<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening WERV - Wageningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-06-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://weed.diva.nl/dsc?c=getobject&amp;s=obj&amp;!sessionid=1XlWdpDcXH5!f8xG1jmb5WBRDacGa59bs5WzcV!ns3t!8jhb9oWMdxXGwqyxTagM&amp;objectid=49451&amp;!dsname=WageningenExtern">Stad Wageningen 2 april 2008 (Vaststelling nadere uitwerking regels inzake urgentie 2007) </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening WERV - Wageningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005674/geldigheidsdatum_15-12-2009#HoofdstukI_2">Huisvestingswet, artikel 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr. 06.0059749, afd. SOwo</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regels inzake Urgentie 2007 (zie bijlage 1)</al><al>Reglement Klachtencommissie woonruimteverdeling WERV - Wageningen (zie bijlage 2)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>HUISVESTINGSVERORDENING WERV - WAGENINGEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Considerans</vet></al><al>De raad van de gemeente Wageningen </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders</al><al>van 19 september 2006, nr. 06.0059749, afd. SOwo </al><al>gelet op artikel 2 van de huisvestingswet;</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de huisvestingsverordening WERV WAGENINGEN.</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 18 december 2006,</al><al>Versie 17 oktober 2006</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3.11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a. Aanbodmodel:</al></entry><entry colname="col2"><al>woonruimteverdelingsysteem waarbij de vrijkomende
                                                huurwoningen worden aangeboden door middel van een
                                                advertentiemedium, waarbij woningzoekenden zelf
                                                reageren op de advertentie en de kandidaat wordt
                                                geselecteerd uit de binnengekomen reacties;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b. Actiegebiedaanwijzing:</al></entry><entry colname="col2"><al>gebied of complex waarover in het kader van
                                                herstructurering afspraken zijn of worden
                                                gemaakt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c. Advertentiemedium:</al></entry><entry colname="col2"><al>uitgave waarin ter toewijzing beschikbare
                                                woonruimten in de regio worden aangeboden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d. Aftoppingsgrens:</al></entry><entry colname="col2"><al>de grens als bedoeld in artikel 20 onder b van de
                                                Wet op de Huurtoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.B&amp;W:</al></entry><entry colname="col2"><al>het college van burgemeester en wethouders van de
                                                gemeente;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f. Bereidverklaring:</al></entry><entry colname="col2"><al>de schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij
                                                bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de
                                                huisvestingsvergunning in gebruik te geven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g. Besluit:</al></entry><entry colname="col2"><al>het Huisvestingsbesluit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h. Bijzondere doelgroepen:</al></entry><entry colname="col2"><al>woningzoekenden uit opvanghuizen en hulp- en
                                                dienstverlenings-instellingen, gehandicapten en
                                                ouderen met een zorgindicatie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i. Combinatiemodel:</al></entry><entry colname="col2"><al>Een model waarvan het aanbodmodel de basis vormt,
                                                aangevuld met de modules loting en optie; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j. Economische binding:</al></entry><entry colname="col2"><al>de binding van een persoon aan de WERV daarin
                                                gelegen dat die persoon voor de voorziening in het
                                                bestaan is aangewezen op het verrichten van arbeid
                                                binnen of vanuit de WERV. Er moet dan minimaal
                                                sprake zijn van een contract van een halve werkweek
                                                met een duur van minstens 1 jaar. Ook degene die een
                                                dagopleiding volgt aan een in de WERV gevestigde
                                                instelling van onderwijs heeft deze binding; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k. Eigenaar:</al></entry><entry colname="col2"><al>degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van
                                                een woonruimte of een gebouw;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l. Huishouden:</al></entry><entry colname="col2"><al>een alleenstaande of twee of meer personen die een
                                                gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
                                                voeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m. Huisvestingsvergunning:</al></entry><entry colname="col2"><al>de vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid
                                                van de Wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n. Huurprijs:</al></entry><entry colname="col2"><al>de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd
                                                voor het enkele gebruik van een woonruimte,
                                                uitgedrukt in een bedrag per maand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o. Huurprijsgrens:</al></entry><entry colname="col2"><al>het bedrag dat wordt genoemd in artikel 13, eerste
                                                lid onder a, van de Wet op de huurtoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p. Huurtoeslag</al></entry><entry colname="col2"><al>een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in
                                                artikel 2, eerste lid, onder j, van de Algemene wet
                                                inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van het
                                                huren van een woning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q. Huurwoning:</al></entry><entry colname="col2"><al>woonruimte waarvoor de gebruiker een vergoeding
                                                verschuldigd is, of ten aanzien waarvan de gebruiker
                                                een huurovereenkomst is aangegaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r. Ingezetene:</al></entry><entry colname="col2"><al>degene die in het bevolkingsregister van één van de
                                                WERV gemeenten is opgenomen en daar feitelijk
                                                hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning
                                                aangewezen woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s. Inkomen:</al></entry><entry colname="col2"><al>het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1 onder i
                                                van de Wet op de Huurtoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t. Inschrijvingsduur:</al></entry><entry colname="col2"><al>de periode dat de woningzoekende aaneensluitend is
                                                ingeschreven in het register van
                                                woningzoekenden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u. Klachtencommissie:</al></entry><entry colname="col2"><al>de – in overleg met de toegelaten instellingen –
                                                door het college van Burgemeester en Wethouders van
                                                Wageningen benoemde commissie, die belast is met
                                                klachten van woningzoekenden met betrekking tot de
                                                afhandeling van de verdeling van woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>v. Koopprijs:</al></entry><entry colname="col2"><al>de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte
                                                daadwerkelijk is of zal worden betaald;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>w. Koopprijsgrens:</al></entry><entry colname="col2"><al>vastgesteld op een bedrag van € 160.000,-; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>x. Koopwoning:</al></entry><entry colname="col2"><al>woonruimte die is bestemd voor de verkoop en die
                                                niet eerder werd bewoond, of laatstelijk door de
                                                rechtsvoorganger van de koper als eigenaar is
                                                bewoond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>y. Maatschappelijke binding:</al></entry><entry colname="col2"><al>de binding van een persoon aan de WERV is daarin
                                                gelegen dat die persoon een redelijk met de
                                                plaatselijke samenleving verband houdend belang
                                                heeft zich in dit gebied te vestigen. Een
                                                maatschappelijke binding wordt in elk geval
                                                aangenomen ten aanzien van: een persoon die ten
                                                minste 1 jaar onafgebroken ingezetene is in één van
                                                de gemeenten in de WERV of gedurende de voorafgaande
                                                20 jaar ten minste 6 jaar onafgebroken ingezetene is
                                                geweest van één van de gemeenten in de WERV. Een
                                                persoon die voor vertrek naar het buitenland
                                                laatstelijk ten minste gedurende één jaar in de WERV
                                                woonachtig is geweest wordt geacht maatschappelijke
                                                binding te hebben. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>z. Onttrekkingsvergunning:</al></entry><entry colname="col2"><al>de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aa. Overeenkomst:</al></entry><entry colname="col2"><al>de tussen B&amp;W en woningcorporaties te sluiten
                                                overeenkomst over het in gebruik geven van
                                                woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bb. Regio Veluwe:</al></entry><entry colname="col2"><al>het grondgebied van de gemeenten Elburg, Ermelo,
                                                Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Apeldoorn,
                                                Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Voorst, Barneveld,
                                                Ede, Nijkerk, Scherpenzeel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>cc. Rekenhuur</al></entry><entry colname="col2"><al>de rekenhuur als bedoeld in artikel 5 van de Wet op
                                                de Huurtoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>dd. Splitsingsvergunning:</al></entry><entry colname="col2"><al>de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de
                                                Wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ee. Stadsvernieuwingskandidaat:</al></entry><entry colname="col2"><al>een woningzoekende die op het moment van een
                                                actiegebiedaanwijzing met toestemming van de
                                                eigenaar als hoofdbewoner/huurder woonachtig is in
                                                een in het betreffende actiegebied gelegen
                                                zelfstandige woonruimte; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ff. Statushouder:</al></entry><entry colname="col2"><al>woningzoekende die ingevolge de Vreemdelingenwet als
                                                vluchteling is toegelaten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gg. Urgentie:</al></entry><entry colname="col2"><al>het feit dat een woningzoekende als dringend
                                                woningbehoevende wordt aangemerkt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>hh. Urgentiecommissie:</al></entry><entry colname="col2"><al>de – in overleg met de toegelaten instellingen –
                                                door het college van Burgemeester en Wethouders van
                                                Wageningen ingestelde commissie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ii. Urgentieverklaring:</al></entry><entry colname="col2"><al>de urgentieverklaring als bedoeld in artikel 18 van
                                                deze verordening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>jj. WERV:</al></entry><entry colname="col2"><al>de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en
                                                Veenendaal;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kk. Wet:</al></entry><entry colname="col2"><al>de Huisvestingswet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ll. Woningruil:</al></entry><entry colname="col2"><al>het door twee of meer huishoudens wederkerig in
                                                gebruik nemen van elkaars woonruimte met het oogmerk
                                                van daadwerkelijke permanente bewoning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>mm. Woningzoekende:</al></entry><entry colname="col2"><al>perso(o)n(en) op zoek naar (andere) zelfstandige
                                                woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>nn. Woonoppervlakte:</al></entry><entry colname="col2"><al>het totaal van de oppervlakten van vertrekken, zoals
                                                gedefinieerd in het Woonwaarderingsstelsel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>oo. Zelfstandige woonruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al> woonruimte die een eigen toegang heeft en die door
                                                een huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij
                                                afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen
                                                buiten die woonruimte;</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VERDELING VAN WOONRUIMTE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Vergunningplichtige woonruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>De bepalingen in dit hoofdstuk zijn uitsluitend van toepassing op
                                zelfstandige woonruimte:</al><lijst><li nr="a."><al>met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, en;</al></li><li nr="b."><al>met een koopprijs beneden de koopprijsgrens.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Aanbod en toewijzing van woonruimte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inschrijving als woningzoekende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De woningcorporaties voeren een gezamenlijke registratie van
                                    woningzoekenden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Huishoudens die voldoen aan de criteria voor vergunningverlening
                                    zoals bedoeld in artikel 9 en in aanmerking willen komen voor
                                    een huurwoning kunnen zich laten inschrijven in het register van
                                    een woningcorporatie in de WERV.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als inschrijfdatum geldt het moment waarop de benodigde gegevens
                                    voor de beoordeling van de aanvraag tot inschrijving zijn
                                    ingediend en het inschrijfgeld is voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanbod van huurwoningen</titel></kop><al>B&amp;W verlenen woningzoekenden medewerking bij het verkrijgen van
                                zelfstandige huurwoonruimte door middel van het combinatiemodel
                                waarvan het aanbodsysteem de basis vormt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toewijzing van huurwoningen</titel></kop><al>De toewijzing van een huurwoning vindt plaats door de
                                woningcorporatie op basis van inschrijfduur waarbij de
                                woningzoekende die het langst staat ingeschreven als eerste een
                                aanbieding krijgt, daarna de tweede, enzovoorts.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel>UITZONDERINGEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor stadsvernieuwingskandidaten worden aparte afspraken gemaakt
                                    met de toegelaten instellingen. Deze afspraken worden vastgelegd
                                    in een sociaal plan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wageningen huisvest binnen de gemeentegrenzen statushouders
                                    volgens de taakstelling van het ministerie. Hiervoor wordt het
                                    benodigde aantal woningen buiten het combinatiemodel
                                    gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor bijzondere doelgroepen kunnen in een overeenkomst met de
                                    toegelaten instellingen aparte afspraken worden gemaakt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Huisvestingsvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een
                                    woonruimte, als bedoeld in artikel 2 in gebruik te nemen voor
                                    bewoning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de in artikel 2 bedoelde woonruimte voor
                                    bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet
                                    beschikt over een huisvestingsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanvragen van een huisvestingsvergunning</titel></kop><al>Voor de aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt gebruik
                                gemaakt van een door of namens B&amp;W te verstrekken formulier. De
