<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9105_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening Amersfoort 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amersfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amersfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsberichten 24 juni 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bouwverordening Amersfoort 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 149, lid 1 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 8 van de Woningwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-06-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3048813</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Bouwverordening Amersfoort 2009 vervangt bij inwerkingtreding de Bouwverordening Amersfoort 2007-2, met dien verstande dat de Bouwverordening 2007-2 van toepassing blijft op belastbare feiten die zich hebben voorgedaan voor de inwerkingtreding van de Bouwverordening 2009.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening Amersfoort 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>Verordening</cursief></al><al>De raad van de gemeente Amersfoort;</al><al>heeft het voorstel van burgemeester en wethouders gelezen van 10 maart 2009,
                        sector SOB/VV (nr. 3047596);</al><al>vindt het nodig regels te stellen omtrent het bouwen en slopen van
                        bouwwerken en het gebruik, de staat en de inrichting van bouwwerken, open
                        erven en terreinen, een en ander in overeenstemming met de Woningwet;</al><al>heeft artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 8 van de Woningwet en de
                        Algemene wet bestuursrecht gelezen; </al><al>b e s l u i t: </al><al>vast te stellen:</al><al>Bouwverordening Amersfoort 2009</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="A."><al><cursief>Asbest:</cursief>hetgeen daaronder wordt verstaan
                                in artikel 1, letter a, van het Asbest-verwijderingsbesluit
                                2005.</al></li><li nr="B."><al><cursief>Besluit indieningsvereisten:</cursief>het Besluit
                                indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning als bedoeld in artikel
                                40a, eerste lid en 57 tweede en derde lid van de Woningwet.</al></li><li nr="C."><al><cursief>Besluit Bouwwerken:</cursief>het Besluit
                                bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken als
                                bedoeld in artikel 43, eerste lid onder c en artikel 44, tweede lid
                                van de Woningwet.</al></li><li nr="D."><al><cursief>Bouwbesluit:</cursief>de algemene maatregel van
                                bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet.</al></li><li nr="E."><al><cursief>Bouwtoezicht:</cursief>degenen, die ingevolge
                                artikel 100a eerste lid van de Woningwet belast zijn met het bouw-
                                en woningtoezicht.</al></li><li nr="F."><al><cursief>Bouwwerk:</cursief>elke constructie van enige
                                omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats
                                van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden
                                is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld
                                om ter plaatse te functioneren.</al></li><li nr="G."><al><cursief>Deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk
                                8:</cursief>hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 6,
                                eerste lid, van het Asbest-verwijderingsbesluit 2005.</al></li><li nr="H."><al><cursief>Gebruiksoppervlakte:</cursief>de
                                gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit.</al></li><li nr="I."><al><cursief>Hoogte van de weg:</cursief>de hoogte van de weg
                                zoals die door of namens burgemeester en wethouders is
                                vastgesteld.</al></li><li nr="J."><al><cursief>NEN:</cursief>een door de Stichting Nederlands
                                Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.</al></li><li nr="K."><al><cursief>NVN:</cursief>een door de Stichting Nederlands
                                Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm.</al></li><li nr="L."><al><cursief>Straatpeil:</cursief>voor een bouwwerk, waarvan
                                de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter
                                plaatse van die hoofdtoegang. voor een bouwwerk, waarvan de
                                hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein
                                ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.</al></li><li nr="M."><al><cursief>Weg:</cursief>alle voor het openbaar rij- of
                                ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de
                                daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden
                                behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en
                                als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al></li></lijst><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="A."><al><cursief>Bouwwerk:</cursief>een gedeelte van een bouwwerk.
                            </al></li><li nr="B."><al><cursief>Gebouw:</cursief>een gedeelte van een
                                gebouw.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 1.2 Termijnen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente</vet></al><al>Vervallen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>DE AANVRAAG BOUWVERGUNNING</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden</cursief></al><al><vet>Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.1.a Ambtshalve verlenen bouwvergunning</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van
                            vergunningaanvragen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel
                                8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de resultaten van een recent (niet ouder dan 5 jaar)
                                        verkennend onderzoek verricht volgens NEN 5740, bijlage B,
                                        uitgave 1999, waarbij voor een terrein dat als verdacht
                                        geldt het onderzoeksrapport daarnaast nog bestaat uit de
                                        resultaten van een onderzoek volgens het gecombineerde
                                        protocol Bodemonderzoek milieuvergunningen en BSB (SDU,
                                        uitgave oktober 1993);</al></li><li nr="b."><al>de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens het
                                        Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995) of de
                                        Richtlijn Nader Onderzoek deel 1(SDU, uitgave 1995), in het
                                        geval dat de resultaten van het verkennend onderzoek
                                        uitwijzen dat sprake is van bodemverontreiniging en voor
                                        deze beoordeling van de ernst van deze verontreiniging een
                                        nader onderzoek, als bedoeld in het Protocol Nader Onderzoek
                                        deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek
                                        deel 1 (SDU, uitgave 1995), onontkoombaar is;</al></li><li nr="c."><al>indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te
                                        veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen
                                        asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is,
                                        vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in
                                        NEN 5707, uitgave 2003.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in
                                paragraaf 1.2.5, onder e, van de Bijlage bij het Besluit
                                indieningsvereisten geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op
                                een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als
                                genoemd in het Besluit bouwwerken. Deze verwijzing geldt niet voor
                                de hoogtebepalingen in het Besluit bouwwerken.</al></li><li nr="3."><al>a. Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk
                                ontheffing van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport
                                als bedoeld in paragraaf 1.2.5, onder e van de Bijlage bij het
                                Besluit indieningsvereisten, indien voor de toepassing van artikel
                                2.4.1. bij de gemeente reeds bruikbare onderzoeksresultaten
                                beschikbaar zijn.</al><lijst><li nr="b."><al>Voor die gebieden waar op grond van de bodemkwaliteitskaart
                                        (zie bijlage 14) van de Gemeente Amersfoort blijkt dat
                                        redelijkerwijs geen verontreiniging kan worden verwacht
                                        (besluit college van Burgemeester en wethouders 28 januari
                                        2004, kenmerk 913051) wordt door het college van
                                        Burgemeester en Wethouders algehele vrijstelling voor het
                                        uitvoeren van verkennend bodemonderzoek gegeven. Het college
                                        acht voor deze gebieden voldoende informatie omtrent de
                                        bodemkwaliteit beschikbaar, zoals bedoeld onder 3a. In
                                        bovengenoemde gevallen kan worden volstaan met het uitvoeren
                                        van het uitvoeren van historisch onderzoek conform de
                                        NEN-5725. Indien dit historisch onderzoek hiertoe aanleiding
                                        geeft kunnen op grond van artikel 2.4.2 aanvullende eisen
                                        worden gesteld”. Een overzichtstekening van de in dit
                                        artikel bedoelde gebieden is opgenomen als bijlage 14 van
                                        deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen gedeeltelijk ontheffing verlenen
                                van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoelt
                                in paragraaf 1.2.5 onder e van de Bijlage van het Besluit
                                indieningsvereisten voor een bouwwerk met een beperkte
                                instandhoudingstermijn als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de
                                Woningwet, indien uit het in NVN 5725, uitgave 1999, bedoelde
                                vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de
                                bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onderverdacht is dan wel de
                                gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740,
                                uitgave 1999 niet rechtvaardigen.</al></li><li nr="5."><al>Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken
                                zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is
                                gesloopt en voordat met de bouw begonnen wordt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag
                            om</vet><vet>bouwvergunning</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.7 Bouwregistratie</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om
                            bouwvergunning</vet><vet>woonwagens en standplaatsen</vet></al><al>Vervallen</al><al><cursief>Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om
                        bouwvergunning</cursief></al><al><vet>Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke
                        ordening</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering
                            bouwvergunningverlening</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende
                            bouwvergunning</vet></al><al>In de schriftelijke kennisgeving over de van rechtswege verleende
                        bouwvergunning als bedoeld in artikel 58 van de Woningwet wordt
                        aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, de aard en het beoogde gebruik van het bouwwerk;</al></li><li nr="c."><al>de kadastrale aanduiding van het terrein, waarop gebouwd wordt;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop bezwaar kan worden gemaakt ingevolge de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 3 Welstandstoetsing</cursief></al><al><vet>Artikel 2.3.1 Welstandscriteria</vet></al><al>Vervallen</al><al><cursief>Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde
                            grond</cursief></al><al><vet>Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde grond</vet></al><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te
                        verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd
                        voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                verblijven;</al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is
                                vereist;</al></li><li nr="c."><al>1. dat de grond raakt, of 2. waarvan het bestaande,
                                niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.4.2 Voorwaarden bouwvergunning</vet></al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde
                        in artikel 4 van het Besluit indieningsvereisten en letter e van paragraaf
                        1.2.5 van de bij dit besluit behorende bijlage, kunnen burgemeester en
                        wethouders voorwaarden verbinden aan de bouwvergunning, in het geval zij op
                        grond van het in het Besluit indieningsvereisten bedoelde onderzoeksrapport
                        en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het
                        overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming
                        goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet
                        van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar
                        door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.</al><al><cursief>Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                            bereikbaarheidsdiensten</cursief></al><al><vet>Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de
                            stedenbouwkundige bepalingen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling</vet></al><al>Terrein dat voor het verlenen van een bouwvergunning in aanmerking moet
                        worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een bouwvergunning
                        voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen. </al><al><vet>Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer.
                            Brandblusvoorzieningen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van mensen
                                is bestemd, meer dan 10 meter is verwijderd van een openbare weg,
                                moet een verbindingsweg tussen die toegang en het openbare wegennet
                                aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto’s, vuilnisauto’s,
                                ziekenauto’s, brandweerauto’s en het overige te verwachten
                                verkeer.</al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
                                tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
                                bestemmingsplan of in een verordening of anderszins voorschriften
                                heeft vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een breedte hebben van tenminste 4,5 m, over een breedte van
                                        tenminste 3,25m zijn verhard en een vrije hoogte boven de
                                        kruin van de weg hebben van tenminste 4,2m; over een breedte
                                        van ten minste 3,25 m zijn verhard;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die geschikt is voor
                                        motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg en
                                        zijn voorzien van de nodige kunstwerken; en </al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                bijgebouw, als bedoeld in artikel 2, onder b, van het Besluit
                                bouwwerken, voor zover dit bijgebouw niet tot bewoning bestemd is,
                                maar wel tot een hoofdgebouw behoort dat op hetzelfde terrein is
                                gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd,
                                moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto’s aanwezig zijn,
                                dat een doeltreffende verbinding tussen die auto’s en de
                                bluswatervoorziening kan worden gelegd.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening
                                moet worden zorggedragen voor een doeltreffende niet-openbare
                                bluswatervoorziening overeenkomstig het gestelde in bijlage 3 en 4
                                van de “Handleiding Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” van de
                                NVBR, uitgave september 2003, 1<sup>e</sup> druk.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het
                                bepaalde in het eerste en het vierde lid, indien de aard, de ligging
                                en het gebruik van het bouwwerk zich daarvoor lenen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.3A Brandweeringang</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een automatische doormelding van brand naar de alarmcentrale
                                van de brandweer plaatsvindt, wordt, indien het gebouw over meerdere
                                toegangen beschikt, in overleg met de brandweer tenminste een van de
                                toegangen als brandweeringang aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Een brandweeringang moet automatisch opengaan bij een brandmelding
                                of te openen zijn met behulp van een systeem dat in overleg met de
                                brandweer is bepaald.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al><lijst><li nr="a."><al>een woning en een woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3 van
                                        het Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>een gebouw met al dan niet gemeenschappelijke
                                        toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3 van het
                                        Bouwbesluit; en anderzijds de openbare weg moet een mede
                                        voor gehandicapten begaanbare weg of begaanbaar pad aanwezig
                                        zijn</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat
                                zij:</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn;</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m;
                                        en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m,
                                        tenzij dit plaatsvindt door middel van een hellingbaan die
                                        voldoet aan het bepaalde in de artikelen 2.39 en 2.40 van
                                        het Bouwbesluit.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn</vet></al><al>De voorgevelrooilijn is:</al><lijst><li nr="a."><al>langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige
                                ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig
                                aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk
                                aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande
                                bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn
                                overeenkomstig de richting van de weg geeft;</al></li><li nr="b."><al>langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld
                                aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van
                                ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de
                                weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10
                                meter uit de as van de weg.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            voorgevelrooilijn</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.7 is het verboden een
                        bouwvergunningplichtig bouwwerk te bouwen met overschrijding van de
                        voorgevelrooilijn.</al><al><vet>Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de
                        voorgevelrooilijn</vet></al><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn is niet
                        van toepassing op onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij
                        afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van
                        veranderingen van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 3, eerste
                        lid, onder k, van het Besluit bouwwerken, te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen,
                                rioolleidingen en rioolputten;</al></li><li nr="2."><al>stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen, mits zij de grens van de
                                weg met niet meer dan 0,3 m overschrijden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.8 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                            voorgevelrooilijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen – met inachtneming van het
                                bepaalde in het tweede lid ontheffing verlenen van het verbod tot
                                het bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn voor:</al><lijst><li nr="a."><al>ondergrondse bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken en
                                        kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
                                        gelegen is dan het straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld in
                                        artikel 3, eerste lid, onder i, en derde lid, van het
                                        Besluit bouwwerken, die naar hun aard en bestemming op een
                                        voor de voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar zijn;</al></li><li nr="c."><al>laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de grens van de weg
                                        overschrijden;</al></li><li nr="d."><al>erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede balkons en
                                        galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer dan 1,50 m
                                        overschrijden;</al></li><li nr="e."><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                        hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere luifels,
                                        dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden,
                                        reclametoestellen en draagconstructies voor reclames dan
                                        bedoeld zijn in artikel 2.5.7;</al></li><li nr="f."><al>overbouwingen ten dienste van de verbinding tussen twee
                                        bouwwerken;</al></li><li nr="g."><al>bouwwerken aan of bij een monument – als bedoeld in de
                                        Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
                                        gemeentelijke monumentenverordening – voor zover zulks niet
                                        bezwaarlijk is met het oog op de in historisch-esthetisch
                                        opzicht gewenste aansluiting bij het karakter van de
                                        bestaande omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het bouwen boven een weg kan alleen ontheffing worden verleend,
                                indien niet lager gebouwd wordt dan:</al></li><li nr="-"><al>4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook
                                van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg;</al></li><li nr="-"><al>2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de weg;</al></li></lijst><al>en dan nog voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in
                        gevaar komt.</al><al><vet>Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod tot
                        bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn voor het bouwen op de weg
                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten
                                nutsvoorzieningen, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer
                                of het wegverkeer, anders dan bedoeld in artikel 3, eerste lid,
                                onder h, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van het verkeer, de
                                waterhuishouding, de energievoorziening of het
                                telecommunicatieverkeer, alsmede straatmeubilair, anders dan bedoeld
                                in artikel 3, derde lid, onder a, b, en e, van het Besluit
                                bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande winkel- of reclamevitrines;</al></li><li nr="d."><al>reclametoestellen en draagconstructies voor reclame;</al></li><li nr="e."><al>andere bouwvergunningplichtige bouwwerken, die naar hun aard en
                                bestemming op de weg toelaatbaar zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de
                            voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw moet in de
                                voorgevelrooilijn zijn geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing in:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevallen genoemd in artikel 2.5.7 en in die waarin de
                                        ontheffing genoemd in de artikelen 2.5.8 en 2.5.9 is
                                        verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de gevallen genoemd in artikel 2.5.13 en in die waarin de
                                        ontheffing genoemd in artikel 2.5.14 is verleend, voor zover
                                        het bouwwerk geheel achter de achtergevelrooilijn is
                                        geplaatst;</al></li><li nr="c."><al>in de gevallen, bedoeld in het derde lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien van wegen die elkaar kruisen of van een weg die een knik
                                maakt van 90 graden of minder, de tegenover elkaar liggende
                                voorgevelrooilijnen zich in beide wegen of zich vóór en na de knik
                                op onderlinge tussenafstanden van minder dan 3 meter bevinden, moet
                                de bebouwing op de hoeken – over een hoogte op een dergelijke hoek
                                van niet meer dan 4,2 meter boven straatpeil – worden afgerond of
                                afgeschuind, met dien verstande dat de daardoor onbebouwd blijvende
                                oppervlakte niet groter dan 2 m2 behoeft te zijn. </al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid voor:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen behorende tot een complex van gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen op handels- en industrieterreinen;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;</al></li><li nr="d."><al>bijgebouwen, anders dan de in artikel 2, onder b, van het
                                        Besluit bouwwerken bedoelde gebouwen;</al></li><li nr="e."><al>gebouwen ten dienste van bodemcultuur en veeteelt,
                                        pluimveeteelt daaronder begrepen, en de daarbijbehorende
                                        woningen;</al></li><li nr="f."><al>gedeelten van naar de weg gekeerde gevels;</al></li><li nr="g."><al>gevallen, waarin de welstand bij het verlenen van de
                                        ontheffing is gebaat.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de voorgevelrooilijn en
                                bevindt zich:</al><lijst><li nr="a."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen driehoekig,
                                        vierhoekig of regelmatig veelhoekig bouwblok op een afstand
                                        van de voorgevelrooilijn gelijk aan de helft van de straal
                                        van de ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen,
                                        doch op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15
                                        meter. Indien meer dan één ingeschreven cirkel binnen de
                                        voorgevelrooilijnen kan worden beschreven, geldt de
                                        grootste;</al></li><li nr="b."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen bouwblok van
                                        een andere dan onder a genoemde vorm op zodanige afstand van
                                        de voorgevelrooilijn, bepaald op de wijze als onder a
                                        bepaald, na herleiding van de vorm van het bouwblok tot een
                                        of meer der onder a genoemde vormen, voor zover zij op zich
                                        zelf of gezamenlijk de vorm van het bouwblok het meest
                                        nabijkomen, doch op geen grotere afstand van de
                                        voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></li><li nr="c."><al>in een slechts aan drie zijden bebouwd of te bebouwen
                                        rechthoekig bouwblok, langs deze drie zijden op een afstand
                                        van de voorgevelrooilijn gelijk aan 1/4 van de afstand
                                        tussen de voorgevelrooilijnen van de beide zich tegenover
                                        elkaar bevindende bebouwde of te bebouwen zijden van het
                                        bouwblok, doch op geen grotere afstand van de
                                        voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></li><li nr="d."><al>in een slechts aan twee tegenover elkaar gelegen zijden
                                        bebouwd of te bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze twee
                                        zijden op een afstand van de voorgevelrooilijn gelijk aan
                                        1/4 van de afstand tussen de voorgevelrooilijnen van de
                                        beide zich tegenover elkaar bevindende bebouwde of te
                                        bebouwen zijden van het bouwblok, doch op geen grotere
                                        afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></li><li nr="e."><al>in alle niet onder a tot en met d genoemde gevallen op een
                                        afstand die wordt bepaald met inachtneming van de
                                        beginselen, welke zijn neergelegd in a tot en met d van dit
                                        lid, doch op geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn
                                        dan 15 meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende
                                achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen moeten de achterzijden
                                van die bebouwing – in het belang van de toetreding van daglicht –
                                over een afstand van ten minste 5 meter ter weerszijden van bedoeld
                                snijpunt ten minste 2 meter terugliggen ten opzichte van beide
                                achtergevelrooilijnen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het tweede lid, voor zover de aard, de indeling en het
                                gebruik van de gebouwen in de hoekbebouwing dit toelaten. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.13 is het verboden
                        bouwvergunningplichtige bouwwerken te bouwen met overschrijding van de
                        achtergevelrooilijn.</al><al><vet>Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de
                            achtergevelrooilijn</vet></al><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn is niet
                        van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken, geen gebouwen
                                zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt
                                daaronder begrepen;</al></li><li nr="b."><al>vervallen;</al></li><li nr="c."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het
                                afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als een aan- of
                                uitbouw, als bedoeld in artikel 2, onder a, van het Besluit
                                bouwwerken;</al></li><li nr="d."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij het
                                afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het
                                aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard, als bedoeld
                                in artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="e."><al>andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die bij
                                het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van artikel
                                3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken, te weten:</al></li><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen,
                                rioolleidingen en rioolputten;</al></li><li nr="2."><al>terrassen, bordessen en bordestreden;</al></li><li nr="f."><al>antennes, anders dan bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e en f,
                                van het Besluit bouwwerken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.14 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                            achtergevelrooilijn</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het verbod tot
                        bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn voor: </al><lijst><li nr="a."><al>vervallen;</al></li><li nr="b."><al>kassen;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;</al></li><li nr="d."><al>gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar liggende
                                zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een
                                weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen en welk terrein
                                slechts aan één van die zijden mag worden bebouwd;</al></li><li nr="e."><al>gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de bereikbaarheid, als
                                bedoeld in de artikelen 2.5.3 en 2.5.4, is verzekerd;</al></li><li nr="f."><al>bijgebouwen, anders dan de gebouwen, bedoeld in artikel 2, onder b,
                                van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="g."><al>gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of overwegend
                                handels- of industrieterrein omvattend;</al></li><li nr="h."><al>bouwvergunningplichtige bouwwerken, geen gebouw zijnde;</al></li><li nr="i."><al>ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken en
                                kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger is gelegen dan
                                de hoogte van het terrein ter plaatse bij voltooiing van de
                                bouw;</al></li><li nr="j."><al>erkers overige uitbouwen, anders dan de uitbouwen, bedoeld in
                                artikel 2, onder a, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="k."><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en
                                stortbuizen, balkons en veranda’s, alsmede andere luifels, afdaken,
                                dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en
                                bordessen dan bedoeld zijn in artikel 2.5.13;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken aan of bij een monument – als bedoeld in de Monumentenwet
                                1988 dan wel in de provinciale of gemeentelijke
                                monumentenverordening – voor zover zulks niet bezwaarlijk is om de
                                in historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen
                                bij het karakter van de bestaande omgeving.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten
                                minste een strook grond omvat die:</al><lijst><li nr="a."><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
                                        achtergevel, en</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is
                                        begrepen tussen het verlengde van de zijgevels, een diepte
                                        heeft van ten minste 5 meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de
                                achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel
                                van het gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw, bedoeld
                                in artikel 2.5.13, en de balkons en veranda’s buiten beschouwing
                                blijven. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in:</al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft,
                                        indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot bewoning
                                        bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, indien aan één van de volgende voorwaarden
                                        wordt voldaan:</al><lijst><li nr="1."><al>een gunstige, andere indeling van het erf is
                                                aanwezig;</al></li><li nr="2."><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan
                                                twee tegenover elkaar liggende zijden grenzen aan
                                                wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een
                                                weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen,
                                                mits dat terrein slechts aan één van die zijden mag
                                                worden bebouwd en tevens een erf van redelijke
                                                afmetingen tot stand wordt gebracht;</al></li><li nr="3."><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de
                                                bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen
                                                van het Bouwbesluit voldoet, wordt de bestaande
                                                toestand verbeterd.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan als
                                dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend erf
                                aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 meter achter het verst
                                achterwaarts gelegen deel van het gebouw en over de volle breedte
                                daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor geen
                                        beletsel vormen;</al></li><li nr="b."><al>indien, voor zover nodig, ontheffing is verleend van het
                                        verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de
                                zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat
                                bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen
                                tussenruimten ontstaan die:</al><lijst><li nr="a."><al>vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder
                                        dan 1 meter breed zijn;</al></li><li nr="b."><al>niet toegankelijk zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig
                                is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel 2, onder
                                e, van het Besluit bouwwerken, zijn niet toegelaten.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid in het belang van het af te scheiden erf
                                of terrein.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en
                            ondergrondse hoofdtransportleidingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
                                stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen
                                mogen zich geen delen bevinden van andere bouwvergunningplichtige
                                bouwwerken dan die welke deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Bij
                                het bepalen van deze afstand moet rekening worden gehouden met het
                                uitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder
                                hoogspanningslijn wordt in dit artikel verstaan een lijn met een
                                nominale elektrische spanning van 1000 volt of meer.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een ondergrondse
                                hoofdtransportleiding mogen geen bouwvergunningplichtige bouwwerken
                                worden gebouwd.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de afstand
                                        van 6 meter, indien de elektrische spanning van de
                                        hoogspanningslijn daarvoor geen bezwaar oplevert;</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de afstand
                                        van 6 meter, indien daartegen met het oog op de veilige en
                                        ongestoorde ligging van de leiding geen bezwaar bestaat.
                                    </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale
                                hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in het vlak door de
                                voorgevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:</al><lijst><li nr="a."><al>éénmaal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de
                                        desbetreffende weg;</al></li><li nr="b."><al>vervallen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de
                                voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval aan de zijde
                                van de smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is
                                toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek af gelijk
                                aan de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de smalle weg, doch
                                over geen grotere lengte dan 15 meter.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de
                                desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de breedte van
                                het bouwwerk of de projectie daarvan op de voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn ontbreekt
                                geldt ter bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in het
                                eerste lid, de dichtstbij gelegen tegenoverliggende rooilijn. Indien
                                de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is onderbroken geldt ter
                                plaatse van die onderbreking de verstverwijderde van de beide ter
                                weerszijden van de onderbreking voorkomende rooilijnen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale
                                hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in het vlak door de
                                achtergevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:</al><lijst><li nr="a."><al>éénmaal de afstand tot de tegenoverliggende
                                        achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok;</al></li><li nr="b."><al>vervallen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de
                                achtergevelrooilijn ter plaatse van het bouwwerk.Indien de te
                                beschouwen achtergevelrooilijnen niet evenwijdig lopen, wordt voor
                                elke 5 meter breedte van de achterzijde van het bouwwerk uitgegaan
                                van de gemiddelde afstand tussen de achtergevelrooilijnen.Indien een
                                tegenoverliggende achtergevelrooilijn ontbreekt, wordt gemeten tot
                                de dichtstbijzijnde tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
                                voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de maximale
                                hoogte van een bouwwerk in het vlak door de achtergevelrooilijn niet
                                meer bedragen dan de maximale hoogte in de aangrenzende 5 meter van
                                een aanliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.</al></li><li nr="4."><al>Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager dan
                                straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde hoogte worden
                                verminderd met een maat, gelijk aan het verschil tussen het
                                straatpeil en het peil van het onderhavige terrein ter plaatse van
                                de achtertoegang bij voltooiing van de bouw. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                            achtergevelrooilijn </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de bebouwing,
                                gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot aan de
                                voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien in die achtergevels
                                ramen aanwezig zijn, dan bedraagt – onverminderd het bepaalde in
                                artikel 2.5.24 – de maximale hoogte van de zijgevel van het eerste
                                bouwwerk aan laatstgenoemde weg nabij de hoek ten hoogste 1,5 maal
                                de afstand van deze zijgevel tot de achtergevelrooilijn die bij de
                                eerstgenoemde weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde wijze
                                worden bepaald als beschreven is in artikel 2.5.21, tweede lid, voor
                                de bepaling van de afstand tussen twee achtergevelrooilijnen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid, mits de zijgevel niet hoger is dan de
                                voorgevel. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en
                            achtergevelrooilijnen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een
                                bouwvergunningplichtig bouwwerk tussen de voor- en de
                                achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken die de
                                verticale vlakken door de voorgevelrooilijn en door de
                                achtergevelrooilijn snijden op de – krachtens de artikelen 2.5.20 en
                                2.5.21 – maximale bouwhoogte en die met het horizontale vlak een
                                hoek vormen van:</al><lijst><li nr="a."><al>45 graden;</al></li><li nr="b."><al>vervallen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een zijgevel heeft
                                die gelegen is tegenover een achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                bouwblok, mag dit bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het
                                vlak dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van
                                de – krachtens artikel 2.5.22 – maximale bouwhoogte en dat met het
                                horizontale vlak een hoek vormt van 56 graden. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk mag niet meer
                                bedragen dan 15 meter.</al></li><li nr="2."><al>Indien het bouwwerk aan meer dan een weg grenst en deze wegen op
                                verschillende hoogten liggen, geldt de hoogte ten opzichte van de
                                laagstgelegen weg. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende
                            terreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge artikel 2.5.3 of
                                artikel 2.5.14 verleende ontheffing wordt opgericht op een niet aan
                                een weg grenzend terrein, mag niet meer bedragen dan 2,70 meter met
                                dien verstande dat – uitgaande van een goothoogte van genoemde maat
                                – daarboven een zadeldak met hellingen van ten hoogste 45 graden
                                toegelaten is.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid, indien de aard en de ligging van de
                                omringende bebouwing hiervoor geen beletsel vormen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander
                                buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten ten opzichte van
                                straatpeil. </al></li><li nr="2."><al>De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging hebben, moet
                                worden bepaald door de oppervlakte te delen door de breedte.
