<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9137_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Wageningen 1992</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wageningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Wageningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/geldigheidsdatum_01-12-2009">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>1992-09-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1992-09-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2006-03-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>92/4989a, afdeling BS/AAB</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>aanwijzingsbesluiten</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening Wageningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Considerans</vet></al><al>De raad van de gemeente Wageningen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 11 september
                        1992, nr. 92/4989a, afdeling BS/AAB;</al><al>mede gezien het advies van de commissie voor algemeen bestuur d.d. 10 juni
                        1992; </al><al><vet>Besluit:</vet></al><al>vast te stellen de nieuwe, geheel herziene, Algemene Plaatselijke
                        Verordening 1992 van de gemeente Wageningen;</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 september 1992;</al><al>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING</al><al>voor de gemeente</al><al>WAGENINGEN</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4.68*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="1.54*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="27.46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>weg</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>1.</al></entry><entry colname="col5"><al>alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                                openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de
                                                daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen
                                                of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de
                                                aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide
                                                parkeerterreinen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>2.</al></entry><entry colname="col5"><al>de - al dan niet met enige beperking - voor het
                                                publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen,
                                                parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                                natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                                vaartuigen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>3.</al></entry><entry colname="col5"><al>de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
                                                portieken, gangen, passages en galerijen, welke
                                                uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
                                                ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>4.</al></entry><entry colname="col5"><al>andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
                                                afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
                                                passages en galerijen; de afsluitbare alleen
                                                gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
                                                degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
                                                zijn afgesloten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>openbaar water</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>alle wateren die - al dan niet met enige beperking -
                                                voor het publiek bevaarbaar of anderszins
                                                toegankelijk zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>bebouwde kom</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                                staten van Gelderland de grenzen hebben vastgesteld
                                                overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de
                                                Wegenwet, bij hun besluit van 23 september 1988, nr.
                                                WV88.22596-WVG 2601;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>rechthebbende</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>een ieder die over enig goed enige zeggenschap heeft
                                                krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>voertuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>alle rij- en voertuigen, met uitzondering van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>a.</al></entry><entry colname="col5"><al>treinen en trams;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>b.</al></entry><entry colname="col5"><al>kruiwagens, rolstoelen, kinderwagens en dergelijke
                                                kleine voertuigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>vaartuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                                werktuigen, alsmede glijboten en ponten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonschepen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                                                gebezigd of tot woning bestemd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwwerk</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                                metaal of ander materiaal, welke op de plaats van
                                                bestemming hetzij direct of indirect met de grond
                                                verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt
                                                in of op de grond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>gebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke
                                                overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                                omsloten ruimte vormt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>vee</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>eenhoevige dieren, herkauwende dieren en
                                                varkens;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>pluimvee</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>klein- en pluimvee, eenden en ganzen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>handelsreclame</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                                diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                                commercieel belang te dienen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde orgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of
                                ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen
                                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde orgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Te late indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan twee weken voor het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bevoegde
                                orgaan de aanvraag niet in behandeling nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bevoegde orgaan bij openbare kennisgeving
                                aan te wijzen vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid
                                genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Inzage vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste
                            vordering van een ambtenaar belast met de zorg voor de naleving van een
                            of meer bepalingen van deze verordening ter inzage af te geven aan deze
                            ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de in deze verordening genoemde termijnen is het
                                bepaalde in de Algemene Termijnenwet van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzover sprake is van termijnen in uren, bepaald door
                                terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis en deze eindigen op
                                een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, worden de termijnen geacht te eindigen om 12.00
                                uur op de voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen
                                erkende feestdag is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>ORDE EN VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval,
                                        waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan
                                        of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                        gebeurtenis, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                        samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel
                                        van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich
                                        in de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                        wegen of weggedeelten, wanneer deze door of vanwege het
                                        bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Optochten en betogingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Kennisgeving optocht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die het voornemen heeft een optocht op de weg te
                                        doen plaatsvinden, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                        artikel 2.4., moet daarvan voor de openbare aankondiging
                                        ervan en ten minste 48 uur voordat deze gehouden zal worden,
                                        kennis geven aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid bedoelde termijn verkorten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van
                                        de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt geacht
                                        eerst dan gedaan te zijn, wanneer het in het derde lid
                                        bedoelde formulier volledig en naar waarheid ingevuld,
                                        tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld,
                                        en het in het vijfde lid bedoelde bewijs van ontvangst is
                                        uitgereikt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving inlevert ontvangt daarvan een
                                        bewijs, waarin het tijdstip van inlevering is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en
                                        veiligheid voorschriften geven ter verzekering van een
                                        redelijke en veilige afwikkeling van het verkeer, ter
                                        beveiliging van personen of goederen, ter voorkoming van
                                        ernstige hinder voor anderen dan de deelnemers aan de
                                        optocht en ter voorkoming van strafbare feiten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de burgemeester van oordeel is, dat, naar redelijke
                                        verwachting, noch door toegezegde medewerking van
                                        organisatoren, noch door politiemaatregelen, noch door het
                                        geven van voorschriften, onevenredige schade aan belangen
                                        bedoeld in het zesde lid, voorkomen kan worden, kan de
                                        burgemeester de optocht verbieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Verboden optocht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een optocht als bedoeld in artikel 2.2 te
                                        doen plaatsvinden, feitelijk te leiden of aan een dergelijke
                                        optocht deel te nemen, terwijl men weet of redelijkerwijze
                                        kon weten dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het
                                                bepaalde in artikel 2.2 is gedaan;</al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij
                                                de kennisgeving als bedoeld in artikel 2.2 zijn
                                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>de voorschriften, die de burgemeester krachtens het
                                                zesde lid van artikel 2.2 gegeven heeft, niet
                                                nageleefd worden;</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester de optocht verboden heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een optocht krachtens het bepaalde in het eerste lid
                                        ongeoorloofd is, is iedereen die in of nabij de optocht
                                        aanwezig is, op eerste vordering van een ambtenaar van
                                        politie verplicht zich terstond te verwijderen in de door
                                        die ambtenaar bevolen richting of langs de door hem
                                        aangeduide weg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, moet daarvan voor de openbare
                                        aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat deze
                                        gehouden zal worden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester, met inachtneming van hetgeen in artikel 2.6,
                                        eerste lid, hierover is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare plaats wordt verstaan een plaats als bedoeld
                                        in artikel 1, eerste lid, juncto tweede lid, van de Wet
                                        openbare manifestaties, te weten een plaats die krachtens
                                        bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek, met
                                        uitzondering van een gebouw of besloten plaats als bedoeld
                                        in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in artikel
                                    2.4, eerste lid, genoemde termijn van 48 uur verkorten en een
                                    mondelinge kennisgeving ontvankelijk verklaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de kennisgeving kan de burgemeester een opgave verlangen
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                        stukken of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken of
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan
                                        door burgemeester en wethouders aangewezen wegen of
                                        gedeelten daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de werking van het in het
                                        eerste lid gestelde verbod beperken tot in de openbare
                                        kennisgeving aan te duiden dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor het
                                        huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van de in
                                        het eerste lid bedoelde gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het in het eerste lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op of aan de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>voor publiek een vertoning te geven, niet zijnde een
                                                betoging als bedoeld in artikel 2.4;</al></li><li nr="b."><al>op enige wijze voor publiek muziek ten gehore te
                                                brengen;</al></li><li nr="c."><al>een feest of een wedstrijd te geven of te houden,
                                                moet daarvan ten minste 24 uur voordat deze gehouden
                                                zal worden, kennisgeven aan de burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in de artikelen 2.2 en 2.3. bepaalde is van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, onder c, bepaalde geldt niet
                                        voorzover artikel 24 Wegenverkeerswet van toepassing
                                        is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Straatartiest</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen of
                                        gedeelten daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod beperken tot in de openbare kennisgeving aan
                                        te duiden dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                        eerste lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan
                                        overeenkomstig de bestemming daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen
                                                gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                                goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                                gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het
                                                voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en
                                                mits:</al><lijst><li nr="-"><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li><li nr="-"><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt; en geen onderdeel verder dan 1,5
                                                  meter buiten de opgaande gevel reikt;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                                kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                                laden of lossen ervan en mits degene die de
                                                werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor
                                                zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan,
                                                in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of
                                                stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan
                                                gereinigd is;</al></li><li nr="d."><al>voertuigen;</al></li><li nr="e."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                                worden geopenbaard;</al></li><li nr="f."><al>standplaatsen zoals bedoeld in artikel 5.13.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of
                                        stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
                                        omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                        schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de
                                        bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
                                        gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
                                        doelmatig beheer en onderhoud van de weg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder
                                        weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet
                                        daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning zoals bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                                weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
                                                weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                                dan wel een belemmering kan vormen voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf,
                                                hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van het in de nabijheid
                                                gelegen onroerend goed.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover de op de
                                        Hinderwet gebaseerde voorschriften, de Woningwet, het
                                        Rijkswegenreglement of het Gelders Wegenreglement van
                                        toepassing zijn en voorzover er sprake is van een evenement
                                        als bedoeld in artikel 2.22 dat de burgemeester niet
                                        verboden heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders een weg aan te leggen, de verharding daarvan op
                                        te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of
                                        breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins
                                        verandering te brengen in de wijze van aanleg van een
                                        weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder
                                        verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van
                                        gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij
                                        het uitvoeren van zijn/haar publiekrechtelijke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                        voorzover het Wetboek van Strafrecht, het
                                        Rijkswegenreglement of het Gelders Wegenreglement van
                                        toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder
                                        verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd indien de uitweg gevaar oplevert voor de
                                        bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
                                        gebruik daarvan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voorzover de
                                        Verkeerswet tegen lintbebouwing, het Rijkswegenreglement of
                                        het Gelders Wegenreglement van toepassing is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg
                                        te werpen, uit te storten of te laten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel
                                        427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van Strafrecht van
                                        toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje, zoals dat in een
                                    winkel wordt gebruikt en als zodanig herkenbaar is, op de weg te
                                    bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van die winkel of,
                                    indien de winkel gelegen is in een winkelcomplex, buiten de
                                    onmiddellijke omgeving van dat winkelcomplex. Als onmiddellijke
                                    omgeving van een winkel of winkelcomplex wordt aangemerkt de weg
                                    of het weggedeelte, grenzende aan die winkel of dat
                                    winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat weggedeelte
                                    aansluitende parkeerplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere
                                        beplanting welke aan het wegverkeer het vrije uitzicht kan
                                        belemmeren of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar kan
                                        opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien, te
                                        knotten, op te binden, te verwijderen of op te ruimen na
                                        aanschrijving door burgemeester en wethouders, binnen een
                                        door hen te stellen termijn en overeenkomstig hun
                                        aanwijzingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden langs de weg een voorwerp aan te brengen, te
                                        plaatsen of te hebben dat aan het wegverkeer het uitzicht
                                        belemmert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>- Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    straatkolk, rioolput, brandkraan of enigerlei andere afsluiting,
                                    die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                    onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te
                                        stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van
                                        het in het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing bedoeld in het tweede lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde een
                                                veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de flora en fauna;</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding
                                                van het milieu door rook, roet, stof, walm of
                                                stank.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
                                        voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                                voorschriften;</al></li><li nr="b."><al>de provinciale milieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 Wetboek van
                                                Strafrecht van toepassing zijn, of</al></li><li nr="d."><al>het betreft verlichting door middel van kaarsen,
                                                fakkels en dergelijke of het betreft vuur voor
                                                koken, bakken en braden, indien dat geen gevaar
                                                oplevert voor de omgeving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan een weg of aan enig deel van een bouwwerk
                                    een voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen
                                    neervallen op de weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                        aanwijzingen van burgemeester en wethouders, voorwerpen,
                                        borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer
                                        of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
                                        gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken tevoren aan de
                                        rechthebbende hun voornemen, als bedoeld in het eerste lid,
                                        bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van
                                        een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Verwijdering e.d. voorzieningen voor verkeer en
                                        verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        bord of een andere voorziening ten behoeve van het openbaar
                                        verkeer of de openbare verlichting te verwijderen, te
                                        wijzigen, te beschadigen, de werking ervan te beletten of te
                                        belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover het
                                        Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde
                                                ijsvlakten, te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar
                                        van politie onmiddellijk het ijs te verlaten ter voorkoming
                                        van gevaar voor personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover het
                                        Wetboek van Strafrecht of het Gelders Waterreglement van
                                        toepassing is.</al></lid></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>TOEZICHT OP EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen als bedoeld in de Wet op de
                                            filmvertoningen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 151 van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="e."><al>activiteiten als bedoeld in de artikelen 2.2, 2.8 en 2.9
                                            van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan een
                                    herdenkingsplechtigheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="d."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder horeca-inrichting (horecabedrijf) wordt in deze
                                        paragraaf verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>inrichtingen waarin een horecabedrijf of een
                                                slijtersbedrijf, <cursief>als bedoeld in artikel 3
                                                  van de Drank- en horecawe</cursief>t, wordt
                                                uitgeoefend, alsmede de daarbij behorende open
                                                aanhorigheden en voor publiek toegankelijke plaatsen
                                                waarvoor een ontheffing, <cursief>als bedoeld in
                                                  artikel 35 van de Drank- en horecawet</cursief>,
                                                geldt;</al></li><li nr="2."><al>alle voor het publiek toegankelijke lokaliteiten,
                                                open plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede
                                                de daarbij behorende terrassen en de daarmee
                                                gemeenschap hebbende vertrekken die niet uitsluitend
                                                als woning of winkel, als bedoeld in de
                                                Winkeltijdenwet (met uitzondering van afhaalcentra)
                                                worden gebruikt, voor zover daar bij wijze van
                                                hoofdfunctie of overwegende nevenfunctie gelegenheid
                                                wordt gegeven om al dan niet tegen betaling
                                                enigerlei eetwaren en/of alcoholvrije drank te
                                                verkrijgen en/of te gebruiken;</al></li><li nr="3."><al>afhaalcentra, zijnde winkels waar voor gebruik
                                                elders dan ter plaatse uitsluitend eetwaren en/of
                                                alcoholvrije drank plegen te worden verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder beheerder (houder) wordt in deze paragraaf verstaan:
                                        degene die onmiddellijk leiding geeft aan de exploitatie van
                                        een inrichting en als zodanig doorgaans gedurende de
                                        openingstijden in de inrichting aanwezig dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder bezoeker wordt in deze paragraaf verstaan: een ieder
                                        die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>de levenspartner en kinderen van de beheerder van de
                                                inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- of
                                                aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de
                                                zijlijn tot en met de derde graad of die van zijn
                                                levenspartner;</al></li><li nr="b."><al>de personen die voorkomen in het register als
                                                bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
                                                Strafrecht;</al></li></lijst><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
                                        dringende redenen noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Vergunningsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        horeca-inrichting als bedoeld in deze paragraaf te
                                        exploiteren (exploitatievergunning).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><lijst><li nr="-"><al>Het exploiteren van bepaalde categorieën
                                                  inrichtingen, genoemd in artikel 2.25, lid 1,
                                                  onder a, b en c, kan, al dan niet beperkt tot een
                                                  bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van
                                                  vergunningsplicht worden vrijgesteld;</al></li><li nr="-"><al>de horeca-inrichtingen zoals bedoeld in
                                                  artikel 2.25, lid 1, sub a en feesttenten worden
                                                  van een vergunningsplicht vrijgesteld.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De burgemeester kan nadere regels stellen aan de
                                                onder a genoemde vrijstelling.</al></li><li nr="c."><al>De exploitatie van een horeca-inrichting, waarop een
                                                vrijstelling als in sub a van toepassing is, dient
                                                zodanig te geschieden dat daardoor de woon- en
                                                leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf
                                                en/of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze
                                                nadelig wordt beïnvloed.</al></li><li nr="d."><al>Voorschriften aan de vergunning verbinden.</al></li><li nr="e."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning een
                                                aanvraagformulier vaststellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a"><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op
                                                naam gezet van de beheerder van de inrichting; de
                                                vergunning is niet overdraagbaar.</al></li><li nr="b."><al>Er dienen minimaal twee beheerders op de vergunning
                                                vermeld te worden.</al></li><li nr="c."><al>Bij de aanvraag dient een niet meer dan drie maanden
                                                tevoren ten behoeve van de (mede-)beheerder(s)
                                                afgegeven verklaring omtrent het gedrag overgelegd
                                                te worden. Als een horeca-inrichting door een NV of
                                                BV wordt geëxploiteerd, zal bij de directie
                                                Bestuurszaken van het ministerie daarover navraag
                                                worden gedaan. Indien er sprake is van een NV of BV
                                                in oprichting (i.o.), kan er een door de minister af
                                                te geven verklaring van geen bezwaar worden
                                                verlangd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De burgemeester beslist binnen acht weken na de
                                                datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden
                                                is ontvangen.</al></li><li nr="b."><al>De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste
                                                acht weken verdagen. De aanvrager van de vergunning
                                                wordt voor de afloop van de in het eerste lid
                                                bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van
                                                de verdaging.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting
                                                in strijd is met een geldend bestemmingsplan en/of
                                                met een Leefmilieuverordening;</al></li><li nr="b."><al>de inrichting en/of de beheerder niet voldoet aan de
                                                aan de vergunning(aanvraag) verbonden
                                                voorschriften;</al></li><li nr="c."><al>de inrichting niet voldoet aan de volgende
                                                inrichtingseisen:</al><lijst><li nr="-"><al>in de horeca-inrichting moet één lokaliteit
                                                  een oppervlakte hebben van ten minste 35 m5 en
                                                  elke andere lokaliteit een oppervlakte van ten
                                                  minste 25 m5;</al></li><li nr="-"><al>in een lokaliteit mogen geen voorzieningen
                                                  zijn aangebracht die een gehele afzondering van
                                                  een gedeelte van de lokaliteit mogelijk
                                                  maken;</al></li><li nr="-"><al>van ieder punt van een lokaliteit uit moet bij
                                                  voortduring een deel van de lokaliteit met een
                                                  oppervlakte van ten minste 15 m5 kunnen worden
                                                  overzien;</al></li><li nr="-"><al>de lokaliteit moet een zodanige
                                                  kunstlichtvoorziening hebben dat de gemiddelde
                                                  horizontale verlichtingssterkte, gemeten op 1 m
                                                  boven de vloer, over de gehele oppervlakte ten
                                                  minste 50 lux bedraagt;</al></li><li nr="-"><al>de inrichting moet zijn voorzien van ramen met
                                                  een zodanige oppervlakte dat voldoende
                                                  daglichttoetreding is gewaarborgd, met dien
                                                  verstande dat het raamoppervlak tenminste gelijk
                                                  moet zijn aan die oppervlakte die in het
                                                  Bouwbesluit ten aanzien van verblijfsgebieden in
                                                  woningen wordt gesteld;</al></li><li nr="-"><al>de ramen van de inrichting moeten zijn bezet
                                                  met blank doorzichtig glas, waarvan ten hoogste
                                                  20% mag zijn bedekt met materiaal dat
                                                  daglichttoetreding verhindert;</al></li><li nr="-"><al>behoudens het bepaalde onder sub e mag de
                                                  daglichttoetreding niet worden gehinderd door
                                                  afscherming van het raamoppervlak binnen de
                                                  inrichting;</al></li><li nr="-"><al>in de inrichting moeten de luchtverversing, de
                                                  elektriciteits- en drinkwatervoorziening voldoen
                                                  aan het bepaalde in het Bouwbesluit;</al></li><li nr="-"><al>in de inrichting moet een voorziening aanwezig
                                                  zijn om het glas- en vaatwerk met stromend
                                                  deugdelijk drinkwater te kunnen reinigen;</al></li><li nr="-"><al>in de inrichting moet, ten behoeve van de
                                                  bezoekers, een gescheiden toiletinrichting voor
                                                  zowel mannen als vrouwen aanwezig zijn, die
                                                  voldoet aan de vereisten gesteld in het
                                                  Bouwbesluit;</al></li><li nr="-"><al>elke toiletgelegenheid moet tenminste
                                                  bevatten:</al><lijst><li nr="*"><al>één of meer behoorlijke privaten;</al></li><li nr="*"><al>één of meer behoorlijke voorzieningen om de
                                                  handen met stromend deugdelijk drinkwater te
                                                  kunnen wassen;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>de in de privaten aanwezige closetpotten en de
                                                  urinoirs moeten voorzien zijn van een
                                                  waterspoeling, welke is aangesloten op de
                                                  drinkwatervoorziening;</al></li><li nr="-"><al>in bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag
                                                  afwijkingen van de in dit artikel opgenomen
                                                  inrichtingseisen toestaan.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn
                                        oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare
                                        orde (zal) word(en)t aangetast en/of het woon- of
                                        leefklimaat in de omgeving van de inrichting op een
                                        ontoelaatbare wijze nadelig (zal) word(en)t beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
                                        weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>het karakter van de straat en van de wijk waarin de
                                                inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de horeca-inrichting;</al></li><li nr="c."><al>de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                                blootstaat of bloot zal komen te staan door de
                                                exploitatie van de inrichting;</al></li><li nr="d."><al>de concentratie van inrichtingen in een bepaald
                                                gebied;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van bedrijfsvoering van de beheerder van de
                                                inrichting in deze of in andere inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van exploitatie van de inrichting in het
                                                verleden, voorzover de ondernemer onveranderd is
                                                gebleven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien aannemelijk is dat de beheerder van de inrichting
                                            betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden
                                            verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting,
                                            die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
                                            bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
                                            omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="b."><al>indien de beheerder van de inrichting toestaat, danwel
                                            gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden
                                            gepleegd;</al></li><li nr="c."><al>indien de beheerder van de inrichting zich schuldig
                                            maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele
                                            geaardheid;</al></li><li nr="d."><al>indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten
                                            hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend
                                            blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de
                                            openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon-
                                            of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;</al></li><li nr="e."><al>indien de beheerder in strijd handelt met het bij of
                                            krachtens artikel 2:30 bepaalde;</al></li><li nr="f."><al>indien de beheerder in strijd handelt met de aan de
                                            vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>indien de omstandigheden op grond waarvan de vergunning
                                            is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, danwel de
                                            exploitatie van de inrichting op zodanige wijze
                                            plaatsvindt dat het woon- en leefklimaat in de naaste
                                            omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                            benvloed;</al></li><li nr="h."><al>de exploitatie voor een periode van langer dan drie
                                            maanden is of wordt onderbroken;</al></li><li nr="i."><al>de (hoofd)beheerder en/of medebeheerder(s) deze
                                            hoedanigheid heeft of hebben verloren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30</nr><titel>Sluitingsuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een horecabedrijf verboden zonder
                                        vergunning van de burgemeester dit voor bezoekers geopend te
                                        hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven tussen 00.00 uur en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.4 kan de
                                        burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift voor
                                        een afzonderlijk horecabedrijf of voor een daartoe behorend
                                        terras een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren
                                        vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften
                                        van toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.31</nr><titel>Toegang ambtenaren van politie tot
                                        horecabedrijven</titel></kop><al>De houder van een horecabedrijf is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat ambtenaren van politie vanaf de weg onmiddellijk en
                                    onbelemmerd toegang hebben tot zijn bedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de tijd dat het bedrijf voor bezoekers geopend
                                            is; dan wel</al></li><li nr="b."><al>gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn
                                            en indien die ambtenaren van politie hun vermoeden uiten
