<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91715_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerhugowaards Nieuwsblad 30-11-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 7, 8 en 10</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, art. 34, 35 en 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, art. 34, 35 en 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-11-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2004xxx</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>re-integratie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 20
                        mei 2008; </al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7, 8 en 10
                        tweede lid van de Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en
                        de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers; </al><al/><al>B E S L U I T </al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende </al><al/><al><vet>RE-INTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Wet werk en bijstand (WWB);</al></li><li nr="b."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsonge-</al><al> schikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsonge-</al><al> schikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="d."><al>WI Wet Inburgering;</al></li><li nr="e."><al>Uitkeringsgerechtigden: personen met een uitkering ingevolge de
                                    WWB, de IOAW of</al><al> de IOAZ;</al></li><li nr="f."><al>Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene</al><al> nabestaandenwet die ingeschreven zijn bij het UWV
                                    WERKbedrijf;</al></li><li nr="g."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="h."><al>Nugger: de Niet-uitkeringsgerechtigde zoals omschreven in
                                    artikel 6,</al><al> onder a, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>Voorzieningen: voorzieningen bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                    onder a van de</al><al> wet, deze verordening en de kadernota als bedoeld in </al><al> artikel 3, eerste lid van deze Verordening;</al></li><li nr="j."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="k."><al>De raad: de gemeenteraad;</al></li><li nr="l."><al>Arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde
                                    arbeid, waarbij</al><al> geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld </al><al> in artikel 7, lid 1, onder a van de wet; </al></li></lijst><al>m. Algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, zonder beperkende
                            voorwaarden qua aard en omvang van het werk en aansluiting op opleiding
                            en ervaring, met uitzondering van illegale arbeid en arbeid tegen </al><al>een lager loon dan het wettelijk minimum en rekening houdend </al><al>met gewetensbezwaren zodanig dat deze strikt persoonlijke </al><al>omstandigheden zwaarwegend zijn en een onvermijdelijk </al><al>conflict opleveren met het te verrichten werk;</al><al>n.Gesubsidieerde arbeid: werk, waarbij de werknemer over het algemeen
                            wel in staat is om productieve arbeid te verrichten, maar waarbij een
                            verschil bestaat tussen de loonkosten van de werkgever en de mate </al><al>waarin een gemiddelde werknemer deze productieve arbeid verricht;</al><lijst><li nr="o."><al>Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid van</al><al> de wet;</al></li><li nr="p."><al>Doelgroep de personen wonende in de gemeente Heerhugowaard
                                    en</al><al> jonger dan 65 jaar die algemene bijstand ontvangen, personen </al><al> als bedoeld in artikel 10 tweede lid van de wet, personen
                                    met</al><al> een nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de </al><al> Algemene nabestaandenwet, niet-uitkeringsgerechtigden en </al><al> inburgeringsplichtigen op grond van de WI.</al></li><li nr="q."><al>Participatieplaats: een additionele werkplaats als bedoeld in
                                    artikel 10a van de WWB, artikel 38 van de IOAW of artikel 38 van
                                    de IOAZ, waar een uitkeringsgerechtigde, die op grond van
                                    persoonlijke werkbelemmeringen niet direct bemiddelbaar is, met
                                    behoud van uitkering werkzaamheden verricht, gericht op
                                    inschakeling op de arbeidsmarkt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>BELEID EN FINANCIEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><al>Lid 1 Het college biedt aan personen behorend tot de doelgroep,
                            ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voor zover het college dat
                            noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling.
                            Artikel 40, 1<sup>e</sup> lid van de wet is van overeenkomstige
                            toepassing.</al><al>Lid 2 Bij de keuze voor de mogelijkheden van ondersteuning en het
                            aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                            waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de
                            mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt het meest doelmatig is met
                            het oog op inschakeling in de arbeid.</al><al>Lid 3 Het college draagt zorg voor voldoende aanbod aan ondersteuning en
                            voorzieningen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kadernota</titel></kop><al>Lid 1 De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                            iedere drie jaar een kadernota vast, waarin beleidsprioriteiten worden
                            aangegeven. </al><al>Lid 2 Deze nota omvat in elk geval:</al><lijst><li nr="-"><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de verschillende
                                    doelgroepen </al><al> en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een
                                    evenwichtige </al><al> aanpak als uitgangspunt wordt genomen;</al></li><li nr="-"><al>de criteria voor het ontheffingenbeleid ten aanzien van de
                                    arbeidsverplichting, waarbij in het bijzonder aandacht wordt
                                    besteed aan de combinatie van arbeid en zorg;</al></li><li nr="-"><al>het flankerend beleid ten aanzien van zorg en hulpverlening.
