalingen van de Europese en nationale
                                aanbestedingsrichtlijnen in acht heeft genomen bij de verlening van
                                opdrachten voor leveringen, diensten of werken in het kader van de
                                uitvoering van activiteiten;</al></li><li nr="i. "><al>………..(Optioneel) afhankelijk van de subsidieregeling kunnen bepaalde
                                aspecten bijzondere aandacht van de accountant eisen. Dit kan
                                betekenen het toevoegen of verwijderen van bepaalde controlepunten
                                noodzakelijk is.</al></li><li nr=""><al>(Optioneel):</al></li></lijst><al>4.4 De accountantsverklaring Voor de accountantsverklaring dient het model
                        accountantsverklaring, bijlage 2b/ bijlage 2c gehanteerd te worden. Indien
                        de accountantsverklaring geen onverkort goedkeurende strekking heeft, dient
                        de aard en het gewicht van de tekortkomingen expliciet in de verklaring tot
                        uitdrukking te worden gebracht. De accountant richt zijn verklaring in met
                        inachtneming van de door het Koninklijk Nationaal Instituut voor
                        Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor
                        registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse orde van
                        Accountants-Administratie Consulenten vastgestelde beroeps- en gedragsregels
                        voor administratieconsulenten. Daarnaast dient de accountant het van
                        toepassing zijnde controleprotocol te vermelden.</al><al>§5. Procedure De door Gedeputeerde Staten aangewezen accountant heeft, in
                        het kader van haar algemene opdracht tot controle van de jaarrekening, de
                        bevoegdheid tot review op de verrichte werkzaamheden van de controlerend
                        accountant van de subsidieontvanger. De subsidieontvanger draagt er zorg
                        voor dat zijn accountant hiermee instemt (artikel 10 lid 8 ASV).</al><al>(Optioneel) In deze paragraaf kunnen overige procedures worden
                        geschetst:</al><lijst><li nr="- "><al>Aan wie vragen gesteld kunnen worden met betrekking tot de
                                interpretatie van het protocol.</al></li><li nr="- "><al>…………</al><al/><al/></li></lijst></divisie></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2b bij Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant
                    </titel></kop><al>Model van een accountantsverklaring bij het financiële verslag inzake de
                    subsidie ….</al><al>Aan: Opdrachtgever</al><al>ACCOUNTANTSVERKLARING (Afgegeven ten behoeve van de Provincie
                    Noord-Brabant)</al><al>Opdracht Op grond van artikel 10 van de Algemene subsidieverordening Provincie
                    Noord-Brabant en ……..(artikel van de verordening of beleidsregel op basis
                    waarvan de subsidie is verleend) hebben wij de bijgevoegde door ons gewaarmerkte
                    financiële verantwoording met de bijlagen van …….(naam aanvrager) te …..
                    (statutaire vestigingsplaats) inzake……..(naam, plaats, inhoud en / of
                    doelstelling project) onderzocht. De subsidie is met briefnummer ….d.d…….
                    toegekend door de Provincie Noord-Brabant. De verantwoording en de bijbehorende
                    bijlagen zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de huishouding
                    opgesteld. Het is onze verantwoordelijkheid een verklaring inzake deze aanvraag
                    met de bijbehorende bijlagen te verstrekken.</al><al>Werkzaamheden Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met
                    Nederlands recht en met inachtneming van het door de Provincie Noord-Brabant
                    voorgeschreven controleprotocol. Volgens deze richtlijnen dient de controle
                    zodanig te worden ingepland en uitgevoerd, dat een redelijke zekerheid wordt
                    verkregen dat de financiële verantwoording van de subsidie geen onjuistheden van
                    materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel
                    van deelwaarnemingen van relevante gegevens. Wij zijn van mening dat de door ons
                    verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons
                    oordeel.</al><al>Oordeel Wij zijn van oordeel dat de financiële verantwoording van de subsidie
                    inclusief bijbehorende gewaarmerkte bijlagen (namen van de bijlagen vermelden)
                    voldoet aan de in het controleprotocol gestelde eisen. Dit impliceert tevens
                    dat:</al><lijst><li nr="- "><al>De in de financiële verantwoording opgenomen informatie juist en
                            volledig is;</al></li><li nr="- "><al>Het voor subsidie in aanmerking komende bedrag van de kosten juist is
                            bepaald;</al></li><li nr="- "><al>De subsidiegelden rechtmatig en getrouw zijn besteed d.w.z. in
                            overeenstemming met de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en
                            voorwaarden;</al></li><li nr="- "><al>De subsidies en overige bijdragen die zijn verkregen voor de
                            activiteiten, de producten of het project juist en volledig zijn
                            verantwoord.</al></li></lijst><al>(Optioneel): Zonder afbreuk te doen aan ons oordeel, brengen wij het volgende
                    onder uw aandacht:</al><lijst><li nr="- "><al>Een nadere uitgebreide toelichting op een niet goedkeurende
                            accountantsverklaring;</al></li><li nr="- "><al>De belangrijke (groepen van)fouten, die hebben geleid tot een niet
                            goedkeurende accountantsverklaring.</al></li><li nr="- "><al>………</al></li></lijst><al>(Plaats en datum) (Naam accountantskantoor) (Naam accountant)
                    (Ondertekening)</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2c bij Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant
                    </titel></kop><al>Model van een accountantsverklaring bij de jaarrekening van ………(naam entiteit)
                    c.q. financiële verantwoording van de subsidie ….</al><al>Aan: Opdrachtgever</al><al>ACCOUNTANTSVERKLARING (Afgegeven ten behoeve van de Provincie
                    Noord-Brabant)</al><al>Verklaring betreffende de jaarrekening</al><al>Wij hebben de (in dit rapport/verslag opgenomen) jaarrekening XXXX van … (naam
                    entiteit) te … (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de balans per … XXXX
                    en de winst-en-verliesrekening over XXXX met de toelichting gecontroleerd.</al><al>Verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van de entiteit is
                    verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het
                    resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het
                    jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. Deze
                    verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand
                    houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en
                    getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze
                    geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het
                    kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving
                    en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk
                    zijn.</al><al>Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven
                    van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze
                    controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht en met inachtneming
                    van het door de Provincie Noord-Brabant voorgeschreven controleprotocol.
                    Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende
                    gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te
                    voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening
                    geen afwijkingen van materieel belang bevat.</al><al>Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van
                    controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De
                    keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele
                    oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de
                    risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
                    In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en
                    getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat relevante interne
                    beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de
                    controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die
                    niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne
                    beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een
                    evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële
                    verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de
                    entiteit heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de
                    jaarrekening.</al><al>Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en
                    geschikt is als basis voor ons oordeel. Oordeel Naar ons oordeel geeft de
                    jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het
                    vermogen van … (naam entiteit) per … XXXX en van het resultaat over XXXX in
                    overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.</al><al>Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW
                    melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen,
                    verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.</al><al>(Optioneel): Zonder afbreuk te doen aan ons oordeel, brengen wij het volgende
                    onder uw aandacht:</al><lijst><li nr="- "><al>Een nadere uitgebreide toelichting op een niet goedkeurende
                            accountantsverklaring;</al></li><li nr="- "><al>De belangrijke (groepen van)fouten, die hebben geleid tot een niet
                            goedkeurende accountantsverklaring.</al></li><li nr="- "><al>………</al></li></lijst><al>(Plaats en datum) (Naam accountantskantoor) (Naam accountant)
                    (Ondertekening)</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2d Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant </titel></kop><al>Model van een accountantsverklaring bij de jaarrekening van ………(naam entiteit)
                    c.q. financiële verantwoording van de subsidie …. (vallend onder het BAPG)</al><al>Aan: Opdrachtgever</al><al>ACCOUNTANTSVERKLARING</al><al>Wij hebben de in dit verslag opgenomen jaarrekening XXXX van … (naam entiteit),
                    bestaande uit de balans per 31 december XXXX en de programmarekening over XXXX
                    met de toelichting, gecontroleerd.</al><al>Verantwoordelijkheid van het College van Burgemeesters en Wethouders Het College
                    van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente…..is verantwoordelijk voor het
                    opmaken van de jaarrekening , alsmede voor het opstellen van het jaarverslag,
                    beide in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies
                    en gemeenten. Deze verantwoordelijkheid houdt onder meer in dat de jaarrekening
                    zowel de baten en lasten als de activa en passiva getrouw dient weer te geven en
                    dat de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties
                    rechtmatig tot stand zijn gekomen. Rechtmatige totstandkoming betekent in
                    overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke
                    regelingen waaronder gemeentelijke verordeningen. Deze verantwoordelijkheid
                    omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern
                    beheersingssyteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de
                    jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa en passiva, zodanig dat
                    deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat
                    en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en
                    toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het
                    maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.</al><al>Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven
                    van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in
                    artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet. Wij hebben onze controle verricht in
                    overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het Besluit accountantscontrole
                    provincies en gemeenten. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de
                    voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te
                    plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen
                    dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.</al><al>Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van
                    controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De
                    keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele
                    oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de
                    risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
                    In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en
                    getrouw weergeven in de jaarrekening van zowel de baten en lasten als de activa
                    en passiva, alsmede het voor de naleving van de wet- en regelgeving relevante
                    interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van
                    de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn, maar
                    die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het
                    interne beheersingssysteem van de gemeente. Tevens omvat een controle onder meer
                    een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor
                    financiële verslaggeving, van de redelijkheid van schattingen die het College
                    van Burgemeester en Wethouders van de gemeente heeft gemaakt, en een evaluatie
                    van het algehele beeld van de jaarrekening. De bij onze controle toegepaste
                    goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de
                    totale lasten. Deze goedkeuringstolerantie is door de Gemeenteraad
                    vastgesteld.</al><al>Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en
                    geschikt is als basis voor ons oordeel.</al><al>Oordeel Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van …….. een getrouw beeld van de
                    grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over XXXX als van de
                    activa en passiva per 31 december XXXX in overeenstemming met het Besluit
                    begroting en verantwoording provincies en gemeenten.</al><al>Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en
                    lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen in
                    overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnd wettelijke
                    regelingen waaronder gemeentelijke verordeningen.</al><al>Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van
                    regelgevende instanties Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge
                    artikel 213 lid 3 onder d Gemeentewet melden wij dat het jaarverslag, voor zover
                    wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.</al><al>(Plaats en datum) (Naam accountantskantoor) (Naam accountant)
                    (Ondertekening)</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 3 a Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</titel></kop><divisie><kop><titel>Bestuursverklaring bij financiële verantwoordingen en het
                            doorschuiven van prestaties op grond van artikel 14 van de ASV</titel></kop><al>(Briefhoofd van de entiteit)</al><al>(Aan de provincie Noord-Brabant)</al><al>(Datum…)</al><al>Geacht College,</al><al>Op uw verzoek verstrekken wij u deze bestuursverklaring bij de financiële
                        verantwoording over de periode …….tot en met …………met betrekking tot de
                        provinciale subsidie betreffende ………………… toegekend met kenmerk…… d.d……….
