<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91663_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Buren 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Zakengids</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Buren 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0023466&amp;artikel=6&amp;g=2012-10-01">artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147&amp;g=2018-01-01">artikel 147 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=108&amp;lid=1&amp;g=2018-01-01">artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2018-01-01">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=156&amp;lid=1&amp;g=2018-01-01">artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-05-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B-2010-3427</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Buren 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Buren;</al><lijst><li nr="1."><al>gelezen het voorstel van het college van d.d. 30 maart 2010;</al></li><li nr="2."><al>gelet op artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen
                                en artikel 147 van de Gemeentewet (medebewindstaken), en de
                                artikelen 108, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet
                                (autonome taken), en artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
                                (delegatiebesluit); overwegende dat gelet op de invoering van de
                                basisadministratie Adressen en Gebouwen (hierna: BAG) te komen tot
                                een besluit voor het benoemen van openbare ruimten en
                                adrestoekenningen; </al></li></lijst><al>Besluit:vast te stellen de volgende: verordening Naamgeving en nummering
                        (adressen) gemeente Buren 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of
                                een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van
                                de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van
                                een woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke
                                afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat
                                betreedbaar en afsluitbaar is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>College: het college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
                                Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en
                                de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader
                                Convenant inzake postcodes.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het
                                water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of
                                een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van
                                een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt
                                vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding
                                van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een
                                afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al
                                dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een
                                naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is
                                gelegen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-
                                constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de
                                aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft
                                over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om
                                in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven,
                                alsmede de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al>Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een
                                gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een
                                niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-
                                bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.</al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al>Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en
                                nummering (adressen).</al></lid><lid><lidnr>12</lidnr><al>Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen
                                en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte
                                eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare
                                toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde
                                verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke
                                rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.</al></lid><lid><lidnr>13</lidnr><al>Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en
                                buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling
                                verbindt.</al></lid><lid><lidnr>14</lidnr><al>Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam
                                voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>15</lidnr><al>Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de
                            openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                            standplaatsen en afgebakende terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en
                                kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen,
                                zo nodig met letters en nummers.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare
                                ruimte en zo nodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld
                                in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                en intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe
                                aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                standplaatsen en ligplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde
                                lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet
                                verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast,
                                indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste
                                tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in
                                voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is
                                vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan
                                de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen
                                door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand
                                of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein
                                nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te
                                brengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Plaatsen van naam- en nummerborden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal,
                                schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht,
                                draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden
                                vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de
                                vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de
                                nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als
                                daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid
                                bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van
                                een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3,
                                tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel
                                7 is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit
                                van het college zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of
                                afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen
                                vier weken na voltooiing aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe
                                nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar
                                uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van
                                niet langer dan een jaar is verbonden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                verlengen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende
                                het proces en de wijze van:</al><lijst><li nr="a."><al>naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken,
                                        buurten en bouwblokken;</al></li><li nr="b."><al>naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;</al></li><li nr="c."><al>nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en
                                        standplaatsen en afgebakende terreinen;</al></li><li nr="d."><al>opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                inzake postcodes.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel
                                6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een
                                geldboete van de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening is belast de afdeling Vergunningen&amp;Handhaving
                                van de gemeente Buren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op de datum van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening Straatnaamgeving en Huisnummering, d.d. 19 oktober 1999,
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde
                                verordening aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding
                                van deze verordening bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde verordening en de hieraan
                                voorafgaande regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers
                                binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door
                                namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze
                                verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen) gemeente Buren 2010”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de
                            openbare vergadering van 11 mei 2010 </ondertekening><ondertekening>De Griffier, De Voorzitter, </ondertekening><ondertekening>G. van Droffelaar drs. K.C. Tammes</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>op de Modelverordening naamgeving en nummering (adressen)</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al><vet>Wettelijke grondslag</vet>Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistaties
                    Adressen en Gebouwen (hierna: Wet BAG), in werking getreden. Deze wet omvat
                    ondermeer regels betreffende de methodische registratie van adresgegevens. Met
                    de invoering van de Wet BAG is de gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve van
                    de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in de Wet BAG genoemde zaken,
                    van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken
                    betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van
                    de Gemeentewet. Hoeveel vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond
                    naamgeving en nummering te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet.
