<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91860_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet werk en inkomen kunstenaars            (Reintegratieverordening WWIK)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Enschede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reintegratieverordening WWIK</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 21, vierde lid van de Wet werk en inkomen kunstenaars,overwegende dat het noodzakelijk is het aanbieden van voorzieningen, gericht op het bevorderen van de arbeidsinschakeling van kunstenaars bij verordening te regelen,</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-04-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentebladnr 243</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>reïntegratie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Reïntegratieverordening Wet werk en inkomen kunstenaars
            (Reintegratieverordening WWIK)
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeenteblad van Enschede</vet></al><al>De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van het college
                        van burgemeester en wethouders d.d. 29 maart 2005,
                        05<sup>E</sup>0002123, </al><al>gelet op artikel 21, vierde lid van de Wet werk en inkomen
                        kunstenaars,</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het aanbieden van voorzieningen,
                        gericht op het bevorderen van de arbeidsinschakeling van kunstenaars bij
                        verordening te regelen, </al><al>besluit</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Reïntegratieverordening Wet werk en inkomen kunstenaars (Reintegratieverordening WWIK)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>WWIK: Wet werk en inkomen kunstenaars;</al></li><li nr="b"><al>kunstenaar: degene die werkzaam is in een beroep of
                                            bedrijf in een al dan niet gemengde beroepspraktijk ter
                                            uitoefening van de scheppende, uitvoerende of toegepaste
                                            kunst en die jegens het college recht heeft op een
                                            uitkering op grond van de WWIK;</al></li><li nr="c"><al>echtgenoot: de echtgenoot van de kunstenaar, waaronder
                                            begrepen de geregistreerde partner, bedoeld in artikel
                                            2, eerste lid, aanhef en onder a van de WWIK en de
                                            ongehuwd samenwonende, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
                                            aanhef en onder a van de WWIK;</al></li><li nr="d"><al>gemengde beroepspraktijk: beroepspraktijk waarin
                                            inkomsten worden verworven uit scheppende, uitvoerende
                                            of toegepaste kunst naast inkomsten uit arbeid, beroep
                                            of bedrijf van andere aard;</al></li><li nr="e"><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                            de gemeente Enschede.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Tenzij anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening
                                    gebruikt in dezelfde betekenis als in de WWIK.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De doelgroep van deze verordening is de persoon jonger dan 65
                                    jaar: </al><lijst><li nr="a"><al>die jegens het college recht heeft op een uitkering op
                                            grond van de WWIK, of</al></li><li nr="b"><al>die echtgenoot is van de onder a bedoelde persoon. </al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Tot de doelgroep van deze verordening behoort gedurende maximaal
                                    12 maanden nadat door het college een aanbod voor een
                                    voorziening als bedoeld in artikel 3 is gedaan, tevens de
                                    persoon, bedoeld in het eerste lid, van wie de uitkering anders
                                    dan op grond van artikel 19, eerste of tweede lid, van de WWIK,
                                    is beëindigd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak gemeente</titel></kop><al>Het college kan, op verzoek van de kunstenaar, voorzieningen aanbieden
                            aan personen behorende tot de doelgroep of op andere wijze ondersteuning
                            aanbieden, gericht op het bevorderen van de arbeidsinschakeling of het
                            wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling in het kader van
                            het opbouwen van een gemengde beroepspraktijk waarmee de kunstenaar in
                            zijn levensonderhoud kan voorzien. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ondersteuning, voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Ondersteuning kan bestaan uit praktische hulp, advies of
                                    doorverwijzing naar andere instanties of het aanbieden van een
                                    traject.</al></li><li nr="2"><al>Het college bepaalt welk aanbod passend is.</al></li><li nr="3"><al>Het college kan als onderdeel van een traject, de voorzieningen
                                    genoemd in de artikelen 5 en 6 aanbieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Leerwerkstage</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college kan aan een persoon uit de doelgroep een
                                    leerwerkstage aanbieden, indien de inzet van deze voorziening
