<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92235_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 28-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147&amp;g=2005-12-19">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Griffie</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemeen bestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al>gelezen het initiatiefvoorstel van D66 Etten-Leur van 28 september 2005 met
                        overneming van de daarin genoemde motieven;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2005,
                        met overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al>gelet op de desbetreffende bepalingen van de Gemeentewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de navolgende <vet>"Referendumverordening 2006”</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad : de gemeenteraad van Etten-Leur;</al></li><li nr="b."><al>college : college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Etten-Leur</al></li><li nr="c."><al>kiezers : ingezetenen van de gemeente Etten-Leur die
                                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de
                                    gemeenteraad.</al></li><li nr="d."><al>kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag
                                    voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden
                                    overeenkomstig artikel B3 Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de
                                    verkiezing van de leden van de raad van de gemeente
                                    Etten-Leur.</al></li><li nr="e."><al>gekwalificeerde meerderheid : een meerderheid van het totaal
                                    uitgebrachte aantal geldige stemmen waarbij deze meerderheid
                                    tenminste dertig procent omvat van hen die voor het
                                    desbetreffende referendum stemgerechtigd waren.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting</al><al>In dit artikel worden de meest elementaire begrippen gedefinieerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het
                            grondgebied van de gemeente.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>referendum : raadgevende volksstemming in de gemeente Etten-Leur
                                    over:</al></li><li nr="1."><al>een besluit van de gemeenteraad inhoudende een algemeen
                                    verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan;</al></li><li nr="2."><al>een besluit van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 158,
                                    eerste lid van de Gemeentewet;</al></li><li nr="3."><al>een besluit van de gemeenteraad aangaande een maatschappelijk
                                    vraagstuk met ingrijpende gevolgen voor de Etten-Leurse
                                    samenleving waarvan de oplossing veel tijd (meer dan één jaar)
                                    vraagt of waarbij grote financiële belangen (gemeentelijke
                                    investering van ten minste € 5.000.000,-) in het geding zijn of
                                    waarbij veel partijen zijn betrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><al>Een referendum als bedoeld in artikel 3 kan niet worden gehouden
                            over:</al><lijst><li nr="a"><al>een besluit van de gemeenteraad inhoudende een algemeen
                                    verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, die
                                    uitsluitend betrekking hebben op:</al></li><li nr="1e"><al> de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als
                                    zodanig dan wel hunnagelaten betrekkingen of hun
                                    rechthebbenden;</al></li><li nr="2e"><al>de gemeentelijke begroting, bedoeld in hoofdstuk XIII van de
                                    gemeentewet</al></li><li nr="3e"><al> de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr=" b."><al>het besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van verdragen of
                                    besluiten van volkenrechtelijke organisaties;</al></li><li nr="c."><al>het besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van een wet of
                                    besluit voorzover die wet of dat besluit strekt tot uitvoering
                                    van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke
                                    organisaties;</al></li><li nr="d."><al>de gemeenteraad, bij het nemen van het besluit geen ruimte heeft
                                    voor het maken van keuzen van beleidsinhoudelijke aard;</al></li><li nr="e."><al>het een algemeen verbindend voorschrift betreft dat onderdeel
                                    uitmaakt van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="f."><al>het besluit uitsluitend strekt tot intrekking van een besluit
                                    naar aanleiding van een daarover gehouden referendum.</al></li><li nr="g."><al>besluiten waarover een raadplegend referendum, als bedoeld in
                                    deze verordening, heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Verzoek tot het houden van een referendum door
                                kiesgerechtigden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het feit dat een besluit referendabel is, wordt tezamen met het
                                    besluit dat het betreft bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk bij het college een verzoek
                                    indienen om een referendumte houden. Dit verzoek dient gedateerd
                                    te zijn en te vermelden om welk besluit van deraad het
                                    gaat.</al></li><li nr="3."><al>Het verzoek wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop
                                    openbare kennisgeving isgedaan van het desbetreffende besluit
                                    van de raad.</al></li><li nr="4."><al>Het verzoek moet worden ondersteund door tenminste drie procent
                                    van het aantal kiesgerechtigden.</al></li><li nr="5."><al>Bij het verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik
                                    gemaakt van door het college verstrekte lijsten, waarop worden
                                    geplaatst: denaam, adres, woonplaats en geboortedatum, als mede
                                    de handtekening van elke verzoeker.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Opschorting inwerkingtreding besluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een besluit waarover een referendum kan worden gehouden, treedt
                                    in afwijking van artikel 142 Gemeentewet, niet eerder in werking
                                    dan na zes weken na de bekendmaking van het besluit.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor een besluit als bedoeld in het eerste lid, een
                                    tijdstip van inwerkingtreding is vastgesteld, vervalt deze
                                    vaststelling wanneer een verzoek op grond van artikel 7, tweede
                                    lid, is toegewezen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de inwerkingtreding van een besluit, waarover een
                                    referendum kan worden gehouden, geen uitstel kan lijden, kan de
                                    gemeenteraad, in afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit
                                    artikel bij de vaststelling van het besluit en onder verwijzing
                                    in het besluit naar dit artikel bepalen dat het in werking
                                    treedt alvorens de in artikel 6, eerste lid, genoemde termijn
                                    isverstreken. Het besluit kan volgens de bepalingen van deze
                                    verordening na de inwerkingtreding aan een referendum worden
                                    onderworpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Besluit op referendumverzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt binnen twee weken na de in artikel 5, tweede
                                    lid, genoemde termijn een beslissing op het
                                    referendumverzoek.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst het verzoek toe, tenzij niet is voldaan aan de
                                    in artikel 5 gestelde eisen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Besluit van de raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De uitslag van een referendum geldt als een niet-bindende
                                    uitspraak tot afwijzing, indien een gekwalificeerde meerderheid
                                    zich in afwijzende zin uitspreekt.</al></li><li nr="2."><al>Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden na de dag
                                    waarop het referendum wordt gehouden, neemt de gemeenteraad een
                                    besluit naar aanleiding van de uitslag van het referendum.</al></li><li nr="3."><al>Het besluit als bedoeld in het tweede lid strekt uitsluitend tot
                                    intrekking of inwerkingtreding van het besluit dat aan het
                                    referendum is onderworpen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>referendum : raadplegende volksstemming in de gemeente
                                    Etten-Leur over een voorgenomen besluit van de raad</al></li><li nr="b."><al>raadsopdracht : door de raad vast te stellen notitie waarin een
                                    korte heldere probleemstelling en een korte heldere schets van
                                    de beoogde oplossingsrichting staan beschreven;</al></li><li nr="c."><al>groot project : maatschappelijk vraagstuk met ingrijpende
                                    gevolgen voor de Etten-Leurse samenleving waarvan de oplossing
                                    veel tijd (meer dan één jaar) vraagt of waarbij grote financiële
                                    belangen (gemeentelijke investering van ten minste €
                                    5.000.000,-) in het geding zijn of waarbij veel partijen zijn
                                    betrokken. Toelichting In dit artikel worden de meest
                                    elementaire begrippen gedefinieerd. Van belang voor dit
                                    hoofdstuk zijn vooral de definities van ‘groot project’ en
                                    ‘raadsopdracht’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Onderwerp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan een besluit nemen tot het houden van een
                                    referendum.</al></li><li nr="2."><al>Bij een referendum over een groot project geldt dat de raad een
                                    voorgenomen besluit neemt over de vaststelling van een
                                    raadsopdracht. Toelichting Lid 2 geeft een bijzondere procedure
                                    voor grote projecten. Om te voorkomen dat bij grote projecten op
                                    ‘verkeerde’ momenten referenda kunnen worden aangevraagd, wordt
                                    het referendum gekoppeld aan een voorgenomen besluit over de
                                    vaststelling van de raadsopdracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><al>Een referendum als bedoeld in artikel 9 kan niet worden gehouden
                            over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit op bezwaar of in administratief beroep;</al></li><li nr="b."><al>een besluit waarbij de belangen van kwetsbare groepen in de
                                    samenleving in het geding zijn</al></li><li nr="c."><al>een besluit over arbeidsrechtelijke posities, zoals benoemingen,
                                    ontslagen, schorsingen, schenkingen en kwijtscheldingen,
                                    beslissingen over rechtspositionele regelingen, alsmede
                                    beslissingen met betrekking tot geldelijke voorzieningen voor
                                    ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="d."><al>een besluit tot het vaststellen van de begroting en de rekening,
                                    alsmede met betrekking tot de vaststelling van gemeentelijke
