<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91614_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening enquêtecommissie Gelderland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Gelderland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2014/14</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening enquêtecommissie Gelderland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, artikel 151a lid 1.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PS2013-508</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>toezicht, bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening enquêtecommissie Gelderland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>PROVINCIALE STATEN VAN GELDERLAND</al><al>Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 28 mei 2013 tot wijziging
                        van de provinciale regelgeving in verband met de troonswisseling op 30 april
                        2013; Gelet op artikel 105 juncto artikel 143, eerste lid van de
                        Provinciewet;</al><al>BESLUITEN</al><al>vast te stellen de navolgende gewijzigde regeling: Verordening
                        enquêtecommissie Gelderland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid,
                                van de Provinciewet, naar het door Gedeputeerde Staten of
                                Commissaris van de Koning gevoerde bestuur;</al></li><li nr="b."><al> enquêtecommissie: een door Provinciale Staten in te stellen
                                commissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de
                                Provinciewet, die het onder a bedoelde onderzoek uitvoert.</al></li><li nr="c."><al> Voorzitter: de voorzitter van de onder b bedoelde
                                enquêtecommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Lidmaatschap van de enquêtecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De leden van de enquêtecommissie worden, onverminderd het tweede lid,
                            benoemd voor de duur van het onderzoek en de behandeling van haar
                            aanbevelingen in Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het lidmaatschap van de enquêtecommissie eindigt indien: </al><lijst><li nr="a."><al> Provinciale Staten de enquêtecommissie opheffen;</al></li><li nr="b."><al> Een lid ophoudt lid te zijn van Provinciale Staten, behoudens
                                    het geval bedoeld in artikel 151a, zesde lid van de
                                    Provinciewet;</al></li><li nr="c."><al> Een lid ontslag neemt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een lid dat ontslag neemt stelt hiervan de voorzitter en Provinciale
                            Staten schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Provinciale Staten kunnen een lid van de enquêtecommissie ontslaan,
                            wanneer deze naar het oordeel van de enquêtecommissie niet langer
                            geschikt is, of in staat is zijn lidmaatschap te vervullen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Provinciale Staten voorzien zo spoedig mogelijk in vacatures.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten wijzen een voorzitter en een plaatsvervangend
                            voorzitter aan uit het midden van de enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter is belast met: </al><lijst><li nr="a. "><al>het leiden van de beraadslaging en de verhoren;</al></li><li nr="b."><al> het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al> het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    regels;</al></li><li nr="d."><al> het samen met de secretaris tekenen van besluitenlijsten,
                                    verslagen en uitgaande stukken van de enquêtecommissie;</al></li><li nr="e."><al> hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Besluitvorming door de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De enquêtecommissie besluit met meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ingeval de stemmen staken heeft de voorzitter een beslissende
                            stem.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het Reglement van Orde Provinciale Staten en het reglement op de
                            statencommissies is niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Bevoegdheden van de enquêtecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De enquêtecommissie stelt zo spoedig mogelijk na haar instelling een
                            plan van aanpak op. </al><al/><al> In dit plan van aanpak wordt in ieder geval aandacht besteed aan:</al><al/><lijst><li nr="a."><al> de wijze waarop de onderzoeksopdracht wordt uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al> de planning van de werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al> de taakverdeling;</al></li><li nr="d."><al>een protocol voor de openbare verhoren;</al></li><li nr="e."><al>de beveiliging van informatie gedurende het onderzoek;</al></li><li nr="f. "><al>contacten met de pers;</al></li><li nr="g."><al> de inrichting van de ambtelijke ondersteuning;</al></li><li nr="h."><al> overige voorzieningen die de enquêtecommissie nodig acht voor
                                    de uitvoering van haar werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De enquêtecommissie dient, ter voldoening aan het bepaalde in artikel
                            151f, een raming van de kosten van het onderzoek in, ter vaststelling
                            door Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De enquêtecommissie kan derden inschakelen voor het uitvoeren van
                            opdrachten die zij nodig acht voor het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de enquêtecommissie ondersteuning van ambtenaren, werkzaam onder
                            verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten, nodig acht, overlegt de
                            griffier van Provinciale Staten hierover met de secretaris van
                            Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De enquêtecommissie kan buiten de in artikel 151b, eerste lid, van de
                            Provinciewet genoemde personen, tevens anderen verzoeken om medewerking
                            te verlenen aan het onderzoek. Laatstgenoemden verlenen hun medewerking
                            op vrijwillige basis.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De enquêtecommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid
                            met een ieder informatieve gesprekken voeren. Deze gesprekken maken als
                            zodanig geen deel uit van het onderzoek en voor degenen die hiertoe