                                Plaatselijke verhogingen, als bedoeld in artikel 2.5.27, onder d, en
                                artikel 2.5.28, onder h, i, j en k, moeten – voor zover zij de
                                maximale hoogte overschrijden – buiten beschouwing worden gelaten.
                            </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten
                            bouwhoogte</vet></al><al>Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde
                        lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 is niet
                        van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, die bij het
                                afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het
                                aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard, als bedoeld
                                in artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van bouwwerken anders dan
                                het aanbrengen van veranderingen van niet-ingrijpende aard, als
                                bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                bouwwerken; </al></li><li nr="c."><al>topgevels in het verticale vlak, gaande door de voorgevelrooilijn of
                                de achtergevelrooilijn, mits zij niet breder zijn dan 6 meter en
                                mits de geveloppervlakte, over de breedte van de topgevel gemeten,
                                niet groter is dan het produkt van de breedte van de topgevel en de
                                maximale bouwhoogte ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan 0,60
                                meter.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.28 Ontheffing voor overschrijdingen van de toegelaten
                            bouwhoogte</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in
                        artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde lid, artikel
                        2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen voor openbaar nut, scholen, kerken, schouwburgen en andere
                                gebouwen bestemd voor het houden van bijeenkomsten en
                                vergaderingen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen bestemd voor woon-, kantoor- of winkeldoeleinden, indien de
                                welstand bij het verlenen van de ontheffing is gebaat;</al></li><li nr="c."><al>gebouwen bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf op een handels-
                                en industrieterrein;</al></li><li nr="d."><al>agrarische bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten van een bouwwerk,
                                anders dan bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder k, van het
                                Besluit bouwwerken, en indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de bestaande belendende gebouwen de maximale bouwhoogte
                                        overschrijden en de welstand bij het verlenen van de
                                        ontheffing is gebaat;</al></li><li nr="2."><al>bij het overschrijden van bestaande uitwendige
                                        hoogte-afmetingen andere hoogte-afmetingen kleiner worden
                                        dan de bestaande;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van het verkeer, de
                                waterhuishouding, de energievoorziening of het
                                telecommunicatieverkeer, anders dan bedoeld in artikel 3, derde lid,
                                van het Besluit bouwwerken;</al></li><li nr="g."><al>topgevels, breder dan 6 meter en gevelverhogingen van soortgelijke
                                aard;</al></li><li nr="h."><al>plaatselijke verhogingen met een grotere breedte dan 0,60
                                meter;</al></li><li nr="i."><al>dakvensters, mits buitenwerks gemeten de breedte niet meer dan 1,75
                                meter, de hoogte niet meer dan 1,5 meter, de onderlinge afstand niet
                                minder dan 3 meter en de afstand tot de erfscheiding niet minder dan
                                1,5 meter bedraagt. Deze laatste voorwaarde geldt niet voor
                                gekoppelde dakvensters, die tot verschillende gebouwen behoren;</al></li><li nr="j."><al>draagconstructies voor een reclame;</al></li><li nr="k."><al>vrijstaande schoorstenen;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken op een monument – als bedoeld in de Monumentenwet 1988
                                dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening –
                                voor zover zulks niet bezwaarlijk is om de in historisch-esthetisch
                                opzicht gewenste aansluiting te verkrijgen bij het karakter van de
                                bestaande omgeving.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.29 Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van
                            de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van een nieuw
                            ruimtelijk beleid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.8, 2.5.14 en
                                2.5.28 kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van de
                                verboden tot bouwen met overschrijding van de voor- en van de
                                achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met overschrijding
                                van de maximale bouwhoogte.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan door burgemeester en
                                wethouders worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de desbetreffende bouwactiviteit voorkomt in artikel 20
                                        Bro;</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende bouwactiviteit valt onder het beleid van
                                        de provincie inzake artikel 19, lid 2 WRO;</al></li><li nr="c."><al>het desbetreffende bouwplan in overeenstemming is met in
                                        voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de voorbereiding van het besluit omtrent een ontheffing, als
                                bedoeld in het eerste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de termijn van terinzagelegging eenieder
                                        schriftelijk zijn zienswijze omtrent de aanvraag kan
                                        inbrengen;</al></li><li nr="b."><al>indien er zienswijzen zijn ingebracht burgemeester en
                                        wethouders de beslissing over de aanvraag om reguliere
                                        bouwvergunning met ten hoogste zes weken kunnen
                                        verdagen.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of
                            in gebouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>a. Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen
                                van auto’s in de juiste mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder
                                dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat
                                gebouw behoort.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van lid 1a geldt dat voor ontwikkelingen in de
                                binnenstad de parkeereis opgelost wordt in bestaande of nieuw te
                                realiseren parkeervoorzieningen aan de rand van de binnenstad.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 genoemde juiste mate van ruimte wordt bepaald met behulp
                                van parkeernormen</al><al> waarbij het volgende van toepassing is:</al></li><li nr="a."><al>De parkeernorm is opgenomen in bijlage 15 bij deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>Bij ontwikkelingen met meerdere functies wordt uitgegaan van
                                meervoudig gebruik van parkeerplaatsen, tenzij een zwaarwegend
                                belang dat onmogelijk maakt. Als rekenregel bij meervoudig gebruik
                                van parkeerplaatsen geldt dat de parkeereis gelijk is aan het
                                berekende aantal parkeerplaatsen bij meervoudig gebruik + 25% van
                                het verschil tussen de berekening zonder en met meervoudig gebruik.
                                Voor de berekening wordt uitgegaan van de aanwezigheidspercentages
                                volgens de CROW-publicatie 182;</al></li><li nr="c."><al>Bij de berekening van de parkeereis wordt rekening gehouden met de
                                reductiefactoren zoals die in bijlage 15 zijn vermeld.</al></li><li nr="d."><al>De parkeernorm is flexibel onder in lid 3 genoemde voorwaarden
                                tussen de norm en de hoge norm, voor zover een hoge norm voor de
                                betreffende voorziening in bijlage 15 is opgenomen.</al></li><li nr="e."><al>Er kan onder in lid 4 genoemde voorwaarden een parkeernorm toegepast
                                worden die boven de hoge norm ligt.</al></li><li nr="3."><al>De in lid 2 onder d genoemde voorwaarden zijn in ieder geval:</al></li><li nr="a."><al>voor kantoren op intercity- of knooppuntlocaties en detailhandel op
                                intercity- of knooppuntlocaties:</al></li><li nr="-"><al>een door de initiatiefnemer ingevuld ‘Formulier Mobiliteitsprofiel’
                                (zie bijlage 15) dat vervolgens door de gemeente is getoetst;</al></li><li nr="-"><al>het leveren van een financiële bijdrage aan de gemeente per extra te
                                realiseren parkeerplaats boven de norm ter grootte van € 6.850,-
                                (exclusief BTW, prijspeil 2008) per extra parkeerplaats op
                                intercitylocaties en € 3.350,- (exclusief BTW, prijspeil 2008) per
                                extra parkeerplaats op knooppuntlocaties. De genoemde bedragen
                                worden vanaf 2009 jaarlijks geïndexeerd volgens de CPI van het CBS.
                                De bijdrage dient binnen drie maanden na de start van de
                                bouwwerkzaamheden te worden betaald;</al></li><li nr="b."><al>voor kantoren op snelweg- of overige locaties op snelweg- of overige
                                locaties:</al></li><li nr="-"><al>een door de initiatiefnemer ingevuld ‘Formulier Mobiliteitsprofiel’
                                (zie bijlage 15) dat vervolgens door de</al><al> gemeente is getoetst en geaccordeerd.</al></li><li nr="4."><al>De in lid 2 onder e genoemde voorwaarden zijn in ieder geval:</al></li><li nr="a."><al>het in lid 3 vermelde geldt onverkort;</al></li><li nr="b."><al>het te verwachten extra autoverkeer als gevolg van de extra
                                parkeerplaatsen boven de hoge norm leidt niet tot (extra)
                                doorstromingsproblemen op de grote stadswegen. De gemeente
                                onderzoekt dit;</al></li><li nr="c."><al>de aanleg van parkeerplaatsen boven de hoge norm moet een algemeen
                                belang dienen. Zo zullen de parkeerplaatsen die ongebruikt blijven
                                buiten kantooruren op koopavonden en in weekeinden opengesteld
                                worden voor openbaar gebruik volgens een lokaal vergelijkbaar
                                openbaar parkeerregime.</al></li><li nr="d."><al>een parkeergelegenheid boven 200 parkeerplaatsen wordt opgenomen in
                                het gemeentelijke ParkeerrouteInformatieSysteem. De kosten daarvan
                                zijn voor rekening van de aanvrager.</al></li><li nr="e."><al>Aanleg- en beheerkosten komen voor rekening van de aanvrager, de
                                eventuele opbrengsten uit parkeergelden komen ten gunste van de
                                aanvrager. Kosten die door het openbare gebruik gemaakt moeten
                                worden voor beveiliging van objecten worden in mindering gebracht op
                                de onder lid 3 onder a vermelde financiële bijdrage.</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager en de gemeente komen de afspraken overeen in een
                                parkeerovereenkomst;</al></li><li nr="g."><al>het college beslist over de parkeerovereenkomst.</al></li><li nr="5."><al>De in lid 1 bedoelde ruimten voor het parkeren van auto’s moeten
                                afmetingen hebben die zijn</al><al> afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te
                                zijn voldaan:</al></li><li nr="a."><al>als de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 2,00 m bij
                                5,50 m en ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen en bij haaks of
                                gestoken parkeren de ruimten ten minste 2,50 m bij 5,00 m
                                bedragen;</al></li><li nr="b."><al>als de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een
                                gehandicapte – voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan
                                een trottoir grenst – ten minste 3,50 m bij 6,00 m bedragen, en bij
                                haaksparkeren met een uitstapstrook langs het parkeervak ten minste
                                3,00 m breed en zonder uitstapstrook 3,50 m breed en ten minste 5,00
                                m lang bedragen.</al></li><li nr="6."><al>Als de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te
                                verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van
                                goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan,
                                in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein
                                dat bij dat gebouw behoort.</al></li><li nr="7."><al>Het college kan ontheffing verlenen van:</al></li><li nr="a."><al>het bepaalde in het eerste lid onder a en het zesde lid voor zover
                                op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel
                                laad- of losruimte wordt voorzien.</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in het eerste lid onder b als het oplossen van de
                                parkeereis op andere plaatsen dan op eigen terrein leidt tot
                                onaanvaardbare consequenties;</al></li><li nr="c."><al>het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid, als het voldoen aan
                                die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende
                                bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden in elk geval
                                worden gerekend:</al></li><li nr="-"><al>een te verwachten meer dan gemiddeld aantal gehandicapte gebruikers
                                of bezoekers van het gebouw;</al></li><li nr="-"><al>een bestemming van het gebouw als parkeergarage, dan wel
                                garagebedrijf.</al></li><li nr="d."><al>het college kan voor het bepaalde onder a, b en c nadere regels
                                stellen.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                            vluchtrouteaanduidingen</cursief></al><al><vet>Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor de
                                ontdekking en melding van brand, dat een brand zo snel mogelijk kan
                                worden ontdekt en gemeld. </al></li><li nr="2."><al>Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.1. van bijlage 10
                                van deze verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die
                                gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door
                                toepassing van die voorschriften.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste en tweede lid, indien de aard en de geringe
                                omvang van de gebruiksfunctie daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties</vet></al><al>1.Een gebruiksfunctie:</al><lijst><li nr="a."><al>waarvan de hoogste vloer van een verblijfsruimte is gelegen op een
                                in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van deze verordening aangegeven waarde
                                boven het meetniveau als bedoeld in het Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>waarvan de totale gebruiksoppervlakte meer bedraagt dan de in tabel
                                2.6.1 van bijlage 10 van deze verordening aangegeven
                                grenswaarden;</al></li><li nr="c."><al>waarvan het aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers meer
                                bedraagt dan de in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van deze verordening
                                aangegeven grenswaarde;</al></li><li nr="d."><al>die is gelegen in een bouwwerk dat bestaat uit meer bouwlagen dan de
                                in tabel 2.6.1 van bijlage 10 zijn aangegeven;</al></li></lijst><al>is voorzien van een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535, uitgave
                        1996, en NEN 2535/A1, uitgave 2002.</al><al>2.In een gebruiksfunctie niet zijnde een woonfunctie of een woongebouw waar
                        vanaf de toegang van een verblijfsruimte slechts één richting kan worden
                        gevlucht, dient de ruimte waardoor dient te worden gevlucht alsmede de
                        ruimten van waaruit de betreffende vluchtroute bij brand zou kunnen worden
                        geblokkeerd, voorzien te zijn van een brandmeldinstallatie met
                        ruimtebewaking, indien er sprake is van één of meer van de volgende
                        situaties:</al><lijst><li nr="a."><al>De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte en een punt
                                vanwaar in meerdere richtingen kan worden gevlucht, bedraagt meer
                                dan 10 meter;</al></li><li nr="b."><al>Het totale oppervlak van het gedeelte van de ruimte waardoor slechts
                                in één richting kan worden gevlucht alsmede de op dit gedeelte
                                aangewezen verblijfsruimten groter is dan 200 m2;</al></li><li nr="c."><al>Het aantal verblijfsruimten dat is aangewezen op de betreffende
                                ruimte bergruimte bedraagt meer dan 2.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door
                        brandmeldinstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De omvang van de bewaking van de brandmeldinstallatie als bedoeld in
                                NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave 2002, is uitgevoerd
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>niet-automatische bewaking; of</al></li><li nr="b."><al>gedeeltelijke bewaking; of</al></li><li nr="c."><al>volledige bewaking; zoals aangegeven in tabel 2.6.1 van
                                        bijlage 10 van deze verordening, of</al></li><li nr="d."><al>ruime bewaking voor gedeeltelijke samenvallende vluchtroutes
                                        en risicoruimten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een op grond van artikel 2.6.2, lid 1 a, b, c, in een bouwwerk
                                aanwezige brandmeldinstallatie meldt rechtstreeks door naar de
                                alarmcentrale van de brandweer, voor zover dit voor een
                                gebruiksfunctie staat aangegeven in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van
                                deze verordening. In afwijking van NEN 2535, uitgave 1996, en NEN
                                2535/A1 meldt een brandmeldinstallatie die alleen is geëist op basis
                                van artikel 2.6.1 lid d, niet door. Doormelding dat alleen
                                plaatsvindt op grond van de aanwezigheid van doodlopende einden is
                                niet wenselijk.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een op grond van artikel 2.6.2 in een bouwwerk aanwezige
                                brandmeldinstallatie voldoet aan het gestelde in NEN 2535, uitgave
                                1996, en NEN 2535/A1 uitgave 2002.</al></li><li nr="2."><al>Een op grond van artikel 2.6.2, in een bouwwerk aanwezige
                                brandmeldinstallatie is ontworpen en aangelegd overeenkomstig een
                                door of namens burgemeester en wethouders aanvaard programma van
                                eisen als bedoeld in de NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1
                                uitgave 2002. </al></li><li nr="3."><al>Een op grond van artikel 2.6.2, in een bouwwerk aanwezige
                                brandmeldinstallatie, welke op grond van artikel 2.6.3 lid 2
                                rechtstreeks is doorgemeld naar de alarmcentrale van de brandweer,
                                is voorzien van een geldig certificaat als bedoeld in de Regeling
                                Brandmeldinstallaties 2002 van het Centrum voor
                                Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Den Haag, dan wel een
                                certificaat waarvan een door burgemeester en wethouders erkende,
                                terzake kundige, onafhankelijke onderzoeksinstelling in een
                                schriftelijke verklaring heeft aangetoond dat dit certificaat
                                tenminste gelijkwaardig is aan een certificaat als bedoeld in de
                                vorengenoemde Regeling Brandmeldinstallaties 2002. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor alarmering
                                dat gebruikers bij brand binnen redelijke tijd uit het bouwwerk
                                kunnen vluchten.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.5 van bijlage 11
                                van deze verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die
                                gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door
                                toepassing van die voorschriften.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerst en het tweede lid, indien de aard en de
                                geringe omvang van de gebruiksfunctie daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksfunctie die op grond van artikel 2.6.2 is voorzien van
                                een brandmeldinstallatie, is voorzien van een ontruimingsinstallatie
                                als bedoeld in NEN 2575, uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>In een gebruiksfunctie, waarop het gestelde in artikel 2.6.2, tweede
                                lid, van toepassing is, dienen de betreffende verblijfsruimten te
                                zijn voorzien van een automatische ontruimingsinstallatie als
                                bedoeld in NEN 2575, uitgave 2004.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een op grond van artikel 2.6.6, in een bouwwerk aanwezige
                                ontruimingsalarminstallatie voldoet aan het gestelde in NEN 2575,
                                uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>Een op grond van artikel 2.6.6, in een bouwwerk aanwezige
                                ontruimingsalarminstallatie is ontworpen en aangelegd overeenkomstig
                                een door of namens burgemeester en wethouders aanvaard programma van
                                eisen, als bedoeld in NEN 2575, uitgave 2004.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige aanduiding van vluchtroutes
                                dat gebruikers op veilige wijze uit het bouwwerk kunnen
                                vluchten.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.6.8 van bijlage 12
                                van deze verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die
                                gebruiksfunctie een de in het eerste lid gestelde eis voldaan door
                                toepassing van die voorschriften.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen</vet></al><al>Een gebruiksfunctie, genoemd in tabel 2.6.8 van bijlage 12 van deze
                        verordening, is voorzien van vluchtrouteaanduiding, als bedoeld in NEN 6088,
                        uitgave 2002.</al><al><vet>Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een op grond van artikel 2.6.9 in een bouwwerk aanwezige
                                vluchtrouteaanduidingen voldoet aan het gestelde in NEN 6088,
                                uitgave 2002.</al></li><li nr="2."><al>Een vluchtrouteaanduiding is goed zichtbaar en voldoende herkenbaar
                                aangebracht</al></li><li nr="3."><al>De in artikel 2.6.9 vermelde vluchtrouteaanduiding dient voor wat
                                betreft de zichtbaarheidsaspecten te voldoen aan artikel 5.2 tot en
                                met 5.6 van NEN-EN 1838, uitgave 1999</al></li><li nr="4."><al>Indien in een gebruiksfunctie of een deel van een gebruiksfunctie
                                geen noodverlichting aanwezig is, is in geval van
                                netspanningsonderbreking het gestelde in lid 3 niet van
                                toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor bouwwerken waarin op grond van artikel 1.5 van het Bouwbesluit
                                als gelijkwaardige oplossing een brandmeldinstallatie wordt
                                toegepast, is artikel 2.6.4 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voor bouwwerken waarin op grond van artikel 1.5 van het Bouwbesluit
                                als gelijkwaardige oplossing een ontruimingsalarminstallatie wordt
                                toegepast, is artikel 2.6.7 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor bouwwerken waarin op grond van artikel 1.5 van het Bouwbesluit
                                als gelijkwaardige oplossing vluchtrouteaanduiding aanwezig is, is
                                artikel 2.6.10 van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke
                            hulpverleningsdiensten</vet></al><al>Indien het naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor het goed
                        kunnen functioneren van publieke hulpverleningsdiensten bij een calamiteit
                        in dat bouwwerk noodzakelijk is, moet een voor het publiek toegankelijke
                        bouwwerk zijn voorzien van een installatie die mobiele radiocommunicatie
                        tussen hulpverleners binnen en buiten dat bouwwerk mogelijk maakt.</al><al><cursief>Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen</cursief></al><al><vet>Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</vet></al><al>De in artikel 3.119 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te
                        brengen voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten aan het
                        distributienet van de openbare waterleiding:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van het distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de dichtst
                                bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 50 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet</vet></al><al>De in artikel 2.46 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te
                        brengen elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het
                        openbare-distributienet voor elektriciteit:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het elektriciteitsdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 100 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</vet></al><al>1.De in artikel 2.68 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te
                        brengen gasvoorziening moet zijn aangesloten aan het openbare-distributienet
                        voor aardgas:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van
                                aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij
                                een afstand van 40 m.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het bepaalde in dit lid op woningen voor
                        bejaarden.</al><al>2.Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in
                        het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>voor woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2;</al></li><li nr="b."><al>voor woningen die niet bestemd zijn om te worden verhuurd;</al></li><li nr="c."><al>voor woningen met een aansluiting op het gemeenschappelijke of
                                publieke voorziening voor verwarming als bedoeld in artikel 2.69 van
                                het Bouwbesluit (warmtedistributienet).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan
                                te brengen voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en faecaliën,
                                alsmede de in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in
                                bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van
                                hemelwater moeten zijn aangesloten aan een openbaar riool. Niet van
                                toepassing is het bepaalde in dit lid:</al><lijst><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering
                                        aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op aanwijzing van het bouwtoezicht wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>op welke plaats en op welke hoogte en met welke bemiddellijn
                                        de voor het maken van de aansluiting noodzakelijke leiding
                                        of leidingen de gevel van het gebouw, dan wel de grens van
                                        het erf of terrein moet kruisen;</al></li><li nr="b."><al>of er al dan niet voorzieningen in die aansluitleiding
                                        moeten worden tussengeschakeld ter voorkoming van het
                                        terugvloeien van afvalwater, faecaliën en hemelwater,
                                        ingeval de leiding te laag gelegen is om op natuurlijke
                                        wijze op het openbaar riool te lozen.’</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op aanwijzing van het bevoegd gezag krachtens de Wet milieubeheer
                                moet worden bepaald of er al dan niet voorzieningen in de bedoelde
                                aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld ter verzekering van
                                de goede werking of de goede staat van het openbaar riool, dan wel
                                ter voorkoming van hinder voor andere aangeslotenen aan het openbaar
                                riool, ingeval de hoeveelheid of de aard van de af te voeren stoffen
                                daartoe aanleiding geeft.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op een andere wijze zonder
                                verontreiniging van water, bodem of lucht mogelijk is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m van een
                                        openbaar riool zijn gelegen;</al></li><li nr="b."><al>voor agrarische bedrijven.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare
                        riolering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                                bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van
                                afvalwater en faecaliën, alsmede de in artikelen 3.41 van het
                                Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen
                                voorzieningen voor de afvoer van hemelwater niet aan een openbaar
                                riool worden aangesloten, gelden de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>leidingen voor faecaliën, afkomstig uit toiletten met
                                        waterspoeling, moeten lozen op een rottingput met
                                        overstort;</al></li><li nr="b."><al>leidingen voor faecaliën, afkomstig uit toiletten zonder
                                        waterspoeling, moeten lozen op een beerput zonder overstort,
                                        een gierput of een rottingput met overstort;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer
                                        van afvalwater zonder faecaliën, alsmede overstorten van
                                        rottingputten moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging
                                        van water, bodem of lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer
                                        van afvalwater zonder faecaliën mogen niet lozen op een
                                        rottingput.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid, onder a en b, indien afvoer op andere
                                wijze zonder verontreiniging van water, bodem en lucht mogelijk is.
