<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92090_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening gemeente Lopik 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lopik</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zenderstreeknieuws</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Lopik 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/zoeken">gelet op artikel 4.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-11-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsbesluit 18 december 2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>telecom, telecommunicatie, electronisch, netwerk, kabels, voorzieningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening gemeente Lopik 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Telecommunicatieverordening gemeente Lopik 2007</vet></al><al> De raad van de gemeente Lopik;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 20 november 2007;</al><al>gelet op artikel 4.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149,
                        van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit vast te stellen de volgende verordening:</vet></al><al>Verordening gemeente Lopik inzake werkzaamheden in verband met de aanleg,
                        instandhouding en opruiming van kabels ten dienst van een openbaar
                        elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden
                        (Telecommunicatieverordening 2007 gemeente Lopik)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>wet: Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="2."><al>openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk als bedoeld in
                                communicatienetwerk: artikel 1.1, onder h, van de wet;</al></li><li nr="3."><al>kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet;</al></li><li nr="4."><al>voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken als bedoeld in
                                artikel 5.15, van de wet, en kabels;</al></li><li nr="5."><al>openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel
                                1.1, onder aa, van de wet;</al></li><li nr="6."><al>aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch
                                communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de
                                wet;</al></li><li nr="7."><al>werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                                elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden;</al></li><li nr="8."><al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="9."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="10."><al>melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a,
                                van de wet;</al></li><li nr="11."><al>instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel
                                5.4 eerste lid, onder b, van de wet;</al></li><li nr="12."><al>huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan 10 m in
                                openbare gronden dat een openbaar elektronisch communicatienetwerk
                                verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1,
                                onder k, van de wet;</al></li><li nr="13."><al>werkzaamheden van niet ingrijpende aard:- het aanbrengen of
                                verwijderen van kabels in reeds aangebrachte voorzieningen;-
                                reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk met
                                een lengte van minder dan 10 m en niet vallend onder artikel 3
                                eerste lid;- het maken van huisaansluitingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen
                                ten minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door
                                het college vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
                                vooroverleg voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in
                                het eerste lid van dit artikel voor te bereiden.</al></li><li nr="3."><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk
                                vier weken na ontvangst van de melding in het eerste lid
                                schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg
                                tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al></li><li nr="4."><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan
                                de aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal twee
                                dagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het
                                college vastgesteld formulier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige belemmering
                        of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6, tweede lid, van de
                        wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand aan de start van de
                        werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van
                        de werkzaamheden via een door de burgemeester vast te stellen formulier aan
                        de burgemeester of een daartoe gemachtigde ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                                verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:a. naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene
                                die de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                exploiteert.b. een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat
                                direct met kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het
                                aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;c. een opgave van
                                belanghebbenden en instanties die vooraf in kennis worden gesteld
                                van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard van de
                                werkzaamheden;d. een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:1e een
                                opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke (digitale)
                                tekeningen en daarop aangegeven wat de te verbinden locaties zijn;2e
                                een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden
                                geplaatst, alsmede van de gewenste situering daarvan;3e een
                                omschrijving van de opbrekingen van de verharding;4ede doorsnede van
                                de kabel en indien van toepassing de kabelgoot;5e de opgave van
                                ondergrondse (handholes en dergelijke) of bovengrondse kasten
                                waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering
                                en afmetingen daarvan;6e naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer
                                van de contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn
                                met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen contactpersoon
                                die ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig
                                uur per dag bereikbaar is in verband met mogelijke calamiteiten;7e
                                de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare grond
                                aanwezige kabels en leidingen waarborgen;8e de bereikbaarheid van