                            worden uitgenodigd bestaat geen plicht tot medewerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Commissiesecretaris</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Provinciale Staten benoemen een secretaris en een plaatsvervangend
                            secretaris uit het midden van de griffie van Provinciale Staten ter
                            ondersteuning van de enquêtecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De secretaris is bij alle beraadslagingen en verhoren van de commissie
                            aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Verhoren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voorafgaand aan de openbare verhoren beslist de enquêtecommissie of de
                            getuigen en deskundigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van
                            de eed of belofte als bedoeld in artikel 151c, vijfde lid, van de
                            Provinciewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van het verhoor en brengt die
                            ter openbare kennis.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, de getuigen en de
                            deskundigen ten minste twee weken voor het verhoor op.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Binnen drie dagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en
                            deskundigen onder opgaaf van redenen verzoeken het tijdstip van het
                            verhoor te wijzigen. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek
                            wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van het verhoor aan de
                            betrokken getuige of deskundige medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt,
                            wordt daarvan een proces-verbaal opgemaakt en ter zitting door de
                            aanwezige leden van de enquêtecommissie ondertekend. Dit proces-verbaal
                            wordt, indien de enquêtecommissie dit nodig acht, in handen gesteld van
                            het openbaar ministerie van het arrondissement waarin de in gebreke
                            gebleven getuige of deskundige woont.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Wanneer een getuige of deskundige ter hoorzitting weigert te
                            antwoorden, of de eed of de belofte af te leggen, wordt daarvan
                            proces-verbaal opgemaakt, dat de reden van die weigering, zo die gegeven
                            is, inhoudt en door de aanwezige leden van de enquêtecommissie
                            ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het verslag van de openbare verhoren vermeldt de namen van de
                            aanwezigen en hun hoedanigheid en houdt een woordelijke weergave in van
                            wat over en weer is gezegd en van wat verder tijdens het verhoor is
                            voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verslag verwijst naar de tijdens het verhoor overlegde bescheiden,
                            die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het verslag wordt ondertekend door voorzitter en secretaris en
                            toegezonden aan Gedeputeerde Staten, de leden van Provinciale Staten en
                            degene die is verhoord. Toezending vindt niet plaats dan nadat de
                            degenen die zijn verhoord in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze
                            op het conceptverslag kenbaar te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De enquêtecommissie legt haar bevindingen neer in een rapport en legt
                            haar rapport voor aan Provinciale Staten en zendt een afschrift aan
                            Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning. Het rapport, met
                            uitzondering van de in artikel 10, tweede en derde lid bedoelde
                            bescheiden, is vanaf dat moment openbaar</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten, onderscheidenlijk de Commissaris van de Koning
                            kunnen op het rapport van de enquêtecommissie reageren en hun standpunt
                            toevoegen aan de bevindingen van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met uitzondering van de verhoren als bedoeld in artikel 151c van de
                            Provinciewet, vinden de werkzaamheden van de enquêtecommissie in
                            beginsel niet in de openbaarheid plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De enquêtecommissie kan besluiten aan haar overlegde bescheiden of
                            gedeelten daarvan niet openbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor zover de in het tweede lid bedoelde bescheiden deel uitmaken van
                            het onderzoeksverslag, worden deze ter inzage gelegd voor de leden van
                            Provinciale Staten. De leden van Provinciale Staten bewaren omtrent de
                            inhoud van deze bescheiden geheimhouding. De geheimhouding wordt,
                            overeenkomstig artikel 25 Provinciewet, in acht genomen totdat
                            Provinciale Staten haar opheffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Toehoorders en pers</titel></kop><al>Toehoorders en pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen
                        openbare verhoren bijwonen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die tijdens het openbare verhoor geluid- dan wel beeldregistraties
                        willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich
                        naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor een vergoeding van de enquêtecommissie overeenkomstig artikel 57
                            van de Wet tarieven in burgerlijke zaken komen in aanmerking personen
                            met wie de commissie een voorgesprek heeft gehouden en personen die de
                            commissie heeft gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Personen die in dienst zijn van de provincie Gelderland of lid zijn van
                            Provinciale of Gedeputeerde Staten kunnen geen aanspraak op een
                            vergoeding als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Personen werkzaam voor de provincie Gelderland kunnen geen aanspraak
                            maken op een vergoeding van reiskosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het
                        Provinciaal Blad.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening enquêtecommissie
                        Gelderland.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Provinciale Staten van Gelderland</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>