                            </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op
                            erven en</vet><vet>terreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ondergrondse doorvoeringen van leidingen door uitwendige
                                scheidingsconstructies van bouwwerken moeten zoveel mogelijk haaks
                                plaatsvinden. De doorvoeringen moeten waterdicht zijn
                                aangewerkt.</al></li><li nr="2."><al>De aansluiting van de in het eerste lid bedoelde leidingen aan
                                leidingen van de buitenriolering moet zodanig zijn dat de dichtheid
                                van de aansluiting gehandhaafd blijft bij enige zetting van het
                                bouwwerk of de buitenriolering.</al></li><li nr="3."><al>In leidingen, gelegen tussen de gevel van een gebouw en de
                                aansluiting aan een openbaar riool, mogen geen beerputten of
                                rottingputten voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>Leidingen van de buitenriolering op erven en terreinen mogen geen
                                vernauwingen in de stroomrichting bevatten en moeten een vloeiend
                                beloop hebben, alsmede een voldoende lucht- en waterdichtheid en een
                                voldoende binnenwerkse middellijn. Aan beide laatstgenoemde eisen
                                wordt geacht te zijn voldaan, indien wordt voldaan aan het bepaalde
                                in NEN 3215, uitgave 1997.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, moet een leiding voor
                                de afvoer van afvalwater, faecaliën en hemelwater ter plaatse waar
                                zij de grens van de weg kruist, een binnenwerkse middellijn hebben
                                van ten minste 125 mm.</al></li><li nr="6."><al>Het materiaal, de sterkte en de vorm van buizen en hulpstukken van
                                leidingen van de buitenriolering op erven en terreinen moeten
                                doeltreffend zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan, indien
                                wordt voldaan aan het bepaalde in de NEN-normen die zijn opgenomen
                                in bijlage 7.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                            openbare net van de nutsvoorzieningen</vet></al><al>De in de artikelen 2.7.1, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand moet worden
                        gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan
                        worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij een
                        leiding van het distributienet bevindt. Hierbij moeten bouwwerken die zich
                        tezamen op één erf of terrein bevinden, als één bouwwerk worden
                        beschouwd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>DE MELDING</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 3.1 De wijze van melden</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 3.2 Welstandscriteria</vet></al><al>Vervallen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>PLICHTEN TIJDENS EN BIJ VOLTOOIING VAN DE BOUW EN BIJ
                        INGEBRUIKNEMING VAN EEN BOUWWERK</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of
                            tussentijdse</vet><vet>staking van bouwwerkzaamheden</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het gestelde in artikel 59
                        van de Woningwet de bouwvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken,
                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de bouwvergunning
                                geen begin met de bouwwerkzaamheden is gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden deze
                                werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
                                stilliggen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige
                        bescheiden</vet></al><al>Op het bouwterrein moeten, voor zover van toepassing op het bouwwerk,
                        aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden
                        gegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwvergunning;</al></li><li nr="b."><al>andere vergunningen en ontheffingen;</al></li><li nr="c."><al>het bouwveiligheidsplan;</al></li><li nr="d."><al>een besluit ingevolge artikel 13 Woningwet, dan wel een besluit tot
                                toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder
                                dwangsom.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.3 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw</vet></al><al>Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor bouwvergunning is verleend mag –
                        onverminderd het in de voorwaarden van de bouwvergunning bepaalde – niet
                        worden begonnen alvorens door of namens burgemeester en wethouders voor
                        zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>het straatpeil is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn
                                uitgezet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen
                            van) de</vet><vet>bouwwerkzaamheden</vet></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Het bouwtoezicht dient – voor zover het betreft bouwwerken
                                    waarvoor bouwvergunning is verleend en onverminderd het bepaalde
                                    in de voorwaarden van de bouwvergunning – ten minste twee dagen
                                    voor de aanvang van elk der hierna te noemen onderdelen van het
                                    bouwproces in kennis te worden gesteld:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de aanvang der werkzaamheden,
                                            ontgravingswerkzaamheden daaronder
                                        begrepen;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>de aanvang van het inbrengen van de
                                            funderingspalen, het slaan van proefpalen daaronder
                                            begrepen;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>de aanvang van de
                                            grondverbeteringswerkzaamheden.</cursief></al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bouwtoezicht dient ten minste één dag van tevoren in kennis te
                                worden gesteld van het storten van beton.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen moeten,
                                indien het bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en
                            onderzoekingen</vet></al><al>Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle opmetingen,
                        ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden verricht, welke het
                        bouwtoezicht in het kader van de controle op de naleving van deze
                        verordening en van het Bouwbesluit nodig acht.</al><al><vet>Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten</vet></al><al>Bij het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke
                        ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden mag niet op een zodanige
                        wijze water aan de bodem worden onttrokken, dat een verlaging van de
                        grondwaterstand in de omgeving plaatsvindt, waardoor funderingen van
                        naburige bouwwerken kunnen worden aangetast op een wijze die de veiligheid
                        van die bouwwerken schaadt.</al><al><vet>Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in verband staat,
                                moet geschieden op veilige wijze, onder meer zodanig dat de nodige
                                veiligheidsmaatregelen zijn genomen ten behoeve van de weg en de in
                                de weg gelegen werken en de weggebruikers en ten behoeve van
                                naburige bouwwerken, open erven en terreinen en hun gebruikers.</al></li><li nr="2."><al>Op een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd
                                moeten, wanneer er niet wordt gewerkt – rustpauzen tijdens de
                                dagelijkse werktijd niet inbegrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>de tijdelijke elektrische installaties ten behoeve van de
                                        uitvoering van het bouw- en grondwerk, in hun geheel op
                                        zodanige wijze zijn uitgeschakeld, dat het weer in gebruik
                                        stellen van de installaties door anderen dan daartoe
                                        bevoegde personen niet zonder meer mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>machines en werktuigen worden achtergelaten in een zodanige
                                        toestand, dat deze dan wel mechanismen daarvan, niet zonder
                                        meer door anderen dan de daartoe bevoegde personen in
                                        werking kunnen worden gesteld;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de voeding van een
                                elektrische verlichtingsinstallatie of van één of meer elektrisch
                                aangedreven bemalingspompen, indien de omstandigheden vereisen dat
                                de voeding niet wordt onderbroken en de veiligheid voldoende is
                                gewaarborgd.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden stempels, schoren, kruisen of zwiepingen weg te
                                nemen of andere veiligheidsmaatregelen op te heffen zolang zij uit
                                veiligheidsoogpunt nodig zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het terrein waarop wordt gebouwd, grond wordt ontgraven of
                                dergelijke werkzaamheden worden verricht, moet door een
                                doeltreffende afscheiding van de weg en van het aangrenzende open
                                erf of terrein zijn afgescheiden indien gevaar of hinder te duchten
                                is. </al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afscheiding moet zodanig zijn
                                geplaatst en ingericht, dat het verkeer zo min mogelijk hinder ervan
                                ondervindt en de toegang tot brandkranen en andere openbare
                                voorzieningen, zoals leidingen, er niet door wordt belemmerd.</al></li><li nr="3."><al>Een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt uitgevoerd en dat
                                niet van de weg en van het aangrenzende open erf of terrein is
                                afgescheiden, moet, wanneer er niet wordt gewerkt, worden bewaakt,
                                tenzij het bouwtoezicht dit niet nodig acht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van
                            hinder</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Afscheidingen, steigers, ladders, heistellingen,
                                transportinrichtingen en ander hulpmateriaal moeten, wat kwaliteit
                                en samenstelling betreft, voldoen aan de eis van goed en veilig werk
                                en in goede staat van onderhoud verkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bij de uitvoering van een bouw- of grondwerk een
                                werktuig of een stof te gebruiken, indien daardoor gevaar voor de
                                omgeving optreedt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het gebruik van een werktuig, dat
                                schade of ernstige hinder voor de omgeving veroorzaakt of kan
                                veroorzaken, verbieden.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven, dat voor een op een
                                werk te gebruiken krachtwerktuig:</al><lijst><li nr="a."><al>uitsluitend een bepaalde brandstof wordt gebezigd,
                                        en/of</al></li><li nr="b."><al>de aandrijving elektrisch geschiedt, en/of</al></li><li nr="c."><al>het werktuig gedurende bepaalde delen van een etmaal niet
                                        mag worden gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is niet van
                                toepassing indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor
                                het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde
                                milieuwet van toepassing is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.11 Bouwafval</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het bouwafval moet op de bouwplaats ten minste worden gescheiden in
                                de volgende fracties:</al><lijst><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17
                                        van de afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese
                                        afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158,
                                        blz. 9);</al></li><li nr="b."><al>steenwol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject
                                        bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>glaswol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject
                                        bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>overig afval.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Overig afval, bedoeld in voorgaand lid onder d, en de fracties,
                                bedoeld in het voorgaande lid onder a, b en c, moeten op de
                                bouwplaats gescheiden worden gehouden. </al></li><li nr="3."><al>Indien de totale hoeveelheid bouwafval die vrijkomt bij een
                                bouwproject minder bedraagt dan de inhoud van één container van 10
                                m3, mag degene die bedrijfsmatig bouwwerkzaamheden verricht dit
                                bouwafval meenemen naar zijn bedrijf voor tijdelijke opslag.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de
                            bouwwerkzaamheden</vet></al><al>1.Van het gereedkomen </al><lijst><li nr="a."><al>van putten en van grond- en huisaansluitleidingen van de riolering,
                                alsmede van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden en vloeren
                                beneden straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>van de thermische isolatie in de spouw van wanden, alsmede van de
                                thermische isolatie in andere besloten constructies</al></li></lijst><al>moet het bouwtoezicht onmiddellijk na die voltooiing in kennis worden
                        gesteld. </al><lijst><li nr="2."><al>Onderdelen van het bouwwerk, waarop het eerste lid betrekking heeft,
                                mogen niet zonder toestemming van het bouwtoezicht aan het oog
                                worden onttrokken gedurende twee dagen na het tijdstip van
                                kennisgeving. </al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op
                                die onderdelen van het bouwwerk, waarvoor in de aan de
                                bouwvergunning verbonden voorwaarden een plicht tot kennisgeving van
                                voltooiing is bepaald. </al></li><li nr="4."><al>Uiterlijk op de dag van beëindiging van de werkzaamheden, waarop de
                                bouwvergunning betrekking heeft, wordt het einde van die
                                werkzaamheden bij het bouwtoezicht gemeld.</al></li><li nr="5."><al>De in dit artikel bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
                                bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk geschieden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien bij temperaturen beneden 2 graden Celsius beton-, metsel- of
                                buitenpleisterwerk wordt uitgevoerd, moet het bouwtoezicht ten
                                minste twee dagen vóór het begin van het desbetreffende werk in
                                kennis worden gesteld van de te treffen maatregelen ten behoeve
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet verwerken van bevroren materialen;</al></li><li nr="b."><al>het verkrijgen van een goede binding en verharding;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het desbetreffende werk na de voltooiing
                                        tegen vorstschade, zolang het nog onvoldoende is verhard of
                                        de temperatuur nog beneden 2 graden Celsius is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde kennisgevingen moeten, indien het
                                bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk plaatsvinden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming</vet></al><al>Vervallen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>STAAT VAN OPEN ERVEN EN TERREINEN,
                            BRANDVEILIGHEIDSINSTALLATIES, AANSLUITING OP DE NUTSVOORZIENINGEN EN
                            WEREN VAN SCHADELIJK EN HINDERLIJK GEDIERTE</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen</cursief></al><al><vet>Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en
                        terreinen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Open erven en terreinen moeten zich in een, in verband met hun
                                bestemming, voldoende staat van onderhoud bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Open erven en terreinen mogen geen gevaar kunnen opleveren voor de
                                veiligheid, noch nadeel voor de gezondheid van of hinder voor de
                                gebruikers of anderen, ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>drassigheid;</al></li><li nr="b."><al>stank;</al></li><li nr="c."><al>verontreiniging;</al></li><li nr="d."><al>aanwezigheid van schadelijk of hinderlijk gedierte;</al></li><li nr="e."><al>aanwezigheid van begroeiing.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                            Brandblusvoorzieningen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang van een gebouw meer dan 30 meter is verwijderd van
                                een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het
                                openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's,
                                vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te
                                verwachten verkeer, tenzij de aard, de ligging en het gebruik van
                                het gebouw zulks niet vereisen. </al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
                                tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
                                bestemmingsplan of in een verordening of anderszins voorschriften
                                heeft vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>een breedte hebben van tenminste 4,5 m en over een breedte
                                        van ten minste 3,25 m zijn verhard;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die geschikt is voor
                                        motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg en
                                        zijn voorzien van de nodige kunstwerken; en</al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                bijgebouw, als bedoeld in artikel 2, onder b, van het Besluit
                                Bouwwerken,, voor zover dit niet voor bewoning is bestemd, maar wel
                                tot een hoofdgebouw behoort dat op hetzelfde terrein is
                                gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder gebouw moeten zodanige opstelplaatsen voor
                                brandweerauto’s aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding
                                tussen die auto’s en de bluswatervoorziening kan worden gelegd,
                                tenzij de aard, de ligging en het gebruik van het gebouw zulks niet
                                vereisen.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening
                                moet worden zorggedragen voor een doeltreffende niet-openbare
                                bluswatervoorziening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds:</al></li><li nr="a."><al>een woning of een woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3 van het
                                Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>een gebouw met al dan niet gemeenschappelijke toegangssector, als
                                bedoeld in artikel 4.3 van het Bouwbesluit;</al></li></lijst><al>en anderzijds de openbare weg moet een mede voor gehandicapten begaanbare
                        weg of begaanbaar pad aanwezig zijn.</al><al>2.Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat zij:</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn; en</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m; en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m, tenzij
                                dit plaatsvindt door middel van een hellingbaan die voldoet aan het
                                bepaalde in de artikelen 2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidsinstallaties en
                            vluchtrouteaanduidingen</cursief></al><al><vet>Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                            vluchtrouteaanduidingen</vet></al><al>Voor bestaande bouwwerken zijn de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van
                        overeenkomstige toepassing.</al><al><vet>Artikel 5.2.2 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 5.2.3 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 5.2.4 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 5.2.5 </vet></al><al>Vervallen</al><al><cursief>Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen</cursief></al><al><vet>Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</vet></al><al>De in de artikelen 3.123 en 3.124 van het Bouwbesluit bedoelde, in
                        bouwwerken aanwezige voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten
                        aan het distributienet van de openbare waterleiding:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van het distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van de dichtst
                                bij zijnde leiding van het distributienet is gelegen, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 50 m. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet</vet></al><al>De in artikel 2.52 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige
                        elektriciteitsvoorziening moet zijn aangesloten aan het
                        openbare-distributienet voor elektriciteit:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het elektriciteitsdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten
                                van aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan
                                bij een afstand van 100 m.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</vet></al><al><cursief>De in artikel 2.72 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken
                            aanwezige gasvoorziening moet zijn aangesloten aan het
                            openbare-distributienet voor aardgas:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand van de dichtst bij
                                zijnde leiding van dat distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de leiding van
                                het aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de kosten van
                                aansluiting voor het desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij
                                een afstand van 40 m.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is voorgaande eis op:</al><lijst><li nr="a."><al>woningen voor bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>woningen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2;</al></li><li nr="c."><al>woningen die niet worden verhuurd;</al></li><li nr="d."><al>woningen met een aansluiting op het stadsverwarmingsnet.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken
                                aanwezige voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en faecaliën,
                                alsmede de eventueel in of aan bouwwerken aanwezige voorzieningen
                                voor de afvoer van hemelwater moeten, onverminderd het bepaalde in
                                artikel 5.3.6 op een doeltreffende wijze zijn aangesloten aan een
                                openbaar riool. </al></li><li nr="2."><al>Niet van toepassing is het gestelde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering
                                        aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>op bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m van een
                                        openbaar riool zijn gelegen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd;</al></li><li nr="d."><al>op agrarische bedrijven waarin de faecaliën voor
                                        bedrijfsdoeleinden worden gebruikt en een daartoe voldoende
                                        ruime gier- of beerput aanwezig is.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare
                        riolering</vet></al><al>Indien het gestelde in artikel 5.3.4, tweede lid, van toepassing is, gelden
                        de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten met
                                waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met een
                                doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten aanwezig zijn,
                                tenzij de faecaliën voor agrarische bedrijfsdoeleinden worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten zonder
                                waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput zonder overstort,
                                een doeltreffende gierput of een doeltreffende rottingput met
                                overstort aanwezig zijn, alsmede een doeltreffende aansluitleiding
                                tussen die toiletten en de genoemde put, tenzij op andere zodanige
                                wijze wordt geloosd dat geen verontreiniging van water, bodem of
                                lucht kan optreden;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer van
                                afvalwater zonder faecaliën, alsmede overstorten van rottingputten
                                moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem of
                                lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de afvoer van
                                afvalwater zonder faecaliën mogen niet lozen op een rottingput.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op
                            erven en terreinen</vet></al><al>Artikel 2.7.6 en de bijbehorende bijlage 7 zijn van overeenkomstige
                        toepassing.</al><al><vet>Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                            openbare net van de </vet></al><al><vet>nutsvoorzieningen</vet></al><al>De in de artikelen 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde afstand moet worden
                        gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan
                        worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij een
                        leiding van het distributienet bevindt. Hierbij moeten bouwwerken die zich
                        tezamen op één erf of terrein bevinden, als één bouwwerk worden
                        beschouwd.</al><al><cursief>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid</cursief></al><al><vet>Artikel 5.4.1 Preventie</vet></al><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te geschieden dat het
                        bouwwerk zich in zindelijke staat bevindt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>BRANDVEILIG GEBRUIK</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Paragraaf 1 Gebruiksvergunning</cursief></al><al><vet>Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning
                                van burgemeester en wethouders een bouwwerk in gebruik te hebben of
                                te houden, waarin:</al><lijst><li nr="a."><al>meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn,
                                        anders dan in een één- of meergezinshuis;</al></li><li nr="b."><al>aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het kader van
                                        verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan
                                        meer dan tien lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten
                                        dagverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="d."><al>aan meer dan vijf personen woonverblijf zal worden
                                        verschaft, anders dan tot één gezin behorend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de gebruiksvergunning slechts
                                voorwaarden verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en
                                bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen
                                en beperken van ongevallen bij brand.</al></li><li nr="3."><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op
                                grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de
                                omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het
                                verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                vergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden
                                wijzigen of intrekken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning</vet></al><al>Bij de aanvraag moeten de gegevens en bescheiden worden overgelegd als
                        genoemd in bijlage 2 van deze verordening.</al><lijst><li nr="1."><al>Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik maken van
                                de door of namens burgemeester en wethouders vastgestelde
                                formulieren. De bij deze aanvraag behorende gegevens en bescheiden
                                moeten voldoen aan de eisen van de in het eerste lid genoemde
                                bijlage.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in drievoud
                                worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
                                Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij
                                betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar
                                samenhangende terreinen.</al></li><li nr="5."><al>De bij de aanvraag om gebruiksvergunning behorende bescheiden moeten
                                door de aanvrager of diens gemachtigde worden ondertekend dan wel
                                worden gewaarmerkt.</al></li><li nr="6."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van een
                                bestaande situatie, moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende
                                bescheiden de bestaande en de nieuwe toestand duidelijk
                                blijken.</al></li><li nr="7."><al>De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en wethouders een
                                bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van
                                ontvangst is vermeld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.1.3 In behandeling nemen</vet></al><al><cursief>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 6.1.2 gestelde
                            eisen, alsmede aan de eisen die gelden ingevolge de artikelen 4:1 en 4:2
                            van de Algemene wet bestuursrecht stellen burgemeester en wethouders de
                            aanvrager in de gelegenheid om de door hen aan te geven ontbrekende
                            gegevens over te leggen.</cursief></al><al><vet> Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
                                gebruiksvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van de
                                aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                                zes weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid houden
                                burgemeester en wethouders de beslissing aan indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor hetzelfde bouwwerk een bouwvergunning is vereist en zij
                                        over die vergunning nog niet hebben beslist;</al></li><li nr="b."><al>voor hetzelfde bouwwerk een besluit tot toepassing
                                        bestuursdwang of opleggen van een last onder dwangsom dan
                                        wel een besluit ingevolge artikel 13 van de Woningwet is
                                        genomen wegens strijd met de voorschriften van het
                                        Bouwbesluit, als bedoeld in artikel 1b van de Woningwet, en
                                        deze binnen de in het eerste lid vermelde termijn is
                                        verzonden, dosch aan dit besluit nog niet is voldaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken nadat is
                                beslist op een aanvraag om bouwvergunning als bedoeld onder letter a
                                van het derde lid, dan wel nadat is voldaan aan het besluit als
                                bedoeld onder letter b van het derde lid en burgemeester en
                                wethouders hiervan in kennis zijn gesteld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning</vet></al><al>Een gebruiksvergunning moet worden geweigerd indien een van de volgende
                        omstandigheden zich voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van het bouwwerk kan in
                                relatie tot de beoogde gebruiksfunctie niet geacht worden een
                                brandveilig gebruik te zijn en door het stellen van voorwaarden kan
                                geen voldoende brandveilig gebruik worden bereikt;</al></li><li nr="b."><al>de bouwvergunning is geweigerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een gebruiksvergunning intrekken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste of
                                        onvolledige gegevens hebben verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan
                                        aan een voorwaarde van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 26 weken
                                        na het onherroepelijk worden van de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26 weken of
                                        langer geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op
                                        grond van een verandering van de inzichten en/of verandering
                                        van de omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk,
                                        opgetreden na het verlenen van de vergunning, en het niet
                                        mogelijk blijkt door het stellen of wijzigen van voorwaarden
                                        dat belang voldoende te beschermen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking dan nadat
                                zij de houder van de vergunning hebben gehoord.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden</vet></al><al>In het bouwwerk waar de activiteiten plaatsvinden waarop de
                        gebruiksvergunning betrekking heeft moet deze vergunning aanwezig zijn, en
                        moet op verzoek van degene die is belast met de zorg voor de naleving van
                        dit hoofdstuk, ter inzage worden gegeven.</al><al><cursief>Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                            brandgevaar</cursief></al><al><vet>Artikel 6.2.1 Gebruikseisen voor bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een bouwwerk te gebruiken in strijd met de
                                gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in bijlage 3 bij deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het gestelde in het eerste lid, is het verboden een
                                bouwwerk, met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in
                                woonfuncties, te gebruiken in strijd met de gebruikseisen zoals per
                                onderwerp vermeld in bijlage 4 bij deze verordening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen</vet></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>In, op of nabij een bouwwerk is geen in bijlage 5
                                    aangewezen brandgevaarlijke stof aanwezig.</cursief></al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in bijlage 5 aangegeven maximum hoeveelheid van de
                                        betreffende stoffen niet wordt overschreden, met dien
                                        verstanden dat de totale toegestane hoeveelheid van de
                                        eerste zes rijen honderd kilogram of liter is.</al></li><li nr="b."><al>de betreffende stof zodanig is verpakt - dat de verpakking
                                        tegen een normale behandeling bestand is, en - van de inhoud
                                        niets onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen, en</al></li><li nr="c."><al>de betreffende stof wordt gebruikt met inachtneming van de
                                        op de verpakking aangeven gevaarsaanduiding (R- en
                                        S-zinnen); </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde is voorts niet van toepassing
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>de brandstof in het reservoir bij een
                                        verbrandingsmotor;</al></li><li nr="b."><al>de brandstof in een verlichtings,- een verwarmings- of een
                                        ander warmteontwikkelend toestel;</al></li><li nr="c."><al>voor consumptie bestemde alcoholische dranken, en</al></li><li nr="d."><al>het aanwezig hebben van een groter dan de in bijlage 5
                                        aangegeven maximum hoeveelheid van de betreffende stof voor
                                        zover dat bij of krachtens Wet Milieubeheer is
                                        toegestaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het bepalen van de hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid
                                onder a, worden volledig meegerekend de inhoudsmaten van vaatwerk
                                dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof die in bijlage 5 als
                                brandgevaarlijk is aangemerkt. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 6.2.3 Opslag en verwerking stoffen</vet></al><al>Vervallen</al><al><cursief>Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van
                            ongevallen bij brand</cursief></al><al><vet>Artikel 6.3.1 Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen</vet></al><al>Vervallen.</al><al><vet>Artikel 6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen</vet></al><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te plaatsen of te
                        hebben dat daardoor het onmiddellijk gebruik of de zichtbaarheid ervan wordt
                        belemmerd van:</al><lijst><li nr="a."><al>middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij en
                                bestrijding van brand;</al></li><li nr="b."><al>middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding van personen
                                en dieren bij brand.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid</cursief></al><al><vet>Artikel 6.4.1 Hinder in verbande met de brandveiligheid</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in of krachtens de artikelen 6.1.1 tot en met
                        6.3.2 is het verboden in, op, of aan een bouwwerk of op een open erf of
                        terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen, te hebben, handeling
                        te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:</al><lijst><li nr="a."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet,
                                walm of stof wordt verspreid;</al></li><li nr="b."><al>brandgevaar wordt veroorzaakt;</al></li><li nr="c."><al>het vluchten wordt belemmerd.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover het betreft
                        hinder, terzake waarvan de Wet Milieubeheer of enige in deze wet genoemde
                        wet van toepassing is.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>OVERIGE GEBRUIKSBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Paragraaf 1 Overbevolking</cursief></al><al><vet>Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen</vet></al><al>Het is verboden een woning te bewonen met of toe te staan dat een woning
                        wordt bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte.</al><al><vet>Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens en woonketen</vet></al><al>Het is verboden een woonwagen, respectievelijk een woonkeet te bewonen met
                        of toe te staan dat een woonwagen, respectievelijk een woonkeet wordt
                        bewoond door meer dan één persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.</al><al><cursief>Paragraaf 2 Staken van het gebruik</cursief></al><al><vet>Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid</vet></al><al>Het is verboden een bouwwerk, een standplaats, een open erf of terrein te
                        gebruiken of te doen gebruiken, indien door of namens burgemeester en
                        wethouders is medegedeeld, dat zulks gevaarlijk is in verband met:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwvalligheid van het bouwwerk;</al></li><li nr="b."><al>bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan
                            veiligheid</vet><vet>en gebrek aan hygiëne</vet></al><al>Indien tengevolge van het niet functioneren - hieronder begrepen het
                        afgesloten zijn - van de ingevolge het Bouwbesluit verplicht aanwezige
                        voorzieningen tot het kunnen afvoeren van faecaliën, het kunnen beschikken
                        over drinkwater, het kunnen beschikken over gedistribueerd gas en het kunnen
                        beschikken over gedistribueerde elektriciteit een onvoldoende veiligheid of
                        een onvoldoende hygiëne aanwezig is, kunnen burgemeester en wethouders
                        gelasten het gebruik van het bouwwerk te staken.</al><al><vet>Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen</vet></al><al>Indien in een besluit op grond van artikel 13 van de Woningwet is bepaald
                        dat het gebruik van een gebouw op of behorende bij een standplaats moet
                        worden gestaakt en dientengevolge essentiële voorzieningen ten dienste van
                        het bewonen van een woonwagen buiten gebruik zijn gesteld, kunnen
                        burgemeester en wethouders gelasten het gebruik van de woonwagen te staken
                        gedurende de periode dat bedoelde voorzieningen niet functioneren.</al><al><cursief>Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en
                            terreinen</cursief></al><al><vet>Artikel 7.3.1 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 7.3.2 Hinder</vet></al><al>Het is verboden in, op, of aan een bouwwerk, of op een open erf of terrein,
                        voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te
                        verrichten of na te laten, of werktuigen te gebruiken, waardoor:</al><lijst><li nr="a."><al>overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het
                                bouwwerk, het open erf of terrein;</al></li><li nr="b."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of
                                vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt
                                veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder
                                begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door
                                verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein;</al></li><li nr="c."><al>instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het vorenstaande indien en voor zover het betreft
                        nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in
                        deze wet genoemde milieuwet van toepassing is.</al><al><cursief>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                            Reinheid</cursief></al><al><vet>Artikel 7.4.1 Preventie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te geschieden
                                dat het bouwwerk zich in zindelijke staat bevindt.</al></li><li nr="2."><al>Voorraden en afval dienen op zodanige wijze en plaats te worden
                                bewaard dat schadelijk of hinderlijk gedierte hierdoor niet wordt
                                aangetrokken.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 5 Watergebruik</cursief></al><al><vet>Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water</vet></al><al>Het is verboden drink- en werkwater, waarvan door burgemeester en wethouders
                        schriftelijk is medegedeeld dat het ondeugdelijk wordt geacht, te
                        gebruiken.</al><al><cursief>Paragraaf 6 Installaties</cursief></al><al><vet>Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties</vet></al><al>Installaties in of nabij een bouwwerk, waarvan het Bouwbesluit en/of de
                        Bouwverordening de aanwezigheid verplicht stelt, moeten in een goede staat
                        verkeren, zodat daarvan een onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOPEN</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Paragraaf 1 Sloopvergunning</cursief></al><al><vet>Artikel 8.1.1 Sloopvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens daaronder
                                begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van
                                burgemeester en wethouders (sloopvergunning).</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist indien naar
                                redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal bedragen
                                dan 10 m<sup>3</sup>, tenzij het slopen mede betreft het verwijderen
                                van asbest. Voorts is geen vergunnuing vereist voor het slopen
                                ingevolge een besluit op grond van artikel 13 van de Woninwet, dan
                                wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van
                                een last onder dwangsom. Burgemeester en wethouders kunnen aan hun
                                besluit voorwaarden verbinden als bedoeld in het derde lid.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan de sloopvergunning slechts
                                voorschriften over:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>het scheiden en op de sloopplaats gescheiden houden van het
                                        sloopafval, ten minste inhoudende een scheiding in en
                                        fractie asbest, een fractie gevaarlijk afval en een fractie
                                        overig afval;</al></li><li nr="d."><al>het gebruik van een mobiele puinbreekinstallatie die is
                                        opgesteld op de sloopplaats, voor zover de toestemming als
                                        bedoeld in het vijfde lid van toepassing is;</al></li><li nr="e."><al>het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen van
                                        de gegevens als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede lid, letter
                                        c, voor zover deze gegevens niet reeds zijn overgelegd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De voorschriften over het sloopafval als bedoeld in het derde lid,
                                onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent het selectief slopen,
                                de fracties waarin wordt gescheiden, de tijdelijke opslag op het
                                sloopterrein en het in fracties gescheiden verpakken van het
                                sloopafval op het sloopterrein. Burgemeester en wethouders verbinden
                                aan de sloopvergunning met betrekking tot asbest voorschriften over
                                het afzonderlijk gereed maken daarvan voor de afvoer van het
                                sloopterrein en over de termijn waarbinnen dit moet
                                plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien
                                in een tijdelijke bouwvergunning voor een seizoensgebonden bouwwerk
                                voorschriften zijn gesteld over het slopen van het tijdelijke
                                bouwwerk als bedoeld in het zesde lid van artikel 45 van de
                                Woningwet.</al></li><li nr="6."><al>Het bewerken van het sloopafval ter plaatse waar dit afval vrijkomt
                                is niet toegestaan. Op verzoek van de aanvrager van de
                                sloopvergunning kan, onder in de vergunning te stellen
                                voorschriften, worden toegestaan dat op de sloopplaats het beton- en
                                metselwerkpuin wordt verwerkt in een aldaar opgestelde mobiele
                                puinbreekinrichting.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik
                                    maken van een door of vanwege burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld formulier.</cursief></al></li><li nr="2."><al>De aanvraag moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>correspondentieadres van de aanvrager in Nederland;</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en
                                        adres;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van degene, die met het slopen zal worden
                                        belast;</al></li><li nr="d."><al>de kadastrale aanduiding van het perceel, waarop zich het te
                                        slopen bouwwerk bevindt en het huisnummer van het bouwwerk.