                                </al></li></lijst><al>Lid 3 Het college verantwoordt via de jaarrekening aan de gemeenteraad
                            over de rechtmatigheid, doeltreffendheid en de effecten van het
                            beleid.</al><al>Lid 4 De kadernota als bedoeld in het eerste lid, alsmede het verslag
                            als bedoeld in het derde lid bevatten het advies van de cliëntenraad.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al>Lid 1 Personen behorend tot de doelgroep maken aanspraak op
                            ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het
                            college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. </al><al>Lid 2 Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die
                            gesteld zijn in deze verordening en de in artikel 3 lid 1 genoemde
                            kadernota. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de cliënt</titel></kop><al>Lid 1 Een uitkeringsgerechtigde, die door het college een voorziening
                            wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken.</al><al>Lid 2 Personen behorend tot de doelgroep die deelnemen aan een
                            voorziening zijn gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de
                            wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (Wet SUWI), alsmede aan
                            de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden. </al><al>Lid 3 Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een
                            voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het
                            college een maatregel opleggen conform hetgeen hierover is bepaald in de
                            afstemmingsverordening dan wel in de Wet boete, maatregelen en terug- en
                            invordering Sociale Zekerheid.</al><al>Lid 4 Indien de belanghebbende, niet zijnde een persoon die een
                            uitkering ingevolge de WWB, IOAW of IOAZ ontvangt, niet aan de
                            verplichtingen gesteld in het tweede lid voldoet, is hij gehouden de
                            kosten van de voorziening terug te betalen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Sluitende aanpak</titel></kop><al>Lid 1 Elke uitkeringsgerechtigde van 23 jaar of ouder krijgt zo snel
                            mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden na de dag waarop het recht op
                            de uitkering is ontstaan, zoals bedoeld in artikel 44 lid 1 van de wet,
                            een aanbod voor een voorziening gericht op inschakeling in algemeen
                            geaccepteerde arbeid.</al><al>Lid 2 Een uitkeringsgerechtigde jonger dan 23 jaar krijgt zo snel
                            mogelijk, doch uiterlijk binnen 6 maanden na de dag waarop het recht op
                            de uitkering is ontstaan, zoals bedoeld in artikel 44 lid 1 van de wet,
                            een aanbod voor een voorziening gericht op inschakeling in algemeen
                            geaccepteerde arbeid. </al><al>Lid 3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien het
                            college heeft bepaald dat voor deze persoon een volledige ontheffing van
                            de arbeidsverplichting geldt. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>VOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><al>Lid 1 In de kadernota, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke
                            voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, alsmede de
                            voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening
                            geen nadere bepalingen zijn opgenomen.</al><al>Lid 2 Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
                            voortvloeien uit de wet, aan de voorziening nadere verplichtingen
                            verbinden. </al><al>Lid 3 Om voor de hieronder omschreven en opgesomde ondersteuning en
                            voorziening in aanmerking te komen, dient de persoon te behoren tot de
                            in artikel 1, onder p, van deze verordening opgenomen en beschreven
                            doelgroepen en als werkloos werkzoekende geregistreerd te zijn bij het
                            UWV WERKbedrijf, tenzij hiervoor ontheffing is verleend</al><al>Lid 4 Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de
                            artikelen 8 tot en met 15, nadere regels vaststellen. Deze regels kunnen
                            betrekking hebben op :</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden</al></li><li nr="b."><al>de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen</al></li><li nr="c."><al>de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
                                    –vaststelling</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
                                    premies</al></li><li nr="e."><al>de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten</al></li><li nr="f."><al>het vragen van een eigen bijdrage</al></li><li nr="g."><al>overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
                                    verstrekken van subsidies. </al></li></lijst><al> Lid 5 Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
                                    verplichtingen als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze
                                    verordening niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                    doelgroep van de wet;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                    waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;</al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                    onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>INSTRUMENTEN VOOR RE-INTEGRATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Loon boven uitkering</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan uitkeringsgerechtigden ter bevordering van de