                    Dit artikel stelt, dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met
                    wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                    bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegheid heeft
                    op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel
                    rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de
                    bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in
                    strijd zijn met hogere regelgeving).Al met al staat het de gemeente dus vrij om,
                    met het oog op een goede uitvoering van het medebewind, de wijze van naamgeving
                    en nummering in het kader van de Wet BAG nader te regelen. Het gaat hier om het
                    zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat in de Wet BAG geen regels worden gegeven
                    voor het meer creatieve proces dat aan de eerder genoemde methodische
                    registratie vooraf gaat; onder andere het bedenken en toekennen van namen aan
                    woonplaatsen en aan delen van de openbare ruimte en de methode van toekennen van
                    nummeren aan objecten en plaatsen. </al><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen
                    huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering
                    bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet BAG in het geheel niet voorziet.
                    Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de afbakening en aanduiding van wijken,
                    buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van afgebakende en afsluitbare
                    terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De verordening
                    naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met
                    betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG, is er
                    sprake van regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid,
                    en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige
                    beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108, eerste
                    lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor deze verordening
                    worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd. </al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet BAG, dat de in artikel 6 van die
                    wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee
                    wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel
                    108, eerste lid en hoofstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede
                    ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel,
                    ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                    verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld
                    op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van
                    de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna
                    onder dualistisch bestel) </al><al><vet>Belang van naamgeving en nummering (adressen)</vet>Adressen vervullen een
                    essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet alleen voor
                    dienstverlenende instanties als politie, brandweer, posterijen en
                    ambulancebedrijven, maar ook voor bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur,
                    het notariaat en het bedrijfsleven. Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet
                    uitvoeren zonder goed sluitende informatie over adressen. Ook de burger heeft
                    belang bij goede adressering van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin
                    vindbaar te zijn. Adressen vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een
                    wezenlijke functie. Enerzijds is een groot deel van de overheidsregistraties
                    geordend (toegankelijk) op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn
                    adressen van wezenlijke betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit
                    deze registraties. Het benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen
                    straatnamen) en het toekennen van nummers aan verblijfsobecten (voorheen
                    huisnummers) is een taak die de gemeente met extra zorg moet omgeven. </al><al><vet>Algemene wet bestuursrecht</vet>Het toekennen van een naam of nummer
                    (adressen) op grond van de verordening is een besluit in de zin van de Algemene
                    wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal aan de formele en materiële eisen van
                    de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb is het mogelijk tegen een besluit een
                    bezwaarschrift in te dienen bij het besluitende bestuursorgaan. Tevens staat de
                    mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij de sector bestuursrecht
                    van de arrondissementsrechtbank.Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag
                    rijzen of er wel sprake is van een besluit. Deze vraag kan bevestigend worden
                    beantwoord indien het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare
                    objecten en het besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling die een
                    gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met
                    het op deze objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze
                    verordening zal derhalve sprake zijn van een besluit tot naamgeving of
                    nummering. Ook wijziging of intrekking van een naam of nummer of het afwijzen
                    van een verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte van de AWB. Indien een
                    aanvraag voor een naam of een nummering moet worden afgewezen of een een besluit
                    tot naamgeving of nummering een belanghebbenden zou treffen, moet worden bezien
                    of artikel 4:7 dan wel 4:8 van de AWB van toepassing is. Deze artikelen houden
                    de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het besluit
                    wordt genomen. </al><al><vet>Dualistisch bestel </vet>Maar er is meer te melden over de bevoegdheid
                    inzake naamgeving en nummering; namelijk het dualistische stelsel. De kern van
                    het dualisme is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden van de raad en
                    het college. De kaderstellende en controlerende bevoegdheden worden bij de raad
                    gelegd en de bestuursbevoegdheden worden bij het college geconcentreerd. Er
                    kunnen drie typen bestuursbevoegdheden worden onderscheiden in a.)
