<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91727_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Bezoldigingsregeling 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsbode, 25-04-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bezoldigingsregeling 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet art. 125; Gemeentewet art. 160; CAR/UWO</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 23</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-2069</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-2070</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-2071</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bezoldigingsregeling 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>CAR/UWO</vet>: de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/
                                Uitwerkingsovereenkomst van de gemeente Zeist</al></li><li nr="b"><al><vet>ambtenaar</vet>: de ambtenaar, als bedoeld in artikel 1:1,
                                eerste lid, onder a CAR/UWO, </al></li><li nr="c"><al><vet>salaris</vet>: het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede
                                lid, onder b, CAR/UWO </al></li><li nr="d"><al><vet>uurloon</vet>: het uurloon, als bedoeld in artikel 1:1, eerste
                                lid, onder o, CAR/UWO </al></li><li nr="e"><al><vet>schaal</vet>: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid,
                                onder a, CAR/UWO, opgenomen in bijlage II en IIa van die regeling.
                            </al></li><li nr="f"><al><vet>maximumsalaris</vet>: het hoogste bedrag van een salarisschaal
                                dat door middel van periodieke verhogingen kan worden bereikt</al></li><li nr="g"><al><vet>bezoldiging</vet>: de bezoldiging, als bedoeld in artikel 3:1,
                                tweede lid, onder c, CAR/UWO </al></li><li nr="h"><al><vet>betrekking</vet>: de betrekking, als bedoeld in artikel 1:1,
                                eerste lid, onder b, CAR/UWO </al></li><li nr="i"><al><vet>functiewaardering</vet>: het op systematische wijze rangordenen
                                van functies, met als criterium de relatieve zwaarte van het
                                werk.</al></li><li nr="j"><al><vet>conversie</vet>: de vertaling van de gevonden rangorde naar
                                salarisschalen.</al></li><li nr="k"><al><vet>functionele schaal</vet>: de salarisschaal, welke op basis van
                                functiewaardering op een functie van toepassing is verklaard.</al></li><li nr="l"><al><vet>aanloopschaal</vet>: de salarisschaal, direct voorafgaand aan
                                de functionele schaal.</al></li><li nr="m"><al><vet>uitloopschaal</vet>: schaal, direct volgend op de functionele
                                schaal. </al></li><li nr="n"><al><vet>volledige betrekking</vet>: de volledige betrekking als bedoeld
                                in artikel 1:1, eerste lid onder k, van de CAR/UWO;</al></li><li nr="o"><al><vet>overwerk</vet>: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste
                                lid onder l, van de CAR/UWO;</al></li><li nr="p"><al><vet>buitengewoon ambtenaar</vet>:de bezoldigd buitengewoon
                                ambtenaar van de burgerlijke stand, zoals bedoeld in het Reglement
                                burgerlijke stand. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Recht op salaris</titel></kop><al> Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de
                        ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is
                        vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag waarop de ambtenaar
                        feitelijk in dienst is getreden.</al><al> Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag
                        waarop het ontslag ingaat.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Gebroken tijdvakken</titel></kop><al>Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte
                        van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te
                        delen door het aantal kalenderdagen van die maand.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Onvolledige betrekking</titel></kop><al>Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt
                        vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden
                        bij een volledige betrekking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Salarisbedragen</titel></kop><al> De salarissen van de ambtenaren, wier salaris niet bij of krachtens de wet
                        is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen,
                        zoals opgenomen in bijlage II of bijlage IIa van de CAR/UWO.</al><al> In afwijking van het eerste lid worden de salarissen van de ambtenaren die
                        werkzaam zijn bij de Stichting Zeister Muziekschool vastgesteld op de
                        bedragen volgens de salarisschalen, zoals opgenomen in bijlage IVa van de
                        CAR/UWO.</al><al> In afwijking van het eerste lid, wordt het salaris van de beiaardier, die
                        in het bezit is van het diploma beiaard A of B, zoals bedoeld in de
                        salarisnormen en arbeidsvoorwaarden van de Nederlandse Klokkenspelvereniging
                        vastgesteld volgens schaal 3a of 3b van de salarisregeling voortgezet
                        onderwijs. Het salaris van de beiaardier zonder diploma beiaard A of B wordt
                        vastgesteld op 85% van het salaris dat hij zou hebben ontvangen wanneer hij
                        wel in het bezit zou zijn van het diploma beiaard A of B.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Inpassing</titel></kop><al> De toepassing van bijlage II dan wel bijlage IIa van de CAR/UWO, vindt
                        plaats conform hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde tot en met vijfde