                                            dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.32</nr><titel>Afwijking sluitingsuur; algehele sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of, in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan krachtens
                                        artikel 2.30 geldende sluitingsuren vaststellen of
                                        tijdelijke sluiting van bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel
                                        13b, Opiumwet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.33</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten inrichting</titel></kop><al>Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge
                                    artikel 2.30 of krachtens een op grond van artikel 2.32 door de
                                    burgemeester genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te
                                    zijn, zich als bezoeker daarin of aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een inrichting de orde te verstoren.</al></artikel></paragraaf></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID EN TER BESCHERMING VAN
                                DE EIGENDOM</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.35</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg, of een roerend of onroerend goed
                                    zichtbaar vanaf de weg te bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een roerend of
                                    onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken of op andere wijze aan te
                                            brengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen plaatsen aan waar het is
                                    toegestaan een meningsuiting of bekendmaking, geen betrekking
                                    hebbende op handelsreclame, te uiten op de wijze genoemd in het
                                    tweede lid, onder a en b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.36</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg of
                                    openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                    aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing,
                                    indien de in dat lid bedoelde materialen of gereedschappen niet
                                    zijn gebezigd of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden
                                    in artikel 2.35.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.37</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg te
                                    vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse sleutels,
                                    touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of
                                    middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot
                                    een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
                                    openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te
                                    vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien de in dat lid bedoelde gereedschappen, voorwerpen of
                                    middelen niet bestemd of gebruikt zijn voor de in dat lid
                                    bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.38</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te
                                    bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken,
                                    wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten
                                    de daarin gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.39</nr><titel>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een
                                            beeld, monument, overkapping, constructie, voertuig, hek
                                            (omheining) of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                            daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                            wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                    artikel 424, 426 bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40</nr><titel>Belemmeren toegang of uitgang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg een voertuig op zodanige wijze te
                                    plaatsen, dat daardoor de toegang tot of de uitgang uit een
                                    gebouw of erf, waarvan hij geen gebruiker is, belemmerd
                                    wordt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor gevallen waarin
                                    artikel 24 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.41</nr><titel>Hinderlijk drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="1."><al>een terras dat deel uitmaakt van een inrichting, als
                                            bedoeld in artikel 2.25, lid 1, onder a, b en c;</al></li><li nr="2."><al>de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder
                                            a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35
                                            van de Drank- en horecawet;</al></li><li nr="3."><al>door burgemeester en wethouders aangewezen wegen of
                                            weggedeelten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.42</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een
                                            gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van een zodanig gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.43</nr><titel>Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor
                                de desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.45</nr><titel>Onbeheerd laten staan van voertuigen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg of op een van de weg af
                                toegankelijke niet afgesloten plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig op twee wielen met of zonder zijspanwagen
                                        of een twee- of driewielige fiets of bromfiets onbeheerd te
                                        laten zonder dat het door een deugdelijk slot of op andere
                                        wijze ongeschikt is gemaakt voor onmiddellijk
                                        wegrijden;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig op meer dan twee wielen te laten staan
                                        zonder dat maatregelen genomen zijn om te voorkomen dat
                                        onbevoegden met dit motorvoertuig kunnen wegrijden;</al></li><li nr="c."><al>een motorvoertuig op meer dan twee wielen - met uitzondering
                                        van een motorvoertuig op twee wielen met zijspanwagen -
                                        onbeheerd te laten tussen een kwartier na zonsondergang en
                                        een kwartier voor zonsopgang zonder dat het geheel is
                                        afgesloten;</al></li><li nr="d."><al>een fietswrak of zwerffiets te plaatsen of te hebben.</al><al> Onder fietswrak wordt verstaan:</al><al> een fiets - al dan niet op slot - die rijtechnisch in een
                                        zodanig verwaarloosde toestand verkeert dat deze geenszins
                                        kan worden gebruikt voor het doel waarvoor deze is
                                        geproduceerd en die gedurende een nader door het college van
                                        burgemeester en wethouders te bepalen termijn op eenzelfde
                                        locatie is achtergelaten zonder dat de rechthebbende van de
                                        fiets daarvan gebruik heeft gemaakt; </al><al>Onder zwerffiets wordt verstaan:</al><al> een fiets - al dan niet op slot - die gedurende een nader
                                        door het college van burgemeester en wethouders te bepalen
                                        termijn op eenzelfde locatie is achtergelaten, zonder dat
                                        daarvan door de rechthebbende gebruik is gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.46</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en
                                plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een terrein
                                waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid
                                gehouden wordt welke publiek trekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.47</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel van
                                    een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                    kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                    gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker een zich in een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te
                                    bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.48</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>Het is verboden bewakingsapparatuur te gebruiken indien daarmee
                                personen kunnen worden gadegeslagen in een ander gebouw, vaartuig of
                                besloten erf dan waar de bewakingsapparatuur staat opgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.49</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>Het is verboden zonder dat daartoe redelijkerwijs noodzaak bestaat
                                een toestel bestemd tot alarmering van de politie, de brandweer of
                                enige andere overheidsinstelling in werking te stellen, danwel
                                genoemde diensten nodeloos te alarmeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.50</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    in, op of aan een onroerend goed een alarminstallatie
                                    geïnstalleerd te hebben die een voor de omgeving opvallend
                                    geluid- of lichtsignaal kan produceren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden ten aanzien van een onroerend goed waarin,
                                    waaraan of waarop een alarminstallatie is aangebracht, de
                                    alarminstallatie in werking te hebben, indien deze buiten
                                    noodzaak enigerlei alarmsignaal voortbrengt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.51</nr><titel>Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie</titel></kop><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                        aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen
                                        plaats;</al></li><li nr="c."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
                                        door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die
                                        de eigenaar of houder duidelijk doen kennen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.52</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat is bestemd of mede is
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen
                                            plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.53</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                                verblijven of te laten lopen op de weg of het terrein van een ander,
                                anders dan kort aangelijnd, voldoende in iemands macht en voorzien
                                van een doelmatige muilkorf of muilband, nadat burgemeester en
                                wethouders hem schriftelijk hebben medegedeeld dat zij die hond
                                gevaarlijk of hinderlijk achten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.54</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gedeelten van de
                                    gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de
                                    openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of van
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels, dan
                                            wel;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren
                                    aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met
                                    inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde
                                    regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                    door hen is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een
                                    onroerend goed gelegen binnen een krachtens het eerste lid
                                    aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het
                                    in het tweede lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het aanwezig hebben van dieren gebeurt in strijd met het
                                    bepaalde krachtens het eerste lid kunnen burgemeester en
                                    wethouders degene die de dieren aanwezig heeft aanschrijven tot
                                    het treffen van maatregelen ter voorkoming of opheffing van
                                    overlast of van schade aan de openbare gezondheid. Degene tot
                                    wie de aanschrijving is gericht of diens rechtsopvolger is
                                    verplicht de aanschrijving op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover de Hinderwet
                                    van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.55</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een wild dier dat bij ontsnapping voor mens of
                                    dier gevaar kan opleveren, te houden of aanwezig te hebben
                                    anders dan ten behoeve van een circus dat in de gemeente
                                    optreedt nadat daarvoor overeenkomstig artikel 2.23 vergunning
                                    is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.56</nr><titel>Loslopend vee en pluimvee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee of pluimvee, dat zich bevindt in een aan een
                                weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden
                                door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat
                                zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee of pluimvee die
                                weg niet kan bereiken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.57</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.23*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3.66*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12.05*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>handelaar</al></entry><entry colname="col3"><al>: </al></entry><entry colname="col4"><al>de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
                                                  algemene maatregel van bestuur op grond van
                                                  artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                                  Strafrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>verkoopregister</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het aantekening houden van het verkopen of op
                                                  andere wijze overdragen van alle gebruikte en
                                                  ongeregelde goederen door de handelaar.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.58</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte
                                of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze
                                overdraagt, in een doorlopend en een door of namens het hoofd van de
                                plaatselijke politie gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                        goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                        voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                        goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van
                                        het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                        verkregen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.59</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 473 ter,
                                        tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester
                                        of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in
                                        kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte
                                        maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn
                                        woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door
                                        hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn
                                        register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie
                                        dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering
                                        van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van
                                        een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik
                                        zijnde lokaliteit;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is
                                        gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard
                                        van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;</al></li><li nr="d."><al>indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen
                                        waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a.
                                        bedoelde functionaris;</al></li><li nr="e."><al>zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven
                                        aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester
                                        aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of
                                        gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van
                                        handelaar niet langer uitoefent, de onder a. bedoelde
                                        functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen
                                        drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.61</nr><titel>Handel te water</titel></kop><al>Het bepaalde in de artikelen 2.61 en 2.62 geldt niet voorzover de
                                handelaar de handel te water uitoefent in de zin van het Besluit
                                toezicht handel te water (Koninklijk Besluit van 24 juli 1970, Stb.
                                361).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.62</nr><titel>Handel in horeca-inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een inrichting verboden toe te laten dat
                                    een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                    inrichting enig voorwerp verhandelt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare
                                    verkopingen en veilingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.08*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="2.68*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="7.20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>inrichting</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de inrichting als bedoeld in artikel 2.25, lid
                                                  1, onder a, b, en c;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>houder</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>de houder als bedoeld in artikel 2.25, lid
                                                  2.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>6</nr><titel>VUURWERK</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.63</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder vuurwerk:</al><al>vuurwerk waarop het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen
                                (Stb. 1993, 215) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.64</nr><titel>Afleveren van vuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf vuurwerk af te leveren, dan wel ter aflevering
                                    aanwezig te houden, zonder vergunning van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                    gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang
                                    van het voorkomen of beperken van overlast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.65</nr><titel>Bezigen van vuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg of op een andere voor het
                                    publiek toegankelijke plaats vuurwerk te bezigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op:</al><al> 31 december na 10.00 uur en 1 januari voor 02.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan
                                    door burgemeester en wethouders dan wel, indien het bezigen van
                                    vuurwerk verband houdt met een openbare vermakelijkheid, door de
                                    burgemeester van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing worden verleend voor andere data en tijden dan de in
                                    het tweede lid genoemde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.66</nr><titel>Gevaarlijk bezigen van vuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden vuurwerk te bezigen op een door burgemeester en
                                    wethouders in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden vuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek
                                    toegankelijke plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade of
                                    overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7</nr><titel>DRUGSOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.67</nr><titel>Sluiting van drugspanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a, Gemeentewet gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erft te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b, Opiumwet gesloten
                                    voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf
                                    te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde verboden gelden niet
                                    voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal
                                    wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van het in het eerste of tweede lid
                                    bedoelde verbod ontheffing te verlenen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>9</nr><titel>VERBLIJFSONTZEGGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.69</nr><titel>Verblijfsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan degene van wie mag worden verwacht dat hij,
                                    hetzij alleen, hetzij in groepsverband de openbare orde
                                    verstoort dan wel dreigt te verstoren door het plegen van
                                    strafbare feiten, door baldadig of hinderlijk gedrag of
                                    anderszins personen lastig valt of schade toebrengt, uit het
                                    oogpunt van het handhaven van de openbare orde het bevel geven
                                    zich te verwijderen en zich verwijderd te houden van of uit een
                                    door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of gebied,
                                    gedurende de tijd, bij het bevel genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich op een plaats of in een gebied te bevinden
                                    in strijd met een krachtens het eerste lid gegeven bevel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de
                                    persoon tot wie het bevel is gericht:</al><lijst><li nr="a."><al>op de plaats of in het gebied blijkens opgave in het
                                            persoonsregister van de gemeente woonachtig is;</al></li><li nr="b."><al>aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied
                                            werkzaam is:</al></li><li nr="c."><al>zich in een middel van openbaar vervoer bevindt;</al></li><li nr="d."><al>anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend
                                            belang heeft zich op die plaats of in het gebied op te
                                            houden.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen en nadere regels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden;
                                        onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan: het
                                college van burgemeester en wethouders of, voorzover het betreft
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
                                bedoeld in artikel 174 van de gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het
                                bevoegd bestuursorgaan over de uitoefening van de bevoegdheden in
                                dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, escortbedrijven, straatprostitutie, sekswinkels
                                en dergelijke.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Seksinrichtingen en escortbedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigingen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in
                                    ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="-"><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="-"><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="-"><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="-"><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                            seksinrichting door middel van een situatietekening met
                                            een schaal van ten minste 1:1000;</al></li><li nr="-"><al>de plattegrond van de seksinrichting door middel van een
                                            tekening met een schaal van ten minste 1:100;</al></li><li nr="-"><al>bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de
                                            Kamer van Koophandel en Fabrieken; en</al></li><li nr="-"><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimte bestemd voor een
                                            seksinrichting of escortbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel l37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van duizend gulden of
                                            meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel
                                            9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 250a, 252, 300 tot en met 303,
                                                  416, 417, 417bis, 426, 429quarter en 453 van het
                                                  Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6, artikel 8 of artikel 163 van de
                                                  Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan zevenhonderd vijftig gulden bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3.2.1, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Sluitingsuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                    verblijven tussen 00.00 uur en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van
                                    toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.4</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; tijdelijke
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in het geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                    dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel
                                                3.2.3<cursief>., </cursief>eerste of tweede
                                                lid<cursief>,</cursief> geldende sluitingsuren
                                            vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste
                                    lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
                                    van de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en
                                            XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.6</nr><titel>Straat- en raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door de politieambtenaren het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.7</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder of houder van een
                                    perceel, gelegen aan een door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen weg, verboden daarin een sekswinkel of seksboetiek
                                    dan wel enig andere voor het publiek toegankelijke besloten
                                    ruimte waar seksartikelen aan particulieren plegen te worden
                                    verkocht, in gebruik te nemen of te hebben. Onder perceel wordt
                                    mede verstaan een gedeelte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen
                                    verleend indien moet worden aangenomen dat daardoor de leef- en
                                    woonsituatie aan de aangewezen weg en zijn omgeving niet nadelig
                                    zal worden beïnvloed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.8</nr><titel>Tentoonstellingen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen,opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te
                                    bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn en weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid<cursief>,
                                    </cursief>binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag
                                    ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste
                                        lid<cursief>,</cursief> wordt geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3.3.2 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat er in de seksinrichting of
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            aantasting van woon- of leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de veiligheid van personen of
                                            goederen;</al></li><li nr="e."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
                                            prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie, wijziging van beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.2</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid,
                                    onder b<cursief>,</cursief> het beheer in de seksinrichting of
                                    het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                    daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het
                                    beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3.3.2., eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>GELUIDHINDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Begripsomschrijvinge</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besluit: het Besluit horeca-, sport- en
                                        recreatie-inrichtingen milieubeheer (Stb. 1998, 323);</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting waarop het Besluit horeca-,
                                        sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>festiviteit: festiviteit als bedoeld in voorschrift 1.1.9
                                        van de bijlage onder B van het Besluit horeca-, sport en
                                        recreatie-inrichtingen mililieubeheer;</al></li><li nr="e."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden, zoals
                                        Koninginnedag, carnaval, et cetera;</al></li><li nr="f."><al>incidentele festiviteit: festiviteit die gebonden is aan één
                                        of een klein aantal inrichtingen zoals de viering van een
                                        jubileum, et cetera.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 van de bijlage
                                    onder B van het Besluit gelden niet voor door de burgemeester
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorschrift 1.5.1 van de bijlage onder B van het Besluit
                                    geldt niet voor door burgemeester per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwijzing, als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                    geschiedt per deel van de gemeente conform de in bijlage 1 bij
                                    deze afdeling aangegeven indeling van gebieden en het daarbij
                                    per gebied aangegeven maximum aantal dagen of dagdelen per
                                    kalenderjaar ten behoeve van collectieve festiviteiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester publiceert ten minste vier weken voor het begin
                                    van een nieuw kalender jaar in één of meer huis-aan-huisbladen
                                    welke festiviteiten binnen de gehele gemeente of binnen (een)
                                    de(e)l(en) van de gemeente worden aangemerkt als collectieve
                                    festiviteit in de zin van lid 1 in het nieuwe kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    aanwijzen als collectieve festiviteit als bedoeld in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alle aanwijzingen en/of bevelen, gegeven door de brandweer, de
                                    politie of daartoe aangewezen ambtenaren van de gemeente, dienen
                                    stipt en onverwijld opgevolgd te worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal het in bijlage 1 bij
                                    deze afdeling per gebied aangegeven aantal incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    voorschriften 1.1.1, 1.1.5, 1.1.7 en 1.1.8 uit de bijlage onder
                                    B van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van
                                    de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit de burgemeester in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting maximaal het in bijlage 1 bij deze
                                    afdeling per gebied aangegeven aantal incidentele festiviteiten
                                    per kalenderjaar te houden waarbij de voorschriften 1.5.1 uit de
                                    bijlage onder B van het Besluit niet van toepassing is, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit de burgemeester daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de
                                    kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer
                                    het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar
                                    waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat
                                    formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                    burgemeester op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De houder van de inrichting die voornemens is een incidentele
                                    festiviteit te houden, is verplicht ten minste twee weken voor
                                    de aanvang van de festiviteit de omwonenden daarvan op de hoogte
                                    te stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Alle aanwijzingen en/of bevelen, gegeven door brandweer, de
                                    politie of daartoe aangewezen ambtenaren van de gemeente, dienen
                                    stipt en onverwijld opgevolgd te worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te
                                laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 4.3 is gedaan;</al></li><li nr="b."><al>gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de
                                        kennisgeving, als bedoeld in artikel 4.3, zijn
                                        verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>de burgemeester het organiseren van een incidentele
                                        festiviteit verboden heeft, hetzij op grond van het
                                        overschrijden van het maximum aantal dagen of dagdelen als
                                        bedoeld in artikel 4.3, lid 1 en lid 2, hetzij wanneer naar
                                        zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                        inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        worden beïnvloed.</al><al> Deze situatie doet zich in ieder geval voor indien meer dan
                                        twaalfmaal per kalenderjaar, al dan niet toegestaan, een
                                        geluidnormoverschrijding heeft plaatsgevonden of zal
                                        plaatsvinden; </al></li><li nr="d."><al>dit plaatsvindt na 01.00 uur. Indien er sprake is van een
                                        studentensociëteit met een besloten karakter buiten gebied
                                        I, gaat het verbod in om 02.00 uur;</al></li><li nr="e."><al>omwonenden niet conform artikel 4.3, lid 6, op de hoogte
                                        zijn gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met toestellen of geluidsapparaten dan wel op
                                    andere wijze handelingen te verrichten, waardoor voor een
                                    omwonende en/of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt,
                                    of toe te laten dat deze handelingen worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    bepaalde ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing wordt geweigerd wanneer naar het oordeel van
                                    burgemeester en wethouders de woon- en leefsituatie in de
                                    omgeving van de plaats waarop de ontheffing doelt en/of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voorzover de op de
                                    Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wegenverkeerswet,
                                    de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het
                                    Reglement Verkeerstekens en verkeersregels of het
                                    Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen van toepassing
                                    zijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Verontreiniging van de weg en van terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>afval of vuilnis of enig andere dergelijke stof of
                                            voorwerp, die/dat aanleiding kan geven tot
                                            verontreiniging, beschadiging of onvoldoende afwatering
                                            van de weg, dan wel aanleiding kan geven tot hinder of
                                            nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de bodem,
                                            buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te
                                            plaatsen, te storten, te werpen, uit te gieten, te laten
                                            vallen of lopen of te houden;</al></li><li nr="b."><al>een op of aan de weg geplaatste afvalmand, -bak of
                                            soortgelijk voorwerp te gebruiken voor een ander doel
                                            dan voor het daarin deponeren van klein afval, zoals
                                            verpakkingen van versnaperingen en kleine eetwaren, en
                                            sigaretten- en sigarendoosjes.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid,
                                    onder a, gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de stoffen of voorwerpen op de weg geraken of
                                    tijdelijk op de weg worden gebracht als onvermijdelijk gevolg
                                    van het laden of lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen
                                    dan wel van het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de
                                    weg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    voorts niet voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>de Afvalstoffenwet, de Wet chemische afvalstoffen, de
                                            Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet, de op de
                                            Hinderwet gebaseerde voorschriften, de Wet
                                            bodembescherming;</al></li><li nr="b."><al>artikel 5 of 9 van het Rijkswegenreglement of;</al></li><li nr="c."><al>het Gelders Wegenreglement of de Gelderse
                                            bodembeschermingsverordening van toepassing zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij het laden of lossen of vervoeren van stoffen of
                                    voorwerpen dan wel bij andere werkzaamheden de weg wordt
                                    verontreinigd, is degene die genoemde werkzaamheden verricht,
                                    alsmede, indien deze in opdracht handelt, zijn opdrachtgever
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van
                                            het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg terstond na het ontstaan van de
                                            verontreiniging;</al></li><li nr="b."><al>indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid
                                            van het verkeer of voor beschadiging van het wegdek
                                            oplevert, de weg terstond na de beëindiging van de
                                            werkzaamheden of, indien deze langer dan een dag duren,
                                            elke dag terstond na beëindiging van de werkzaamheden op
                                            die dag, te reinigen of te doen reinigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                    artikel 9, tweede lid, van het Rijkswegenreglement of het
                                    Gelders Wegenreglement van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder of beheerder van een winkel, hal, kraam of andere
                                    dergelijke inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden
                                    verkocht welke ter plaatse kunnen worden genuttigd, is
                                    verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
                                            inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te
                                            hebben, waarin het publiek papier, etensresten,
                                            verpakkingsmateriaal en ander afval kan
                                            achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
                                            voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval
                                            daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die mand, die
                                            bak of dat voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder of beheerder van een inrichting, bedoeld in het eerste
                                    lid is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na
                                    sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op
                                    eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op
                                    de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van
                                    de inrichting op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen,
                                    voorzover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, worden
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting geldt
                                    niet voorzover op de Hinderwet gebaseerde voorschriften van
                                    toepassing zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Verspreiding van reclame- of strooibiljetten e.d. op de
                                    weg</titel></kop><al>Degene die op de weg reclame- of strooibiljetten of dergelijke
                                geschriften/afbeeldingen onder het publiek verspreidt, is verplicht
                                deze, indien zij in de omgeving van de plaats van uitreiking op de
                                weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het
                                publiek worden weggeworpen, of op andere wijze op de weg raken,
                                terstond te verwijderen of te doen verwijderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Verspreiding van handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ongeadresseerde handelsreclame te bezorgen of te
                                    doen bezorgen aan huis, kantoor of bedrijf, indien de
                                    rechthebbende op dat gebouw door middel van de van gemeentewege
                                    verspreide sticker te kennen geeft deze handelsreclame niet te
                                    willen ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    huis-aan-huis bladen en voor de gemeentegids.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren, alsmede niet-openbare riolen en putten
                                buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand, die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, dan wel hinder of, nadeel voor de
                                gezondheid van de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>BESCHERMING VAN FLORA EN FAUNA</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><al>Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij
                                de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of
                                bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een
                                bloem- of heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepziekte:</al><al> de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
                                            ulmi (Buism.) Nannf. (syn Ceraticystis ulmi (Buism.) C.
