<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9203_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stad Wageningen, 03-01-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/HoofdstukX/geldigheidsdatum_11-05-2010">art. 170-174 Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2004-04-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr 06.0059733, afdeling AP</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Considerans</vet></al><al>De raad van de gemeente Wageningen </al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders</al><al>van 31 oktober 2006), nr 06.0059733, afdeling AP</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede lid van de
                        Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen;</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de wegsleepverordening 2007</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 18 december 2006,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="b."><al><cursief>wet</cursief>: de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="c."><al><cursief>besluit</cursief>: het Besluit wegslepen van voertuigen;
                            </al></li><li nr="d."><al><cursief>voertuig</cursief>: wat hieronder wordt verstaan in artikel
                                1, onder al RVV 1990; </al></li><li nr="e."><al><cursief>motorrijtuig</cursief>: wat hieronder wordt verstaan in
                                artikel 1, eerste lid, onder c van de wet; </al></li><li nr="f."><al><cursief>het college</cursief>: het college van burgemeester en
                                wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd,overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                            vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen
                        voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen:</al><al>Hoeve sleepbedrijf</al><al>Kaardebol 8</al><al>6721 RX Bennekom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats
                            zijn:</al><al>Maandag tot en met zaterdag, 8:30 tot 18:00 uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats
                            bedragen: </al><lijst><li nr="a."><al>Voorrijkosten € 45,-;</al></li><li nr="b."><al>Afslepen € 141,60.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen € 7 voor elk etmaal
                            of een gedeelte daarvan; </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                            ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1,
                        3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening 2007. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18-12-2006</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij toelichting van de wegsleepverordening 2007</titel></kop><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer </tussenkop><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd: </al><tussenkop>Plaats op de weg </tussenkop><lijst><li nr="a."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of
                            fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft
                            (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al></li></lijst><tussenkop>Laten stilstaan </tussenkop><lijst><li nr="b."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><lijst><li nr="-"><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg; </al></li><li nr="-"><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook; </al></li><li nr="-"><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter
                                    daarvan; </al></li><li nr="-"><al>in een tunnel; </al></li><li nr="-"><al>bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van
                                    de geblokte markering of, indien die markering niet is
                                    aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het
                                    bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in-
                                    en uitstappen van passagiers; </al></li><li nr="-"><al>op de rijbaan langs een busstrook; </al></li><li nr="-"><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een
                                    lijnbus; </al></li><li nr="-"><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van
                                    bijlage 1 RVV 1990; </al></li><li nr="-"><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een
                                    autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de
                                    vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie
                                    artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van
                                    bijlage 1 bij het RVV 1990.) </al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Parkeren </tussenkop><lijst><li nr="c."><al>een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="-"><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;
                                </al></li><li nr="-"><al>voor een inrit of een uitrit; </al></li><li nr="-"><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg; </al></li><li nr="-"><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van
                                    bijlage 1 RVV 1990; </al></li><li nr="-"><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; </al></li><li nr="-"><al>binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig
                                    betreft - geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als
                                    zodanig zijn aangeduid of aangewezen; </al></li><li nr="-"><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt; </al></li><li nr="-"><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                                    gesteld (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1
                                    van bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Bevel of aanwijzing </tussenkop><lijst><li nr="d."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                            aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare
                            ambtenaar of ander persoon;</al><al>(Zie artikel 82 RVV 1990.) </al></li></lijst><tussenkop>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</tussenkop><lijst><li nr="e."><al>een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd
                            dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer
                            op de weg wordt of kan worden gehinderd. (Zie artikel 5 WVW 1994, het
                            zogenaamde kapstokartikel.)</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig
                    is.</al><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van
                    voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen
                    (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun
                    voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad. </al><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,
                    tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990. </al><al>In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25,
                    38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990. </al><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV
                    1990. </al><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994,
                    het kapstokartikel. </al><al>Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim dat
                    ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds in onderdeel
                    a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht. </al><tussenkop>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</tussenkop><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is: </al><lijst><li nr="a."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse
                            een parkeerverbod geldt; </al></li><li nr="b."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt; </al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover: </al><lijst><li nr="i."><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze
                                    is geparkeerd; </al></li><li nr="ii."><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd; </al></li></lijst></li><li nr="d."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; </al></li><li nr="e."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage: </al><lijst><li nr="i."><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; </al></li><li nr="ii."><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; </al></li><li nr="iii."><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig; </al></li></lijst></li><li nr="f."><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen; </al></li><li nr="g."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage
                            voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen; </al></li><li nr="h."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven; </al></li><li nr="i."><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren).