                        .</al><al>Wij erkennen onze verantwoordelijkheid voor de getrouwheid van de financiële
                        verantwoording van deze subsidie in overeenstemming met wettelijke
                        regelingen en de subsidieverplichtingen zoals opgenomen in de
                        subsidiebeschikking met kenmerk…… Wij hebben de financiële verantwoording
                        conform deze vereisten opgemaakt.</al><al>Naar onze mening zijn de vermelde baten en lasten rechtmatig. Dat wil zeggen
                        in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde
                        wettelijke regelingen en de subsidieverplichtingen zoals opgenomen in de
                        subsidiebeschikking met kenmerk….</al><al>Indien van toepassing: Wij verklaren dat wij ons eigen inkoop- en
                        aanbestedingenbeleid zoals kenbaar gemaakt aan de provincie met brief met
                        kenmerk…..d.d. (of het provinciale inkoop- en aanbestedingenbeleid)
                        gedurende het gehele jaar hebben gevolgd.</al><al>(Handtekening bestuur)</al></divisie></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 3 b Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant</titel></kop><al>Bestuursverklaring bij verantwoordingen door middel van een jaarrekening</al><al>(Briefhoofd van de entiteit)</al><al>(Aan de provincie Noord-Brabant)</al><al>(Datum…)</al><al>Geacht College,</al><al>Op uw verzoek verstrekken wij u deze bestuursverklaring bij de jaarrekening van
                    ... … over het boekjaar eindigende op 31 december …… waarin de provinciale
                    subsidie betreffende ………………… toegekend met kenmerk…… d.d………. is opgenomen.</al><al>Wij erkennen onze verantwoordelijkheid voor de getrouwheid van de jaarrekening
                    waarin de provinciale subsidie is opgenomen. Wij verklaren dat de financiële
                    gegevens van deze subsidie in overeenstemming met de subsidieverplichtingen
                    zoals opgenomen in de subsidiebeschikking met kenmerk…… zijn opgenomen. Tevens
                    hebben wij de jaarrekening conform de geldende vereisten opgemaakt.</al><al>Naar onze mening zijn de baten, lasten en balansmutaties met betrekking tot
                    bovengenoemde provinciale subsidie rechtmatig. Dat wil zeggen in overeenstemming
                    met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen en de
                    subsidieverplichtingen zoals opgenomen in de subsidiebeschikking met
                    kenmerk….</al><al>Indien van toepassing: Wij verklaren dat wij ons eigen inkoop- en
                    aanbestedingenbeleid zoals kenbaar gemaakt aan de provincie met brief met
                    kenmerk…..d.d. (of het provinciale inkoop- en aanbestedingenbeleid) gedurende
                    het gehele jaar hebben gevolgd.</al><al>(Handtekening bestuur) </al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Algemeen.</titel></kop><tussenkop><vet>Wettelijke basis</vet></tussenkop><al>In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wettelijke regeling opgenomen voor
                    het verstrekken van subsidies door bestuursorganen (hoofdstuk 4, titel 4.2
                    “subsidies”). Een belangrijk uitgangspunt van die regeling is, dat
                    subsidieverstrekking slechts mogelijk is als daaraan een wettelijk voorschrift
                    ten grondslag ligt waarin wordt bepaald welke activiteiten subsidiabel zijn. Met
                    andere woorden: in een provinciale verordening moet worden aangegeven welke
                    activiteiten voor subsidie in aanmerking komen. Voor deze Provincie zal dat de
                    “Algemene subsidieverordening” zijn. De Awb en deze verordening bieden samen
                    derhalve de basis voor subsidieverstrekking. In aanvulling daarop zullen nog
                    nadere regels door Gedeputeerde Staten worden vastgesteld.</al><tussenkop><vet>Deregulering</vet></tussenkop><al>De verordening geeft één in principe alles omvattende algemene subsidieregeling.
                    Deze komt in de plaats van de 20 geldende verordeningen. De Algemene
                    subsidieverordening krijgt, als vermeld, een doorvertaling naar door
                    Gedeputeerde Staten vast te stellen nadere regels. In deze gaan de bestaande
                    beleidsregels op de schop: waar het kan verdwijnen deze, dan wel heeft bundeling
                    plaats. Naar voorlopige schatting betekent dit een terugloop van bijna 60 naar
                    25 à 30 beleidsregels. Ter bereik van een eenduidige systematiek en vormgeving
                    is een format opgesteld. Op terreinen waar op basis van Rijkswetgeving een
                    specifieke verordening is voorgeschreven (zoals jeugdzorg en stedelijke
                    vernieuwing) wordt een praktische werkwijze bereikt door in de Algemene
                    subsidieverordening delegatie van verordende bevoegdheid aan Gedeputeerde Staten
                    te voorzien. De geldende specifieke verordeningen blijven in afwachting hiervan
                    en totdat ze vervolgens zijn ingetrokken van kracht.</al><al>De verordening is afgestemd op zelfwerkzaamheid/-redzaamheid van de instellingen
                    en op de eigen verantwoordelijkheid voor hun activiteiten en financiële
                    huishouding; de Provincie stelt zich terughoudend op.</al><al>Er is gestreefd naar een eenvoudig, helder en begrijpelijk systeem voor
                    subsidieverstrekking, dat praktisch hanteerbaar is voor Provincie en
                    aanvragers/subsidieontvangers. Het subsidiesysteem is verder niet tijdrovend
                    voor Provincie en betrokkenen; de omvang van de administratieve handelingen is
                    beperkt. Tenslotte staat zekerheid voor alle betrokkenen voorop, met waar nodig
                    ruimte voor aanpassing en voor nieuwe ideeën en initiatieven.</al><al>Uitgangspunt is dat een subsidieaanvraag in principe leidt tot een meerjarige
                    subsidie-/budgetafspraak, die zich formeel min of meer automatisch doorvertaalt
                    in de jaarlijks te nemen subsidiebeschikkingen. Dit zijn
                    vaststellingsbeschikkingen, dit wil zeggen dat de subsidies in principe niet
                    worden afgerekend. De Provincie houdt zicht op de realisering van de afgesproken
                    prestaties via de regeling van tussen- en eindrapportage in de artikelen 10 en
                    24. Bijstelling voor een volgende budgetperiode kan plaatshebben, terwijl de Awb
                    zélf, onder bepaalde omstandigheden, voorziet in intrekking of wijziging van de
                    subsidiebeschikking ten nadele van de ontvanger. De verordening biedt alle
                    ingrediënten voor budgetsubsidiëring. Er kan meer energie gestoken worden in de
                    beleidsvoorbereiding (wat willen we voor hoeveel geld stimuleren) en de
                    beleidsevaluatie (wat is er nu bereikt, wat kunnen we ervan leren), terwijl de
                    verantwoordelijkheid voor de beleidsuitvoering overgelaten wordt aan de
                    gesubsidieerde instelling. Budgetsubsidiëring past dan ook typisch in de
                    filosofie, dat meer verantwoordelijkheid aan de subsidieontvangers wordt
                    gegeven. Ter bereik van een werkbaar geheel is onder meer voorzien in een
                    regeling voor tussentijdse openbreking van de budgetafspraken, een norm voor de
                    bovengrens van de algemene reserves en de – voor subsidieontvangers met
                    personeel in dienst van belang zijnde – jaarlijkse aanpassing van de
                    loonkostencomponent.</al><al>Daar waar geen meerjarige budgetafspraak tot stand komt, of niet nodig is,
                    blijft een “gewoon” structureel eenjarige subsidie mogelijk. Ook is ten behoeve
                    van de uitvoering van specifieke activiteiten een categorie “incidentele”
                    subsidies toegevoegd. De beide laatste subsidievormen desgewenst toe te passen
                    na voorafgaande verleningsbeschikking, dan wel direct via een
                    vaststellingsbeschikking, dit wil zeggen zonder dat ook hier na afloop van de
                    activiteit verrekening plaatsheeft.</al><tussenkop><vet>Relatie met de Algemene wet bestuursrecht</vet></tussenkop><al>Op het verstrekken van subsidies is, zoals aangegeven, de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) van toepassing. De subsidietitel van de Awb geeft een
                    chronologische en betrekkelijk gedetailleerde regeling van het proces van
                    subsidieverstrekking vanaf de aanvraag tot en met de subsidievaststelling. In de
                    Algemene subsidieverordening zijn geen bepalingen integraal opgenomen waarvoor
                    de Awb al een afdoende regeling heeft getroffen. Andere bepalingen uit de Awb
                    zijn daarentegen wel uitdrukkelijk opgenomen. Het gaat dan om bepalingen uit de
                    Awb die alleen van toepassing zijn als dat ook in de subsidieverordening is
                    bepaald.</al><al>Het feit dat de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is impliceert wel, dat
                    het lezen van de Algemene subsidieverordening alleen niet voldoende is om een
                    volledig beeld te krijgen van alle regels waardoor provinciale subsidies worden
                    beheerst. Daarvoor bieden de Algemene subsidieverordening, de daarop gebaseerde
                    nadere regels van Gedeputeerde Staten én de Awb samen de basis.</al><tussenkop><vet>Bevoegdheidsverdeling</vet></tussenkop><al>In de bestaande subsidieregelingen is al bepaald dat subsidies door Gedeputeerde
                    Staten worden verleend. Ook in de nieuwe Algemene subsidieverordening zijn zij
                    belast met de uitvoering, uiteraard binnen de door Provinciale Staten
                    vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders. Een en ander is in
                    overeenstemming met de dualiseringsgedachte.</al><tussenkop><vet>Relatie met het EG-Verdrag (steunmaatregelen)</vet></tussenkop><al>Het verlenen van subsidie door de Provincie aan een onderneming is een