                                            Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever:</al><al> het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot
                                            de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                            multistriatus (Marsh).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                    iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de
                                    bij de aanschrijving te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                            voorhanden of in voorraad te hebben, houden of te
                                            vervoeren.</al></li><li nr="b."><al>Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
                                            4 centimeter.</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het onder a van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>- Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans,
                                    afvalstoffen, mest, ingekuilde land bouwproducten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, in de openlucht, buiten de
                                    weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij
                                    nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen
                                    of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de door
                                    hen gestelde regels:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
                                            dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
                                            gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afval, afbraakmaterialen
                                            en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
                                    wordt verstaan in artikel 1 van de Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een door burgemeester en wethouders krachtens
                                    het eerste lid aangewezen plaats een door hen aangeduid voorwerp
                                    of stof:</al><lijst><li nr="a."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan
                                            wel</al></li><li nr="b."><al>op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders
                                            dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                            regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover de Wet
                                    milieubeheer, de Wet op de Ruimtelijke Ordening of een
                                    provinciale verordening van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>PARKEEREXCESSEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colwidth="1.48*"/><colspec colname="col2" colwidth="3.00*"/><colspec colname="col3" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col4" colwidth="9.80*"/><colspec colname="col5" colwidth="1.77*"/><colspec colname="col6" colwidth="8.07*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>wegen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                                  openstaande wegen of paden, de daarin liggende
                                                  bruggen en duikers, alsmede de tot de wegen
                                                  behorende paden en bermen of zijkanten;</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>voertuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>alle voertuigen met uitzondering van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>1.</al></entry><entry colname="col5"><al>treinen en trams;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>2.</al></entry><entry colname="col5"><al>fietsen en bromfietsen in de zin van het
                                                  Wegenverkeersreglement;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>3.</al></entry><entry colname="col5"><al>kruiwagens, rolstoelen, kinderwagens en
                                                  dergelijke kleine voertuigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>parkeren</al></entry><entry colname="col3"><al>:</al></entry><entry colname="col4"><al>het doen of laten staan van voertuigen, anders
                                                  dan gedurende de tijd die nodig is voor en
                                                  gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                                  uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk
                                                  laden of lossen van goederen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>twee of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                            voertuigen, dan wel;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in
                                            het eerste lid genoemde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door burgemeester en wethouders bij openbaar
                                    besluit aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te
                                    parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te
                                    verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    bedoelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Caravans e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan,
                                    magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk
                                    voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of
                                    mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te doen of
                                            laten staan op een door burgemeester en wethouders
                                            aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel
                                            buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                            beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats
                                            te doen of laten staan, waar dit naar hun oordeel
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                    Provinciale caravan- en tentenverordening, het Provinciaal
                                    wegenreglement of de provinciale landschapsverordening van
                                    toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door burgemeester en wethouders
                                    aangewezen plaats, waar dit parkeren naar hun oordeel schadelijk
                                    is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren
                                    naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    de beschikbare parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de in het eerste en tweede
                                    lid gestelde verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8</nr><titel>Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.9</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                    parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                    Hinderwet van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.10</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden als ruiter te rijden, met een voertuig, fiets of
                                    bromfiets te rijden, dan wel een voertuig, fiets of bromfiets te
                                    doen of te laten staan, door dan wel in een park of plantsoen,
                                    of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege
                                    aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                            uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                            overheid;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>COLLECTEREN, VENTEN, STANDPLAATSEN EN ROMMELMARKTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.11</nr><titel>Inzameling van geld of goed</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    een openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                    daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan
                                    het bij het aanbieden van bonnen, speldjes, geschreven of
                                    gedrukte stukken, snuisterijen en versnaperingen, alsmede van
                                    andere dergelijke goederen, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het houden van een inzameling geoorloofd is
                                            krachtens een toestemming als bedoeld in artikel 15 van
                                            de Rompwet instellingen van weldadigheid, dan wel een
                                            autorisatie als bedoeld in het koninklijk besluit van 22
                                            september 1823 (Stb. 41);</al></li><li nr="b."><al>voor een inzameling die in besloten kring gehouden
                                            wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen onder door hen te stellen
                                    voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door
                                    daarbij aangewezen instellingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.12</nr><titel>Venten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    in de uitoefening van de kleinhandel op of aan de weg of aan een
                                    openbaar water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet
                                    met enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de
                                    open lucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te
                                    verkopen of af te geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                            afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Grondwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkelsluitingswet
                                            1976;</al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op
                                            de plaats die is aangewezen voor het houden van een door
                                            de gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de
                                            tijden waarop die markt gehouden wordt;</al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                            5.13.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter
                                            plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.13</nr><titel>Standplaatsen; uitstallingen op de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere
                                    - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                    toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
                                            middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde
                                            in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te
                                            bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten
                                            aan te bieden;</al></li><li nr="b."><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
                                            hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken aan publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan,
                                    dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                    standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn
                                    uitgestald als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten
                                    aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven
                                    stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als
                                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al><al> Alsdan geldt ook het in het tweede lid gestelde verbod
                                    niet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op
                                    de plaats die is aangewezen voor het houden van een door de
                                    gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden dat de
                                    markt gehouden wordt voor een evenement als bedoeld in artikel
                                    2.22, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in
                                    artikel 5.14.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de
                                    Hinderwet, de Woningwet, het Rijkswegenreglement of het Gelders
                                    wegenreglement van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de</al><al> omgeving;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                            plaatse in gevaar komt;</al></li><li nr="f."><al>vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op een aanvraag
                                    voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag tevens
                                    een hinderwetplichtige activiteit betreft en indien geen
                                    toepassing kan worden gegeven aan het zesde lid, tot de dag
                                    waarop de beslissing omtrent de hinderwetvergunning is
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.14</nr><titel>Rommelmarkten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:</al><lijst><li nr="a."><al>in of op een - al dan niet met enige beperking - voor
                                            het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te
                                            organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige
                                            goederen worden verhandeld;</al></li><li nr="b."><al>toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te
                                            geven, dat in of op een - al dan niet met enige
                                            beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats
                                            met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel
                                            standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan
                                            publiek aan te bieden, te verkopen of te
                                            verstrekken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor ruimten
                                    die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en
                                    voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de
                                    Winkelsluitingswet 1976.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van een krachtens artikel 151 van de
                                            Gemeentewet ingestelde markt.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>OPENBAAR WATER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.15</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover artikel 350
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>TERREINRIJDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.16</nr><titel>– Terreinrijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden terrein te rijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een terrein verboden gelegenheid te
                                    geven tot terreinrijden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen terreinen aanwijzen waar het
                                    bepaalde in het eerste lid niet van toepassing is. Zij kunnen
                                    daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder terreinrijden wordt verstaan het besturen van een
                                    motorvoertuig, motorfiets, bromfiets of mountainbike,
                                    uitsluitend of hoofdzakelijk bij wijze van sport en recreatie,
                                    buiten de rijbaan van een weg, als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>STRAATNAAMBORDEN, HUISNUMMERS e.d.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.17</nr><titel>Gedoogplicht aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van burgemeester en wethouders, straatnaamborden,
                                    daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers
                                    en wijkaanduidingen, worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken tevoren aan de rechthebbende
                                    als bedoeld in het eerste lid hun voornemen bekend over te gaan
                                    tot het doen aanbrengen of wijzigen van straatnaamborden,
                                    daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers
                                    en wijkaanduidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.18</nr><titel>Verwijdering e.d. aanduidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5.17,
                                    eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen
                                    of onleesbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover het Wetboek
                                    van Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende
                                    op een bouwwerk die met inachtneming van het door burgemeester
                                    en wethouders vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in
                                    afwijkende vorm wenst aan te brengen. Burgemeester en wethouders
                                    kunnen ter zake nadere regels stellen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>TOEZICHT-, STRAF-, OVERGANGS- en SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en
                                wethouders aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn bevoegd met
                                medeneming van de benodigde apparatuur een woning binnen te treden
                                zonder toestemming van de bewoner.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van enige (verbods)bepaling en de krachtens deze verordening
                            gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van
                            ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie en kan
                            bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                            uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><al>De opsporing van de in artikel 6.1 strafbaar gestelde feiten is, naast
                            de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze
                            verordening zijn belast, ieder voorzover het de feiten betreft die in de
                            aanwijzing zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                afgekondigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip worden de Algemene Politie Verordening voor de
                                gemeente Wageningen, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 16 april
                                1964, alsmede alle wijzigingen daarop, ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens
                                de verordening bedoeld in</al><al> artikel 6.4, tweede lid blijven - indien en voorzover het gebod of
                                verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook
                                vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
                                bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven - indien en voorzover de
                                bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de
                                inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op
                                grond van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid is
                                ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de
                                overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in
                                deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste,
                                vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken
                                voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het
                                bevoegde orgaan is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de
                                verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende 6 maanden na het in werking treden van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>ook na de onder a bepaalde termijn, voorzover degene die de
                                        vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn
                                        een aanvraag als bedoeld in artikel 1.2 heeft ingediend,
                                        totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Aanhalingstitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel Algemene
                            Plaatselijke Verordening Wageningen of APV Wageningen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>ALFABETISCH REGISTER OP ARTIKEL</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="2.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanhalingstitel</al></entry><entry colname="col2"><al>6.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanwezigheid in gesloten inrichting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                        beheerder</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afleveren van vuurwerk </al></entry><entry colname="col2"><al>2.64</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>van eet- en drinkwaren</al></entry><entry colname="col2"><al>4.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afvalstoffen, opslag van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alarmeren, nodeloos</al></entry><entry colname="col2"><al>2.49</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alarminstallaties</al></entry><entry colname="col2"><al>2.50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Algemene bepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bebouwde kom, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beëindiging exploitatie</al></entry><entry colname="col2"><al>3.4.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begripsomschrijvingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belemmeren toegang of uitgang</al></entry><entry colname="col2"><al>2.40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bescherming groenvoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bescherming van flora en fauna</al></entry><entry colname="col2"><al>4.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beslistermijn</al></entry><entry colname="col2"><al>1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bespieden van personen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Betreden dan wel binnentreden woningen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bevoegd bestuursorgaan</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bewakingsapparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>2.48</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bezigen van vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>2.65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</al></entry><entry colname="col2"><al>4.6 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bouwwerk, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bromfietsen, opslag van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bruikbaarheid van de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.10 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Caravans e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Caravans, opslag van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Collecteren, venten, standplaatsen en rommelmarkten</al></entry><entry colname="col2"><al>5.11 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Defecte voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dieren, houden van hinderlijke of schadelijke</al></entry><entry colname="col2"><al>2.54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Drankgebruik, hinderlijk</al></entry><entry colname="col2"><al>2.41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Drugspanden, sluiting van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.67</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eigendom, maatregelen ter bescherming van de</al></entry><entry colname="col2"><al>2.35 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Evenement, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>2.22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Evenementen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.22 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Festiviteitenregeling</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1 t/m 4.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fietsen e.d., neerzetten van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.44</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fiets of bromfiets, overlast op markt- en</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kermisterrein e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.46</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Filmoperateur, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Flora en fauna, bescherming van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.13 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gedragseisen exploitant en beheerder</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geluidhinder, overige</al></entry><entry colname="col2"><al>4.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.7 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gevaarlijk bezigen van vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>2.66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gevaarlijke honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gids, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gladheid, veroorzaken van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Groenvoorzieningen </al></entry><entry colname="col2"><al>4.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handel in horeca-inrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.62</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handel te water</al></entry><entry colname="col2"><al>2.61</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handelsreclame, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handelsreclame, verspreiding van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heling van goederen, bepalingen ter bestrijding van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.57 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hinderlijk drankgebruik</al></entry><entry colname="col2"><al>2.41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.42</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.39</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.51 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Horecabedrijven, toezicht op</al></entry><entry colname="col2"><al>2.25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huishouding der gemeente, andere onderwerpen betref.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huisnummers e.d., straatnaamborden</al></entry><entry colname="col2"><al>5.17 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Iepziektebestrijding</al></entry><entry colname="col2"><al>4.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>IJs, veiligheid op het</al></entry><entry colname="col2"><al>2.21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inbrekerswerktuigen, vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>2.37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ingekuilde landbouwproducten, opslag</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inrichtingen voor het verbruiken van eet- en</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intrekkingsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inwerkingtreding APV</al></entry><entry colname="col2"><al>6.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inzage vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inzameling van geld of goed</al></entry><entry colname="col2"><al>5.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennisgeving optocht</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Loslopend vee en pluimvee</al></entry><entry colname="col2"><al>2.56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mest, opslag</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Milieu, bescherming van het</al></entry><entry colname="col2"><al>4.6 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Motorvoertuigen, opslag</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Muziek, feest en wedstrijd e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nadere regels</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurlijke behoefte doen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurschoon, bescherming van het</al></entry><entry colname="col2"><al>4.6 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nodeloos alarmeren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.49</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oevers en waterstaatswerken, beschadigen van</al></entry><entry colname="col2"><al>5.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onbeheerd laten staan van voertuigen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ongeregeldheden, bestrijding van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontsiering en stankoverlast, maatregelen tegen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontucht, uitlokken</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbaar water, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbaar water</al></entry><entry colname="col2"><al>5.15 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbare orde</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans,</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwproducten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opsporingsambtenaren</al></entry><entry colname="col2"><al>6.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Optochten en betogingen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.2 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Orde en veiligheid op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ordeverstoring</al></entry><entry colname="col2"><al>2.34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overgangsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>6.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overlast en baldadigheid, maatregelen tegen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.35 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Parkeerexcessen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Parkeerexcessen</al></entry><entry colname="col2"><al>5.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Persoonlijk karakter vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Plakgereedschap e.d., vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>2.36</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Plakken en kladden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Plantsoenen e.d., betreden van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pluimvee, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pluimvee, loslopend vee en</al></entry><entry colname="col2"><al>2.56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rechthebbende, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Reclamevoertuigen, parkeren van</al></entry><entry colname="col2"><al>5.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Riolen en putten buiten gebouwen, toestand van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rommelmarkten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Samenscholing en ongeregeldheden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sekswinkels</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Seksinrichtingen en escortbedrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sloten, toestand van</al></entry><entry colname="col2"><al>4.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sluiting van drugspanden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.67</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sluitingsuur</al></entry><entry colname="col2"><al>2.30; 3.2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Standplaatsen: uitstallingen op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>5.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stankoverlast en ontsiering, maatregelen tegen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.15 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stoken van vuur, verbod</al></entry><entry colname="col2"><al>2.17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straat- en raamprostitutie</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatartiest, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatfotograaf, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatkolken e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatnaamborden, huisnummers e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.17 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Strafbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>6.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>6.1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenaar, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>2.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tentoonstellingen, aanbieden en aanbrengen van
                                        erotisch-pornografische </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>goederen, afbeeldingen en dergelijke</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Termijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Terreinrijden</al></entry><entry colname="col2"><al>5.16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tijdelijke afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>3.2.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toegang of uitgang, belemmeren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toestand van sloten en andere wateren en niet-</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>openbare riolen en putten buiten gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezicht op evenementen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.22 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezicht op horecabedrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>2.25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uiterlijk aanzien van de gemeente, zorg voor het</al></entry><entry colname="col2"><al>4.6 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitlokken ontucht, kwetsing openbare zedelijkheid</al></entry><entry colname="col2"><al>3.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitweg, maken, veranderen van een</al></entry><entry colname="col2"><al>2.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaartuigen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vee, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vee, loslopend en pluimvee</al></entry><entry colname="col2"><al>2.56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheid op het ijs</al></entry><entry colname="col2"><al>2.21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheid van de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.13 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Venten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>5.12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verblijfsontzegging</al></entry><entry colname="col2"><al>2.69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verbod vuur te stoken</al></entry><entry colname="col2"><al>2.17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verboden optocht</al></entry><entry colname="col2"><al>2.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.2 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunningsplicht</al></entry><entry colname="col2"><al>2.26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkeer en verlichting, voorzieningen voor</al></entry><entry colname="col2"><al>2.19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkoopregister, verplichtingen met betrekking tot</al></entry><entry colname="col2"><al>2.58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>4.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verontreiniging door honden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.52</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verontreiniging van de weg en van terreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>4.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veroorzaken van gladheid</al></entry><entry colname="col2"><al>2.13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verspreiden van gedrukte stukken</al></entry><entry colname="col2"><al>2.7 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verspreiding van reclame- of strooibiljetten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>4.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vertoningen e.d. op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>2.8 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voertuigen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voertuigen e.d., onbeheerd laten staan van</al></entry><entry colname="col2"><al>2.45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter,</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>eerste lid van het Wetboek van Strafrecht</al></entry><entry colname="col2"><al>2.59</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorschriften, beperkingen vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>1.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al></entry><entry colname="col2"><al>2.19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vuur stoken, verbod</al></entry><entry colname="col2"><al>2.17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vuurwerk, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>2.63</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>2.63 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waterstaatswerken en oevers, beschadigen van</al></entry><entry colname="col2"><al>5.15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wedstrijd, feest en muziek e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>2.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weg, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weg, aanleggen, beschadigen of veranderen van een</al></entry><entry colname="col2"><al>2.11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weg, voorwerpen of stoffen op, aan of boven de</al></entry><entry colname="col2"><al>2.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wijziging beheer</al></entry><entry colname="col2"><al>3.4.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wilde dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>2.55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>2.24; 3.3.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Winkelwagentjes</al></entry><entry colname="col2"><al>2.14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woningen, betreden dan wel binnentreden</al></entry><entry colname="col2"><al>6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonschepen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zwerffietsen</al></entry><entry colname="col2"><al>2.45</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>ALFABETISCH REGISTER OP BLADZIJDE</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="2.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwerp</al></entry><entry colname="col2"><al>Bladzijde</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanhalingstitel</al></entry><entry colname="col2"><al>31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aanwezigheid in gesloten inrichting</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afleveren van vuurwerk </al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>van eet- en drinkwaren</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Afvalstoffen, opslag van</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alarmeren, nodeloos</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Alarminstallaties</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Algemene bepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bebouwde kom, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begripsomschrijvingen</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belemmeren toegang of uitgang</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bescherming groenvoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bescherming van flora en fauna</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beslistermijn</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bespieden van personen</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Betreden dan wel binnentreden woningen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bewakingsapparatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bezigen van vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bodem, weg- en milieuverontreiniging</al></entry><entry colname="col2"><al>22 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bouwwerk, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bordelen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bromfietsen, opslag van</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bruikbaarheid van de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>5 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Caravans e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Caravans, opslag van</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Collecteren, venten, standplaatsen en rommelmarkten</al></entry><entry colname="col2"><al>26 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Defecte voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dieren, houden van hinderlijke of schadelijke</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Drankgebruik, hinderlijk</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Drugspanden, sluiting van</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eigendom, maatregelen ter bescherming van de</al></entry><entry colname="col2"><al>11 e.v.</al></entry></row><row><entry><al>Evenement, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Evenementen</al></entry><entry colname="col2"><al>7 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Festiviteitenregeling</al></entry><entry colname="col2"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fietsen e.d., neerzetten van</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fiets of bromfiets, overlast op markt- en</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kermisterrein e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Filmoperateur, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Flora en fauna, bescherming van</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geluidhinder, overige</al></entry><entry colname="col2"><al>22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry><al>Gevaarlijk bezigen van vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gevaarlijke honden</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gids, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gladheid, veroorzaken van</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Groenvoorzieningen, bescherming</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handel in horeca-inrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handel te water</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handelsreclame, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handelsreclame, verspreiding van</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Heling van goederen, bepalingen ter bestrijding van</al></entry><entry colname="col2"><al>14 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hinderlijk drankgebruik</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hinderlijk gedrag op of aan de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Honden</al></entry><entry colname="col2"><al>13 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Horeca-inrichtingen </al></entry><entry colname="col2"><al>8 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huishouding der gemeente, andere onderwerpen betref.</al></entry><entry colname="col2"><al>25 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huisnummers e.d., straatnaamborden</al></entry><entry colname="col2"><al>29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Iepziektebestrijding</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>IJs, veiligheid op het</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inbrekerswerktuigen, vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ingekuilde landbouwprodukten, opslag</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intrekkingsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intrekking of wijziging vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inwerkingtreding APV</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inzage vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inzameling van geld of goed</al></entry><entry colname="col2"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennisgeving optocht</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Loslopend vee en pluimvee</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mest, opslag</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Milieu, bescherming van het</al></entry><entry colname="col2"><al>21 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Motorvoertuigen, opslag </al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Muziek, feest en wedstrijd e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurlijke behoefte doen</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurschoon, bescherming van het</al></entry><entry colname="col2"><al>21 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nodeloos alarmeren</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oevers en waterstaatswerken, beschadigen van</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onbeheerd laten staan van voertuigen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ongeregeldheden, bestrijding van</al></entry><entry colname="col2"><al>3 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontsiering en stankoverlast, maatregelen tegen</al></entry><entry colname="col2"><al>24 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontucht, uitlokken</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbaar water, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbaar water</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbare inrichtingen, toezicht op</al></entry><entry colname="col2"><al>8 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbare orde</al></entry><entry colname="col2"><al>3 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbare zedelijkheid</al></entry><entry colname="col2"><al>17 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans,</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>afvalstoffen, mest, ingekuilde landbouwprodukten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opsporingsambtenaren</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Optochten en betogingen</al></entry><entry colname="col2"><al>3 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Orde en veiligheid op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>3 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ordeverstoring</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overgangsbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overlast en baldadigheid, maatregelen tegen</al></entry><entry colname="col2"><al>11 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Parkeerexcessen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Parkeerexcessen</al></entry><entry colname="col2"><al>25 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Persoonlijk karakter vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Plakgereedschap e.d., vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Plakken en kladden</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Plantsoenen e.d., betreden van</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pluimvee, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pluimvee, loslopend vee en</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rechthebbende, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Reclamevoertuigen, parkeren van</al></entry><entry colname="col2"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Riolen en putten buiten gebouwen, toestand van</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rommelmarkten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Samenscholing en ongeregeldheden</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Seksclubs, seksbioscopen, seksautomatenhallen e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry><al>Sekswinkels e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sloten, toestand van</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sluiting van drugspanden</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sluitingsuur</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Standplaatsen: uitstallingen op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stankoverlast en ontsiering, maatregelen tegen</al></entry><entry colname="col2"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stoken van vuur, verbod</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatartiest, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatfotograaf, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatkolken e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatnaamborden, huisnummers e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Strafbepaling</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</al></entry><entry colname="col2"><al>30 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenaar, optreden als</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Termijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Terreinrijden</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toegang of uitgang, belemmeren</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toestand van sloten en andere wateren en niet-</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>openbare riolen en putten buiten gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezicht op evenementen</al></entry><entry colname="col2"><al>7 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toezicht op openbare inrichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>8 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uiterlijk aanzien van de gemeente, zorg voor het</al></entry><entry colname="col2"><al>22 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitlokken ontucht, kwetsing openbare zedelijkheid</al></entry><entry colname="col2"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitweg, maken, veranderen van</al></entry><entry><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaartuigen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vee, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vee, loslopend en pluimvee</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheid op het ijs</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veiligheid van de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>6 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Venten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verbod vuur te stoken</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verboden optocht</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergunningsplicht</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkeer en verlichting, voorzieningen voor</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkoopregister, verplichtingen met betrekking tot</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verontreiniging door honden</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verontreiniging van de weg en van terreinen</al></entry><entry colname="col2"><al>22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Veroorzaken van gladheid</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verspreiden van gedrukte stukken</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verspreiding van reclame- of strooibiljetten e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vertoningen e.d. op de weg</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voertuigen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voertuigen e.d., onbeheerd laten staan van</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 ter,</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>eerste lid van het Wetboek van Strafrecht</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorschriften, beperkingen vergunning of ontheffing</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vuur stoken, verbod</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vuurwerk, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vuurwerk</al></entry><entry colname="col2"><al>16 e.v.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waterstaatswerken oevers, beschadigen van</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wedstrijd, feest en muziek e.d.</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weg, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weg, aanleggen, beschadigen of veranderen van een</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weg, voorwerpen of stoffen op, aan of boven de</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Weigeringsgronden</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wilde dieren</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Winkelwagentjes</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woningen, betreden dan wel binnentreden</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonschepen, begripsomschrijving</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zwerffietsen</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING OP DE APV WAGENINGEN</titel></kop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt
                        gehanteerd, gedefinieerd. Van een aantal specifieke begrippen, dat wil
                        zeggen begrippen die op één bepaald onderdeel van deze verordening
                        betrekking hebben, zijn in de desbetreffende afdeling of paragraaf
                        definities opgenomen. Deze definities kunnen afwijken van de in artikel 1.1
                        opgenomen definities. Zie de definitie van "weg" in de afdeling
                        "parkeerexcessen".</al><al>Ten aanzien van de in artikel 1.1 opgenomen definities kan het volgende
                        worden opgemerkt.</al></al-groep><lijst><li nr="a."><al>Weg</al><al> De meeste van de in deze verordening opgenomen bepalingen hebben
                            betrekking op (verboden) gedragingen "op of aan de weg".</al><al> Op het eerste gezicht lijkt het duidelijk wat met deze term wordt
                            bedoeld. Bij nadere beschouwing rijst ten aanzien van nogal wat plaatsen
                            de vraag of deze ook onder het begrip "weg" vallen. Daarnaast kan tot
                            verwarring aanleiding geven het feit dat het begrip "weg" ook in de
                            Woningwet en de Wegenverkeerswet voorkomt en daar een duidelijk
                            afgebakende betekenis heeft. Het begrip "openbare weg" in de zin van de
                            Wegenwet is voor een APV niet bruikbaar. Dit geldt minder voor het
                            begrip "weg" in de Wegenverkeerswet, maar dit is te beperkt. Er zijn
                            namelijk vele plaatsen die geen verkeersfunctie hebben, maar die wel
                            algemeen toegankelijk zijn voor het publiek dan wel zonder veel
                            belemmeringen voor het publiek bereikbaar zijn. De in artikel 1.1
                            gegeven omschrijving van "weg" is ruimer dan die van de Wegenwet, de
                            Wegenverkeerswet en die van verschillende provinciale wegenreglementen.
