<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9079_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 09-06-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 34, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 50</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-03-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/026</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het algemeen bestuur van de ISD Midden-Langstraat gevestigd te
                            Waalwijk</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 34, lid 2 onder d en artikel 50 van de
                            Wet werk en bijstand</al><al>Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de ISD
                            Midden-Langstraat van 2 februari 2004</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de <vet>“Verordening krediethypotheek en pandrecht
                                bijstand </vet><vet>2004”</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004</label></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1: De Krediethypotheek</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor de belanghebbende die eigenaar is van een door
                                    hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf, recht
                                    op bijstand bestaat als bedoeld in artikel 50, eerste lid van de
                                    Wet werk en bijstand én die bijstand de vorm heeft van een
                                    geldlening, als bedoeld in artikel 50, tweede lid van de Wet
                                    werk en bijstand, wordt die verleend onder verband van
                                    hypotheek.</al></li><li nr="2."><al>Indien bijzondere bijstand wordt verleend, wordt de bijstand
                                    niet verleend in de vorm van een geldlening onder verband van
                                    hypotheek indien de belanghebbende recht heeft op een uitkering
                                    als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet
                                    inkomensvoorziening kunstenaars.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de
                                    zelfstandige als bedoeld in artikel 1onder b van het Besluit
                                    bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking
                                    tot de voorwaarden waaronder bijstand in de vorm van een
                                    geldlening in verband van hypotheek wordt verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>PANDRECHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor de belanghebbende die eigenaar is van een door
                                    hemzelf of zijn gezin bewoondewoonwagen met bijbehorend erf of
                                    een bewoond woonschip onder een bepaald tonnage metbijbehorend
                                    erf, overeenkomstig het bepaalde in artikel 50, eerste lid van
                                    de Wet werk en bijstandrecht op bijstand bestaat én die bijstand
                                    de vorm heeft van een geldlening, als bedoeld in artikel50,
                                    tweede lid van de Wet werk en bijstand, wordt die verleend onder
                                    vestiging van eenpandrecht.</al></li><li nr="2."><al>Indien bijzondere bijstand wordt verleend, wordt de bijstand
                                    niet verleend in de vorm van eengeldlening onder verband van
                                    pandrecht indien de belanghebbende recht heeft op een
                                    uitkeringals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet
                                    inkomensvoorziening kunstenaars.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de
                                    zelfstandige als bedoeld in artikel 1 onder b van het Besluit
                                    bijstandsverlening zelfstandigen 2004.</al></li><li nr="4."><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking
                                    tot de voorwaarden waaronderbijstand in de vorm van een
                                    geldlening onder vestiging van een pandrecht wordt
                                    verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>MEEWERKINGSPLICHT EN AFSTEMMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de verlening van bijstand onder verband van hypotheek cq
                                    onder vestiging van pandrecht alsbedoeld in artikel 1 en 2 wordt
                                    de verplichting verbonden dat de belanghebbende meewerkt aan
                                    vestiging van hypotheek dan wel pandrecht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belanghebbende in een voorkomend geval niet meewerkt
                                    aan het vestigen van hypotheek cq pandrecht, wordt de bijstand
                                    in zijn geheel geweigerd vanaf ingangsdatum van de bijstand.
                                    Reeds verleende bijstand is terstond opeisbaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: de Verordening
                            krediethypotheek en pandrechtbijstand 2004.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand treedt in werking
                            met ingang van 1 mei 2004.</al><al>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 15 maart 2004</al><al/><al>Het algemeen bestuur voornoemd,</al><al>de secretaris, de voorzitter,</al><al>A.A.M. Vervest J. P.M. Klijs</al><al/><al>ALGEMENE TOELICHTING</al><al>De Wet werk en bijstand kent ten opzichte van de Abw een aantal
                            wijzigingen in de regeling van degevolgen voor de bijstand van het
                            vermogen gebonden in voor bewoning bestemde zaken. De nieuwe</al><al>regeling is niet alleen van toepassing op registergoederen
                            (eigendomswoning en woonschepen boveneen bepaald tonnage), maar ook op
                            niet-registergoederen, zoals woonwagens en woonschepen onder</al><al>een bepaald tonnage. De Wet werk en bijstand beoogt hiermee de
                            rechtsgelijkheid te bevorderen enhet hiaat in te vullen dat in deze door
                            de rechtspraak is geconstateerd.</al><al/><al>Het is aan de gemeente overgelaten om te bepalen of de als lening
                            verstrekte bijstand al dan nietwordt gezekerd door middel van een
                            hypotheek- of, waar het niet-registergoederen betreft,pandovereenkomst.