                    steunmaatregel in de zin van artikel 87 van het EG-Verdrag. Het begrip
                    “onderneming” dient in het EG-recht ruim opgevat te worden. In de jurisprudentie
                    van het Europese Hof is het begrip “onderneming” als volgt omschreven: “iedere
                    eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de
                    wijze waarop zij wordt gefinancierd”. Onder een “economische activiteit” moet
                    men verstaan: het aanbieden van goederen of diensten op de markt. “Ongeacht haar
                    rechtsvorm” houdt in dat bijvoorbeeld ook stichtingen “ondernemingen” in de zin
                    van het EG-recht kunnen zijn. Het feit dat het om een eenheid zonder
                    winstoogmerk gaat, vormt geen garantie dat het niet om een “onderneming” in de
                    zin van het EG-recht gaat.</al><al>Het verlenen van steun is niet toegestaan indien deze onverenigbaar is met de
                    gemeenschappelijke markt, voor zover de steun het handelsverkeer tussen de
                    lidstaten ongunstig beïnvloedt (concurrentievervalsing). De Europese Commissie
                    heeft de exclusieve bevoegdheid om te beoordelen of hiervan sprake is. De
                    hoofdregel is dan ook dat steunverlening uit publieke middelen aan een
                    onderneming ter goedkeuring aangemeld moet worden bij de Europese Commissie. Op
                    deze regel is een aantal uitzonderingen van toepassing. Ten eerste vermeldt het
                    EG-Verdrag zelf een aantal gevallen waarin de steun verenigbaar is met de
                    gemeenschappelijke markt (artikel 87, tweede lid). Ten tweede geldt voor kleine
                    bedragen in veel gevallen de “de minimis-regeling” (zie hierna de toelichting
                    bij artikel 1). Ten derde zijn er in EG-verordeningen een aantal vrijstellingen
                    opgenomen, bijvoorbeeld ten behoeve van het MKB. In die gevallen moet van de
                    steunverlening wel kennis gegeven worden aan de Commissie. Ten vierde kan er
                    sprake zijn van een vrijstellingskader, bijvoorbeeld als de subsidieverlening
                    geschiedt in het kader van de financiering van een “dienst van algemeen
                    economisch belang” als bedoeld in artikel 86, tweede lid, van het
                    EG-Verdrag.</al><al>Indien geen van de uitzonderingen van toepassing is, dan moet de voorgenomen
                    subsidieverlening aangemeld worden bij de Europese Commissie. Het gevolg voor
                    het subsidieproces is, dat er een “stand still” intreedt van minimaal enkele
                    maanden tot het moment waarop de Commissie de steun (al dan niet fictief) heeft
                    goedgekeurd. Tegen de beslissing van de Commissie naar aanleiding van de
                    aanmelding staat voor een natuurlijk- of rechtspersoon die rechtstreeks en
                    individueel door de beschikking geraakt wordt (de aanvrager of bijvoorbeeld een
                    concurrerende onderneming, maar ook de Provincie zelf) beroep open bij het
                    Gerecht van Eerste Aanleg en voor de lidstaat bij het Europese Hof van Justitie.
                    Beide instanties zijn gevestigd te Luxemburg.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop><vet>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1</vet></tussenkop><al>De definiëring van het begrip subsidie onder b strookt met de omschrijving
                    daarvan in de Awb.</al><al>Het subsidieprogramma onder f ziet op een specifiek begrotingsjaar. Aan de
                    subsidiëring ligt in principe weliswaar een meerjarige budgetafspraak ten
                    grondslag, de formele doorvertaling heeft voortschrijdend van jaar tot jaar
                    plaats in de verzameling van door Gedeputeerde Staten, rekening houdend met de
                    begrotingsvaststelling door Provinciale Staten, te nemen
                    subsidiebeschikkingen.</al><al>De “de minimis-verklaring” houdt verband met de Europese “de minimis-regeling”
                    als opgenomen in de Verordening (EG) Nr. 69/2001. Deze regeling houdt kort
                    gezegd in dat steun die het bedrag van 100.000 euro, gerekend over een periode
                    van drie jaar, niet overschrijdt, niet aangemeld behoeft te worden bij de
                    Europese Commissie (voor de subsidiering van landbouwproductie en visserij geldt
                    een grens van 3.000 euro). De “de minimis-regeling” werkt echter cumulatief, in
                    die zin dat overheidssteun die de subsidieontvanger in de voorafgaande drie jaar
                    eventueel heeft ontvangen mede-bepalend is voor het al dan niet overschrijden
                    van de drempel van 100.000 (3.000) euro. Het gaat dan niet alleen om steun in de
                    vorm van subsidies, maar ook om andere vormen van steun. De “de
                    minimis-verklaring” stelt het subsidieverlenende bestuursorgaan in staat om na
                    te gaan of in het geval van honorering van de voorliggende subsidieaanvraag de
                    “de minimis-drempel” overschreden dreigt te worden. Zo dit het geval is en er
                    geen vrijstellingsregeling van toepassing is, zal de subsidie aangemeld moeten
                    worden bij de Europese Commissie (zie ook Algemene Toelichting onder “Relatie
                    met het EG-Verdrag (steunmaatregelen)”.</al><tussenkop><vet>Artikel 2</vet></tussenkop><al>De verordening is in principe van toepassing op het verstrekken van subsidies op
                    alle provinciale beleidsterreinen. Welbewust is de nadere uitwerking van de
                    daaronder te rekenen activiteiten overgelaten aan Gedeputeerde Staten.
                    Vastgehouden kan worden aan de in deze Provincie bestaande sectoren openbare
                    orde en veiligheid, economie, onderwijs, toerisme, recreatie, werkgelegenheid,
                    welzijn, zorg, cultuur, verkeer, vervoer, infrastructuur, ruimte,
                    volkshuisvesting, groen, natuur, milieu, landbouw, water en openbaar bestuur en
                    de daarin te onderscheiden productgroepen. Het is mogelijk nieuwe productgroepen
                    toe te voegen, dan wel bestaande te schrappen. De verordening zélf behoeft
                    daarvoor niet te worden aangepast; ook in dit opzicht bieden de nadere door
                    Gedeputeerde Staten vast te stellen regels het inhoudelijke kader. Voor
                    eventualiteiten geeft het derde lid een escape om de Algemene
                    subsidieverordening geheel of gedeeltelijk buiten toepassing te verklaren.</al><tussenkop><vet>Artikel 3</vet></tussenkop><al>Het uitgangspunt van “rechtspersoonlijkheid” was reeds vastgelegd in de “oude”
                    verordeningen. Omdat, gezien de brede reikwijdte van de verordening,
                    particulieren evenzeer in aanmerking moeten kunnen komen is het derde lid
                    voorzien; toepassing is met name denkbaar ten aanzien van incidentele subsidies
                    als bedoeld in Hoofdstuk IV van de verordening.</al><tussenkop><vet>Artikel 4</vet></tussenkop><al>De subsidiecategorieën zijn afgestemd op de systematiek zoals hiervoor onder
                    “Algemeen” is toegelicht. Extra attentie verdient nog de categorie “incidentele
                    subsidie”. Ook de Awb kent namelijk het begrip “incidenteel subsidie”, zijnde
                    een subsidie voor incidentele gevallen dat voor ten hoogste vier jaren wordt
                    verstrekt en dat niet noodzakelijk behoeft te zijn gebaseerd op een
                    onderliggende verordening. Voor de duidelijkheid is in de regeling wél plaats
                    ingeruimd voor de incidentele subsidies en zijn deze gedefinieerd voor in
                    beginsel eenmalige activiteiten. Hieronder vallen dan zowel de incidentele
                    subsidies in de zin van de Awb, als de over een langere periode gehanteerde
                    subsidievorm voor eenmalige activiteiten.</al><al>Ten aanzien van meerjarige, eenjarige en incidentele subsidies wordt binnen de
                    provinciale subsidiepraktijk nog een onderscheid gemaakt tussen exploitatie-,
                    product-, activiteiten- en projectsubsidies. Bij incidentele subsidies kan
                    verder nog gedacht worden aan donaties en waarderingssubsidies. Een
                    exploitatiesubsidie is een subsidievorm, waarbij de te verlenen subsidie bestaat
                    uit een deel van de exploitatielasten van de subsidieontvanger of organisatie en
                    waarbij geen meetbare relatie bestaat tussen de verleende subsidie en de te
                    ontplooien activiteiten of te leveren prestaties. Met name bij
                    subsidieontvangers van wie het bestaan wordt gelegitimeerd door het motief van
                    het instandhouden van een voorziening, waarbij het presteren door autonome
                    factoren wordt bepaald en/of waarbij het te leveren product niet te meten is
                    door het ontbreken van een representatieve meeteenheid, zal aansturing middels
                    de exploitatiekosten (‘input”) de enige wijze zijn. Zonder goedkeuring van
                    Gedeputeerde Staten mag niet tussen kostensoorten geschoven worden.</al><al>Bij budgetsubsidie wordt de te verlenen subsidie gekoppeld aan meetbare
                    activiteiten en/of prestaties. Een drietal kenmerken van het budgetsysteem zijn:
                    een vaststaand budget, van tevoren omschreven taken uitgewerkt in activiteiten
                    en/of prestaties/producten, en vrijheid van budgetbesteding. Binnen het stelsel
                    van budgetsubsidies onderscheidt de Provincie een tweetal vormen: product- en
                    activiteitensubsidie. De productsubsidies wordt er een directe relatie gelegd
                    tussen de subsidie en het na te streven resultaat (“output”).
