<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR91585_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws d.d. 9-2-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2010-007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordeningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de
                gemeenteraad 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.RB.2010-007</al><al/><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard; gelezen het voorstel van het
                        raadsconvent van 12 januari 2010; </al><al/><al>Gelet op de Gemeentewet; </al><al>besluit vast te stellen: </al><al/><al>Het Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de
                        gemeenteraad 2010</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder: </al><al>a voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; </al><al>b amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                            ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen; </al><al>c subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                            naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                            waarop het betrekking heeft; </al><al>d motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                            een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; </al><al>e voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; </al><al>f initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                            voorstel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met: </al><al>a het leiden van de vergadering; </al><al>b het handhaven van de orde; </al><al>c het doen naleven van het reglement van orde; </al><al>d hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><al>1 De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. </al><al>2 Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door
                            een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar. </al><al>3 Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan
                            de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel>De gemeentesecretaris (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel>Het raadsconvent</titel></kop><al>1 De raad heeft een raadsconvent. </al><al>2 Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter van de Raad, de
                            plaatsvervangend voorzitter van de Raad, de raadsgriffier en de
                            fractievoorzitters. </al><al>3 De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het
                            seniorenconvent. </al><al>4 Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan, dat hem bij zijn
                            afwezigheid in het seniorenconvent vervangt. </al><al>5 Elke fractievoorzitter heeft één stem in het seniorenconvent. </al><al>6 Tenminste één keer per jaar overlegt het seniorenconvent met de
                            commissievoorzitters </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><al>1 Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                            commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                            onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van
                            nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. </al><al>2 De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                            schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor
                            een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                            minderheidsstandpunt. </al><al>3 Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de
                            raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                            bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of
                            verklaring en belofte af te leggen. </al><al>4 In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                            een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                            waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of
                            verklaring en belofte af te leggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Fractie</titel></kop><al>1 De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                            zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één
                            lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. </al><al>2 Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                            fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding
                            boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste
                            vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in
                            de raad wil voeren. </al><al>3 De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                            plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de
                            voorzitter. </al><al>4 a Indien: </al><al> 1 ° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                            optreden; </al><al> 2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; </al><al>3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                            gedaan aan de voorzitter. </al><al>b Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden
                            met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling
                            daarvan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>I</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>1 De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de
                                vierde dinsdag van de maand, vangen aan om 20.00 uur en worden
                                gehouden in het gemeentehuis. </al><al>2 De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                overleg in het raadsconvent. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>1 De voorzitter zendt ten minste 14 dagen voor een vergadering de
                                leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                tijdstip en plaats van de vergadering. </al><al>2 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al><al> 3 Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 8, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang
                                van de vergadering aan de leden van de raad gezonden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>1 Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                raadsconvent de voorlopige agenda van de vergadering vast. </al><al>2 In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al><al>3 Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de
                                vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of
                                van de agenda afvoeren. </al><al>4 Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar
                                een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies
                                vragen. </al><al>5 Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>De wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan de
                                    beraadslagingen deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadsconvent kan een of meer wethouders uitnodigen om in de
                                    vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                    nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>1 Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. De voorzitter maakt van de te inzage legging melding in de
                                openbare kennisgeving bedoeld in artikel 10. Indien na het verzenden
                                van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in
                                een openbare kennisgeving. </al><al>2 Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht. </al><al>3 Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>1 De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                door aankondiging in een huis-aan-huis blad en, indien aanwezig, in
                                het gemeentelijke informatieblad en door plaatsing op de
                                internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. </al><al>2 De openbare kennisgeving vermeldt: </al><al>a de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; </al><al>b de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda
                                en de daarbij behorende stukken kan inzien; </al><al>c de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld
                                in artikel 14. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering
                                wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><al>1 De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het
                                seniorenconvent bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de
                                raad aangewezen. </al><al>2 Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in het raadsconvent. </al><al>3 De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                uitgenodigd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al>1 De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens
                                de presentielijst aanwezig is. </al><al>2 Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>1 Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over
                                geagendeerde onderwerpen, exclusief de ingekomen stukken. </al><al>2 Het woord kan niet gevoerd worden: </al><al>a over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of
                                beroep op de rechter echter openstaat of heeft opengestaan; </al><al>b over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen; </al><al>c indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht
                                kan of kon worden ingediend;</al><al>d.een aangelegenheid waar de mogelijkheid van het indienen van
                                zienswijzen openstaat, of heeft open gestaan, in het kader van de
                                inspraakverordening of de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>3 Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten
                                minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier.