                                aanvrager vult het formulier volledig in en voegt tevens de volgende
                                actuele bewijsstukken bij:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor een koopwoning:</al><lijst><li nr="1."><al>Het eigendomsbewijs, de koopakte, de voorlopige
                                                koopakte of een verklaring van een notaris, waar ook
                                                de koopprijs uit blijkt;</al></li><li nr="2."><al>Gegevens over de economische of maatschappelijke
                                                binding;</al></li><li nr="3."><al>Gegevens over leeftijd, nationaliteit en
                                                verblijfsstatus.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Voor een huurwoning:</al><lijst><li nr="1."><al>Een bereidverklaring van de verhuurder behoudens de
                                                gevallen genoemd in de artikelen 267, 268, en 270
                                                van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="2."><al>Gegevens over de omvang van het huishouden;</al></li><li nr="3."><al>Gegevens over de economische of maatschappelijke
                                                binding;</al></li><li nr="4."><al>Gegevens over leeftijd, nationaliteit en
                                                verblijfsstatus.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><al>B&amp;W verlenen de huisvestingsvergunning als aan elk van de
                                volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>In het geval van een huurwoonruimte is de eigenaar bereid de
                                        woning te verhuren en/of;</al></li><li nr="b."><al>Het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt,
                                        behoort tot de ingevolge paragraaf 2.4 aangewezen
                                        categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van
                                        een huisvestingsvergunning in aanmerking komen en;</al></li><li nr="c."><al>De woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde in
                                        paragraaf 2.5 passend geacht voor het huishouden dat de
                                        huisvestingsvergunning aanvraagt;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vruchteloze aanbieding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 9 wordt de vergunning
                                    altijd verleend indien de woonruimte door de eigenaar gedurende
                                    8 weken vruchteloos is aangeboden aan woningzoekenden die
                                    ingevolge artikel 9 voor die woonruimte in aanmerking
                                    komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar moet de woonruimte tijdens de in het vorige lid
                                    genoemde termijn tenminste één maal door een advertentie te huur
                                    of te koop hebben aangeboden via een advertentie in een binnen
                                    de regio verschijnend dag- of weekblad en tenminste 8 weken op
                                    een algemeen bekende internetsite zijn aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijn en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen acht weken na indiening van alle voor de
                                    vergunningverlening vereiste gegevens wordt door B&amp;W op de
                                    aanvraag beslist. Het besluit wordt schriftelijk ter kennis
                                    gebracht van de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit op de aanvraag bevat ten minste de volgende
                                    gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>De woonruimte waarop het besluit betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al>De naam van de persoon die de woonruimte in gebruik
                                            wenst te nemen;</al></li><li nr="c."><al>In geval de vergunning wordt geweigerd, de redenen
                                            waarom de vergunning wordt geweigerd;</al></li><li nr="d."><al>In geval de vergunning wordt verleend, de mededeling dat
                                            binnen maximaal twee maanden van de
                                            huisvestingsvergunning gebruik moet worden gemaakt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>B&amp;W kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>De vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen
                                        de door B&amp;W bij de verlening van de vergunning gestelde
                                        termijn in gebruik heeft genomen of;</al></li><li nr="b."><al>De vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Toelating</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Leeftijd, ingezetenschap, economische en maatschappelijke
                                    binding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders verlenen de vergunning als aan de
                                    volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>Tenminste één van de leden van het huishouden moet 18
                                            jaar of ouder zijn én;</al></li><li nr="b."><al>Tenminste één van de leden van het huishouden de
                                            Nederlandse nationaliteit bezit of over een geldige
                                            verblijfstitel in Nederland beschikt én;</al></li><li nr="c."><al>Tenminste één der volwassen leden van het huishouden
                                            moet maatschappelijk of economisch gebonden zijn zoals
                                            bedoel in artikel 1 sub j en sub y.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid sub c geldt de eis van
                                    economische of maatschappelijke binding niet ten aanzien van
                                    woningzoekenden zoals genoemd in artikel 13c van de wet en
                                    artikel 6 van het Besluit.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5</nr><titel>Passendheid en slaagkansen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Slaagkansen</titel></kop><al>De woningcorporaties dragen zorg voor evenwichtige slaagkansen voor
                                verschillende groepen woningzoekenden en rapporteren hierover
                                jaarlijks aan de colleges van burgemeester en wethouders. Dit zal
                                nader uitgewerkt worden in het convenant met de toegelaten
                                instellingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bezettingsnorm</titel></kop><al>Woningen met een woonoppervlakte van 110 m2 en meer worden bij
                                voorrang toegewezen aan huishoudens van 5 of meer personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Seniorenhuisvesting</titel></kop><al>Woningen die speciaal bestemd zijn voor de huisvesting van senioren
                                worden bij voorrang verhuurd aan huishoudens waarvan tenminste één
                                van de leden 55 jaar of ouder is.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien woonruimte langer dan twee maanden leegstaat, is de
                                    eigenaar van deze woonruimte verplicht deze leegstand binnen
                                    drie werkdagen na afloop van die twee maanden te melden aan
                                    B&amp;W.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde termijn begint op het moment
                                    dat:</al><lijst><li nr="a."><al>Degene aan wie als laatste een huisvestingsvergunning is
                                            verleend, de woning definitief heeft verlaten of;</al></li><li nr="b."><al>De huurovereenkomst is beëindigd of;</al></li><li nr="c."><al>De woonruimte niet langer in gebruik is of;</al></li><li nr="d."><al>Op enigerlei wijze is gebleken dat de woning te huur of
                                            vrij van huur, te koop is.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.7</nr><titel>Urgentie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Urgentiecommissie</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt een commissie in op
                                grond van artikel 84 van de Gemeentewet, met als taak B&amp;W op
                                verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                                Urgentieregeling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Urgentieregeling</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt een
                                Urgentieregeling vast waarin nadere regels worden gesteld voor het
                                verlenen van een urgentie huisvesting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Urgentieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woningzoekende kan, indien hij dringend behoefte heeft aan
                                    (andere) woonruimte, B&amp;W verzoeken hem / haar een
                                    urgentieverklaring voor huisvesting te verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Urgentiecommissie bepaalt aan de hand van de Urgentieregeling
                                    of een woningzoekende als urgent wordt aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien aan een woningzoekende een urgentie huisvesting wordt
                                    verleend, wordt tevens aangegeven voor welk woningtype de
                                    woningzoekende in aanmerking komt (woningindicatie).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag urgentie
                                    huisvesting is de aanvrager een vergoeding verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Wijziging en intrekking urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij gewijzigde omstandigheden kan de Urgentiecommissie al dan
                                    niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van
                                    de verleende urgentie te wijzigen. Dit wordt schriftelijk ter
                                    kennis gebracht van de woningzoekende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Urgentiecommissie kan een urgentie intrekken, indien de
                                    urgentie is verstrekt op grond van gegevens waarvan de
                                    woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij
                                    onjuist of onvolledig waren. Dit wordt schriftelijk ter kennis
                                    gebracht aan de woningzoekende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Urgentiecommissie trekt de urgentieverklaring in, indien een
                                    huisvestingsvergunning is verleend of een passend woningaanbod
                                    door de urgentverklaarde ten onrechte is geweigerd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>ORGANISATIE EN BEVOEGDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Lokaal maatwerk</titel></kop><al>Door toepassing van lokaal maatwerk kunnen burgemeester en wethouders
                            met besturen van woningcorporaties een overeenkomst sluiten waarin
                            afspraken worden neergelegd over de toewijzing van maximaal 30% van de
                            vrijkomende woningen van de corporatie. Deze overeenkomst zal betrekking
                            hebben op in de monitoring geconstateerde problematiek ten opzichte van
                            de slaagkansen van de doelgroepen van beleid. Over de aard, inhoud,
                            rapportage, toepassingsgebied en de evaluatie worden in deze
                            overeenkomst voor een periode van maximaal 2 jaar bindende afspraken
                            gemaakt in de vorm van een experiment. Deze af te sluiten
                            overeenkomst(en) vormen een aanvulling van deze verordening. Na maximaal
                            2 jaar wordt een experiment geëvalueerd. Na evaluatie van een experiment
                            is één van de volgende vervolgstappen mogelijk: </al><lijst><li nr="-"><al>Indien, na evaluatie, aan de doelstellingen is voldaan: het
                                    experiment kan worden omgezet in structureel beleid.</al></li><li nr="-"><al>Indien, na evaluatie, niet aan de doelstellingen is voldaan: het
                                    experiment wordt stopgezet.</al></li><li nr="-"><al>Eventueel kan besloten worden het experiment, na evaluatie, nog
                                    voor een jaar te verlengen wanneer nog niet duidelijk is in
                                    hoeverre aan de doelstellingen is voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Overeenkomsten</titel></kop><al>B&amp;W kunnen met woningcorporaties overeenkomsten sluiten over het in
                            gebruik geven van woonruimte. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Klachtencommissie</titel></kop><al>Door het college van burgemeester en wethouders wordt een
                            klachtencommissie ingesteld als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de
                            Wet. Deze commissie is onafhankelijk van de gemeente en
                            woningcorporaties en geeft een bindend advies over klachten inzake de
                            uitvoering van de woonruimteverdeling. Voor het functioneren en de
                            samenstelling van de klachtencommissie wordt door het college van
                            burgemeester en wethouders nadere regels vastgesteld in het reglement
                            klachtencommissie. Het reglement klachtencommissie wordt vastgelegd in
                            een overeenkomst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Mandatering</titel></kop><al>B&amp;W kunnen de uitoefening van de bevoegdheden van hoofdstuk 2
                            mandateren aan de woningcorporaties.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE WOONRUIMTEVOORRAAD</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Onttrekking, samenvoeging en omzetting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle
                                woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><al>Het is verboden zonder onttrekkingsvergunning een woonruimte:</al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te
                                        onttrekken. Onder het onttrekken aan de bestemming tot
                                        bewoning wordt in deze verordening verstaan het slopen of
                                        het gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning
                                        door een huishouden;</al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te
                                        zetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij
                                    B&amp;W en gaat vergezeld van de volgende informatie en
                                    bewijsstukken:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>gegevens over de huidige situatie:</al><lijst><li nr="·"><al>huur- of koopprijs;</al></li><li nr="·"><al>aantal kamers;</al></li><li nr="·"><al>woonoppervlak;</al></li><li nr="·"><al>woonlaag;</al></li><li nr="·"><al>staat van onderhoud;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>gegevens over de beoogde situatie:</al><lijst><li nr="·"><al>bestemming; </al></li><li nr="·"><al>bouwtekening/bouwvergunning;</al></li><li nr="·"><al>compensatievoorstel;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>gegevens bij voorgenomen samenvoeging:</al><lijst><li nr="·"><al>verwachte huur- of koopprijs;</al></li><li nr="·"><al>naam van toekomstige bewoner(s);</al></li><li nr="·"><al>omvang van het huishouden van de toekomstige
                                                  bewoner(s);</al></li><li nr="·"><al>schriftelijke verklaring van toestemming van de
                                                  verhuurder;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>B&amp;W kunnen bij de beoordeling van aanvragen tot een
                                    onttrekkingsvergunning ten behoeve van de uitoefening van een
                                    bedrijf advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van
                                    de praktijkuitoefening door officieel erkende medici, paramedici
                                    of sociaal maatschappelijk werkende(n) of instellingen winnen
                                    B&amp;W steeds het advies in van de Adviescommissie Huisvesting
                                    Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onttrekkingsvergunning bevat de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen één jaar van de
                                            onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt kan worden;</al></li><li nr="b."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking
                                            heeft;</al></li><li nr="c."><al>de opgelegde compensatie;</al></li><li nr="d."><al>de verschuldigde leges;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>B&amp;W kunnen een vergunning verlenen voor een tijdelijke
                                    onttrekking als de onttrekking voorziet in een tijdelijke
                                    behoefte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>B&amp;W verlenen de onttrekkingsvergunning, indien naar hun
                                    oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting
                                    gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de
                                    samenstelling van de woonruimtevoorraad;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op samenvoeging of omzetting
                                    van woonruimte en één of meer van de betrokken woonruimten een
                                    huur- of koopprijs heeft beneden de huur- of koopprijsgrens en
                                    er, ongeacht de nieuwe huur- of koopprijs, naar het oordeel van
                                    B&amp;W voldoende compensatie als bedoeld in artikel 30 wordt
                                    geboden, wordt de onttrekkingsvergunning in ieder geval
                                    verleend, als:</al><lijst><li nr="a."><al>de samenvoeging of omzetting een woonruimte oplevert met
                                            een huur- of koopprijs beneden de huur- of
                                            koopprijsgrens;</al></li><li nr="b."><al>bij samenvoeging de vergunningaanvrager eigenaar-bewoner