                                        Indien de sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering
                                        van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde
                                        project, wordt een lijst met bedoelde kadastrale
                                        aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende bouwwerken
                                        bijgevoegd, welke lijst ingevolge het negende lid is
                                        gewaarmerkt;</al></li><li nr="e."><al>een exacte aanduiding van het gedeelte van een bouwwerk
                                        waarop de sloopwerkzaamheden betrekking hebben, indien niet
                                        het gehele bouwwerk wordt gesloopt;</al></li><li nr="f."><al>het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte
                                        van het bouwwerk laatstelijk is gebezigd;</al></li><li nr="g."><al>mededeling of een bouwvergunning is of zal worden
                                        aangevraagd voor een op het perceel van het te slopen
                                        bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk op te
                                        richten of te veranderen of uit te breiden bouwwerk;</al></li><li nr="h."><al>een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal
                                        plaatsvinden;</al></li></lijst></li></lijst><al>en voorts, indien van toepassing:</al><lijst><li nr=""><al>i.het sloopveiligheidsplan.</al></li><li nr="3."><al>In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen
                                bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te zijn
                                indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens wordt
                                overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van het asbestinventarisatierapport,
                                        uitgevoerd door een deskundig asbestonderzoeksbedrijf,
                                        waaruit blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen
                                        bouwwerk bevindt;</al></li><li nr="b."><al>een asbestonderzoeksrapport opgesteld vóór 27 oktober 1998
                                        dat voldoet aan de eisen in BRL 5052, uitgave 1998, waaruit
                                        blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk
                                        bevindt; indien het bedoelde asbestonderzoeksrapport is
                                        opgesteld vóór 1 juli 1993, dient tevens een schriftelijke
                                        verklaring van de aanvrager te worden overgelegd dat er geen
                                        veranderingen van het te slopen bouwwerk hebben
                                        plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen zijn
                                        toegepast;</al></li><li nr="c."><al>een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen bouwwerk is
                                        gebouwd na 1 januari 1994;</al></li><li nr="d."><al>bij woningen of naar bouwconstructie of materiaaltoepassing
                                        vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken en
                                        bijgebouwen: een schriftelijke verklaring van de bouwer van
                                        het te slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft
                                        toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring van de
                                        aanvrager dat er sinds het tijdstip van de bouw geen
                                        veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende
                                        materialen zijn toegepast;</al></li><li nr="e."><al>bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke
                                        verklaring van de fabrikant of de leverancier dat het te
                                        slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede een
                                        schriftelijke verklaring van de aanvrager dat het materiaal
                                        van deze fabrikant of leverancier afkomstig is;</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien geen van bovenvermelde gegevens bij de aanvraag wordt overgelegd,
                        wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat, tenzij de aanvrager in
                        vergelijkbare situaties andere gegevens verstrekt die dit vermoeden naar het
                        oordeel van burgemeester en wethouders voldoende weerleggen</al><lijst><li nr="4."><al>Indien - gelet op het derde lid - wordt vermoed dat het bouwwerk
                                asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs kan weten dat
                                zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met een
                                asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf aangetoond of
                                dit juist is, en zo ja, waar dit asbest bevindt. Indien geen
                                asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf wordt
                                overlegd, moeten bij de aanvraag andere gegevens worden overlegd
                                waaruit blijkt of asbest aanwezig is, en zo ja, waar dit asbest zich
                                bevindt. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking heeft op
                                        het verwijderen van asbest op in de aanvraag aangeduide
                                        plaatsen, of</al></li><li nr="b."><al>een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid 3, onder b
                                        bij de aanvraag is gevoegd.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt dat
                                een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk
                                is verontreinigd met de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van
                                hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling
                                Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159,
                                blz. 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de
                                vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de uitslag van
                                dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden
                                gevoegd.</al></li><li nr="6."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in drievoud
                                worden ingediend.</al></li><li nr="7."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
                                Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="8."><al>De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij
                                betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar
                                samenhangende terreinen, dan wel indien zij betrekking heeft op
                                asbestverwijdering van meer dan, dan wel indien zij betrekking heeft
                                op asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van
                                hetzelfde project.</al></li><li nr="9."><al>De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden moeten
                                door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend dan wel
                                gewaarmerkt worden.</al></li><li nr="10."><al>Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk betreft,
                                moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden de
                                bestaande en de nieuwe toestand duidelijk blijken.</al></li><li nr="11."><al>De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en wethouders een
                                bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van
                                ontvangst is vermeld. </al></li><li nr="12."><al>Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het
                                voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking heeft op
                                asbest.</al></li><li nr="13."><al>Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor geen
                                sloopvergunning is vereist wordt, voor zover dit slopen betrekking
                                heeft op asbest, aangemerkt als melding als bedoeld in artikel
                                8.2.1.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.3 In behandeling nemen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag om sloopvergunning niet voldoet aan de bij of
                                krachtens artikel 8.1.2 gestelde eisen, alsmede de eisen die gelden
                                ingevolge de artikel 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht
                                stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid de
                                door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen binnen een
                                door hen te stellen termijn. </al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid geldt niet voor de gegevens als
                                bedoeld in artikel 8.1.2, tweede lid, letter c.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag om
                                sloopvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.
                                Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten hoogste zes weken
                                verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij zo
                                spoedig mogelijk aan de aanvrager.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid beslissen
                                burgemeester en wethouders over een aanvraag om sloopvergunning
                                binnen 4 weken na de dag waarop de aanvraag om een sloopvergunning
                                is ingediend, indien het slopen uitsluitend is bedoeld om asbest of
                                asbesthoudende produkten uit een bouwwerk te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid houden
                                burgemeester en wethouders de beslissing aan indien een vergunning
                                krachtens artikel 11 of artikel 37 van de Monumentenwet 1988, een
                                provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening, een
                                leefmilieuverordening op grond van de Wet op de stads- en
                                dorpsvernieuwing, of een aanlegvergunning voor het slopen is vereist
                                en omtrent die vergunning(en) nog niet is beslist. De aanhouding
                                eindigt zes weken na bedoelde beslissing. Bij samenloop van
                                vergunningen wordt uitgegaan van de datum van de laatst genomen
                                beslissing.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op sloopwerkzaamheden in het
                                kader van het vernieuwen, het veranderen of het vergroten van een
                                bouwwerk waarvoor tevens een bouwvergunning is aangevraagd, kan bij
                                de aanvraag om sloopvergunning – voor zover voor beide aanvragen
                                dezelfde bescheiden en gegevens worden verlangd – worden verwezen
                                naar die bescheiden en gegevens die zijn ingediend bij de aanvraag
                                om bouwvergunning en behoeven dezelfde bescheiden niet nogmaals te
                                worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 8.1.4 volgt de beslissing
                                op de aanvraag om sloopvergunning de procedure van de beslissing op
                                de aanvraag om bouwvergunning in het geval dat beide aanvragen
                                gelijktijdig zijn ingediend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.6 Weigeren sloopvergunning</vet></al><al><cursief>Een sloopvergunning moet worden geweigerd indien:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook
                                door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan
                                worden gewaarborgd;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met het slopen
                                onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften
                                niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of
                                een gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is
                                verleend;</al></li><li nr="d."><al>een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op grond van de
                                Wet op de stads- en dorpsvernieuwing is vereist en deze niet is
                                verleend;</al></li><li nr="e."><al>een aanlegvergunning op grond van het bestemmingsplan of op grond
                                van een voorbereidingsbesluit is vereist en deze niet is
                                verleend.</al></li><li nr="f."><al>een vergunning als bedoeld in artikel 30 of 33 van de
                                Huisvestingswet (Stb. 1992, 548) is vereist en deze niet is
                                verleend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.1.7 Intrekking sloopvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een sloopvergunning intrekken
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning is verleend tengevolge van onjuiste of
                                        onvolledige opgave van gegevens;</al></li><li nr="b."><al>binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
                                        sloopvergunning geen begin met de werkzaamheden is
                                        gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>tussen het begin en het einde van de sloopwerkzaamheden deze
                                        werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26
                                        weken stilliggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking dan nadat
                                zij de houder van de vergunning hebben gehoord.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van sloopvergunning
                        </cursief></al><al><vet>Artikel 8.2.1 Sloopmelding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen sloopvergunning
                                vereist voor het anders dan in de uitoefening van een beroep of
                                bedrijf in zijn geheel slopen van:</al><lijst><li nr="a."><al>geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels
                                        hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of
                                        het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een
                                        beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor
                                        gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen
                                        asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter
                                        per kadastraal perceel bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>asbesthoudende vloertegels of niet –gelijmd, asbesthoudende
                                        vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf van die
                                        woning staand bijgebouw, voor zover de woning of het
                                        bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een
                                        beroep of bedrijf worden gebruikt als bedoeld zijn voor
                                        gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen
                                        asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels maximaal
                                        vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel
                                        bedraagt; mits het voornemen tot dit slopen is gemeld bij
                                        burgemeester en wethouders en door burgemeester en
                                        wethouders binnen acht dagen na de dag waarop dit is gemeld
                                        is medegedeeld dat geen sloopvergunning is vereist. Met een
                                        woning wordt gelijk gesteld een woonkeet, woonwagen of
                                        logiesverblijf.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid moet worden
                                gemeld met gebruikmaking van een door of namens burgemeester en
                                wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="3."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in drievoud
                                worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in het
                                Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="5."><al>In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het adres, de aard en
                                het gebruik van het bouwwerk.</al></li><li nr="6."><al>Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of namens
                                burgemeester en wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.</al></li><li nr="7."><al>Indien burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde
                                mededeling niet binnen de aldaar gestelde termijn hebben gedaan, is
                                de mededeling van rechtswege gedaan.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een mededeling als bedoeld in
                                het eerste lid voorschriften verbinden met betrekking tot de
                                verwijdering, opslag en afvoer van asbest.</al></li><li nr="9."><al>De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste of het
                                zevende lid is verplicht de voorschriften, bedoeld in het achtste
                                lid alsmede de voorschriften die bij de of krachtens in de artikelen
                                7 en 8 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 zijn gesteld, in ach
                                te nemen.</al></li><li nr="10."><al>Het bewerken van het asbest ter plaatse waar dit asbest door sloop
                                vrijkomt is niet toegestaan.</al></li><li nr="11."><al>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het eerste tot en
                                met het vijfde lid van dit artikel gestelde eisen, stellen
                                burgemeester en wethouders degene die de melding heeft gedaan in de
                                gelegenheid om binnen één week de door hen aan te geven ontbrekende
                                gegevens over te leggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van
                            sloopvergunning </vet></al><al>In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is voorts geen sloopvergunning
                        vereist, indien het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest,
                        uitsluitend bestaat uit het in het kader van de uitoefening van een beroep
                        of bedrijf geheel of gedeeltelijk verwijderen van:</al><lijst><li nr="a."><al>geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;</al></li><li nr="b."><al>verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van
                                kassen;</al></li><li nr="c."><al>rem- frictiematerialen;</al></li><li nr="d."><al>pakkingen uit verbrandingsmotoren;</al></li><li nr="e."><al>pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijke
                                verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan
                                2250 kilowatt.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen</cursief></al><al><vet>Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein</vet></al><al>Het bepaalde in de artikelen 4.8 tot en met 4.10 is van overeenkomstige
                        toepassing op het slopen en het sloopterrein.</al><al><vet>Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige
                        bescheiden</vet></al><al>Op het sloopterrein moet de sloopvergunning of de besluit tot toepassing
                        bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom tot het slopen
                        aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden
                        gegeven.</al><al><vet>Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de sloopvergunning</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De houder van de sloopvergunning moet het slopen, voor zover dat
                                betrekking heeft op asbest, opdragen aan een deskundig bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>De houder van de sloopvergunning moet een afschrift van de
                                vergunning ter hand stellen aan het deskundig bedrijf dat het slopen
                                krachtens aanneming van werk zal uitvoeren.</al></li><li nr="3."><al>De houder van de sloopvergunning stelt ten minste één week
                                voorafgaande aan de aanvang van het slopen, burgemeester en
                                wethouders schriftelijk op de hoogte van de data en tijdstippen
                                waarop het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, zal
                                plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>De houder van de sloopvergunning stuurt binnen twee weken na de
                                uitvoering van de werkzaamheden burgemeester en wethouders een
                                afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in
                                artikel 9, eerste lid van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien wordt gesloopt zonder dat een sloopvergunning is verleend
                                voor het slopen van asbest en tijdens het slopen asbest wordt
                                ontdekt, is degene die sloopt verplicht hiervan terstond melding te
                                doen aan het bouw- en woningtoezicht.</al></li><li nr="2."><al>Aan het bouwtoezicht dienen ten minste twee dagen van tevoren de
                                aanvang van de sloopwerkzaamheden te worden gemeld en uiterlijk op
                                de dag van de beëindiging van de sloopwerkzaamheden het einde van
                                die werkzaamheden. Indien het bouwtoezicht dit verlangt, moeten
                                genoemde meldingen schriftelijk geschieden. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van
                        asbest</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar moet eerst het in een bouwwerk
                                aanwezige asbest worden verwijderd, voordat het bouwwerk wordt
                                gesloopt.</al></li><li nr="2."><al>Bij de verwijdering van het asbest moeten de beste bestaande
                                technieken worden toegepast om verontreiniging van het milieu met
                                asbest te voorkomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van
                            tuinbouwkassen</vet></al><al>Vervallen</al><al><cursief>Paragraaf 4 Vrij slopen</cursief></al><al><vet>Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen vergunning
                                krachtens artikel 8.1.1, noch een melding krachtens artikel 8.2.1 is
                                vereist, dient ten minste te worden gescheiden in de navolgende
                                fracties:</al><lijst><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17
                                        de afval, als bedoelt in het Besluit aanwijzing gevaarlijke
                                        afvalstoffen van de afvalstoffenlijst behorende bij de
                                        Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; stcr. 17
                                        augustus 2001, nr. 158, blz. 9)</al></li><li nr="b."><al>steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van gips;</al></li><li nr="c."><al>bitumineuze en teerhoudende dakbedekking;</al></li><li nr="d."><al>met PAKS verontreinigde materialen;</al></li><li nr="e."><al>asfalt;</al></li><li nr="f."><al>dakgrind;</al></li><li nr="g."><al>overig afval.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Overig afval, zoals bedoeld in het voorgaande lid onder g, en de
                                fracties, bedoeld in het voorgaande lid onder a tot en met f, moeten
                                op het sloopterrein gescheiden worden gehouden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>WELSTAND</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert over:</al><lijst><li nr="a."><al>de welstandsaspecten van aanvragen voor regulier
                                        vergunningplichtige en licht-vergunningplichtige bouwwerken
                                        als bedoeld in artikel 44, eerste lid onder d
                                        respectievelijk artikel 44, derde lid juncto eerste lid
                                        onder d van de Woningwet;</al></li><li nr="b."><al>gevallen waarin dat ingevolge deze verordening is
                                        vereist;</al></li><li nr="c."><al>gevallen waarin dit ingevolge de Monumentenwet 1988 / de
                                        Monumentenverordening gemeente Amersfoort is vereist;</al></li><li nr="d."><al>reclame uitingen als bedoeld in artikel 4.4.2 van de
                                        Algemeen Plaatselijke Verordening;</al></li><li nr="e."><al>gevallen als bedoeld in artikel 2.1.5.1 van de Algemeen
                                        Plaatselijke Verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota
                                genoemde welstandscriteria. Bij de beoordeling of een bouwwerk
                                voldoet aan redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12
                                van de Woningwet wordt acht geslagen op de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de
                                        karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare
                                        ruimte, het landschap dan wel de stedenbouwkundige
                                        context;</al></li><li nr="b."><al>massa, structuur, maat en schaal, detaillering,
                                        materiaalkeuze en kleurstelling;</al></li><li nr="c."><al>samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft
                                        de onderlinge relatie tussen de samenstellende delen
                                        daarvan.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien de gemeenteraad een beleid voor de visuele kwaliteit van de gebouwde
                        omgeving heeft geformuleerd en openbaar heeft gemaakt in planologische
                        maatregelen, beleidsnota’s, deelnotities dan wel daarbijbehorende ontwerpen
                        wordt, onverminderd het bepaalde sub a t/m c, het bouwwerk aan dat beleid
                        getoetst.</al><al>3.De commissie kan desgewenst uit eigen beweging aan burgemeester en
                        wethouders adviseren over aangelegenheden die de welstand betreffen.</al><al><vet>Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie bestaat ten minste uit vijf leden, waaronder
                                een voorzitter, waarvan ten minste drie leden deskundig zijn op het
                                gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel
                                cultuurhistorie.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten
                                minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden
                                beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het
                                gemeentebestuur.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.3 Benoeming en zittingduur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de overige leden van de welstandscommissie en hun
                                plaatsvervangers worden op voorstel van de burgemeester en
                                wethouders benoemd en ontslagen door de gemeenteraad.</al></li><li nr="2."><al>De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een
                                termijn van drie jaren worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden
                                herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9
                                bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in
                                de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording</vet></al><al>De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden
                        voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:</al><lijst><li nr="-"><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de
                                welstandsnota;</al></li><li nr="-"><al>de werkwijze van de welstandscommissie;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
                                vergaderen;</al></li><li nr="-"><al>de aard van de beoordeelde plannen;</al></li><li nr="-"><al>de bijzondere projecten.</al></li></lijst><al>De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien
                        van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de
                        aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.</al><al><vet>Artikel 9.5 Termijn van advisering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie brengt het advies over een aanvraag om een
                                lichte bouwvergunning uit binnen drie weken nadat door of namens
                                burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een
                                reguliere bouwvergunning uit binnen zes weken nadat door of namens
                                burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een
                                reguliere bouwvergunning eerste fase uit binnen drie weken nadat
                                door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de
                                welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de
                                bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van
                                een welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en
                                wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de
                                aanvraag om:</al><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning langer is dan de in artikel 46,
                                        eerste lid, sub a van de Woningwet bedoelde termijn van zes
                                        weken;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning langer is dan de in artikel 46,
                                        eerste lid, sub b van de Woningwet bedoelde termijn van
                                        twaalf weken;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning eerste fase langer is dan de in artikel
                                        46, eerste lid, sub c van de Woningwet bedoelde termijn van
                                        zes weken.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge
                        toelichting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is
                                openbaar. De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie
                                wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad
                                of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere
                                geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op
                                verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare
                                behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende
                                redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur
                                ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de
                                beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager van de bouwvergunning hierom bij het indienen
                                van de aanvraag om bouwvergunning heeft verzocht, wordt deze door of
                                namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een
                                toelichting op het bouwplan.</al></li><li nr="3."><al>In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie
                                wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is
                                gedaan, dient de aanvrager van de bouwvergunning een uitnodiging te
                                ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag
                                wordt behandeld.</al></li><li nr="4."><al>Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het
                                reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij
                                deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet,
                                waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase
                                en de beraadslagingen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies
                                mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De
                                aangewezen leden (voorzitter of secretaris) adviseren over
                                bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de
                                welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld.</al></li><li nr="2."><al>In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan alsnog
                                voor aan de welstandscommissie.</al></li><li nr="3."><al>Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien
                                burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager
                                – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen
                                burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van
                                artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te
                                leggen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies
                                schriftelijk.</al></li><li nr="2."><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens
                                burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om
                                bouwvergunning.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën
                        bouwwerken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het
                                voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie
                                bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten van welstandstoezicht,
                                neemt de raad het daartoe strekkende besluit niet dan nadat:</al><lijst><li nr="a."><al>op het voornemen inspraak is verleend;</al></li><li nr="b."><al>het advies van de welstandscommissie is ingewonnen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze
                                voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde
                                verordening.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning</vet></al><al>Bij de aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van de Woningwet
                        moeten worden vermeld de plaats en de aard van het gebouw en het doel
                        waarvoor het laatstelijk is gebruikt.</al><al><vet>Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van
                            een</vet><vet>ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of
                            woonwagen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 10.3 Overdragen vergunningen</vet></al><al>Door of namens burgemeester en wethouders wordt de bouwvergunning, de
                        bouwvergunning eerste fase, de woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van
                        de Woningwet, de gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 dan wel de
                        sloopvergunning als bedoeld in artikel 8.1.1 op aanvraag van de
                        rechtsverkrijgende overgeschreven op naam van een ander dan degene op wiens
                        naam de vergunning is gesteld.</al><al><vet>Artikel 10.4 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en
                            woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen
                            en</vet><vet>andere voorschriften</vet></al><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om rekening te houden met de
                        herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen
                        en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze
                        verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde
                        instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift
                        heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft
                        gepubliceerd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>HANDHAVING</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw </vet></al><al>Vervallen </al><al><vet>Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen</vet></al><al>Vervallen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Artikel 12.1 Strafbare feiten</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 12.2 Overgangsbepalingen bodemonderzoek</vet></al><al>Indien ten behoeve van de bouw van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in
                        enig ander verband dan de aanvraag om bouwvergunning indicatief
                        bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve bodemonderzoek als het in
                        artikel 2.1.5 bedoelde verkennende bodemonderzoek, tenzij burgemeester en
                        wethouders van mening zijn, dat het indicatieve bodemonderzoek niet meer als
                        een recent onderzoek kan worden gezien.</al><al><vet>Artikel 12.3 Overgangsbepalingen met betrekking tot de staat van open
                            erven en terreinen </vet></al><al>Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van
                        gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op
                        basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de
                        Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op grond van
                        artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van dat gebouw zijn
                        gesteld.</al><al><vet>Artikel 12.4 Overgangsbepalingen gebruiksvergunningen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 2.1.1 van de
                                brandbeveiligingsverordening vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 6
                                september 2005 geldt als gebruiksvergunning als bedoeld in artikel
                                6.1.1.</al></li><li nr="2."><al>Een ontheffing, aanschrijving, toestemming, voorschrift of beperking
                                – hoe ook genaamd – verleend krachtens de
                                brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 6
                                september 2005, blijft van kracht totdat de termijn waarvoor zij is
                                verleend, is verstreken of totdat zij is ingetrokken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12.5 Overgangsbepalingen sloopvergunningen </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 12.6 Slotbepalingen </vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is
                        bekendgemaakt.</al><lijst><li nr="1."><al>Op dat tijdstip wordt de Bouwverordening Amersfoort 2007,
                                vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 13 maart 2007, ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De intrekking van de verordening bedoelt in het eerste lid, heeft
                                geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening
                                verleende vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- dan wel
                                krachtens die verordening gestelde voorschriften en beperkingen -
                                hoe ook genaamd - , dan wel op basis van die verordening genomen
                                nadere regels en aanwijzingsbesluiten.</al></li><li nr="3."><al>Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling, of toestemming
                                anderszins, die is ingediend voor het tijdstip waarop deze
                                verordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet
                                onherroepelijk is beschikt zijn de bepalingen van de Bouwverordening
                                Amersfoort 2007, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 13 maart 2007,
                                van toepassing zoals deze luiden voor de inwerkingtreding van de
                                onderhavige verordening, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft
                                dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast.</al></li></lijst><al><vet> Artikel 12.7 Citeertitel </vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Bouwverordening Amersfoort
                        2009’.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juni 2009.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>PUBLICATIEDATUM: 24 juni 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>BIJLAGE 1 GEGEVENS EN BESCHEIDEN AANVRAAG BOUWVERGUNNING</al><al><cursief>Bijlage als bedoeld in de artikelen 2.1.1. en 3.1</cursief></al><al><vet>Artikel 1 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 2 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 3 </vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 5 Bouwveiligheidsplan</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen</vet></al><al>Vervallen</al><al>BIJLAGE 2 GEGEVENS EN BESCHEIDEN AANVRAAG GEBRUIKSVERGUNNING</al><al><cursief>Bijlage behorende bij artikel 6.1.2</cursief></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De aanvraag voor een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 moet de