                                Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het
                                onderwerp waarover hij het woord wil voeren. </al><al>4 De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering. </al><al>5 Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                                verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan
                                zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen
                                afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. </al><al>6 De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel
                                voor de behandeling van de inbreng van de burger. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Geluid en beeldregistraties</titel></kop><al>(vervallen- zie artikel 46a) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van
                                de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint </al><al>de hoofdelijke stemming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Notulen</titel></kop><al>1 De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                schriftelijke oproep. </al><al>2 Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de
                                notulen van de vorige vergadering vastgesteld. </al><al>3 De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                gemeentesecretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering
                                aan de raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet
                                duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot
                                verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de
                                griffier te worden ingediend. </al><al>4 De notulen moeten inhouden: </al><al>a de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de
                                wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de
                                leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd
                                hebben; </al><al>b een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; </al><al>c een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van
                                de namen </al><al>van de aanwezigen die het woord voerden; </al><al>d een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding
                                bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen
                                stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich
                                overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; </al><al>e de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen
                                en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                amendementen en subamendementen; </al><al>f bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25
                                door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. </al><al>5 De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier. </al><al>6 De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>1 Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                geplaatst (rubriek a tm d). </al><al>2 De raad stelt op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening
                                van de ingekomen stukken vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><al>1 De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
                                plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. </al><al>2 Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden
                                van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats
                                spreken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><al>1 Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                gevraagd en van hem verkregen te hebben. </al><al>2 De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van
                                de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>1 De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. </al><al>2 Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al><al>3 Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al><al>4 Het derde lid is niet van toepassing op: </al><al> a de rapporteur van een commissie; </al><al>b het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement,
                                die motie of dat voorstel. </al><al>5 Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige aanwezigen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>1 Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij </al><al>a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                                reglement te herinneren; </al><al>b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. </al><al>2 Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel
                                anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de
                                orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg
                                geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks
                                plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al><al>3 De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening
                                de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>1 De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen. </al><al>2 Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem
                                te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de
                                gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen
                                worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>1 De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden van de </al><al>raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de
                                beraadslaging. </al><al>2 Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één
                                der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beslissing</titel></kop><al>1 Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad
                                anders beslist. </al><al>2 Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals
                                het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. </al><al>3 Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen
                                eindbeslissing. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><al>1 De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen. </al><al>2 In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen
                                vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
                                van stemming te hebben onthouden. </al><al>3 Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling. </al><al>4 De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam
                                op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
                                daarvoor overeenkomstig artikel 16 is aangewezen. Vervolgens
                                geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. </al><al>5 Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht
                                zijn stem uit te brengen. </al><al>6 De leden brengen hun stem uit door het woord `voor' of `tegen' uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging. </al><al>7 Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan
                                hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de
                                uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. </al><al>8 De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><al>1 Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                wordt eerst over dat amendement gestemd. </al><al>2 Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement. </al><al>3 Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde
                                waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het
                                meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                stemming wordt gebracht. </al><al>4 Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><al>1 Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden tot stembureau. </al><al>2 Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. </al><al>3 Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel
                                van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden
                                samengevat op één briefje. </al><al>4 Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. </al><al>5 Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                verstaan: </al><al> a een blanco ingevuld stembriefje; </al><al>b een ondertekend stembriefje; </al><al>c een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
                                stemming verschillende vacatures betreft; </al><al>d een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                                betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; </al><al>e een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan
                                die waartoe de stemming is beperkt. </al><al>6 In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op voorstel van de voorzitter. </al><al>7 Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk
                                na vaststelling van de uitslag vernietigd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><al>1 Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. </al><al>2 Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben. </al><al>3 Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond het lot. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><al>1 Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. </al><al>2 Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud. </al><al>3 Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
                            </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Amendementen</titel></kop><al>1 Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                            amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een
                            geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover
                            afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan
                            worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die
                            de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. </al><al>2 Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                            amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                            (subamendement). </al><al>3 Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te
                            kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de
                            voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde
                            -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. </al><al>4 Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk,
                            totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Moties</titel></kop><al>1 leder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. </al><al>2 Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk
                            bij de voorzitter worden ingediend. </al><al>3 De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel
                            vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel
                            plaats. </al><al>4 De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                            onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen
                            zijn behandeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>1 De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                            mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. </al><al>2 Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                            betreffen. </al><al>3 Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><al>1 Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                            schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. </al><al>2 De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                            vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is.