                            Men kan derhalve drieërlei soorten "weg" onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de "(openbare) weg" in de zin van de Wegenwet: een begrip dat de
                                    wetgever heeft gecreëerd in verband met de verkeersbehoefte
                                    (recht van vrij gebruik van de weg);</al></li><li nr="b."><al>de "weg" in de zin van de wegenverkeerswetgeving, te weten de
                                    voor het openbaar verkeer openstaande weg: een begrip ontstaan
                                    als gevolg van de noodzaak om met betrekking tot de
                                    verkeersveiligheid en het in stand houden van de weg in te
                                    grijpen;</al></li><li nr="c."><al>de voor het publiek toegankelijke open plaatsen: een begrip dat
                                    - onder uiteenlopende formuleringen - voorkomt in verschillende
                                    artikelen van het Wetboek van strafrecht en in de algemene
                                    plaatselijke verordeningen. Tot de "voor het publiek
                                    toegankelijke plaatsen" kunnen de "openbare wegen" en de overige
                                    "voor het openbaar verkeer openstaande wegen" gerekend worden,
                                    maar het begrip is daarmee niet uitgeput. In een arrest van 1930
                                    besliste de Hoge Raad dat de gemeenteraad krachtens artikel 168
                                    Gemeentewet bevoegd is om ten aanzien van plaatsen welke alleen
                                    feitelijk voor het publiek openstaan de bepalingen te maken,
                                    welke hij nodig acht in het belang van de gemeentelijke
                                    huishouding, bepaaldelijk in het belang van de openbare orde.
                                    Onder "voor het publiek toegankelijke plaatsen" moeten niet
                                    alleen worden verstaan openbare plaatsen, maar alle openbare en
                                    niet openbare plaatsen welke in feite voor het publiek
                                    toegankelijk zijn.</al><al> De conclusie is dat de gemeentelijke wetgever bevoegd is ten
                                    aanzien van alle feitelijk voor het publiek toegankelijke
                                    plaatsen regels te stellen - zulks ongeacht de eigendomssituatie
                                    met betrekking tot deze plaatsen - voorzover nodig in het belang
                                    van de gemeentelijke huishouding. Uiteraard mogen deze regels de
                                    rechten van de eigenaars niet illusoir maken en moeten de
                                    grenzen gelegen in hogere wetgeving in acht genomen worden.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Openbaar water</al><al> Bij water heeft het begrip "openbaar" - anders dan bij wegen - geen
                            juridische betekenis. Een openbaar water in de zin van boek 5 BW is
                            ieder water, dat voor enig gebruik open staat voor het publiek. Openbaar
                            is hier dus synoniem aan "feitelijk voor het publiek toegankelijk".</al></li><li nr="c."><al>Bebouwde kom</al><al>De reikwijdte van een aantal artikelen in deze verordening is beperkt
                            tot de bebouwde kom. Bij bepaalde artikelen is dit gedaan, omdat het
                            euvel dat de desbetreffende bepalingen beogen te voorkomen, zich buiten
                            dat gebied niet of nauwelijks voordoen. Een aantal andere artikelen
                            heeft slechts betrekking op gedragingen binnen de bebouwde kom, omdat
                            deze gedragingen voorzover zij plaatsvinden buiten de bebouwde kom reeds
                            bestreken worden door provinciale verordeningen. Door beperking van de
                            reikwijdte van deze artikelen tot de bebouwde kom wordt de werkingssfeer
                            van deze artikelen ten opzichte van de provinciale verordeningen
                            afgebakend. Het begrip "bebouwde kom" wordt nader ingevuld door aan te
                            sluiten bij de aanwijzing van gedeputeerde staten krachtens artikel 27,
                            tweede lid, van de Wegenwet.</al></li><li nr="d."><al>Rechthebbende</al><al> Rechthebbende naar burgerlijk recht.</al></li><li nr="e."><al>Voertuigen</al><al> De omschrijving van "voertuigen" is ontleend aan artikel 1, onder a en
                            onder al van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:
                            aanhangwagens, fietsen, bromfietsen, invalidenvoertuigen,
                            motorvoertuigen en wagens met uitzondering van trams.</al></li><li nr="f."><al>Vaartuigen</al><al> Als voorbeelden van hier bedoelde vaartuigen kunnen worden genoemd:
                            baggerwerktuigen, bokken, kranen en elevators. In een arrest van de Hoge
                            Raad uit 1980 is uitgemaakt dat een zeilplank een vaartuig is als
                            bedoeld in artikel 2 van het Vaarreglement.</al></li><li nr="h en i."><al>Bouwwerk en gebouw</al><al>Deze omschrijving is ontleend aan artikel 1 van de
                            Modelbouwverordening.</al></li><li nr="l."><al>Handelsreclame</al><al> De afdeling rechtspraak maakt sinds 1981 onderscheid tussen commerciële
                            reclame en reclame waardoor gedachten en gevoelens worden geopenbaard
                            als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet (oud). In lid 4 van artikel 7
                            van de nieuwe Grondwet wordt - in aansluiting aan deze jurisprudentie -
                            de handelsreclame (commerciële reclame) met zoveel woorden buiten
                            werking van dit artikel geplaatst. Dit is vooral van belang in verband
                            met het bepaalde in lid 1, dat zich volgens constante jurisprudentie
                            verzet tegen een vergunningenstelsel voor de verspreiding van gedrukte
                            stukken e.d. Door deze uitzondering is het mogelijk bepaalde vormen van
                            reclame beter te reguleren in het belang van onder andere
                            landschapsschoon, recreatie, milieubescherming en volksgezondheid. Aan
                            bijvoorbeeld een vergunningstelsel voor handelsreclame staat het
                            grondwetsartikel niet in de weg. Onder het begrip "reclame" dient te
                            worden verstaan: iedere vorm van openbare aanprijzing van goederen en
                            diensten. Door dit te beperken tot handelsreclame heeft de in het vierde
                            lid geformuleerde uitzondering slechts betrekking op reclame voor
                            commerciële doeleinden in de ruime zin van het woord en omvat zij elk
                            aanbod van goederen en diensten, maar is zij niet van toepassing op
                            reclame voor ideële doeleinden. Bij handelsreclame staat dus een
                            materiële doelstelling voorop. Het vorenstaande betekent overigens niet
                            dat handelsreclame niet beschermd wordt. Voorschriften betreffende
                            handelsreclame zullen de toets aan artikel 10 EVRM moeten kunnen
                            doorstaan. Deze verdragsbepalingen verzetten zich echter niet tegen een
                            vergunningstelsel.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 1.2 Beslistermijn</tussenkop><al-groep><al>Het vaststellen van een termijn waarbinnen op een aanvraag moet zijn
                        beslist, bevat een element van willekeurigheid. Het merendeel van de
                        aanvragen kan ruimschoots binnen acht weken worden afgewerkt.</al><al>De meer ingewikkelde aanvragen echter, zeker die waarvoor de adviezen van
                        meerdere instanties moeten worden ingewonnen, vergen geruime tijd; soms meer
                        dan acht weken. In dat geval kan ingevolge het tweede lid de
                        beslissingstermijn worden verlengd. Uitkomst kan deze mogelijkheid ook
                        bieden, wanneer een verzoek om vergunning, gelet op het tijdstip van
                        indiening, nog niet op zijn merites kan worden beoordeeld, bijvoorbeeld
                        wanneer het een activiteit betreft die vele maanden later is gepland.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 1.3 Te late indiening aanvraag</tussenkop><al>Hoewel het publiek zoveel mogelijk service geboden moet worden, zijn de
                    mogelijkheden van het ambtelijk apparaat niet onbeperkt. In de praktijk gebeurt
                    het nog wel eens dat burgers met de aanvraag om een vergunning tot het laatste
                    moment wachten. Als algemene richtlijn wordt in de Model-APV van de VNG een
                    termijn van drie weken aangehouden. In het kader van de KROF-filosofie van de
                    gemeente Wageningen, hetgeen gericht is op klantvriendelijker werken, wordt in
                    de onderhavige APV gekozen voor een termijn van twee weken. Veel aanvragen
                    kunnen overigens binnen deze termijn worden afgewikkeld. De bewoordingen van het
                    onderhavige artikel ("kan") laten uitkomen, dat het indienen van aanvragen
                    binnen die termijn bepaald niet tot het niet in behandeling nemen behoeft te
                    leiden. Anderzijds zijn er ook soorten vergunningen waarvoor de termijn van twee
                    weken niet toereikend is. Met het oog daarop is in het tweede lid de
                    mogelijkheid geschapen om de termijn van twee weken te verlengen tot maximaal
                    acht weken. Teneinde voor de burger zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen
                    omtrent zijn rechten en plichten, is tevens bepaald dat de vergunningen waarvoor
                    deze langere aanvraagtermijn geldt, bij openbare kennisgeving worden
                    aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen</tussenkop><al-groep><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te
                        verbinden, kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden
                        aangebracht. Ofschoon in literatuur en jurisprudentie algemeen het standpunt
                        wordt gehuldigd dat de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in
                        beginsel aanwezig is in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die
                        vergunning/ontheffing ter vrije beslissing staat van het beschikkende
                        orgaan, wordt uit een oogpunt van duidelijkheid en ter uitsluiting van elke
                        twijfel aanbevolen deze bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen in de
                        regeling ter uitvoering waarvan de vergunning of ontheffing wordt
                        verleend.</al><al>Tevens wordt - ten overvloede - aangegeven dat de voorschriften uitsluitend
                        mogen strekken ter bescherming van de belangen in verband waarmee het
                        vereiste van vergunning/ ontheffing is gesteld.</al><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing zijn
                        verbonden kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing
                        of voor toepassing van andere administratieve sancties. In artikel 1.10 is
                        deze intrekkingsbevoegdheid vastgelegd. De vraag of bij niet-nakoming van
                        vergunningsvoorschriften bestuursdwang kan worden toegepast, wordt in het
                        algemeen bevestigend beantwoord. Doordat in het tweede lid van artikel 1.8
                        naleving van deze voorschriften wordt omschreven als verplichting, wordt
                        hierover alle onzekerheid weggenomen.</al><al>In de algemene strafbepaling van artikel 6.1 wordt overtreding van het bij
                        of krachtens deze verordening bepaalde met straf bedreigd. Daardoor is ook
                        het overtreden van aan een vergunning/ontheffing verbonden voorschriften met
                        straf bedreigd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</tussenkop><al-groep><al>De beantwoording van de vraag of een vergunning/ontheffing overgaat op een
                        rechtsopvolger hangt af van het persoonlijk of zakelijk karakter van die
                        vergunning/ontheffing.</al><al>Persoonlijk wordt de vergunning genoemd indien de mogelijkheid van
                        verkrijging uitsluitend of in hoge mate afhangt van de persoon van de
                        vergunningaanvrager (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een
                        diploma, een bewijs van onbesproken levensgedrag etc.). De persoonlijke
                        vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling krachtens
                        welke de vergunning is verleend hiertoe de mogelijkheid biedt. Een voorbeeld
                        van een persoonsgebonden vergunning is de vergunning als bedoeld in artikel
                        3 van de Drank- en Horecawet.</al><al>Persoonlijke werking zal men voorts eerder aanwezig achten bij de ontheffing
                        dan bij de vergunning. Indien in een regeling de ontheffing gebruikt is,
                        geeft dit al aan dat het de bedoeling van de wetgever is geweest slechts
                        voor bijzondere gevallen de mogelijkheid te creëren een uitzondering te
                        maken op de algemene regel. Zou een ontheffing zonder meer overgaan op de
                        rechtsopvolger, dan zou daarmee aan de ontheffingsmogelijkheid het karakter
                        van uitzonderingsbepaling ontnomen worden.</al><al>Zakelijk is de vergunning die afhangt van en gebonden is aan het object
                        waarop zij betrekking heeft en waarbij de persoonlijke kwaliteiten van de
                        aanvrager geen rol spelen. De zakelijke vergunning is niet gebonden aan een
                        persoon, maar aan de hoedanigheid van eigenaar of anderszins zakelijk
                        gerechtigde tot een ongebouwd of gebouwd onroerend goed. De zakelijke
                        vergunning gaat in beginsel over krachtens rechtsopvolging onder algemene of
                        bijzondere titel op de opvolger in diens hoedanigheid van eigenaar, zakelijk
                        gerechtigde, gebruiker etc. Een zuiver voorbeeld van een zakelijke
                        vergunning is de hinderwetvergunning, deze is van de persoon van de
                        aanvrager onafhankelijk. Bezwaren ontleend aan de persoon van de
                        vergunninghouder kunnen geen weigeringsgrond zijn.</al></al-groep><al-groep><al>Een gemengd karakter heeft de ontheffing sluitingsuur. De voorschriften met
                        betrekking tot de sluitingstijden van horeca-inrichtingen moeten in de
                        eerste plaats gezien worden als bepalingen die ten doel hebben geluidshinder
                        en andere overlast te voorkomen of te beperken. In zoverre kan men zeggen
                        dat een ontheffing sluitingsuur een zakelijk karakter heeft. Aan de andere
                        kant dient bedacht te worden dat de persoon van de exploitant bij de
                        beslissing inzake de ontheffingsverlening niet geheel onbelangrijk is en dat
                        derhalve de ontheffing gebruikt is.</al><al>In artikel 1.9 is in principe gekozen voor de persoonsgebondenheid van de
                        vergunning/ontheffing. Hiervan kan worden afgeweken door expliciete
                        vermelding van het zakelijk karakter in de desbetreffende APV-bepaling
                        ("tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald") of de
                        vergunning/ontheffing.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van de vergunning of
                    ontheffing</tussenkop><al>Hier worden de gronden genoemd waarop een vergunning/ontheffing kan worden
                    ingetrokken resp. waarop de daaraan verbonden voorschriften kunnen worden
                    gewijzigd. De in het eerste lid genoemde gronden hebben een facultatief
                    karakter. Het hangt af van de omstandigheden of tot intrekking c.q. wijziging
                    zal worden overgegaan. Het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken
                    nogal eens de bevoegdheid tot wijziging en intrekking. </al><tussenkop>Artikel 1.8 Termijnen</tussenkop><al>De in de Algemene Termijnenwet neergelegde regeling geldt niet automatisch voor
                    de termijnen gesteld in een gemeentelijke verordening. Derhalve is die regeling
                    van overeenkomstige toepassing verklaard. Voorzover de APV termijnen bevat die
                    in uren worden uitgedrukt of door terugrekening worden bepaald is de Algemene
                    Termijnenwet niet van toepassing. Het tweede lid van artikel 1.13 bevat daartoe
                    een terugrekeningsregeling die voorkomt dat afhandeling op zaterdag of zondag of
                    op een algemeen erkende feestdag of op een werkdag na 12.00 uur moet
                    plaatsvinden. Dat laatste is gedaan om toch nog over enige uren voor beoordeling
                    en besluitvorming te beschikken.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE</tussenkop><tussenkop>AFDELING 1 ORDE EN VEILIGHEID OP DE WEG</tussenkop><al>In deze afdelingen zijn bepalingen opgenomen bedoeld om zowel het gebruik als de
                    bruikbaarheid van de weg in goede banen te leiden. De "straat of weg" heeft in
                    ons land meer functies dan uitsluitend een verkeersfunctie. Het gebruik van de
                    straat voor demonstraties, optochten, feesten e.d. wordt door weinigen nog
                    aangemerkt als gebruik dat daar absoluut onverenigbaar mee is. Deze diverse
                    functies vragen om een regulering van het gebruik.</al><tussenkop>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden</tussenkop><al-groep><al>In het eerste lid zijn gedragingen aangegeven die door hun dreigende
                        karakter aanleiding kunnen zijn voor verstoring van de openbare orde.</al><al>Het is echter denkbaar dat een samenscholing het karakter heeft van een
                        betoging. In dat geval moeten dit soort samenscholingen - gelet op de Wet
                        openbare manifestaties - van de werking van dit artikel uitgezonderd worden
                        (lid 5).</al><al>Een rechtstreekse toekenning van uitvoeringsbevoegdheden aan ambtenaren door
                        de gemeentelijke wetgever is niet mogelijk. Het tweede lid is echter een
                        voorbeeld van een bepaling waarin een door een politieambtenaar gegeven
                        aanwijzing, last, oordeel of bevel een element vormt van een strafbepaling.
                        Het geven van de aanwijzing e.d. is dan niet zozeer aan te merken als het
                        uitvoeren van de raadsverordening in de zin van artikel 162 of artikel 174
                        Gemeentewet, maar als het constateren van een feitelijke toestand. Dit is
                        nodig indien een situatiebeoordeling nodig is voor de reële toepasbaarheid
                        van een strafbepaling. Aan de politieambtenaar mag slechts een begrensde
                        bevoegdheid (op basis van de artikelen 28 en 35 Politiewet) worden gegeven,
                        namelijk om in die gevallen dat iets voor regeling in bijzonderheden vatbaar
                        is, naar gelang van de omstandigheden ter plaatse te beoordelen of de in de
                        desbetreffende APV-bepaling verboden toestand feitelijk aanwezig is. De
                        aanwijzing e.d. vormt een voorwaarde voor de toepasselijkheid van de
                        strafbepaling, maar de rechter blijft volkomen vrij in de beoordeling van
                        het bewezene. Indien de rechter van oordeel is dat de politieambtenaar in
                        zijn waardering van de gedraging heeft misgetast, laat hij de desbetreffende
                        strafbepaling buiten toepassing.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.2 Kennisgeving optocht</tussenkop><al>Het houden van optochten, zoals carnavals- en Sinterklaasoptochten e.d. die niet
                    opgevat kunnen worden als een middel tot het uiten van een mening of gedachte of
                    gevoelens, vallen niet onder de bescherming van de Grondwet of het Europees
                    verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
                    of andere internationale verdragen die de vrijheid van meningsuiting waarborgen.
                    Evenmin is de Wet openbare manifestaties van toepassing. In het belang van de
                    openbare orde (bijvoorbeeld verkeersveiligheid) is het derhalve mogelijk om een
                    regeling in de APV op te nemen. In artikel 2.2 is gekozen voor een
                    kennisgevingsstelsel.</al><tussenkop>Artikel 2.4 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</tussenkop><al-groep><al>De Wet openbare manifestaties beoogt een regeling te geven voor de
                        activiteiten die onder de bescherming van de artikelen 6 en 9 Grondwet
                        vallen. Betogingen vallen hier ook onder. Het gaat hier om collectieve
                        uitingen. Individuele uitingen genieten de bescherming van artikel 7
                        Grondwet.</al><al>De wetgever heeft gekozen voor delegatie van de bevoegdheid tot beperking
                        van de onderhavige grondrechten aan de gemeenten. Argumenten hiervoor waren:
                        de regeling van de betoging houdt nauw verband met de plaatselijke openbare
                        orde; de gemeenten hebben hiermee in de loop der jaren waardevolle
                        ervaringen opgedaan. Aan de gemeenteraad c.q. de burgemeester wordt de
                        bevoegdheid toegekend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het creëren van een kennisgevingsstelsel voor betogingen;</al></li><li nr="-"><al>het geven van aanwijzingen;</al></li><li nr="-"><al>het beëindigen van de betreffende activiteit - in het uiterste geval
                                -.</al></li></lijst><al>De gemeenteraad moet een keuze maken of en zo ja voor welke activiteiten zij
                        een kennisgevingsstelsel wil voorschrijven. De meeste APV's - ook die van
                        Wageningen - kennen slechts een kennisgevingseis voor betogingen. De overige
                        activiteiten zijn ongereguleerd gebleven.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.7 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                    of afbeeldingen</tussenkop><al-groep><al>Het grondrecht waarmee de gemeentelijke wetgever het meest wordt
                        geconfronteerd is de vrijheid van meningsuiting. Dit grondrecht is
                        geformuleerd in artikel 7 van de herziene Grondwet en artikel 10 EVRM.
                        Artikel 7 betekent een uitbreiding van de werkingssfeer van artikel 7 van de
                        oude Grondwet, die zich beperkte tot de drukpersvrijheid.</al><al>De drukpersvrijheid is in het eerste lid van artikel 7 opgenomen als een
                        zelfstandige bepaling. Het heeft in de loop der jaren vooral door de
                        jurisprudentie een grote betekenis gekregen. Die constante jurisprudentie
                        kan als volgt worden samengevat:</al><lijst><li nr="-"><al>het in artikel 7 beschermde recht om zonder voorafgaand verlof
                                gedachten of gevoelens door de drukpers te openbaren impliceert het
                                recht om de inhoud van geschreven of gedrukte stukken of
                                afbeeldingen, waarin gedachten of gevoelens zijn geopenbaard, zonder
                                voorafgaand verlof door verspreiding of door enig ander middel in
                                het openbaar aan het publiek bekend te maken;</al></li><li nr="-"><al>ieder middel tot bekendmaking, dat naast andere middelen
                                zelfstandige betekenis heeft en met het oog op die bekendmaking in
                                een bepaalde behoefte kan voorzien, valt onder de bescherming van
                                artikel 7. Hiertoe zijn in de jurisprudentie onder meer
                                aangemerkt:</al></li><li nr="-"><al>het op de weg uitgeven van strooibiljetten;</al></li><li nr="-"><al>het gebruik maken van reclameborden of opschriften aan onroerend
                                goed;</al></li><li nr="-"><al>het aanbrengen van plakbiljetten op onroerend goed;</al></li><li nr="-"><al>het staan of lopen met propagandamiddelen;</al></li><li nr="-"><al>het aanbieden van gedrukte stukken bij gelegenheid van het houden
                                van een inzameling;</al></li><li nr="-"><al>een verlichte fotovitrine;</al></li><li nr="-"><al>de gemeentelijke wetgever mag niet beperkend optreden ten aanzien
                                van de inhoud van gedrukte stukken e.d., maar is krachtens artikel
                                168 Gemeentewet wel bevoegd het in het openbaar bekendmaken aan
                                beperkingen te onderwerpen in het belang van de openbare orde,
                                zedelijkheid en gezondheid en van andere belangen, betreffende de
                                huishouding der gemeente. Daarbij geldt dat een vergunningenstelsel
                                met betrekking tot het gebruik van een bepaald zelfstandig middel
                                van bekendmaking niet geoorloofd is. Een algemeen verbod tot zodanig
                                gebruik is evenmin toegestaan. Een beperkt verbod is wel mogelijk,
                                mits die beperking geen betrekking heeft op de inhoud van de
                                gedrukte stukken, doch gesteld is in het belang van de openbare orde
                                e.d. Bovendien moet er een gebruik van "enige betekenis"
                                overblijven; anders komt de beperking in feite neer op een algemeen
                                verbod.</al></li></lijst><al>In artikel 2.7 is gekozen voor de opzet waarbij de verspreiding is
                        toegestaan behalve op of aan door burgemeester en wethouders aangewezen
                        wegen of gedeelten daarvan. Tevens biedt lid 2 de mogelijkheid het verbod
                        voor die wegen nog weer te beperken tot nader aan te geven dagen en uren,
                        waarbij lid 4 burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft voor het dan
                        nog resterende verbod ontheffing te verlenen. Van de in lid 1 toegekend
                        bevoegdheid mogen burgemeester en wethouders niet zodanig gebruik maken dat
                        geen gebruik van enige betekenis overblijft.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.8 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</tussenkop><al-groep><al>Het is denkbaar dat een "vertoning" als bedoeld in lid 1, anders als een
                        middel moet worden gezien voor het openbaren van gedachten of gevoelens als
                        bedoeld in artikel 7, lid 3 van de Grondwet. Dit laatste artikel verzet zich
                        tegen een voorafgaand verlof wegens de inhoud van de uitingen, maar staat
                        niet in de weg aan een kennisgevingsplicht voor het verspreiden van deze
                        uitingen. Artikel 7, lid 3, vormt geen belemmering om deze uitingen te
                        verbieden ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. In zodanige
                        gevallen kunnen de inhoud van de voorstelling en de omstandigheden waaronder
                        die plaatsvindt mede van invloed zijn op het ontstaan van de
                        wanordelijkheden. Soms kan een vertoning ook deel uitmaken van een betoging;
                        dan is artikel 2.4 van toepassing.</al><al>Voor wedstrijden op of aan de weg is een kennisgeving aan de burgemeester
                        vereist krachtens het bepaalde in lid 1, onder c.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.9 Straatartiest</tussenkop><al>De activiteiten van een straatartiest etc. vallen onder de werking van artikel
                    7, lid 3, Grondwet. Elke uiting van een gedachte of een gevoelen, ongeacht de
                    intenties of motieven van degene die zich uit, wordt door artikel 7 beschermd.