                        volgende gegevens bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het correspondentie-adres in Nederland van de
                                aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en
                                correspondentie-adres in Nederland, en een door de aanvrager
                                ondertekende machtiging;</al></li><li nr="c."><al>een duidelijke omschrijving van de plaats en de bestemming van het
                                bouwwerk of de bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van verwarming van het bouwwerk, onder vermelding van de
                                energiebron;</al></li><li nr="e."><al>voor de in artikel 6.1.1, bedoelde bouwwerken bovendien het maximum
                                aantal personen, dat gelijktijdig in het bouwwerk zal
                                verblijven.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 6.1.1 moet zijn voorzien van de
                        volgende tekeningen en overige bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>een situatietekening, vermeldende de kadastrale aanduiding en zo
                                mogelijk de straatnaam en het huisnummer van het bouwwerk c.q. de
                                bouwwerken alsmede een aanduiding van de inrichting van het open
                                terrein, op een schaal van 1:1000;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige plattegrondtekening van iedere verdieping het
                                bouwwerk c.q. de bouwwerken alsmede lengte- en dwarsdoorsneden op
                                een schaal van tenminste 1:100, aangevende de indeling, de
                                bestemming van de verschillende ruimten en de aan te brengen
                                brandveiligheidsvoorzieningen overeenkomstig het gestelde in de
                                artikelen 1 (uitgezonderd h, j en k) en 2 lid 1b en 2d van bijlage
                                1, en waarop voor de in artikel 6.1.1, eerste lid, onder c en d,
                                bedoelde bouwwerken tevens de opstelling van de bedden moet zijn
                                aangegeven;</al></li><li nr="c."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid, onder
                                a, daarenboven: een plattegrond op een schaal van tenminste 1:100,
                                aangevende de vrij te houden gang- en looppaden en de overige voor
                                het publiek beschikbare vrije vloeroppervlakte;</al></li><li nr="d."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid, onder
                                a, voorzover daarin ten behoeve van de gebruikers zitplaatsen in
                                rijen worden opgesteld, daarenboven: een plattegrondtekening op een
                                schaal van tenminste 1:100 aangevende de opstelling van de
                                zitplaatsen, de vrij te houden gang- en looppaden en de overige voor
                                het publiek beschikbare vrije vloeroppervlakte;</al></li><li nr="e."><al>voor zover in, op of nabij het bouwwerk stoffen aanwezig zijn, als
                                genoemd in artikel 6.2.2, of radio-actieve nucliden en isotopen: de
                                plaatsen waar deze stoffen aanwezig zijn, gespecificeerd naar de
                                aard en de hoeveelheden van de stoffen en de handelingen die met
                                deze stoffen worden verricht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De tekeningen moeten duidelijk en zaakkundig zijn uitgevoerd, een en ander
                        overeenkomstig het gestelde in artikel 2.2 van de bijlage bij Besluit
                        indieningsvereisten.</al><al>BIJLAGE 3 GEBRUIKSEISEN VOOR BOUWWERKEN</al><al><cursief>Bijlage behorende bij artikel 6.2.1, eerste lid</cursief></al><al><vet>Artikel 1 Vrijhouden van terreingedeelten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bij het bouwwerk behorende brandkranen en andere
                                bluswaterwinplaatsen moeten voldoende worden vrijgehouden, en wel
                                zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De verbindingsweg, bedoeld in de artikelen 2.5.3, eerste lid en
                                tweede lid, en 5.1.2, eerste en tweede lid, en de bijbehorende
                                opstelplaatsen voor brandweervoertuigen moeten over de volle hoogte
                                en ter breedte van de verharding worden vrijgehouden. Hekwerken die
                                deze verbindingswegen en opstelplaatsen afsluiten, moeten snel en
                                gemakkelijk kunnen worden geopend. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Elektrische installaties en toestellen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een verlichtingsinstallatie of een
                                verlichtingstoestel te gebruiken indien dat gebruik door de
                                eigenschappen van die installatie of dat toestel gevaar oplevert
                                voor het ontstaan van brand.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een verlichtingsinstallatie of een
                                verlichtingstoestel op zodanige wijze te gebruiken, dat het gebruik
                                door de wijze waarop die installatie of dat toestel is opgesteld of
                                aangebracht, gevaar oplevert voor het ontstaan van brand.</al></li><li nr="3."><al>De bij of krachtens enig wettelijk voorschrift vereiste
                                noodverlichtingsinstallatie wordt ten minste eenmaal per jaar door
                                een ter zake kundige gecontroleerd op de goede werking. Het nodige
                                onderhoud wordt verricht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Installaties voor verwarming en kookdoeleinden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de stookruimte mogen geen brandbare goederen worden
                                opgeslagen/opgesteld. Stooktoestellen die buiten een stookruimte
                                zijn opgesteld, dienen vrij te worden gehouden van brandbare
                                goederen.</al></li><li nr="2."><al>Een opening ten behoeve van de toevoer van verbrandingslucht, op
                                grond van enige regeling geëist, wordt niet afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of verwarmingstoestel te
                                gebruiken, indien dat gebruik door de eigenschappen van die
                                installatie of dat toestel zelf gevaar oplevert voor het ontstaan
                                van brand. Het bedoelde gevaar als gevolg van de eigenschappen wordt
                                niet geacht aanwezig te zijn bij het gebruik van:</al></li><li nr="-"><al>centrale-verwarmingsinstallaties die voldoen aan de veiligheidseisen
                                voor centrale-verwarmingsinstallaties, opgenomen in NEN 3028,
                                uitgave 2004;</al></li><li nr="-"><al>centrale-verwarmingsinstallaties voor het stoken van gas dat wordt
                                gedistribueerd door middel van pijpleidingen welke installaties
                                bovendien voldoen aan de gasinstallatievoorschriften, opgenomen in
                                NEN 1078, uitgave 1999;</al></li><li nr="-"><al>niet op de centrale distributienetten aangesloten installaties voor
                                het stoken met vloeibaar gas die voldoen aan eisen in NEN 1078,
                                uitgave 1999. </al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of verwarmingstoestel te
                                gebruiken indien dat gebruik door de wijze waarop die installatie of
                                dat toestel is opgesteld of aangebracht gevaar oplevert voor het
                                ontstaan van brand.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden een verwarmingstoestel dat bedoeld is te
                                functioneren met een rookgasafvoer te gebruiken zonder een
                                doeltreffende voorziening voor de afvoer van rook. </al></li></lijst><al><vet> Artikel 4 Voorzieningen voor de afvoer van rookgassen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook te gebruiken
                                dat niet doeltreffend is gereinigd.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook uit te
                                branden.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook te gebruiken,
                                indien dit gebruik door de toestand waarin de voorziening van afvoer
                                van rook zich bevindt dreigend gevaar oplevert voor de veiligheid
                                van personen.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook waarin brand
                                heeft gewoed te gebruiken voordat het is gereinigd en zonodig
                                hersteld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5 Verbod voor roken en open vuur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken of vuur te hebben</al></li><li nr="-"><al>in een ruimte bestemd voor opslag van een of meer der stoffen
                                genoemd in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stscrt. 1992,
                                nr. 104), onder a tot en met h;</al></li><li nr="-"><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van
                                brandbare vloeistoffen en/of gassen kunnen veroorzaken;</al></li><li nr="-"><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare
                                vloeistof of een brandbaar gas.</al></li><li nr="2."><al>Niemand mag roken of vuur bij zich hebben op plaatsen waar een
                                zodanig verbod, ter voldoening aan hetgeen bij of krachtens
                                wettelijk voorschrift is gesteld, op een voor een ieder kenbare
                                wijze is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het rookverbod c.q. open vuur verbod wordt op opvallende plaatsen
                                duidelijk zichtbaar aangegeven door middel van het opschrift
                                “VERBODEN TE ROKEN” of “VERBODEN VOOR OPEN VUUR”, dan wel door
                                middel van een gestandaardiseerd symbool overeenkomstig het gesteld
                                in de norm NEN 3011, uitgave 2004.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6 Blusleidingen en bijbehorende pompinstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het
                                nodige onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op
                                de reinheid en goede werking van blusleidingen en de eventueel
                                bijbehorende pompinstallaties.</al></li><li nr="2."><al>Bij oplevering van de installatie en daarna eenmaal per vijf jaar
                                wordt de droge blusleiding getest conform NEN 1594, uitgave 1991 en
                                NEN 1594/A1, uitgave 1997. </al></li><li nr="3."><al>De pompinstallatie voor de blusleiding moet ten minste eenmaal per
                                maand worden gecontroleerd op een goede werking en zo nodig worden
                                gerepareerd.</al></li><li nr="4."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het
                                nodige onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op
                                de goede werking van de blusleiding en de bijbehorende
                                pompinstallatie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Brandweerlift</vet></al><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                        onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid,
                        veiligheid en goede werking van brandweerliften;</al><al><vet>Artikel 8 Brandmeldinstallatie</vet></al><al>Met betrekking tot het gebruik van de bij of krachtens hoofdstuk 2 vereiste
                        brandmeldinstallatie met verplichte doormelding naar de brandweer moet te
                        allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overlegd, als bedoeld in de
                        Regeling Brandmeldinstallaties 2002 van het Centrum voor
                        Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CVV) in Den Haag, dan wel een
                        certificaat waarvan een door burgmeester en wethouders erkende, ter zake
                        kundige, onafhankelijke onderzoeksinstelling in een schriftelijke verklaring
                        heeft aangetoond dat dit certificaat als bedoeld in de vorengenoemde
                        regeling brandmeldinstallaties 2002</al><al><vet>Artikel 9 Ontruimingsalarminstallatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ontruimingsalarminstallatie moet te allen tijde voor onmiddellijk
                                gebruik beschikbaar zijn. Het beheer, de controle en het onderhoud
                                van ontruimingsinstallatie wordt geregeld conform NEN 2654-2,
                                uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>De gebruiker van het bouwwerk waarin bij of krachtens enig wettelijk
                                voorschrift een ontruimingsinstallatie is geëist, stelt een
                                ontruimingsplan op ten behoeve van de in het bouwwerk aanwezige
                                personen. Het ontruimingsplan wordt opgesteld volgens de relevante
                                delen van de NTA 8112.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Automatische brandblusinstallatie</vet></al><al>Met betrekking tot het gebruik van de automatische brandblusinstallatie moet
                        te allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overlegd, dat door de
                        burgemeester en wethouders wordt aanvaard. Burgemeester en wethouders
                        aanvaarden altijd een geldig certificaat afkomstig is van een
                        certificeringsinstelling die terzake is erkend door de Raad voor
                        Accreditatie.</al><al>Toelichting:</al><al>Dit artikel heeft als doel dat de werking van een automatische
                        brandblusinstallatie in een gebouw altijd gegarandeerd is. Een automatische
                        brandblusinstallatie kan toegepast worden in een gebouw in het kader van
                        ‘gelijkwaardigheid’ of in het kader van ‘gelijkwaardige veiligheid’. We
                        spreken over ‘gelijkwaardigheid’ wanneer er sprake is van een situatie die
                        past binnen het toepassingsgebied van het Bouwbesluit waarbij de eigenaar
                        van het gebouw de automatische brandblusinstallatie toepast als alternatief
                        voor bouwkundige brandwerende voorzieningen. We spreken over ‘gelijkwaardige
                        veiligheid’ wanneer er sprake is van een situatie die buiten het
                        toepassingsgebied van het Bouwbesluit valt. Een voorbeeld hiervan is een
                        gebouw dat hoger is dan zeventig meter. Het Europese
                        non-discriminatiebeginsel brengt bovendien met zich mee dat certificaten van
                        instellingen uit andere lidstaten van de Europese Unie, alsmede Noorwegen,
                        IJsland en Liechtenstein, eveneens moeten worden aanvaard, mits zulke
                        certificaten gelijkwaardig zijn aan die welke door de gevestigde instituten
                        in Nederland worden afgegeven. De onderhavige eis in de bouwverordening
                        geldt uitsluitend voor een certificaat(gedeelte) inzake het gebruik van de
                        automatische brandblusinstallatie, dat wil zeggen een – niet verlopen -
                        kwaliteitsverklaring betreffende de periodieke goedkeuring van de staat van
                        onderhoud, het gebruiksgereed zijn en de goede werking. Uiterlijk één maand
                        na de aanleg van de installaties, en vervolgens iedere twaalf maanden
                        daarna, worden de installaties geïnspecteerd door een EN 45004, type A,
                        inspectie-instelling die geaccrediteerd is door de Stichting Raad voor
                        Accreditatie. De inspectierapporten zijn binnen de inrichting aanwezig. Een
                        installatie is voorzien van een geldige kwaliteitsverklaring (certificaat)
                        die is afgegeven door een certificatie-instelling die geaccrediteerd is door
                        de Stichting Raad voor Accreditatie. Burgemeester en wethouders kunnen
                        beleid voeren op dit onderdeel en daarin bepalen van welke
                        certificeringsinstellingen die niet terzake erkend zijn door de Raad voor
                        Accreditatie geldige certificaten worden aanvaard.</al><al><vet>Artikel 11 Brandslanghaspels en de bijbehorende
                        pompinstallatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De pompinstallaties van een bij of krachtens enig wettelijk
                                voorschrift aanwezige brandslanghaspel moet ten minste eenmaal per
                                maand worden gecontroleerd op een goede werking en zo nodig worden
                                gerepareerd.</al></li><li nr="2."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het
                                nodige onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op
                                de reinheid en goede werking van de brandslanghaspel en de daarbij
                                behorende pompinstallaties conform NEN-EN 671-3, uitgave 2000.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 Automatisch werkende deuren</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De automatisch werkende deuren in een vluchtroute mogen de
                                ontvluchting niet belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanwezigheid van een sluisconstructie worden voorzieningen
                                getroffen, zodat in geval van brand de sluiswerking teniet wordt
                                gedaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 A Deuren van overdruktrappenhuizen</vet></al><al>De deuren die op de verdiepingen van gebouwen leiden naar een
                        overdruktrappenhuis, als bedoeld in NEN 6092, moeten op ooghoogte zijn
                        voorzien van een opschrift waaruit blijkt dat het een overdruktrappenhuis
                        is.</al><al><vet>Artikel 13 Kwaliteit van vluchtrouteaanduiding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vluchtrouteaanduiding, die bij of krachtens enig wettelijk
                                voorschrift is vereist, dient altijd goed zichtbaar te zijn.</al></li><li nr="2."><al>De vluchtrouteaanduiding die bij of krachtens enig wettelijk
                                voorschrift is vereist, wordt tenminste eenmaal per jaar
                                gecontroleerd en zo nodig gerepareerd.</al></li><li nr="3."><al>De transparantverlichting, welke aanwezig is of op grond van enig
                                wettelijk voorschrift is geëist, dient altijd goed zichtbaar te zijn
                                en moet branden tijdens aanwezigheid van personen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Gasflessen</vet></al><al>Vervallen.</al><al><vet>Artikel 15 Rookbeheersingssystemen</vet></al><al>Met betrekking tot het gebruik, het onderhoud en de controle van het bij of
                        krachtens enig wettelijk voorschrift vereiste rookbeheersingssyteem moet te
                        allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overlegd, dat is verleend
                        door een door burgemeester en wethouders aanvaarde instelling. </al><al><vet>Artikel 16 Overdrukinstallatie</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 17 Onderhoud van rook- en brandscheidingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen in doorvoeren door een wand waarvoor een
                                rookwerendheidseis en/of brandwerendheidseis geldt, worden ten
                                minste eenmaal per maand gecontroleerd op een goede werking en zo
                                nodig gerepareerd.</al></li><li nr="2."><al>Ten minste eenmaal per jaar wordt door een ter zake kundige het
                                nodige onderhoud verricht en een controle gehouden op de goede
                                werking van de voorzieningen in doorvoeren door een wand waarvoor
                                een rookwerendheidseis en/of een brandwerendheidseis geldt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 18 Brandweeringang</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet>Artikel 19 Logboek</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De historie van de brandveiligheidsvoorzieningen, de werkzaamheden
                                en het onderhoud bij of krachtens enig wettelijk voorschrift uit
                                deze verordening inclusief bijlagen vereist, worden in een logboek
                                vermeld.</al></li><li nr="2."><al>Het logboek ligt in het bouwwerk ter inzage en wordt onmiddellijk
                                aan de met toezicht belaste personen getoond.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20 Werkzaamheden, niet behorend tot de normale
                            bedrijfsuitoefening</vet></al><al>Voordat er onderhouds-, herstellings-, wijzigings- of sloopwerkzaamheden
                        worden uitgevoerd, waarbij stoffen als bedoeld in de Regeling bouwbesluit
                        2003, of gereedschappen worden gebruikt, in, op of aan een bouwwerk of
                        installatie van een bouwwerk dat vanwege zijn kunstwaarde, wetenschappelijk
                        of maatschappelijk belang bijzondere bescherming behoeft tegen brandgevaar,
                        wordt dit door de rechthebbende van dat bouwwerk aan burgemeester en
                        wethouders gemeld</al><al><vet>Artikel 21 Rookmelders in woningen</vet></al><al>De op grond van artikel 2.146, lid 7, van het Bouwbesluit 2003 aanwezige
                        rookmelders moeten adequaat functioneren volgens NEN 2555, uitgave 2002</al><al><vet>Artikel 22 Roltrap</vet></al><al>Een terugloopruimte van een roltrap wordt ter voorkoming van brand
                        vrijgehouden van vuil en stof. Deze ruimte wordt daartoe overeenkomstig
                        NEN-EN 13015, uitgave 2001, ten minste eenmaal per kwartaal onderhouden en
                        gereinigd.</al><al><vet>Artikel 23 Garantiecertificaat</vet></al><al>Constructie-onderdelen die uitsluitend met aanvullende behandelingen de
                        benodigde prestaties kunnen garanderen, zijn voorzien van een geldig
                        certificaat. Het certificaat wordt opgenomen in het logboek.</al><al><vet>Artikel 24 Opslag van goederen in rookvrije vluchtroutes</vet></al><al>De opslag van goederen is niet toegestaan in:</al><lijst><li nr="a."><al>rookvrije vluchtroutes in slaapgebouwen (woonfunctie, logiesfunctie,
                                celfunctie, gezondheidszorgfunctie)</al></li><li nr="b."><al>brand- en rookvrije vluchtroutes van niet-slaapgebouwen
                                (bijeenkomstfunctie, industriefunctie, kantoorfunctie,
                                onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie, overige
                                gebruiksfunctie).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Bluswaterwinplaats op eigen terrein</vet></al><al>De rechthebbende op een bouwwerk, ten behoeve waarvan een bluswaterwinplaats
                        aanwezig is, is verplicht deze zodanig te onderhouden, dat daaruit te allen
                        tijde over voldoende bluswater kan worden beschikt.</al><al><cursief>BIJLAGE 4 GEBRUIKSEISEN VOOR BOUWWERKEN MET UITZONDERING VAN DE
                            NIET-GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTEN IN WOONFUNCTIES</cursief></al><al><cursief>Bijlage behorende bij artikel 6.2.1, tweede lid</cursief></al><al><vet>Artikel 1 Uitgangen en vluchtroutes</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een deur in de vluchtroute wordt, bij aanwezigheid van personen in
                                het bouwwerk, zodanig gesloten, dat de deur in geval van calamiteit
                                ten behoeve van deze personen van binnen uit onmiddellijk over de
                                minimale vereiste breedte kan worden geopend zonder dat hiertoe
                                gebruik moet worden gemaakt van een sleutel of een ander los
                                voorwerp. Deze eis geldt niet voor de toegangsdeur van een
                                woonfunctie, een celfunctie of een vergelijkbare gebruiksfunctie als
                                de celfunctie.</al></li><li nr="2."><al>Deuren en luiken die een brandwerende en/of rookwerende functie
                                hebben, worden niet langer in geopende toestand gehouden dan voor
                                het verkeer van personen of het vervoer van goederen noodzakelijk
                                is, tenzij door middel van automatische inrichtingen die de deuren,
                                respectievelijk luiken, loslaten zodra de toestand intreedt waarin
                                deze als brandwering en/of rookwering moeten dienen.</al></li><li nr="3."><al>Een deur die in een vluchtroute ligt van een ruimte waarin meer dan
                                100 personen zullen verblijven en een deur in een doorgang of
                                uitgang bestemd voor ontvluchting van meer dan 100 personen wordt
                                niet anders gesloten dan door middel van:</al><lijst><li nr="a."><al>Een sluiting, waarbij de deur opengaat door een lichte druk
                                        tegen de deur, in de vluchtrichting gezien,</al></li><li nr="b."><al>Een sluiting waarvan de bedieningsinrichting bestaat uit een
                                        op de deur, in de vluchtrichting gezien, aangebrachte
                                        voorziening, waarbij de deur opengaat door een lichte druk
                                        tegen de deze voorziening (panieksluiting).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Aan de tegen de vluchtrichting gekeerde zijde van een nooddeur in
                                een uitwendige scheidingsconstructie wordt een opschrift
                                aangebracht, volgens NEN 3011, uitgave 2004. Het opschrift luidt:
                                “NOODDEUR VRIJHOUDEN”.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Bekleding, stoffering en versiering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Stoffering en versiering worden vrijgehouden van spots en andere
                                warm wordende apparatuur. De temperatuur ter plaatse van de
                                versiering is niet hoger dan 90 graden Celsius.</al></li><li nr="2."><al>Tussen het vloeroppervlak van een ruimte en de aangebrachte
                                versiering blijft een vrije ruimte over van minimaal 2.5 meter.</al></li><li nr="3."><al>De versiering als bedoeld in het vorige lid is in geval van brand
                                niet gemakkelijk ontvlambaar, in geval van brand vindt geen
                                druppelvorming plaats.</al></li><li nr="4."><al>Met brandbaar gas gevulde ballonen zijn binnen een bouwwerk niet
                                aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De toe te passen materialen en aankledingsproducten hebben in
                                vluchtroutes een navlamduur van ten hoogste 15 seconden en een
                                nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.</al></li><li nr="6."><al>De toegepaste bekleding, stoffering en versiering voldoen ten minste
                                aan de eisen ten aanzien van de brand- en rookklassen zoals gesteld
                                in afdeling 2.12 en 2.15 van het Bouwbesluit 2003 die op locatie
                                gelden voor constructieonderdelen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Elektrische verlichting</vet></al><al><cursief>Indien een ruimte de mogelijkheid met zich meebrengt dat deze
                            tijdens een aanwezigheid van personen wordt verduisterd, is in die
                            ruimte, indien er meer dan 50 personen gelijktijdig verblijven,
                            elektrische verlichting aanwezig van zodanige sterkte dat een redelijke
                            oriëntering mogelijk is.</cursief></al><al><vet> Artikel 4 Aanduiding van blusmiddelen</vet></al><al>Een blusmiddel dat bij of krachtens enig wettelijk voorschrift aanwezig is,
                        is voldoende herkenbaar of zichtbaar aangegeven.</al><al><vet>Artikel 5 Toepassen van vuurwerk binnen een gebouw</vet></al><al>Voor het afsteken van vuurwerk in bouwwerken wordt veertien dagen van
                        tevoren een overzicht bij burgemeester en wethouders ingediend, waaruit
                        blijkt dat die activiteit op veilige wijze zal plaatsvinden. </al><al><vet>Artikel 6 Opstelling van inventaris</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moet tussen de rijen een vrije
                                ruimte aanwezig zijn van ten minste 0.40 meter, gemeten tussen de
                                loodlijnen door de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen.
                                Indien in een rij tussen zitplaatsen tafeltjes zijn geplaatst, moet
                                de genoemde vrije ruimte ter plaatse van de tafeltjes
                                doorlopen.</al></li><li nr="2."><al>In rijen opgestelde zitplaatsen, waarbij sprake is van</al></li><li nr="-"><al>meer dan 4 stoelen in een rij, en</al></li><li nr="-"><al>meer dan 4 rijen, en</al></li><li nr="-"><al>een ruimte waarin meer dan 100 stoelen aanwezig zijn, zijn zo
                                gekoppeld dan wel aan de vloer bevestigd dat deze ten gevolge van
                                gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.</al></li><li nr="3."><al>Een rij zitplaatsen, die slechts aan één einde op een gangpad of
                                uitgang uitkomt, mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten.</al></li><li nr="4."><al>Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of een
                                uitgang uitkomt, mag ten hoogste bevatten:</al></li><li nr="-"><al>16 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen kleiner is
                                dan 0,45 meter;</al></li><li nr="-"><al>32 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan
                                0,45 meter;</al></li><li nr="-"><al>50 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan
                                0,45 meter en er bovendien aan beide einden van de rijen per 4 rijen
                                een uitgang met een breedte van ten minste 1,10 meter aanwezig
                                is.</al></li><li nr="5."><al>De inrichting van een ruimte, met inbegrip van door personen bezette
                                stoelen, neemt tot een hoogte van 2,5 meter slechts zodanige
                                oppervlakten in beslag –gemeten in loodrechte projectie op de vloer-
                                dat ten minste:</al></li><li nr="-"><al>0,25 m<sup>2</sup> vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere
                                persoon waarvoor geen zitplaats aanwezig is;</al></li><li nr="-"><al>0,30 m<sup>2</sup> vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere
                                persoon waarvoor een zitplaats aanwezig is die zodanig is of is
                                aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of
                                omvallen;</al></li><li nr="-"><al>0,50 m<sup>2</sup> vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere
                                persoon waarvoor een zitplaats aanwezig is die niet zodanig is of is
                                aangebracht dat deze ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of
                                omvallen.</al></li><li nr="6."><al>Inrichtingen in een ruimte waarin personen verblijven, zijn, indien
                                de vrije vloeroppervlakte minder dan 0,5 m<sup>2</sup> per persoon
                                bedraagt, zodanig aangebracht dat zij ten gevolge van gedrang niet
                                kunnen verschuiven of omvallen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Afval</vet></al><al>Vervallen</al><al><vet> Artikel 8 Periodieke controle</vet></al><al>Ten minste eenmaal per jaar wordt door een ter zake kundige het nodige
                        onderhoud verricht conform NEN 2559, uitgave 2001 en een controle gehouden
                        op de reinheid en de goede werking van draagbare blustoestellen. Indien
                        nodig worden deze gerepareerd.</al><al><vet>Artikel 9 Brandvoortplantingsklasse van plaatmateriaal</vet></al><al>Hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat en kunststof plaatmateriaal
                        in buitenwanden, scheidingswanden of plafonds van stands, podia, kramen etc.
                        die in gebouwen zijn gelegen, wordt uitsluitend toegepast onder de
                        voorwaarden dat </al><lijst><li nr="a."><al>het materiaal ten minste 3,5 mm dik is en </al></li><li nr="b."><al>het materiaal kan worden ingedeeld in klasse 4 als bedoeld in NEN
                                6065, uitgave 1991 en NEN 6065/A1, uitgave 1997</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Glas</vet></al><al><cursief>Glas als versiering en/of bekleding aan plafonds en wanden dan wel
                            in plafonds van stands podia, kramen etc. of in buitenwanden en
                            scheidingswanden tussen stands podia, kramen etc. wordt uitsluitend
                            toegepast onder de voorwaarde dat het glas als veiligheidsglas wordt
                            aangemerkt of dat het glas is voorzien van een ingegoten kruiswapening
                            met een maximale maaswijdte van 16 mm.</cursief></al><al>Toelichting bij artikel 10</al><al>In de praktijk is gebleken dat het toepassen van glas als versiering aan
                        plafonds een veilige inzet van de hulpdiensten in gevaar brengt. In geval
                        van brand moet voorkomen worden dat bij het bezwijken van glas grote stukken
                        naar beneden vallen en die stukken daarmee een gevaar vormen voor de
                        vluchtende mensen en/of hulpdiensten. In dit artikel wordt dit gevaar
                        gereduceerd.</al><al><vet>Artikel 11 Textiel in horizontale toepassing</vet></al><al>Textiel in horizontale toepassing bij stands, podia, kramen etc. wordt
                        uitsluitend toegepast onder de voorwaarden dat het textiel onderspannen is
                        met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 meter of dat
                        het textiel onderspannen is met metaaldraad in twee richtingen met een
                        maaswijdte van ten hoogste 0,70 meter.</al><al>Toelichting bij artikel 11</al><al>In de praktijk is gebleken dat het toepassen van textiel in horizontale
                        toepassing een veilige inzet van de hulpdiensten in gevaar brengt. Tevens
                        dient te worden voorkomen dat textiel dat in horizontale toepassing is
                        aangebracht, naar beneden valt en daarmee vluchtende personen hindert. Met
                        dit voorschrift wordt dit gevaar gereduceerd.</al><al><vet>Artikel 12 Toepassing van kunststof foliemateriaal, behangpapier,
                            crêpepapier of fotopapier</vet></al><al>Kunststof foliemateriaal, behangpapier, crêpepapier en fotopapier in stands,
                        podia, kramen etc. wordt geplakt op een ondergrond van onbrandbaar
                        materiaal, board, triplex, multiplex, spaanplaat, hout of glas en verwerkt
                        volgens het gestelde in artikel 9 en 10 van bijlage 4 van de
                        bouwverordening. Toelichting bij artikel 12.</al><al>In het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan constructieonderdelen ten
                        aanzien van de beperking van de ontwikkeling van brand en de beperking van
                        het ontstaan van rook. Met deze eisen wordt voorkomen dat een beginnende
                        brand zich snel uitbreidt langs een oppervlak. Tevens wordt voorkomen dat
                        als gevolg van een hevige rookontwikkeling het zicht voor vluchtende mensen
                        beperkt wordt.</al><al>BIJLAGE 5</al><al><cursief>Bijlage behorend bij artikel 6.2.2</cursief></al><al><vet>Opslag brandgevaarlijke stoffen</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="24*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Adr-klasse</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Verpakkinggroep</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Toegestane maximum hoeveelheid in kg of
                                                l</vet><vet><sup>*</sup></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al><al>UN 1950</al><al>Spuitbussen &amp; UN 2037 Houders, klein, gas</al></entry><entry colname="col2"><al>Gassen zoals propaan, zuurstof, stikstof, argon,
                                            kooldioxide, acyteleen, aerosolen (spuitbussen)</al></entry><entry colname="col3"><al>NVT</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en
                                            aceton</al></entry><entry colname="col3"><al>II</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al><al>exclusief dieselolie, gasolie of lichte stookolie met
                                            een vlampunt tussen 61º en 100º C</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandbare vloeistoffen zoals terpetine en bepaalde
                                            inkten</al></entry><entry colname="col3"><al>II</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4.1, 4,2, 4.3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en
                                            vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
                                            zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders</al><al>4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor
                                            (wit of geel) en dietylzink</al><al>4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen
                                            ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en
                                            calciumcarbonaat</al></entry><entry colname="col3"><al>II en III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5.1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Brandbevordende stoffen zoals waterstofperoxide</al></entry><entry colname="col3"><al>II en III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5.2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Organische peroxiden zoals dicymyl peroxide en
                                            di-propioynyl peroxide</al></entry><entry colname="col3"><al>NVT</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al><al>gasflessen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>NVT</al></entry><entry colname="col4"><al>115 liter waterinhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al><al>dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt
                                            tussen 61º en 100º C</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>III</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000 liter</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Eenheid bepaald overeenkomstig het Inrichtingen- en vergunningenbesluit
                        milieubeheer</al><al>Op grond van artikel 6.2.2 is het in beginsel verboden een stof die in
                        bijlage 5 is aangemerkt, aanwezig te hebben in, op of nabij een bouwwerk.
                        Hierop worden echter uitzonderingen gemaakt. De uitzonderingen maken het
                        mogelijk om deze stoffen in beperkte voorraad aanwezig te hebben. Hierbij
                        moet gedacht worden aan ‘huishoudelijk gebruik’. De grenzen die in bijlage 5
                        zijn aangegeven zijn afgestemd op de ondergrenzen die in de Wet Milieubeheer
                        worden gesteld.</al><al> BIJLAGE 6 </al><al>Vervallen</al><al> BIJLAGE 7 KWALITEITSEISEN VOOR BUIZEN EN HULPSTUKKEN VAN DE BUITENRIOLERING
                        OP ERVEN EN TERREINEN</al><al><cursief>Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6</cursief></al><al>De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren
                                afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="b."><al>NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen'
                                (met correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="c."><al>NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen-
                                en buitenrioleringen';</al></li><li nr="d."><al>NEN-EN 1401-1, uitgave 1998, “Kunststofleidingsystemen voor vrij
                                verval buitenriolering – Ongeplasticeerd PVC (PVC-U) – Deel 1. Eisen
                                voor buizen, hulpstukken en het systeem” (Engelstalig; met
                                correctieblad NEN-EN 1401/C1, uitgave 1998, Nederlandstalig);</al></li><li nr="e."><al>NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken,
                                alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 1.
                                Eisen (Engelstalig)', met inbegrip van de aanvullingsbladen A1,
                                uitgegeven 1996, A2 uitgegeven 1997, en A3, uitgegeven 1999;</al></li><li nr="f."><al>NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken,
                                alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 2.
                                Kwaliteitscontrole en monstername (Engelstalig), met inbegrip van
                                aanvullingsblad A1, uitgegeven 1999;</al></li><li nr="g."><al>NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken,
                                alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 3.