                            arbeidsinschakeling een tijdelijk dienstverband aanbieden in plaats van
                            een uitkering.</al><al>Lid 2 Het college stelt hiervoor nadere regels vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Werken met behoud van uitkering</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan uitkeringsgerechtigden ter bevordering van de
                            arbeidsinschakeling een tijdelijke stage- of werkervaringsplaats
                            aanbieden zonder dat dit gevolgen heeft voor het recht op de
                            uitkering.</al><al>Lid 2 Het college stelt hiervoor nadere regels vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gesubsidieerde arbeid</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan uitkeringsgerechtigden ter bevordering van de
                            arbeidsinschakeling gesubsidieerde arbeid aanbieden.</al><al>Lid 2 Het college kan hiervoor een loonkostensubsidie verstrekken aan
                            werkgevers die met personen als bedoeld in artikel 2 lid 1 een
                            arbeidsovereenkomst sluiten om hen in de gelegenheid te stellen
                            werkervaring op te doen. </al><al>Lid 3 De bemiddeling voor en de realisering van de werkervaringsplaatsen
                            als bedoeld in lid 2 wordt in opdracht van het college verricht door een
                            natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van beroep of bedrijf de
                            inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert. </al><al>Lid 4 Voor de bemiddeling en realisering van gesubsidieerde arbeid sluit
                            het college een samenwerkingsovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst af. </al><al>Lid 5 Het college stelt vast welke gegevens de werkgever moet
                            verstrekken om in aanmerking te komen voor een loonkostensubsidie. Het
                            college kan hiervoor aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al><al>Lid 6 Het college stelt voorafgaand aan elk kalenderjaar de taakstelling
                            voor de uitvoering vast. </al><al>Lid 7 De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de
                            subsidieverstrekking als bedoeld in lid 2, staan beschreven in de
                            notitie Beleid gesubsidieerde arbeid. </al><al>Lid 8 Het college zorgt bij de opdrachtverlening tot het realiseren van
                            werkervaringsplaatsen ervoor dat verdringing van reguliere arbeid en
                            concurrentieverstoring worden tegen gegaan. </al><al>Lid 9 Het verstrekken van de loonkostensubsidie voldoet aan de Europese
                            wet- en regelgeving hieromtrent, en geschiedt op basis van de
                            beleidsaanbeveling Loonkostensubsidie en Europese regelgeving en de
                            toelichting daarop.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Participatieplaatsen</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan een uitkeringsgerechtigde die niet direct
                            bemiddelbaar is, een participatieplaats gericht op arbeidsinschakeling
                            aanbieden conform artikel 10a van de wet.</al><al>Lid 2 Het doel van de participatieplaats is het opdoen van werkervaring
                            dan wel het leren functioneren in een arbeidsrelatie en daarnaast werken
                            aan belemmeringen opgeworpen door persoonsgebonden factoren. </al><al>Lid 3 De participatieplaats kan gecombineerd worden met een opleiding
                            ter verkrijging van een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt.</al><al>Lid 4 De participatieplaats duurt maximaal 24 maanden, met de
                            mogelijkheid van verlenging van twee maal één jaar.</al><al>Lid 5 Het college plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing
                            de concurrentie-verhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
                            indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.</al><al>Lid 6 In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd het
                            doel en de omvang van de participatieplaats alsmede de wijze waarop de
                            begeleiding plaatsvindt.</al><al>Lid 7 Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de inzet
                            van participatieplaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Weigeren loonkostensubsidie</titel></kop><al>De subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 10 kan, naast de in
                            artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gevallen, worden
                            geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed worden voor het
                                    doel waarvoor de subsidie beschikbaar is gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de werkgever voor de arbeidskosten van de werknemer een andere
                                    subsidie ontvangt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vrijwilligerswerk</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan uitkeringsgerechtigden vrijwilligerswerk
                            aanbieden.</al><al>Lid 2 Hieronder wordt verstaan: onbetaalde, onverplichte activiteiten
                            voor minimaal 8 uur en maximaal 20 uur per week als gevolg waarvan de
                            re-integratie van de deelnemer wordt bevorderd en gericht is op
                            (gesubsidieerde) arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.