                                    naar het oordeel van het college vanuit het oogpunt van
                                    arbeidsinschakeling wenselijk is.</al></li><li nr="2"><al>Onder leerwerkstage wordt werken tijdens een uitkering verstaan,
                                    met als doel de persoon door middel van een stage werkervaring
                                    en vaardigheden op te laten doen of op peil te laten
                                    houden.</al></li><li nr="3"><al>De duur van de werkstage wordt door het college bepaald.</al></li><li nr="4"><al>Het college kan tijdens de leerwerkstage begeleiding
                                    aanbieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Scholing</titel></kop><al>Het college kan een persoon uit de doelgroep scholing aanbieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>Het college kan voor voorzieningen als bedoeld in de artikelen 5 en 6
                            subsidieplafonds instellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Rechten en plichten deelnemer</titel></kop><al>Onverminderd andere verplichtingen ingevolge de WWIK geldt voor een
                            persoon uit de doelgroep die deelneemt aan of deelgenomen heeft aan een
                            voorziening de verplichting:</al><lijst><li nr="a"><al>van de aangeboden voorziening gebruik te maken;</al></li><li nr="b"><al>alle inlichtingen te verstrekken over de voortgang van de
                                    voorziening en over wijzigingen in zijn persoonlijke situatie
                                    die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak
                                    op ondersteuning en de noodzaak tot voortzetting van een
                                    voorziening. </al></li><li nr="c"><al>medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de voortgang en
                                    de passendheid van de voorziening;</al></li><li nr="d"><al>naar vermogen mee te werken aan de aangeboden voorziening of
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="e"><al>na te laten alles wat de realisatie van het doel van de
                                    voorziening belemmert. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Trajectplan</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De in het kader van een reintegratietraject gemaakte
                                            afspraken, alsmede de rechten en verplichtingen, worden
                                            vastgelegd in een trajectplan dat door de belanghebbende
                                            voor akkoord wordt getekend en aan het college wordt
                                            geretourneerd binnen een door het college gestelde
                                            termijn. </al></li><li nr="2"><al>Het trajectplan wordt door het college vastgesteld.</al></li><li nr="3"><al>Indien de trajectdeelnemer niet of niet tijdig voldoet
                                            aan zijn verplichtingen, kan het college de gemaakte
                                            kosten van het traject of de voorziening bij deze
                                            persoon in rekening brengen. </al></li><li nr="4"><al>Het bedrag dat in rekening wordt gebracht is gelijk aan
                                            het bedrag van de verlaging van de bijstand dat
                                            overeenkomstig hoofdstuk 4 paragraaf 2 van de
                                            Reïntegratie- en sanctieverordening, zou gelden indien
                                            de deelnemer bijstandsgerechtigd zou zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Besluit</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college neemt op een verzoek om een voorziening
                                            binnen acht weken een beslissing met inachtneming van de
                                            WWIK en deze verordening.</al></li><li nr="2"><al>Het college informeert de kunstenaar over de voor hem
                                            geldende rechten en verplichtingen, die voortvloeien uit
                                            de WWIK en deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beëindiging</titel></kop><al>Het college kan het recht op de voorziening of ondersteuning
                            beëindigen:</al><lijst><li nr="a"><al>indien een persoon uit de doelgroep die deelneemt aan een
                                    voorziening, zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 8 niet
                                    nakomt;</al></li><li nr="b"><al>indien een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer
                                    tot de doelgroep, bedoeld in artikel 2 behoort;</al></li><li nr="c"><al>indien een voorziening naar het oordeel van het college niet
                                    langer nodig is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het college.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, indien toepassing daarvan tot
                                    onbillijkheden van overwegende aard zou leiden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening wordt aangehaald als Reïntegratieverordening
                                    WWIK.</al></li><li nr="2"><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2005. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>
          Vastgesteld in de vergadering van 25 april 2005
        </al></slotformulering><ondertekening>
          de Griffier, de Voorzitter,
        </ondertekening><ondertekening>
           R.M. Jongedijk, J.H.H. Mans
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Reïntegratieverordening Wet werk en inkomen