                                Beproevingsmethoden (Engelstalig).</al></li></lijst><al>BIJLAGE 8 VAN DE BOUWVERORDENING</al><al><vet>Checklist voor de visuele inspectie van woningen en daarmee
                            vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van asbest</vet></al><al>Vervallen</al><al> BIJLAGE 9 REGLEMENT VAN ORDE VAN DE WELSTANDSCOMMISSIE</al><al><cursief>In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de
                            (provinciale) welstandsorganisaties, waarbij het vrijwel onmogelijk is
                            om een universeel toepasbare tekst voor een reglement van orde op te
                            nemen in de modelbouwverordening. De verschillen hebben onder meer
                            betrekking op het al dan niet werken met rayonarchitecten, het al niet
                            gebruik van subcommissies en het al dan niet samenwerken met een
                            monumentencommissie. Een reglement van orde, afgestemd op de eigen
                            werkwijze, stellen gemeenten in het algemeen op in samenwerking met de
                            provinciale welstandsorganisaties waarbij zij zijn
                            aangesloten.</cursief></al><al><vet>Artikel 1 Aanwijzing welstandscommissie </vet></al><al>Als deskundig college voor het schriftelijk uitbrengen van advies bij de
                        toepassing van de voorschriften omtrent welstand en over vormgevingaspecten
                        van gebouwen en andere elementen van de openbare ruimte wordt aangewezen de
                        Welstandscommissie als bedoeld in de Woningwet, hierna te noemen “de
                        commissie”. </al><al><vet>Artikel 2 Benoeming van de welstandscommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als ambtelijk adviseur wordt aan de commissie toegevoegd de
                                directeur van de sector Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Deze
                                ambtelijke adviseur kan zich door een of meer personen laten
                                vervangen.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 genoemde adviseur verstrekt aan de commissie alle
                                gegevens, die in verband met de uitoefening van zijn taak nodig
                                zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien zulks voor een juiste taakuitoefening van de commissie
                                gewenst is, kan de commissie uit eigen beweging ook andere
                                deskundigen raadplegen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar van de gemeente als
                                secretaris van de commissie aan.</al></li><li nr="5."><al>Van de leden treedt er elk jaar op 1 september, ten minste één af
                                volgens een, op aanbeveling van de commissie, door burgemeester en
                                wethouders vast te stellen rooster.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Beoordeling</vet></al><al>Een lid dat als opdrachtgever of als ontwerper bij een door de commissie te
                        beoordelen ontwerp is betrokken, onthoudt zich van medewerking aan de
                        beoordeling daarvan.</al><al><vet>Artikel 4 Zaken van eenvoudige aard</vet></al><al>Bouwzaken en reclames van eenvoudige aard mogen door één van de leden van de
                        commissie of door een subcommissie worden geadviseerd.</al><al><vet>Artikel 5 Vooroverleg</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is mogelijk om met een lid, dan wel met meerdere leden van de
                                commissie in vooroverleg te treden.</al></li><li nr="2."><al>Het vooroverleg dient zich bij bouwplannen en bespreekplannen te
                                beperken tot twee en in uitzonderingssituaties drie
                                besprekingen.</al></li><li nr="3."><al>Het resultaat van het vooroverleg wordt schriftelijk
                                vastgelegd.</al></li></lijst><al><vet> Artikel 6 Wijze van vergaderen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert zo dikwijls als naar het oordeel van de
                                voorzitter in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of
                                wanneer zulks door ten minste drie leden onder opgaaf van redenen
                                wordt verzocht.</al></li><li nr="2."><al>De oproeping tot de vergadering van de commissie geschiedt door de
                                voorzitter, met dien verstande dat elk lid, spoedeisende gevallen
                                uitgezonderd, tenminste driemaal 24 uur voor het tijdstip van
                                aanvang van de vergadering daarvan kennis heeft kunnen nemen.</al></li></lijst><al>Artikel 7 Verboden handelingen</al><al>Een lid van de commissie belast zich niet met het maken of wijzigen van een
                        gevelontwerp voor een gebouw als de commissie daarover in eerste instantie
                        een afwijzend advies heeft uitgebracht, tenzij het beoordeelde werk van hem
                        afkomstig is.</al><al> BIJLAGE 10 TABEL 2.6.1</al><al><cursief>Behorende bij artikel 2.6.1 (brandmeldinstallaties)</cursief></al><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                        toelichting op de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4. Bij de toepassing van de
                        in de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4 van dit hoofdstuk gegeven
                        voorschriften wordt in tabel 2.6.1 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing * : het hele artikel is van toepassing
                        &gt; : alle waarden groter dan de achter dit teken aangegeven waarde = :
                        alle waarden kleiner of gelijk aan de achter dit teken aangegeven waarde F :
                        in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in artikel
                        2.6.1, eerste lid, in afwachting van mogelijk nog te ontwikkelen nadere
                        criteria a : zonder doormelding naar een brandweeralarmcentrale 1: indien in
                        combinatie met een grenswaarde in m2: deze voorziening dient altijd aanwezig
                        te zijn, ongeacht de grootte van het vloeroppervlak </al><al>Wanneer in de tabel twee grenswaarden of prestatie-eisen in dezelfde rij van
                        de tabel worden gegeven, moet aan beide criteria worden voldaan.</al><al>Voorbeeld:</al><al>Bij de winkelfunctie komt in tabel 2.6.1 van bijlage 10 het meest duidelijk
                        tot uitdrukking dat aan het vereiste van twee criteria moet worden voldaan
                        voordat een brandmeldinstallatie nodig is.</al><al>Bijeenkomstfunctie niet zijnde de bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen
                        van sport – wanneer het gebruiksoppervlak groter is dan 1.000 m2 en er meer
                        dan 1 verblijfsruimte bestemd voor bezoekers is, dan is gedeeltelijke
                        bewaking en doormelding noodzakelijk.</al><al>Wanneer in de tabel grenswaarden of prestatie-eisen in verschillende regels
                        van de tabel worden gegeven, moet aan één van de criteria worden
                        voldaan.</al><al>Voorbeeld:</al><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4 jaar – wanneer
                        het gebruiksoppervlak groter is dan 200 m2 of er een vloer op een hoogte
                        ligt van meer dan 2,4 meter ten opzichte van het meetniveau, dan is
                        volledige bewaking en doormelding vereist.</al><table><tgroup cols="15"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="7*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="1*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="6*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="1*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="7*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="7*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="9*"/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth="7*"/><colspec colname="col15" colnum="15" colwidth="7*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al><vet>Leden van toepassing</vet></al></entry><entry colname="col6" nameend="col11" namest="col6"><al><vet>Grenswaarden</vet></al></entry><entry colname="col12" nameend="col15" namest="col12"><al><vet>Omvang van bewaking</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Omvang van de bewaking</al></entry><entry colname="col5"><al>kwaliteit</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>Hoogte hoogste vloer (m)</al></entry><entry colname="col8"><al>Gebruiksoppervlakte (m2)</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>Aantal verblijfsruimten</al></entry><entry colname="col11"><al>Aantal bouwlagen</al></entry><entry colname="col12"><al>Niet automatisch</al></entry><entry colname="col13"><al>Gedeeltelijk</al></entry><entry colname="col14"><al>Volledig</al></entry><entry colname="col15"><al>doormelding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col5"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col8"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col11"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col12"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col13"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col14"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col15"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>1a</al></entry><entry colname="col8"><al>1b</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>1c</al></entry><entry colname="col11"><al>1d</al></entry><entry colname="col12"><al>1a</al></entry><entry colname="col13"><al>1b</al></entry><entry colname="col14"><al>1c</al></entry><entry colname="col15"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Woonfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie niet van een woonwagen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>500</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen in
                                            combinatie met permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen
                                            zonder permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bijeenkomstfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger
                                            dan 4 jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7" nameend="col9" namest="col7"><al>200</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>2,4</al></entry><entry colname="col7" nameend="col9" namest="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="7"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="7"><al>Overige bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>500</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>250</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1000</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>5000</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>5=13</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>13=50</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>50=70</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Celfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Gezondheidszorgfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden
                                            patiënt</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>*</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Overige gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>500</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>250</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>20=50</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>50=70</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Industriefunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lichte industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="3"><al>Overige industriefunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1000</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>500</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>20</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Kantoorfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>500</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col2" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col4" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col5" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>250</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>20=50</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al>50=70</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry><entry colname="col14"><al>-</al></entry><entry colname="col15"><al>*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="13"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="6*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="8*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="9*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="7*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="7*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="7*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Logiesfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al><vet>Onderwijsfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20=50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50=70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al><vet>Sportfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20=50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50=70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="8"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="8"><al><vet>Winkelfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>10000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13=50</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13=50</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13=50</al></entry><entry colname="col7"><al>10000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50=70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Overige gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Besloten overige gebruiksfunctie voor het stallen van
                                            motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>13</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>F</al></entry><entry colname="col7"><al>F</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bouwwerk geen gebouw zijnde</vet></al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>F</al></entry><entry colname="col7"><al>F</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="13"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="8*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="6*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="8*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="9*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="7*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="9*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="7*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="7*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al><vet>Leden van toepassing</vet></al></entry><entry colname="col6" nameend="col9" namest="col6"><al><vet>Grenswaarden</vet></al></entry><entry colname="col10" nameend="col13" namest="col10"><al><vet>Omvang van bewaking</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Omvang van de bewaking</al></entry><entry colname="col5"><al>kwaliteit</al></entry><entry colname="col6"><al>Hoogte hoogste vloer (m)</al></entry><entry colname="col7"><al>Gebruiksoppervlakte (m2)</al></entry><entry colname="col8"><al>Aantal verblijfsruimten</al></entry><entry colname="col9"><al>Aantal bouwlagen</al></entry><entry colname="col10"><al>Niet automatisch</al></entry><entry colname="col11"><al>Gedeeltelijk</al></entry><entry colname="col12"><al>Volledig</al></entry><entry colname="col13"><al>doormelding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col5"><al>2.6.4</al></entry><entry colname="col6"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col7"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col8"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col9"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col10"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col11"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col12"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col13"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1a</al></entry><entry colname="col7"><al>1b</al></entry><entry colname="col8"><al>1c</al></entry><entry colname="col9"><al>1d</al></entry><entry colname="col10"><al>1a</al></entry><entry colname="col11"><al>1b</al></entry><entry colname="col12"><al>1c</al></entry><entry colname="col13"><al>2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>BIJLAGE 11 TABEL 2.6.5</al><al>Behorende bij artikel 2.6.5 (ontruimingsalarminstallaties)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="39*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikelen van toepassing</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col3"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col2"><al>2.6.6</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lid</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 woonfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woonfunctie niet van een woonwagen bestemd voor minder
                                            zelfredzame personen</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 Bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3 celfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 gezondheidsfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 industriefunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Industriefunctie industriefunctie niet zijnde een lichte
                                            industriefunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6 kantoorfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7 logiesfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>logiesgebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8 onderwijsfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9 sportfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10 winkelfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11 overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>overige besloten gebruiksfunctie voor het stallen van
                                            motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12 Bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col2"><al>_</al></entry><entry colname="col3"><al>_</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                        toelichting op de artikelen 2.6.6 en 2.6.7. Voor de toepassing van de in de
                        artikelen 2.6.5 tot en met 2.6.7 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften
                        wordt in tabel 2.6.5 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing;</al><al>*: het hele artikel is van toepassing;</al><al>BIJLAGE 12 TABEL 2.6.8</al><al>Behorende bij artikel 2.6.8 (vluchtrouteaanduiding)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Gebruiksfunctie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Artikelen van toepassing</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col3"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.6.9</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>artikel</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>lid</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.woonfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woongebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.celfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>cellengebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5 industriefunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>industriefunctie niet zijnde een lichte
                                            industriefunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6 kantoorfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7 logiesfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>logiesgebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8 onderwijsfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9 sportfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10 winkelfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11 overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12 bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer</al></entry><entry colname="col2"><al>F</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ander bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                        toelichting op de artikelen 2.6.9 en 2.6.10. Voor de toepassing van de in de
                        artikelen 2.6.8 tot en met 2.6.10 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften
                        wordt in tabel 2.6.8 verstaan onder:</al><al>-: dit lid is niet van toepassing;</al><al>*: het hele artikel is van toepassing;</al><al>F: in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in artikel
                        2.6.8, eerste lid, in afwachting van mogelijk nog te ontwikkelen nadere
                        criteria.</al><al> BIJLAGE 13 IN TE VULLEN GEGEVENS, ALTERNATIEVEN EN AFWIJKINGEN T.O.V. MODEL
                        BOUWVERORDENING “BOUVERORDENING AMERSFOORT 2005”</al><al>In deze bijlage worden de in te vullen gegevens, alternatieven en
                        afwijkingen in de Bouwverordening Amersfoort 2005 aangegeven ten opzichte
                        van de Model-bouwverordening van de VNG. De gegevens zijn verwerkt in de
                        voorgaande tekst van de verordening en de daarbij behorende bijlagen. </al><al>Deze bijlage geeft, gecombineerd met de losbladige tekst-uitgave van de
                        model-bouwverordening van de VNG, een complete versie van de Bouwverordening
                        Amersfoort 2007. </al><al><vet>A. in te vullen gegevens en keuze van alternatieven</vet></al><al>in te vullen gegevens:</al><lijst><li nr="1."><al>art. 2.5.3: zie hierna B.3;</al></li><li nr="2."><al>art. 5.1.2, lid 1: 30 meter;</al></li><li nr="3."><al>art. 6.1.2, lid 3: drievoud;</al></li><li nr="4."><al>art. 8.1.2, lid 6: drievoud;</al></li><li nr="5."><al>art. 8.2.1, lid 3: drievoud;</al></li></lijst><al>keuze van alternatieven:</al><lijst><li nr="1."><al>art. 1.3: vervallen;</al></li><li nr="2."><al>art. 2.2.3: alternatief 2;</al></li><li nr="3."><al>art. 2.5.20: alternatief 1;</al></li><li nr="4."><al>art. 2.5.21: alternatief 1;</al></li><li nr="5."><al>art. 2.5.23: alternatief 1;</al></li><li nr="6."><al>art. 2.5.24: alternatief 1;</al></li><li nr="7."><al>art. 2.7.4: alternatief 1;</al></li><li nr="8."><al>art. 2.7.5: alternatief 1;</al></li><li nr="9."><al>art. 3.1: gereserveerd;</al></li><li nr="10."><al>art. 3.2: gereserveerd;</al></li><li nr="11."><al>art. 9.1: alternatief 3;</al></li><li nr="12."><al>art. 9.2: alternatief 3 <onderstreept>(zie hierna B
                                    19)</onderstreept>; </al></li><li nr="13."><al>art. 9.6 lid 4: alternatief 1;</al></li><li nr="14."><al>art. 9.7: alternatief 1;</al></li></lijst><al><vet>B. Afwijkingen van t.o.v. het model van de VNG </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Art. 2.1.5 lid 1a “<vet>Bodemonderzoek</vet>” wijzigen als volgt: de
                                resultaten van een recent (niet ouder dan 5 jaar) verkennend
                                onderzoek verricht volgens NEN 5740, bijlage B, uitgave 1999,
                                waarbij voor een terrein dat als verdacht geldt het
                                onderzoeksrapport daarnaast nog bestaat uit de resultaten van een
                                onderzoek volgens het gecombineerde protocol Bodemonderzoek
                                milieuvergunningen en BSB (SDU, uitgave oktober 1993.</al></li><li nr="2."><al>Art. 2.1.5 lid 3 “<vet>Bodemonderzoek”: </vet>aanvullen met een lid
                                b, deze luidt als volgt: Voor die gebieden waar op grond van de
                                bodemkwaliteitskaart (zie bijlage 14) van de Gemeente Amersfoort
                                blijkt dat redelijkerwijs geen verontreiniging kan worden verwacht
                                (besluit college van Burgemeester en wethouders 28 januari 2005,
                                kenmerk 913051) wordt door het college van Burgemeester en
                                Wethouders algehele vrijstelling voor het uitvoeren van verkennend
                                bodemonderzoek gegeven. Het college acht voor deze gebieden
                                voldoende informatie omtrent de bodemkwaliteit beschikbaar, zoals
                                bedoeld onder 3a. In bovengenoemde gevallen kan worden volstaan met
                                het uitvoeren van het uitvoeren van historisch onderzoek conform de
                                NEN-5725. Indien dit historisch onderzoek hiertoe aanleiding geeft
                                kunnen op grond van artikel 2.4.2 aanvullende eisen worden gesteld”.
                                Een overzichtstekening van de in dit artikel bedoelde gebieden is
                                opgenomen als bijlage 14 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Art. 2.5.3 <vet>"Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen"</vet>, lid 1 wijzigen als volgt: Indien
                                de toegang van een gebouw, dat voor het verblijf van mensen is
                                bestemd, meer dan 10 meter is verwijderd van een openbare weg, moet
                                een verbindingsweg tussen die toegang en het openbare wegennet
                                aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's,
                                ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te verwachten verkeer.
                                De toelichting behorende bij art. 2.5.3 lid 1 aanvullen als volgt:
                                De normbladen voor de bereikbaarheid en de brandbeveiliging van
                                gebouwen, woonerven en industrieterreinen kennen verschillende
                                afstanden tot de openbare weg voor verschillende soorten bouwwerken.
                                De bepakking van de voertuigen van de Amersfoortse brandweer is
                                hierop afgestemd. In combinatie met de bepalingen van het
                                Postbesluit (zie toelichting VNG) zijn al deze verschillende maten
                                teruggebracht tot de hier voorgestelde afstandsmaten.</al></li><li nr="4."><al>Art. 2.5.13 <vet>"Toegelaten overschrijding van de
                                    achtergevelrooilijn"</vet>, onder b vervalt.</al></li><li nr="5."><al>Art. 2.5.14 <vet>"Vrijstelling voor overschrijdingen van de
                                    achtergevelrooilijn"</vet>, onder a vervalt.</al></li><li nr="6."><al>Art. 2.5.14, onder b: de zinsnede "binnen de bebouwde kom"
                                vervalt.</al></li><li nr="7."><al>Art. 2.5.20 <vet>"Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn"</vet>,
                                lid 1 onder a: de zinsnede "in de bebouwde kom" vervalt.</al></li><li nr="8."><al>Art. 2.5.20, lid 1, onder b vervalt.</al></li><li nr="9."><al>Art. 2.5.21 <vet>"Toegelaten hoogte in de
                                achtergevelrooilijn"</vet>, lid 1, onder a: de zinsnede "in de
                                bebouwde kom" vervalt.</al></li><li nr="10."><al>Art. 2.5.21, lid 1 onder b vervalt.</al></li><li nr="11."><al>Art. 2.5.23 <vet>"Toegelaten hoogte tussen voor- en
                                    achtergevelrooilijnen"</vet>, lid 1 onder a: de zinsnede "in de
                                bebouwde kom" vervalt.</al></li><li nr="12."><al>Art. 2.5.23, lid 1 onder b vervalt.</al></li><li nr="13."><al>Art. 2.5.30 de toelichting behorende bij<vet>"Parkeergelegenheid en
                                    laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen"</vet> wijzigen als
                                volgt: </al></li></lijst><al>Algemeen</al><al>Op 27 januari 2009 is door de gemeenteraad van Amersfoort de Nota
                        Parkeernormen Amersfoort 2009’ behandeld en zijn de parkeernormen
                        vastgesteld. De parkeernormensystematiek kenmerkt zich onder andere
                        door:</al><lijst><li nr="a."><al>aansluiting op de parkeerkencijfers van het CROW;</al></li><li nr="b."><al>parkeernormen op maat: parkeernormen afhankelijk van specifieke
                                functie van een gebouw en de bereikbaarheid van de locatie;</al></li><li nr="c."><al>maatwerk in parkeernormen is mogelijk, waarbij het doel is juist
                                voldoende parkeerplaatsen aan te leggen om parkeeroverlast te
                                voorkomen, en te voorkomen dat leegstand op parkeerplaatsen
                                ontstaat. Gestreefd moet worden naar een efficiënte benutting van
                                parkeerplaatsen. Een lagere of hogere parkeernorm hanteren is in
                                sommige gevallen onder bepaalde voorwaarden mogelijk;</al></li><li nr="d."><al>prijsbeleid voor kantoren op intercity- en knooppuntlocaties en
                                detailhandel op intercity- en</al><al> knooppuntlocaties: een financiële bijdrage per extra parkeerplaats
                                bij het hanteren van een hogere parkeernorm voor bedrijfsgericht
                                parkeren (werknemersparkeren) om de bereikbaarheid op peil te houden
                                (artikel 2.5.30, lid 3 sub a van deze bouwverordening);</al></li><li nr="e."><al>mogelijkheden voor gebiedsgerichte aanpak (toetsing per gebied in
                                plaats van per gebouw) waarbij ontheffing van Burgemeester en
                                wethouders nodig is (artikel 2.5.30, lid 7 van deze
                                bouwverordening).</al></li></lijst><al>Lid 1 ad a</al><al>Autoparkeergelegenheid dient op eigen terrein te worden gerealiseerd.
                        (Voorschriften over de</al><al>aanwezigheid en de minimumgrootte van de fietsenstallingen die bij de
                        nieuwbouw of verbouwing van utilitaire gebouwen moeten worden aangebracht,
                        zijn achterwege gelaten, omdat artikel 218 van het Bouwbesluit in één en
                        ander voorziet.)</al><al>Lid 1 ad b</al><al>Voor de binnenstad is bepaald dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt moet
                        worden van al aanwezige parkeer-gelegenheden rondom de binnenstad (meestal
                        de openbare parkeergarages). Zodoende wordt voorkomen dat er extra
                        parkeerverkeer in de binnenstad een parkeerplek zoekt, terwijl de langs de
                        binnenstad gelegen parkeergarages veelal nog voldoende parkeercapaciteit
                        hebben. </al><al>Lid 2 ad a</al><al>De autoparkeernormen zoals opgenomen in bijlage 15 zijn op maat bepaald voor
                        de gemeente</al><al>Amersfoort. De specifieke parkeernorm is afhankelijk van de functie van de
                        bebouwing en de</al><al>vestigingslocatie. Er is een groot aantal functies genoemd in de diverse
                        categorieën, grotendeels analoog aan de CROW-aanbeveling. De ene functie
                        heeft een grotere verkeersaantrekkende werking dan de andere functie: daarom
                        zijn de parkeernormen per functie verschillend. Voor de vestiging van
                        kantoren en detailhandel wordt onderscheid gemaakt in intercitylocaties,
                        knooppuntlocaties, snelweglocaties en overige locaties. Alle overige
                        ontwikkelingen hebben een parkeernorm die afhankelijk is van de locaties
                        ‘binnenstad’, ‘schil’, en ‘rest bebouwde kom’. </al><al>Lid 2 ad b</al><al>Om een efficiënt gebruik van parkeerplaatsen mogelijk te maken, wordt
                        uitgegaan van meervoudig gebruik van parkeerplaatsen. Deze mogelijkheid doet
                        zich met name voor bij combinaties van verschillende functies die een
                        verschillend aanwezigheidspatroon hebben. Per ontwikkeling wordt met een
                        parkeervraagberekening onderzocht of meervoudig gebruik mogelijk is.
                        Veiligheidshalve wordt er een marge aangehouden in de parkeereis.</al><al>Lid 2 ad c</al><al>Er wordt gerekend met reductiefactoren om rekening te kunnen houden met het
                        niet-gebruiken van parkeergelegenheid op eigen terrein. </al><al>Lid 2 ad d</al><al>Er is in veel gevallen sprake van een vaste parkeernorm. Soms is sprake van
                        een norm met een mogelijkheid om - onder voorwaarden - een hoge parkeernorm
                        te hanteren. In sommige gevallen is die hoge norm begrensd. De mogelijkheid
                        om – onder voorwaarden - een hogere parkeernorm te hanteren is opgenomen
                        vanwege de gewenste flexibiliteit om maatwerk te kunnen leveren voor
                        specifieke functies. Uit bijlage 15 blijkt in welke gevallen er sprake is
                        van een vaste parkeernorm en wanneer er sprake is van een norm met een
                        mogelijkheid om - onder voorwaarden - een hoge norm te hanteren.</al><al>Lid 2 ad e</al><al>De mogelijkheid wordt hier geboden om – onder voorwaarden - ook
                        parkeerplaatsen boven de hoge norm aan te leggen. In lid 4 zijn deze
                        voorwaarden genoemd.</al><al>Lid 3</al><al>In dit lid worden de voorwaarden beschreven waaraan moet worden voldaan in
                        die gevallen waarin een parkeernorm wordt gehanteerd tussen de norm en de
                        hoge norm. </al><al>Lid 3 ad a</al><al>Voor de genoemde combinaties van functie en locatie gelden beide voorwaarden
                        (mobiliteitsprofiel én financiële bijdrage). Kantoren en detailhandel zijn
                        beide sterk autoverkeersaantrekkend. Intercity- en knooppuntlocaties kampen
                        vanwege de hoge bebouwingsdichtheid met een al zwaarbelast wegennet. Bij die
                        combinatie moet dus zorgvuldig en terughoudend worden omgegaan met het
                        realiseren van extra parkeerplaatsen (mobiliteitstoets) en is financiële
                        bijdrage vereist om compenserende maatregelen te kunnen nemen die de
                        bereikbaarheid van de locatie waarborgen.</al><al>Voor de mobiliteitstoets wordt het Formulier Mobiliteitstoets gebruikt uit
                        bijlage 15.</al><al>Lid 3 ad b</al><al>Voor genoemde combinaties van functie en locatie geldt alleen de voorwaarde
                        van de mobiliteitstoets. De bereikbaarheid van betreffende locaties is
                        beter, maar de verkeersaantrekkende werking van de genoemde functies (op
                        deze locaties) is aanzienlijk. Hier volstaat een mobiliteitstoets om te
                        beargumenteren hoeveel extra parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Voor de
                        mobiliteitstoets wordt het Formulier Mobiliteitstoets gebruikt uit bijlage
                        15.</al><al>Lid 4</al><al>Dit lid geeft de voorwaarden weer als er meer parkeerplaatsen gewenst worden
                        dat volgens de hoge norm toegestaan is.</al><al>Lid 4 ad a</al><al>Voor het aantal parkeerplaatsen dat tussen de norm en de hoge norm wordt
                        aangelegd geldt hetgeen in lid 3 is bepaald.</al><al>Lid 4 ad b</al><al>Het aanbieden van parkeergelegenheid leidt per definitie tot autoverkeer.
                        Het aanbieden van parkeergelegenheid boven de hoge norm mag niet leiden tot
                        (meer) doorstromingsproblemen op het Amersfoortse hoofdwegennet. In dat
                        geval zou het openbare belang en de gevolgen voor de gemeenschap niet meer
                        in verhouding staan tot het private belang van parkeergelegenheid boven de
                        hoge norm. De gemeente toetst of er (meer) doorstromingsproblemen ontstaan
                        door de aantrekkende werking op het autoverkeer.</al><al>Lid 4 ad c</al><al>Ten minste voor de parkeerplaatsen boven de hoge norm wordt vereist dat die
                        openbaar worden gesteld buiten kantooruren/winkeltijden (afhankelijk van de
                        functie) op ten minste koopavonden en in weekeinden, voor zover die op die
                        momenten niet voor de functie worden gebruikt. Er wordt daarbij zoveel
                        mogelijk aangesloten bij het geldende parkeerregime dat in het openbare
                        gebied aanwezig is.</al><al>Lid 4 ad d</al><al>Parkeergelegenheden met een omvang van minimaal 200 plaatsen dienen bij de
                        weggebruiker bekend te worden gemaakt om een optimale benutting van
                        parkeergelegenheden te waarborgen. Het gemeentelijke PRIS biedt de
                        weggebruiker die informatie en aansluiting op dat systeem is dan ook
                        verplicht. De kosten betreffen initiële kosten van aansluiting en bebording,
                        en jaarlijkse beheerkosten.</al><al>Lid 5</al><al>Dit lid geeft maatvoorschriften voor parkeervakken, omdat deze voorschriften
                        niet kunnen worden gemist bij het afdwingen van een correcte naleving van
                        lid 2. De verplichting in dat lid om een bepaald aantal parkeerplaatsen aan
                        te brengen zou immers gedeeltelijk kunnen worden ontdoken door alleen
                        parkeervakken met afmetingen voor het kleinste type personenauto, of het
                        grootste type vrachtauto te maken. Een bijkomende reden voor het opnemen van
                        maatvoorschriften voor parkeervakken is de wenselijkheid om de afwijkende
                        maatvoering vast te leggen van parkeerplaatsen voor gehandicapten.</al><al>Lid 6</al><al>De onderhavige bepaling kan ertoe leiden dat een nieuw winkelcentrum wordt
                        voorzien van een zgn. expeditiehof, respectievelijk een nieuw fabrieksgebouw
                        van een laad- en losperron (met een op het fabrieksterrein gelegen
                        bijbehorende opstelstrook voor vrachtauto's).</al><al>Lid 7 ad a</al><al>De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het eerste lid onder a en het
                        zesde lid om een parkeergelegenheid of laad- en losgelegenheid op eigen
                        terrein (of onder eigen dak) te maken is onder meer bedoeld voor het geval
                        dat in de nabijheid een gemeenschappelijke parkeervoorziening, laad- en
                        losvoorziening of openbare parkeergarage aanwezig is. Bij de zogenaamde
                        gebiedsgewijze aanpak waarbij een parkeerbalans wordt gehanteerd kan blijken
                        dat er in de omgeving voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is.</al><al>Lid 7 ad b</al><al>De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het eerste lid onder b kan zich
                        voordoen als op de betreffende locatie waarop de aanvraag betrekking heeft,
                        reeds parkeerplaatsen aanwezig zijn, of als de bepaling kennelijk
                        onredelijke consequenties met zich brengt voor de ontwikkeling als de
                        parkeereis niet op eigen terrein mag worden opgelost.</al><al>Lid 7 ad c</al><al>De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het tweede lid om een juiste
                        mate van parkeerruimte</al><al>conform de parkeernormen te realiseren, is bedoeld voor onder meer
                        uitzonderlijke bouwwerken of</al><al>specifieke situaties, waarbij duidelijk kan worden aangetoond dat meer of
                        minder parkeerplaatsen</al><al>noodzakelijk zijn dan volgens de parkeernormen in de bouwverordening. </al><al>De mogelijkheid tot ontheffing van de eis in het derde lid om aan bepaalde
                        voorwaarden te voldoen bij gebruikmaken van de flexibiliteit van de
                        parkeernorm, is onder meer bedoeld voor specifieke situaties waarbij het
                        stellen van voorwaarden leidt tot kennelijk onredelijke consequenties voor
                        de initiatiefnemer.</al><lijst><li nr="14."><al>Art. 5.1.2 <vet>"Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen"</vet>, lid 1, invullen als volgt: Indien
                                de toegang van een gebouw meer dan 30 meter is verwijderd van een
                                openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het
                                openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor verhuisauto's,
                                vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te
                                verwachten verkeer, tenzij de aard, de ligging en het gebruik van
                                het gebouw zulks niet vereisen. De toelichting bij artikel 5.1.2.