                                            is, de bestemming tot bewoning gehandhaafd blijft en de
                                            samengevoegde woonruimte passend is voor het huishouden
                                            van de eigenaar-bewoner, of;</al></li><li nr="c."><al>de aanvraag geschiedt door een verhuurder/beheerder ten
                                            behoeve van een te krap wonend huishouden dat na
                                            samenvoeging passend is gehuisvest.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien B&amp;W hebben vastgesteld, dat zowel het belang van de
                                    aanvrager als het belang van de volkshuisvesting zwaar wegen, of
                                    dat het belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang
                                    van de volkshuisvesting, wordt de onttrekkingsvergunning
                                    verleend als voldoende compensatie als bedoeld in artikel 30
                                    wordt geboden en overigens aan door B&amp;W gestelde voorwaarden
                                    en voorschriften is voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Compensatie kan worden geboden door het toevoegen aan de
                                    woningvoorraad van andere vervangende woonruimte die naar het
                                    oordeel van B&amp;W gelijkwaardig is aan de te onttrekken
                                    woonruimte;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Compensatie kan ook worden geboden door betaling van
                                    compensatiegeld. Daarbij gelden de volgende prijzen:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 371,- per m2 in het geval van het geheel of
                                            gedeeltelijk onttrekken aan de woonbestemming van
                                            zelfstandige woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>€ 286 per m2 in het geval van het geheel of gedeeltelijk
                                            onttrekken aan de woonbestemming van niet-zelfstandige
                                            woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>€ 201,- per m2 in het geval van samenvoeging of
                                            omzetting van woonruimte.</al></li></lijst><al>Voor het berekenen van de vloeroppervlakte van de te compenseren
                                    woonruimte wordt uitgegaan van de gebruiksoppervlakte als
                                    bedoeld in NEN 2580. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het fonds dat door deze compensatiegelden wordt gevormd kan
                                    uitsluitend binnen het kader van de volkshuisvesting worden
                                    aangewend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte, zoals bedoeld
                                    in het eerste lid, wordt door de aanvrager binnen vier weken na
                                    verzenddatum van het desbetreffende besluit van B&amp;W, een
                                    waarborgsom betaald, die gelijk is aan het bedrag dat had moeten
                                    worden betaald indien hij voor de in dat besluit gestelde
                                    financiële compensatievoorwaarde zou hebben gekozen. Wanneer de
                                    compenserende woonruimte aantoonbaar is toegevoegd aan de
                                    woningvoorraad vindt teruggave van de waarborgsom plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>B&amp;W kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
                                        omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Splitsing in appartementsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>De bepalingen in deze paragraaf zijn van toepassing op alle
                                gebouwen, bevattende woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                    gebouw, te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in
                                    artikel 106, eerste en derde lid van het boek 5 van het
                                    Burgerlijk Wetboek, indien één of meer appartementsrechten de
                                    bevoegdheid omvatten tot het gebruik van één of meer gedeelten
                                    van het gebouw als woonruimte;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen
                                    van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
                                    verbintenis daartoe door een rechtspersoon voor een gebouw als
                                    bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Aanvragen van een splitsingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                    B&amp;W en gaat vergezeld van in ieder geval de volgende
                                    stukken:</al><lijst><li nr="a."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                            neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                            Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde
                                            Besluit betreffende splitsing in
                                            appartementsrechten;</al></li><li nr="b."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot
                                            afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het
                                            gebouw, opgemaakt door een beëdigd makelaar. Dit rapport
                                            bevat in elk geval mede een beschrijving en beoordeling
                                            van de onderhoudstoestand van het gebouw;</al></li><li nr="c."><al>indien B&amp;W dat nodig achten, kan overlegging van
                                            andere stukken verzocht worden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag om
                                    splitsing binnen drie maanden na de dag waarop zij de aanvraag
                                    hebben ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kunnen Burgemeester en
                                    wethouders hun beslissing verdagen in geval zich een situatie
                                    voordoet als bedoeld in artikel 36.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De splitsingsvergunning bevat in elk geval de volgende
                                    informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen één jaar van de
                                            splitsingsvergunning gebruik gemaakt moet worden;</al></li><li nr="b."><al>het gebouwd onroerend goed waarop de splitsing
                                            betrekking heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>B&amp;W weigeren een splitsingsvergunning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer
                                            woonruimten bevat die verhuurd worden of laatstelijk
                                            verhuurd zijn geweest, of als het gebouw of het gedeelte
                                            van een gebouw, voor zover dit geheel of gedeeltelijk
                                            verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd is met de
                                            voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in
                                            artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of met
                                            enig wettelijk voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor
                                            een ander doel dan voor bewoning in gebruik
                                            genomen;</al></li><li nr="b."><al>de huurprijs van één of meer van die woonruimten of
                                            voormalige woonruimten lager is dan de
                                            huurprijsgrens;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte of
                                            woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft
                                            of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of woonruimten
                                            na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen
                                            worden voor verhuur ter bewoning, en;</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
                                            heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van
                                            de woonruimtevoorraad, voor zover die voor de verhuur is
                                            bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en de te
                                            verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw of
                                            een gedeelte van een gebouw opgenomen woonruimten
                                            betrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>B&amp;W weigeren eveneens een splitsingsvergunning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
                                            stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de
                                            Wet op de Stads- en dorpsvernieuwing of
                                            leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9 van die
                                            wet van kracht is, dan wel een ontwerp voor zodanig plan
                                            of zodanige verordening of voor een herziening daarvan
                                            in procedure is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan
                                            wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd
                                            voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is
                                            ingediend, dan wel, indien de aanvraag krachtens artikel
                                            36 is aangehouden, voordat die aanhouding is
                                            geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van B&amp;W
                                            nadelige gevolgen heeft voor de met het plan of de
                                            verordening nagestreefde of na te streven doeleinden
                                            en;</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
                                            heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen
                                            van belemmering van stadsvernieuwing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>B&amp;W weigeren tenslotte een splitsingsvergunning,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
                                            betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of
                                            staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing
                                            verzet en </al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                            voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                            worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat
                                            die gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval
                                    sprake indien:</al><lijst><li nr="a."><al>B&amp;W ingevolge de artikelen 14 tot en met 25 van de
                                            Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze
                                            aanschrijving nog niet is uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het gebouw, waarop de aanvraag om een
                                            splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer
                                            woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 tot en
                                            met 38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.
                                        </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Aanhouding van de splitsingsaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>B&amp;W houden de beslissing op de aanvraag van een
                                    splitsingsvergunning aan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
                                            vergunningaanvraag betrekking heeft een
                                            voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de
                                            Wet op de Ruimtelijke Ordening van kracht is met het oog
                                            op de voorbereiding van een stadsvernieuwingsplan of een
                                            herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning
                                            werd ingediend en</al></li><li nr="c."><al>redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
                                            stadsvernieuwingsplan op te nemen maatregelen nadelig
                                            kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen
                                            splitsing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanhouding als bedoeld in het vorige lid duurt tot het moment
                                    dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21 van de Wet op
                                    de Ruimtelijke Ordening is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>B&amp;W kunnen de beslissing op een aanvraag om een
                                    splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager aannemelijk
                                    kan maken dat hij binnen de daarvoor redelijke termijn de
                                    gebreken als bedoeld in artikel 35, lid 3, met het oog op de
                                    voorgenomen splitsing zal opheffen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien B&amp;W de beslissing op een aanvraag om een
                                    splitsingsvergunning overeenkomstig het bepaalde in het vorige
                                    lid aanhouden, vermelden zijn in het besluit tot aanhouding
                                    welke gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten
                                    worden hersteld en binnen welke termijn zij dit redelijk achten.
                                    Indien de in het besluit tot aanhouding vermelde gebreken zijn
                                    hersteld binnen de in datzelfde besluit aangegeven termijn,
                                    wordt de vergunning verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>B&amp;W kunnen een splitsingsvergunning intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                        geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
                                        registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                        bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of
                                        lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de
                                        vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
                                        redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                        waren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>B&amp;W zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze
                            verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten
                            gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening. </al><al>Een urgentie huisvesting die wordt verleend op basis van de
                            hardheidsclausule is alleen geldig in de gemeente van afgifte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Strafbepalingen</titel></kop><al>Degene die handelt in strijd met artikel 7, 27 of 33 wordt gestraft met
                            een hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van de derde
                            categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn
                            overtredingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast de daartoe door B&amp;W aangewezen
                                ambtenaren en de overige genoemde personen in artikel 75, tweede lid
                                van het Wetboek van Strafvordering;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als
                                genoemd in artikel 77 van de Wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            plegen de colleges van Burgemeester en Wethouders van de WERV gemeentes
                            primair overleg met de toegelaten instellingen binnen de WERV en indien
                            nodig met de verder in de WERV werkzame, ingevolge artikel 70, eerste
                            lid, of artikel 70j, eerste lid, van de Woningwet (Stbl. 1991, 439)
                            toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in
                            aanmerking gekomen organisaties die binnen de WERV op het gebied van de
                            woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Onderzoek en rapportage</titel></kop><al>De toegelaten instellingen binnen de WERV-gemeenten rapporteren
                            tenminste éénmaal per jaar voor 1 juli aan het college van B&amp;W over
                            de situatie op de plaatselijke woningmarkt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>In Wageningen ingeschreven woningzoekenden kunnen opgebouwde rechten
                            gedurende een periode van 6 maanden na inwerkingtreding van de
                            huisvestingsverordening laten omzetten. De woningzoekende dient dit
                            kenbaar te maken bij de woningcorporatie. Bij de omzetting wordt de
                            volgende formule gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij doorstromers (uit huur- en koopwoningen) wordt de huidige
                                    woonduur vermenigvuldigd met de factor 3/5. </al></li><li nr="b."><al>Doorstromers uit een sociale huurwoning krijgen gedurende de
                                    eerste zes maanden van de werking van het systeem ook de
                                    mogelijkheid om een optie te nemen op een nader vast te stellen
                                    deel van de woningen die zijn ondergebracht in de optiemodule.