                                    tarieven en belastingen;</al></li><li nr="e."><al>een besluit in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>een besluit ter uitvoering van een beslissing afkomstig van een
                                    hoger bestuursorgaan of de wetgever, waarbij de raad bij het
                                    nemen van dit besluit geen ruimte heeft voor het maken van
                                    keuzen van beleidsinhoudelijke aard;</al></li><li nr="g."><al>een besluit waarvan de raad van mening is dat er andere
                                    dringende redenen, waaronder in ieder geval (spoedeisende)
                                    belangen van de gemeente welke mede kunnen worden veroorzaakt
                                    door verplichtingen jegens derden, aanwezig zijn om geen
                                    referendum te houden</al></li><li nr="h."><al>kwesties waarover naar het oordeel van de raad eerder een
                                    referendum is gehouden of kon worden gehouden.</al></li><li nr="i."><al>vaststellen van bestemmingsplannen. Toelichting Dit artikel
                                    betreft de uitzonderingen met betrekking tot het houden van een
                                    referendum. In lid g is een soort hardheidsclausule
                                    geformuleerd. Bij de in g genoemde term (spoedeisende) belangen
                                    kan het zowel om financiële, juridische als politieke belangen
                                    gaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor de tijdige bekendmaking van de eventueel
                            aan een referendum te onderwerpen en aan de raad voor te leggen
                            besluiten.</al><al/><al>Toelichting</al><al>In dit artikel wordt in algemene zin vastgelegd dat het college
                            verantwoordelijk is voor het bekendmaken van te nemen (voorgenomen)
                            besluiten van de raad. Dit artikel beoogt geen uitbreiding te geven van
                            bekendmakingsbesluiten maar sluit aan bij de huidige praktijk, waarbij
                            het</al><al>college ook de voorstellen die het college aan de raad doet betreffende
                            het vaststellen van raadsopdrachten publiceert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Kiezers, in aantal minstens gelijk aan anderhalf procent van het
                                    aantal kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Etten-Leur bij
                                    de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen. kunnen bij het
                                    college schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden van
                                    een referendum indienen.</al></li><li nr="2."><al>Het inleidend verzoek dient vergezeld te gaan van handtekeningen
                                    van de in het eerste lid bedoelde kiezers, met opgave van naam.
                                    adres, geboortedatum en woonplaats, alsmede van een vermelding
                                    van het desbetreffende voorgenomen besluit.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde gegevens dienen te worden
                                    geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Indiening inleidend verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het inleidend verzoek dient bij het college te worden ingediend
                                    uiterlijk vijf werkdagen voor de desbetreffende besluitvorming
                                    in de raad.</al></li><li nr="2."><al>Het college toetst of aan de vereisten in artikel 13 is
                                    voldaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college van mening is dat de weigeringsgronden van
                                    artikel 11, onderdeel b en h zich voordoen, dan verzoekt het
                                    college de commissie bedoeld in artikel 25 hierover advies uit
                                    te brengen. Toelichting In dit artikel wordt een nauwkeurige
                                    procedure gegeven voor het inleidend verzoek. Bijzonder is dat
                                    indien het college van mening is dat de weigeringsgronden van
                                    artikel 11 onder deel b en h zich voordoen, er een
                                    commissieadvies wordt gevraagd. Gesteld moet worden dat hiervoor
                                    korte termijnen zijn opgenomen. Dit kan worden ondervangen door
                                    een permanente commissie in te stellen. Daarnaast zal in de
                                    praktijk een referenduminitiatief vaak eerder aangekondigd
                                    worden. Dit is overigens wel het moment waarop beoordeeld moet
                                    worden of zich één van de weigeringsgronden voordoet. Indien dit
                                    niet het geval is, kan de steunverwervingsfase beginnen, onder
                                    aanhouding van de besluitvorming.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Bekendmaking aan raad van ontvangst inleidend verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk één dag voor de desbetreffende raadsvergadering maakt
                                    het college aan de raad bekend of naar zijn mening aan de
                                    vereisten voor het indienen van inleidend verzoek is
                                    voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Het college betrekt daarbij het (eventuele) advies van de
                                    commissie als bedoeld in artikel 25.</al></li><li nr="3."><al>De raad besluit of aan de vereisten voor het indienen van een
                                    inleidend verzoek is voldaan en beslist of één van de
                                    weigeringsgronden, genoemd in artikel 11, zich voordoet.</al></li><li nr="4."><al>Indien de raad besluit dat aan de vereisten voor het indienen
                                    van inleidend verzoek is voldaan, houdt de raad zijn
                                    besluitvorming omtrent het betreffende onderwerp aan.