                    Productsubsidiëring is afhankelijk van de mogelijkheid om resultaten duidelijk
                    en verifieerbaar te formuleren. Onder resultaat dient men hier te verstaan, de
                    prestaties in de vorm van goederen en diensten, uitgedrukt in eenheden product,
                    die een subsidieontvanger in ruil voor de subsidie realiseert. Inzicht in de
                    productprijs kan worden verkregen via een kostenverdeelstaat. Bij
                    activiteitensubsidies wordt subsidie verleend in ruil voor te ontplooien
                    activiteiten teneinde een beoogd extern effect te realiseren. Niet het resultaat
                    maar het werkproces (“throughput”) is voorwerp van subsidie. Het is niet uit te
                    drukken in eenheden product, zodat er geen afspraken worden gemaakt ten aanzien
                    van prestaties en resultaten. De subsidieontvanger is gehouden tot het uitvoeren
                    van de activiteiten, maar wordt niet afgerekend op het resultaat hiervan. Dit
                    type budgetsubsidie is afhankelijk van de mogelijkheden om activiteiten
                    duidelijk en verifieerbaar te formuleren. Dit kan gestalte krijgen in de vorm
                    van afgeronde werkplannen, waarbij een prijs voor de activiteiten moet worden
                    bepaald, bijvoorbeeld aan de hand van beschikbare uren. Inzicht in de
                    activiteitenprijs kan worden verkregen via een kostenverdeelstaat. Bij product-
                    en activiteitensubsidies mag onbeperkt tussen kostensoorten geschoven worden,
                    zolang dit geen gevolgen heeft voor de prijs van de uit te voeren activiteiten
                    of te leveren prestaties. Bij projectsubsidies tenslotte gaat het uiteraard om
                    incidentele subsidies die ten behoeve van de realisatie van een specifiek
                    project worden verstrekt.</al><al>Als bijlage bij deze toelichting is een matrix gevoegd met een nadere aanduiding
                    van de bij het indienen van aanvragen en het afleggen van verantwoording over te
                    leggen gegevens. De bijlage is slechts bedoeld als een hulpmiddel; maatwerk is
                    in voorkomende gevallen noodzakelijk.</al><al>Het tweede lid stemt overeen met de systematiek van de Awb, dat een subsidie op
                    aanvraag wordt ingediend. Uitgangspunt is een aanvraag om een eenjarig subsidie;
                    daaraan toegevoegd een mogelijke behandeling door Gedeputeerde Staten als een
                    meerjarige subsidie. Binnen de systematiek van de Awb is deze handelwijze
                    mogelijk, omdat een honorering van de aanvraag voor meerdere jaren aan de zijde
                    van de subsidieontvanger in beginsel geen (formele) rechtsplicht schept een
                    gesubsidieerde activiteit daadwerkelijk te realiseren. Verder heeft feitelijk
                    overleg plaats over de totstandkoming van de budgetafspraak en moet het als
                    slechts theoretisch worden beschouwd dat een aanvraag voor een eenjarig subsidie
                    tegen de wil van de aanvrager als een meerjarige aanvraag wordt afgewikkeld.
                    Strikt genomen is het bovendien zo dat de budgetafspraak, zo deze dan al tot
                    stand komt, nog niet de formele beschikking op de aanvraag inhoudt. De
                    beschikkingen worden per jaar genomen; de budgetafspraak is, zoals eerder is
                    toegelicht, de basis voor opeenvolgende (geïndexeerde) subsidiebeschikkingen in
                    het subsidieprogramma.</al><tussenkop><vet>Artikel 5</vet></tussenkop><al>Aan de bestaande bevoegdheidsverdeling tussen Provinciale en Gedeputeerde Staten
                    is in wezen niet getornd. I.c. ligt er een hoofdrol voor Provinciale Staten
                    middels vaststelling van de subsidieverordening en de jaarlijkse vaststelling
                    van de Provinciebegroting. De besluitvorming over subsidies is bij Gedeputeerde
                    Staten gebleven, voor zover de in de begroting voor dat doel opgenomen gelden
                    toereikend zijn.</al><al>Aandacht verdient het tweede lid, waarin de vaststelling van de zogeheten
                    subsidieplafonds is geregeld. Dit instrument kan noodzakelijk zijn om in
                    daarvoor in aanmerking komende gevallen een “open-eind-subsidiëring” uit de weg
                    te kunnen gaan. Vaststelling van de Provinciebegroting c.q. het maximum van een
                    desbetreffende begrotingspost zegt in juridische zin namelijk niets over
                    honorering, dan wel afwijzing van subsidieverzoeken. Als een aanvraag voor
                    subsidie aan de geldende subsidiecriteria voldoet zal deze moeten worden
                    toegewezen, óók als het maximum op die desbetreffende begrotingspost is bereikt.
                    Welnu, een subsidieplafond verschaft hét juridische instrument om te voorkomen
                    dat meer subsidiegelden dienen te worden verstrekt dan er beschikbaar zijn
                    gesteld.</al><al>Formeel is de vaststelling van de plafonds een besluit in de zin van de Awb en
                    dienen deze, gegeven de eisen van de wet en ten behoeve van de rechtszekerheid
                    voor de instellingen, (openbaar) bekend te worden gemaakt.</al><al>Vermelding verdient nog, dat het binnen de uitgangspunten van de Awb niet is
                    toegestaan een “algemeen” plafond vast te stellen. Dit doet afbreuk aan
                    bovenbedoelde rechtszekerheid voor de instellingen. De redactie van het tweede
                    lid is daarop nadrukkelijk afgestemd en gaat daarom uit van specificatie naar
                    subsidievormen c.q. te onderscheiden productgroepen.</al><al>Qua tijdplanning is het van belang dat de subsidieplafonds vóór de aanvang van
                    het tijdvak waarvoor ze zijn vastgesteld dienen te zijn bekend gemaakt.