                                    Voor de optiedatum geldt dat de huidige woonduur wordt
                                    vermenigvuldigd met de factor 3/5.</al></li><li nr="c."><al>Bij starters van 18 tot en met 27 jaar wordt de huidige leeftijd
                                    minus 18 gedeeld door de factor 2. Bij starters van 28 jaar en
                                    ouder wordt de huidige leeftijd minus 18 gedeeld door de factor
                                    2,7. </al></li><li nr="d."><al>Indien bij starters al inschrijftijd wordt gehanteerd, gaat deze
                                    ongewijzigd over.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening WERV
                            – Wageningen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt alleen in werking op 1 juli 2007 nadat de
                                gemeenteraden in Ede, Veenendaal en Rhenen hun
                                huisvestingsverordening WERV hebben vastgesteld en
                                gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de datum van inwerkingtreding, en na goedkeuring en toestemming
                                van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland wordt de
                                Huisvestingsverordening Wageningen 1996, laatstelijk gewijzigd
                                februari 2004 ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Wageningen van 18
                        december 2006</al></slotformulering><ondertekening>Griffier</ondertekening><ondertekening>Voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al/></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>1 Regels inzake urgentie 2007</nr><titel/></kop><al/><al><cursief>De urgentieregeling is op 29-05-2007 door het college van B&amp;W
                        vastgesteld.</cursief></al><al>Dit is bijlage 1 bij de Huisvestingsverordening WERV - Wageningen</al><al/><tussenkop><vet>DE URGENTIEREGELING</vet></tussenkop><tussenkop><vet>A. Algemeen </vet></tussenkop><al/><al>Urgentie is een vangnet op woninggeboed. Voorrang op woonruimte wordt slechts in
                    uitzonderlijke gevallen toekened. Essentieel voor het in de urgentietraject is
                    dat zo min mogelijk woningzoekenden door het krijgen van een 'Urgentie
                    Wonen'inbreuk maken ophet in de Huisvestingsverordening omschreven
                    verdeelsysteem.</al><al/><al>Het krijgen van een 'Urgentie Wonen' is mogelijk:</al><al>1) voor alle toegelaten woningzoekenden in de gemeente Wageningen, Ede, Rhenen
                    of Veenendaal;</al><al>2) die in een acute noodsituatie verkeren;</al><al>3) én waarvoor binnen zes maanden alternatieve huisvestingsmogelijkheden
                    ontbreken.</al><al/><al>ad 1. De aanvrager van een 'Urgentie Wonen' moet als woningzoekende in het WERV
                    gebied toegelaten zijn. De woningzoekende moet dus bij een woningcorporatie in
                    dit gebied geregistreerd zijn.</al><al/><al>ad. 2. De Urgentie Commissie WERV (UCW) gaat bij het vaststellen van de acute
                    noodsituatie uit van de feitelijke omstandigheden. De eigen verantwoordelijkheid
                    van de urgentievrager wordt nadrukkelijk meegewogen en wordt nagetrokken aan de
                    hand van de door de woningzoekende ondernomen acties. Toegelaten woningzoekenden
                    met een woongelegenheid gelegen buiten de regio moeten daarnaast aan kunnen
                    tonen dat er stappen zijn ondernomen om het ontstane huisvestingsprobleem op te
                    lossen in de gemeente c.q. de regio waar de aanvrager laatstelijk woonachtig
                    is/was. </al><al/><al>ad. 3. Naast zelfstandige woonruimte worden kamerbewoning, al of niet tijdelijke
                    inwoning bij derden en dergelijke onder alternatieve huisvestingsmogelijkheden
                    begrepen. </al><al/><al><vet>B. Indicaties</vet></al><al>Op één van de volgende woninggerelateerde indicaties kan voorrang op passende
                    woonruimte door de commissie verleend worden:</al><al>a) <onderstreept>Medisch</onderstreept>: medisch geïndiceerden zijn
                    woningzoekenden die in verband met een geobjectiveerde medische aandoening
                    permanent ernstige hinder, belemmering of verslechtering ondervinden in
                    combinatie met de huidige woonsituatie. </al><al>b) <onderstreept>Sociaal</onderstreept>: sociaal geïndiceerden zijn
                    woningzoekenden die in verband met psychosociale problemen permanent ernstige
                    hinder, belemmering of verslechtering ondervinden in combinatie met de huidige
                    woonsituatie. </al><al>c) <onderstreept>Financieel</onderstreept>: financieel geïndiceerden zijn
                    woningzoekenden die buiten hun eigen schuld door acute en onvoorziene
                    omstandigheden te maken hebben met een grote inkomensachteruitgang waardoor de
                    huidige woonruimte niet langer betaalbaar is. </al><al>d) <onderstreept>Echtscheiding/verbreken samenwoning</onderstreept>:
                    woningzoekenden die van echt scheiden of hun samenwoning verbreken.</al><al/><al><vet>C. Toelichting</vet></al><al><cursief>a). Medisch. </cursief></al><al>De medische aandoening moet een duidelijke relatie hebben met de woonsituatie en
                    gerelateerd zijn aan de noodzaak tot een oplossing binnen een maximum termijn
                    van een half jaar. Voorwaarde is dat de medische klacht door de huidige
                    huisvestingsomstandigheden ernstige hinder veroorzaakt of verslechtert. Dit kan
                    erin resulteren dat geen gebruik meer kan worden gemaakt van de huidige woning.
                    Verzoeken om woningaanpassing of eventueel (her)huisvesting op medische gronden
                    worden over het algemeen in behandeling genomen in het kader van de Wet
                    Maatschappelijke Ondersteuning.</al><al><cursief> b). Sociaal</cursief></al><al>De sociale en/of psychische omstandigheden van de woningzoekende moeten zodanig
                    zijn dat binnen een termijn van een half jaar (andere) woonruimte noodzakelijk
                    is. De commissie kan over deze omstandigheden schriftelijk advies van de HGM
                    vragen. Ruimtetekort in de huidige woonsituatie als gevolg van zwangerschap,
                    gezinsuitbreiding, gezinshereniging/vorming, inwoning door kinderen en/of derden
                    of het woonachtig zijn in niet legale woonruimte op een camping zijn onvoldoende
                    voor het krijgen van een urgentieverklaring. </al><al><cursief>c). Financieel.</cursief></al><al>Een uitdrukkelijke voorwaarde voor toepassing van deze regel is dat de aanvrager
                    aan kan tonen dat deze financiële situatie buiten eigen schuld ontstaan is.
                    Onvrijwillig werklozen of arbeidsongeschikten welke de eigen woning niet meer
                    kunnen betalen, kunnen hiertoe behoren. </al><al><cursief>d). Echtscheiding/verbroken samenwoning.</cursief></al><al>Om in aanmerking te komen voor een urgentie moet aan alle onderstaande
                    voorwaarden voldaan zijn:</al><al>1. de aanvraag moet binnen twee maanden na de gerechtelijke uitspraak/verbreken
                    samenwoning worden gedaan;</al><al>2. de aanvraag kan alleen plaatsvinden vanuit een zelfstandige èn legale
                    huisvesting;</al><al>3. de poging om het huur- annex kooprecht van de huidige woning te behouden is
                    niet geslaagd;</al><al>4. verzorging van één of meer kinderen van 21 jaar of jonger is een
                    vereiste;</al><al>5. de samenwoning/het huwelijk moet ten minste één jaar hebben bestaan aan te
                    tonen door registratie in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA);</al><al>6. slechts één urgentie wonen per echtscheiding/verbroken samenwoning kan worden
                    toegekend.</al><al/><al>Echtscheiding/verbroken samenwoning is een persoonlijke aangelegenheid waarbij
                    de gemeente om hulp gevraagd kan worden als er sprake is van het ontbreken van
                    woonruimte. De commissie stelt bij urgentieaanvragen op basis van een
                    echtscheiding waarbij één of meerdere kinderen betrokken zijn het belang van
                    deze centraal. Wanneer voor deze(n) na de echtscheiding/verbroken samenwoning
                    van hun ouders geen woonruimte meer aanwezig is, kan als aan alle voorwaarden is
                    voldaan passende woonruimte geleverd worden. </al><al/><al>Binnen het geschetste kader komt de volgende persoon in aanmerking voor een
                    ‘Urgentie Wonen’:</al><al>1. Van de ouder die het hoofdverblijf van de (het) kind(eren) van de rechter
                    krijgt toegewezen, wordt verwacht dat hij/zij alles doet om de eigen koopwoning
                    in bezit te houden. Wanneer dit door bijvoorbeeld het ontbreken van voldoende
                    financiële armslag niet tot de mogelijkheden behoort, kan deze met het
                    hoofdverblijf belaste ouder een urgentieaanvraag doen die gehonoreerd wordt. </al><al>2. Wanneer de voormalige partners besluiten tot co-ouderschap of opdeling van de
                    kinderen en beiden kunnen de eigen koopwoning niet bekostigen, zal slechts één
                    van beiden in aanmerking kunnen komen voor een ‘Urgentie Wonen’. Ook hier geldt
                    dat het hebben van woonruimte voor het (de) kind(eren) centraal wordt gesteld.
                    De voormalige partners moeten samen een keuze maken wie de urgentievrager wordt
                    en dit schriftelijk door beide partners ondertekend aan de commissie aanbieden.