                                percelen en opstallen in de nabijheid van de uit te voeren
                                werkzaamheden;9e alle overige van belang zijnde feiten en
                                omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet
                                genoemde belangen;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de
                                melding worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze gegevens
                                worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Aanvullende verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de
                                uit te voeren werkzaamheden op de hoogte te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de aanbieder
                                op verzoek van het college verplicht gegevens omtrent de ligging van
                                zijn kabels te verstrekken en een overzicht te geven van de niet in
                                gebruik zijnde kabels.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                                van deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst
                                van de melding. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan
                                worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt
                                het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
                                tegemoet kan worden gezien.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel
                                houdt het college de beslissing aan, indien er in verband met
                                werkzaamheden ten behoeve van het openbare elektronisch
                                communicatienetwerk een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de
                                Wet milieubeheer of een kapvergunning is vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het instemmingsbesluit heeft een maximale werkingsduur van 6
                                maanden. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen 6 maanden na
                                aanvang van de werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit
                                anders is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de
                                plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,
                                verplaatsing en opruiming van kabels, het bevorderen van medegebruik
                                van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden
                                met beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over
                                de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende
                                bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk.</al></li><li nr="3."><al>Indien binnen 1 jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                                openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het
                                college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee
                                gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.</al></li><li nr="4."><al>Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere
                                voorwaarden stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                                gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                                door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                                aangelegde voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een
                                door het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding
                                als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is er mede op gericht te
                                bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan
                                worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste
                                lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te
                                maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen,
                                kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht
                                om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze
                                voorzieningen gebruik te maken.</al></li><li nr="4."><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van
                                nieuwe kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen,
                                of aan andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van
                                kabels te doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Overdracht voorzieningen</titel></kop><al>Indien kabels en beschermingswerken worden overgedragen aan een nieuwe
                        aanbieder draagt deze zorg voor een voldoende, algemene registratie van zijn
                        kabels; melding bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) wordt
                        als voldoende aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                        feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Lopik, vastgesteld bij raadsbesluit
                        van 30 maart 1999, vervalt op de datum van inwerkingtreding van de
                        onderhavige verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Lopik blijft van kracht op
                                meldingen waarop reeds krachtens diezelfde Verordening is beslist,
                                maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van
                                deze verordening nog niet is gerealiseerd.</al></li><li nr="2."><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening
                                gemeente Lopik maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze
                                verordening toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening 2007
                        gemeente Lopik.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2007,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Model-Telecommunicatieverordening 2007</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Stb. 2007,17). De wijzingen betreffen met name hoofdstuk 5
                    van de wet: De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels. In dit hoofdstuk
                    is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor
                    telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet,
                    verleggen om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van
                    gemeenten als beheerder van de openbare gronden en de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. De belangrijkste wijzigingen betreffen kort de volgende
                    onderwerpen:</al><al><vet>Lege buizen</vet></al><al>In de eerste plaats is met het wetsontwerp een technisch-juridische fout
                    goedgemaakt. Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels,
                    alsnog onder hetzelfde juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent dat
                    ook het verplaatsen van de lege buizen bij de uitvoering van werken of de
                    oprichting van gebouwen op kosten van het telecommunicatiebedrijf (hierna:
                    telecombedrijf) moet gebeuren.</al><al><vet>Gedoogplicht openbare gronden </vet></al><al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden
                    in de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid
                    verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van
                    de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk wordt helemaal opnieuw
                    ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen woningen
                    komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt
                    puur op basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid
                    1 van artikel 5.2 doet het er niet toe of er sprake is van uitvoering van werken
                    of de oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken
                    is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd moet worden
                    als deze geen hinder oplevert.</al><al><vet>Aanbieder netwerk</vet></al><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger
                    van een netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een
                    aannemer die voor eigen rekening en risico een telecommunicatienetwerk (hierna:
                    telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het netwerk dient wel
                    binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk’.</al><al><vet>Medegebruik </vet></al><al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting tot mede gebruik wordt
                    opgelegd in het instemmingsbesluit.</al><al><vet>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar </vet></al><al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te
                    zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het
                    in gebruik nemen schriftelijk melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen
                    genoemde periode niet gedaan, dan is de gedoogplicht vervallen en kan de
                    gemeente de verwijdering van de lege buizen op kosten van het telecombedrijf
                    vorderen of precario heffen.</al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel
                    20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden
                    gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven
                    zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de lege buizen
                    schriftelijk aan de gemeente te melden.</al><al><vet>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk toestemming </vet></al><al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel
                    een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de
                    Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als
                    eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de
                    wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente tevens de
                    privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, lid 7
                    van de Telecommunicatiewet.</al><al/><al><vet>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening </vet></al><al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij
                    is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo
                    moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen
                    12 maanden na datum van het instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen
                    zijn van publiek belang om de werkzaamheden later te starten.</al><al/><al><vet>Herstraten </vet></al><al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                    werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf
                    te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in rekening te
                    brengen.</al><al/><al><vet>Verplaatsen van kabels </vet></al><al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen
                    van maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt ook
                    als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                    projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                    problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door
                    deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd
                    dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden.</al><al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels
                    door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat op basis van een
                    instemmingsbesluit deze kabels zijn gelegd, dan komen de kosten daarvan voor
                    rekening van de verzoekende gemeente.</al><al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het
                    nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van
                    de kabels dan dient telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen van
                    een plaats waarheen de kabels verlegd kunnen worden, te starten met de
                    werkzaamheden. Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over
                    de vraag wie de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de
                    gemeente als het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht
                    weken uitspraak doet.</al><al><vet>Telecomkabels versus andere nutsleidingen </vet></al><al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op
                    zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te maken. Geschillen hierover
                    kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor telecomkabels die reeds zijn
                    aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft gelden dat -
                    indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de
                    privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad.</al><al/><al><vet>Exploitatie van openbare elektronische communicatienetwerken</vet> Het is
                    gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te exploiteren.
                    Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig openbaar
                    elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt, dan mag
                    zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                    Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al><al/><al><vet>Eigendom netwerken</vet></al><al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                    netwerk. Voor andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc.
                    bestond de vraag of de grondeigenaar door zogenaamde verticale natrekking
                    eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking. In het wetsontwerp
                    is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen waardoor het nu vaststaat
                    dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds
                    aangelegde netwerken.</al><al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG,
                    www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL),
                    www.gpkl.nl.</al><al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1,
                    voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of
                    verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit van het
                    college. De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het college aan het
                    instemmingsbesluit kunnen verbinden. De leden 4 en 5 leggen de verplichting op