                        lid, van de CAR/UWO;</al><al> Het college bepaalt met inachtneming van de resultaten van het
                        functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie, de
                        voor de ambtenaar geldende functionele schaal, tenzij zijn wijze van
                        functioneren zich nog daartegen verzet</al><al> Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van
                        een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.</al><al> Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij
                        wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de CAR/UWO, kan zonder
                        voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met
                        een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende
                        salarisschaal.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inpassing in aanloopschaal en functieschaal</titel></kop><al> Inpassing in de aanloopschaal vindt plaats, indien bij de selectie de
                        verwachting bestaat, dat de functie nog niet volledig kan worden vervuld,
                        doch de redelijke zekerheid aanwezig is, dat de functie na een aanvaardbare
                        inwerkperiode, eventueel in combinatie met gerichte training, volledig kan
                        worden vervuld.</al><al> Inpassing in de functieschaal vindt plaats op het moment, dat aan de
                        functievereisten wordt voldaan en de functie volledig en naar behoren wordt
                        uitgeoefend.</al><al> Inpassing in de functieschaal is tevens mogelijk, indien de redelijke
                        zekerheid bestaat, dat de functie zonder meer, of met een gelet op de aard
                        van de functie korte inwerkperiode, volledig kan worden vervuld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Inpassing in uitloopschaal</titel></kop><al> Inpassing in de uitloopschaal vindt plaats, indien aan de navolgende
                        voorwaarden is voldaan:</al><lijst><li nr="a"><al>het maximum van de functieschaal is bereikt en;</al></li><li nr="b"><al>de wijze van functievervulling van de desbetreffende functie
                                structureel (minimaal drie achtereenvolgende jaren, nadat aan
                                hetgeen onder a is gesteld, is voldaan) als gunstig is beoordeeld;
                                en</al></li><li nr="c"><al>aan hetgeen is gesteld met betrekking tot de hoofdgroepen, zoals
                                bedoeld in bijlage a bij deze regeling is voldaan.</al></li></lijst><lijst><li nr="a"><al>In de nieuwe salarisstructuur gelden de inschalings-en
                                doorloopregels in de uitloopschaal zoals vastgesteld in bijlage b
                                bij deze regeling.</al></li><li nr="b"><al>In de oude salarisstructuur gelden de uitloopmogelijkheden zoals
                                vastgesteld in bijlage c bij deze regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Periodieke verhoging van het salaris</titel></kop><al> Bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid en dienstijver wordt het salaris
                        van de ambtenaar binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek
                        verhoogd tot het naasthogere bedrag.</al><al> De periodieke verhogingen worden aan de ambtenaar die het maximumsalaris
                        van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de
                        eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn
                        aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar
                        toegekend.</al><al> Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een
                        periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe
                        naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.</al><al> Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het
                        maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na drie jaar en vervolgens om
                        de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Extra periodieke verhoging van het salaris</titel></kop><al> Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende
                        salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan, een extra periodieke
                        salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande
                        boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van:</al><lijst><li nr="a"><al>buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver;</al></li><li nr="b"><al>andere door het college van voldoende belang geachte
                                omstandigheden.</al></li></lijst><al> Bij toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge
                        artikel 9 een periodieke verhoging wordt toegekend onverlet, tenzij het
                        college anders bepaalt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Geen periodieke verhoging</titel></kop><al> Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor
                        hem de in artikel 9 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.</al><al> Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van
                        het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht,
                        alsnog wordt toegekend.</al><al> Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo
                        spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de
                        salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder
                        vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Salaris bij bevordering naar hogere schaal</titel></kop><al> Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger
                        maximumsalaris, wordt:</al><lijst><li nr="a"><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder a,
                                van de CAR/UWO, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het