                            Het is een middel voor het opdoen of behouden van werkritme.</al><al>Lid 3 Voor het verrichten van vrijwilligerswerk kan het college een
                            onkostenvergoeding verstrekken tot het wettelijk maximum per jaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een
                            re-integratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale
                            activering. </al><al>Lid 2 Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                            maatschappelijk nuttige activiteiten of het deelnemen aan activiteiten
                            ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of
                            gericht op het voorkomen van sociaal isolement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Scholing</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan de doelgroep een vorm van scholing aanbieden
                            gericht op arbeidsinschakeling.</al><al>Lid 2 In afwijking van het eerste lid moet het college alleenstaande
                            ouders met een ontheffing van de arbeidsverplichting een scholingsaanbod
                            doen.</al><al>Lid 3 Voor uitkeringsgerechtigden, die onbeloonde additionele
                            werkzaamheden verrichten, zoals bedoeld in artikel 10a van de wet en
                            artikel 13 van deze verordening, en die niet beschikken over een
                            startkwalificatie, wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde
                            additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing
                            of opleiding kan bijdragen aan het vergroten van de kans op inschakeling
                            in het arbeidsproces.</al><al>Lid 4 Het college betrekt bij deze beoordeling:</al><lijst><li nr="a."><al>het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de
                                    additionele werkzaamheden uitvoert;</al></li><li nr="b."><al>de scholingswens van de belanghebbende;</al></li><li nr="c."><al>de eventuele test door het scholingsinstituut.</al></li></lijst><al>Lid 5 Het college stelt hiervoor nadere regels vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zorg en hulpverlening</titel></kop><al>Lid 1 Het college geeft aan hoe een verantwoorde combinatie van werk en
                            zorg op individueel niveau mogelijk is. </al><al>Lid 2 Het college stelt hiervoor nadere regels vast.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>5</nr><titel>INKOMSTENVRIJLATING. PREMIES EN TERUGVORDERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><al>Lid 1 Het college is op grond van artikel 31, tweede lid, onder o van de
                            Wet werk en bijstand bevoegd inkomsten uit arbeid gedurende 6 maanden
                            tot 25% van het wettelijk vastgestelde maximum vrij te laten.</al><al>Lid 2 Het college stelt hiervoor nadere regels vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Premies</titel></kop><al>Lid 1 Het college is op grond van artikel 31, tweede lid onder j van de
                            Wet werk en bijstand bevoegd uitkeringsgerechtigden die deelnemen aan
                            een arbeidsmarktgericht re-integratietraject, een activeringspremie te
                            verstrekken tot het wettelijk vastgestelde maximum. </al><al>Lid 2 Het college verstrekt een premie aan uitkeringsgerechtigden die
                            onbeloonde additionele arbeid verrichten conform artikel 10a, zesde lid,
                            van de wet.</al><al>Lid 3 het recht op een premie als bedoeld in het tweede lid wordt elke
                            zes maanden beoordeeld.</al><al>Lid 4 De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de
                            belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden
                            verplichtingen in de voorgaande zes maanden heeft geschonden.</al><al>Lid 5 Het college stelt nadere regels vast over het gebruik en de hoogte
                            van de hier bedoelde premie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Lid 1 Het college kan aan een deelnemer van een arbeidsmarktgerichte
                            re-integratieactiviteit of aan de inburgeringsplichtige die een
                            gecombineerd dan wel een volgtijdelijk re-integratie en
                            inburgeringstraject volgt, een bijdrage verstrekken in de directe kosten
                            die hiervoor moeten worden gemaakt. </al><al>Lid 2 Het college stelt nadere regels vast over het toekennen van de in
                            lid 1 bedoelde vergoedingen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>6</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet </al><al>voorziet, beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                            “re-integratieverordening”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2009.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 21 september 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>