                                aanvullen als volgt: Anders dan in artikel 2.5.3. wordt hier het
                                absolute minimum aangegeven, waarbij voor de bestaande bebouwing nog
                                juist geen bestuursdwang tot verbetering zal worden toegepast. De
                                extra schade voor de omgeving, die kan ontstaan door de verminderde
                                bereikbaarheid bij brand wordt incidenteel nog toelaatbaar geacht.
                                In samenhang met het laatste deel van dit lid en met artikel 2.5.6
                                (vrijstellingsbepaling van de verplichting tot ontsluiting van een
                                nieuw bouwwerk) kan het beleid voor de bereikbaarheid voor
                                hulpverleningsdiensten voldoende vorm worden gegeven.</al></li><li nr="15."><al>Art. 6.1.1 <vet>"Vergunning gebruik bouwwerk"</vet>, lid 1,
                                aanvullen als volgt: e.aan meer dan vijf personen woonverblijf zal
                                worden verschaft, anders dan tot een gezin behorend. Lid 2 wijzigen
                                als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen aan de
                                gebruiksvergunning slechts voorwaarden verbinden in het belang van
                                het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, met beperken van
                                brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.
                                Hieronder worden begrepen voorwaarden met betrekking tot:</al></li><li nr="-"><al>stoffering en versiering;</al></li><li nr="-"><al>uitgangen en vluchtwegen;</al></li><li nr="-"><al>installaties;</al></li><li nr="-"><al>standbouw, podia, kramen e.d.;</al></li><li nr="-"><al>verbrandingsmotoren;</al></li><li nr="-"><al>verbod voor open vuur en vuurwerk;</al></li><li nr="-"><al>bewaking en controle;</al></li><li nr="-"><al>ventilatie en werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>brandbare, brandbevorderende en bij brand gevaar opleverende
                                stoffen;</al></li><li nr="-"><al>opstellingsplannen en aanvalsplannen;</al></li><li nr="-"><al>afval;</al></li><li nr="-"><al>doorlopend toezicht;</al></li><li nr="-"><al>brandveiligheidsinstructies en ontruimingsplannen uitgaande van de
                                bestaande interne organisatie;</al></li><li nr="-"><al>het maximaal toelaatbare aantal personen in een ruimte van een
                                gebouw of in een gebouw met het oog op de brandveiligheid;</al></li><li nr="-"><al>de plaats van, alsmede het aantal en het type draagbare
                                blustoestellen.</al></li></lijst><al> De toelichting behorende bij artikel 6.1.1. aanvullen als volgt: Amersfoort
                        staat aan het begin van een proces om meer woonruimte voor studenten te
                        creëren. De ervaring in studentensteden leert dat studentenhuizen extra
                        aandacht behoeven t.a.v. de brandveiligheid. Met het onderhavige artikel
                        wordt geanticipeerd op de komende ontwikkelingen. In artikel 6.1.1, lid 1,
                        onder e, is aansluiting gezocht bij de in de gemeente Utrecht geldende
                        regeling. Op grond van de huidige Brandveiligheidsverordening wordt aan
                        grotere inrichtingen de plicht opgelegd, om de brandweer te informeren over
                        wijzigingen in de inrichting. Ook dienen zij op een vastgestelde wijze
                        gegevens te leveren om de inzet van de brandweer te optimaliseren. Dit
                        voorschrift, in het kader van de brandbestrijding, dient te worden opgenomen
                        om dit (tijd- en kostenbesparende) beleid te kunnen voortzetten.</al><lijst><li nr="16."><al>Art. 6.2.1 <vet>"Gebruikseisen voor bouwwerken"</vet>, lid 2
                                wijzigen als volgt: Onverminderd het gestelde in het eerste lid, is
                                het verboden een bouwwerk niet zijnde een woonwagen, woning of
                                woongebouw, uitgezonderd een woonwagen, woning of woongebouw waarin
                                sprake is van verminderde zelfredzaamheid van de bewoners, al dan
                                niet in combinatie met permanente aanwezigheid van personeel en
                                begeleiding van bewoners, te gebruiken in strijd met de
                                gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in bijlage 4 bij deze
                                verordening. Zie de toelichting hierboven bij artikel 2.6.3. </al></li><li nr="17."><al>Art 8.1.1 <vet>"Sloopvergunning</vet>" wijzigen als volgt:</al></li><li nr="1."><al><cursief>Het is verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens
                                    daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een
                                    vergunning van burgemeester en wethouders
                                    (sloopvergunning).</cursief></al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist indien naar
                                redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal bedragen
                                dan 10 m<sup>3</sup>, tenzij het slopen mede betreft het verwijderen
                                van asbest. Voorts is geen vergunning vereist voor het slopen
                                ingevolge een aanschrijving op grond van de Woningwet. Burgemeester
                                en wethouders kunnen aan deze aanschrijving voorwaarden verbinden
                                als bedoeld in het derde lid.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan de sloopvergunning slechts
                                voorschriften over:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>het scheiden en het op de sloopplaats gescheiden houden van
                                        het sloopafval, ten minste inhoudende een scheiding in een
                                        fractie asbest, een fractie gevaarlijk afval en een fractie
                                        overig afval;</al></li><li nr="d."><al>het gebruik van een mobiele puinbreekinstallatie die is
                                        opgesteld op de sloopplaats, voor zover de toestemming als
                                        bedoeld in het vijfde lid van toepassing is;</al></li><li nr="e."><al>het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen van
                                        de gegevens als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede lid, letter
                                        c, voor zover deze gegevens niet reeds zijn overgelegd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De voorschriften over het sloopafval als bedoeld in het derde lid,
                                onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent het selectief slopen,
                                de fracties waarin wordt gescheiden, de tijdelijke opslag op het
                                sloopterrein en het in fracties gescheiden verpakken van het
                                sloopafval op het sloopterrein. Burgemeester en wethouders verbinden
                                aan de sloopvergunning met betrekking tot asbest voorschriften over
                                het afzonderlijk gereed maken daarvan voor de afvoer van het
                                sloopterrein en over de termijn waarbinnen dit moet
                                plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>Het bewerken van het sloopafval ter plaatse waar dit afval vrijkomt
                                is niet toegestaan. Op verzoek van de aanvrager van de
                                sloopvergunning kan, onder in de vergunning te stellen
                                voorschriften, worden toegestaan dat op de sloopplaats het beton- en
                                metselwerkpuin wordt verwerkt in een aldaar opgestelde mobiele
                                puinbreekinrichting.</al></li></lijst><al> Toelichting: In de vierde serie wijzigingen op de MBV van de VNG
                        (circulaire nr. VHB/703867 Lbr. 97/109 d.d. 2 juli 1997), werd voorgesteld
                        om van artikel 8.1.1 de leden 3, sub e, en 5 te laten vervallen indien de
                        Provinciale Milieuverordening een regeling voor de toelaatbaarheid van
                        mobiele puinbrekers op slooplocaties bevat. Bij implementatie van de vierde
                        serie wijzigingen op de Model-bouwverordening in de Amersfoortse
                        bouwverordening (raadsbesluit d.d. 27-10-1998 i.w.tr. 17-11-1998) is deze
                        wijziging niet overgenomen. De Provinciale Milieuverordening Utrecht 1995
                        bevat slechts algemene voorschriften omtrent de inzet van mobiele
                        puinbrekers op slooplocaties (er worden zogenoemde paraplu-vergunningen
                        verleend), zodat het wenselijk blijft om op specifieke locaties binnen de
                        gemeente Amersfoort eisen te kunnen stellen aan de toelaatbaarheid en het
                        gebruik van mobiele puinbrekers. </al><lijst><li nr="18."><al>Art. 8.1.6, lid 1, aanvullen als volgt: een vergunning als bedoeld
                                in artikel 30 of 33 van de Huisvestingswet (Stb. 1992, 548) is
                                vereist en deze niet is verleend. Toelichting: Voor het weigeren van
                                de sloopvergunning is als weigeringsgrond opgenomen het niet
                                aanwezig zijn van een splitsings- of onttrekkingsvergunning als
                                bedoeld in de Huisvestingswet. </al></li><li nr="19."><al>Art. 9.1., lid 2, na de eerste volzin aanvullen als volgt: Zolang de
                                welstandsnota nog niet door de raad is vastgesteld wordt door de
                                welstandscommissie bij de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan
                                redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12 van de
                                Woningwet acht geslagen op de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de
                                        karakteristiek van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare
                                        ruimte, het landschap dan wel de stedenbouwkundige
                                        context;</al></li><li nr="b."><al>massa, structuur, maat en schaal, detaillering,
                                        materiaalkeuze en kleurstelling;</al></li><li nr="c."><al>samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft
                                        de onderlinge relatie tussen de samenstellende delen
                                        daarvan.</al></li></lijst></li></lijst><al>Indien de gemeenteraad een beleid voor de visuele kwaliteit van de gebouwde
                        omgeving heeft geformuleerd en openbaar heeft gemaakt in planologische
                        maatregelen, beleidsnota’s, deelnotities dan wel daarbijbehorende ontwerpen
                        wordt, onverminderd het bepaalde sub a t/m c, het bouwwerk aan dat beleid
                        getoetst. Toelichting: De aanvulling is nodig omdat de welstandstoetsing,
                        zolang door de gemeenteraad nog geen welstandsnota is vastgesteld, zal
                        blijven geschieden conform de huidige regeling (uiterlijk tot 1 juli 2004). </al><lijst><li nr="20."><al>9.2, lid 2, vervalt</al></li><li nr="21."><al>Verordening, bijlage 2 <vet>"Gegevens en bescheiden aanvraag
                                    gebruiksvergunning"</vet> artikel 2 wijzigen als volgt: De
                                aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 6.1.1 moet zijn voorzien
                                van de volgende tekeningen en overige bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>een situatietekening, vermeldende de kadastrale aanduiding
                                        en zo mogelijk de straatnaam en het huisnummer van het
                                        bouwwerk c.q. de bouwwerken alsmede een aanduiding van de
                                        inrichting van het open terrein, op een schaal van
                                        1:1000;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige plattegrondtekening van iedere verdieping
                                        het bouwwerk c.q. de bouwwerken alsmede lengte- en
                                        dwarsdoorsneden op een schaal van tenminste 1:100,
                                        aangevende de indeling, de bestemming van de verschillende
                                        ruimten en de aan te brengen brandveiligheidsvoorzieningen
                                        overeenkomstig het gestelde in de artikelen 1 (uitgezonderd
                                        h, j en k) en 2 lid 1b en 2d van bijlage 1, en waarop voor
                                        de in artikel 6.1.1, eerste lid, onder c en d, bedoelde
                                        bouwwerken tevens de opstelling van de bedden moet zijn
                                        aangegeven;</al></li><li nr="c."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid,
                                        onder a, daarenboven: een plattegrond op een schaal van
                                        tenminste 1:100, aangevende de vrij te houden gang- en
                                        looppaden en de overige voor het publiek beschikbare vrije
                                        vloeroppervlakte;</al></li><li nr="d."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid,
                                        onder a, voorzover daarin ten behoeve van de gebruikers
                                        zitplaatsen in rijen worden opgesteld, daarenboven: een
                                        plattegrondtekening op een schaal van tenminste 1:100
                                        aangevende de opstelling van de zitplaatsen, de vrij te
                                        houden gang- en looppaden en de overige voor het publiek
                                        beschikbare vrije vloeroppervlakte;</al></li><li nr="e."><al>voor zover in, op of nabij het bouwwerk stoffen aanwezig
                                        zijn, als genoemd in artikel 6.2.2., of radio-actieve
                                        nucliden en isotopen: de plaatsen waar deze stoffen aanwezig
                                        zijn, gespecificeerd naar de aard en de hoeveelheden van de
                                        stoffen en de handelingen die met deze stoffen worden
                                        verricht.</al></li></lijst></li></lijst><al> Toelichting: Naast de in het nieuwe model aangehaalde gegevens, zijn ook de
                        noodzakelijke gegevens uit de bijlagen II en IV van de bestaande BBV 1979
                        opgenomen. De primaire redenen daarvoor zijn, dat die gegevens nodig zijn
                        voor de onafhankelijke beoordeling van de indeling van het gebouw of de
                        gebruiksruimte-niveau en dat deze gegevens waardevolle inlichtingen zijn als
                        de repressieve uitrukdienst van de brandweer feitelijk in actie moet
                        komen.</al><lijst><li nr="22."><al>Verordening, bijlage 3 <vet>"Gebruikseisen voor bouwwerken"</vet>,
                                artikel 1, lid 3 wijzigen als volgt: Onverminderd het bepaalde in
                                artikel 5.1.2 van de bouwverordening moet ten behoeve van het
                                verkeer van de hulpverlenende diensten een doorgaande route met een
                                breedte van 4,50 meter en een hoogte van 4,20 meter worden
                                vrijgehouden. Hekwerken die deze route blokkeren moeten snel en
                                gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Toelichting: Deze wijziging is
                                conform de bovenstaande wijziging in de tekst van de artikelen van
                                de model-verordening. </al></li><li nr="23."><al>Verordening, bijlage 4, bijlage behorende bij artikel 6.2.1, lid 2,
                                titel van de bijlage wijzigen als volgt: Gebruikerseisen voor
                                bouwwerken niet zijnde woonwagens, woningen en woongebouwen,
                                uitgezonderd woonwagens, woningen en woongebouwen waarin sprake is
                                van verminderde zelfredzaamheid van bewoners, al dan niet in
                                combinatie met permanent toezicht op en begeleiding van de bewoners.
                                Toelichting: Deze wijziging is conform de bovenstaande wijziging in
                                de tekst van de artikelen van de model-verordening.</al></li></lijst><al> BIJLAGE 14 BODEMKWALITEITSKAART</al><al><cursief>Behorende bij artikel
                            2.1.5</cursief><cursief>(is niet digitaal
                            beschikbaar)</cursief></al><al> BIJLAGE 15 AUTOPARKEERNORMEN</al><al><cursief>Behorende bij artikel 2.5.30</cursief></al><al><vet>Bijlage 15: Parkeernormen Amersfoort 2009
                        </vet></al><al>(De waarden tussen haakjes – indien van toepassing - is de hoge norm.) </al><al><vet>Parkeernormen woningen</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al> schil rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers</al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woning duur [per woning]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,30 (2,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,70 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>2,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>0,30 </al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woning goedkoop/middelduur en starterswoning [per
                                            woning]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,20 (2,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,50 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>1,70 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>0,30</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>serviceflat/aanleunwoning [per woning]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,80 (0,80)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,80 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,80 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>0,30</al></entry><entry colname="col6"><al>zelfstandige woonvorm met zorgfaciliteiten, bestemd voor
                                            ouderen met een zorgindicatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>verpleeghuis/verzorgingstehuis </al><al>[per wooneenheid]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,20 (0,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,20 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,20 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>0,20 </al></entry><entry colname="col6"><al>groepswoningen voor bewoners met een zorgindicatie
                                            (bijvoorbeeld gehandicapten/demente-renden)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>niet-zelfstandige woningen [per wooneenheid]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,20 (0,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,20 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,20 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>0,20 </al></entry><entry colname="col6"><al>bijv. studentenkamer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zelfstandige 1-kamerwoning </al><al>[per woning] </al></entry><entry colname="col2"><al>0,20 (0,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,20 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,20 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>0,20 </al></entry><entry colname="col6"><al>bijv. studentenwoning</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen kantoren en winkels</vet></al><al>(Voor kantoren en winkels op intercity- en knooppuntlocaties is bij het
                        gebruik van een norm tussen de vermelde norm en de hoge norm een financiële
                        vergoeding vereist.)</al><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col5" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [ee</vet><vet>n</vet><vet>heid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>intercitylocaties</al></entry><entry colname="col3"><al>knooppuntlocaties</al></entry><entry colname="col4"><al>snelweglocaties</al></entry><entry colname="col5"><al>overige locaties</al></entry><entry colname="col6"><al>aandeel bezoekers</al></entry><entry colname="col7"><al>opmerkingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kantoorgedeelte [100 m<sup>2</sup> bvo] </al></entry><entry colname="col2"><al>0,40 (0,80)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,80 (1,60)</al></entry><entry colname="col4"><al>2,00 (2,80)</al></entry><entry colname="col5"><al>2,00 (2,40)</al></entry><entry colname="col6"><al>5%</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>baliegedeelte klanten [balie]</al></entry><entry colname="col2"><al>2,00 (4,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>2,00 (4,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>2,00 (4,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>2,00 (4,00)</al></entry><entry colname="col6"><al>100%</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>detailhandel binnenstad [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>- </al></entry><entry colname="col3"><al>2,80 </al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>85%</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>detailhandel stadsdeelcentra [100 m<sup>2</sup>
                                            bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>2,80</al></entry><entry colname="col3"><al>3,30</al></entry><entry colname="col4"><al>3,50 (4,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>3,30 (4,00)</al></entry><entry colname="col6"><al>85%</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>wijk-, buurt- en dorpscentra [100 m<sup>2</sup>
                                            bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>3,30</al></entry><entry colname="col3"><al>3,30</al></entry><entry colname="col4"><al>3,30 (4,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>3,30 (4,00)</al></entry><entry colname="col6"><al>85%</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>grootschalige detailhandel [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>4,50</al></entry><entry colname="col3"><al>4,50</al></entry><entry colname="col4"><al>5,50 (7,50)</al></entry><entry colname="col5"><al>5,50 (7,50)</al></entry><entry colname="col6"><al>85%</al></entry><entry colname="col7"><al>Het betreft hier grote publiekstrekkers (bijv.
                                            Ikea)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>‘Standaard’ bouwmarkten [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>2,20</al></entry><entry colname="col3"><al>2,20</al></entry><entry colname="col4"><al>2,70</al></entry><entry colname="col5"><al>2,70</al></entry><entry colname="col6"><al>85%</al></entry><entry colname="col7"><al>Bijv. bouwmarkten en tuincentra</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>showroom (auto's, boten etc.) [100 m<sup>2</sup>
                                            bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,70</al></entry><entry colname="col3"><al>0,70</al></entry><entry colname="col4"><al>1,20 (1,40)</al></entry><entry colname="col5"><al>1,20 (1,40)</al></entry><entry colname="col6"><al>35%</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(week)markt [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>2,50</al></entry><entry colname="col3"><al>2,50</al></entry><entry colname="col4"><al>2,50</al></entry><entry colname="col5"><al>2,50</al></entry><entry colname="col6"><al>85%</al></entry><entry colname="col7"><al>1 m<sup>1</sup> = 6 m<sup>2</sup> (indien geen parkeren
                                            achter kraam dan + 1,0 pp per standhouder)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Indicatie voor de winkeltypen: stadsdeelcentra &gt; 15.000
                            m</cursief><cursief><sup>2</sup></cursief><cursief> vvo, wijk-, buurt-
                            en dorpscentra &lt; 15.000
                            m</cursief><cursief><sup>2</sup></cursief><cursief> vvo</cursief></al><al><vet>Parkeernormen overige werkgelegenheid </vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers</al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>arbeidsextensieve / bezoekersextensieve bedrijven
                                            (loods, opslag, groothandel, transportbedrijf, etc.)
                                            [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,40 (0,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (0,60)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,70 (0,80)</al></entry><entry colname="col5"><al>5%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven
                                            (industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats,
                                            etc.) [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,00 (1,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,50 (2,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>2,00 (2,50)</al></entry><entry colname="col5"><al>5%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bedrijfsverzamelgebouw [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,80 (1,70)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,80 (1,70)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,80 (1,70)</al></entry><entry colname="col5"><al>10%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen horecagelegenheden</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers </al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>café / bar/ discotheek/cafetaria [100 m<sup>2</sup>
                                            bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>4,00 (6,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>4,00 (6,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>5,00 (7,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>restaurant [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>8,00 (10,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>8,00 (10,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>12,00 (14,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>80%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>hotel [kamer]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,50 (1,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (1,50)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,50 (1,50)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen sociaal culturele voorzieningen</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers </al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>museum/bibliotheek [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,30 (0,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (0,70)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,90 (1,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bioscoop / theater / schouwburg [zitplaats]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,10 (0,20)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,10 (0,20)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,20 (0,30)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw [100
                                            m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>3,00 (4,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>4,00 (6,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>5,00 (7,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>99%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sociaal cultureel centrum / wijkgebouw [100
                                            m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>1,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen sportvoorzieningen</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers </al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sporthal (binnen) [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,50 (2,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,70 (2,20)</al></entry><entry colname="col4"><al>2,00 (2,50)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al>Gymlocalen met alleen een school-functie hebben geen
                                            parkeervraag; bij sporthal met wedstrijdfunctie: + 0,15
                                            pp per bezoekersplaats</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sportveld (buiten) [ha. netto terrein]</al></entry><entry colname="col2"><al>20,00 (27,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>20,00 (27,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>20,00 (27,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al>Alleen het oppervlak van het sportveld nemen, dus
                                            exclusief kleedruimtes, toilet-ten, etc.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>dansstudio / sportschool [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>2,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>2,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>3,00 (4,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>squashbanen [baan]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,00 (1,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,00 (1,50)</al></entry><entry colname="col4"><al>1,00 (1,50)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>tennisbanen [baan]</al></entry><entry colname="col2"><al>2,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>2,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>2,00 (3,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>golfbaan [hole]</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>6,00 (8,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bowlingbaan / biljartzaal [baan/tafel]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,50 (2,50)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,50 (2,50)</al></entry><entry colname="col4"><al>1,50 (2,50)</al></entry><entry colname="col5"><al>95%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>stadion [zitplaats]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,12 (0,20)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,12 (0,20)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,12 (0,20)</al></entry><entry colname="col5"><al>99%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zwembad [100 m² opp. bassin]</al></entry><entry colname="col2"><al>7,00 (9,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>8,00 (10,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>9,00 (11,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>manege [box]</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>0,30 (0,50)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen zorgvoorzieningen</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers </al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ziekenhuis [bed]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,70 (1,90)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,70 (1,90)</al></entry><entry colname="col4"><al>1,70 (1,90)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>Bij gespreide bezoektijden norm 1,50 (1,70)
                                            gebruiken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>verpleeg- verzorgingstehuis [wooneenheid]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,50 (0,70)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (0,70)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,50 (0,70)</al></entry><entry colname="col5"><al>60%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>arts / maatschap / therapeut / consultatiebureau
                                            [behandelkamer]</al></entry><entry colname="col2"><al>1,50 (2,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>1,50 (onbegrensd)</al></entry><entry colname="col4"><al>1,50 (onbegrensd) </al></entry><entry colname="col5"><al>65%</al></entry><entry colname="col6"><al>eerste 2 behandelkamers 4 pp/behandelkamer; voor iedere
                                            volgende behandelkamer 1,5 pp/behandelkamer.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen onderwijsvoorzieningen</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers </al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>beroepsonderwijs dag (WO, HBO) [collegezaal]</al></entry><entry colname="col2"><al>20,00</al></entry><entry colname="col3"><al>20,00</al></entry><entry colname="col4"><al>20,00</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>totale parkeervraag is collegezalen + leslokalen;
                                            collegezaal is circa 150 zitplaatsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>beroepsonderwijs dag (MBO, ROC, WO, HBO)
                                            [leslokaal]</al></entry><entry colname="col2"><al>5,00 (7,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>5,00 (7,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>5,00 (7,00)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>totale parkeervraag is collegezalen + leslokalen;
                                            leslokaal is circa 30 zitplaatsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>voorbereidend beroepsonderwijs (dagonderwijs Vwo, Havo,
                                            Vmbo) [leslokaal]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>leslokaal is circa 30 zitplaatsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>avondonderwijs [student]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>basisonderwijs [leslokaal]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,50 (1,00)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>exclusief Kiss&amp;Ride;</al><al>leslokaal is circa 30 zitplaatsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>creche / peuterspeelzaal / kinderdagverblijf
                                            [arbeidsplaats]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,60 (0,80)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,60 (0,80)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,60 (0,80)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>exclusief Kiss&amp;Ride; arbeidsplaats = het
                                            gelijktijdig aanwezige aantal werknemers</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Parkeernormen overige voorzieningen</vet></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>norm</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>functie [eenheid]</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>binnenstad</al></entry><entry colname="col3"><al>schil</al></entry><entry colname="col4"><al>rest bebouwde kom</al></entry><entry colname="col5"><al>aandeel bezoekers </al></entry><entry colname="col6"><al>opmerkingen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>themapark / pretpark [ha. netto terrein]</al></entry><entry colname="col2"><al>8,00 (12,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>8,00 (12,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>8,00 (12,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>99%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>overdekte speeltuin/hal [100 m<sup>2</sup> bvo]</al></entry><entry colname="col2"><al>7,50 (12,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>7,50 (12,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>7,50 (12,00)</al></entry><entry colname="col5"><al>90%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>volkstuin [perceel]</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>0,30 (0,30)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>religiegebouw (kerk, moskee, etcetera) [per
                                            zitplaats]</al></entry><entry colname="col2"><al>0,10 (0,20)</al></entry><entry colname="col3"><al>0,10 (0,20)</al></entry><entry colname="col4"><al>0,10 (0,20)</al></entry><entry colname="col5"><al>100%</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>begraafplaats/crematorium [gelijktijdige
                                            begrafenis/crematie]</al></entry><entry colname="col2"><al>22,50 (30,00)</al></entry><entry colname="col3"><al>22,50 (30,00)</al></entry><entry colname="col4"><al>22,50 (30,00)</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><onderstreept>Algemene opmerkingen/definities:</onderstreept></al><al>bvo bruto vloeroppervlak</al><al>vvo verkoop netto vloeroppervlak</al><al>grootschalige detailhandel winkelformules die vanwege de omvang en aard van
                        het assortiment een groot oppervlak nodig hebben en welke bij voorkeur
                        gelegen zijn op perifere locaties (bijvoorbeeld grote publiekstrekkende
                        tuin/meubelcentra met (boven)regionale functie. Het gaat niet om standaard
                        bouwmarkten of tuincentra. </al><al>perifeer alle terreinen of locaties binnen de bebouwde kom die niet binnen
                        of nabij een bestaand of gepland winkelgebied liggen.</al><al><vet>Kiss &amp; Ride</vet></al><al>Het brengen en halen bij basisscholen en kinderdagverblijven is geen
                        onderdeel van de parkeernormensystematiek. Voor het aantal parkeerplaatsen
                        voor brengen en halen met de auto bij kinderdagverblijven en basisscholen
                        geldt een rekenregel (zie CROW-publicatie 182) die uitgaat van het aantal
                        leerlingen vermenigvuldigd met het aandeel brengen/halen vermenigvuldigd met
                        reductiefactoren voor de parkeerduur en het voor het aantal kinderen per
                        auto. </al><al>Samengevat: rekenregel basisscholen en kinderdagverblijven:</al><al>Voor de verschillende groepen kunnen andere factoren gebruikt worden.
