<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92244_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting 'Zeedijk'</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 17 november 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Baatbelasting Zeedijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=222&amp;g=23-12-2001">Gemeentewet, art 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=222"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artikel 7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MID/BWB</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geconsolideerde versie: in de tekst van deze verordening is de 1e wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting 'Zeedijk' verwerkt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting “Zeedijk”</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 13
                        november 2001;</al><al/><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het Bekostigingsbesluit Zeedijk,
                        vastgesteld bij raadsbesluit van 26 januari 1998</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al/><al>vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van
                        baatbelasting “Zeedijk”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “Baatbelasting Zeedijk” wordt in de vorm van een
                                heffing ineens een directe belasting geheven ter zake van de
                                onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de in de kleur
                                    <vet>zwart </vet>aangegeven omlijning op de bij deze verordening
                                behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 juli 2001 zijn
                                gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot
                                stand zijn gebracht door of met medewerking van het
                                gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen
                                omvatten<vet>:</vet></al><lijst><li nr="a."><al>aanleg riolering;</al></li><li nr="b."><al>stelposten, waaronder verleggen kabels en leidingen, leveren
                                        en aanbrengen electromechanische installatiepompen,
                                        voorzieningen aansluiten bedrijven e.d;</al></li><li nr="c."><al>gedeeltelijke verbreding Zeedijk;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak
                                het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op
                                het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                                wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de
                                aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                                artikel 1, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                                overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van
                                die onroerende zaak niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De maatstaf van heffing is het aantal gehele vierkante meters bebouwbaar
                        oppervlak van de onroerende zaak zoals dat is vastgesteld in het
                        Bestemmingsplan Bedrijventerrein Zwartenberg, vastgesteld bij besluit van 24
                        mei 1993.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per vierkante meter van de heffingsmaatstaf €
                        2,60.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende 15 jaren. Het verzoek genoemd in de
                                eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                                van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van 15 jaren en een
                                rentevoet van 6 %.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
                                wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
                                belastingschuld, de maatstaf van heffing bedoeld in artikel 3 voor
                                de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet
                                verstreken belastingjaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden na de eerste vervaldatum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande
                            lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2002.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Baatbelasting
                                Zeedijk”.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 17 december 2001.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>ir. M.L.T. Dircks. drs. J.A.M. van Agt</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>