                                bedrag gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de
                                oude schaal zou hebben genoten;</al></li><li nr="b"><al>voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder b,
                                van de CAR/UWO, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het
                                eersthogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het
                                verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de
                                ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag
                                dat de ambtenaar laatstelijk genot en het naasthogere bedrag in die
                                oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in die oude schaal,
                                indien het salaris in de oude schaal reeds overeen kwam met het
                                hoogste bedrag uit die schaal.</al></li></lijst><al> Voorzover nodig zal – in afwijking van het eerste lid onder a – de
                        vooruitgang in salaris tengevolge van de indeling in de schaal met een hoger
                        maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging
                        ingevolge artikel 9 in de schaal waarin de ambtenaar wordt ingedeeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Gratificatie individuele ambtenaar of groep
                            ambtenaren</titel></kop><al> Indien een ambtenaar (of een groep ambtenaren) een uitstekende prestatie
                        heeft geleverd, kan aan hem (hen) een gratificatie als bedoeld in artikel
                        15:1:28 van de CAR/UWO worden toegekend. </al><al> De hoogte van de gratificatie wordt afhankelijk van de prestatie door het
                        college vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Persoonlijke toelage</titel></kop><al> Aan de ambtenaar kan door het college een toelage, als bedoeld in artikel
                        3:7:8, eerste lid, CAR/UWO worden toegekend.</al><al> De in het vorige lid bedoelde toelage is niet hoger dan 20 procent van het
                        maandsalaris van de betrokken ambtenaar.</al><al> De persoonlijke toelage kan ofwel tijdelijk ofwel permanent worden
                        toegekend. Indien de ambtenaar een tijdelijke toelage wordt toegekend,
                        bepaalt het college de duur daarvan. De redenen van toekenning van de
                        persoonlijke toelage worden in het betreffende besluit opgenomen.</al><al> De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de gronden
                        waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij het college
                        van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of
                        gedeeltelijk te handhaven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Arbeidsmarkttoelage</titel></kop><al> Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden
                        toegekend.</al><al> De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak dat
                        van tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie
                        jaar.</al><al> De hoogte van de toelage, als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten
                        hoogste 10% van het salaris van de betrokken ambtenaar met dien verstande,
                        dat de som van dat salaris en die toelage het hoogste bedrag van de
                        naasthogere salarisschaal niet overschrijdt.</al><al> De toelage, als bedoeld in het eerste lid, eindigt op de ingevolge het
                        tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop
                        de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage, als
                        bedoeld in het eerste lid, aan de ambtenaar worden toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Nadere regels instrumenten flexibele beloning</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de toepassing en de hoogte van
                        de instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 13 tot en
                        met 15.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Geen afbouwregeling</titel></kop><al>Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de
                        artikelen 13 tot en met 15 wordt geen afbouwregeling toegepast. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Toelage onregelmatige dienst</titel></kop><al> Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager
                        maximumsalaris dan dat van schaal 6 van bijlage II of IIa van de CAR/UWO en
                        voor wie werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3, van de van
                        de CAR/UWO, wordt een toelage toegekend opgrond van artikel 3:3 van de
                        CAR/UWO, tenzij bij de vaststelling van de bezoldiging van de ambtenaar
                        uitdrukkelijk is bepaald dat met bedoelde werktijden (anders dan tussen
                        08.00 en 18.00 uur op maandag t/m vrijdag) al rekening is gehouden.</al><al> De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur een
                        percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:</al><lijst><li nr="a"><al>20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00
                                uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;</al></li><li nr="b"><al>40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 en 06.00
                                uur en tussen 22.00 en 24.00 uur;</al></li><li nr="c"><al>45% voor de uren op zaterdag;</al></li><li nr="d"><al>70% voor de uren op zondag;</al></li><li nr="e"><al>100% voor de uren op feestdagen, als bedoeld in artikel 4:2:1, derde
                                lid, van de CAR/UWO, alsmede op Goede Vrijdag, eerste Paasdag en