                    Artikel 7, lid 3, laat door zijn formulering een verbod toe voor andere aspecten
                    van de uiting dan de inhoud, zoals bijvoorbeeld de verspreiding. Het is bij de
                    genoemde activiteiten echter zeer moeilijk om te scheiden tussen inhoud en
                    verspreiding. Het verbieden van een optreden betekent immers vaak ook dat de
                    inhoud van het optreden niet kan worden geuit. Dat betekent dat voor de
                    beperkingsgronden van het in artikel 7, lid 3, opgenomen grondrecht, het best
                    kan worden gekozen voor de beperkingsgronden die bij artikel 7, lid 1, zijn
                    toegelaten. In artikel 2.7 is dat uitgewerkt in een verbod met
                    ontheffingsmogelijkheid dat voor bepaalde straten en uren geldt. In artikel 2.9
                    is dezelfde redactie gevolgd.</al><tussenkop>Artikel 2.10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</tussenkop><al>Dit artikel geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid greep te houden op
                    situaties welke hinder of gevaar kunnen opleveren dan wel ontsierend kunnen
                    zijn. De reikwijdte van het artikel wordt beperkt door de Hinderwet, de
                    Woningwet, het Rijkswegenreglement, het Provinciale wegenreglement en artikel 25
                    Wegenverkeerswet. Het begrip "weg" in de APV is ruimer dan in de
                    wegenverkeerswetgeving. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 1.1. Aan artikel
                    2.10 liggen als motieven ten grondslag de verkeersveiligheid en het gevaar of de
                    hinder die de stoffen of voorwerpen voor personen of goederen kunnen opleveren.
                    Het artikel beperkt zich niet tot het plaatsen, aanbrengen of hebben van stoffen
                    of voorwerpen op de weg, maar heeft tevens betrekking op het plaatsen,
                    aanbrengen of hebben van stoffen of voorwerpen aan of boven de weg.</al><tussenkop>Artikel 2.11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</tussenkop><al>Het motief dat aan artikel 2.11 ten grondslag ligt betreft de behoefte om de
                    aanleg van wegen te binden aan voorschriften met het oog op de bruikbaarheid van
                    die weg. Deze voorschriften mogen echter slechts slaan op datgene wat op de weg
                    zelf betrekking heeft of wat met die weg ten nauwste verband heeft. Naast deze
                    min of meer technische voorschriften kan het ook gewenst zijn het tempo van
                    wegenaanleg in de hand te houden, zodat voorkomen kan worden dat wegen
                    voortijdig aangelegd worden waardoor, door de latere aanleg van complementaire
                    openbare voorzieningen, de bruikbaarheid van die weg gedurende lange tijd sterk
                    verminderd zal zijn. Omdat voor de toepassing van artikel 2.11 het begrip "weg"
                    uit de Wegenverkeerswet wordt gebruikt is een vergunning vereist voor de aanleg,
                    verandering etc. van wegen die feitelijk voor het openbare verkeer openstaan.
                    Dat geldt dus ook voor "eigen wegen" en voor wegen op grote bedrijfsterreinen;
                    ook voor die wegen is het namelijk wenselijk dat ten behoeve van de
                    bruikbaarheid daarvan voorschriften gesteld kunnen worden omtrent de wijze van
                    verharding, breedte etc.</al><tussenkop>Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg</tussenkop><al>Om reden van orde en veiligheid is het van belang dat burgemeester en wethouders
                    regulerend kunnen optreden bij voornemens tot verandering aan de weg. Het maken
                    van een uitweg behoort daar zeker toe. Uit de jurisprudentie is duidelijk
                    geworden dat de eigenaar van een weg het uitwegen daarop dient te gedogen.
                    Teneinde de bruikbaarheid van de weg te waarborgen is het toegestaan een
                    vergunning te eisen en via voorschriften de wijze waarop wordt uitgeweegd te
                    regelen. Daarmee komt de bepaling niet in strijd met de Wegenwet; deze regelt
                    immers de onderhoudsplicht van wegen en ziet niet toe op de bescherming van de
                    bruikbaarheid ervan.</al><tussenkop>Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid</tussenkop><al>De oude APV kende de plicht voor de eigenaar van een gebouw of terrein, gelegen
                    binnen de bebouwde kom, om het trottoir langs dat gebouw of terrein sneeuwvrij
                    te maken of te houden. Bekijken we echter de handhaafbaarheid van een dergelijke
                    plicht door de lokale overheid, dan gold het hier eigenlijk een loze bepaling.
                    Het is niet meer van deze tijd om met behulp van dit middel - een bepaling in
                    een APV - de inwoners burgerzin bij te brengen. In plaats van strafbedreiging
                    vanuit een APV-bepaling kan men dit beter proberen door middel van positieve
                    actie in de zin van voorlichting. Om deze redenen is ervan afgezien wederom een
                    sneeuwruimbepaling op te nemen en bevat artikel 2.13 slechts een verbod om
                    tijdens vriezend weer een gevaarlijke situatie te laten ontstaan. Als voorbeeld
                    valt te noemen het wassen van de auto op de openbare weg bij vriezend weer,
                    waardoor plaatselijk een zeer gevaarlijke situatie kan ontstaan.</al><tussenkop>Artikel 2.14 Winkelwagentjes</tussenkop><al>Deze bepaling tracht het "zwerfkarrenprobleem" te verkleinen. Een belangrijke
                    aanpak van het probleem is reeds gevonden in het feit dat de grote supermarkten
                    in Wageningen inmiddels beschikken over een statiegeldregeling op het gebruik
                    van de winkelwagentjes. De consument kan een wagentje pas gebruiken als hij een
                    gulden heeft gedeponeerd in het muntmechanisme van het wagentje. Die gulden
                    krijgt hij pas terug bij terugbezorging van het wagentje. Blijft over een
                    verbodsbepaling voor het zich bevinden met een winkelwagentje buiten de
                    onmiddellijke omgeving van de winkel of het winkelcomplex.</al><tussenkop>Artikel 2.17 Verbod vuur te stoken</tussenkop><al-groep><al>Vuren in de open lucht raken de veiligheid van personen en goederen. Voorts
                        levert dit verbrandingsstoffen op die de gezondheid van de mens kunnen
                        beïnvloeden en een bedreiging vormen voor flora en fauna. De meeste vuren
                        worden gevoed met afvalstoffen. Deze stoffen dienen op grond van de
                        afvalstoffen- of hinderwetgeving afgevoerd en opgeruimd te worden. Voor het
                        verbranden daarvan in de open lucht is derhalve geen ruimte. Vaak is er in
                        dit geval sprake van onvolledige verbranding, hetgeen lucht- en
                        bodemverontreiniging kan opleveren. De vuren die onder deze bepaling vallen,
                        zullen in de regel kleine vuren betreffen op eigen erf of in de berm. Gelet
                        op de bebouwings- en bevolkingsdichtheid en de aanwezige natuurwaarden zal
                        er meestal sprake zijn van verstoring van het woon- en leefklimaat, van
                        overlast voor mens en dier en van aantasting van flora en fauna door rook,
                        roet, stof, walm en stank.</al><al>Gelet op het vorenstaande is er bij het stoken van vuur sprake van een
                        verbodsstelsel. Voor elke handeling die onder het eerste lid wordt verboden
                        dient een ontheffing te worden aangevraagd. </al><al>Bij de ontheffingsmogelijkheid valt te denken aan vreugdevuren, paasvuren,
                        kampvuren en oudejaarsvuren. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden
                        verbonden betreffende het te stoken materiaal, de afstand tot het mogelijk
                        toekijkende publiek, de aanwezigheid van eerstehulpmaterialen en
                        deskundigen, de aanwezigheid van blusmaterialen, het verwijderen van en het
                        vervoeren van as en andere verbrandingsresten en het herstel van de
                        ondergrond van de vuurplaats. Ook is de ontheffing te gebruiken voor
                        verbranding van landbouwreststoffen of akkermaalshout, als andere
                        verwerkingsmethoden onbruikbaar of ondoelmatig zijn.</al><al>Tenslotte kan ontheffing worden verleend als dit noodzakelijk is ter
                        vernietiging van met ziekte aangetast hout. Bij deze verbranding moet er
                        sprake zijn van de noodzaak tot verbranden. Bestaat er een alternatieve
                        methode die minder schade aan het milieu of anderszins toebrengt, dan
                        verdient deze de voorkeur. Bij verbranding van ziek hout verdient het uit
                        milieuhygiënisch oogpunt de voorkeur het met ziekte aangetast hout af te
                        voeren naar een afvalverbrandingsinstallatie.</al><al>De gronden voor weigering van een ontheffing zijn expliciet in lid 3
                        opgenomen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.19 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</tussenkop><al>De in het derde lid genoemde uitzonderingen hebben betrekking op situaties,
                    waarbij het desbetreffende specifieke belang, waterstaatswerken,
                    verkeerslichtinstallaties, trafohuisjes en dergelijke, zich verzetten tegen het
                    aanbrengen van allerlei voorzieningen daarop.</al><tussenkop>Artikel 2.22 Begripsomschrijving</tussenkop><al-groep><al>Het is gewenst in de APV een regeling op te nemen die het houden van
                        evenementen tot onderwerp heeft. De laatste decennia worden op grote schaal
                        dergelijke openbare vermakelijkheden georganiseerd, die een uitstraling
                        hebben op de openbare orde en als zodanig onderwerp van gemeentelijke
                        regelgeving zijn. In artikel 2.22 is gekozen voor een negatieve benadering
                        ten aanzien van de definiring van het begrip evenement. Uitgaande van een
                        algemeen geldend criterium ("namelijk elke voor publiek toegankelijke
                        verrichting van vermaak") wordt een aantal evenementen opgesomd welke niet
                        onder de werking van de bepalingen valt. Voor de markt geldt immers een
                        eigen marktverordening en de Wet op de kansspelen kent haar eigen
                        toezichtregime.</al><al>In het verleden werd, in het kader van het dereguleringsstreven een
                        kennisgevingsstelsel gehanteerd. Een kennisgevingsstelsel verdraagt zich
                        echter niet met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij het begrip
                        "besluit", een schriftelijke beslissing van het bestuursorgaan, inhoudende
                        een publiekrechtelijke rechtshandeling, uitgangspunt is. Een
                        kennisgevingsstelsel verplicht het bestuursorgaan niet tot nemen van een
                        schriftelijk besluit. Het bestuursorgaan kan bijvoorbeeld mondeling
                        toestemming verlenen voor het organiseren van de activiteiten waarvan
                        kennisgeving is gedaan. Dit brengt met zich mee dat de rechten van
                        derden-belanghebbenden hierdoor op een tweetal punten niet gewaarborgd zijn,
                        te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>in de eerste plaats is het bestuursorgaan bij het geven van een
                                mondelinge beslissing niet verplicht belanghebbenden die naar
                                verwachting bedenkingen hebben te horen in de zin van artikel 4:8
                                van de Awb;</al></li><li nr="-"><al>in de tweede plaats dient er in beginsel een schriftelijk besluit te
                                zijn voordat daartegen bezwaar- of beroepsmogelijkheden aangewend
                                kunnen worden.</al></li></lijst><al>Derhalve is gekozen voor een vergunningenstelsel, waarbij er wèl sprake is
                        van een besluit in de zin van de Awb en de rechten van
                        (derden)belanghebbenden derhalve voldoende worden gewaarborgd.</al><al>De bevoegdheid van de burgemeester in het kader van het toezicht op
                        evenementen stoelt op artikel 174 Gemeentewet. De burgemeester kan de
                        bevoegdheid niet overdragen op anderen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.23 Vergunning evenement</tussenkop><al-groep><al>Lid 1: </al><al>De aanvraag van een vergunning voor een evenement dient behandeld te worden
                        door de burgemeester. Ingevolge art. 4:13 Algemene wet bestuursrecht dient
                        op de aanvraag beslist te worden binnen de bij wettelijk voorschrift
                        bepaalde termijn. Artikel 1.2 van de APV geeft een beslistermijn van acht
                        weken, met een verdagingsmogelijkheid van ten hoogste acht weken, voor
                        aanvragen voor vergunningen en ontheffingen ter uitvoering van de APV.</al><al>De termijn in artikel 1.2 is een maximale beslistermijn. Dit betekent dat
                        het niet in alle situaties redelijk is om de volle termijn te gebruiken
                        voordat op de aanvraag wordt beslist. Als het evenement op korte termijn zal
                        plaatsvinden en de beslissing ook op deze korte termijn zorgvuldig
                        voorbereid kan worden, zal de beslissing ook op korte termijn genomen moeten
                        worden. Als de aanvrager van mening is dat de beslissing niet binnen
                        redelijke termijn is genomen, kan hij zich op het standpunt stellen dat de
                        beslissing niet tijdig is genomen en dat er sprake is van een fictieve
                        weigering. Ingevolge artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht staat dan
                        voor hem de mogelijkheid van bezwaar open.</al></al-groep><al-groep><al>Lid 2:</al><al>De vraag of de burgemeester bevoegd is voorschriften te verbinden aan het
                        houden van een evenement moet bevestigd worden beantwoord. Wij hebben hier
                        immers te maken met een hem toegekende <onderstreept>vrije</onderstreept>
                        beschikkingsbevoegdheid.</al><al>Voor de toelaatbaarheid van de voorschriften geldt een aantal voorwaarden,
                        te weten,:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften mogen niet in strijd zijn met enige wettelijke
                                regeling;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften moeten redelijkerwijs nodig zijn in verband met het
                                voorkomen van aantasting van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid;</al></li><li nr="c."><al>de voorschriften mogen niet in strijd komen met enig beginsel van
                                behoorlijk bestuur.</al></li></lijst></al-groep><tussenkop>Artikel 2.25 Begripsomschrijvingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.25 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De hier opgenomen begripsomschrijvingen gelden, in tegenstelling tot die in
                    artikel 1.1., slechts voor deze paragraaf.</al><al-groep><al>Lid 1: inrichting</al><al>De omschrijving omvat alle horeca-inrichtingen en wel inclusief de
                        inrichtingen waarvoor een ontheffing, als bedoeld in <cursief>artikel 35 van
                            de Drank- en horecawet</cursief>, is verleend (feesttenten en
                        dergelijke). Een aanvraag voor een terrasvergunning ingevolge artikel 2.10
                        APV blijft hiernaast noodzakelijk.</al></al-groep><al-groep><al>Lid 2: beheerder</al><al>Uit de begripsomschrijving blijkt dat de (hoofd)beheerder, dan wel de
                        medebeheerder(s) ook in de inrichting aanwezig moet zijn om leiding te
                        kunnen geven aan de exploitatie. De beheerder is degene die aangesproken kan
                        worden op de naleving van de vergunningsvoorwaarden.</al></al-groep><al-groep><al>Lid 3: bezoekers</al><al>De omschrijving is aangepast aan de huidige tijd, waarin naast het gezin ook
                        andere samenlevingsvormen voorkomen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.26 Vergunningsplicht</tussenkop><al-groep><al>Lid 1:</al><al>De benaming Overlastverordening Horeca en overlastvergunning leidden vaak
                        tot verwarring, in die zin dat omwonenden van een inrichting in de
                        veronderstelling verkeerden dat de verordening voorzag in de
                        bestrijding/voorkoming van alle mogelijke vormen van overlast. De
                        milieuwetgeving, in het bijzonder het Besluit horeca-, sport-, en
                        recreatieinrichtingen milieubeheer, heeft namelijk betrekking op datgene wat
                        plaatsvindt binnen de grenzen van het horecabedrijf en de directe omgeving.
                        Slechts de overlast die de openbare orde betreft, is tegen te gaan met
                        behulp van een gemeentelijke verordening. Om die reden is gekozen voor de
                        benaming exploitatievergunning. Gezien het feit dat hier in principe sprake
                        is van horeca-inrichtingen welke voor het publiek toegankelijk zijn, is op
                        basis van artikel 174, Gemeentewet uitgegaan van de burgemeester als bevoegd
                        gezag. Indien er sprake is van een niet voor het publiek toegankelijke
                        inrichting is het college van burgemeester en wethouders het bevoegd orgaan. </al><al>Lid 2, sub a:</al><al>Deze bepaling maakt het mogelijk bepaalde inrichtingen vrij te stellen van
                        de vergunningsplicht. Op dit moment houdt dit in dat horeca-inrichtingen
                        zoals bedoeld in artikel 2.25, lid 1, sub a (de Drank- en horecawet
                        vergunninghouders) en feesttenten van een vergunningsplicht vrijgesteld
                        worden. Op deze inrichtingen kan ook anderszins toezicht worden uitgeoefend
                        en is een exploitatievergunning wellicht een (te) zwaar middel.</al></al-groep><al-groep><al>Lid 2, sub c:</al><al>Door het opheffen van de vergunningsplicht, kunnen in de gemeente gebieden
                        en/of categorieën van horeca-inrichtingen worden aangewezen waar zonder
                        vergunning een horecabedrijf kan worden geëxploiteerd. Bij wijze van
                        'ondergrens' geeft sub c als rechtstreekse norm dat de exploitatie van het
                        horecabedrijf echter ook dan de woon- en leefsituatie in de omgeving of de
                        openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig mag beïnvloeden. Zo geldt
                        in dit kader dat het in horeca-inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2.25,
                        lid 1, sub a, het verboden is om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3
                        van de Opiumwet in de inrichting aanwezig te hebben. Indien nodig kan met
                        het oog op naleving van deze norm bestuursdwang worden aangezegd of een
                        dwangsom worden opgelegd.</al></al-groep><al-groep><al>Lid 3, sub b:</al><al>Om schijnbeheer te voorkomen, wordt vereist dat er minimaal twee personen
                        aan de voorwaarden voldoen en op de vergunning opgevoerd worden.</al></al-groep><al>Lid 3, sub c:</al><al>Het exploiteren van een horeca-inrichting bergt een zeker risico in zich voor de
                    openbare orde. Slechts bij een verantwoorde exploitatie blijven deze risico's
                    binnen aanvaardbare grenzen. Het voorgaande heeft dus gevolgen voor de te
                    stellen eisen aan persoonlijkheid, integriteit en gedrag van de beheerder. De
                    Wet op de justitiële documentatie en op verklaringen omtrent het gedrag (WJD)
                    vormt de juridische basis maar wat betreft de normen, wordt aansluiting gezocht
                    bij het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en horecawet.</al><tussenkop>Artikel 2.27 Weigeringsgronden</tussenkop><al-groep><al>Verstoring van de openbare orde dan wel aantasting van het woon- en
                        leefklimaat door geluid of trillingoverlast, dienen te worden voorkomen. </al><al>Hiertoe dienen in principe de normen zoals gesteld in de van toepassing
                        zijnde milieuregelgeving als uitgangspunt genomen te worden.</al><al>Lid 1, sub c:</al><al>De horeca-inrichtingen welke niet onder de werking van de Drank- en
                        horecawet (en de op grond daarvan gestelde inrichtingseisen) vallen en ook
                        geen 'afhaalcentrum' zijn, dienen voortaan te voldoen aan de hier opgenomen
                        inrichtingseisen. Ook al is hier sprake van alcoholvrije horeca-inrichtingen
                        dient hier vermeld te worden dat de motivatie om inrichtingseisen te stellen
                        in principe een andere is dan bij de Drank- en Horecawet (motivatie daar
                        sociale hygiëne). De inrichtingseisen aangaande de luchtverversing, welke
                        dienen te voldoen aan het Bouwbesluit, zijn overigens minder zwaar dan het
                        gestelde hierover in de DHW.</al><al>De 'relatieve openheid' vanaf de openbare weg zal door middel van toepassing
                        van de eisen van met name inzake de daglichttoetreding (zie sub e t/m g)
                        verbeteren, hetgeen het toezicht ten goede zal komen. De motivatie om voor
                        de alcoholvrije horeca-inrichtingen inrichtingseisen te stellen, bestaat
                        naast de kwalitatieve verbeteringen uit het feit dat een wildgroei van
                        dergelijke alcoholvrije horeca-inrichtingen beter tegen te houden is
                        (openbare orde motief).</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.28 Intrekkingsgronden</tussenkop><al>Buiten de algemene intrekkingsgronden van artikel 1.6 gelden nog een aantal
                    specifieke intrekkingsgronden. Verstoring van de openbare orde danwel aantasting
                    van het woon- en leefklimaat door geluid of trillingoverlast, dienen eveneens te
                    worden voorkomen. Hiertoe dienen in principe de normen zoals gesteld in de van
                    toepassing zijnde milieuregelgeving als uitgangspunt genomen te worden.</al><tussenkop>Artikel 2.30 Sluitingsuur</tussenkop><al>In afwijking van de in het eerste lid genoemde sluitingstijden, kan de
                    burgemeester andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk
                    horecabedrijf. Dat kan zowel neerkomen op een verruiming van de openingstijden,
                    als op een beperking. Als beleidsregel kan de burgemeester bepalen dat hij, bij
                    het beantwoorden van de vraag of voor een afzonderlijk horecabedrijf bij
                    vergunningvoorschrift afwijkende sluitingstijden zullen worden vastgesteld, per
                    categorie horecabedrijven een bepaald beleid hanteert.</al><tussenkop>Artikel 2.31 Toegang ambtenaren van politie</tussenkop><al>Teneinde de controletaak van politieambtenaren te vergemakkelijken wordt in
                    artikel 2.31 de houder van het horecabedrijf de verplichting opgelegd ervoor te
                    zorgen dat deze ambtenaren onbelemmerd het bedrijf kunnen betreden gedurende de
                    tijd dat deze voor het publiek geopend is. Indien echter gedurende de tijd dat
                    het horecabedrijf gesloten dient te zijn er toch bezoekers aanwezig zijn, dient
                    de houder evenzeer ervoor te zorgen dat de ambtenaar van politie zijn inrichting
                    kan betreden.</al><tussenkop>Artikel 2.32 Afwijking sluitingsuur, algehele sluiting</tussenkop><al-groep><al>Net als voor de in artikel 2.30, tweede lid, genoemde bevoegdheid vormt
                        artikel 174, Gemeentewet ook de grondslag voor de bevoegdheid om één of meer
                        horecabedrijven tijdelijk afwijkende sluitingsuren op te leggen of tijdelijk
                        te sluiten. Aanleiding voor tijdelijke afwijking of sluiting, moet zijn
                        gelegen in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of
                        gezondheid, of in bijzondere omstandigheden (zoals, al dan niet lokale,
                        feestdagen). Het betreft een algemene bevoegdheid die - anders dan bij de
                        bevoegheid bedoeld in artikel 2.30, tweede lid, die een individueel karakter
                        heeft - zich niet alleen kan uitstrekken tot één maar ook tot meerdere of
                        zelfs tot alle in de gemeente aanwezige horecabedrijven. Anderszijds beperkt
                        de bevoegdheid zich, anders dan bij die bedoeld in artikel 2.30, tweede lid,
                        tot het tijdelijk vaststellen van afwijkende sluitingstijden of tot
                        tijdelijke sluiting.</al><al>Lid 2 is toegevoegd ter afbakening van artikel 13b, Opiumwet.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.33 Aanwezigheid in gesloten inrichting</tussenkop><al>De sluitingsbepalingen van de vorige artikelen zijn in eerste instantie gericht
                    tot de houder van het horecabedrijf/de inrichting. Op hem rust de plicht zijn
                    inrichting gesloten te houden gedurende de in die artikelen genoemde tijden en
                    tijdens de door de burgemeester bij een sluitingsbevel aangegeven periode.