                    Vaststelling van de plafonds direct bij/na de vaststelling van de begroting ligt
                    in de rede. Bij eventuele vaststelling voorafgaand aan de begroting kan bij de
                    bekendmaking van de plafonds toepassing worden gegeven aan artikel 4:28, onder
                    c, van de Awb, zodat bij een eventuele lagere post op de begroting
                    overeenkomstige verlaging van het plafond c.q. eventueel reeds genomen
                    subsidiebeschikkingen mogelijk is. Bij een hoger budget op de Provinciebegroting
                    kan simpel positieve bijstelling van de desbetreffende plafonds
                    plaatshebben.</al><tussenkop><vet>Artikel 6</vet></tussenkop><al>Opneming van de weigeringsgronden c.q subsidiecriteria is een noodzakelijk
                    complement op het instrument subsidieplafonds. De hier “algemeen” geformuleerde
                    gronden leveren een vangnet. De op deelterreinen meer specifieke criteria, van
                    belang voor de rechtszekerheid van de instellingen, zijn te vinden in de
                    krachtens artikel 2, tweede lid, vast te stellen regels.</al><al>Cofinanciering en inkomsten van derden: zolang wordt voldaan aan de gemaakte
                    subsidieafspraken worden de inkomsten van derden niet in mindering gebracht op
                    de (gevraagde) subsidie, tenzij deze inkomsten zijn of worden ontvangen voor
                    niet-subsidiabele taken (vallend buiten de afspraken), terwijl daarvoor
                    reguliere capaciteit of middelen zijn ingezet. Eigen bijdragen, contributies,
                    rente-ontvangsten e.d. dienen wel te worden geraamd en in de jaarlijkse
                    afrekening te worden opgenomen. Bijdragen of inkomsten voor een bepaald doel
                    mogen voor dat doel worden gereserveerd (bestemmingsreserve). Bij cofinanciering
                    van door de Provincie gesubsidieerde taken dient vooraf te worden bezien in
                    hoeverre er niet dubbel wordt gesubsidieerd (stapelen). Bij de
                    subsidieverstrekking (in beginsel vooraf, maar eventueel ook achteraf) worden
                    maximale reserve, exploitatie-overschot e.d. vastgesteld met inachtneming van
                    het provinciale aandeel. Er wordt zodoende rekening gehouden met de totale
                    subsidiebehoefte in relatie tot de provinciale subsidie(s), subsidies afkomstig
                    van andere bestuursorganen, eigen inkomsten of inkomsten van derden.</al><al>In verband met de weigeringsgrond onder d: subsidieontvangers kunnen in
                    voorkomende gevallen zijn overgegaan tot de oprichting van steunstichtingen, of
                    –verenigingen. Zulke constructies en andere financiële en organisatorische
                    banden kunnen leiden tot weinig doorzichtige relaties, welke relaties mogelijk
                    financiële gevolgen hebben voor de subsidieontvanger. Indien Gedeputeerde Staten
                    dat nodig oordelen kunnen zij de jaarstukken opvragen van degene(n) waarmee een
                    financiële en/of organisatorische relatie wordt onderhouden.</al><al>De weigeringsgrond onder e laat onverlet om ingediende aanvragen, in samenspraak
                    met betrokkenen, gedurende een redelijke termijn “vast te houden” , in
                    afwachting van de goedkeuring van de Europese Commissie. Voor de gevallen dat
                    subsidieverstrekking voorafgaand aan de goedkeuring, al dan niet onder opneming
                    van een voorbehoud ter zake, noodzakelijk blijkt te zijn, biedt artikel 37
                    uitkomst.</al><tussenkop><vet>Artikel 7</vet></tussenkop><al>Dit artikel mist betekenis voor incidentele subsidies “op volgorde van
                    binnenkomst” als bedoeld in artikel 33, derde lid, onder b. Het optimaliseert de
                    beleidsruimte voor prioriteitstelling ingeval van een dreigende overschrijding
                    van een subsidieplafond. Een en ander onverlet de inachtneming van de bij
                    beleidsregels gegeven criteria, alsook de – qua zorgvuldigheid noodzakelijke en
                    mede in de tekst van artikel 7 tot uitdrukking gebrachte – vergelijkende
                    beoordeling met andere subsidieaanvragen. Dit laatste uiteraard mede afhankelijk
                    van het op het moment van beoordeling van een aanvraag beschikbare en/of
                    realiter te verwachten vergelijkingsmateriaal. Het tweede lid opent de
                    mogelijkheid voor gebruik van de “kaasschaafmethode”.</al><tussenkop><vet>Artikel 8</vet></tussenkop><al>Artikel 8, tweede en derde lid, stellen – mede in aanmerking nemend de in de Awb
                    vereiste wettelijke basis – allereerst buiten twijfel dat aan de subsidie deze
                    verplichtingen kunnen worden verbonden. Zonder deze regeling zou dit niet het
                    geval zijn. In de tweede plaats behelzen de bepalingen de norm, dat de
                    verplichtingen moeten strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
                    Alleen die verplichtingen kunnen worden opgelegd, die redelijkerwijs
                    noodzakelijk en geschikt zijn om het met de subsidie nagestreefde doel te
                    verwezenlijken.</al><al>Het derde lid ziet op verplichtingen waarvan niet gezegd kan worden dat zij
                    strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Het artikellid legt
                    tevens de vereiste wettelijke basis om dergelijke verplichtingen op te kunnen
                    leggen. Een voorbeeld van een dergelijke verplichting is om in een gebouw
                    voorzieningen aan te brengen met het oog op de toegankelijkheid voor
                    gehandicapten.</al><al>Met het opleggen van dergelijke verplichtingen dient terughoudendheid te worden
                    betracht. Het is in beginsel niet gewenst om door middel van aan de subsidie
                    verbonden verplichtingen beleidsdoelstellingen na te streven die, hoe belangrijk
                    op zichzelf ook, geen verband houden met de doelstelling van de subsidieregeling
                    zelf. Het opleggen van de hierbedoelde verplichtingen kan echter evenmin geheel
                    worden uitgesloten. De wettelijke grondslag biedt een zekere waarborg.
                    Daarenboven de inhoudelijke beperking, dat de verplichtingen slechts betrekking
                    kunnen hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                    activiteit wordt verricht. Verder mogen desbetreffende verplichtingen niet in
                    strijd zijn met geldende wetten en internationale verdragen; zo is het om die
                    reden niet geoorloofd om verplichtingen op te nemen met betrekking tot de te
                    hanteren arbeidsvoorwaarden van een gesubsidieerde werkgever jegens zijn
                    werknemers.</al><tussenkop><vet>Artikel 9</vet></tussenkop><al>Artikel 4:41 bevat een facultatieve subsidieverplichting voor gevallen waarin de
                    subsidie bij de subsidieontvanger tot vermogensvorming heeft geleid. Het
                    bepaalde in artikel 4:41 Awb geldt alleen wanneer de verordening daarover een
                    bepaling bevat. Daarom is dit artikel nodig. Van toepassing verklaring
                    impliceert dat een vergoeding verschuldigd is in situaties waarbij de
                    subsidieontvanger goederen vervreemdt, een schadevergoeding ontvangt voor
                    verlies of beschadiging van goederen, de activiteiten heeft beëindigd, de
                    subsidieverlening of vaststelling wordt ingetrokken of de rechtspersoon wordt
                    ontbonden. In de meeste gevallen zal sprake zijn van een meerjarige
                    subsidierelatie met de Provincie. Hoe hoog de vergoeding is, wordt bij
                    afzonderlijke beschikking door Gedeputeerde Staten aangegeven. De hoogte van de
                    vergoeding wordt bepaald op de wijze zoals aangegeven in het derde lid. Bij het
                    vijfde en zesde lid kan bijvoorbeeld worden gedacht aan maatschappelijke
                    instellingen, die fuseren of deel gaan uitmaken van een koepelorganisatie. In
                    een dergelijke situatie kunnen Gedeputeerde Staten een vergoeding verlangen.
                    Bedoelde artikelleden geven het college de mogelijkheid hiervan af te zien, als
                    de werkzaamheden of activiteiten worden voortgezet door een rechtspersoon met
                    een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en na een daartoe strekkend verzoek
                    van de subsidieontvanger. Het spreekt voor zich dat een dergelijk verzoek tijdig
                    moet worden ingediend, zodat het college voldoende tijd heeft voor het
                    verrichten van een onderzoek.</al><tussenkop><vet>Artikel 10</vet></tussenkop><al>Een eindverantwoording dient plaats te vinden door middel van een
                    jaarrekening/financieel verslag en met een accountantsverklaring overeenkomstig
                    het accountantscontroleprotocol en de voorgeschreven
                    model-accountantsverklaring, indien de subsidie 50.000 euro of meer bedraagt.
                    Indien in plaats van een financieel verslag een jaarrekening wordt overlegd
                    dient hierin de subsidie en de besteding hiervan zichtbaar opgenomen te zijn.
                    Uit de accountantsverklaring dient te blijken of de subsidiegelden rechtmatig en
                    getrouw zijn besteed aan de doeleinden waarvoor deze bestemd waren conform de
                    toepasselijke wet- en regelgeving, subsidiebepalingen en –voorschriften en
                    –verplichtingen, zoals opgenomen in het provinciaal controleprotocol. Bij
                    subsidieverstrekking beneden 50.000 euro dient de eindverantwoording onderbouwd
                    te worden door middel van een financieel verslag, gewaarmerkt door het bestuur
                    van de subsidieontvanger, gespecificeerde urenstaten en facturen en bewijzen van
                    uitgaven en inkomsten. Bij de (financiële) verantwoording dienen verplicht de
                    uitgangspunten en grondslagen uit Burgerlijk Wetboek boek 2 titel 9 gehanteerd
                    te worden, met uitzondering van artikel 360 waarin het toepassingsgebied en de
                    reikwijdte is opgenomen. Op grond van dit artikel zijn niet alle instellingen
                    verplicht een jaarrekening op te maken met inachtneming van de
                    verslaggevingsvoorschriften uit het Burgerlijk Wetboek boek 2 en de Richtlijnen
                    voor de Jaarverslaggeving. Om de eenduidigheid en de kwaliteit van de
                    jaarrekeningen van deze instellingen te bevorderen stelt de Provincie, op die
                    gebieden waar geen specifieke provinciale regelgeving van toepassing is,
                    Burgerlijk Wetboek boek 2 titel 9 toch verplicht.</al><al>Middels het provinciale controleprotocol kunnen GS een aanwijzing vaststellen
                    met betrekking tot de reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole,
                    teneinde discrepanties tussen de verwachtingen van de Provincie Noord-Brabant en
                    de door de accountant van de subsidieontvanger te geven invulling aan de
                    controle te voorkomen Wanneer de Provincie vanuit een ‘hogere’ subsidiegever
                    (bijvoorbeeld Rijk of EU) zelf een accountantscontroleprotocol opgelegd krijgt
                    is het zaak, dat dit protocol vertaald wordt naar het niveau van de
                    subsidieontvanger, eventueel aangevuld met provinciale eisen.</al><al>In het kader van de rechtmatigheidscontrole is het van belang dat de Provincie
                    voldoende instrumentarium ter beschikking staat om de controlewerkzaamheden vlot
                    en betrouwbaar te laten verlopen. Waar nodig kan de medewerking van de
                    accountant van de subsidieontvanger aan reviewwerkzaamheden gevraagd worden. De
                    bevoegdheid tot review geeft de door de Provincie ingeschakelde accountant de
                    bevoegdheid om – al dan niet steekproefsgewijze – het werk van de accountant te
                    controleren.</al><tussenkop><vet>Artikel 11</vet></tussenkop><al>Bij Kabinetsbesluit van 29 januari 2004 is besloten dat een wijziging van de
                    Mededingingswet en de Provinciewet, ingaande 1 januari 2006, zal worden
                    doorgevoerd. Deze wetswijziging geldt als minimale – breed gedragen – regeling
                    om aan de reeds lang onderkende problematiek van het oneerlijk concurreren met
                    overheidsmiddelen door (maatschappelijke) ondernemingen via kruissubsidiëring
                    van private activiteiten op nationaal en regionaal niveau een halt toe te
                    roepen. Een en ander laat onverlet de werking van Europeesrechtelijke
                    mededingingsregelgeving. Artikel 11 strekt ertoe om een basisregeling te treffen
                    ter voorkoming van het weglekken van publieke middelen naar private
                    activiteiten, en om een invulling te geven aan het bij het bestuursakkoord
                    Noord-Brabant ingezette uitvoeringsbeleid, inhoudende het daar waar mogelijk
                    toelaten van marktwerking. Zodanig dat naast, of in plaats van, het
                    subsidie-instrument ook waar mogelijk (meervoudig) zal worden aanbesteed in de
                    relatie met derden, die activiteiten voor de Provincie verrichten.</al><tussenkop><vet>Artikel 12</vet></tussenkop><al>De provinciale regels voor aanbesteding “De provinciale richtlijn voor
                    aanbestedingsbeleid” bevatten bepalingen die de subsidieontvanger in acht moet
                    nemen als deze verplichtingen aangaat die – mede – met subsidiegeld zijn
                    gefinancierd. Deze provinciale regels gelden alleen, wanneer de
                    subsidieontvanger voor meer dan 50% in zijn exploitatie voorziet middels
                    provinciale subsidie. De Provincie beschikt doorgaans niet over adequate
                    financiële gegevens om te kunnen bepalen of de provinciale richtlijn in
                    individuele situaties van toepassing kan zijn. Zo is het percentage provinciale
                    subsidie ten opzichte van de totale inkomsten, dan wel het exploitatiebudget van
                    de subsidieontvanger veelal niet bekend. Als handreiking geldt dat de ontvanger
                    in eerste instantie zelf bepaalt, aan de hand van zijn inkomsten, in hoeverre de
                    provinciale regels van toepassing zijn, en Gedeputeerde Staten daarover bericht
                    bij de eerstvolgende verantwoording van de verstrekte subsidie. De Europese
                    aanbestedingsrichtlijnen voor aanbestedende diensten kunnen rechtstreeks van
                    toepassing zijn. Aan het niet naleven daarvan zijn risico’s verbonden.