                    bestuursbevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen, b.) de
                    bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en c.) de autonome bevoegdheden. De
                    bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn opgenomen zijn met de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het
                    college gelegd. </al><al>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na
                    de aanvaardig van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108 en
                    147 Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend. Voorlopig
                    blijft deze bevoegdheid nog bij de Gemeenteraad. Wel kan de raad ervoor kiezen
                    om vooruitlopend op deze wijziging van de Grondwet de bevoegdheid tot naamgeving
                    en nummering aan het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische
                    stelsel ligt dit ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de
                    verordende bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot
                    vaststelling van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad
                    blijft berusten. De raad kan er echter – ook nu al – voor kiezen om de
                    verordende bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van artikel
                    156 Gemeentewet aan het college te delegeren. Dat is in deze modelverordening
                    ook voor gekozen. </al><al><vet>Regelen van de gevolgen</vet>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot
                    naamgeving en nummering moet het college rekening houden met het belang van
                    vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van een naam of een nummer treft immers
                    de belangen van bewoners en bedrijven. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn
                    van een gemeentelijke gehoudenheid tot regeling van de gevolgen van de
                    wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij van belang:</al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen
                            als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klantenpotentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient
                            aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken
                            bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent deze
                            verplichting op grond van artikel 4:8.</al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingkaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling.</al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op
                            vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de
                            volgende aspecten te overwegen:</al></li></lijst><al>De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;</al><lijst><li nr="a."><al>Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te
                            rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op
                            verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of
                            productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te
                            behoren;</al></li><li nr="b."><al>De lengte van de voorbereidingsperiode;</al></li><li nr="c."><al>De specifieke aspecten van het bedrijf;</al></li><li nr="d."><al>De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige
                            productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te
                            rekenen;</al></li><li nr="e."><al>De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;</al></li><li nr="f."><al>Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt e
                            genoemde zaken;</al></li><li nr="g."><al>De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de
                            onder punt e genoemde zaken.</al></li></lijst><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving
                    zoals opgenomen in artikel 1 van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de
                    verordening gehanteerde begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw,
                    complex en bouwwerk komen te vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding,
                    wijk- en buurtindeling, wooonplaats en convenant zijn aan de
                    begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige begrippen zijn ongewijzigd
                    gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het feit dat het begrip openbare
                    ruimte onder punt g niet precies overeenkomt met de openbare ruimte die wordt
                    gebezigd in het spraakgebruik. </al><al><vet>Artikel 2.</vet>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de
                    woonplaats(en). Het totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer
                    woonplaatsen worden opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd
                    samenvalt met de woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid
                    om woonplaatsen te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de
                    Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en
                    het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen,
                    die wordt aangeduid met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd
                    noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond
                    aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971
                    heeft het echter ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor
                    onduidelijkheid kon ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De
                    minister van Economische Zaken is voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk-
                    en buurtindeling te reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere
                    bijhoudingsregels. Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen
                    van een woonplaats in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk-
                    en buurtindeling uit 1970 aan te houden. </al><al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet
                    BAG zijn geen bepalingen opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de
                    openbare ruimte. Daar is in de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat
                    delen van de openbare ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen
                    naam krijgen vanwege onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste
                    gemeenten is het vastleggen van begrenzingen van benoemde delen van de openbare
                    ruimte al dagelijkse praktijk. Verder is in het tweede lid de naamgeving van
                    gemeentelijke gebouwen en bouwwerken meegenomen. Deze taak kan, naast de
                    naamgeving van woonplaatsen en de openbare ruimte, aan de Commissie voor de
                    naamgeving worden opgedragen.Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van
                    de openbare ruimte komt een einde aan discussies over de naamgeving van
                    rijkswegen en provinciale wegen. De Wet BAG schrijft namelijk voor dat alle
                    verblijfsobjecten van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt dus ook voor
                    bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels die alleen via een rijks- of
                    provinciale weg zijn te bereiken. Nummers kunnen alleen worden uitgegeven als
                    zij worden gerelateerd aan een door het college vastgestelde naam aan een deel
                    van de openbare ruimte. Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van de Wet BAG
                    voor rijks- en provinciale wegen een naambesluit nemen. Gemeenten moeten hier
                    verstandig met hun bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan worden
                    aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten toegepaste werkwijze, waarbij de
                    naamgeving louter wordt gebaseerd op de nummer en het type weg. Bijvoorbeeld
                    door de A3 in een bepaalde woonplaats de naam toe te kennen. Daarmee blijft de
                    A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft onveranderd.