                    aan de gemeenteraad tot het bij verordening regels vast te stellen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                            waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het
                            uitvoeringsplan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding
                            en opruiming;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                            verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie;</al></li></lijst><al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard.</al><al>Dit artikel noodzaakt tot een herzien van de modelverordening van 21 december
                    1998, herzien 19 april 2004.</al><al/><al><vet>Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten</vet></al><al>Op dit moment is in behandeling de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
                    netten, ook wel genoemd de grondroerdersregeling. Deze wet voorziet in een
                    verplichte registratie van kabels en buizen en een verplichte
                    informatie-uitwisseling bij graafwerkzaamheden om op deze wijze schade aan
                    kabels en buizen te voorkomen bij de uitvoering van deze werkzaamheden. De wet
                    vervangt de (vrijwillige) registratie van ondergrondse netten door het
                    deelnemerschap aan KLIC. Bij het van kracht worden van de artikelen in de
                    grondroerdersregeling die registratie bij het Kadaster voorschrijven kan artikel
                    9 van de telecommunicatieverordening vervallen. Artikelsgewijze
                    toelichting:</al><al/><al><vet>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</vet></al><al>De begripsomschrijvingen zijn voor zover nodig aan de nieuwe nummering van de
                    Telecommunicatiewet aangepast.</al><al>Kanttekeningen:</al><al/><al><vet>Openbaar telecommunicatie elektronisch communicatienetwerk</vet></al><al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor openbare elektronische
                    communicatienetwerken, in artikel 1.1 h van de Telecommunicatiewet gedefinieerd
                    als een ‘elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt
                    gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder
                    mede begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor
                    zover dit aan het publiek geschiedt.</al><al/><al><vet>Kabels en ondersteuningswerken</vet></al><al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van voorzieningen ten
                    behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de
                    ondersteuningswerken (buizen), maar ook de benodigde kasten en dergelijke.</al><al>In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd.Voorzieningen,
                    niet in gebruik voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk, vallen
                    volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de gedoogplicht met dien verstande dat
                    de gedoogplicht eindigt, indien niet na 10 jaar de ondersteuningswerken deel
                    zijn gaan uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk (artikel
                    5.2, lid 8 van de wet).</al><al/><al><vet>Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</vet></al><al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven
                    aan artikel 5.4, lid 5, van de Telecommunicatiewet. Binnen de begripsbepaling
                    zijn enige voorbeelden opgenomen van niet ingrijpende werkzaamheden. Het staat
                    de gemeente vrij de omschrijving van werkzaamheden van niet ingrijpende aard
                    zelf anders in te vullen. Het is immers een uitzondering op de standaard
                    meldplicht van artikel 4 van de modelverordening en daarom een limitatieve
                    opsomming.</al><al/><al><vet>Optionele uitbreiding begripsomschrijvingen:</vet></al><al>Het verdient aanbeveling voor de gemeente de algemene regels voor de
                    uitvoering van de werkzaamheden in de openbare ruimte algemene beleidsregels
                    vast te stellen, bijvoorbeeld op te nemen in een handboek. In dit handboek staan
                    dan de algemene regels, als de wegafzettingen tijdens de uitvoering, het
                    informeren van omwonenden, technische voorschriften over het herstel van de
                    straat etc. Het voordeel is dat deze voorschriften dan niet in iedere af te
                    geven instemmingsbesluit behoeven te worden opgenomen. Verder kan het handboek
                    betrekking hebben op alle kabels en leidingen in gemeentegrond, dus niet allen
                    telecommunicatiekabels. In het algemeen zullen dergelijke voorschriften door het
                    college worden vastgesteld, die daarvoor bijvoorbeeld een ambtenaar kan
                    mandateren. Op deze wijze kan flexibel op de ontwikkelingen worden ingespeeld.
                    Een gemeente kan er voor kiezen deze voorschriften door de raad te doen
                    vaststellen.</al><al/><al><vet>Beschikt de gemeente over een dergelijk handboek dan dient dit te worden
                        opgenomen onder artikel 1:</vet></al><al>Handboek: door het college vastgestelde of nader vast te stellen regels
                    betreffende ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels
                    en leidingen.</al><al/><al><vet>Artikel 2: Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</vet>De algemene
                    melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in samenhang met artikel 6,
                    lid 1, van de modelverordening, te geschieden acht weken voor de aanvang van de
                    werkzaamheden.In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om
                    voor de melding overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde
                    komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de
                    werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat de
                    termijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald.Het vierde lid geeft de
                    mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee dagen voor de aanvang van de
                    werkzaamheden aan de hand van een nader vast te stellen formulier.</al><al/><al><vet>Artikel 3: Ernstige belemmeringen en storingen </vet></al><al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, lid 4, sub f en artikel 5.6 van de
                    Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden volstaan aan een melding
                    aan de burgemeester of een door hem of haar aan te stellen ambtenaar. Ernstige
                    belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet nader omschreven, wel
                    wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een
                    kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige
                    belemmering of storing in de communicatie voor één individuele aansluiting
                    voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Om onduidelijkheid
                    te voorkomen is het raadzaam om deze overweging kenbaar te maken aan de in de
                    gemeente opererende telecombedrijven.Artikel 5.6, lid 5 van de
                    Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in de verordening gebieden aan te
                    wijzen waar om redenen van veiligheid dit artikel niet van toepassing is.
