<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92219_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels procedure artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad 2011/35</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels procedure artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:80 en artikel 3:10 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-15</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>zaaknummer 2011-000838</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>natuur en landschap, bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels procedure artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND EN DE COMMISARIS VAN DE KONINGIN</al><al>Gelet op de artikelen 3:10, eerste lid, 4:4 en 4:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht, in
samenhang met artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998;</al><al>BESLUITEN</al><al>Vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 </titel></kop><al>Bij de voorbereiding van beslissingen op een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 passen Gedeputeerde Staten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht toe.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 </titel></kop><al>In afwijking van artikel 1 passen Gedeputeerde Staten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet toe bij de voorbereiding van beslissingen van eenvoudige aard waartegen naar verwachting geen zienswijzen zullen worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 </titel></kop><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels procedure artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 </titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de dag van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij worden geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedeputeerde staten van Gelderland</ondertekening><ondertekening> </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Op grond van artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 geldt een verbod om zonder vergunning
projecten en handelingen uit te voeren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
Bij de voorbereiding van beslissingen op aanvragen om een vergunning dienen Gedeputeerde
Staten een procedure te doorlopen die borg staat voor een zorgvuldige voorbereiding van die
beslissingen. In beginsel is dat de procedure zoals beschreven in afdeling 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht, aangevuld met enkele bepalingen uit de Natuurbeschermingswet 1998 (waaronder over de beslistermijn).
Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheid om in plaats daarvan te besluiten afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) in een concreet geval toe te passen. Op grond daarvan wordt van een ontwerpbesluit kennis gegeven, waarna belanghebbenden zienswijzen kunnen indienen. Daarna wordt het definitieve besluit genomen.
Tegen dat besluit staat beroep open bij de rechter, in het geval van artikel 19d
Natuurbeschermingswet 1998 de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat is
een belangrijk verschil met de procedure van afdeling 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht,
op grond waarvan tegen een besluit eerst een bezwaarschrift moet worden ingediend alvorens
de rechter kan worden ingeroepen. Bij toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht zal de bezwarenfase derhalve worden overgeslagen. Ook bij toepassing van
afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gelden overigens de genoemde aanvullende
bepalingen in de Natuurbeschermingswet 1998. Op grond daarvan geldt de beslistermijn zoals
die in de Natuurbeschermingswet 1998 is vastgelegd.
Onderhavige beleidsregels strekken ertoe dat de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene
wet bestuursrecht in beginsel wordt toegepast, behalve als het gaat om beslissingen van
eenvoudige aard waartegen naar verwachting geen zienswijzen zullen worden ingediend. Voor
het toepassen van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht zullen Gedeputeerde Staten
in ieder concreet geval daartoe beslissen (dan wel zal in mandaat daartoe namens
Gedeputeerde Staten worden besloten) en zal de procedure in overeenstemming met de
voorschriften worden ingericht.
 </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>