                                    Toelichting In deze procedure is systematisch de lijn
                                    aangehouden dat de raad uiteindelijk alle beslissingen
                                    neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Definitief verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de raad heeft besloten tot aanhouding overeenkomstig
                                    artikel 15, vierde lid, kunnen kiezers, in aantal minstens
                                    gelijk aan drie procent van het aantal kiesgerechtigde inwoners
                                    van de gemeente Etten-Leur bij de laatstgehouden
                                    gemeenteraadsverkiezingen, binnen zeven weken aangeven dat zij
                                    het verzoek ondersteunen om een referendum te houden.</al></li><li nr="2."><al>De verklaring tot ondersteuning dient vergezeld te gaan van
                                    handtekeningen van de in het eerste lid bedoelde kiezers, met
                                    opgave van naam, adres, geboortedatum en woonplaats, alsmede van
                                    een vermelding van het desbetreffende voorgenomen besluit.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde gegevens dienen te worden
                                    geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.
                                    Toelichting Artikel 16, eerste lid, stelt de termijn voor het
                                    definitief verzoek. Gekozen is voor een termijn van zeven weken,
                                    omdat daarmee binnen een tijdsspanne van drie raadsvergaderingen
                                    (doorgaans twaalf weken) duidelijkheid kan worden verkregen over
                                    een te houden referendum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Toets college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college toetst of aan de vereisten in artikel 16 is
                                    voldaan.</al></li><li nr="2."><al>Uiterlijk één dag voor de desbetreffende raadsvergadering maakt
                                    het college aan de raad bekend of naar zijn mening aan de
                                    vereisten in artikel 16 is voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Besluit raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad besluit of aan de vereisten in artikel 16 is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad besluit vervolgens of het referendum gehouden wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Voorgenomen besluit</titel></kop><al>Indien de raad besluit tot het houden van een referendum, wordt over het
                            desbetreffende onderwerp een voorgenomen besluit genomen.</al><al/><al>Toelichting Indien de raad heeft besloten tot het houden van een
                            referendum over het voorliggende onderwerp,</al><al>wordt volgens de gebruikelijke procedures voor het nemen van besluiten
                            een voorgenomen besluit over het raadsvoorstel genomen. Dat wil zeggen
                            dat er nog geen uitvoering of de inwerkingtreding kan plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>In het referendum wordt van de stemgerechtigden een oordeel gevraagd
                            over het voorgenomen besluit van de raad als bedoeld in artikel 19.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Besluit van de raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitslag van een referendum geldt als een niet bindende
                                    uitspraak tot afwijzing, indien een gekwalificeerde meerderheid
                                    zich in afwijzende zin uitspreekt.</al></li><li nr="2."><al>Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden na de dag
                                    waarop het referendum wordt gehouden, neemt de gemeenteraad een
                                    besluit naar aanleiding van de uitslag van het referendum.</al></li><li nr="3."><al>Indien dit besluit met zich meebrengt dat nadere besluitvorming
                                    noodzakelijk is over de wijzewaarop het besluit zal worden
                                    uitgevoerd, zal de raad deze besluitvorming zo snel mogelijk in
                                    gang zetten en afronden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De organisatie van een raadplegend en raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Taak van het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een goede begeleiding en organisatie
                                van het referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een neutrale
                                informatievoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een
                                    referendum, een budget beschikbaar voor voorlichting en
                                    organisatie.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan verzoekers, maatschappelijke organisaties,
                                    politieke partijen, gemeenteraadsfracties en zichzelf
                                    desgevraagd een tegemoetkoming toekennen in de kosten van
                                    organisatie en publiciteit ten behoeve van de campagne over het
                                    onderwerp waarop het referendum betrekking heeft.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt nadere regels vast met betrekking tot de
                                    voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te
                                    komen voor de in het tweede lid bedoelde tegemoetkoming en de
                                    verdeling daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Dekking</titel></kop><al>De raad bepaalt op welke wijze de kosten genoemd in artikel 23 worden
                            gedekt in de begroting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>De commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een permanente commissie in welke tot taak heeft
                                    te adviseren met betrekking tot de in artikel 26 genoemde
                                    onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>De raad benoemt de leden van de commissie voor een periode van
                                    vier jaar, waarna verlenging met maximaal één periode kan
                                    plaatsvinden.</al></li><li nr="3."><al>De commissie bestaat uit tenminste drie en maximaal vijf
                                    deskundigen.</al></li><li nr="4."><al>Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het
                                    lidmaatschap van de raad, met het lidmaatschap van het college,
                                    met het ambt van burgemeester van Etten-Leur en met een
                                    dienstverband bij de gemeente Etten-Leur.</al></li><li nr="5."><al>De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en bepaalt
                                    haar eigen werkwijze.</al></li><li nr="6."><al>De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die
                                    geen lid van de commissie is.</al></li><li nr="7."><al>De commissie brengt binnen vier weken nadat zij daartoe