                    (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden betrokken.)
                    Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N999 de naam worden toegekend. Ook
                    hier blijft het type weg en de N-nummering volledig in tact. Tot op heden hebben
                    gemeenten zich aan deze werkwijze gehouden. </al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale
                    betekenis. Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare
                    buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de
                    gemeente immers geen enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze
                    rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot
                    onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een
                    andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of
                    plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast
                    voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht
                    voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te
                    wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
                    bestuursorgaan die dat aangaat.Het derde lid bepaalt, dat onder de termen
                    bepalen, vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee
                    lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is
                    opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen. </al><al><vet>Artikel 3.</vet>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van
                    standplaatsen en ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten,
                    ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term
                    huisnummer gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet
                    kan worden gesproken van huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt
                    gebruikt. Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij
                    burgemeester en wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te
                    merken als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin
                    van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op
                    de afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van
                    toepassing (zie hierover ook de algemene toelichting).De strekking van het derde
                    lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere toelichting. Het vierde lid
                    regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook kan worden toegepast op
                    andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals bijvoorbeeld afgebakende
                    terreinen - als het college dat nodig oordeelt.Het vijfde lid bepaalt dat onder
                    de termen vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en
                    twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken daarvan omvat. Deze passage is
                    opgenomen, omdat hierover in het verleden problemen zijn gerezen. </al><al><vet>Artikel 4.</vet>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het
                    college worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de
                    gemeente. De in het eerste lid vervatte zinsnede ‘in voldoende aantallen ter
                    plaatse’ verdient nadere toelichting. Onder dit begrip wordt verstaan, dat een
                    verkeersdeelnemer bij het oprijden van een kruising van wegen, door in voldoende
                    aantallen aangebrachte naamborden, zonder omkijken en in een oogopslag de naam
                    van de dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit betekent doorgaans dat op alle hoeken
                    van de kruising borden dienen te worden aangebracht.Het tweede lid bepaalt dat
                    een object of plaats of terrein een door het college toegekend nummer ook
                    feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid geboden toe te zien op
                    de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog op de dienstverlening is
                    het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het college zijn toegekend, ook
                    ter plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan verbonden kosten wordt
                    verwezen naar de algemene toelichting.Het derde lid verbiedt een ieder die
                    daartoe niet is bevoegd, namen toe te kennen aan delen van de openbare ruimte
                    door naamborden zichtbaar ter plaatse aan te brengen. Het komt steeds vaker voor
                    dat burgers - om de meest uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin
                    plaatsen of aan de onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met
                    de door de gemeente toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft
                    de gemeente de bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede wordt erop
                    gewezen dat het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn
                    onroerende zaak, zolang dat geen verwarring geeft met de door de gemeente
                    toegekende namen aan de openbare ruimte.Het vierde lid verbiedt een ieder die
                    daartoe niet is bevoegd nummers toe te kennen aan onroerende zaken die prive
                    bezit zijn door deze op zichtbare wijze aan te brengen. Het aanbrengen van zelf
                    gekozen nummers door eigenaren, gebruikers of beheerders aan objecten, plaatsen
                    en terreinen is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij
                    de invoering van de BAG ook gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden
                    nummers soms zo abstract vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van
                    doeltreffendheid, zoals bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria kunnen
                    worden uitgewerkt in de uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7. </al><al><vet>Artikel 5.</vet>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang
                    dienen naamborden door of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in
                    voldoende mate te worden aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden
                    te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op
                    prive-terrein worden geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat
                    toe te laten. Het artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de
                    borden niet door de gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden
                    worden aangebracht.Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord
                    met de oude (doorgehaalde) naam enige tijd te handhaven naast een bord met de
                    nieuwe naam. Op deze wijze wordt voorkomen dat zij, die niet van de herbenoeming
                    op de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden.Het derde lid is opgenomen
                    om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van een aangebracht naambord
                    door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm of reclamebord wordt
                    belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende ervoor dient te zorgen
                    dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar blijven. </al><al><vet>Artikel 6.</vet>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit
                    dat het aanbrengen van nummerborden per gemeente verschillend is geregeld.