                            In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                            daaropvolgende vergadering geplaatst. </al><al>3 De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                            voorkomende oorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad
                            oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering
                            tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden
                            behandeld, het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                            raadscommissie of voor advies naar het college dient te worden gezonden.
                            In het laatste geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                            opnieuw geagendeerd wordt. </al><al>4 De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                            een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36a</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><al>1 Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                            college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                            raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de
                            raad. </al><al>2 Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                            eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                            bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                            wordt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36b</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al>1 Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                            naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48
                            uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter
                            ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het
                            onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen
                            vragen. </al><al>2 De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                            kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                            behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na
                            indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                            raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie
                            zal worden gehouden. </al><al>3 De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                            leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                            eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><al>1 Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
                            kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
                            aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. </al><al>2 De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt
                            er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                            leden van de raad en het college worden gebracht. </al><al>3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder
                            geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                            Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                            raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan
                            plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de
                            vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                            aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht
                            wordt behandeld als een antwoord. </al><al>4 De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan
                            de leden van de raad medegedeeld. </al><al>5 De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld
                            in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden. </al><al>6 De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                            eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                            dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                            voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de
                            burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                            beslist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>a Vragenuur</titel></kop><al>1 Voorafgaande aan de reguliere raadsvergadering is er om 19.30 uur een
                            halfvragenuurtje, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn
                            ingediend. In bijzondere gevallen kan het raadsconvent bepalen dat het
                            vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op
                            welk tijdstip het vragenuur eindigt. </al><al>2 Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
                            meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor
                            aanvang van het vragenuur bij de raadsgriffier. De voorzitter kan
                            weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen
                            indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of
                            indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde
                            komt. </al><al>3 De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                            tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. </al><al>4 De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                            vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de
                            overige leden van de raad. </al><al>5 Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of
                            meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                            toelichting daarop te geven. </al><al>6 Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                            vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. </al><al>7 Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                            verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen
                            te stellen over hetzelfde onderwerp. </al><al>8 Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
                            geen interrupties toegelaten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><al>1 Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld
                            in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet
                            verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het
                            college of de burgemeester. </al><al>2 Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift
                            toegezonden aan de raad. </al><al>3 De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                            eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. </al><al>4 De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                            vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening (vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><al>1 Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris,
                            die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
                            van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                            ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het
                            recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen
                            stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over
                            zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Indien
                            de de raad dit verslag wenst te bespreken dan kan de voorzitter
                            verwijzen naar de desbetreffende raadscommissie2 Ieder lid van de raad
                            kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen
                            stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen,
                            vastgesteld in artikel 37, zijn van overeenkomstige toepassing. </al><al>3 Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid
                            ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
                            zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het
                            vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 38, zijn van
                            overeenkomstige toepassing. </al><al>4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                            of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Notulen</titel></kop><al>1 De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar
                            liggen uitsluitend voor de leden ter inzage. </al><al>2 Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                            ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
                            besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De
                            vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                            ondertekend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Inden de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>1 De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. </al><al>2 Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46a</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1 Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2010. </al><al>2 Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen
                            en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2002, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 26 februari 2002.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 26 januari 2010</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>