                        </al></li></lijst><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een
                    specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden
                    weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de
                    gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties
                    denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht
                    zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de
                    doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten
                    voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen
                    en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn eerder onder a tot en
                    met i nader aangeduid. </al><bijlage-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 18-12-2006,</al></slotformulering><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>de griffier</ondertekening></bijlage-sluiting></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel>Toelichting algemeen</titel></kop><al-groep><al>Op 1 januari 2002 zijn de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging
                        van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de
                        wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van
                        voertuigen in werking getreden. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn
                        geheel vervangen door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de
                        Invoeringswet van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
                        deel II, nog aangepast in verband met de overgang van de bepalingen over de
                        uitvoering van bestuursdwang uit de Gemeentewet naar de Awb. </al><al/><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten
                        het volgende in. </al><al><cursief>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</cursief></al><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van
                        de burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en
                        wethouders.</al><al><cursief>Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een
                            bijzondere vorm van bestuursdwang</cursief></al><al>In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van
                        bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op
                        het wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit
                        de Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van
                        voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.
                    </al></al-groep><al/><al>Deze wijzigingen zijn in de gemeente Wageningen reeds geïmplementeerd bij de
                    wegsleepverordening die in werking trad op 1 februari 2002. Uit oogpunt van
                    actualisatie en ten behoeve van het doorvoeren van een aantel
                    technisch-administratieve wijzigingen is deze verordening ingetrokken en komt de
                    wegsleepverordening 2007 daarvoor in de plaats. Deze verordening is gestoeld op
                    de modelverordening van de VNG.</al><tussenkop>Uitgebreide werking </tussenkop><al-groep><al>Op grond van de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen
                        worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid
                        van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Op grond van
                        de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde Besluit
                        wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Zowel
                        de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen
                        bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er
                        zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk
                        wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het
                        verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout
                        geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij
                        kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens,
                        taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze
                        wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een
                        gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik kunnen maken van deze
                        bevoegdheid. </al><al>In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet
                        zonder meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria
                        wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is
                        belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen
                        van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van
                        een voertuig dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde
                        criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten
                        worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door
                        een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan. </al></al-groep><tussenkop>Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang </tussenkop><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van
                    burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling bestond er een
                    onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het
                    wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een
                    proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het
                    desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag
                    van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het
                    wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald. In de nieuwe
                    wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een
                    proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel
                    samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde
                    parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt
                    gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en
                    beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde
                    parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document
                    en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie
                    weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door
                    justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is
                    niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te
                    betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele
                    bezwaarprocedure een zelfstandige afweging. </al><tussenkop>Verordening</tussenkop><al>In artikel 170 e.v. WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van
                    burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen
                    in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid
                    gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft
                    gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede
                    lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval
                    regels te worden gesteld over: </al><lijst><li nr="-"><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard; </al></li><li nr="-"><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                            wegslepen en bewaren van voertuigen; </al></li><li nr="-"><al>de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van
                            artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept. </al></li></lijst><al/><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels).</al><al/><tussenkop>Wegsleepwaardige overtredingen </tussenkop><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de
                    burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de
                    delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV 1990. Zo'n aanpak kan uit
                    praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die met de uitvoering van
                    de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan afleiden of een
                    voertuig mag worden weggesleept. Toch heeft de VNG gemeend bij het opstellen van
                    een model-wegsleepverordening voor een andere aanpak te moeten kiezen. Enerzijds
                    omdat een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de
                    verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen
                    worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994
                    kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én