                                eerste Pinksterdag.</al></li></lijst><al> Voor de in het vorige lid, onder a, genoemde morgen- en avonduren wordt de
                        toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 07.00 uur
                        respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur. </al><al> In bijzondere gevallen kan het college een regeling treffen, die het
                        bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Afbouwtoelage</titel></kop><al> Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen
                        beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 18, een
                        blijvende verlaging ondergaat, wordt door het college een aflopende toelage
                        toegekend, indien:</al><lijst><li nr="a"><al>die blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van de som van het
                                salaris en de toelage, als bedoeld in artikel 18 en</al></li><li nr="b"><al>de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 18 direct
                                voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of
                                vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke
                                onderbreking heeft genoten;.</al></li></lijst><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van
                        55 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen
                        beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 18, een
                        blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien de
                        ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 18, direct voorafgaande aan het
                        tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende
                        tenminste 5 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al><al> De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar
                        de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van die
                        toelage, gedurende tenminste 5 jaren zonder wezenlijke onderbreking een
                        toelage, als bedoeld in artikel 18, heeft genoten, over in een blijvende
                        toelage als bedoeld in het vorige lid.</al><al> Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
                        onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.</al><al> De duur van de in het eerste lid bedoelde toelage is gelijk aan een vierde
                        deel van de periode waarin ononderbroken een toelage, als bedoeld in artikel
                        18, is genoten.</al><lijst><li nr="a"><al>de in het vijfde lid berekende duur wordt gesplitst in drie delen,
                                waarbij het eerste van die drie delen wordt afgerond op hele
                                maanden;</al></li><li nr="b"><al>de in het eerste lid bedoelde toelage is gelijk aan 75% van de
                                vermindering gedurende het eerste deel, 50% van de vermindering
                                gedurende het tweede deel, 25% van de vermindering gedurende het
                                derde deel.</al></li></lijst><al> De in het tweede lid bedoelde toelage is gelijk aan het bedrag van de
                        vermindering.</al><al> De in het derde lid bedoelde toelage is gelijk aan het bedrag van de
                        aflopende toelage op het moment waarop genoemde leeftijd wordt bereikt. </al><al> In gevallen waarin dit artikel niet voorziet stelt het college nadere
                        regels vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Inconveniëntentoelage</titel></kop><al> Aan de ambtenaar aan wie het verrichten van extra bezwarende werkzaamheden
                        wordt opgedragen, wordt naar evenredigheid van het aantal uren durende welke
                        per kalenderjaar die arbeid is verricht een toelage toegekend.</al><al> Het college kan nader bepalen welke arbeidsomstandigheden als extra
                        bezwarend moeten worden aangemerkt en in welke mate. </al><al> Voor de berekening van de toeslag wordt uitgegaan van het verschil tussen
                        het salaris behorende bij schaal 2, periodiek 10 en schaal 2, periodiek 11
                        van bijlage IIa van de CAR/UWO.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Garantietoelage</titel></kop><al> Deze toelage wordt toegekend aan de medewerker die als gevolg van een
                        organisatorische wijziging of een herziening van de waardering van de
                        functie waarin de medewerker werkzaam is, een lagere bezoldiging zou
                        ontvangen dan in zijn oorspronkelijke betrekking. De garantietoelage is het
                        verschil tussen zijn oorspronkelijke bezoldiging en de bezoldiging die hij
                        gaat ontvangen in de nieuwe/gewijzigde of lager gewaardeerde functie. </al><al> De toelage garandeert het salarisperspectief dat gold op de dag voorafgaand
                        aan de ingangsdatum van de toelage.</al><al> De garantietoelage wordt in administratief opzicht gelijkgesteld met
                        salaris, als bedoeld in artikel 1 onder b. van deze regeling.</al><al> Bij bevordering naar een hogere salarisschaal wordt het bedrag van de
                        garantietoelage geïncorporeerd in het toe te kennen salarisbedrag en vervalt
                        gelijktijdig de garantietoelage.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Vergoeding gebruik eigen voertuig voor
                            dienstkilometers</titel></kop><al>Het college stelt regels vast met betrekking tot de toekenning van een
                        vergoeding met wie is overeengekomen, dat hij een hem toebehorende auto,
                        motorfiets, fiets met hulpmotor of fiets in dienst van de gemeente zal
                        gebruiken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Consignatievergoeding</titel></kop><al> Aan de ambtenaar die op grond van de Consignatieregeling gemeente Zeist is