                    Sommige gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers
                    wordt echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer. Bijvoorbeeld als
                    onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte wordt het ook vaak aan
                    de rechthebbende opgedragen om de nummers, conform de gemeentelijke
                    voorschriften, aan te brengen.In de verordening is gekozen voor een formulering
                    waarbij de rechthebbende het nummer dient aan te brengen, tenzij het college
                    anders besluit. Het laatste zal vaak het geval zijn bij nieuwbouwprojecten,
                    waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient
                    aanbeveling de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de
                    tekst van het nummerbesluit te regelen.In het tweede en derde lid is bepaald dat
                    het door het college toegekende nummer binnen een bepaalde termijn moet zijn
                    aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid, moet het
                    nummer vier weken na de voltooiing zijn aangebracht.Het vierde lid biedt de
                    gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude (doorgehaalde) nummer enige
                    tijd te handhaven naast een bord met het nieuwe nummer. Op deze wijze wordt
                    voorkomen dat zij, die niet van de hernummering op de hoogte zijn, hun
                    bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven van het oude (doorgehaalde) nummer
                    wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde vernummering toegepast.Het vijfde lid
                    geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid genoemde
                    termijnen te verlengen. </al><al><vet>Artikel 7.</vet>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om
                    uitvoeringsvoorschriften vast te stellen ten aanzien van naamgeving en
                    nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn gericht op vast gemeentelijk
                    beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en bezwaarprocedures. De
                    uitvoeringsvoorschiften kunnen bepalingen bevatten met betreking tot de
                    bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de naamgeving, alsmede
                    bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van nummers, de wijze
                    van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en voorschriften van
                    administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen worden voorgeschreven
                    voor verklaringen, besluiten en formulieren.Artkel 2 bepaalt dat de
                    uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met het postcodeconvenant. </al><al><vet>Artikel 8.</vet>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de
                    verordening, heeft alleen zin wanneer deze verplichtingen bij nalatigheid of
                    overtreding kunnen worden afgedwongen, zodra deze worden overtreden. Het is
                    gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te
                    verbinden.In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de
                    naleving van de bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld
                    de afdeling of dienst Bouwtoezicht zijn. De laatste jaren wordt dit toezicht
                    steeds vaker opgedragen aan de afdeling waaraan de bijhouding van de BAG is
                    opgedragen. </al><al><vet>Artikel 9.</vet>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. </al><al><vet>Artikel 10.</vet>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen.
                    De strekking van dit artikel spreekt voor zich. </al><al><vet>Artikel 11.</vet>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en
                    het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende
                    terreinen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren zijn veel
                    opvolgende voorschriften van kracht geweest. Het is niet zinvol bij de invoering
                    van de verordening te eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden
                    aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7.
                    Nummers die onder het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd.
                    Het college heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen. </al><al><vet>Artikel 12.</vet>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is
                    voor het nummeren van verblijfsobjecten, afgebakende terreinen, standplaatsen en
                    ligplaatsen en de term straatnaam geen juiste term is voor plantsoenen, wegen
                    e.d., is gekozen voor de nieuwe citeertitel “Verordening naamgeving en nummering
                    (adressen) gemeente Buren 2010”.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>