                    waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van: </al><lijst><li nr="-"><al>de veiligheid op de weg of </al></li><li nr="-"><al>de vrijheid van het verkeer of </al></li><li nr="-"><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen </al></li></lijst><al>zonder meer worden weggesleept. </al><al-groep><al/><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                        wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                        aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                        eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk
                        wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten
                        worden geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende
                        onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten
                        worden aangepast. Om die redenen hebben wij ervoor gekozen om de
                        delictsomschrijvingen niet in de modelverordening op te nemen, maar te
                        volstaan met een model-wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld
                        die gemeenten aanvullend moeten en kunnen regelen. </al><al>Om gemeenten toch enig houvast te bieden bij de toepassing van de
                        wegsleepverordening heeft de VNG in een bijlage bij deze toelichting
                        aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een
                        wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving. </al><al>Tot slot wijst de VNG nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW
                        1994. Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept
                        indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging
                        wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de
                        overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan
                        dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de
                        takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder
                        bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel
                        zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden
                        kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de
                        voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.</al><al/></al-groep><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV
                            1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid,
                            onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.\</al><al/><al>Ad d. Voertuig </al><al>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is
                    ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                    bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                    derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de model-APV is
                    een bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen van de
                    openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is aanvullend op wat de
                    wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11 van de model-APV
                    spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid,
                    het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><al/><al>Ad e. Motorrijtuig </al><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de
                    model-wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                    worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten </tussenkop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de
                    wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeenten aangewezen voorzover
                    ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van
                    wegen en weggedeelten.</al><al/><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het
                    wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen.
                    Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                    gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994
                    bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In
                    artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke
                    soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere
                    gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,
                    parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het
                    is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten
                    aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze
                    bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de verordening van Wageningen
                    zijn alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen.</al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals
                    in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan
                    tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens
                    moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in
                    bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien
                    bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt
                    geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal
                    gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen
                    worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd
                    daarvoor.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen:</al><al>Hoeve sleepbedrijf</al><al>Kaardebol 8</al><al>6721 RX Bennekom</al></li><li nr="2."><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats
                            zijn:</al><al>maandag tot en met zaterdag, 8:30 tot 18:00 uur.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door
                    de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat
                    de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de
                    openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring
                    van voertuigen. De locatie van de bewaarplaats is zodanig gekozen dat ze ook
                    goed bereikbaar is, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer (bushalte Halderbrink
                    van de Valleilijn ligt op loopafstand), voor de mensen die hiermee te maken
                    krijgen. Ook de openingstijden zijn redelijk ruim gekozen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats
                            bedragen: </al><lijst><li nr="a."><al>Voorrijkosten € 45,-;</al></li><li nr="b."><al>Afslepen € 141,60.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen € 7 voor elk etmaal
                            of een gedeelte daarvan.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij
                    niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die
                    verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht
                    om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze
                    voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke. </al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                    inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de
                    kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de
                    bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten
                    wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente
                    dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de
                    wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen
                    doorstaan. </al><al>In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van bewaring van
                    voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het etmaal,
                    zoals hier bedoeld, begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig
                    en eindigt 24 uur later.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het
                    geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                    ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat </tussenkop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 130,
                    vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3
                    en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al><al/><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op: </al><lijst><li nr="-"><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994); </al></li><li nr="-"><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in
                            geval van autodiefstal. </al></li></lijst><al/><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. </al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing
                    verklaard. Ook in de wegsleepverordening is gekozen om de artikelen over de
                    bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van
                    overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van
                    overeenkomstige toepassing te verklaren.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding </tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking op ... [datum].</al><al/><tussenkop>Toelichting </tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>