                    Pas dan kan er één ‘Urgentie Wonen’ worden toegekend. </al><al/><al>In alle andere situaties wordt geen “Urgentie Wonen’ toegekend. </al><al/><al>Voorbeelden waarbij woonruimte voor één of meerdere kinderen aanwezig is na de
                    echtscheiding/verbroken samenwoning en waarbij dus geen sprake is van het
                    verlenen van voorrang op de woningmarkt:</al><al>1. Van de ouder die belast wordt met het hoofdverblijf van het (de) kind(eren)
                    en die woont in een huurwoning, wordt als voorliggende voorziening verwacht dat
                    het huurrecht van de woning wordt geclaimd. Bij een toegekende claim volgt
                    uiteraard geen aanvraag urgentie. Als de verzorgende ouder deze claim nalaat,
                    bestaat er geen recht op een ‘Urgentie Wonen’. </al><al>2. De voormalige niet met het hoofdverblijf van het (de) kind(eren) belaste
                    partner die de huur- of koopwoning zal moeten verlaten, kan zich oriënteren op
                    alternatieve huisvestingsmogelijkheden. Deze persoon komt conform de regelgeving
                    niet in aanmerking voor een ‘Urgentie Wonen’. </al><al>3. Bij een keuze voor het co-ouderschap waarbij beide ouders de opvoeding voor
                    de helft ter hand nemen of de kinderen opdelen, is een eigen plek voor het (de)
                    kind(eren) aanwezig. Immers, één van beiden zal de voormalige echtelijke koop-
                    of huurwoning blijven bewonen. Een ‘Urgentie Wonen’ is voor beide voormalige
                    partners uitgesloten. </al><al/><al>Daarnaast worden bij een echtscheiding/verbroken samenwoning zonder kind(eren)
                    de voormalige partners door de commissie gezien als twee alleenstaande
                    woningzoekenden. Een alleenstaande kan - conform de uitgangspunten voor een
                    urgentieaanvraag - binnen 6 maanden alternatieve woonruimte vinden bijvoorbeeld
                    door kamerbewoning of inwoning bij derden. Geen van beide voormalige partners
                    zal voor een urgentie in aanmerking komen. </al><al/><al><vet>D. Beperkte keuze</vet></al><al>1. De urgentie aanvrager geeft op het formulier één voorkeursgemeente van
                    vestiging aan;</al><al>2. De commissie stelt bij een urgentietoekenning het ‘Zoekprofiel Woonruimte’
                    vast;</al><al>3. Dit ‘Zoekprofiel Woonruimte’ is de minimaal passende woning met de kortste
                    wachttijden;</al><al>4. Urgent woningzoekenden reageren zelf op passende woningen;</al><al>5. Bij reacties van twee of meer urgenten op dezelfde woning, gaat de urgente
                    met de oudste toekenningsdatum bij het aanbieden van de woning eerst;</al><al>6. Als er geen verschil in deze datum is, gaat de oudste inschrijfdatum bij de
                    corporatie als eerste;</al><al>7. Een urgentieverklaring is 6 maanden geldig;</al><al>8. In uitzonderlijke gevallen kan de commissie besluiten om de urgentie
                    gedurende een bepaalde periode te verlengen.</al><al/><al><vet>E. Intrekken urgentie</vet></al><al>1) De commissie trekt een urgentieverklaring in als:</al><al>* niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentieverklaring
                    wordt voldaan;</al><al>* de urgentieverklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de
                    woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                    onvolledig waren;</al><al>* de urgente in de zes maanden na het verkrijgen van de urgentie niet zelf
                    actief heeft gereageerd op aantoonbaar passend aanbod;</al><al>* de urgente een naar het oordeel van de commissie passende woonruimte in de
                    regio heeft geweigerd.</al><al>2) Het aanvragen van een urgentie na intrekking van de urgentieverklaring op
                    grond van dezelfde omstandigheden is niet mogelijk. </al><al/><al><vet>F. Procedure</vet></al><al>1. De woningzoekende verzoekt op een door de WERV colleges vastgesteld
                    aanvraagformulier om een ‘Urgentie Wonen’.</al><al>2. Dit formulier wordt ingediend in de eigen woonplaats of in de plaats van
                    gewenste vestiging.</al><al>3. De aanvraag bevat een motivering van:</al><al>- de aard van de persoonlijke problematiek;</al><al>- de relatie met de huidige woonsituatie.</al><al>-4. De leges voor een urgentieaanvraag bedraagt € 50,-- welk bedrag jaarlijks
                    kan worden aangepast.</al><al>5. De secretaris van de commissie beoordeeld eventueel in overleg met de
                    corporatie of er naar verwachting binnen een half jaar voldoende
                    woonalternatieven op de markt zijn. </al><al>6. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht een onvolledig ingevulde aanvraag
                    binnen een termijn van 30 dagen aan te vullen. </al><al>7. De commissie besluit bij niet tijdige aanvulling de aanvraag
                    niet-ontvankelijk te verklaren waarbij de leges wel in rekening wordt gebracht.
                    8. Een compleet ingevulde aanvraag die voldoet aan de basisvoorwaarden wordt in
                    behandeling genomen. </al><al>9. De secretaris kan aanvragen met betrekking tot sociale en/of medische
                    urgentie om advies verzenden aan de HGM.</al><al>10. De adviezen van de HGM, de gemeente en de woningcorporatie kunnen een
                    voorstel bevatten over het ‘zoekprofiel woonruimte’ die aangegeven wordt bij
                    urgentie toekenning. </al><al>11. De commissie beslist gemandateerd door Burgemeester en Wethouders over de
                    urgentieaanvraag. </al><al>12. De commissie laat zich bij deze beslissing leiden door:</al><al>- de aanvraag van de woningzoekende;</al><al>- de advisering van gemeente en/of woningcorporatie;</al><al> - de eventuele advisering van de HGM;jurisprudentie rond urgentie;</al><al>- de doelstellingen van het woonruimteverdelingsysteem;</al><al>- de urgentiebepalingen.</al><al>13. De secretaris verzendt binnen 2 weken het besluit.</al><al>14. De secretaris stelt de WERV woningcorporaties op de hoogte.</al><al>15. Het besluit wordt voorzien van alle relevante stukken gedeponeerd in het
                    archief bij de gemeente van aanvraag. </al><al>16. De commissie rapporteert jaarlijks over haar werkzaamheden.</al><al>17. De commissie biedt het jaarverslag ter kennisname aan burgemeester en
                    wethouders aan en zendt een exemplaar naar de WERV woningcorporaties. </al><al/><tussenkop>B&amp;W heeft op 18-03-2008 een nadere uitwerking van de
                    urgentieregeling vastgesteld.</tussenkop><al/><al><vet>Nadere uitwerking: </vet></al><al>Aantonen relatieverbreking in het kader van aanvragen urgentie Wonen</al><al/><al><vet><vet>Inleiding</vet></vet></al><al>Deze nadere uitwerking betreft een verscherping/verfijning van de criteria
                    zoals genoemd in de Regels Inzake Urgentie 2007, onderdeel C, sub d.
                    (vastgesteld B&amp;W d.d. 29 mei 2007, nr. 07.0018606). Na goedkeuring van
                    B&amp;W en publicatie in de huis aan huis bladen zal deze regeling rechtskracht
                    hebben en in werking treden.</al><al/><al><vet>Aantonen relatieverbreking in het kader van urgentieaanvragen</vet></al><al/><al>Echtscheiding/verbroken samenwoning is een persoonlijke aangelegenheid waarbij
                    de gemeente om hulp gevraagd kan worden als er sprake is van het ontbreken van
                    woonruimte. De commissie stelt bij urgentieaanvragen op basis van een
                    echtscheiding waarbij één of meerdere kinderen betrokken zijn het belang van
                    deze centraal. Wanneer voor deze(n) na de echtscheiding/verbroken samenwoning
                    van hun ouders geen woonruimte meer aanwezig is, kan als aan alle voorwaarden is
                    voldaan passende woonruimte geleverd worden.</al><al/><al>Om die verzoeken te kunnen beoordelen moet de Urgentiecommissie WERV inzicht
                    hebben in de aard van de relatie en in de manier waarop de relatie wordt
                    beëindigd. In het algemeen kan dit inzicht verschaft worden door het overleggen
                    van documenten. </al><al/><al>Daarom dient bij een aanvraag urgentie wonen bij voorkeur een
                    echtscheidingsconvenant te worden overlegd plus één of meer van de andere hierna
                    genoemde documenten.</al><al/><al><vet>1. Bij het beëindigen van een huwelijk</vet></al><al>- Gezamenlijk echtscheidingsverzoek. Partners kunnen er voor kiezen om zich door
                    één raadsman/vrouw te laten bijstaan en een gezamenlijk echtscheidingsverzoek in
                    te dienen. Zo’n verzoek zal inhoudelijk grote gelijkenis vertonen met een
                    convenant; er zullen immers weinig of geen strijdpunten zijn. </al><al>- Eenzijdig echtscheidingsverzoek. Eén van de partners kan zonder medewerking
                    van deandere partner een echtscheidingsverzoek indienen. Daarin zal de
                    verzoekende partij zijn eisen neerleggen m.b.t. het regelen van de gevolgen van
                    de echtscheiding.</al><al>- Beschikking van de rechtbank. Naarmate de partners het over meer zaken eens
                    zijn blijft er minder over voor arbitrage door de rechtbank. Maar er moet in
                    ieder geval een beschikking worden afgegeven. Door inschrijving van deze
                    beschikking in het register van de burgerlijke stand van de gemeente waar het
                    huwelijk gesloten is, is het huwelijkdefinitief ontbonden.</al><al/><al><vet><vet>2. </vet><vet>Bij het beëindigen van een
                            geregistreerd partnerschap</vet></vet></al><al><vet><vet>- </vet></vet><onderstreept>Overeenkomst tot beëindiging van het
                        partnerschap</onderstreept>. </al><al>Als de partners het daarover eenszijn, kunnen zij het geregistreerd partnerschap
                    beëindigen zonder tussenkomst van derechter. Het ‘wederzijds goedvinden’ moet
                    wel aantoonbaar en goed geregeld zijn.Daarom zijn de partners verplicht een
                    overeenkomst op te stellen. In die overeenkomstmoet in elk geval staan dat het
                    geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht en datde partners om die reden
                    de registratie ongedaan willen maken. Verder moeten in zo’novereenkomst
                    afspraken staan over belangrijke zaken als de verdeling van bezittingen(en
                    schulden), alimentatie, woonruimte en de verrekening of verevening van
                    pensioenrechten.</al><al><onderstreept>- Inschrijving van de beëindiging bij de burgerlijke
                        stand</onderstreept>.</al><al>De overeenkomst moet tot stand komen met hulp van een advocaat of notaris. Deze
                    geeft aan de burgerlijke stand de verklaring af dat de overeenkomst tot
                    beëindiging is gesloten. De verklaring is ondertekend door de advocaat of
                    notaris en door de partners. Inschrijving van deze verklaring bij de burgerlijke
                    stand moet plaatsvinden binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst.