                    Artikel 2.33 richt zich tot de bezoeker van de inrichting. Indien hij gedurende
                    de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn daarin of aldaar met goedvinden
                    van de houder daarvan aanwezig is, overtreedt hij het verbod van artikel 2.33.
                    In het geval de toestemming van de houder om in de inrichting aanwezig te zijn
                    ontbreekt en de bezoeker zich niet op eerste vordering van die houder
                    verwijdert, overtreedt hij artikel 138 Wetboek van Strafrecht
                    (lokaalvredebreuk). Beide artikelen kunnen naast elkaar blijven bestaan. Artikel
                    2.33 verschaft een middel om op te kunnen treden ter handhaving van een
                    publiekrechtelijke regeling, terwijl artikel 138 WvSr de bescherming van de
                    rechten, aan eigendom verbonden, als onderwerp heeft.</al><al>De sluitingsuurbepalingen hebben geen betrekking op de activiteiten binnen het
                    horecabedrijf, maar op de invloed die deze activiteiten hebben op de omgeving.
                    Dat wil zeggen: ter regulering van geluidsoverlast wordt het wenselijk geacht
                    een sluitingsuur voor horecabedrijven in de APV op te nemen. Dit
                    sluitingstijdstip is op alle horecabedrijven van toepassing, aangezien de
                    overlast veroorzaakt wordt door bezoekers van zowel besloten als voor het
                    publiek openstaande inrichtingen. Het onderscheid tussen besloten en voor het
                    publiek openstaande inrichtingen doet in dit verband dus niet ter zake.</al><tussenkop>Artikel 2.35 Plakken en kladden</tussenkop><al-groep><al>In het eerste lid is sprake van een absoluut verbod. In de term bekladden
                        ligt reeds besloten dat het daarbij niet gaat om meningsuitingen als bedoeld
                        in artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM.</al><al>Wat lid 2 aangaat: het aanbrengen van aanplakbiljetten op onroerend goed kan
                        worden aangemerkt als een middel tot bekendmaking van gedachten en gevoelens
                        dat naast andere middelen zelfstandige betekenis heeft en met het oog op die
                        bekendmaking in een bepaalde behoefte kan voorzien. Op het in artikel 7
                        Grondwet gewaarborgde grondrecht zou inbreuk gemaakt worden als die
                        bekendmaking in het algemeen zou worden verboden of van een voorafgaand
                        verlof afhankelijk zou worden gesteld. Artikel 2.35 maakt op dit grondrecht
                        geen inbreuk, aangezien het hierin neergelegde verbod krachtens het tweede
                        lid uitsluitend een beperking van het gebruik van dit middel van
                        bekendmaking meebrengt, voorzover door dat gebruik het recht van een ander
                        (namelijk dat van de rechthebbende op het onroerend goed) wordt geschonden.
                        Ook de gemeente kan op die manier als eigenares van een onroerend goed
                        toestemming verlenen of weigeren; zij handelt dan namelijk in haar
                        privaatrechtelijke hoedanigheid. Een beslissing van de gemeente op dit
                        terrein betreft dan ook een privaatrechtelijke aangelegenheid en is derhalve
                        niet aan te merken als een beschikking in de zin van de Wet Arob. Artikel
                        2.35 verdraagt zich ook met artikel 10 EVRM, aangezien de beperking in de
                        uitoefening van het recht op vrije meningsuiting dat uit de toepassing van
                        artikel 2.35 kan voortvloeien, kan worden aangemerkt als nodig in een
                        democratische samenleving ter bescherming van de openbare orde. Dit heeft de
                        Hoge Raad uitgesproken in een aantal arresten.</al><al>In artikel 2.35 is niet het plakken op zich strafbaar, maar het plakken
                        zonder toestemming van de rechthebbende is een laakbare gedraging. Ter
                        voorkoming van onzekerheid bevat artikel 2.35 de eis dat de toestemming van
                        de rechthebbende schriftelijk moet worden gegeven.</al><al>Ingevolge het bepaalde in lid 4 geldt het plakverbod niet voor het
                        aanbrengen van meningsuitingen op de door het college aangewezen
                        aanplakborden en overeenkomstig de door dit college gestelde regels. In de
                        jurisprudentie is regelmatig aan de orde hoe bepaald kan worden of er binnen
                        een gemeente een mogelijkheid tot gebruik van enige betekenis van dit
                        verspreidingsmiddel bestaat. In 1983 heeft de Hoge Raad voor het eerst
                        toegegeven dat het denkbaar is dat het verbod in feite geen gebruik van
                        enige betekenis van het onderhavige middel van bekendmaking openlaat. De
                        feitenrechters concluderen dat daar waar in feite uitsluitend met
                        toestemming van de rechthebbende geplakt mag worden, de desbetreffende
                        APV-bepaling onverbindend geacht moet worden. In een arrest van 1989 wijkt
                        de Hoge Raad echter enigszins af van de lijn die in de jurisprudentie is
                        opgezet. De Hoge Raad handhaaft de opvatting dat er aan de hand van de
                        plaatselijke omstandigheden bekeken dient te worden of het verbod in feite
                        een mogelijkheid tot gebruik van enige betekenis openlaat. Anders dan in
                        voorgaande uitspraken echter is de Hoge Raad hier van mening dat het feit
                        dat van overheidswege geen "openbare plakborden" zijn opgericht niet hoeft
                        te leiden tot het feit dat er van dit verspreidingsmiddel geen mogelijkheid
                        tot gebruik van enige betekenis meer openstaat.</al><al>In deze uitspraak acht de Hoge Raad het "niet aannemelijk dat rechthebbenden
                        na een tot hen met inachtneming van de normale omgangsvormen gericht
                        verzoek, al dan niet gedaan onder aanbieding van enige vergoeding, op
                        zodanige schaal zouden weigeren in te stemmen met aanplakking of bevestiging
                        van biljetten op een wijze die hun goedkeuring heeft, dat in feite geen
                        mogelijkheid tot gebruik van enige betekenis van dit middel tot verspreiding
                        aanwezig is". Uit deze uitspraak van de Hoge Raad mag blijken dat pas
                        wanneer op grond van de algemene ervaringsregels aannemelijk is geworden dat
                        rechthebbenden op zodanige schaal zouden weigeren in te stemmen met
                        aanplakking dat in feite geen mogelijkheid tot gebruik van enige betekenis
                        van dit middel tot verspreiding aanwezig is, van de gemeenten een min of
                        meer voorwaardenscheppend beleid gevraagd wordt zodat aan het criterium "dat
                        gebruik van enige betekenis moet overblijven", ook feitelijk inhoud kan
                        worden gegeven.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.36 Vervoer plakgereedschap e.d.</tussenkop><al>Door deze bepaling wordt de effectiviteit van het in artikel 2.35 opgenomen
                    plakverbod vergroot. De Hoge Raad heeft een dergelijke zelfstandige
                    strafbaarstelling geaccepteerd. In het tweede lid wordt bepaald dat de
                    omstandigheid dat de in lid 1 genoemde stoffen en voorwerpen niet waren bestemd
                    of gebezigd voor handelingen, welke ingevolge de voorgaande bepaling zijn
                    verboden, een rechtvaardigingsgrond oplevert. Aldus verstaan maakt deze bepaling
                    geen inbreuk op enige wetsbepaling of algemene rechtsbeginselen.</al><tussenkop>Artikel 2.37 Vervoer inbrekerswerktuigen</tussenkop><al>Deze verbodsbepaling beoogt het plegen van misdrijven zoals diefstal met braak
                    te bemoeilijken. Een dergelijke verbodsbepaling kan strekken tot bescherming van
                    de openbare orde, aldus de Hoge Raad in 1977. Een dergelijke zelfstandige
                    strafbaarstelling is niet strijdig met het Wetboek van Strafrecht.</al><tussenkop>Artikel 2.39 Hinderlijk gedrag op of aan de weg</tussenkop><al>In een samenleving waarin een groot aantal mensen op een relatief klein
                    grondgebied woont, zal men elkaar hinderen en overlast aandoen. Op basis van
                    artikel 2.39 (en ook 2.42) kan tegen vormen van onnodige hinder of overlast
                    worden opgetreden. De Hoge Raad heeft bepaald dat uit niets blijkt dat de
                    wetgever de in de artikelen omschreven gedragingen uitputtend heeft willen
                    behandelen. De gemeentelijke wetgever is derhalve bevoegd tot aanvulling van
                    deze bepalingen.</al><tussenkop>Artikel 2.41 Hinderlijk drankgebruik</tussenkop><al-groep><al>Tot op heden was het toegestaan om op de weg alcoholhoudende drank te
                        nuttigen, met uitzondering van door burgemeester en wethouders aangewezen
                        gebieden. In de praktijk is gebleken dat met enige regelmaat alcoholgebruik
                        tot overlast en inbreuk op de openbare orde heeft geleid.</al><al>In deze situaties is het voor de politie niet mogelijk om adequaat op te
                        treden, omdat er in de oude situatie al sprake moest zijn van een
                        daadwerkelijke verstoring van de openbare orde.</al><al>De nieuwe situatie biedt de politie een middel om op te treden voordat
                        daadwerkelijk de openbare orde verstoord wordt. Met andere woorden: bij een
                        reële dreiging van een verstoring van de openbare orde kan de politie
                        preventief optreden.</al><al>Op het verbod gelden uitzonderingen voor terrassen van horeca-inrichtingen,
                        evenementen waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank-
                        en horecawet en, voorzover deze niet vallen onder één van beide genoemde
                        uitzonderingen, aangewezen wegen of weggedeelten.</al><al>Ten aanzien van dit laatste punt zijn burgemeester en wethouders tevens
                        bevoegd om weg of weggedeelten voor een korte duur aan te wijzen als
                        uitzondering op het verbod.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.43 Gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</tussenkop><al>Dit artikel is gericht op het tegengaan van misbruik van bepaalde, voor het
                    publiek toegankelijke ruimten zoals parkeergarages, telefooncellen en
                    wachtlokalen voor een openbaar vervoermiddel. In de praktijk blijkt de
                    verstrekking/verlening van bepaalde goederen en diensten in de openbare sfeer
                    nogal eens te worden bemoeilijkt door baldadigheden e.d. Wegens het ontbreken
                    van een bruikbare strafbepaling kan tegen dit euvel vaak niet effectief worden
                    opgetreden. De reikwijdte van de meeste APV-bepalingen is veelal beperkt tot
                    gedragingen op of aan de weg. Tegen deze achtergrond moet artikel 2.43 geplaatst
                    worden waarmee, in aanvulling op de bestaande plaatselijke voorschriften ter
                    bestrijding van baldadigheid op of aan de weg en op artikel 138 WvSr, baldadig
                    en ordeverstorend gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten kan worden
                    tegengegaan.</al><tussenkop>Artikel 2.45</tussenkop><al-groep><al>In dit artikel is het onbeheerd laten staan van voertuigen e.d. is geregeld. </al><al>In verband met de problematiek rondom zwerffietsen/fietswrakken en in om het
                        centrum van Wageningen is in lid d een bepaling dienaangaande opgenomen.
                        Ingevolge deze bepaling kunnen langdurig achtergelaten fietswrakken of
                        zwerffietsen, in verband met het feit dat deze een gevoel van onveiligheid,
                        overlast en een ontsiering van het straatbeeld kunnen opleveren, worden
                        verwijderd. Dit niet dan nadat aan de actie tot verwijdering van de fietsen
                        middels publicatie in voldoende mate bekendheid is gegeven. De termijn, na
                        afloop waarvan een fietswrak/zwerffiets kan worden verwijderd, is door het
                        college van burgemeester en wethouders nader vastgesteld op drie weken. Bij
                        de vooraankondiging van de inzamelactie wordt deze termijn duidelijk
                        vermeld. De betreffende fietswrakken/zwerffietsen worden voorzien van een
                        sticker. De eigenaar kan de fiets gedurende de termijn van drie weken nog
                        meenemen. Bij het inzamelen worden de fietsen geregistreerd en
                        gefotografeerd. De fietswrakken/zwerffietsen worden vervolgens voor een
                        termijn van drie maanden opgeslagen. Als binnen deze termijn de eigenaar de
                        fiets niet komt ophalen, wordt deze door een fietswerkplaats opgehaald.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.47 Bespieden van personen</tussenkop><al>Met deze bepaling wordt beoogd ongemerkte en door iedereen als ongewenst ervaren
                    verstoring van de privacy te verbieden. Toepassing zal het artikel alleen in
                    excessieve situaties vinden; de politie zal in het algemeen eerst optreden
                    indien burgers klachten hebben geuit over voyeurs.</al><tussenkop>Artikel 2.48 Bewakingsapparatuur</tussenkop><al>Ook deze bepaling strekt ter bescherming van de privacy. Artikel 2.48 heeft
                    speciaal betrekking op het misbruik van bewakingscamera's, namelijk het zodanig
                    gebruik van dergelijke apparatuur dat daardoor inbreuk wordt gemaakt op eens
                    anders privacy. Het is niet mogelijk en niet wenselijk om installaties en
                    gebruik van bewakingscamera's zonder meer te verbieden. Voor situaties waarin de
                    persoonlijke levenssfeer van de burgers in het geding komt door gedragingen van
                    anderen, zelfs als dit geschiedt vanaf eigen particulier terrein of gebouw, kan
                    met deze bepaling worden opgetreden.</al><tussenkop>Artikelen 2.49 en 2.50 Nodeloos alarmeren/alarminstallaties</tussenkop><al>Bedrijfsgebouwen en particuliere woningen worden steeds vaker beveiligd tegen
                    overval en inbraak. Deze op zich goede ontwikkeling heeft evenwel ook een
                    negatieve kant; het komt nogal eens voor dat deze alarminstallaties - te
                    verdelen in zogenaamde luid-alarm- en stil-alarm-installaties - nodeloos afgaan.
                    Bij de luid-alarminstallaties levert dit zowel voor de politie als omwonenden
                    overlast op. De gemeentepolitie Wageningen hanteert inmiddels het bekende
                    "rode-kaarten-systeem" ingeval de politie nodeloos gealarmeerd wordt. Zie ook
                    het boekje "Alarmeren van de politie zonder noodzaak" (VNG-uitgave 1991).</al><tussenkop>Artikel 2.51 Loslopende honden, verboden plaatsen,
                    identificatie</tussenkop><al>Artikel 2.51 beperkt het loslopen van honden in twee situaties: op de weg (door
                    de omschrijving van het begrip weg vallen hieronder ook parken en plantsoenen)
                    zonder dat de hond aangelijnd is en op kinderspeelplaatsen e.d. Aan dit artikel
                    ligt in zijn algemeenheid het motief van de voorkoming en bestrijding van
                    overlast ten grondslag. In het bijzonder heeft dit artikel de volgende
                    bedoelingen: bescherming van de verkeersveiligheid, voorkomen van beschadiging
                    aan eigendommen van derden, voorkomen van hinder voor voetgangers, bestrijden
                    van verontreiniging, tegengaan van verspreiding van de besmettelijke veeziekte
                    abortus-Bang en het voorkomen van schade en dierenleed. Volgens de Hoge Raad
                    blijft een algemeen verbod tot loslopen van honden op de weg als betreffende de
                    openbare orde, binnen de grenzen van de huishouding van de gemeente. Als in
                    strijd met het in dit artikel neergelegde verbod honden loslopend worden
                    aangetroffen, biedt artikel 174 Gemeentewet (bestuursdwang) de mogelijkheid deze
                    honden gevangen te nemen en over te dragen aan een asiel. Dit vindt uiteraard
                    niet plaats wanneer de eigenaar direct te achterhalen is. Men zal daarbij
                    artikel 4 Wet op de dierenbescherming analoog kunnen toepassen.</al><tussenkop>Artikel 2.52 Verontreiniging door honden</tussenkop><al>Het euvel van de verontreiniging van trottoirs door uitwerpselen van honden
                    neemt zodanige vormen aan, dat het noodzakelijk is over de middelen te
                    beschikken hiertegen op te treden. De straatverontreiniging kan gevaren
                    opleveren voor de volksgezondheid. Ook kan een voor honden dodelijk virus
                    verspreid worden. De strafbaarheid wordt opgeheven indien de uitwerpselen direct
                    worden verwijderd (door middel van een schepje bijvoorbeeld). Al zal de
                    handhaving (op heterdaad betrappen) moeilijkheden opleveren, men mag hopen dat
                    er op den duur preventieve invloed van deze bepaling uit zal gaan ter inperking
                    van het onfatsoen van hondenbezitters. Overtredingen van het verbod van artikel
                    2.52 behoren tot de zogenaamde verontreinigingsdelicten, welke vatbaar zijn voor
                    politietransactie.</al><tussenkop>Artikel 2.53 Gevaarlijke honden</tussenkop><al>In 1988 heeft een commissie van advies "agressief gedrag bij honden" een rapport
                    aangeboden aan de Minister van Landbouw en Visserij. Dit rapport bevat
                    voorstellen van die commissie ter voorkoming van gevaar voor mens of dier ten
                    gevolge van agressiviteit van honden. De commissie heeft verder in haar rapport
                    modelbepalingen aangegeven, waarin haar aanbevelingen zijn verwerkt. Eén van die
                    bepalingen is artikel 2.53 waarin de behoefte aan maatregelen om gevaarlijke
                    honden onschadelijk te houden wordt neergelegd.</al><tussenkop>Artikel 2.54 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</tussenkop><al>Het kan voor de omgeving hinderlijk zijn als iemand dieren houdt. Er moet kunnen
                    worden ingegrepen als overlast of schade voor de openbare gezondheid dreigt. Dan
                    moeten belangen worden afgewogen. Daarom is gekozen voor de constructie, dat
                    burgemeester en wethouders bevoegd worden verklaard de plaatsen aan te wijzen,
                    alwaar naar hun oordeel het houden van bepaalde dieren overlast of schade voor
                    de volksgezondheid veroorzaakt.</al><tussenkop>Artikel 2.56 Loslopend vee en pluimvee</tussenkop><al>Dit verbod dient mede de verkeersveiligheid. Herhaaldelijk gebeuren er
                    verkeersongelukken doordat een paard, een koe of een ander dier uit het weiland
                    is gebroken en zich op de weg bevindt. De verplichting om dit zoveel mogelijk te
                    voorkomen is daarom op haar plaats.</al><tussenkop>Artikel 2.57 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al-groep><al>Algemeen</al><al>De misdrijven heling en diefstal hangen nauw met elkaar samen. Een bekend
                        adagium op dit gebied is: "zonder heler geen steler", waaruit blijkt dat
                        diefstal in vele gevallen vooral door heling aantrekkelijk wordt gemaakt.
                        Uit een oogpunt van diefstalpreventie - en van misdaadbestrijding in het
                        algemeen - is het aanpakken van heling dan ook een voorname eis. In februari
                        1992 is een wet in werking getreden die een aanvulling bevat op het Wetboek
                        van Strafrecht en het Wetboek voor Strafvordering met voorzieningen ten
                        behoeve van de helingbestrijding. Voor een effectieve aanpak van de
                        helingproblematiek waren de oude wetsbepalingen namelijk ontoereikend. In de
                        Memorie van Toelichting wordt vermeld dat de helingbepalingen zo verouderd
                        waren dat ze nauwelijks meer werden nageleefd. Het verdiende aanbeveling om
                        aanvullende voorschriften, vooral voor het register, vast te stellen. Omdat
                        de oude wetsartikelen de gemeenten niet verplichtten om helingvoorschriften
                        in hun verordening op te nemen, doch daartoe slechts de mogelijkheid boden,
                        was er in de ene gemeente meer dan in de andere geregeld ter bestrijding van
                        heling. De gewijzigde artikelen in het Wetboek van Strafrecht beogen aan
                        deze situatie op een belangrijk aantal punten een eind te maken. Regeling in
                        een formele wet zorgt voor een uniforme landelijke regeling en heeft tot
                        gevolg dat de helingbepalingen in de APV aangepast moeten worden. De
                        strafwetgever geeft daarom de gemeenteraad de bevoegdheid nadere
                        voorschriften te stellen met betrekking tot het doorlopend verkoopregister
                        en ter voorkoming van gevaar voor begunstiging van misdrijven. De
                        gemeenteraad kan geen nadere voorschriften meer geven met betrekking tot het
                        inkoopregister. Daarin wordt nu door hogere regelgeving voorzien. De
                        opsomming van handelaren die een inkoopregister moeten bijhouden wordt niet
                        meer in de wet zelf gedaan, maar in een besluit opdat de reeks eenvoudig kan
                        worden aangevuld of gewijzigd.</al><al>Handelaar</al><al>Voor de omschrijving van het begrip "handelaar" verwijst het artikel 437,
                        lid 1, WvSr naar de algemene maatregel van bestuur op grond van dit artikel.
                        Artikel 1 van dit besluit noemt als handelaren hier bedoeld: opkopers en
                        handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen, platina, goud, zilver,
                        edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto's, motorfietsen, bromfietsen,
                        fietsen, foto-, film-, radio- en videoapparatuur en apparatuur voor
                        automatische registratie. De handelaren in antiek en curiosa zijn tevens
                        handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2.63 Begripsomschrijving</tussenkop><al>In tal van gemeenten worden burgers in toenemende mate geconfronteerd met
                    gevaar, schade en hinder ten gevolge van het afsteken van vuurwerk, in het
                    bijzonder ter gelegenheid van de jaarwisseling. Hun bezwaren betreffen daarbij
                    vooral de omstandigheid dat het vuurwerk steeds vroeger voor de eigenlijke
                    jaarwisseling op straat wordt afgestoken. Voor de omschrijving van het begrip
                    vuurwerk is aansluiting gezocht bij de omschrijving daarvan in het
                    Vuurwerkbesluit. Het besluit heeft betrekking op het zogenaamde
                    consumentenvuurwerk, dat wil zeggen vuurwerk dat door particulieren wordt
                    afgestoken (tijdens de jaarwisseling). Het zogenaamde groot vuurwerk, fop- en
                    schertsvuurwerk, alsmede producten die reeds in de Schepenwet, de Wet wapens en
                    munitie, de Jachtwet en het Warenwetbesluit speelgoed kunnen niet worden
                    aangemerkt als vuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit.</al><tussenkop>Artikel 2.64 Afleveren van vuurwerk</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning vuurwerk af
                    te leveren of ter aflevering aanwezig te houden. Hiermee kan het aantal
                    verkooppunten gereguleerd worden in het belang van de handhaving van de openbare
                    orde. Dit artikel is gebaseerd op artikel 149 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 2.65 Bezigen van vuurwerk</tussenkop><al>In het Vuurwerkbesluit is bepaald dat het verboden is om vuurwerk af te steken
                    op een ander tijdstip dan tussen 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur
                    van het daarop volgende jaar. Het afsteken van vuurwerk wordt op dit tijdstip
                    toelaatbaar geacht vanwege de koppeling van het vuurwerkgebruik aan de
                    feestelijkheden rond de jaarwisseling en de inbedding daarvan in de Nederlandse
                    volkscultuur. Toch kunnen er, ondanks dat dit alleen op oudejaarsdag is
                    toegelaten, plaatsen zijn waar het afsteken van vuurwerk te allen tijde niet
                    toelaatbaar moet worden geacht (bijvoorbeeld bij ziekenhuizen, huizen met rieten
                    daken, bejaardentehuizen, bij dierenasiels enz.). Dit artikel geeft burgemeester
                    en wethouders de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het afsteken van
                    vuurwerk te allen tijde verboden is. Dit artikel is evenals artikel 2.64
                    gebaseerd op artikel 149 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 2.67 Sluiting van drugspanden</tussenkop><al>Het verdient aanbeveling om - voor de gevallen waarin de woning niet is
                    verzegeld of de verzegeling reeds is verbroken - een strafbepaling op te stellen
                    die het verbiedt om een gesloten pand te betreden. Aangezien de situatie kan
                    ontstaan dat personen de woning moeten betreden wegens dringende redenen, is het
                    tweede lid er aan toegevoegd. Anders zou het verbod uit het eerste lid wel erg
                    absoluut zijn.</al><tussenkop>Artikel 2.69 Verblijfsontzegging</tussenkop><al>Op grond van artikel 172 gemeentewet heeft de burgemeester de
                    verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid. De burgemeester is
                    bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de
                    openbare orde, te beletten of te beëindigen. Hij kan daartoe bevelen geven die
                    noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. Ter voorkoming van
                    verstoringen van de openbare orde is artikel 2.69 in de APV Wageningen
                    opgenomen. De verblijfsontzegging is een instrument dat de burgemeester in geval
                    van omstandigheden als bedoeld in artikel 172 Gemeentewet in kan zetten. Een
                    verblijfsontzegging is een instrument dat het gezag de mogelijkheid geeft om
                    personen die zich herhaaldelijk schuldig maken aan overlastgevende gedragingen
                    voor een bepaalde duur de toegang tot een aangewezen gebied te ontzeggen.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE
                    E.D.</tussenkop><tussenkop>Toelichting bij 3.1.1 a en b Prostitutie en prostituee</tussenkop><al>Deze omschrijving van het begrip “prostituee” is afgeleid van de definitie in
                    artikel 250a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. </al><tussenkop>Toelichting bij 3.1.1 c Seksinrichting</tussenkop><al-groep><al>Het begrip seksinrichting is het centrale begrip voor deze verordening.