                    Benadeelde concurrenten kunnen naar de rechter stappen en schadevergoeding of
                    heraanbesteding eisen. Ook kunnen zij een klacht indienen bij de Europese
                    Commissie.</al><tussenkop><vet>Artikel 14</vet></tussenkop><al>In verband met de stringentere toepassing van het baten- en lastenstelsel c.q.
                    de toepassing van het prestatiecriterium kan de inzet van provinciale middelen
                    gekoppeld worden aan door de subsidieontvanger te leveren prestaties. Bij
                    subsidies, waarbij de prestaties over het boekjaar heen lopen, dient de
                    subsidieontvanger bij de aanvraag aan te geven in welk jaar welk deel van de
                    prestaties geleverd wordt. Het doorschuiven van prestaties of activiteiten en de
                    hieraan gebonden niet besteedde middelen naar een volgend jaar mag alleen met
                    instemming van Gedeputeerde Staten plaatshebben. Hiervoor dient uiterlijk 31
                    januari van het desbetreffende jaar een aanvraag met een inhoudelijke en
                    financiële door het bestuur gewaarmerkte rapportage, voorzien van
                    gespecificeerde urenstaten en facturen en bewijsstukken van de gedane uitgaven
                    en verkregen inkomsten te worden ingediend. Bij afwijkingen groter dan € 50.000
                    zijn, leggen Gedeputeerde Staten deze, alvorens te beslissen, ter goedkeuring
                    aan voor Provinciale Staten. Bij afwijkingen onder de aangegeven grens (lid 4,
                    tweede volzin) wordt door de Provincie de subsidielast in haar jaarrekening op
                    begrotingsbasis genomen. Bij afwijkingen boven de aangegeven grens wordt de last
                    in de provinciale jaarrekening op realisatiebasis genomen; deze komt pas tot
                    uitdrukking in het jaar dat de prestatie wordt gerealiseerd.</al><al>De provinciale begroting wordt in principe in november vastgesteld en geldt –
                    behoudens wijzigingen – vanaf 1 januari van het daarop volgend jaar. Het is
                    echter niet uitgesloten dat Gedeputeerde Staten al eerder op een aanvraag
                    beslissen. Voor dergelijke gevallen is het goed dat dit slechts kan met een
                    begrotingsvoorbehoud. Van een begrotingsvoorbehoud moet, in verband met de
                    toepassing van het zogenaamde baten- en lastenstelsel, altijd melding worden
                    gemaakt in het verleningsbesluit. In de verordening wordt gesproken over
                    begroting. Binnen de Provincie wordt de benaming programmabegroting gehanteerd.
                    De door Provinciale Staten vastgestelde programmabegroting is door Gedeputeerde
                    Staten verder uitgewerkt in een productenraming.</al><tussenkop><vet>Artikel 15</vet></tussenkop><al>De hier genoemde onderwerpen vereisen maatwerk per beleidsterrein. Daarom is de
                    uitwerking daarvan overgelaten aan de nader door Gedeputeerde Staten vast te
                    stellen regels.</al><tussenkop><vet>Artikel 16</vet></tussenkop><al>Een wettelijke basis voor toezichthouders is ingevolge artikel 5:11 van de Awb
                    vereist. De bevoegdheden van de eventueel aangewezen toezichthouders behoefden
                    geen uitwerking; Afdeling 5.2 van de Awb, meer in het bijzonder de artikelen
                    5:15 e.v., bieden hiervoor een adequate regeling, inclusief medewerkingsplicht
                    van de zijde van de subsidieontvanger.</al><tussenkop>Hoofdstuk II Meerjarige subsidies</tussenkop><tussenkop><vet>Artikelen 17 en 18</vet></tussenkop><al>Deze artikelen bevatten een nadere uitwerking van het principe dat subsidies op
                    aanvraag worden verstrekt, de formele vaststelling van beschikkingen middels het
                    subsidieprogramma op jaarbasis, en het werken met een budgetperiode van vier
                    jaren.</al><al>De artikelen laten onverlet dat voor tussentijds tot stand gekomen
                    budgetafspraken steeds de einddatum van de lopende periode wordt
                    aangehouden.</al><al>Overigens zal de overeenkomstig het eerste lid van artikel 17 bepaalde datum
                    moeten worden afgestemd op de hierna omschreven “Procedure budgetafspraken c.q.
                    subsidieprogramma”; voor de aanvragers betekent dit een vroegtijdige indiening.
                    Er staat voor de subsidieontvanger tegenover, dat voor de vervolgjaren van een
                    lopende budgetperiode geen compleet nieuwe aanvraag behoeft te worden ingediend,
                    maar kan worden volstaan met overlegging van geactualiseerde gegevens (artikel
                    17, tweede lid).</al><al>Het indienen van de “de minimis-verklaring” als verwoord in artikel 17, derde
                    lid, onder e, is noodzakelijk indien de aanvrager een onderneming (in
                    Europeesrechtelijke zin) is en het aangevraagde bedrag niet hoger is dan 100.000
                    euro (indien landbouwproductie of visserij in het geding is: 3.000 euro).</al><tussenkop><vet>Artikelen 19 en 20</vet></tussenkop><al>Procedure budgetafspraken c.q. subsidieprogramma:</al><al>Planning is dat elk jaar rond juni-juli het subsidieprogramma in ontwerp door
                    Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld.</al><al>Na de voorlopige vaststelling door Gedeputeerde Staten wordt de
                    concept-budgetafspraak c.q. concept- subsidiebeschikking aan de aanvrager
                    voorgelegd. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn de
                    instelling daarover zijn zienswijze kenbaar kan maken. Gedeputeerde Staten
                    zouden kunnen besluiten om binnengekomen zienswijzen om advies voor te leggen
                    aan een adviesorgaan.</al><al>Het karakter van de budgetafspraak is terug te vinden in de ondertekening
                    daarvan door de aanvrager. De bedoeling hiervan is de instelling nadrukkelijk te
                    confronteren met de morele verplichting om de “overeengekomen prestaties” te
                    leveren. Door het aanvaarden van de in de budgetafspraak genoemde voorwaarden
                    ontstaat als het ware een contract, zonder dat dit in strikt juridische zin als
                    overeenkomst gekenmerkt kan worden.</al><al>De formele doorvertaling van de budgetafspraken heeft plaats middels
                    vaststelling, vóór aanvang van het subsidiejaar, van het subsidieprogramma. In
                    artikel 20 van de verordening is gekozen voor de figuur van de
                    vaststellingsbeschikkingen. Zoals eerder is toegelicht wil dit zeggen, dat deze
                    gelden als “definitieve” beschikkingen en dat op basis daarvan
                    betaalbaarstelling van de subsidie kan plaatsvinden. Omgekeerd zal, indien een
                    subsidieontvanger gedurende de budgetperiode met een tekort te kampen krijgt,
                    dit tekort niet worden aangezuiverd.</al><tussenkop><vet>Artikel 21</vet></tussenkop><al>Het eerste lid van dit artikel spreekt voor zich. Ten aanzien van het tweede lid
                    het volgende: Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen volgens artikel
                    4:57 Awb worden teruggevorderd. Een verrekeningsclausule is praktisch en kan
                    voorkomen, dat bij eventuele onwelwillendheid tot terugbetaling van de zijde van
                    de subsidieontvanger – een onherroepelijke terugvorderingsbeschikking verschaft
                    namelijk geen executoriale titel – een civiele procedure moet worden gevoerd.