                                    ingevolge artikel 26, eerste lid verzocht is, een gemotiveerd
                                    advies uit, waarbij zij tevens verslag doet van de door haar
                                    gevolgde werkwijze.</al></li><li nr="8."><al>De leden van de commissie ontvangen per vergadering een
                                    vergoeding gelijk aan de jaarlijks door de minister van
                                    Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen
                                    maximumvergoeding aan burgercommissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad vraagt de commissie, bedoeld in artikel 25, om advies
                                    over:</al></li><li nr="-"><al>De helderheid en eenduidigheid van de formulering van de
                                    vraagstelling van het referendum.</al><al>De vraagstelling dient helder en eenduidig beantwoordbaar te
                                    zijn met:</al></li><li nr="-"><al> ja of neen;</al></li><li nr="-"><al>een voorkeur voor één van twee alternatieven.</al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop gestemd wordt.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan de commissie advies vragen over:</al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop van gemeentezijde voorlichting over het
                                    referendum wordt verstrekt.</al></li><li nr="-"><al>Organisatorische kwesties met betrekking tot de fases van het
                                    inleidend verzoek en hetdefinitief verzoek.</al></li><li nr="3."><al>De commissie adviseert, overeenkomstig het bepaalde in artikel
                                    14, derde lid.</al></li><li nr="4."><al>Adviezen van de commissie zijn openbaar conform het daarover
                                    bepaalde in de wet Openbaarheid van Bestuur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27:</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt aan de hand van het bepaalde in deze verordening
                                    en gelet op het advies van de commissie als bedoeld in artikel
                                    25 tenminste acht weken voor het te houden referendum de datum,
                                    de formulering van de vraagstelling en de antwoordcategorieën
                                    van het te houden referendum vast.</al></li><li nr="2."><al>De vraagstelling bij een referendum gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al>een toelichting op de aard en inhoud van het onderwerp
                                            van het referendum;</al></li><li nr="b."><al>een analyse van de achtergronden van het onderwerp van
                                            het referendum;</al></li><li nr="c."><al>een beschrijving van de gevolgen, de financiële
                                            daaronder begrepen, van een positief antwoord en van een
                                            negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een
                                            keuze voor een bepaalde optie;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van de argumenten voor en tegen van de in
                                            de vraagstelling opgenomen keuzemogelijkheden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.</al></li><li nr="4."><al>Aan de kiezer worden in de vraagstelling twee alternatieven
                                    voorgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>Procedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt op grond van het bepaalde in artikel 27, eerste
                                    lid, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien
                                    verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan
                                    uiterlijk vier maanden na de dag waarop de raad een beslissing
                                    heeft genomen tot het houden van een referendum op basis van
                                    artikel 15, vierde lid, respectievelijk het college een
                                    beslissing heeft genomen tot het houden van een referendum op
                                    basis van artikel 7, eerste lid. De raad kan besluiten deze
                                    termijn te verlengen met maximaal drie maanden indien binnen
                                    deze periode algemene verkiezingen worden gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan bepalen op welke wijze gestemd wordt.</al></li><li nr="4."><al>Uiterlijk zes weken voor de datum waarop het referendum wordt
                                    gehouden, worden alle relevante stukken ter inzage gelegd op een
                                    aantal door het college te bepalen plaatsen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>De stemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stemgerechtigd zijn degenen, die op de drieënveertigste dag
                                    voordat het referendum wordt gehouden, blijkens de gemeentelijke
                                    basisadministratie persoonsgegevens kiesgerechtigd zijn voor de
                                    verkiezing van de leden van de gemeenteraad, mits zij uiterlijk
                                    op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Behoudens het bepaalde in het eerste lid zijn ten aanzien van de
                                    stemming de bepalingen van de Kieswet zoveel mogelijk van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van een
                                    gekwalificeerde meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal
                                    geldige stemmen. Deze meerderheid omvat tenminste dertig procent
                                    van hen die voor dit referendum stemgerechtigd waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30:</nr><titel>Geen gekwalificeerde meerderheid</titel></kop><al>Het referendum wordt als niet gehouden beschouwd indien er geen
                            gekwalificeerde meerderheid als bedoeld in artikel 29 derde lid tot
                            stand is gekomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Straf- en Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt</al><al>gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij
                                    zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of
                                    vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk
                                    als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken,
                                    dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad
                                    heeft;</al></li><li nr="c."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden
                                    heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                    anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Referendumverordening
                            2006”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>van 19 december 2005</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>Drs. W.C.M. Voeten. drs. J.A.M. van Agt.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>