                        Seksinrichtingen zijn erin verschillende varianten. Daarom is in deze
                        definitie bewust gekozen voor een algemene omschrijving. Die omschrijving
                        sluit aan bij het spraakgebruik en in diverse rechterlijke uitspraken
                        gehanteerde definities.</al><al>“Seksinrichting” als hier omschreven is een inrichting waarin op
                        bedrijfsmatige wijze seksuele diensten worden verleend, dan wel waarin deze
                        diensten in een zodanige omvang en met een zodanige frequentie worden
                        aangeboden dat die als bedrijfsmatig kunnen worden aangemerkt. Deze
                        constructie (alsof het bedrijfsmatig was) komt ook voor in de Wet
                        milieubeheer. In de definitie is gekozen voor de term “besloten ruimte”,
                        omdat dit meer omvat dan het begrip “gebouw”. Onder besloten ruimte worden
                        ook een vaar- of een voertuig begrepen. Het bijvoeglijk naamwoord “besloten”
                        duidt erop dat de ruimte zich niet in de open lucht bevindt. Het moet dus
                        gaan om een overdekt en geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten ruimte,
                        die al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is.</al><al>Veel voorkomende vormen van seksinrichtingen zijn in deze omschrijving
                        uitdrukkelijk genoemd. Dit om iedere discussie over de vraag of dit type
                        inrichting als seksinrichting dient te worden aangemerkt, te voorkomen. Dit
                        zijn: (raam)prostitutiebedrijven, erotische-massagesalons, seksbioscopen,
                        seksautomatenhallen, sekstheaters of parenclubs.</al><al>Sommige van deze begrippen behoeven wellicht nadere toelichting. Onder een
                        prostitutiebedrijf worden niet alleen bordelen en clubs begrepen, maar ook
                        andere ruimten waarin prostitutie plaatsvindt, zoals zogenaamde
                        prostitutiehotels die speciaal aan prostituees voor korte tijd kamers
                        verhuren. Onder raamprostitutiebedrijf dient te worden verstaan een
                        inrichting met één of meer ramen waarachter de prostituee tracht de aandacht
                        van passanten op zich te vestigen. Een seksbioscoop is een inrichting waarin
                        hoofdzakelijk vertoningen van erotisch-pornografische aard worden gegeven
                        door middel van audiovisuele apparatuur. Dit is in afwijking van een
                        seksautomatenhal, waarin dergelijke vertoningen van erotisch-pornografische
                        aard worden gegeven door middel van automaten en van een sekstheater, waarin
                        deze vertoningen anders dan door middel van audiovisuele apparatuur of
                        automaten B met andere worden live B worden gepresenteerd. Voor zowel de
                        seksbioscoop, de seksautomatenhal als het sekstheater geldt dat daarin
                        hoofdzakelijke voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden
                        gegeven. Een café bijvoorbeeld, waarin incidenteel een stripteaseoptreden
                        plaatsvindt, dient derhalve niet als “sekstheater” te worden aangemerkt.
                        Zo’n optreden moet echter worden beschouwd als een evenement (een “voor
                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak”), waarvoor volgens artikel
                        2.23 vergunning van de burgemeester vereist is.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.1.1 d Escortbedrijf</tussenkop><al>Een escortbedrijf is een bedrijf dat meestal telefonisch bemiddelt tussen
                    klanten en prostituees. De prostituee bezoekt de klant, of gaat met de klant
                    naar een andere plaats. Een escortbedrijf is geen inrichting. Het kan een
                    kantoortje zijn, maar ook een telefooncentrale, of zelfs een website op
                    Internet. De plaats van de bedrijfsruimte is bepalend voor de vergunningplicht.
                    Een escortbedrijf biedt de services actief aan door middel van advertenties en
                    andere reclame-uitingen. Uiteraard kan er ook sprake zijn van een combinatie van
                    een seksinrichting en een escortservice.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.1.1 e Sekswinkel</tussenkop><al>De omschrijving van het begrip “sekswinkel” is ontleend aan de Winkeltijdenwet.
                    Ook in deze begripsomschrijving is bepaald dat hoofdzakelijk van verkoop van
                    goederen in casu van erotisch-pornografische aard sprake moet zijn. Zonder die
                    aanduiding zouden immers veel tijdschriftenwinkels als sekswinkel moeten worden
                    aangemerkt. Een sekswinkel is geen “seksinrichting” als hierboven omschreven; de
                    exploitatie ervan is niet onderworpen aan de vergunningplicht van artikel 3.2.1,
                    eerste lid. </al><tussenkop>Toelichting bij 3.1.1 h Bezoeker</tussenkop><al>Het behoeft geen betoog dat, tegen de achtergrond van de bij of krachtens de
                    artikelen 3.2.3 of 3.2.4. vastgestelde sluitingsuren, niet alle in de inrichting
                    aanwezige personen als “bezoeker” moeten worden aangemerkt. Van het begrip
                    “bezoeker” zijn behalve de exploitant(en), de beheerder(s), de prostituee(s) en
                    de personeelsleden van de exploitant, tevens de toezichthouder en
                    opsporingsambtenaren uitgezonderd, alsmede andere personen wier aanwezigheid in
                    de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is (hierbij valt te denken
                    aan personen die de inrichting moeten kunnen betreden voor het leveren van
                    goederen, of voor het uitvoeren van reparatie- of onderhoudswerkzaamheden).</al><tussenkop>Toelichting bij 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan</tussenkop><al>De artikelen 162 en 174 van de Gemeentewet maken deze bevoegdheidsafbakening
                    noodzakelijk. Volgens artikel 162 van de Gemeentewet is het college van
                    burgemeester en wethouders belast met de uitvoering van raadsbesluiten tenzij
                    bij of krachtens de wet de burgemeester daarmee is belast. Dit laatste doet zich
                    hier voor: artikel 174 van de Gemeentewet belast de burgemeester namelijk met
                    “het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede op de
                    voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven” en met “de
                    uitvoering van verordeningen voorzover deze betrekking hebben op het in het
                    eerste lid bedoelde toezicht”. In veruit de meeste gevallen dient de
                    burgemeester derhalve te worden aangemerkt als het bevoegde bestuursorgaan. Zijn
                    bevoegdheid betreft namelijk de voor het publiek openstaande gebouwen en de
                    openbare samenkomsten en vermakelijkheden. In de definitie van seksinrichting is
                    echter het ruimere begrip “ruimte” opgenomen. Dat betekent dat het college
                    bevoegd is als het gaat om met name de vaar- en voertuigen. Ook is het college
                    bevoegd als het gaat om escortbedrijven. Het gebruik van de openbare weg,
                    waarbij in dit verband met name gedacht moet worden aan tippelzones, is ook een
                    bevoegdheid van het college.</al><tussenkop>Toelichting 3.1.3</tussenkop><al-groep><al>Vergunningsvoorschriften die voor de exploitatie van seksinrichtingen zouden
                        moeten gelden, kunnen krachtens dit artikel door het bevoegd bestuursorgaan
                        worden vastgesteld als algemeen verbindende voorschriften.</al><al>Ook kan het bestuursorgaan zelf over zijn bevoegdheid beleidsregels
                        vaststellen als bedoeld in artikel 4:81 van de Awb. Indien het wenselijk
                        wordt geacht om een bevoegdheid als regel op een bepaalde wijze toe te
                        passen, maar in bijzondere gevallen anders te kunnen besluiten, ligt het dus
                        in de rede daarvoor geen “nadere regel”, maar een beleidsregel vast te
                        stellen.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.2.1.1</tussenkop><al-groep><al>Het wijzigen van de seksinrichting of het escortbedrijf valt eveneens onder
                        de vergunningplicht. Met het wijzigen wordt bedoeld een wijziging van welke
                        aard dan ook. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verandering van
                        bouwkundige aard, het aantal exploitanten, de wijze van exploitatie en de
                        naam van één of meerdere exploitanten. Dit is om te voorkomen dat de
                        vergunning uit de pas loopt met de feitelijke situatie.</al><al>Vanzelfsprekend is het mogelijk exploitatievergunningen te verlenen voor een
                        bepaalde duur, zodat periodiek het functioneren van inrichtingen en/of het
                        gemeentelijk beleid terzake kan worden geëvalueerd.</al><al>In deze bepaling is er voor gekozen om escortbedrijven aan dezelfde
                        vergunningplicht als seksinrichtingen te onderwerpen. Hierdoor wordt een
                        eenduidige systematiek gehanteerd. De vergunning zal echter veel minder
                        omvattend kunnen zijn, omdat de activiteiten van een escortbedrijf nu
                        eenmaal niet in een inrichting plaatsvinden. De toetsing van de
                        vergunningaanvraag zal zich derhalve veelal beperken tot de toetsing van de
                        antecedenten van de exploitant en beheerder.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.2.1.2</tussenkop><al-groep><al>De ruime strekking van de in het eerste lid genoemde vergunningplicht laat
                        vanzelfsprekend onverlet, dat het bevoegd bestuursorgaan zich aan de hand
                        van een ingediende vergunningaanvraag een oordeel moet kunnen vormen over
                        alle rechtstreeks bij het te nemen besluit betrokken belangen. Indiening en
                        ontvangstname van een aanvraag staan dus nadrukkelijk in het teken van het
                        vergaren van alle kennis over relevante feiten en betrokken belangen, die
                        nodig is om tot een zorgvuldige afweging te kunnen komen. Door wie de
                        inrichting zal worden geëxploiteerd en beheerd is relevant, omdat deze
                        personen niet van slecht levensgedrag mogen zijn en dienen te voldoen aan de
                        eisen van zedelijk gedrag, zoals gesteld in artikel 3.2.2. De
                        vergunningverlening is bovendien persoonsgebonden en niet
                        overdraagbaar.</al><al>Blijkens artikel 4:5, eerste lid, van de Awb kan het niet-overleggen van de
                        in het tweede lid genoemde gegevens voor het bevoegd bestuursorgaan
                        aanleiding zijn om - mits gelegenheid tot aanvulling is geboden - de
                        aanvraag niet te behandelen.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.2.2</tussenkop><al-groep><al>De opheffing van het algemeen bordeelverbod is onder meer gericht op het
                        decriminaliseren van de niet langer strafbare vormen van (exploitatie van)
                        prostitutie. Daarom is het, ook volgens de wetgever, van belang dat bij de
                        besluitvorming over een aanvraag om vergunning voor het exploiteren van een
                        seksinrichting rekening gehouden kan worden met de antecedenten van de
                        daarbij betrokken personen: de exploitant(en) en de beheerder(s).</al><al>De aanduiding “in enig opzicht van slecht levensgedrag” in het eerste lid
                        onder b kan méér omvatten dan hetgeen gesteld is in de navolgende leden.
                        Anders gezegd: lid 2 tot en met 5 geven aan wanneer in elk geval sprake is
                        van “in enig opzicht van slecht levensgedrag”. Dat het niet als een
                        limitatieve opsomming dient te worden opgevat blijkt uit het gebruik van het
                        woord “naast” aan het begin van het tweede lid.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.2.3.1</tussenkop><al>De in het eerste lid opgenomen sluitingsbepaling is gegrond op artikel 149 van
                    de Gemeentewet. De raad kan verplichte sluitingstijden voor openbare (waaronder
                    seks)inrichtingen vaststellen ter bescherming van de openbare orde of de woon-
                    en leefomgeving, ter voorkoming of beperking van overlast en dergelijke.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.2.3.3</tussenkop><al-groep><al>Anders dan de sluitingsbepalingen van het eerste en tweede lid richt het
                        derde lid zich tot de bezoeker van een seksinrichting. Indien een bezoeker
                        met toestemming van de exploitant of beheerder in de inrichting aanwezig
                        gedurende de tijd dat deze gesloten dient te zijn, handelt hij in strijd met
                        het </al><al>derde lid.</al><al>Indien een bezoeker echter zonder toestemming van de exploitant of beheerder
                        in de inrichting aanwezig is en zich niet op diens eerste vordering
                        verwijdert, handelt hij in strijd met artikel 138 van het Wetboek van
                        Strafrecht (lokaalvredebreuk). Artikel 138 ziet toe op de bescherming van de
                        aan de eigendom verbonden rechten; het derde lid van artikel 3.2.3 strekt
                        tot handhaving van een publiekrechtelijke regeling.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.2.4.1</tussenkop><al-groep><al>Ten opzichte van artikel 3.2.3 biedt artikel 3.2.4 de mogelijkheid om
                        daarvan al dan niet tijdelijk af te wijken. Volgens het eerste lid kan die
                        afwijking inhouden dat:</al><lijst><li nr="-"><al>voor (één of meer) inrichtingen al dan niet tijdelijk andere
                                sluitingstijden worden vastgesteld dan de bij of krachtens artikel
                                3.2.3 gestelde; of</al></li><li nr="-"><al>van (één of meer) inrichtingen al dan niet tijdelijk de - algehele
                                of gedeeltelijke - sluiting wordt bevolen.</al></li></lijst><al>Aan zo’n tijdelijke afwijking moeten een of meer van de in artikel 3.3.2,
                        tweede lid, genoemde belangen ten grondslag liggen, of er moet sprake zijn
                        van strijdigheid met het bepaalde in dit hoofdstuk. Het bevoegd
                        bestuursorgaan kan daartoe overgaan indien het dat noodzakelijk acht in het
                        belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, de voorkoming of
                        beperking van overlast en dergelijke.</al><al>In het eerste lid, aanhef en onder b, is het bevoegd bestuursorgaan een
                        expliciete sluitingsbevoegdheid gegeven. Deze bevoegdheid is te
                        onderscheiden van de bevoegdheid tot aanzegging van bestuursdwang als
                        bedoeld in artikel 5:21 van de Awb die door artikel 3.2.4. onverlet wordt
                        gelaten. Met toepassing van bestuursdwang wordt kort gezegd beoogd een
                        onrechtmatige situatie weer in overeenstemming te (doen) brengen met het
                        recht. De in het eerste lid, onder b, opgenomen sluitingsbevoegdheid moet
                        daarentegen veel meer worden gezien als een (bestuursrechtelijke) sanctie op
                        inbreuken op het in dit hoofdstuk bepaalde.</al></al-groep><al>Indien nodig kan de naleving van een krachtens het eerste lid, onder b, gegeven
                    sluitingsbevel worden afgedwongen door toepassing van bestuursdwang. Om een
                    opeenstapeling van bestuursrechtelijke procedures te voorkomen, verdient het
                    aanbeveling te bezien of met het sluitingsbevel tevens (preventief)
                    bestuursdwang kan worden aangezegd. Daarvoor is wel vereist dat er een
                    klaarblijkelijk dreiging bestaat dat de desbetreffende overtreding daadwerkelijk
                    zal plaatsvinden en dat er schade dreigt.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.2.4.2</tussenkop><al>Het besluit op grond van het eerste lid (zowel onder a als b), richt zich
                    doorgaans tot één of meer belanghebbenden, de betrokken exploitant(en) en moet
                    aan hen worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 3:41 van de Awb. Nu het
                    bezoekers verboden is in een seksinrichting te verblijven gedurende de tijd dat
                    deze gesloten dient te zijn, (artikel 3.2.3, derde lid) is in het tweede lid
                    bepaald dat een krachtens het eerste lid genomen besluit, behalve aan de
                    betrokken exploitant(en), ook openbaar wordt bekendgemaakt. Dat kan op de door
                    3:42 Awb voorgeschreven wijze geschieden. Het zichtbaar aanplakken van de
                    geslotenverklaring op de inrichting zelf verdient aanbeveling.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.2.5.1</tussenkop><al>Om effectiever te kunnen optreden tegen schijnbeheer, is in het eerste lid, niet
                    slechts een gebod (een verplichting tot aanwezigheid), maar een verbod
                    opgenomen. De aanwezigheid van de exploitant of beheerder is van belang in
                    verband met het door hem uit te oefenen toezicht, zoals verwoord in het tweede
                    lid.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.2.5.2</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel schept voor de exploitant(en) en de beheerder(s) een algemene
                        verplichting tot het uitoefenen van toezicht ter handhaving van de orde in
                        de inrichting. Daarbij zullen zij zich in ieder geval, maar niet
                        uitsluitend, moeten richten op het voorkomen en tegengaan van onvrijwillige
                        prostitutie, prostitutie door minderjarigen of illegalen, drugs- of
                        wapenhandel, heling, geweldsdelicten en dergelijke.</al><al>In de jurisprudentie is al eerder uitgemaakt dat de exploitant - uiteraard
                        binnen redelijke grenzen - verantwoordelijk is voor de gang van zaken in de
                        inrichting. Dat wordt door deze toezichtverplichting, die ook geldt voor de
                        beheerder(s), nog eens onderstreept.</al><al>Indien zich in de inrichting strafbare feiten voordoen, biedt dit artikel
                        aanknopingspunten om daar in bestuursrechtelijke zin tegen op te treden. Het
                        is niet vereist dat daaraan strafrechtelijke vervolging en/of veroordeling
                        is voorafgegaan: vaststaan moet slechts dat geen of onvoldoende toezicht is
                        uitgeoefend. </al><al>Aan het toezicht dat van de exploitant of beheerder mag worden verwacht op
                        de meerderjarigheid of legaliteit van in de inrichting werkzame prostituees
                        zal gestalte kunnen worden gegeven door inzage te verlangen in hun
                        identiteitspapieren. Waar het de onvrijwillige prostitutie en andere
                        strafbare feiten betreft, zullen de exploitant of beheerder regelmatig
                        toezicht moeten houden en zo nodig handelend moeten optreden. Naarmate de
                        exploitant aantoonbaar en actief huisregels toepast en een nauwkeurige
                        registratie bijhoudt van de leeftijd en nationaliteit van de prostituees,
                        vergemakkelijkt hij niet alleen het toezicht, maar zal hij ook beter in
                        staat zijn om aannemelijk te maken dat door hem voldoende toezicht is
                        uitgeoefend.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.2.8</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel heeft een repressief karakter: het schept niet zonder meer een
                        gebod, maar slechts voorzover het bevoegd bestuursorgaan daaromtrent nader
                        heeft besloten. Hoewel denkbaar is dat deze bepaling in praktijk vooral zal
                        worden toegepast ten aanzien van sekswinkels, richt zij zich ook op het
                        tentoonstellen en dergelijke als zodanig; zij kan dus bijvoorbeeld ook
                        betrekking hebben op erotisch-pornografische foto=s of afbeeldingen
                        aangebracht bij seksinrichtingen om de aandacht van het publiek te
                        trekken.</al><al>Zoals in het eerste lid is aangegeven, kan het bevoegd bestuursorgaan de
                        regulering terzake gestalte geven door:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de betrokken rechthebbende bekend te maken dat, door de wijze
                                van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen, de openbare orde of de
                                woon- en leefomgeving in gevaar wordt gebracht;</al></li><li nr="b."><al>(algemene) regels vast te stellen die in acht moeten worden genomen
                                bij het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                opschriften en dergelijke als hier bedoeld.</al></li></lijst></al-groep><al>Zowel “bekendmaking” bedoeld onder a, als de vaststelling van “regels” als
                    bedoeld onder b, vormt een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de
                    Awb: in beide gevallen is er sprake van een besluit - dat zich richt tot een
                    betrokken rechthebbende respectievelijk van algemene strekking is - met het
                    (rechts)gevolg dat een verbod als genoemd in eerste lid, aanhef, van kracht
                    wordt. Tegen zo’n besluit kan dan ook door belanghebbende bezwaar worden
                    aangetekend.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.3.1</tussenkop><al>De voorbereiding van een besluit op een aanvraag om een vergunning voor het
                    exploiteren van een seksinrichting kan complex van aard zijn. Een langere
                    beslissingstermijn dan de in artikel 1.2 genoemde wordt dan ook wenselijk
                    geacht.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.3.2</tussenkop><al-groep><al>De hier genoemde belangen vormen tezamen de huishouding tot het regelen en
                        besturen waarvan gemeenten bevoegd zijn. Ten onrechte zou de aanduiding
                        “weigeringsgronden” hierbij de indruk wekken dat genoemde belangen slechts
                        zouden kunnen worden behartigd door geen vergunning te verlenen.</al><al>Waar het om gaat is dat deze belangen de grondslag vormen voor de
                        uitoefening van de bevoegdheden die het gemeentebestuur terzake toekomen.