                        geconsigneerd wordt een vergoeding toegekend.</al><lijst><li nr="a"><al>De vergoeding per uur consignatiedienst bedraagt een percentage van
                                het 1/156e gedeelte van het maximum van salarisschaal 7 en wel:</al><lijst><li nr="-"><al>5% voor de uren op maandag tot en met vrijdag gelegen tussen
                                        16.00 uur en 08.00 uur</al></li><li nr="-"><al>10% voor de uren op zaterdag en zondag gelegen tussen 00.00
                                        uur en 24.00 uur</al></li><li nr="-"><al>10% voor de uren op feestdagen, als bedoeld in artikel
                                        4:2:1, lid 3 jo. 4:2:1:1 van de CAR/UWO, gelegen tussen
                                        00.00 uur en 24.00 uur. </al></li></lijst></li><li nr="b"><al> De consignatievergoeding voor de Officier van Dienst Bevolkingszorg
                                bedraagt:</al><lijst><li nr="1"><al>10% van het 1/156e gedeelte van het maximum van
                                        salarisschaal 11, voor elk uur, waarin de ambtenaar zich
                                        bereikbaar en beschikbaar moest houden.</al></li><li nr="2"><al>in afwijking van het bepaalde in lid 2 sub b onder 1, 16%
                                        van het 1/156 gedeelte van het maximum van salarisschaal 11,
                                        voor elk uur, waarin de ambtenaar zich bereikbaar en
                                        beschikbaar moest houden, op feestdagen, als bedoeld in
                                        artikel 4:2:1, lid 3 jo. 4:2:1:1 van de CAR/UWO, gelegen
                                        tussen 00.00 uur en 24.00 uur.</al></li><li nr="3"><al>Bij deze consignatievergoeding wordt geen overwerk en/of
                                        verlof toegekend. </al></li></lijst></li></lijst><al>Bij het vervallen/verminderen van de consignatievergoeding als bedoeld onder
                        lid 2a wordt een afbouwtoelage toegekend op grond van artikel 19 van de
                        Bezoldigingsregeling.</al><al>In bijzondere gevallen kan het college een regeling treffen, welke het
                        bepaalde in de vorige leden van dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Dienstwoning</titel></kop><al> Verrekening van het genot van woning, verwarming, energie voor
                        kookdoeleinden, elektrische energie en leidingwater geschiedt overeenkomstig
                        het Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel en het daarbij
                        behorende uitvoeringsbesluit. </al><al> Indien de ambtenaar aantoont, dat de huurwaarde van de dienstwoning voor de
                        heffing van de inkomsten- en loonbelasting minder bedraagt dan het op grond
                        van het eerste lid bepaalde bedrag, wordt het verschuldigde bedrag op dat
                        van die huurwaarde gesteld. </al><al> Aan de ambtenaar die verplicht is in de dienstwoning te gaan wonen en die
                        als gevolg van de toepassing van de fiscale wetgeving terzake van het
                        gebruik van de dienstwoning financieel nadeel ondervindt, kan jaarlijks door
                        het college een tegemoetkoming worden toegekend. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Overwerkvergoeding</titel></kop><al>Geen overwerkvergoeding noch in tijd noch in geld, als bedoeld in artikel
                        3:2 en artikel 3:2:1, van de CAR/UWO wordt toegekend aan de ambtenaar, die
                        een salaris geniet overeenkomstig salarisschaal 11 of hoger van bijlage II
                        of IIa, van de CAR/UWO. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Toelage onregelmatige dienst beroepsbrandweer</titel></kop><al> Aan de ambtenaar in dienst bij de gemeentelijke beroepsbrandweer wordt een
                        onregelmatigheidstoelage per maand toegekend voor het verrichten van
                        piketdiensten, het deelnemen aan instructie- en/of oefenbijeenkomsten en het
                        repressief optreden tijdens de consignatiedienst.</al><al> De vergoeding, als bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit de
                        volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="-"><al>een piketvergoeding, conform de vergoedingsregeling piketdienst
                                beroepsbrandweer;</al></li><li nr="-"><al>een oefenvergoeding, maximaal 2,5 uur à 150% per maand; en</al></li><li nr="-"><al>een gedeeltelijke actie-urenvergoeding, berekend naar 13/12 x 6,5
                                uur per maand à 100%.`</al></li></lijst><al> Aan de ambtenaar in dienst bij de gemeentelijke beroepbrandweer wordt een
                        onregelmatigheidstoeslag per maand toegekend voor het verrichten van
                        kazerneringsdiensten, het deelnemen aan instructie- en/of oefenbijeenkomsten
                        en het repressief optreden buiten zijn kazerneringsdienst.</al><al> De toelage als bedoeld in lid 3 bestaat uit 17,15% van het bruto
                        maandsalaris;</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27a Ambtenaar van de burgerlijke stand</titel></kop><al> Het totaalbedrag dat verdeeld wordt onder ambtenaren van de burgerlijke
                        stand die belast zijn met het voltrekken van huwelijken en die tevens een
                        andere betrekking bij de gemeente vervullen of een ander bezoldigd ambt bij
                        de gemeente bekleden, bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per
                        voltrokken huwelijk. Een gelijktijdige voltrekking van meer dan één huwelijk
                        wordt daarbij beschouwd als één voltrokken huwelijk. Het vaste bedrag per
                        jaar is € 1063,11 en het bedrag per voltrokken huwelijk is € 7,31. Het
                        totaalbedrag wordt als volgt verdeeld onder de vorengenoemde ambtenaren.