                    kunstenaars</tussenkop><al>Op 1 januari 2005 is de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) in werking
                    getreden.</al><al>In deze wet wordt de kunstenaar de mogelijkheid geboden de gemeente te verzoeken
                    hem voorzieningen aan te bieden, gericht op het bevorderen van de
                    arbeidsinschakeling in het kader van de uitoefening van het niet
                    kunstgerelateerde gedeelte van een gemengde beroepspraktijk. Anders dan in de
                    Wet werk en bijstand (WWB) heeft de voorziening in het kader van de WWIK een
                    vrijwillig karakter; dat betekent echter niet dat er sprake is van
                    vrijblijvendheid.</al><al>De kunstenaar die een beroep doet op een voorziening is verplicht om
                    daadwerkelijk van de aangeboden voorziening gebruik te maken. De gemeente gaat
                    met de kunstenaar of de echtgenoot, indien de voorziening aan de echtgenoot
                    wordt aangeboden, een trajectovereenkomst aan. Deze trajectovereenkomst is voor
                    beide partijen bindend.</al><al>In artikel 21, vierde lid van de wet is vastgesteld dat de gemeente bij
                    verordening regels moet stellen met betrekking tot reïntegratieactiviteiten voor
                    kunstenaars. Gelet op de specifieke doelgroep is ervoor gekozen om deze regels
                    niet onder te brengen in de betreffende WWB-verordening maar in een aparte
                    verordening.</al><al>Het beleid van de gemeente Enschede is erop gericht ( evenals in de WWB) dat
                    uitkeringsgerechtigden zo snel mogelijk zelfstandig in hun bestaan kunnen
                    voorzien. In ieder geval dient te worden voorkomen dat kunstenaars na het
                    bereiken van de maximale WWIK termijn een beroep moeten doen op de WWB.</al><al>In de reïntegratieverordening is het volgende geregeld:</al><al>Artikel 1 : Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2 : De gemeente Enschede voert als centrumgemeente de WWIK uit voor
                    inwoners van de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen,
                    Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten,
                    Tubbergen, Twenterand en Wierden. Deze verordening is op grond van artikel 2 van
                    toepassing op alle kunstenaars voor wie het college verantwoordelijk is voor de
                    uitvoering van de WWIK en hun echtgenoten. </al><al>Artikel 3 : Dit artikel legt de verplichting van het college vast. De gemeente
                    Enschede kiest ervoor dat een persoon uit de doelgroep een verzoek kan indienen
                    om in aanmerking te komen voor een voorziening, waaronder mede verstaan wordt
                    het recht op ondersteuning bij toeleiding naar werk. De gemeente bepaalt welke
                    instrumenten worden ingezet. </al><al>Artikel 4 : Uitgangspunt is dat de kortste weg naar werk wordt gevolgd. Dat
                    betekent dat soms kan worden volstaan met advies of een doorverwijzing naar het
                    Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) of uitzendbureau’s. In andere gevallen kan
                    het college een reïntegratietraject bij een reïntegratiebedrijf aanbieden. Het
                    traject richt zich op het niet-kunstgerelateerde deel van de gemengde
                    beroepspraktijk. In tegenstelling tot de WWB gaat het niet om “algemeen
                    geaccepteerde arbeid”, maar om "realiseerbaar deeltijdwerk”. Dat is werk dat te
                    combineren is met de kunstuitoefening. Het college kan, als zij dat noodzakelijk
                    acht, de adviserende instelling raadplegen.</al><al>Artikel 5 : De leerwerkstage is een vorm van werken tijdens de uitkering en
                    heeft als belangrijkste doel het opdoen, of het op peil houden, van werkervaring
                    van belang voor arbeidsinschakeling. Hierdoor kan een gemengde beroepspraktijk
                    worden opgebouwd.</al><al>Artikel 6 : Uitgangspunt is dat scholing alleen in het kader van een traject
                    gericht op een gemengde beroepspraktijk kan worden aangeboden. De scholing richt
                    zich op het niet- kunstgerelateerde deel van de gemengde beroepspraktijk. Ook
                    hier geldt dat de kortste weg naar werk gevolgd wordt. Onder scholing worden
                    daarom met name kortdurende praktische trainingen verstaan; bijvoorbeeld om de
                    sollicitatievaardigheden te verbeteren.</al><al>Artikel 7 : Het college heeft de mogelijkheid om een subsidieplafond in te
                    stellen teneinde overschrijding van de beschikbare middelen te voorkomen. Een
                    voorziening wordt geweigerd voor zover door het aanbod van de voorziening het
                    subsidieplafond overschreden wordt. Indien deze situatie zich ten aanzien van
                    een specifieke voorziening voordoet, kan er een wachtlijst worden
                    ingevoerd.</al><al>Artikelen 8 en 9: In het trajectplan worden de activiteiten die onderdeel
                    uitmaken van het traject en de rechten en plichten van de deelnemer vastgelegd. </al><al>Artikel 10 : Dit artikel legt de beslistermijn vast en verplicht het college de
                    kunstenaar te informeren over zijn rechten en verplichtingen. </al><al>Artikel 11 : Dit artikel regelt de mogelijkheid om een voorziening te
                    beëindigen. </al><al>Artikel 12 en 13 : Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>