                        Die uitoefening kan inhouden dat met betrekking tot (de exploitatie van)
                        prostitutie op basis van de in dit artikel genoemde belangen:</al><lijst><li nr="-"><al>bij verordening algemeen verbindende voorschriften kunnen worden
                                vastgesteld (zoals de in dit hoofdstuk opgenomen bepalingen);</al></li><li nr="-"><al>nadere regels kunnen worden vastgesteld (als bedoeld in artikel
                                3.1.3);</al></li><li nr="-"><al>beleidsregels kunnen worden vastgesteld (als bedoeld in artikel 4:81
                                van de Awb);</al></li><li nr="-"><al>vergunning kan worden verleend, onder vergunningsvoorschriften en
                                beperkingen (als bedoeld in</al><al> artikel 1.4); </al></li><li nr="-"><al>de vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken ( als bedoeld in
                                artikel 1.6); of</al></li><li nr="-"><al>de vergunning kan worden geweigerd.</al></li></lijst><al>De hier genoemde belangen moeten dus enerzijds worden beschouwd als de
                        grondslag voor het gemeentelijke beleid en anderzijds als handvatten om de
                        (exploitatie van) prostitutie te reguleren, maximeren en beheersen.</al></al-groep><tussenkop>Toelichting bij 3.4.1</tussenkop><al>Dit artikel voorziet in de omstandigheid dat de exploitant zijn bedrijf heeft
                    beëindigd en/of heeft overgedaan aan een rechtsopvolger. Onder beëindiging wordt
                    tevens verstaan wijziging van de naam van de exploitant of van één of meerdere
                    namen van exploitanten. Een nieuwe vergunning moet dan worden aangevraagd. In
                    het eerste lid is bepaald dat de vergunning bij feitelijke beëindiging van de
                    exploitatie van rechtswege komt te vervallen. Het bevoegd bestuursorgaan heeft
                    er belang bij een actueel overzicht te kunnen hebben van de in de gemeente
                    actieve exploitanten; in verband daarmee is in het tweede lid bepaald, dat
                    binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie daarvan moet
                    worden kennisgegeven.</al><tussenkop>Toelichting 3.4.2.1</tussenkop><al>Het bevoegd bestuursorgaan heeft er belang bij eveneens een actueel overzicht te
                    kunnen hebben van de in de gemeente actieve beheerders; in verband daarmee is in
                    het eerste lid bepaald dat, indien één of meer beheerders van een inrichting hun
                    werkzaamheden feitelijk hebben beëindigd, de exploitant daarvan binnen één week
                    na die feitelijke beëindiging moet kennisgeven. Anders dan bij beëindiging van
                    de exploitatie, leidt het vertrek van een beheerder niet tot het van rechtswege
                    vervallen van de vergunning; denkbaar is immers dat het beheer in de inrichting
                    in handen is van meer personen of dat het beheer in handen komt van de
                    exploitant zelf.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.4.2.2</tussenkop><al>Denkbaar is ook dat de exploitant de plaats van de vertrokken beheerder(s) wenst
                    te laten innemen door een of meer andere personen. Het tweede lid verlangt in
                    dat geval dat de exploitant het bevoegd bestuursorgaan verzoekt om, zoals is
                    voorgeschreven in artikel 3.2.1, tweede lid, onder b, de nieuwe beheerder(s) te
                    vermelden in de aan hem verleende vergunning. Daarbij dient ten aanzien van de
                    nieuwe beheerder(s) een antecedentenonderzoek plaats te vinden.</al><tussenkop>Toelichting bij 3.4.2.3</tussenkop><al>In dit lid is bepaald dat de nieuwe beheerder al aan de slag kan vanaf het
                    moment dat de aanvraag is ingediend. Hierdoor is enerzijds gewaarborgd dat er
                    voor die tijd geen nieuwe beheerders werkzaam kunnen zijn. Dit zou immers het
                    aantonen van schijnbeheer aanzienlijk bemoeilijken. Anderzijds wordt hiermee
                    tegemoetgekomen aan in de praktijk noodzakelijk flexibiliteit. Wijziging van
                    beheer zal immers nog vaker aan de orde zijn dan de wijziging van de
                    exploitatie.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR
                    HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</tussenkop><tussenkop>Artikel 4.1 Algemeen</tussenkop><al>Het Besluit horecabedrijven milieubeheer is vervangen door het Besluit horeca-,
                    sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Dit geeft aanleiding de
                    begripsbepalingen aan te passen. Het toepassingsbereik van het Besluit is
                    vergroot. Vroeger vielen alleen horecabedrijven onder het Besluit. Zoals de
                    titel van het Besluit al aangeeft, vallen veel meer inrichtingen onder het
                    huidige besluit. Hierdoor zullen veel meer bedrijven gebruik mogen maken van de
                    collectieve en incidentele festiviteiten (dit wil zeggen dat de geluidsnormen
                    overschreden mogen worden). </al><tussenkop>Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Officieel adviseert de VNG nog dat u als college bevoegd bent, omdat het
                            milieuwetgeving betreft. Officieus wordt hierover landelijk
                            gediscussieerd. Men is er nog niet uit. De kans is groot dat het
                            officiële standpunt gewijzigd wordt naar een bevoegdheid voor de
                            burgemeester. (Zie ook Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
                            State, 24 december 1998, Gem.st. 7093,3.) Onder deze omstandigheden is
                            het verstandig de bevoegdheid te laten waar Wageningen hem heeft gelegd,
                            bij de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>Blijkens voorschrift 1.5.2 uit de bijlage onder B van het nieuwe Besluit
                            is voorschrift 1.5.1, betreffende de verlichting ten behoeve van
                            sportbeoefening, niet van toepassing tijdens collectieve (en
                            incidentele) festiviteiten.</al></li><li nr="3."><al>Alleen het "tweede lid" is aan de tekst toegevoegd. De wijziging
                            opgenomen in het tweede lid, is het meest relevant voor
                            sportverenigingen met een lichtmast. Op dit moment liggen alle
                            sportverenigingen met een lichtmast in gebied 3. Voor gebied 3 worden
                            geen collectieve festiviteiten vastgelegd. Om die reden is er geen
                            aanleiding om ten aanzien van de lichtnorm andere gebieden vast te
                            leggen of andere verhoudingen tussen incidentele en collectieve
                            festiviteiten.</al></li><li nr="4."><al>Dit is de ongewijzigde tekst van het oude lid 3.</al></li><li nr="5."><al>Dit is de ongewijzigde tekst van het oude lid 4.</al></li><li nr="6."><al>Tijdens een collectieve festiviteit kan er aanleiding zijn om
                            aanwijzingen en/of bevelen te geven. Deze mogelijkheid wordt hierbij
                            uitdrukkelijk gegeven.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Tekstuele aanpassing en verlening van de termijn om melding te maken van
                            de festiviteit van twee weken naar vier weken. In praktijk is twee weken
                            te kort gebleken om een weigering van een festiviteit kenbaar te maken.
                            Er zijn minstens twee afdelingen bij betrokken. Vaak wordt voor een
                            incidenteel feest een life-band gehuurd. Deze moeten lang van te voren
                            besproken worden, zodat bij de ondernemer de festiviteit ook al lang
                            bekend is. Voor de ondernemer is het ook belangrijk op tijd te weten of
                            een festiviteit verboden wordt of niet.</al><al> Het college van burgemeester en wethouders heeft overigens in 1997 al
                            besloten tot verlenging van de termijn naar vier weken, maar dit heeft
                            nooit geleid tot een noodzakelijke wijziging van artikel 4.3, lid 2, van
                            de APV (zie bijgesloten B&amp;W-voorstel).</al><al> Het nieuwe Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen
                            milieubeheer kent een mogelijkheid om (na aanpassing van de APV) een
                            onbeperkt aantal collectieve festiviteiten aan te wijzen, naast maximaal
                            twaalf incidentele. Op grond van de huidige APV, conform het oude
                            Besluit, mogen er maximaal twaalf festiviteiten zijn, vier incidenteel
                            en acht collectief in de gebieden I en II. </al></li><li nr="2."><al>De mogelijkheid om middels deze weg vrijstelling te verlenen van de
                            lichtnorm is nieuw in het Besluit horeca-, sport- en
                            recreatie-inrichtingen milieubeheer.</al></li><li nr="3."><al>Alleen de tekst "eerste en" is toegevoegd.</al></li><li nr="4."><al>Aanpassing met het oog op de gewijzigde tekst in de voorgaande leden van
                            dit artikel.</al></li><li nr="5."><al>Aanpassing met het oog op de gewijzigde tekst in de voorgaande leden van
                            dit artikel.</al></li><li nr="6."><al>Verlening van de termijn om een festiviteit te melden van twee weken
                            naar vier weken en wijziging van "directe omwonenden" in "omwonenden".
                            In praktijk blijkt dat de kring van "direct omwonenden" te krap is.
                            Bijvoorbeeld de bewoners direct boven de inrichting zijn gewaarschuwd,
                            maar de bewoners schuin boven de inrichting niet. Dit leidt tot klachten
                            bij de bewoners die schuin boven de inrichting wonen en overlast
                            ondervinden. Dit is de reden om de kring te vergroten naar "omwonenden",
                            waarmee die omwonenden bedoeld worden die overlast van kunnen
                            ondervinden van de geluidsnormoverschrijding. </al></li><li nr="7."><al>Ook tijdens een incidentele festiviteit kan er aanleiding zijn
                            aanwijzingen of bevelen te geven. Vroeger volgde in reactie op een
                            kennisgeving een schriftelijke reactie van de burgemeester, waarin aan
                            de kennisgeving/ontheffing voorwaarden werden verbonden. Eén van de
                            voorwaarden was het voorgestelde in lid 7. Deze voorwaarde is nu formeel
                            opgenomen in de APV.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten</tussenkop><lijst><li nr="a/b."><al>Ongewijzigd.</al></li><li nr="c."><al>Oud: Het gestelde onder het voormalige c kan vervallen. Er stond dat de
                            houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen wat
                            redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te voorkomen. Dit
                            verbod is materieel al in het Besluit opgenomen, dat hogere regelgeving
                            betreffen daarom voorrang heeft.</al></li><li nr="c."><al>Nieuw: Dit is de tekst van lid d (oud), waarbij de woorden "lid 2" in de
                            eerste zin zijn toegevoegd. Eveneens nieuw is de tweede zin. Deze zin
                            spreekt voor zich.</al></li><li nr="d."><al>In de festiviteitenregeling en de Regeling Geluidhinderontheffingen is
                            besloten dat het begrip "overmatige hinder" in een beleidsnotitie
                            geconcretiseerd moet worden. Ter uitvoering hiervan is er bij het
                            Collegebesluit van 4 november 1997 gesteld dat de
                            geluidsnormoverschrijdingen niet meer mogen plaatsvinden na 01.00 uur.
                            Voor studentensociëteiten met een besloten karakter buiten gebied I
                            geldt het tijdstip van 02.00 uur. Het was de bedoeling dit middels
                            nadere eisen aan alle individuele bedrijven op te leggen. Aan enkele
                            bedrijven is deze nadere eis dan ook opgelegd. Deze wijze van gebruik
                            van nadere eisen is juridisch niet zuiver. Het is zuiverder deze
                            concretisering in de tekst van de APV op te nemen. Dit dient tevens de
                            rechtszekerheid.</al><al> Overigens mag tijdens een festiviteit geen overmatige overlast
                            veroorzaakt worden. In de nachturen is hier zeer snel sprake van gezien
                            het feit dat de norm een goede nachtrust is. Door dit verbod is de
                            hiervoor geldende onduidelijkheid over "overmatige overlast" in de
                            nachtelijke uren weggenomen.</al></li><li nr="e."><al>Indien omwonenden op de hoogte zijn gesteld van de festiviteit, zal
                            minder snel overlast ervaren worden.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4.5 Overige geluidshinder</tussenkop><al>Artikel 4.5 heeft betrekking op de vormen van geluidhinder waarin de andere
                    regelingen (Wet Milieubeheer, Wet geluidhinder) niet voorzien. </al><al>Hier valt o.a. te denken aan: </al><lijst><li nr="-"><al>een niet permanente activiteit, in een niet-besloten ruimte, zoals een
                            kermis, een heidefeest, een braderie, een rally, een straatfeest,
                            enz.;</al></li><li nr="-"><al>het door middel van luidsprekers op voertuigen of anderszins reclame of
                            muziek maken of mededelingen doen;</al></li><li nr="-"><al>het ten gehore brengen van achtergrondmuziek in winkelstraten;</al></li><li nr="-"><al>het gebruik van diverse geluidproducerende recreatietoestellen;</al></li><li nr="-"><al>het gebruik van bouwmachines, zoals compressors, cirkelzagen, trilhamers
                            en heistellingen;</al></li><li nr="-"><al>het toepassen van knalapparatuur om vogels te verjagen, enz. enz.;</al></li><li nr="-"><al>het laten van koel-aggregaten op vrachtwagens;</al></li><li nr="-"><al>het beoefenen van lawaaierige hobby's, zoals het voortdurend bespelen
                            van muziekinstrumenten, het gebruiken van elektro-akoestische apparatuur
                            (dus niet bedrijfsmatig).</al></li></lijst><al-groep><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen, zo nodig onder
                        voorschriften. Uitgangspunt daarbij zal moeten zijn dat een zekere mate van
                        geluidhinder als zijnde onvermijdelijk zal moeten worden aanvaard. </al><al>De ontheffing wordt geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en
                        wethouders de woon- en leefsituatie in de omgeving van de plaats waarop de
                        ontheffing doelt, en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden
                        beïnvloed. Dit is o.a. het geval als van de omgeving in redelijkheid niet
                        verlangd kan worden dat zij wederom een dergelijke geluidbelasting moet
                        doorstaan. </al><al>De toetsing gaat niet zo ver dat wanneer een horeca-ondernemer bijvoorbeeld
                        een muziekoptreden op de weg heeft aangevraagd, dit aangemerkt kan worden
                        als een kennisgeving in de zin van artikel 4.3, zodat daarmee één van de
                        maximaal toegestane incidentele festiviteit opgebruikt zou zijn. De
                        bepalingen ten aanzien van festiviteiten, dus ook die voor incidentele zijn
                        immers gebaseerd op het Besluit horecabedrijven milieubeheer, en gaan om die
                        reden <onderstreept>alleen</onderstreept> over de horeca-inrichting zelf
                        (dus <onderstreept>binnen</onderstreept>). Hieronder valt niet de openbare
                        weg buiten de inrichting, waarvoor bepaling 4.5 kan worden gehanteerd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 4.6 Verontreiniging van de weg en van terreinen</tussenkop><al>Dit artikel beoogt de gemeente een instrument te geven om illegale stortingen
                    tegen te gaan. Zo zijn kleine illegale stortingen van huishoudelijke
                    afvalstoffen (nog) niet op grond van enige wettelijke bepaling aan te pakken.
                    Evenmin valt autocarterolie onder enig ander regime. Met opzet is de term
                    stoffen gebruikt en niet afvalstoffen, omdat het immers soms onduidelijk is of
                    de stoffen waarom het gaat wel afvalstoffen zijn. Uiteraard zal in een aantal
                    gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat
                    een wettelijk regime van toepassing is (bijvoorbeeld de op de Hinderwet
                    gebaseerde voorschriften). Het ontheffingenbeleid van het tweede lid van artikel
                    4.1 zal aan het gemeentebestuur een handvat bieden om redelijke handelingen met
                    de genoemde stoffen te onderscheiden van milieu-onvriendelijke handelingen.</al><tussenkop>Artikel 4.7 Verontreiniging bij werkzaamheden op de weg</tussenkop><al>Dit artikel houdt een plicht tot reiniging van de weg in. De opneming ervan
                    heeft vooral betekenis in verband met het op kosten van de overtreder doen
                    reinigen van de weg (bestuursdwang).</al><tussenkop>Artikel 4.10 Verspreiding van handelsreclame</tussenkop><al>Deze bepaling heeft betrekking op een verbod op het bezorgen van ongeadresseerde
                    handelsreclame waar de rechthebbende op het gebouw door middel van de van
                    gemeentewege verspreide sticker heeft aangegeven deze handelsreclame niet te
                    willen ontvangen. Een dergelijke bepaling was ook reeds opgenomen in de vorige
                    APV (wijziging goedgekeurd in de raadsvergadering van 16 december 1991).
                    Inmiddels heeft de VNG in de model-APV een soortgelijke bepaling opgenomen om
                    gemeenten de mogelijkheid te geven de vermindering van de afvalstroom aan te
                    pakken. Het reduceren van de enorme hoeveelheid papier in de vorm ongelezen
                    reclamedrukwerk geschiedt overigens op basis van vrijwilligheid: het is de
                    burger zelf die uiteindelijk beslist of hij de handelsreclame wel of niet wil
                    ontvangen.</al><tussenkop>Artikel 4.14 Bestrijding iepziekte</tussenkop><al>Op 1 januari 1991 verviel de door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                    Visserij gecoördineerde iepziektebestrijding. Het ministerie acht de ziekte
                    beheersbaar, omdat ten gevolge van de aanpak de infectiedruk op een laag niveau
                    is gebracht. De iepziekte ontstaat doordat een schimmel de houtvaten, de stam en
                    de takken verstopt. Hierdoor wordt de sapstroom tussen de wortels en de boom
                    verstoord en krijgen de bladeren geen voedingsstoffen of water meer. De boom is
                    dan ten dode opgeschreven. Dit proces kan zich binnen enkele weken voltrekken.
                    De schimmel wordt overgebracht door de iepenspintkever. De kevers leggen hun
                    eitjes onder de schors van dode of zieke iepen. De jonge kevers vliegen naar
                    gezonde bomen in de buurt, die zodoende ook worden aangetast. Soms dragen de
                    wortels zonder tussenkomst van de kever, de schimmel aan elkaar over.
                    Verspreiding van de iepenspintkever is tegen te gaan door ziek of dood iepenhout
                    in de periode mei t/m augustus binnen één maand te vernietigen. Iepenhout
                    afkomstig van najaars- en voorjaarsstormen moet vóór 1 mei vernietigd zijn. Om
                    de ziekte tegen te gaan is het noodzakelijk alle iepen, zowel op particuliere
                    terreinen als op publiekrechtelijk beheerde terreinen per groeiseizoen te
                    controleren op de aanwezigheid van de ziekte. Opname van het onderhavige artikel
                    in de APV is noodzakelijk als wettelijke basis, teneinde onwillige eigenaren van
                    zieke iepen te dwingen mee te werken aan de iepziektebestrijding.</al><tussenkop>Artikel 4.15 Opslag bromfietsen, motorvoertuigen, caravans, afvalstoffen,
                    mest, ingekuilde landbouwproducten e.d.</tussenkop><al>Deze bepaling verschaft een basis voor het treffen van maatregelen tegen een uit
                    oogpunt van welstand en bescherming van de openbare gezondheid ontoelaatbare
                    opslag van bromfietsen en caravans en dergelijke, landbouwproducten en -afval.
                    Het college is bevoegd bepaalde plaatsen aan te wijzen waar deze opslag verboden
                    is c.q. aan bepaalde regels gebonden is. Deze bepaling ziet niet op handelingen
                    die plaatsvinden op de weg in de zin van de wegenverkeerswetgeving. Daartegen
                    kan worden opgetreden op basis van andere in deze verordening opgenomen
                    voorschriften. Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                    gemeentebestuur bij overtreding van dit artikel bestuursdwang toepassen.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                    GEMEENTE</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.11Inzameling van geld of goed</tussenkop><al>Van oudsher wordt in Nederland op ruime schaal een beroep gedaan op de
                    liefdadigheidszin van het publiek door middel van collecten, inschrijvingen e.d.
                    Dat er zich bij inzamelingsacties ongewenste en bedrieglijke praktijken kunnen
                    voordoen, is bekend. Buiten de sfeer van het strafrecht ligt het bestrijden van
                    ongewenste praktijken primair op de weg van de gemeenten die het
                    vergunningenbeleid voor inzamelingen e.d. in handen hebben. In het algemeen
                    wordt aangenomen dat de gemeentelijke wetgever regelend mag optreden ten aanzien
                    van zowel het venten als het collecteren in de gemeente. Ten aanzien van het
                    venten dient wel een uitzondering gemaakt te worden voor het venten met gedrukte
                    stukken, aangezien men anders in strijd komt met artikel 7 Grondwet.</al><tussenkop>Artikel 5.13 Standplaatsen; uitstallingen op de weg</tussenkop><al-groep><al>De laatste jaren worden gemeenten - waarschijnlijk vooral door de
                        economische teruggang - geconfronteerd met een forse toename van het aantal
                        aanvragen om vent- en standplaatsvergunningen. Het beleidsinstrument voor de
                        niet vaste detailhandel is de APV, waarin van oudsher de openbare orde en de
                        verkeersveiligheid als toetsingscriteria zijn opgenomen. Gezien de genoemde
                        ontwikkelingen wilden vele gemeentebesturen het behoefte-element - de vraag
                        of er al voldoende verkooppunten aanwezig zijn - meenemen in het beleid ten
                        aanzien van de afgifte van standplaatsvergunningen. Uit de grote hoeveelheid
                        jurisprudentie van de Arob-rechter kunnen een aantal conclusies getrokken
                        worden. Zo verzet de Vestigingswet bedrijven 1954 zich er tegen dat het
                        behoefte-element in het algemeen als weigeringsgrond in de
                        standplaatsbepalingen wordt opgenomen. Indien aan een standplaatsbepaling
                        het motief "openbare orde" ten grondslag ligt, zal een weigering van een
                        vergunning tenminste mede hierin haar grondslag moeten vinden dat er uit een
                        oogpunt van openbare orde bezwaren bestaan tegen verlening van de
                        vergunning. Het behoefte-aspect kan naar het oordeel van de Arob-rechter
                        niet gebracht worden onder de noemer van de openbare orde. Dit neemt niet
                        weg dat binnen de belangenafweging voorafgaand aan de beslissing dan ook
                        andere belangen, zoals het behoefte-aspect een rol mogen spelen. Die andere
                        belangen mogen bij het kiezen van de beslissing zelfs de doorslag geven.
                        Zijn er uit een oogpunt van openbare orde in verband met de omstandigheden
                        van het concrete geval echter geen bezwaren tegen verlening van de
                        vergunning, dan mag het behoefte-element niet gehanteerd worden als
                        weigeringsgrond. Het kan echter als een belang van openbare orde worden
                        beschouwd dat niet een onbeperkt aantal vergunningen wordt verleend. Het
                        gemeentebestuur kan een beleid voeren dat er op neerkomt dat het aantal te
                        verlenen vergunningen aan een maximum is gebonden. De gemeente Wageningen
                        hanteert een dergelijk maximumstelsel sinds een besluit van het college d.d.
                        29 januari 1991. Het maximum aantal standplaatsen is voornamelijk bepaald
                        door de aard en omvang van de gemeente. Bij de verdeling van het aantal over
                        de verschillende branches mag het behoefte-element een rol spelen. Teneinde
                        de te verlenen vergunningen rechtvaardig te verdelen, heeft het college in
                        een beleidsnotitie een aantal criteria vastgelegd inzake het aantal uit te
                        geven vergunningen, gedifferentieerd naar branche, plaats van situering
                        e.d.</al><al>Dit is ook in het belang van de rechtszekerheid en waarborgt dat
                        vergelijkbare verzoeken om dezelfde reden worden afgedaan.</al></al-groep><al>Als toetsingsgronden voor de vergunningsaanvraag (zie lid 6) worden genoemd:
                    openbare orde, overlast, verkeersvrijheid of verkeersveiligheid, aantasting van
                    een redelijk verzorgingsniveau en - voor aanvragen om standplaatsvergunning -
                    het uiterlijk aanzien der gemeente en het geldend bestemmingsplan. Omdat deze
                    bepalingen dus strekken ter bescherming van meerdere belangen zijn zij opgenomen
                    onder het hoofdstuk "Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                    gemeente".</al><tussenkop>Artikel 5.15 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers</tussenkop><al>Deze bepaling is het supplement van artikelen van het Algemeen reglement van
                    politie voor rivieren en rijkskanalen. Daarin staat een aantal activiteiten
                    opgesomd dat de instandhouding van waterstaatswerken in beheer bij het rijk in
                    gevaar kan brengen en om die reden verboden is, of in sommige gevallen
                    uitsluitend nadat vergunning is verkregen, is toegestaan. Daarnaast kennen
                    provinciale waterstaatsverordeningen veelal ook een dergelijke bepaling voor
                    waterstaatswerken en oevers die bij hen in beheer zijn. De APV-bepaling vormt
                    dan meestal het sluitstuk, namelijk voor de waterstaatswerken en oevers die in
                    beheer zijn bij de gemeente.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 6.4 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Bij de inwerkingtreding van de APV zal rekening gehouden moeten worden met de
                    artikelen 139 en 142 Gemeentewet. De afkondiging geschiedt conform artikel 198
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 6.5 – Overgangsbepaling</tussenkop><al>Van belang is in de overgangsbepalingen aan te geven of bestaande vergunningen,
                    ontheffingen etc. al dan niet hun rechtskracht blijven behouden na de
                    inwerkingtreding van de APV. Dit geldt ook voor de vraag of het oude dan wel het
                    nieuwe recht van toepassing is bij beroepszaken, aanhangig gemaakt voor de
                    inwerkingtreding van het nieuwe recht, maar behandeld na inwerkingtreding. Een
                    zorgvuldige afweging en het in acht nemen van een redelijke termijn is hier
                    noodzakelijk.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>