<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91846_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening gemeente Huizen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-03-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Huizen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad voor Huizen, 3 maart 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Huizen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">monumentenwet, art. 15 en 18</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-11-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling, vervangt erfgoedverordening Huizen 2009</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening gemeente Huizen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Nr. 6.4</al><al>De raad der gemeente Huizen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 februari
                        2011;</al><al>gelet op artikelen 147 Gemeentewet en 15 en 18 van de Monumentenwet
                        1988;</al><al> b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de Erfgoedverordening gemeente Huizen 2011</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al><vet>a.</vet><vet>Gemeentelijk monument</vet>: </al><al> een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument
                            aangewezen:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                    betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                                    zaak bedoeld onder 1;</al></li></lijst><al><vet>b.</vet><vet> gemeentelijke monumentenlijst: </vet></al><al> de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening
                            als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in
                            onderdeel a;</al><al><vet>c.</vet><vet> beschermd monument: </vet></al><al> beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet
                            algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al><vet>d. </vet><vet>kerkelijke monumenten:</vet></al><al>onroerende monumenten welke in eigendom zijn van een kerkgenootschap,
                            een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen
                            zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en
                            welke uitsluitend of voor een overwegend deel worden gebruikt voor het
                            gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;</al><al><vet>e. beschermd dorpsgezicht:</vet></al><al>groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun
                            schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, dan wel hun
                            wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, dat door het bevoegd
                            gezag ingevolge artikel 16 als zodanig is aangewezen.</al><al><vet>f.</vet><vet> monumentencommissie: </vet>de op basis van
                            art.15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college
                            op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de
                            Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid;</al><al><vet>g.</vet><vet> gemeentelijke archeologische
                            waardenkaart:</vet>topografische kaart van het gemeentelijke
                            grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische
                            monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven,
                            behorend bij deze verordening, nr 09004;</al><al><vet>h.</vet><vet> landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische
                                Waarden:</vet> landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op
                            basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de
                            aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt
                            gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;</al><al><vet>i.</vet><vet> provinciale Archeologische Monumentenkaart:</vet>
                            topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop
                            archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn
                            aangegeven;</al><al><vet>j.</vet><vet> archeologisch verwachtingsgebied: </vet>gebied,
                            aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, waarvan is
                            aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te
                            verwachten zijn;</al><al><vet>k.</vet><vet> hoge verwachtingswaarde: </vet>grote kans op
                            archeologische vondsten of informatie;</al><al><vet>l.</vet><vet> middelhoge verwachtingswaarde: </vet>gemiddelde
                            kans op archeologische vondsten of informatie;</al><al><vet>m.</vet><vet> lage verwachtingswaarde: </vet>kleine kans op
                            archeologische vondsten of informatie;</al><al><vet>n.</vet><vet> plan van aanpak: </vet>plan dat weergeeft hoe
                            een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het
                            programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;</al><al><vet>o.</vet><vet> programma van eisen: </vet>programma dat door
                            het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het
                            ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek.</al><al><vet>p.</vet><vet> planomvang:</vet>de bedoelde planomvang op de
                            gemeentelijke archeologische waardenkaart omvat alle bodemroerende
                            werkzaamheden verband houdend met de uitvoering van een
                            omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van
                            de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al><vet>q. bevoegd gezag:</vet></al><al>bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht;</al><al><vet>r. het college:</vet></al><al> het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen;</al><al><vet>s. vergunning:</vet></al><al>een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2
                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al><al><vet>t. Wabo:</vet></al><al> Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                college advies aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat
                                uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening
                                van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij
                                overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond
                                van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op
                                grond van de monumentenverordening van de provincie Noord
                                Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorbescherming</titel></kop><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                            kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument
                            ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in
                            artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt
                            geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 12 weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen 6 weken na ontvangst van het advies van
                                de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 18 weken na de
                                adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld
                            aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding,
                                de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
                                beschrijving van het gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de
                                aanwijzing wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6
                                zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als
                                bedoeld in lid 2, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke
                                monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede
                                lid, en artikel 5 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel
                                4 van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>INSTANDHOUDING VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTALE ZAKEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
                                    artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te