                    Pas door deze inschrijving eindigt het geregistreerd
                    partnerschap.</al><al><vet><onderstreept>-</onderstreept></vet><onderstreept> Eenzijdig verzoek aan de
                        rechter tot ontbinding van het partnerschap</onderstreept>.</al><al>Bij ontbreken van het wederzijds goedvinden kan één van de partners een verzoek
                    indienen bij de rechtbank tot ontbinding van het
                    partnerschap.</al><al><onderstreept>- Beschikking van de rechtbank</onderstreept>. </al><al>De beëindiging van het geregistreerd partnerschap via derechter is gelijk aan
                    een scheidingsprocedure bij het huwelijk. De beslissing van de rechter wordt
                    ingeschreven in het register van de burgerlijke stand. Pas door deze
                    inschrijving eindigt het geregistreerd partnerschap.</al><al/><al><vet><vet>3. Bij het beëindigen van een relatie op basis van een
                            samenlevingsovereenkomst</vet></vet></al><al>Een relatie op basis van een samenlevingsovereenkomst kan op twee manieren
                    beëindigd worden:</al><al><onderstreept>- Overeenkomst tot beëindiging van de
                        samenlevingsovereenkomst</onderstreept>. </al><al>In de samenlevingsovereenkomst is een artikel opgenomen dat regelt hoe de
                    overeenkomst ontbonden kan worden, meestal middels het (eenzijdig) opzeggen van
                    de relatie, met inachtneming van een bepaalde opzegtermijn.</al><al><onderstreept>- Eenzijdige opzegging van de
                        samenlevingsovereenkomst</onderstreept>. </al><al>Bij het ontbreken van wederzijds goedvinden resteert niet veel anders dan de
                    eenzijdige opzegging, conform het daarover bepaalde in de
                    samenlevingsovereenkomst. </al><al/><al>Bij het aanvragen van een urgentieverklaring zal informatie verschaft moeten
                    worden over de manier waarop de relatie was vormgegeven, hoe de relatie
                    ontbonden wordt en hoe de gevolgen daarvan geregeld worden. Dit kan plaatsvinden
                    door overlegging van een formele “overeenkomst tot beëindiging van de
                    samenlevingsovereenkomst”, qua inhoud en vormgeving vergelijkbaar met een
                    convenant bij echtscheiding c.q. beëindiging geregistreerd partnerschap.</al><al/><al>Indien dat niet mogelijk is dient een geformaliseerd document te worden
                    aangeleverd.Zie hiervoor onder punt 4 (“Bij het beëindigen van een
                    samenwoonrelatie waarbij nietsformeel geregeld is”).</al><al/><al><vet><vet>4. </vet><vet>Bij het beëindigen van een samenwoonrelatie waarbij
                            niets formeel geregeld is</vet></vet></al><al>Waar niets formeel verbonden is valt er ook weinig te ontbinden. Bij het
                    aanvragen vaneen urgentieverklaring zal informatie verschaft moeten worden over
                    de manier waaropde relatie was vormgegeven, hoe de relatie ontbonden wordt en
                    hoe de gevolgen daarvangeregeld worden. Dit kan plaats vinden door overlegging
                    van een geformaliseerddocument, waarin het volgende is vastgelegd:</al><al>- De aanvangsdatum van het samenwonen, blijkend uit de inschrijving in het GBA
                    (te controleren door de secretaris) </al><al>- De regeling omtrent hoofdverblijfplaats en zorgverdeling van kinderen,
                    uitgedrukt inexacte tijden.</al><al>- Een regeling omtrent verdeling van gezamenlijk onroerend goed en eventueel
                    andergezamenlijk vermogen.</al><al>- Bij bewoning van een huurwoning informatie over de positie van de beide
                    partners in dehuurovereenkomst, om te kunnen vaststellen of eventueel het
                    huurrecht geclaimd zou kunnen worden.</al><al>- De ontbinding van de relatie.</al><al/><al><vet>Onder “geformaliseerd document” wordt verstaan:</vet></al><al>Een notariële akte dan wel een vaststellingsovereenkomst, opgemaakt ten
                    overstaan vaneen notaris of advocaat, ondertekend door beide partners en
                    meeondertekend door denotaris c.q. advocaat.</al><al/><al>Slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan volstaan worden met een eenzijdige
                    ondertekening.De reden hiervoor moet aan de hand van geobjectiveerde informatie
                    aangeleverdworden, b.v. voormalige partner verblijft in het buitenland of een
                    contact met de voormalige partner levert ernstig gevaar op voor de aanvrager of
                    voormalige partner is met onbekende bestemming vertrokken.De aanvangsdatum van
                    het samenwonen is van belang om de duur van het samenwonente kunnen
                        vaststellen<vet>.</vet></al><al/><al><vet><vet>Aantonen ouderlijke zorg</vet></vet></al><al>Er heerst nog altijd verwarring over co-ouderschap en gedeelde ouderlijke
                    zorg.</al><al>Co-ouderschap of beter gezegd: de handhaving van de beide ouders in de
                    ouderlijke macht, is een juridische status van de beide ouders na de
                    echtscheiding. Tegenwoordig is dat de standaardsituatie na echtscheiding, tenzij
                    één van de partijen iets anders gevraagd heeft en dit verzoek ook door de
                    rechter in de beschikking is gehonoreerd. In het kader van de urgentieregeling
                    is dit niet echt relevant. Belangrijker is de vraag waar de kinderen hun
                    hoofdverblijf zullen hebben na de echtscheiding en hoe de ouderlijke zorg
                    geregeld is.</al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdverblijf </onderstreept></vet></al><al>Wanneer een aanvrager claimt dat één of meer kinderen het hoofdverblijf bij hem
                    zal/zullen hebben en dit gegeven medebepalend is voor het eventueel toekennen
                    van een urgentie, dan zal dit altijd uit een officieel document moeten blijken
                    (b.v. convenant, overeenkomst beëindiging geregistreerd partnerschap,
                    overeenkomst beëindiging samenlevingsovereenkomst, verklaring beëindiging
                    samenwoning).</al></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 2 Reglement klachtencommissie Woonruimteverdeling WERV -
                        Wageningen</titel></kop><al><cursief>Het regelement klachtencommissie Woonruimteverdeling WERV is op
                        29-05-2007 door het college van B&amp;W vastgesteld.</cursief></al><al>Dit is bijlage 2 bij de Huisvestingsverordening WERV - Wageningen</al><al/><al><vet>A. Uitgangspunt</vet></al><al>De Klachtencommissie woonruimteverdeling WERV is een onafhankelijke commissie
                    die wordt ingesteld op grond van de Huisvestingswet (artikel 4 lid 2). De
                    commissie behandelt klachten van individuele woningzoekenden die door een
                    besluit ter uitvoering van de overeenkomst rechtstreeks in zijn belang is
                    getroffen. De Klachtencommissie beoordeelt of de toegelaten instellingen de
                    afspraken welke zijn neergelegd in de overeenkomst met de gemeente, juist worden
                    uitgevoerd. Zij is onafhankelijk en wordt benoemd door de colleges. Het advies
                    wat de Klachtencommissie uitbrengt is bindend voor klager, verweerder en de
                    corporaties.</al><al/><al><vet>B. Het Reglement</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 begripsbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 1. </cursief></al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>Klachtencommissie woonruimteverdeling
                                WERV-Wageningen</onderstreept>, (verder: de commissie) de commissie
                            als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de Huisvestingswet.</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>Corporaties</onderstreept>: de toegelaten instellingen als
                            bedoeld in artikel 70 Woningwet waarmee een samenwerkingsovereenkomst is
                            afgesloten.</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>WERV-gemeenten</onderstreept>: burgemeester en wethouders
                            van de gemeenten <onderstreept>W</onderstreept>ageningen,
                                <onderstreept>E</onderstreept>de,
                            <onderstreept>R</onderstreept>henen en
                            <onderstreept>V</onderstreept>eenendaal.</al></li><li nr="4."><al><onderstreept>Het Reglement:</onderstreept> het reglement
                            Klachtencommissie Woonruimteverdeling WERV-Wageningen.</al></li><li nr="5."><al><onderstreept>Klager</onderstreept>: een woningzoekende die een
                            schriftelijke klacht indient bij deze commissie.</al></li><li nr="6."><al><onderstreept>Verweerder</onderstreept>: een persoon of instelling die
                            de verdediging voert.</al></li><li nr="7."><al><onderstreept>Privacygevoelige gegevens</onderstreept>: gegevens die
                            herleidbaar zijn tot een persoon.</al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Behandeling van de klachten</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 2. Inleidende bepaling</cursief></al><al>Inzake de woonruimteverdeling zoals nader uitgewerkt in het convenant tussen de
                    corporaties en de WERV-gemeenten, bestaat er een onafhankelijke
                    klachtencommissie.</al><al/><al><cursief>Artikel 3. Recht indienen klacht</cursief></al><al>Een belanghebbende kan een klacht bij de commissie indienen gericht tegen
                    besluiten genomen ter uitvoering van de afspraken inzake woonruimteverdeling
                    zoals overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst.</al><al/><al><cursief>Artikel 4. Samenstelling commissie</cursief></al><al>De commissie bestaat uit vier stemhebbende leden waarvan één voorzitter en drie
                    leden met een sociale-, medische- en/of juridische achtergrond. </al><al/><al><cursief>Artikel 5. Benoeming leden</cursief></al><al>Burgemeester en wethouders van de vier WERV-gemeentes benoemen de leden van de
                    commissie. </al><al/><al><cursief>Artikel 6. Onverenigbare betrekkingen</cursief></al><al>De leden van de commissie zijn onafhankelijk van de betrokken gemeentes en
                    hebben geen beroepshalve binding of ander belang met de woonruimteverdeling
                    en/of andere woningzoekenden.</al><al/><al><cursief>Artikel 7 Zittingsduur</cursief></al><al>De voorzitter en de leden worden benoemd voor een periode van twee jaar. Zij
                    kunnen twee keer worden herbenoemd waardoor de maximale zittingsduur zes jaar
                    bedraagt. De voorzitter en de leden kunnen op ieder moment ontslag nemen. Een
                    lid krijgt ontslag als hij niet meer voldoet aan artikel 6. De aftredende
                    voorzitter en de aftredende leden blijven hun functie vervullen tot in hun
                    opvolging is voorzien.</al><al/><al><cursief>Artikel 8 Vergoeding</cursief></al><al>De voorzitter en de leden van de commissie ontvangen een vergoeding per zitting.
                    Deze vergoeding is conform de Verordening geldelijke voorzieningen
                    commissieleden. De vergoedingen komen ten laste van het WERV-budget.</al><al/><al><cursief>Artikel 9 Vergaderfrequentie</cursief></al><al>De commissie vergadert zo vaak als nodig is voor een tijdige behandeling van
                    ingediende klachten maar in ieder geval één keer per jaar.</al><al/><al><cursief>Artikel 10 Secretaris</cursief></al><al>De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris per WERV-gemeente.