                            Met deze verordening wordt gekozen voor de hiervoor
                            bedoeldezekerheidsstelling door middel van hypotheek dan wel
                            pandrecht.</al><al/><al>Naast deze verordening is er nog een door het dagelijks bestuur
                            vastgesteld besluit (Besluitkrediethypotheek en pandrecht bijstand 2004)
                            met daarin opgenomen nadere voorwaarden waaronderbijstand in de vorm van
                            een geldlening onder verband van hypotheek of onder vestiging
                            vanpandrecht dient te worden verleend. Het gaat hierbij om een
                            aangepaste versie van het vroegereBesluit krediethypotheek
                            bijstand.</al><al/><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al/><al>Hoofdstuk 1 KREDIETHYPOTHEEK</al><al>Artikel 1</al><al>Het eerste lid verwijst naar artikel 50, eerste en tweede lid van de Wet
                            werk en bijstand. Daarin worden de voorwaarden genoemd voor verlening
                            van bijstand in de vorm van een geldlening. Artikel 1, eerste lid van de
                            verordening geeft aan dat wanneer er sprake is van verlening van
                            bijstand in de vorm van een geldlening, dit gebeurt onder verband van
                            hypotheek.</al><al>Op grond van het tweede lid is deze vorm van zekerheidsstelling niet
                            mogelijk als de belanghebbende een uitkering op grond van de WIK is
                            toegekend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek en
                            er uitsluitend sprake is van bijzondere bijstand. Hierdoor wordt
                            voorkomen dat twee keer rekening wordt gehouden met de overwaarde van
                            dezelfde woning op basis van 2 verschillende regelingen.</al><al/><al>In het derde lid wordt benadrukt dat de voorgaande leden niet van
                            toepassing zijn op zelfstandigen.</al><al>Hiervoor is gekozen, omdat bij bijstandsverlening aan zelfstandigen alle
                            beschikbare vermogensbestanddelen, inclusief het vermogen dat is belegd
                            in de eigen woning, bestemd zijn voorhet eigen bedrijf of zelfstandig
                            beroep.</al><al>Zoals bij de algemene toelichting al is vermeld, zijn de nadere
                            voorwaarden waaronder bijstand in devorm van een geldlening onder
                            verband van hypotheek of onder vestiging van pandrecht dient teworden
                            verleend, neergelegd in een afzonderlijk besluit van het dagelijks
                            bestuur. Dit besluit komtgrotendeels overeen met het voormalige Besluit
                            krediethypotheek bijstand.</al><al/><al>Hoofdstuk 2 PANDRECHT</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Hiervoor geldt dezelfde toelichting als bij artikel 1, met dien
                            verstande dat daar waar gesproken wordtover hypotheek er hier sprake is
                            van pand.</al><al/><al>Hoofdstuk 3: AFSTEMMING</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Het eerste lid van dit artikel koppelt aan de bijstandsverlening de
                            verplichting dat de belanghebbendemeewerkt aan de vstiging van een
                            hypotheek of pandrecht.</al><al>De hier vermelde systematiek sluit aan bij de systematiek van de Abw.
                            Essentieel voor dezekerheidsstelling is namelijk de totstandkoming van
                            een hypotheek- of pandovereenkomst. Als eenbelanghebbende niet meewerkt,
                            kan er geen zekerheid worden verkregen en dient er geen bijstand te</al><al>worden verleend. Reeds verleende bijstand in de vorm van een voorschot
                            dient te wordenterugbetaald.</al><al/><al>Hoofdstuk 4 SLOTBEPALINGEN</al><al>Artikelen 4 en 5</al><al>Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>