                        Hieronder de uitwerking conform CROW publicatie:</al><al><vet><cursief>Basisscholen</cursief></vet></al><al><cursief>groepen 1 t/m 3</cursief></al><al>aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75</al><al>Reductiefactor parkeerduur <cursief>* </cursief>0,5, omdat de parkeerduur
                        bij groepen 1 t/m 3 gemiddeld 10 minuten in perioden van 20 minuten
                        bedraagt;</al><al>Reductiefactor aantal kinderen per auto = 0,75 voor groepen 1 t/m 3.</al><al><cursief>groepen 4 t/m 8</cursief></al><al>Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85</al><al>Reductiefactor parkeerduur = 0,25, omdat de parkeerduur bij groepen 4 t/m 8
                        gemiddeld 2,5 minuut in perioden van 10 minuten bedraagt; </al><al>Reductiefactor aantal kinderen per auto = 0,85 voor groepen 4 t/m 8.</al><al><vet><cursief>Kinderdagverblijf</cursief></vet></al><al>Reductiefactor parkeerduur = 0,25, omdat parkeerduur bij kinderdagverblijven
                        gemiddeld 15 minuten in perioden van 60 minuten bedraagt;</al><al>Reductie factor aantal kinderen per auto = 0,75 voor kinderdagverblijf.</al><al>Deze rekenmethode kan ook toegepast worden voor vergelijkbare instellingen,
                        waar breng- en haalvoorzieningen gewenst zijn.</al><al>Voor beide voorzieningen geldt dat het percentage leerlingen dat met de auto
                        gebracht en gehaald wordt tussen de 1% en 60% ligt. Dit is afhankleijk van
                        de stedelijkheidsgraad, de locatie (binnenstad, schil, rest bebouwde kom),
                        en de gemiddelde afstand naar school. Gemiddeld ligthet percentage op:</al><lijst><li nr="-"><al>Groepen 1 t/m 3: 30 – 60 %</al></li><li nr="-"><al>Groepen 4 t/m 8: 5 – 40 %</al></li><li nr="-"><al>Kinderdagverblijf: 50 – 80 %. </al></li></lijst><al>Bij gescheiden aanvangs- en eindtijden van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag
                        het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd.</al><al><vet>Gehandicaptenparkeren</vet></al><al>Voor het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen bij gemengde functies op
                        openbare parkeerterreinen en in openbare parkeergarages wordt een percentage
                        van 2% op het totaal aantal beschikbare plaatsen gehanteerd. Bij openbare
                        voorzieningen is er minimaal 1 gehandicaptenparkeerplaats aanwezig.</al><al><vet>Aanwezigheidspercentages voor berekening meervoudig gebruik</vet></al><al>Let op ‘Gebruik van de tabellen’ onder b.</al><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="11*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="10*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>wer</vet><vet>k</vet><vet>dag</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6" nameend="col7" namest="col6"><al><vet>z</vet><vet>a</vet><vet>terdag</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>zondag</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>oc</vet><vet>h</vet><vet>tend</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>middag</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>avond</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>koopavond</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>middag</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>avond</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>middag</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woningen</al></entry><entry colname="col2"><al>50</al></entry><entry colname="col3"><al>60</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5"><al>90</al></entry><entry colname="col6"><al>60</al></entry><entry colname="col7"><al>60</al></entry><entry colname="col8"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>detailhandel (food)</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al>20</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>detailhandel </al><al>(non-food)</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>kantoren</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry><entry colname="col3"><al>100</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>commerciële ruimte aan huis</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry><entry colname="col3"><al>100</al></entry><entry colname="col4"><al>80</al></entry><entry colname="col5"><al>80</al></entry><entry colname="col6"><al>80</al></entry><entry colname="col7"><al>80</al></entry><entry colname="col8"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bedrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry><entry colname="col3"><al>100</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>consumentgerichte bedrijvigheid ¹</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>75</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sociaal cultureel</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>60</al></entry><entry colname="col7"><al>90</al></entry><entry colname="col8"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sociaal medisch</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry><entry colname="col3"><al>100</al></entry><entry colname="col4"><al>30</al></entry><entry colname="col5"><al>15</al></entry><entry colname="col6"><al>15</al></entry><entry colname="col7"><al>5</al></entry><entry colname="col8"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>ziekenhuis</al></entry><entry colname="col2"><al>85</al></entry><entry colname="col3"><al>100</al></entry><entry colname="col4"><al>40</al></entry><entry colname="col5"><al>25</al></entry><entry colname="col6"><al>25</al></entry><entry colname="col7"><al>40</al></entry><entry colname="col8"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>dagonderwijs ²</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry><entry colname="col3"><al>100</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry><entry colname="col5"><al>0</al></entry><entry colname="col6"><al>0</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>avondonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>0</al></entry><entry colname="col3"><al>0</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5"><al>0</al></entry><entry colname="col6"><al>0</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bibliotheek</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5"><al>75</al></entry><entry colname="col6"><al>75</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>museum</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry><entry colname="col3"><al>45</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al>90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>restaurant</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry><entry colname="col4"><al>90</al></entry><entry colname="col5"><al>70</al></entry><entry colname="col6"><al>70</al></entry><entry colname="col7"><al>100</al></entry><entry colname="col8"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>café</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry><entry colname="col4"><al>90</al></entry><entry colname="col5"><al>75</al></entry><entry colname="col6"><al>75</al></entry><entry colname="col7"><al>100</al></entry><entry colname="col8"><al>45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bioscoop, theater</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry><entry colname="col4"><al>90</al></entry><entry colname="col5"><al>60</al></entry><entry colname="col6"><al>60</al></entry><entry colname="col7"><al>100</al></entry><entry colname="col8"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zwembad</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry><entry colname="col3"><al>80</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>100</al></entry><entry colname="col8"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sport ³</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>50</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>90</al></entry><entry colname="col8"><al>85</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>1) Tuincentra, Doe-het-zelf- en bouwmarkten, autoshowroom.</al><al>2) Inclusief crèche, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal.</al><al>3) Inclusief sporthal, dansschool.</al><al><cursief>Tabel: Aanwezigheidspercentages (bron: CROW)</cursief></al><al><vet>Reductiefactoren</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="32*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="41*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>parkeervoo</vet><vet>r</vet><vet>ziening</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>theoretisch aantal</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>berekenings-aa</vet><vet>n</vet><vet>tal</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>opmerking </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Enkele oprit/carport zonder garage</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>0,8</al></entry><entry colname="col4"><al>oprit min. 6,0 meter diep en 2,5 meter breed </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lange oprit/carport zonder garage</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1,0</al></entry><entry colname="col4"><al>oprit min. 10,5 meter diep en 2,5 meter breed</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dubbele oprit/carport zonder garage</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1,7</al></entry><entry colname="col4"><al>oprit min. 5,5 meter breed</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garage zonder oprit (bij woning)</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>0,4</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garagebox (niet bij woning)</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>0,5</al></entry><entry colname="col4"><al>garage min. 5,0 meter diep en 2,80 meter breed</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garage met enkele oprit</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1,0</al></entry><entry colname="col4"><al>oprit min. 5,5 meter diep </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garage met lange oprit</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>1,3</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garage met dubbele oprit</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>1,8</al></entry><entry colname="col4"><al>oprit min. 5,5 meter breed</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Een garage wordt pas meegerekend als er tevens een schuur/opslagruimte
                        aanwezig is op het betreffende perceel.</al><al><cursief>Tabel: Reductiefactoren parkeervoorzieningen op eigen
                            terrein</cursief></al><al><vet>Acceptabele loopafstanden</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="52*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoofdfunctie</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Acceptabele loopafstanden </vet></al><al><vet>(in meter)</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Wonen</al></entry><entry colname="col2"><al>200 – 400 m (binnenstad eerste auto), 150 m
                                            (overig)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Winkelen </al></entry><entry colname="col2"><al>200-600</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werken</al></entry><entry colname="col2"><al>200-800</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ontspanning</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidszorg</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Tabel: Acceptabele loopafstanden (bron: CROW en Parkeerbeleidsplan
                            ‘Kiezen of Delen’, 2005)</cursief></al><al><vet>Gebruik van de tabellen</vet></al><lijst><li nr="a."><al>Parkeernormen worden alleen voorschrijvend gehanteerd voor een
                                nieuwbouw- en uitbreidingsontwikkeling en voor een functiewijziging,
                                waar een bouwvergunning voor afgegeven moet worden of waarvoor een
                                vrijstellingsprocedure moet worden gevolgd. Voor alle overige
                                situaties kunnen de normen alleen ter indicatie van de parkeervraag
                                worden gehanteerd.</al></li><li nr="b."><al>De vraag naar parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de
                                parkeernormen, en aan de hand van rekenwaarden/-methoden voor
                                meervoudig gebruik van parkeerplaatsen, voor Kiss&amp;Rideplaatsen,
                                voor reductiefactoren en voor gehandicaptenplaatsen. Als rekenregel
                                bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen geldt dat de parkeereis
                                gelijk is aan het berekende aantal parkeerplaatsen bij meervoudig
                                gebruik + 25% van het verschil tussen de berekening bij stapeling en
                                bij meervoudig gebruik.</al></li><li nr="c."><al>De parkeernormen maken onderscheid in de locatie voor woningen
                                naar:</al></li><li nr="-"><al>binnenstad (het gebied binnen de Stadsring en het Plantsoen Noord,
                                Oost en West, en het Eempleingebied tussen de Eem, de Eemlaan en
                                de</al><al> Nieuwe Poort); </al></li><li nr="-"><al>schil (de parkeerreguleringsgebieden direct rondom de binnenstad,
                                zoals vastgelegd in de Verordening Parkeerbelastingen);</al></li><li nr="-"><al>rest bebouwde kom (alle overige locaties).</al><al> Voorts zijn er de volgende locaties:</al></li><li nr="-"><al>intercitylocaties: locaties binnen een maximale loopafstand (vanaf
                                de hoofdentree van het gebouw) van 800 meter tot de noord-, dan wel
                                de zuidingang van Amersfoort CS;</al></li><li nr="-"><al>knooppuntlocaties:</al><lijst><li nr="a."><al>locaties (niet zijnde intercitylocaties) binnen een maximale
                                        loopafstand van 600 meter tot de noord-, dan wel de
                                        zuidingang van een NS-station enerzijds én binnen een
                                        maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van
                                        een autosnelweg of 500 meter tot een gebiedsontsluitingsweg
                                        anderzijds;</al></li><li nr="b."><al>locaties (niet zijnde intercitylocaties) voor zover gelegen
                                        binnen het gebied dat overeenkomt met tariefzone A zoals
                                        opgenomen in de Verordening Parkeerbelastingen van de
                                        gemeente Amersfoort;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>snelweglocaties: locaties (niet zijnde intercitylocaties of
                                knooppuntlocaties) binnen een maximale rijafstand van 2.000 meter
                                tot een op- / afrit van een autosnelweg;</al></li><li nr="-"><al>overige locaties: locaties, niet zijnde intercitylocaties,
                                knooppuntlocaties of snelweglocaties.</al><al> Op de bijbehorende Bereikbaarheidskaart (bijlage 3) zijn deze
                                gebieden en locaties nader aangeduid. De grenzen zoals deze op de
                                kaart zijn aangegeven, zijn maatgevend voor het vaststellen van de
                                soort locatie.</al></li><li nr="c."><al>Voor woningen wordt in de parkeernormen een onderscheid gemaakt in
                                goedkope/middeldure (verkoopwaarde v.o.n. t/m € 260.000,- in
                                prijspeiljaar 2008) en dure koopwoningen. Deze waarde wordt voor het
                                eerst in 2009 jaarlijks geïndexeerd en volgt de jaarlijkse
                                indexeringen van het woningbouwprogramma Vathorst (volgens de
                                GREX-Vathorst). Voor huurwoningen wordt uitgegaan van de
                                stichtingskosten van de woningen.</al></li><li nr="d."><al>De tussen haakjes aangegeven waarden betreffen de ‘hoge norm’. Als
                                er geen waarden tussen haakjes zijn vermeld, is er geen hogere norm
                                dan de norm toegestaan. Bij het gebruik van parkeernormen kunnen
                                zich de volgende situaties voordoen:</al></li><li nr="-"><al>Er is sprake van één vaste parkeernorm (er is geen hoge norm).</al></li><li nr="-"><al>Er is sprake van een parkeernorm en een hoge norm die tussen haakjes
                                is vermeld (een parkeernorm of ‘onbegrensd’).</al><al> Een eventueel hogere te hanteren norm dan de parkeernorm is beperkt
                                tot de hoge norm. Om in deze situatie een hogere parkeernorm te
                                gebruiken gelden voor bepaalde functies op een aantal locaties een
                                aantal voorwaarden: er wordt een bijdrage per extra gerealiseerde
                                parkeerplaats tussen de norm en de hoge norm vereist, evenals een
                                mobiliteitsprofiel van de aanvrager. De financiële bijdrage geldt
                                alleen voor kantoren en detailhandel op intercity- en
                                knooppuntlocaties. Het overleggen van een mobiliteitsprofiel is
                                vereist voor kantoren op alle locaties en voor detailhandel op
                                intercity- en knooppuntlocaties. </al><al> De aanleg van minder parkeerplaatsen dan de norm voorschrijft en de
                                aanleg van meer parkeerplaatsen dan de hoge norm voorschrijft wordt
                                behandeld volgens de door het college vastgestelde
                                beleidsregels.</al></li><li nr="e."><al>De norm is inclusief het bezoekersparkeren. De parkeerplaatsen voor
                                bezoekers moeten openbaar toegankelijk zijn. Het aantal
                                bezoekersplaatsen kan bepaald worden met de waarden in de kolom
                                ‘aandeel bezoekers’.</al></li><li nr="f."><al>De (som van de) berekende parkeervraag wordt in gehele getallen naar
                                boven afgerond.</al></li><li nr="g."><al>Een parkeergarage die aan de woning is gebouwd, telt in nieuwe
                                situaties alleen mee voor het parkeren op eigen terrein, als de
                                woning is voorzien van een schuur of andere opslagruimte, die in
                                omvang geschikt is voor de opslag van gebruikelijke huishoudelijke
                                goederen (ca. 10% van de vloeroppervlakte van de woning). De ruimte
                                op eigen terrein vóór de garage en de woning wordt alleen dan
                                meegeteld als die voldoende ruimte biedt voor het opstellen van een
                                auto en zolang naast de geparkeerde auto nog voldoende loopruimte
                                aanwezig blijft. </al></li><li nr="h."><al>De totale parkeernorm voor kantoren bestaat uit een bedrijfsgericht
                                deel, waarin een aandeel voor bezoekersparkeren is opgenomen.
                                Wanneer er balies zijn, komt daar de norm voor het baliegedeelte
                                bovenop; ten minste die plaatsen moeten openbaar toegankelijk
                                zijn.</al></li><li nr="i."><al>Woningen voor ouderen en gehandicaptenhuisvesting zijn altijd
                                zelfstandige woningen. Als de woningen zijn gelegen nabij
                                zorgcomplexen zal een gedeelte van deze woningen bewoond worden door
                                mensen met een zorgindicatie. In complexen met appartementen die
                                bestemd zijn voor senioren zal ook bij de start van de bewoning een
                                gemengde leeftijdsopbouw worden nagestreefd. Als het duidelijk is
                                dat een appartementencomplex bewoond zal worden door een mix van
                                mensen met een zorgindicatie, mensen van 75 + en jongere ouderen zal
                                de parkeernorm hierop aangepast kunnen worden. Hierbij wordt ervan
                                uit gegaan dat de senioren van 75+ en de senioren met een
                                zorgindicatie een lagere parkeernorm hebben (norm van de functie
                                serviceflat/aanleunwoning). Voor een deel van de flat zal de
                                algemene parkeernorm worden aangehouden. Bij clusterwonen en
                                beschermd wonen waarbij geen sprake is van zelfstandig wonen gelden
                                de normen van serviceflat/aanleunwoning. Dit betekent dat er steeds
                                gekeken moet worden voor wie een complex seniorenappartementen is
                                bedoeld. In de startnotitie die wordt opgesteld voordat een project
                                van start gaat moet duidelijk zijn aangegeven voor welke doelgroepen
                                deze appartementen zijn bedoeld. Bij twijfel geldt altijd de normale
                                parkeernorm gebaseerd op de prijs van de woning.</al></li><li nr="j."><al>Bij woningen met een commerciële ruimte aan huis kan het gaan om
                                verschillende doeleinden zoals zakelijke dienstverlening,
                                maatschappelijke dienstverlening en aan huis gebonden beroepen,
                                zoals bijvoorbeeld een kapper, een accountant, een schoonheidssalon
                                of een ambachtelijk bedrijfje. Een belangrijk kenmerk van deze
                                ruimten is dat ze kleinschalig zijn en dat het moet passen binnen
                                het woonmilieu. Afhankelijk van de mogelijkheden die het
                                bestemmingsplan voorschrijft, zal per situatie maatwerk geleverd
                                moeten worden wat de parkeernorm betreft. Dat betekent dat de
                                gemeente de te verwachten parkeervraag moet beoordelen op de
                                beschikbare ruimte in het openbaar gebied, wanneer parkeren op eigen
                                terrein niet mogelijk is. In dat geval is beleidsregel 1 aan de
                                orde. Ter stimulering van de beroepsuitoefening aan huis, is er een
                                beleidsregel voor een ontheffing van de parkeereis, voor een
                                parkeertekort tot maximaal drie plaatsen op de openbare weg.
                                Voorwaarde daarbij is dat die parkeerruimte op de openbare weg
                                aanwezig is, zonder daarbij de grens van 80% bezettingsgraad te
                                overschrijden.</al></li><li nr="k."><al>Nieuw-voor-oud-regel: bij functiewijziging (waarbij het pand blijft
                                staan) kan worden afgeweken van de parkeernorm op eigen terrein, als
                                de parkeervraag die bij de nieuwe functie hoort, lager of gelijk is
                                aan de parkeervraag (op basis van de parkeernorm die gold bij de
                                bouwaanvraag) van de oude functie. In dat geval hoeven er geen extra
                                parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Als de norm voor de nieuwe
                                functie hoger is, moet het verschil aan parkeerplaatsen tussen de
                                nieuwe parkeereis en de bestaande (aan de oude functie toe te wijzen
                                plaatsen) extra worden aangelegd.</al></li><li nr="l."><al>Wanneer niet vooraf bekend is welke functies zich in een gebouw gaan
                                vestigen, wordt per aanvraag bekeken welke parkeereis gesteld moet
                                worden, daarbij rekening houdend met de volgens het bestemmingsplan
                                toegestane functies. </al></li><li nr="m."><al>In bijzondere gevallen en in gevallen waarin de beleidsregels of de
                                parkeernormen niet voorzien, is het college bevoegd bij gemotiveerd
                                besluit van de beleidsregels en/of de normen af te wijken. Bij
                                voorkeur wordt daarbij in een nieuwe of een gewijzigde beleidsregel,
                                of een parkeernorm voorzien.</al></li></lijst><al><vet>Formulier Mobiliteitsprofiel </vet></al><al>Bedrijf/Instelling:</al><al>Invuller: Dhr./Mw.</al><al>Telefoon:</al><al>E-mail:</al><al>Datum:</al><al><vet>Vraag 1</vet></al><al>Hoeveel werknemers gaan gelijktijdig op de betreffende locatie werken?</al><al><vet>Vraag 2</vet> (voor bestaande bedrijven/instellingen)</al><al>Hoe komen uw werknemers nu naar het werk? (% lopend/fiets/openbaar
                        vervoer/auto)</al><al><vet>Vraag 3</vet></al><al>Op welke wijze worden werknemers gestimuleerd in het woon-werkverkeer en het
                        zakelijk verkeer gebruik te maken van de fiets? </al><al><cursief>(meerdere antwoorden mogelijk)</cursief></al><al>O met een reiskostenvergoeding voor de fiets</al><al>O met een aanschafregeling voor een fiets</al><al>O met een gratis abonnement voor een fietsenstalling</al><al>O met een goede afgesloten fietsenstalling</al><al>O door geen autoparkeerplaats aan te bieden</al><al>O door geen vergoeding te geven voor gereden autokilometers in het
                        woon-werkverkeer</al><al>O anders, namelijk ……</al><al><vet>Vraag 4</vet></al><al>Op welke wijze worden werknemers gestimuleerd in het woon-werkverkeer en het
                        zakelijk verkeer gebruik te maken van het openbaar vervoer (bus, trein)? </al><al><cursief>(meerdere antwoorden mogelijk)</cursief></al><al>O met een reiskostenvergoeding voor de het openbaar vervoer</al><al>O met de inzet van personeelsvervoer</al><al>O door geen autoparkeerplaats aan te bieden</al><al>O door geen vergoeding te geven voor gereden autokilometers in het
                        woon-werkverkeer</al><al>O anders, namelijk ……</al><al><vet>Vraag 5</vet></al><al>Op welke wijze worden bezoekers gestimuleerd gebruik te maken van de fiets? </al><al><cursief>(meerdere antwoorden mogelijk)</cursief></al><al>O met een routebeschrijving per fiets</al><al>O met een reiskostenvergoeding voor de fiets</al><al>O door geen autoparkeerplaats aan te bieden</al><al>O met goede fietsparkeervoorzieningen</al><al>O met een gratis fietsenstalling</al><al>O anders, namelijk ……</al><al><vet>Vraag 6</vet></al><al>Op welke wijze worden bezoekers gestimuleerd gebruik te maken van het
                        openbaar vervoer (bus, trein)? </al><al><cursief>(meerdere antwoorden mogelijk)</cursief></al><al>O met een routebeschrijving per openbaar vervoer</al><al>O met een reiskostenvergoeding voor het openbaar vervoer</al><al>O door geen autoparkeerplaats aan te bieden</al><al>O met de inzet van consumentenvervoer </al><al>O anders, namelijk ……</al><al><vet>Vraag 7</vet></al><al>Heeft u een carpoolregeling? Zo ja, wat houdt die in?</al><al><vet>Vraag 8</vet></al><al>Is er meervoudig gebruik (verschillende groepen parkeerders maken op
                        verschillende tijden gebruik van de parkeerplaatsen, waardoor minder
                        parkeerplaatsen nodig zijn) van parkeerplaatsen mogelijk?</al><al>O ja, want …… </al><al>O nee, want ……</al><al><vet>Vraag 9</vet></al><al>Hoeveel parkeerplaatsen wilt u realiseren? </al><al><cursief>(Geeft u a.u.b. apart uw berekening aan.)</cursief></al><al>Uw eventuele verdere toelichting:</al><al>______________________________________________________________________________</al><al>in te vullen door de gemeente:</al><al>Huidige bereikbaarheidslocatie: intercity/knooppunt/snelweg/overig</al><al>Toekomstige bereikbaarheidslocatie: intercity/knooppunt/snelweg/overig</al><al>Aantal parkeerplaatsen volgens norm: …….. parkeerplaatsen</al><al>Maximum aantal parkeerplaatsen volgens de hoge norm (indien van toepassing):
                        …….. parkeerplaatsen</al><al>Door bedrijf/instelling gewenste aantal parkeerplaatsen: ……..
                        parkeerplaatsen</al><al>Toe te staan aantal te realiseren parkeerplaatsen: …….. parkeerplaatsen</al><al><vet>Definities gebruikte termen in Bijlage 15</vet></al><al><cursief>Autosnelweg</cursief></al><al>Een openbare weg voorzien van een autosnelwegbebording.</al><al><cursief>Bestemmingsplan</cursief></al><al>Een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening dan wel
                        een stadsvernieuwingsplan als bedoeld in de Wet op de stads- en
                        dorpsvernieuwing.</al><al><cursief>Bouwverordening</cursief></al><al>Een verordening als bedoeld in artikel 8 van de Woningwet.</al><al><cursief>Klantparkeren</cursief></al><al>Alle parkeren bij een voorziening, anders dan door bewoners/bezoek en
                        werknemers.</al><al><cursief>Gebiedsontsluitingsweg</cursief></al><al>Een openbare weg die als gebiedsontsluitingsweg is aangewezen in een
                        verkeer- en vervoerplan, wegcategoriseringsplan of een ander door de
                        gemeenteraad vastgesteld beleidsplan.</al><al><cursief>Locaties</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>intercitylocaties: locaties binnen een maximale loopafstand (vanaf
                                de hoofdentree van</al><al> het gebouw) van 800 meter tot de noord-, dan wel de zuidingang van
                                Amersfoort CS;</al></li><li nr="-"><al>knooppuntlocaties: </al><al>olocaties (niet zijnde intercitylocaties) binnen een maximale
                                loopafstand van 600 meter </al></li></lijst><al>tot de noord-, dan wel de zuidingang van een NS-station enerzijds én binnen
                        een maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van een
                        autosnelweg of 500 meter tot een gebiedsontsluitingsweg anderzijds;</al><al>olocaties (niet zijnde intercitylocaties) voor zover gelegen binnen het
                        gebied dat </al><al>overeenkomt met tariefzone A zoals opgenomen in de Verordening
                        Parkeerbelastingen van de gemeente Amersfoort;</al><lijst><li nr="-"><al>snelweglocaties: locaties (niet zijnde intercitylocaties of
                                knooppuntlocaties) binnen een </al><al> maximale rijafstand van 2.000 meter tot een op- / afrit van een
                                autosnelweg;</al></li><li nr="-"><al>overige locaties: locaties, niet zijnde intercitylocaties,
                                knooppuntlocaties of snelweg-</al><al> locaties.</al></li></lijst><al><cursief>Loopafstand</cursief></al><al>De afstand zoals door een voetganger af te leggen via een voor voetgangers
                        toegankelijke, gebruikelijke en logische route.</al><al><cursief>Maximumparkeernorm</cursief></al><al>Maximaal toegestane parkeernorm vanuit parkeer- en mobiliteitsoogpunt voor
                        een nieuw ruimtelijk project/plan op een bepaalde locatie.</al><al><cursief>Mobiliteitsprofiel</cursief></al><al>Een mobiliteitsprofiel biedt inzicht in de te verwachten mobiliteit naar
                        modaliteit, de wijze van beïnvloeding van deze modaliteit (bijvoorbeeld door
                        vervoersmanagement) en het aantal benodigde parkeerplaatsen.</al><al><cursief>Mobiliteitstoets</cursief></al><al>Een gemeentelijke toets van het door een initiatiefnemer ingediende
                        mobiliteitsprofiel.</al><al><cursief>Norm</cursief></al><al>Vereiste parkeernorm vanuit parkeer- en mobiliteitsoogpunt voor een nieuw
                        ruimtelijk project/plan op een bepaalde locatie.</al><al><cursief>Parkeerbalans</cursief></al><al>Een parkeerbalans geeft op diverse momenten de balans in beeld van de vraag
                        naar parkeerplaatsen en het aanbod aan parkeerplaatsen.</al><al><cursief>Parkeerbeleid</cursief></al><al>Parkeerbeleid is een bewuste inzet van parkeerinstrumenten, gericht op
                        vooraf gestelde doelen.</al><al><cursief>Parkeereis/Parkeerplaatsverplichting</cursief></al><al>Het aantal parkeerplaatsen dat een initiatiefnemer moet realiseren op grond
                        van de te gebruiken parkeernorm. Deze parkeerplaatsverplichting wordt
                        opgenomen in de bouwvergunning.</al><al><cursief>Parkeerkencijfers</cursief></al><al>Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers die kunnen worden
                        gebruikt als hulpmiddel bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen voor
                        een (aantal) functie(s).</al><al><cursief>Parkeernormen</cursief></al><al>Parkeernormen geven het aantal parkeerplaatsen voor een bepaalde functie of
                        groep functies aan dat niet mag worden over- of onderschreden. Gemeenten
                        stellen hun eigen parkeernormen vast, normaliter op basis van
                        parkeerkencijfers en eigen parkeer- en locatiebeleid.</al><al><cursief>Rijafstand</cursief></al><al>De afstand zoals door een automobilist af te leggen via een voor auto’s
                        toegankelijke, gebruikelijke en logische route. </al><al><cursief>Vervoermanagement</cursief></al><al>Vervoermanagement is de zorg van het management van bedrijven en
                        instellingen voor personenvervoer gericht op een selectief autogebruik.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>