                    Ieder college wijst een ambtenaar aan als secretaris. De secretaris heeft geen
                    stemrecht. Bij afwezigheid van de secretaris neemt een andere medewerker van de
                    betreffende gemeente de functie/werkzaamheden over.</al><al/><al><cursief>Artikel 11 Taak secretaris</cursief></al><al>De ambtelijk secretaris handelt alle administratieve taken af waaronder in ieder
                    geval:</al><al>- oproepen van de commissie voor een vergadering;</al><al>- namens de commissie onderzoek doen en hierover rapporteren;</al><al>- opstellen en verzenden van de agenda en te bespreken stukken;</al><al>- verslaglegging.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 De klachtenprocedure</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 12 Verzoekschrift</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Klager dient de klacht in bij het secretariaat van de commissie in de
                            plaats waar de klacht is ontstaan.</al></li><li nr="2."><al> De klacht moet binnen zes weken na verzending van het betreffende
                            besluit zijn ingediend bij het secretariaat van de commissie.</al></li><li nr="3."><al>In de schriftelijke, ondertekende klacht staat in ieder geval: </al></li></lijst><al> a. de naam en het adres van de klager;</al><al>b. de dagtekening;</al><al>c. een omschrijving van het besluit waartegen de klacht is gericht;</al><al>d. de motivering van de klacht.</al><al/><al><cursief>Artikel 13 Ontvangstbevestiging</cursief></al><al>De secretaris van de commissie zendt na ontvangst van een klacht een
                    ontvangstbevestiging aan de klager. De klacht en de daarbij overgelegde stukken
                    worden zo spoedig mogelijk aan de commissie gezonden. Op de klacht wordt de
                    datum van ontvangst aangetekend. Bij het bericht van ontvangst wordt vermeld dat
                    de commissie een bindende uitspraak voor partijen doet en wordt tevens de
                    termijn van afhandeling genoemd. De commissie vraagt verweerder zo spoedig
                    mogelijk na ontvangst van de klacht, maar uiterlijk binnen 14 dagen,
                    schriftelijk op de klacht te reageren.</al><al/><al><cursief>Artikel 14 Vergaderingen commissie</cursief></al><lijst><li nr="1."><al> De secretaris bepaalt in overleg met de commissie de plaats en het
                            tijdstip van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al> De commissie kan klager en verweerder uitnodigen voor de vergadering om
                            daar de klacht nader toe te lichten en door de commissie te worden
                            gehoord. </al></li><li nr="3."><al>Klager kan zich laten bijstaan of zich door een gemachtigde laten
                            vertegenwoordigen.</al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 15 Verschoningsrecht</cursief></al><al>De voorzitter en de leden nemen geen deel aan de behandeling van een klacht,
                    indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al><al/><al><cursief>Artikel 16 Besluitvorming</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over haar
                            uitspraak.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over haar
                            uitspraak.</al></li><li nr="3."><al>De commissie neemt geen besluit als de stemmen staken. Een nieuwe
                            vergadering wordt dan belegd.</al></li><li nr="4."><al> De uitspraak op de klacht is gemotiveerd.</al></li><li nr="5."><al>De uitspraak wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
                            ondertekend.</al></li><li nr="6."><al> Tegen de uitspraak van de commissie kan geen beroep worden
                            ingesteld.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 17 Termijn uitspraak</cursief></al><al>De commissie besluit binnen tien weken na ontvangst van de klacht. Zij kan deze
                    termijn met maximaal vier weken verdagen. Van een besluit tot verdaging
                    ontvangen de leden van de commissie en betrokkenen schriftelijk bericht.</al><al/><al><cursief>Artikel 18 Bindende uitspraak</cursief></al><al>Uitspraken gedaan door de commissie strekken partijen tot bindend advies.</al><al/><al><cursief>Artikel 19 Verslag van werkzaamheden</cursief></al><al>Jaarlijks stelt de commissie een verslag op van haar werkzaamheden. Het verslag
                    bevat ten minste een overzicht van behandelde klachten, de aard van de klachten
                    en de wijze van afhandeling.</al><al/><al><cursief>Artikel 20 Waarborgen privacy van klager en derden</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie kan besluiten de klager op zijn verzoek
                            inzage te geven in zijn klachtendossier voor zover de privacy van derden
                            daardoor niet geschaad wordt.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van
                            privacygevoelige gegevens. </al></li></lijst><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 21 Overgangsregeling</cursief></al><al>Klachten ontvangen voor de inwerkingtreding van dit Reglement worden afgehandeld
                    volgens de tot die datum in de deelnemende gemeenten van kracht zijnde
                    regelingen.</al><al/><al><cursief>Artikel 22 Vaststelling en wijziging</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking nadat de colleges van Wageningen, Ede,
                            Veenendaal en Rhenen hun Reglement klachtencommissie woonruimteverdeling
                            WERV hebben vastgesteld en gepubliceerd. </al></li><li nr="2."><al>Bij wijziging vindt overleg plaats met de vier colleges en worden de
                            leden van de commissie gehoord.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Op onderwerpen waarin dit Reglement onvoldoende voorziet, kunnen de vier
                            colleges na samenspraak voorzieningen treffen.</al></li><li nr="2."><al>Dit reglement treedt in werking als Huisvestingsverordening
                            WERV-Wageningen 2007 in werking treed en kan worden aangehaald als
                            ´Reglement Klachtencommissie Woonruimteverdeling WERV-Wageningen
                            2007.</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HUISVESTINGSVERORDENING
                        WERV-WAGENINGEN</titel></kop><tussenkop>Versie 14 december 2006</tussenkop><al-groep><al>Voor de wetsartikelen zoals deze in de Huisvestingsverordening
                        WERV-Wageningen zijn genoemd is een aparte bijlage gemaakt: Wetsartikelen
                        genoemd HVO WERV-Wageningen, op versie 17 oktober 2006.</al><al>Hierin staan de wetsartikelen uit de diverse wetten. </al><al>Deze toelichting is geschreven om de leesbaarheid van de HVO WERV-Wageningen
                        te verbeteren en hier en daar een verklaring op de artikelen te geven.</al></al-groep><tussenkop><vet>ALGEMEEN</vet></tussenkop><tussenkop><onderstreept>Open woningmarkt</onderstreept></tussenkop><al-groep><al>Binnen WERV (Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) zal sprake zijn van een
                        open woningmarkt tussen de vier gemeenten. Dit houdt in dat inwoners binnen
                        de WERV zich vrij kunnen bewegen op de woningmarkt.</al><al>De Provincie Utrecht wil deze bindingseisen per 31 december 2006 in iedere
                        Utrechtse gemeente. Dit houdt in dat inwoners van een in de provincie
                        Utrecht gelegen woonplaats zich vrij mag vestigen in de gemeenten Rhenen en
                        Veenendaal. De huidige bindingseisen aan de regio Veluwe blijven
                        gehandhaafd. Dit houdt in dat een persoon met een economische of
                        maatschappelijke binding aan Regio Veluwe zich mag vestigen binnen de
                        gemeente Ede <cursief>(Regio Veluwe is het grondgebied van de gemeenten
                            Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Apeldoorn,
                            Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Voorst, Barneveld, Ede, Nijkerk,
                            Scherpenzeel).</cursief></al></al-groep><tussenkop><onderstreept>Urgentieregeling</onderstreept></tussenkop><al>Uitgangspunt is een streng doch rechtvaardig systeem van criteria om in
                    aanmerking te komen voor een urgentie huisvesting. Momenteel werken de WERV
                    gemeenten al met een vergelijkbare regeling, deze verschilde echter op een
                    aantal punten onderling. Nieuw voor de gemeente Rhenen en Veenendaal is dat de
                    besluitvorming voor een urgentie huisvesting bij een onafhankelijke
                    Urgentiecommissie ligt. Basis voor de besluitvorming is de Urgentieregeling
                    welke tevens een onderdeel is van de huisvestingsverordening.</al><tussenkop><vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></tussenkop><al-groep><al/><al>Onder i, combinatiemodel</al><al>Het aanbodmodel wordt onder begripsbepaling a uitgelegd. </al><al>Het lotingmodel is een woonruimteverdelingsysteem waarin vrijkomende
                        huurwoningen worden aangeboden door middel van een advertentiemedium,
                        waarbij woningzoekenden zelf reageren. Onder de kandidaten die hebben
                        gereageerd wordt de woning verloot.</al><al>Het optiemodel is een woonruimteverdelingsysteem waarin woningzoekenden op
                        een cluster van woningen een optie kunnen nemen. Deze woningen zijn niet
                        direct beschikbaar. De woningzoekende wacht tot een woning uit het cluster
                        vrijkomt. Wanneer de woning vrij komt, biedt de corporaties de woning aan de
                        langst wachtende aan.</al></al-groep><al-groep><al/><al>Onder t, koopprijsgrens</al><al>Deze grens is vastgesteld op een bedrag van € 160.000,-. Hiervoor hebben
                        Gedeputeerde Staten van de Provincies Gelderland en Utrecht toestemming
                        verleend. Deze toestemming is noodzakelijk omdat deze afwijkt van de
                        koopprijsgrens als genoemd in de Huisvestingswet.</al></al-groep><al-groep><al/><al>Onder jj, woonoppervlakte</al><al>Met het woningwaarderingsstelsel (wws) wordt de kwaliteit van een huurwoning
                        in punten uitgedrukt. Het wws wordt ook wel 'puntenstelsel' genoemd. Als u
                        de punten van uw woning weet, kunt u bepalen wat de maximale huurprijs van
                        de woning mag zijn. Meer informatie hierover kunt u o.a. krijgen bij het
                        ministerie van VROM en de huurcommissie.</al></al-groep><tussenkop><vet>HOOFDSTUK 2 VERDELING VAN
                    WOONRUIMTE</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Paragraaf 2.2 Aanbod en toewijzing van woonruimte</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Artikel 3 Inschrijving als woningzoekende</vet></tussenkop><al>De wijze van inschrijving veranderd. De zogenaamde selectiecriteria verschillen
                    nu in de WERV gemeenten. In een open woningmarkt is het noodzakelijk te komen
                    tot een éénduidig systeem van deze criteria. Om ervoor te zorgen dat mensen
                    opgebouwde ‘rechten’ niet verliezen is een overgangsregeling opgesteld ( zie ook
                    artikel 43, overgangsbepaling)</al><al/><tussenkop><vet>Artikel 4 Aanbod van huurwoningen</vet></tussenkop><al>In de vier WERV gemeenten worden momenteel vrijkomende huurwoningen van de
                    toegelaten instellingen aangeboden via het aanbodmodel. Dit houdt in dat
                    vrijgekomen woningen worden aangeboden via lokale kranten en/of de website van
                    de woningcorporaties. Woningzoekenden kunnen hierop actief reageren. Dit
                    aanbodmodel blijft in de WERV huisvestingsverordening gehandhaafd en wordt
                    aangevuld met de modules loting en optie (tezamen het combinatiemodel).</al><tussenkop><vet><cursief>Paragraaf 2.3
                            Huisvestingsvergunning</cursief></vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 7 Vergunningvereiste</vet></tussenkop><al>Alleen voor zelfstandige woonruimte is een huisvestingsvergunning vereist.
                    Onzelfstandige studenteneenheden, onvrije woningen, bejaardenoorden zijn niet
                    vergunningplichting.</al><al>Uit dit artikel spreekt wederzijdse verantwoordelijkheid van huurder en
                    verhuurder.</al><al>Een onvrije woning is een woning waarvan de vertrekken uitkomen op een
                    gemeenschappelijke verkeersruimte, maar waarin alle wezenlijke voorzieningen
                    alleen aan de huurder ter beschikking staan en de vertrekken bovendien
                    afsluitbaar zijn.</al><tussenkop><vet>Artikel 8 Criteria voor
                    vergunningverlening</vet></tussenkop><al>Weigering, alsook intrekking van een huisvestingsvergunning zijn besluiten
                    waartegen bezwaar openstaat op grond van de Algemene wet bestuursrecht.</al><tussenkop><vet>Artikel 10 Vruchteloze aanbieding</vet></tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om huurwoningen die niet in het aanbodsysteem vallen (van
                    bijvoorbeeld particuliere eigenaren) en koopwoningen die niet binnen 8 weken
                    verhuur/verkocht worden ook aan mensen aan te kunnen bieden/te kunnen verkopen
                    die geen binding aan de WERV hebben.</al><tussenkop><vet>Artikel 12 Intrekking</vet></tussenkop><al>Dit artikel dient om te vermijden dat woningen onnodig lang leegstaan.
                    Redelijkerwijs kan een huurder/koper binnen een termijn van 2 maanden worden
                    geacht zijn intrek te hebben genomen in de woning/ zijn hoofdverblijf te hebben.