                    Voor de toepassing zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur c.q.
                    individuele afwegingen bepalend. Het artikellid heeft evenzeer betekenis als
                    toepassing wordt gegeven aan artikel 28, vijfde lid, van de verordening.</al><tussenkop><vet>Artikel 22</vet></tussenkop><al>Het aan het begin van de budgetperiode vastgestelde budget geldt voor vier
                    jaren, met dien verstande dat in de regel voor het tweede en daaropvolgende
                    jaren geïndexeerd wordt. Als niet wordt geïndexeerd, wordt dat nadrukkelijk in
                    de budgetafspraak aangegeven.</al><al>Bij subsidieontvangers die vast personeel in dienst hebben bieden de leden 2 en
                    3 uitkomst.</al><al><vet>Rekenvoorbeeld met toelichting</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><colspec colname="col5"/><colspec colname="col6"/><thead><row><entry><al>Begrotingsjaar</al></entry><entry><al>t-2</al></entry><entry><al>t-1</al></entry><entry><al>t</al></entry><entry><al>t+1</al></entry></row></thead><tbody><row><entry><al>Uitgangspunten begroting t</al></entry><entry><al>%</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>2,50</al></entry><entry><al>2,50</al></entry><entry><al>2,50</al></entry></row><row><entry><al>index t-2</al></entry><entry><al>100,0</al></entry><entry><al>102,5</al></entry><entry><al>105,1</al></entry><entry><al>107,7</al></entry></row><row><entry><al>index t</al></entry><entry><al><vet>100,0</vet></al></entry></row><row><entry><al>Uitgangspunten begroting t+1</al></entry><entry><al>%</al></entry><entry><al>-</al></entry><entry><al>2,00</al></entry><entry><al>1,00</al></entry><entry><al>1,00</al></entry></row><row><entry><al>index t-2</al></entry><entry><al>100,0</al></entry><entry><al>102,0</al></entry><entry><al>103,0</al></entry><entry><al>104,1</al></entry></row><row><entry><al>index t</al></entry><entry><al><vet>99,0</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Het budget voor het lopende subsidiejaar (t) ligt vast, ook als achteraf blijkt
                    dat de algemene prijs- en/of loonkostenwikkeling hoger of lager is uitgekomen.
                    Om in de pas te lopen met de reële groeicijfers heeft daarom bij de volgende
                    indexering (uitgangspunten begroting t+1) een terugrekenslag plaats over de
                    jaren t en t-1. Als we daarbij het subsidiebudget voor het lopende jaar t
                    stellen op 100,0 (index t) dan komt in dit voorbeeld het budget t+1 (t.o.v. t)
                    uit op 99,0 (namelijk op 104,1/105,1).</al><tussenkop><vet>Artikel 23</vet></tussenkop><al>Definitie reserves en voorzieningen: Artikel 23 is onder andere gebaseerd op de
                    wettelijke bepalingen neergelegd in titel 9 van het tweede deel van het
                    Burgerlijk Wetboek, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving en in artikel 4:72
                    Awb.</al><al>Reserves worden hierin onderscheiden naar bestemmingsreserves en algemene
                    reserves. Bestemmingsreserves (artikel 2:373 BW) hebben een nauw omschreven
                    doel. Algemene reserve (artikel 2:373 BW) zijn alle andere reserves, zoals
                    bijvoorbeeld een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb. Deze is
                    bedoeld ter egalisatie van tekorten en overschotten in de exploitatie. In de Awb
                    artikel 4:72 lid 2: het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de
                    werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten
                    gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatie reserve. In de provinciale
                    praktijk wordt een enigszins ruimere invulling gegeven: de totale
                    exploitatieresultaten.</al><al>Voorzieningen (artikel 2: 374 Burgerlijk Wetboek) kunnen worden gevormd
                    voor:</al><lijst><li nr="- "><al>verplichtingen en verliezen, waarvan de omvang op de balansdatum onzeker
                            is, doch redelijkerwijs is in te schatten;</al></li><li nr="- "><al>op de balansdatum bestaande risico’s terzake van bepaalde te verwachten
                            verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te
                            schatten;</al></li><li nr="- "><al>kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het
                            maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het boekjaar of in een
                            voorafgaand boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling
                            van lasten over een aantal begrotingsjaren.</al></li></lijst><al>Provinciale regelgeving met betrekking tot vermogensvorming en reservering:
                    Afhankelijk van het soort subsidie en de aard van de subsidieontvanger kan er
                    provinciale regelgeving met betrekking tot vermogensvorming en reservering bij
                    subsidieontvangers van toepassing zijn.</al><al><vet>1. De vorming van – en beschikken over – een egalisatiereserve.</vet></al><al><vet>Productsubsidiëring</vet></al><al>A. Indien er sprake is van een subsidieontvanger die opereert in een
                    competitieve markt (criteria competitieve markt: er is sprake van minimaal 3
                    aanbieders in de regio en tender / open inschrijving), en er is sprake van
                    productsubsidiëring, is de subsidieontvanger vrij in het beschikken (toevoegen
                    en onttrekken) over de egalisatie- reserve. In dit geval kan er geen
                    maximumplafond door de Provincie worden opgelegd.</al><al>B. Indien een subsidieontvanger niet opereert in een competitieve markt
                    (criteria competitieve markt: er is sprake van minimaal 3 aanbieders in de regio
                    en tender / open inschrijving) kan er op basis van de jaarlijkse verantwoording
                    wel provinciale regelgeving met betrekking tot vermogensvorming en reservering
                    bij subsidieontvangers van toepassing zijn. Positieve exploitatiesaldi kunnen
                    tot een bepaald plafond zonder specifieke toestemming van de Provincie ten
                    gunste van de egalisatiereserve worden gebracht. Schommelingen in de exploitatie
                    kunnen in belangrijke mate door de subsidieontvanger zelf met deze reserve
                    worden opgevangen. Eventuele overschotten en tekorten op bepaalde kosten kunnen
                    zodoende gedurende de jaren worden geëgaliseerd. Om te voorkomen dat de
                    egalisatiereserve bij een subsidie-ontvanger tot een onaanvaardbare hoogte wordt
                    opgebouwd met gemeenschapsgeld, stellen Gedeputeerde Staten een maximum aan deze
                    reserve.</al><lijst><li nr="- "><al>Het plafond van de egalisatie reserve wordt vastgesteld op 10% van de
                            exploitatie uitgaven met een maximum van € 250.000,-. In een historisch
                            gegroeide situatie, waarbij de reserve hoger is dan € 250.000,- kunnen
                            er geen middelen meer worden toegevoegd.</al></li><li nr="- "><al>Ten behoeve van het weerstandvermogen van met name kleine organisaties
                            wordt een ondergrens ingesteld van € 25.000, dat wil zeggen dat een
                            egalisatiereserve zonder meer € 25.000 mag bedragen.</al></li><li nr="- "><al>Indien een subsidieontvanger positieve exploitatiesaldi heeft, die
                            direct voortvloeien uit niet-provinciale subsidies mogen er extra
                            middelen worden toegevoegd aan de egalisatiereserve tot een bepaald
                            plafond. Dit plafond is bereikt wanneer totaal cumulatief 10% van de
                            genoemde inkomsten over het vigerende jaar zijn toegevoegd aan de
                            egalisatiereserve. De extra toevoegingen van 10% worden niet van jaar op
                            jaar cumulatief toegestaan. Indien in enig jaar totaal cumulatief 10%
                            van de genoemde extra inkomsten extra zijn toegevoegd aan de
                            egalisatiereserve zijn de toevoegingen in de jaren daarna uitsluitend
                            nog toegestaan over het gedeelte waarmee de genoemde andere inkomsten in
                            de tussentijd zijn toegenomen.</al></li><li nr="- "><al>Indien gedurende een periode van 3 jaren sprake is van dalende
                            inkomsten, anders dan provinciale subsidies, wordt de egalisatiereserve
                            overeenkomstig aangepast. Het overschot wordt door de Provincie
                            teruggevorderd.</al></li></lijst><al>Deze regelgeving wordt verduidelijkt met het volgende voorbeeld:</al><al>Subsidieontvanger X heeft op 1 januari van jaar Y een egalisatiereserve van €
                    250.000,-. Jaar Y wordt afgesloten met een positief exploitatiesaldo van €
                    50.000,-. In jaar Y heeft subsidieontvanger X een bedrag van € 100.000,- aan
                    eigen, niet provinciale, inkomsten. Op basis van deze eigen inkomsten kan
                    subsidieontvanger X een bedrag van € 10.000,- aan de egalisatiereserve
                    toevoegen. Een bedrag van € 40.000,- vloeit terug naar de Provincie. De
                    egalisatiereserve bereikt hiermee een stand van € 260.000,- op 31 december van
                    jaar Y.</al><al>In jaar Y+1 sluit subsidieontvanger X af met opnieuw een positief
                    exploitatiesaldo van € 50.000,- en een bestaande reservepositie van € 260.000,-.
