<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR92015_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening antidiscrimatievoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-huis 10-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening antidiscrimatievoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 2, lid 2 van de Wet gemeentelijke antidisciminatievoorzieningen;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-02-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>gemeentebladnr 334</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Verordening antidiscriminatievoorziening
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>
              <cursief>Gemeenteblad van Enschede</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al>De raad van de gemeente Enschede;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        5 januari 2010, nr. 0900092409;</al>
          <al>gelet op artikel 2, lid 2 van de Wet gemeentelijke
                        antidisciminatievoorzieningen;</al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Besluit: het Besluit gemeentelijke
                                antidiscriminatievoorzieningen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als
                                bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke
                                antidiscriminatievoorzieningen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de
                                wet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van
                                het besluit.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Klager: Klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de
                                Gemeentewet.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Zorgplicht college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang
                            tot een antidiscriminatievoorziening.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Inrichting antidiscriminatievoorziening</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in
                                ieder geval de deskundigheid van klachtbehandelaars en de
                                toegankelijkheid van de voorziening gewaarborgd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat de
                                klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste
                                deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun
                                deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te
                                melden:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>Per post;</al></li>
              <li nr="-"><al>Per e-mail;</al></li>
              <li nr="-"><al>Telefonisch;</al></li>
              <li nr="-"><al>Op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als
                                        bedoeld in artikel 5 van deze verordening.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Protocol klachtenbehandeling</titel>
          </kop>
          <al>Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6
                            van het besluit regelt in ieder geval:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>De afdoeningstermijn van klachten;</al></li>
            <li nr="b."><al>De wijze van afdoening van klachten;</al></li>
            <li nr="c."><al>De registratie van klachten<cursief>.</cursief></al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun
                                directe leefomgeving te melden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college draagt zorg voor de deskundigheid van medewerkers die
                                meldingen als bedoeld in lid 1 op adequate manier opnemen en
                                doorverwijzen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de
                                antidiscriminatievoorziening.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2010.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening
                            antidiscriminatievoorziening.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 januari 2010.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De voorzitter, De griffier,
        </ondertekening>
        <ondertekening>
           P. en Oudsten R.M. Jongedijk
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Algemeen</tussenkop>
        <al>Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en wethouders op om
                    toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de toelichting
                    bij artikel 2 van deze verordening.</al>
        <al>In artikel 2, tweede lid, van de wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad “met
                    inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels
                    vaststelt omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld in
                    artikel 1, en de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.” </al>
        <al>De wet is nader ingevuld in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld op 16
                    september 2009, het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorziening.</al>
        <al>Nu veel van de nadere invulling die de wet behoeft is geregeld in het besluit,
                    kan deze verordening beknopt blijven.</al>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1</tussenkop>
        <al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al>
        <tussenkop>Artikel 2</tussenkop>
        <al>Zoals in het algemene deel van deze toelichting al aangegeven, is deze
                    zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is het dan
                    ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er is voor gekozen om dat wel te
                    doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze regelgeving uitmaakt, dat het
                    opnemen ervan sterk bijdraagt aan de begrijpelijkheid van deze verordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 </tussenkop>
        <al>Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit,
                    dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in
                    ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid
                    van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid
                    met de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale
                    invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor
                    maatwerk.</al>
        <al>De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een
                    opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet
                    worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding
                    deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1 kan de opleidingen en
                    cursussen verzorgen. </al>
        <al>De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet- fysiek
                    kan melden.</al>
        <al>De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent tevens dat
                    een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij terecht kan om
                    te melden. De gemeente draagt zorg voor de aanwezigheid van een locatie. Daarbij
                    kan gebruik worden gemaakt van een bestaande balie (zie ook de toelichting bij
                    artikel 5). Uiteraard kan ook worden afgesproken dat de
                    antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat klachten direct bij
                    de voorziening kunnen worden ingediend.</al>
        <al>Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via
                    sms, telefoon (0900 landelijk en 0900 ADV), brief of email om de klacht te
                    melden of in te dienen.</al>
        <al>Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om ervoor zorg te dragen
                    dat burgers kennis kunnen nemen van deze mogelijkheden.</al>
        <tussenkop>Artikel 4</tussenkop>
        <al>Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit dat
                    luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de behandeling
                    van klachten”. Daarbij is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en
                    antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 </tussenkop>
        <al>De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van
                    burgers moet bevinden. De memorie van toelichting geeft aan dat het gemeenten
                    vrij staat om daar op een praktische wijze invulling aan te geven. De
                    voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te zijn. Een
                    gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij een (bestaande) regionale
                    antidiscriminatievoorziening. Ook kan de gemeente aansluiting zoeken bij het
                    regionaal discriminatieoverleg (RDO) waar politie, openbaar ministerie en
                    antidiscriminatievoorzieningen overleg voeren over discriminatie incidenten en
                    deze in zaaksoverzichten opnemen.</al>
        <al>Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een
                    doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke
                    voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken, slachtofferhulp of
                    WMO-loket.</al>
        <al>Een gemeente kan er ook voor kiezen deze toegang een meer inhoudelijk karakter
                    te geven door een eigen frontoffice in te richten. Daarbij moet het voor klagers
                    ondubbelzinnig duidelijk zijn dat een gemeentelijk loket een luisterend oor en
                    de nodige deskundigheid kan bieden, maar dat het zijn taak is om de klager door
                    te geleiden naar de antidiscriminatievoorziening. In de wet is uitdrukkelijk
                    aangegeven dat de antidiscriminatievoorziening onafhankelijk is en op geen
                    enkele wijze onder het gezag van de (gemeentelijke) overheid kan vallen. Het
                    gemeentelijk loket kan dan ook op geen enkele manier in de plaats treden van de
                    antidiscriminatievoorziening.</al>
        <al>Vereisten voor de frontoffice zijn:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Een loket gefaciliteerd door de gemeente dan wel een gemeenteloket waar
                            klager een klacht kan melden, luisterend oor kan vinden en professioneel
                            kan worden doorverwezen naar de antidiscriminatievoorziening.</al></li>
          <li nr="-"><al>Loketmedewerker dient inzicht te hebben in de materie</al></li>
          <li nr="-"><al>Positie als doorgeefluik helder moet zijn<cursief>.</cursief></al></li>
        </lijst>
        <al>Vereisten voor de backoffice:</al>
        <al>-Deze worden opgenomen in de subsidieregeling tussen gemeenten en
                    antidiscrimiantievoorzieningen</al>
        <tussenkop>Artikel 6</tussenkop>
        <al>Deze bepaling behoeft geen toelichting</al>
        <tussenkop>Artikel 7</tussenkop>
        <al>Deze bepaling behoeft geen toelichting</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>