                    Indien hieraan niet voldaan kan de huisvestings-vergunning ingetrokken
                    worden.</al><tussenkop><vet><cursief>Paragraaf 2.4
                    Toelating</cursief></vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet><cursief>Paragraaf 2.5 Passendheid en
                    slaagkansen</cursief></vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Artikel 15 Bezettingsnorm</vet></tussenkop><al>Het woonoppervlakte wordt berekend a.d.h.v. het woningwaarderingsstelsel (zie
                    toelichting artikel 1 onder jj, woonoppervlakte).</al><tussenkop><vet><cursief>Paragraaf 2.7
                    Urgentie</cursief></vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Artikel 18 Urgentiecommissie WERV</vet></tussenkop><al>De Urgentiecommissie WERV is een onafhankelijke commissie, benoemd door de WERV
                    colleges. De Urgentiecommissie is door de colleges gemandateerd om beslissingen
                    te nemen op aanvragen voor een urgentie huisvesting</al><tussenkop><vet>HOOFDSTUK 3 ORGANISATIE EN
                    BEVOEGDHEDEN</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>Artikel 22 Lokaal maatwerk</vet></tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen om de colleges en de toegelaten instellingen de
                    mogelijkheid te kunnen geven op kleine schaal (maximaal 30% van het vrijkomende
                    aanbod van woonruimte van een corporatie) te experimenteren met de manier van
                    toewijzen. Daarover worden in een convenant met de toegelaten instellingen
                    nadere afspraken gemaakt. Afgesproken is dat lokaal maatwerk aan de volgende
                    voorwaarden moet voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>Lokaal maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van het vrijkomende aanbod
                            van woonruimte in een gemeente.</al></li><li nr="b."><al>Lokaal maatwerk heeft betrekking op: </al><lijst><li nr="-"><al>het percentage en type van de te verdelen woningen via andere
                                    modellen dan het combinatiemodel, waarvan het aanbodmodel de
                                    basis vormt;</al></li><li nr="-"><al>eventuele afwijkende passenheids-, urgentie- en
                                    selectiecriteria;</al></li><li nr="-"><al>eventuele afspraken in het kader van het bestrijden van
                                    leefbaarheidsproblemen;</al></li><li nr="-"><al>regeling Experimenten (zie sub 2).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van de overige toepassingen van lokaal maatwerk wordt de
                            experimentenregeling vooraf ter goedkeuring aangeboden aan burgemeester
                            en wethouders. Dit dient te gebeuren met inachtneming van de in sub a-c
                            bedoelde regels:</al><lijst><li nr="a."><al>een experiment mag niet strijdig zijn met de
                                    Huisvestingswet;</al></li><li nr="c."><al>een experiment heeft een looptijd van maximaal 2 jaar;</al></li><li nr="d."><al>over de aard, inhoud en rapportage over het experiment, het
                                    toepassingsgebied en de evaluatie worden in een overeenkomst
                                    bindende afspraken opgenomen.</al></li></lijst></li></lijst><al>Huisvesting van statushouders valt buiten 30% lokaal maatwerk.</al><tussenkop><vet>Artikel 24 Klachtencommissie </vet></tussenkop><al>De Klachtencommissie is een onafhankelijke commissie, benoemd door de colleges.
                    De Klachtencommissie behandeld klachten die gericht zijn tegen de uitvoering van
                    de overeenkomst die is gesloten tussen de toegelaten instellingen en de
                    gemeente. </al><al>De Klachtencommissie beoordeelt of de toegelaten instellingen de afspraken welke
                    zijn neergelegd in de overeenkomst met de gemeente, juist worden
                    uitgevoerd.</al><tussenkop><vet>Artikel 25 Mandatering</vet></tussenkop><al>Dit houdt in dat de colleges de bevoegdheden zoals vermeld in hoofdstuk 2 in
                    deze verordening aan de woningcorporaties kunnen overdragen.</al><tussenkop><vet>HOOFDSTUK 4 WIJZIGING SAMENSTELLING VAN DE
                        WOONRUIMTEVOORRAAD</vet></tussenkop><tussenkop><vet><cursief>Paragraaf 4.1 Onttrekking, samenvoeging en
                            omzetting</cursief></vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 27 Vergunningvereiste</vet></tussenkop><al>Het vergunningenstelsel in het kader van de onttrekking van woningen aan de
                    woonbestemming is opgenomen teneinde de colleges zicht te laten blijven houden
                    op de ontwikkelingen in deze , dit vanwege de schaarste op de woningmarkt.</al><tussenkop><vet>Artikel 29 Criteria voor
                    vergunningverlening</vet></tussenkop><al>Uitgangspunt is dat er een afweging moet plaatsvinden tussen twee belangen: het
                    belang dat de aanvrager bij de onttrekking, samenvoeging of omzetting heeft en
                    het volkshuisvestelijke belang.</al><tussenkop><vet>Artikel 30 Compensatie</vet></tussenkop><al>Compensatie mag niet als afschrikmiddel worden gebruikt. Compensatie moet dienen
                    om de woonruimte die verloren gaat elders terug te winnen (het woningtekort in
                    de regio is dusdanig dat er in principe geen woningen verloren moeten gaan
                    t.b.v. andere doeleinden.) Dit vereiste is van invloed op de hoogte van de
                    compensatie. Die moet in redelijke verhouding staan tot het met de compensatie
                    te bereiken doel (vervangen/realiseren woonruimte).</al><al/><al>Of er sprake is van een reële compensatie, is ter beoordeling van de colleges.
                    Hierbij kunnen de volgende criteria een rol spelen:</al><lijst><li nr="-"><al>soort woning (huur/koop)</al></li><li nr="-"><al>oppervlakte</al></li><li nr="-"><al>huur- of koopprijs</al></li><li nr="-"><al>woningtype.</al></li></lijst><al/><al>Bedragen die door deze compensatiegelden worden ontvangen, worden (conform
                    artikel 29, 3<sup>e</sup> lid) uitsluitend in het kader van de volkshuisvesting
                    aangewend (bijv. herstructurering, inrichting woonomgeving etc.)</al><al>De verschillen in compensatiebedragen zijn het gevolg van de invloed die een
                    onttrekkingsmaatregel op de woningmarkt heeft.</al><al>De compensatiebedragen jaarlijks, per 1 januari, geïndexeerd met toepassing van
                    het inflatiepercentage van het voorafgaande kalenderjaar.</al><tussenkop><vet><cursief>Paragraaf 4.2 Splitsing in
                            appartementsrechten</cursief></vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 33 Vergunningvereiste</vet></tussenkop><al>De colleges binnen deWERV hebben met het opnemen van deze paragraaf in de
                    verordening geen andere intentie dan het ordenen van de regelgeving. Daarom is
                    in deze verordening aansluiting gezocht bij artikel 56 a t/m i van de Woningwet,
                    dat met de inwerkingtreding van de Huisvestingswet is komen te vervallen. </al><tussenkop><vet>Artikel 34 Aanvragen van een
                        splitsingsvergunning</vet></tussenkop><al>De verlangde bewijsstukken zijn overgenomen uit het voorheen op splitsing van
                    toepassing zijnde Woningwetartikel 56e. Vanzelfsprekend kunnen hier, afhankelijk
                    van de criteria voor vergunningverlening, nadere bewijsstukken worden
                    verlangd.</al><tussenkop><vet>Artikel 35 Gronden tot weigering van een
                        splitsingsvergunning</vet></tussenkop><al>Dit artikel bevatbepalingen die betrekking hebben op de drie afwijzingsgronden
                    (limitatief genoemd in het Huisvestingsbesluit). Deze afwijzingsgronden zijn de
                    samenstelling van de woonruimtevoorraad, belemmering van de stadsvernieuwing en
                    bepalingen uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud. </al><al>Alleen op deze drie gronden kan de vergunning geweigerd worden. </al><al>Er is in dit artikel een combinatie gemaakt van de bepalingen in hoofdstuk 3 van
                    het Huisvestingsbesluit. In dit artikel zijn, voor wat betreft de staat van
                    onderhoud, minimaal de bepalingen uit het voormalige artikel 56, lid b van de
                    Woningwet opgenomen. </al><tussenkop><vet>Artikel 36 Aanhouding van de
                        splitsingsaanvraag</vet></tussenkop><al>Dit artikel bevat de mogelijkheid om, op grond van dreigende belemmering van de
                    stadsvernieuwing, een aanvraag voor een splitsingsvergunning aan te houden
                    indien voor het gebied waarin het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking
                    heeft, is gelegen, reeds een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van
                    de Wet op de ruimtelijke ordening (Stb. 1985, 626) van kracht is.</al><tussenkop><vet>HOOFDSTUK 5 OVERIGE BEPALINGEN</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 38 Hardheidsclausule</vet></tussenkop><al>Dit artikel geeft de colleges van de gemeenten de bevoegdheid om in uiterst
                    bijzondere gevallen af te wijken van de bepalingen in deze verordening.
                    Uitgangspunt is dat dit artikel slechtst met uiterste terughoudendheid kan
                    worden toegepast.</al><tussenkop><vet>Artikel 40 Handhaving</vet></tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald welke handelingen in strijd zijn met de bepalingen
                    van deze verordening. Ook wordt hier de strafmaat bepaalt. </al><tussenkop><vet>Artikel 41 Overleg bij wijziging</vet></tussenkop><al>De inhoud van dit artikel is gelijk aan die van artikel 3, eerste lid, van de
                    Huisvestingswet. </al><al>Alle, naar oordeel van de colleges daarvoor in aanmerking komende
                    woonconsumentenorganisaties, vallen hier in elk geval onder.</al><tussenkop><vet>Artikel 42 Onderzoek en rapportage</vet></tussenkop><al>Aangezien het deel betreffende de verdeling van de woonruimte is gemandateerd
                    aan de toegelaten instellingen binnen WERV wordt van hen een jaarlijkse
                    rapportage verwacht over de uitvoering van die taken. </al><tussenkop><vet>HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 43 Overgangsbepaling</vet></tussenkop><al>Inschrijfduur wordt het uitgangspunt voor alle corporaties én voor alle
                    doelgroepen. Voor de overgang naar het nieuwe toewijzingssysteem is er een
                    overgangsregeling die rekening houdt met de opgebouwde rechten. </al><al>Voor de overgangsregeling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:</al><lijst><li nr="1."><al>De overgangsregeling moet helder en transparant zijn.</al></li><li nr="2."><al>Woningzoekenden behouden hun opgebouwde rechten. </al></li><li nr="3."><al>Na de invoering van de huisvestingsverordening geldt een periode van 6
                            maanden waarin woningzoekenden de gelegenheid hebben om hun opgebouwde
                            rechten te verzilveren dan wel om te laten zetten. </al></li><li nr="4."><al>De omgerekende rechten blijven onbeperkt geldig. </al></li><li nr="5."><al>In Ede, Wageningen en Rhenen wordt bij de starters momenteel al gewerkt
                            met inschrijfduur. Deze inschrijfduur wordt niet gewijzigd en blijft
                            behouden bij de overgang naar het nieuwe systeem. </al></li><li nr="6."><al>In Veenendaal wordt bij starters gewerkt met leeftijd. Bij de omzetting
                            naar het nieuwe systeem wordt bij starters van 18 tot en met 27 jaar
                            wordt de huidige leeftijd minus 18 gedeeld door de factor 2. Bij
                            starters van 28 jaar en ouder wordt de huidige leeftijd minus 18 gedeeld
                            door de factor 2,7. </al></li><li nr="7."><al>Doorstromers hebben in het huidige systeem een sterkere uitgangspositie
                            in vergelijking met de starters. Dit voordeel moet in de
                            overgangsregeling tot uitdrukking komen, echter wel worden verminderd.
                            Daartoe wordt de huidige woonduur vermenigvuldigd met de factor
                            3/5.</al></li><li nr="8."><al>Voor de invoering van de huisvestingsverordening wordt bekend gemaakt op
                            welke wijze woningzoekenden hun opgebouwde rechten kunnen laten
                            omzetten.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>