                    Hierbij is gedacht aan bijvoorbeeld industriegebieden met daarin liggende
                    buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen. In dergelijke gebieden is
                    het niet aanvaardbaar dat daar zonder toezicht van de gemeente wordt
                    gegraven.</al><al/><al><vet>Artikel 4: Gegevensverstrekking</vet></al><al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                    Telecommunicatiewet.</al><al/><al><vet>Artikel 5: Aanvullende verplichtingen</vet></al><al>In het eerste lid wijst dit artikel er wellicht ten overvloede op, indien een
                    dergelijke verplichting onderdeel is van gemeentelijk beleid, dat de aanbieder
                    verplicht is omwonenden en bedrijven ter plaatse van de werkzaamheden te
                    informeren. Heeft de gemeente geen beleidsregels of iets dergelijks waarin deze
                    verplichting is opgenomen, dan dient het tweede gedeelte van de bepaling te
                    worden geschrapt.</al><al>In het tweede lid wordt de aanbieder verplicht de ligginggegevens van de kabel
                    te verstrekken. Indien gewenst kan hieraan worden toegevoegd op welke wijze deze
                    gegevens verstrekt dienen te worden, bijvoorbeeld digitaal. Er zijn gemeenten
                    die zelf opmeten, in dat geval dient het tweede lid te worden aangepast.</al><al/><al><vet>Artikel 6: Beslistermijn en samenloop</vet></al><al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene Wet Bestuursrecht dient het college
                    uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding de beslissing te nemen en
                    indien dit niet mogelijk is een redelijke termijn te noemen waar binnen de
                    beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al><al>Het tweede lid regelt dat het college de beslissing aanhoudt indien er een
                    andere vergunning van een al dan niet ander bestuursorgaan nodig is, zoals een
                    vergunning op basis van de Woningwet (bouwvergunning) en/of Wet Milieubeheer.
                    Deze vergunningen kunnen noodzakelijk zijn indien bijvoorbeeld “kasten” een
                    dergelijke omvang hebben dat een bouwvergunning is vereist en/of een
                    milieuvergunning nodig is vanwege het geluid van de ventilatieapparatuur in de
                    kast. Ook kunnen vergunningen noodzakelijk zijn op grond van een plaatselijke
                    verordening bijvoorbeeld een kapvergunning. Artikel 5.5 van de
                    Telecommunicatiewet bepaalt dat het college zorgdraagt voor inhoudelijke
                    afstemming tussen de betrokken bestuursorganen.</al><al/><al><vet>Artikel 7: Voorschriften en beperkingen bij instemming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de oude modelvergunning was opgenomen, welke voorschriften het
                            college aan het instemmingsbesluit kon verbinden. In aansluiting hierop
                            heeft de wetgever deze voorschriften nu in de wet opgenomen, zodat deze
                            niet nogmaals in de verordening zijn opgenomen.Het gaat om de volgende
                            bepalingen:Artikel 5.4 leden 2 en 3 van de Telecommunicatiewet:</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde,
                            veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid
                            van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het
                            instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben opa. De plaats van de
                            werkzaamheden;b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande
                            dat het toegestane tijdstip van aanvang van aanvang, behoudens zeer
                            zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het tweede lid,
                            niet later mag plaatsvinden dan 12 maanden na de datum van afgifte van
                            het instemmingsbesluit;c. de wijze van uitvoering van de
                            werkzaamheden;d. het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;e.