                                            verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten
                                            gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
                                            of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
                                    lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
                                    betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden
                                    uitgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met
                                    een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het
                                    tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
                                    voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
                                    belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                                    geding zijn.</al></li></lijst><al>Artikel 11. De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in
                            artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in
                            artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in
                            drievoud ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument
                                aan de monumentencommissie voor advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                            monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het
                            bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
                                    onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                    zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                    zwaarder dient te wegen;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMDE MONUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vergunning voor beschermd monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan
                                de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>BESCHERMD DORPSGEZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aanwijzing dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan besluiten tot aanwijzing van een dorpsgezicht als
                                beschermd dorpsgezicht, dan wel tot intrekking van een zodanige
                                aanwijzing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college overweegt een besluit als bedoeld in het eerste
                                lid te nemen, zendt zij een voorstel tot aanwijzing of intrekking
                                aan de monumentencommissie. Tevens wordt het voorstel ter openbare
                                kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De monumentencommissie brengt binnen 6 maanden na de datum van
                                verzending van het voorstel advies uit aan het college</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college neemt een besluit binnen 12 maanden na de datum van
                                verzending van het voorstel, doch niet voordat de
                                monumentencommissie advies heeft uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop een voorstel als bedoeld in lid 2 van
                                dit artikel wordt verzonden tot het moment waarop een openbare
                                kennisgeving van een besluit tot aanwijzing als beschermd
                                dorpsgezicht plaatsheeft, is het bepaalde in artikel 17 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in een beschermd dorpsgezicht zonder of in
                                afwijking van een schriftelijke vergunning van het college,
                                bouwwerken geheel of gedeeltelijk af te breken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan verklaren dat geen vergunning is vereist, indien
                                naar haar oordeel wordt voorzien in een adequate bescherming van het
                                dorpsgezicht door een bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1
                                van de Wet ruimtelijke ordening, dat rechtskracht heeft
                                verkregen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd indien een vergunning is, of kan
                                worden verleend voor een in de plaats van het af te breken bouwwerk
                                op te richten bouwwerk, doch de totstandkoming van het op te richten
                                bouwwerk onvoldoende is verzekerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Artikel 11 en 12 zijn op de vergunningverlening van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
                                1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld
                                in artikel 1, onder j, rekening houdend met de aangegeven
                                oppervlakte en de diepte op de gemeentelijke archeologische
                                waardenkaart, de bodem te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;</al><lijst><li nr="a."><al>in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="b."><al>sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste en tweede lid van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="c."><al>het college nadere regels stelt met betrekking tot de
                                        uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
                                        van een archeologisch monument of archeologisch
                                        verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke
                                        archeologische waardenkaart;</al></li><li nr="d."><al>een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
                                        van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                        bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
                                        blijkt dat:</al><lijst><li nr="·"><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                voldoende mate kan worden geborgd; of</al></li><li nr="·"><al>de archeologische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of</al></li><li nr="·"><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                                zijn.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>het activiteiten betreft waarbij de bodem aantoonbaar is
                                        verstoord in het verleden, zoals bij veel straten en/of
                                        wegen het geval is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><al>n.v.t.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De bepalingen uit artikel 11,12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige
                            toepassing op de bepaling uit artikel 18, tweede lid onder d.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Tegemoetkoming in schade</titel></kop><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
                            lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
                            te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
                            billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie
                            staat tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 10 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 10, derde lid;</al></li><li nr="d."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                    artikel 18, tweede lid, onder c;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van
                            ten hoogste drie maanden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn de bij besluit van het college van Burgemeester en
                            wethouders d.d. 14 september 2009 aangewezen personen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Erfgoedverordening gemeente Huizen 2009, vastgesteld op 17 december
                            2009, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de Erfgoedverordening 2009 aangewezen en
                                geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en
                                geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in
                                artikel 24 ingetrokken verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na haar bekendmaking
                            en werkt terug tot en met 1 oktober 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening gemeente
                            Huizen, 2011</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 februari 2011</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>