                        Iedere ambtenaar van de burgerlijke stand ontvangt een bedrag naar rato van
                        het aantal huwelijken dat hij heeft voltrokken.Dit betekent dat hij van het
                        totaalbedrag een bedrag ontvangt gelijk aan het aantal huwelijken dat hij
                        heeft voltrokken gedeeld door het totaal aantal huwelijken, vermenigvuldigd
                        met het totaalbedrag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27b Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand </titel></kop><al>De buitengewoon ambtenaar ontvangt een bezoldiging in de vorm van een
                        vergoeding per voltrokken huwelijk of geregistreerd partnerschap gelijk aan
                        driemaal het uurloon behorende bij het hoogste bedrag van schaal 8, bijlage
                        IIa van de CAR/UWO</al><al> De vergoeding bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met het percentage
                        van:</al><lijst><li nr="a"><al>18% voor huwelijken gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen
                                17.00 uur en 23.00 uur;</al></li><li nr="b"><al>13% voor huwelijken gesloten op de zaterdag tussen 09.00 uur en
                                17.00 uur;</al></li><li nr="c"><al>40% voor huwelijken gesloten op de zaterdag tussen 17.00 uur en
                                23.00 uur.</al></li></lijst><al>De vergoeding bedoeld in lid 1 juncto lid 2, wordt opgehoogd met het
                        percentage van de vakantietoelage van artikel 6:3, tweede lid, van de
                        CAR/UWO. </al><al> De vergoeding bedoeld in het eerste lid, wordt opgehoogd met het percentage
                        van de eindejaarsuitkering van artikel 3:6 van de CAR/UWO.</al><al>De vergoeding bedoeld in het eerste lid, wordt opgehoogd met een percentage
                        van 8,6% ter compensatie van het niet genieten van het vakantieverlof.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Algemene salarismaatregelen</titel></kop><al>Indien in de salarissen, toelagen en vergoedingen van het gemeentepersoneel
                        in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden wijzigingen worden
                        aangebracht welke een algemeen karakter dragen, wordt door het college met
                        ingang van de datum waarop die wijzigingen ingaan een overeenkomstige
                        wijziging aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet,
                        kan het College een bijzondere regeling treffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en kan worden
                        aangehaald als de "Bezoldigingregeling 2007". </al><al>De Bezoldigingsregeling 2005 wordt ingetrokken met ingang van de datum van
                        inwerkingtreding van de Bezoldigingregeling 2007.</al><al>De Bezoldigingsregeling 2007 is vastgesteld door het College met het
                        Collegebesluitnummer 06cv.01060 d.d. 12 december 2006, respectievelijk
                        gewijzigd met het Collegebesluitnummer 08cv.00494 d.d. 29-07-2008. </al><al>In de vergadering d.d. 13 november 2006 respectievelijk 15-09-2008 is er
                        overeenstemming bereikt over deze regeling met het Georganiseerd
                        Overleg.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>a</nr><titel>Schema voorwaarden voor uitloop</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Zeist/i96467.pdf">Schema voorwaarden voor uitloop</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>b</nr><titel>Uitloopperiodieken nieuwe salarisstructuur</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Zeist/i96469.pdf">Uitloopperiodieken nieuwe salarisstructuur</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>c</nr><titel>Uitloopperiodieken oude salarisstructuur</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Zeist/i96471.pdf">Uitloopperiodieken oude salarisstructuur</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>