                    De eigen inkomsten bedroegen een bedrag van € 250.000,-. Op basis van dit bedrag
                    en de regelgeving mag subsidieontvanger X een bedrag van € 15.000,- (10% van (€
                    250.000,- minus € 100.000,)- aan de egalisatiereserve toevoegen. Het
                    restantbedrag van € 35.000,- vloeit terug naar de Provincie. De nieuwe
                    reservepositie bedraagt € 275.000,-.</al><al><vet>Activiteitensubsidiëring</vet></al><al>Hiervoor gelden dezelfde voorschriften dan bij productsubsidiëring bij
                    ondernemingen die niet opereren in een competitieve omgeving (B).</al><al><vet>Exploitatiesubsidiëring</vet></al><al>Bij exploitatiesubsidiëring dienen Gedeputeerde Staten in te stemmen men het
                    toevoegen van eventuele overschotten aan de egalisatiereserve. Dit geschiedt bij
                    de (jaarlijkse) verantwoording. Het gaat hierbij om de volgende kosten:</al><lijst><li nr="a. "><al>Gewoon / regulier onderhoud,</al></li><li nr="b. "><al>materiële apparaatskosten (niet zijnde personele kosten);</al></li><li nr="c. "><al>energie (stook, elektriciteit en water);</al></li><li nr="d. "><al>vervanging bij ziekte.</al></li></lijst><al>De systematiek van exploitatiesubsidiëring brengt met zich mee dat met uniforme
                    normen, toe te passen op de hierboven genoemde kosten, de maximaal gewenste
                    omvang van de egalisatiereserve wordt bepaald. Het plafond wordt vastgesteld
                    door een bepaald percentage toe te passen op de hierboven genoemde kosten en wel
                    25% van het onder a, b en c genoemde en 7% van de bruto salariskosten ten
                    behoeve van vervanging bij ziekte, voor zover deze niet verzekerd zijn tot een
                    maximum van € 125.000. Ten behoeve van het weerstandvermogen van met name kleine
                    organisaties wordt een ondergrens ingesteld van € 25.000, dat wil zeggen dat een
                    egalisatiereserve zonder meer € 25.000 mag bedragen.</al><al><vet>2. De vorming van – beschikken over – bestemmingsreserves en
                        voorzieningen:</vet></al><al>Vorming en voeding van bestemmingsreserves en voorzieningen dient gebaseerd te
                    zijn op een goed doordacht beleids- en beheersplan van de subsidieontvanger. In
                    dit beleidsplan dient een beschrijving en onderbouwing van doel van de reserve
                    of voorziening opgenomen te zijn, evenals de maximale omvang, en de hoogte van
                    de dotaties en onttrekkingen. Reeds bij de subsidieaanvraag dient dit document
                    samen met de begroting of offerte overlegd te worden (bij alle subsidievormen
                    met uitzondering van productsubsidiëring van subsidieontvangers die opereren in
                    een competitieve markt (A)).</al><al>Voor het vormen van bestemmingsreserves en voorzieningen wordt alleen
                    toestemming gegeven indien bij geen gebruikmaking van dit instrument gedurende
                    een aantal jaren belangrijke afwijkingen zouden ontstaan bij de belasting van
                    verschillende budgetten. Vorming en voeding op grond van incidenteel voorkomende
                    positieve exploitatiesaldi wordt afgewezen. De maximumhoogte van de reserve of
                    de voorziening is afhankelijk van de aangegeven maximumstand in het beheers- en
                    beleidsplan. Dit plan wordt in samenhang met de budgetafspraken vastgesteld.
                    Bestedingen uit reserves moeten passen binnen het kader van de budgetafspraken.
                    Indien de noodzaak tot het hebben van een reserve of voorziening vervalt, kunnen
                    gereserveerde middelen teruggevorderd, danwel verrekend worden door de
                    Provincie.</al><al>Sanctiebeleid: Resumerend dient met terugvordering danwel verrekening van
                    verleende subsidie en voorschotten rekening te worden gehouden in o.a. de
                    volgende gevallen:</al><lijst><li nr="• "><al>ontoelaatbare toevoeging van overschotten aan vermogen, bijvoorbeeld
                            ontstaan als gevolg van niet-nakoming van budgetafspraken;</al></li><li nr="• "><al>overschrijding om andere redenen van toegestane reserveringsmaxima: het
                            surplus (in zijn geheel dan wel naar rato van het provinciale aandeel in
                            de inkomsten) door de Provincie wordt teruggevorderd;</al></li><li nr="• "><al>achteraf ontvallen van noodzaak tot het hebben van een
                            bestemmingsreserve of een voorziening;</al></li><li nr="• "><al>toevoeging aan een bestemmingsreserve of voorziening op grond van
                            incidenteel voorkomende positieve exploitatiesaldi.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel 24</vet></tussenkop><al>Tussen- en eindrapportages zijn noodzakelijk om inzicht te blijven houden in het
                    verloop van de activiteiten en/of financiële omstandigheden van de
                    subsidieontvangers. De gegevens in de eindrapportage zijn mede van belang voor
                    de bepaling van het budget voor een volgende budgetperiode. Doorgaans wordt in
                    de budgetafspraak aangegeven welke gegevens, naast de verplichte gegevens, als
                    tussen- en eindrapportage moeten worden ingediend.</al><tussenkop><vet>Artikelen 26 en 27</vet></tussenkop><al>Een budgetafspraak kan in beginsel niet worden opengebroken. Om snel in te
                    kunnen spelen op actuele ontwikkelingen, wordt de subsidieontvanger niettemin de
                    mogelijkheid geboden om tussentijds een verzoek te doen om aanpassing van het
                    budget. Ten aanzien van subsidieontvangers zonder beroepskrachten in dienst is
                    het derde lid van artikel 26 opgenomen.</al><tussenkop><vet>Artikel 28</vet></tussenkop><al>Uitgangspunt bij budgetsubsidiëring is dat beide partijen zich voor een bepaalde
                    periode gebonden weten aan de gemaakte budgetafspraak. Toch kunnen zich
                    situaties voordoen dat het gewenst c.q. noodzakelijk is in het belang van de
                    Provincie, danwel van de subsidieontvanger tussentijds wijzigingen aan te
                    brengen. In het artikel worden enkele gevallen genoemd, waarin tot
                    wijziging/beëindiging van de budgetafspraak voor het resterende gedeelte van de
                    budgetperiode kan worden besloten.</al><al>Ten overvloede zij opgemerkt dat het artikel enkel ziet op de openbreking van de
                    budgetafspraak. Niet derhalve op de intrekking c.q. wijziging van de
                    samenhangende (eventueel reeds genomen) subsidiebeschikkingen; daarvoor bevatten
                    de artikel 4:49 en 4:51 van de Awb een afzonderlijke regeling. Desbetreffende
                    procedures tot openbreking c.q. intrekking/wijziging zullen feitelijk veelal
                    gelijk “oplopen”.</al><al>Het belang van de afzonderlijke regeling in artikel 28 van de tussentijdse
                    openbreking van de budgetafspraak is erin gelegen te voorkomen, dat een
                    eventueel noodzakelijke intrekking/wijziging van de subsidiebeschikking wegens
                    schending van het rechtszekerheids-/vertrouwensbeginsel zou worden geblokkeerd.
                    Binnen de in de verordening gekozen systematiek immers, zou handhaving van een
                    gemaakte budgetafspraak blijvende aanspraak op overeenkomstige
                    subsidieverstrekking betekenen.</al><tussenkop>Hoofdstuk III Eenjarige subsidies</tussenkop><tussenkop><vet>Artikelen 29 tot en met 32</vet></tussenkop><al>Er kunnen redenen zijn een subsidie niet op te nemen in de meerjarige
                    budgetsystematiek. Te denken valt daarbij bijvoorbeeld aan situaties waarin
                    sprake is van afbouw van subsidiëring, van sterke fluctuaties in
                    uitgaven-inkomsten, en van samenwerkingsovereenkomsten met andere
                    overheden.</al><al>De procedure welke ten aanzien van eenjarige subsidies moet worden gevolgd,
                    opgenomen in de artikelen 29 tot en met 32 van de verordening, sluit zoveel
                    mogelijk aan bij die voor de meerjarige subsidies. De eenjarige subsidie moet
                    telkenjare, ook hier vóór de door Gedeputeerde Staten te bepalen datum, worden
                    aangevraagd.</al><al>Het indienen van de “de minimis-verklaring” als bedoeld in artikel 29, eerste
                    lid, onder e, is noodzakelijk indien de aanvrager een onderneming (in
                    Europeesrechtelijke zin) is en het aangevraagde bedrag niet hoger is dan 100.000
                    euro (indien landbouwproductie of visserij in het geding is: 3.000 euro).</al><al>Artikel 31, eerste lid, gaat in principe uit van vaststellingsbeschikkingen.
                    Ingeval subsidie zal worden toegekend in bepaalde daarbij aangegeven kosten en
                    derhalve na afloop van het subsidiejaar afrekening plaats zal vinden, kan
                    verstrekking plaatshebben in de vorm van een verleningsbeschikking.</al><al>Ingeval van een verleningsbeschikking is bevoorschotting mogelijk op basis van
                    artikel 5, waarbij eventueel naar analogie van de betalingsregeling van artikel
                    20 kan worden besloten.</al><tussenkop>Hoofdstuk IV Incidentele subsidies</tussenkop><tussenkop><vet>Artikelen 33 tot en met 35</vet></tussenkop><al>Dit hoofdstuk bevat een procedureel-technische uitwerking, rekening houdend met
                    de eisen voortvloeiend uit de Awb. Met voorkomende differentiaties als
                    verstrekking middels verdeelprogramma of ad hoc, op volgorde van binnenkomst is
                    rekening gehouden.</al><al>Het indienen van de “de minimis-verklaring” als bedoeld in artikel 33, eerste
                    lid, tweede volzin, is noodzakelijk indien de aanvrager een onderneming (in
                    Europeesrechtelijke zin) is en het aangevraagde bedrag niet hoger is dan 100.000
                    euro (indien landbouwproductie of visserij in het geding is: 3.000 euro).</al><tussenkop>Hoofdstuk V Slotbepalingen</tussenkop><tussenkop><vet>Artikelen 36 tot en met 40</vet></tussenkop><al>De Algemene subsidieverordening is naar verwachting voor het eerst van betekenis
                    voor het subsidiejaar 2006. Bepaling van het voorafgaande tijdstip van
                    inwerkingtreding is aan Gedeputeerde Staten overgelaten. Voor zover
                    indieningstermijnen voorbij mochten zijn biedt artikel 37 de formele “kapstok”
                    om ontheffing te verlenen.</al><al>Binnen de systematiek van de verordening is het denkbaar om met de meerjarige
                    subsidies niet ook direct reeds op 1 januari 2006 van start te gaan. Ingevolge
                    artikel 18, eerste lid, bepalen Gedeputeerde Staten het begin van de (eerste)
                    budgetperiode van vier jaren. Bij een latere startdatum zouden vooralsnog
                    overwegend eenjarige subsidies kunnen worden verstrekt.</al><al>Complement op artikel 2, derde lid, vormt het tweede lid van artikel 38; een
                    ander tijdstip van inwerkingtreding van de verordening voor een of meer
                    beleidsterreinen is mogelijk.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>