                            het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken. Deze bepalingen
                            dient het college in acht te nemen bij het geven van voorschriften bij
                            het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het
                            instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene wet
                            bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met de
                            gegeven voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep
                            kan gaan resp. bij de OPTA en vervolgens bij de Rechtbank en het College
                            van Beroep voor het bedrijfsleven. (Artikelen 12.2 en 17.1
                            Telecommunicatiewet.) Het derde lid van artikel 7 van de
                            modelverordening geeft invulling aan artikel 5.4, tweede en derde lid
                            van de wet.Het eerste lid van artikel 7 beperkt de werkingsduur van het
                            instemmingsbesluit om te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt
                            van een dergelijk besluit geruime tijd na afgifte. Immers het intussen
                            gewijzigde gebruik van de openbare gronden kan het aanleggen van een
                            telecomkabel onwenselijk maken. Een suggestie is om de werkingsduur van
                            een instemmingsbesluit te stellen op 6 maanden en dat de werkzaamheden
                            moeten zijn voltooid 6 maanden na aanvang.Het tweede lid geeft als
                            aanvulling dat het college naast voorschriften over tijdstip plaats en
                            dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook voorschriften opstellen
                            over de uitstraling, vormgeving, kleur, situering en afmetingen van
                            voorzieningen als kasten handholes en dergelijke behorende bij het
                            netwerk.Het derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een kabel
                            dient te worden gelegd in openbare gronden die recent zijn
                            geherstructureerd, bijvoorbeeld herstraat. In dat geval heeft het
                            college de mogelijkheid extra voorschriften te stellen boven de
                            gebruikelijk gehanteerde voorschriften (natuurlijk wel binnen het kader
                            van artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet).Het vierde lid heeft betrekking
                            op het geval dat kabels dienen te worden gelegd in bijvoorbeeld een
                            winkelgebied met sierbestrating.Indien de gemeente beschikt over een
                            “handboek” als vermeld in de toelichting bij lid 1 dan dient een vijfde
                            lid als volgt te worden toegevoegd:</al></li><li nr="4."><al>De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,verplaatsing en opruiming
                            van kabels en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform de door
                            het college gegeven beleidsregels (of Handboek)</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 8: (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</vet></al><al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                    medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het graven in
                    de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de gemeente. Het
                    medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven
                    instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder opgenomen van
                    vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt gedaan.
                    De vraag wat een redelijk aanbod is kan worden beantwoord als volgt: de
                    aanwezige voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig
                    alternatief voor het eigen graafrecht van de aanbieder.Het vierde lid behandelt
                    de situatie indien de gemeentelijke leidingprofielen geen ruimte bieden voor de
                    aanleg van kabels.</al><al/><al><vet>Artikel 9 en 10: Overdracht voorzieningen en Melding wijziging
                        voorzieningen</vet>De rechter heeft uitgesproken dat de werking van het
                    instemmingsbesluit eindigt zodra de werkzaamheden waarvoor instemming is
                    gevraagd zijn, beëindigd. Dit betekent dat het college geen verplichtingen op
                    basis van het instemmingsbesluit aan de aanbieder kan opleggen nadat deze zijn
                    werkzaamheden heeft beëindigd. Echter het instemmingsbesluit dient voor de
                    gemeente ook om een registratie up-to-date te houden van de in het openbaar
                    gebied liggende kabels en de beheerders/eigenaren daarvan. Om deze reden zijn de
                    artikelen 9 en 10 in de modelverordening opgenomen.Artikel 5 lid 2b van het
                    wetsontwerp Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten verstrekt de dienst
                    (het Kadaster) op verzoek aan bestuursorganen gebiedsinformatie voorzover deze
                    noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Dan voorziet deze wet in de
                    informatiebehoefte van de gemeente over de in het openbaar gebied liggende
                    telecomkabels. Artikel 9 van de verordening kan bij inwerkingtreding van de
                    artikelen die de verplichte registratie bij het Kadaster voorschrijven
                    vervallen.</al><al/><al><vet>Artikel 11: Intrekking oude verordening</vet></al><al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening in
                    werking kan treden. De voorgaande modelverordening dateert van 1998 en is als
                    laatste gewijzigd in 2005.</al><al/><al><vet>Artikel 12: Overgangsrecht</vet></al><al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of nieuwe
                    verordening van kracht is op de (voorgenomen) graafwerkzaamheden.</al><al/><al><vet>Artikel 13: Inwerkingtreding</vet></al><al>Tenzij de gemeenteraad anders besluit treedt de verordening geheel
                    overeenkomstig de Gemeentewet in werking met ingang van de achtste dag na
                    publicatie. Op hetzelfde tijdstip dient de oude telecommunicatieverordening te
                    worden ingetrokken. De nog lopende instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog
                    niet of niet volledig zijn gelegd blijven van kracht met dien verstande dat
                    vallen onder de nieuwe verordening.</al><al><vet>Artikel 14: Citeerartikel</vet>Door toevoeging van de naam van de gemeente
                    aan de citeertitel is het voor eenieder die de verordening opvraagt duidelijk
                    dat dit de verordening betreft van die met name genoemde gemeente.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>