<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR9078_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag 2009 Wet werk en bijstand (WWB)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasroute, 29-01-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag 2009 Wet werk en bijstand (WWB)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Maasroute, 29-01-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld door het AB van de ISD Midden-Langstraat</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag 2009 Wet werk en bijstand (WWB)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Verordening langdurigheidstoeslag 2009 Wet werk en</al><al>bijstand</al><al>Het algemeen bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst
                            Midden-Langstraat, gezien het advies van de kamer WWB van de klantenraad
                            gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk,</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 4 december 2008,</al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d en 36 van de Wet werk
                            en bijstand, overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van
                            langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan
                            65 jaar bij verordening te regelen;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG 2009 WET WERK EN
                            BIJSTAND</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Wet werk en bijstand</al></li><li nr="b."><al>Referteperiode: een periode van 60 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum, waarbij periodes voor het bereiken van de 18-jarige
                                    leeftijd buiten aanmerking blijven.</al></li><li nr="c."><al>Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op
                                    langdurigheidstoeslag ontstaat.</al></li><li nr="d."><al>Bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                    wet</al></li><li nr="e."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
                                    dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een
                                    beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de
                                    referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
                                    artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.</al></li><li nr="f."><al>Gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de
                                    wet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het dagelijks
                            bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>RECHT OP LANGDURIGHEIDSTOESLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking
                                voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een
                                onafgebroken periode van 60 maanden aangewezen is geweest op een
                                inkomen dat niet hoger is dan 105% van de voor hem geldende
                                bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als
                                bedoeld in artikel 34 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan
                                wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden € 486,</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder € 435 en</al></li><li nr="c."><al>voor een alleenstaande € 3411.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het
                                recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13
                                lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
                                een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele
                                verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de
                                gehuwdennorm op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het dagelijks
                            bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            langdurigheidstoeslag 2009 Wet werk en bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur
                            van 15 december 2008</al><al>de secretaris, de voorzitter,</al><al/><al>Toelichting verordening langdurigheidstoeslag 2009 Wet werk en
                            bijstand</al><al/><al>Algemeen</al><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d WWB dient de gemeenteraad bij
                            verordening regels vast te leggen met betrekking tot het verlenen van
                            een langdurigheidstoeslag. Omdat regeling en bestuur van de WWB
                            overgedragen zijn aan de ISD Midden-Langstraat is het vaststellen van de
                            verordening langdurigheidstoeslag een bevoegdheid van het algemeen
                            bestuur.</al><al/><al>De regels in de verordening dienen in ieder geval betrekking te hebben
                            op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling
                            wordt gegeven aan de begrippen langdurig, laag inkomen en gebrek aan
                            inkomensperspectief, zoals die in artikel 36 lid 1 WWB worden gebruikt.
                            In deze verordening is gekozen voor invulling die rekening houdt met de
                            jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de in de huidige
                            regeling en uitvoeringspraktijk gesignaleerde tekortkomingen. Voorts is
                            gekozen voor een invulling die zo veel mogelijk ongewenste
                            armoedevaleffecten voorkomt.</al><al/><al>Evenals onder de oude regeling het geval was, bepaalt de wet dat de
                            toeslag op aanvraag wordt verstrekt. Dit sluit de mogelijkheid voor
                            ambtshalve toekenning uit. Het kabinet geeft daarbij aan dat het gaat om
                            een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk individueel
                            geval beoordeeld moet worden of er een recht bestaat.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al/><al>Artikel 1</al><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde
                            betekenis als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als
                            zodanig niet in de WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze
                            verordening. </al><al/><al>Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende
                            definitie opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht geeft om in
                            de verordening regels te geven met betrekking tot het begrip ‘langdurig,
                            laag inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de
                            toepassing van artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de
                            gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de bestaande
                            uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever bedoelde)
                            invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB (tekst tot
                            1-1-2009).</al><al/><al>Artikel 36 WWB (tekst tot 1-1-2009) schreef een referteperiode van 5
                            jaar voor. Deze verordening sluit hierbij aan. Omdat de referteperiode
                            op zijn vroegst kan gaan lopen bij het bereiken van de 18-jarige
                            leeftijd betekent dit in de praktijk dat 21- en 22-jarigen uitgesloten
                            blijven van de langdurigheidstoeslag. Dit wordt niet bezwaarlijk geacht,
                            omdat deze categorie veelal voldoende mogelijkheden zal hebben op
                            inkomensverbetering.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>De uitvoering van de WWB is overgedragen aan de ISD. In samenhang met
                            het artikel 36 betekent dit dat het dagelijks bestuur bevoegd is de
                            aanvragen te behandelen.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                            gemiddeld niet hoger is dan 105% van de bijstandsnorm. Door te kiezen
                            voor 105% in plaats van voor 100% is duidelijk dat een belanghebbende
                            met een inkomen op of net boven het minimumniveau krachtens een andere
                            inkomensbron dan de WWB toch in aanmerking kan komen voor het recht op
                            langdurigheidstoeslag. Door te kiezen voor 105% van de bijstandsnorm zal
                            een inkomensachteruitgang bij werkaanvaarding met een inkomen op of rond
                            bijstandsniveau niet leiden tot verlies van de langdurigheidstoeslag. </al><al/><al>Evenmin zal kortstondige werkaanvaarding en een terugval in een
                            uitkeringssituatie niet tot gevolg hebben dat iemand vervolgens meerdere
                            jaren verstoken blijft van een langdurigheidstoeslag.</al><al/><al>De inkomensgrens is gesteld op 105% van de geldende bijstandsnorm. Er is
                            bewust niet voor gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe
                            te kennen bij een hoger inkomen, vallend binnen de grenzen van het
                            gemeentelijke minimabeleid. Dit doet afbreuk aan het waarmaken van het
                            inkomensperspectief. Verder is een inkomen van bijvoorbeeld 112% van de
                            bijstand niet te rijmen met de wettelijke uitsluiting van
                            belanghebbenden van 65 jaar of ouder. Zij zijn immers uitgesloten van
                            het recht op langdurigheidstoeslag, omdat hun inkomen al voldoende hoger
                            zou zijn dan de bijstandsnorm voor belanghebbenden tot 65 jaar. Het
                            verschil is echter maar ongeveer 5 tot 9 % (precieze percentage is
                            afhankelijk van de vraag of iemand een alleenstaande, alleenstaande
                            ouder of gehuwde is). Het hanteren van een grens van 112% zou daarom
                            maken dat de uitsluiting van 65-plussers in dat geval strijdig is met
                            het verbod op leeftijdsdiscriminatie zoals dat is vastgelegd in artikel
                            26 van Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.
                            De feitelijke ruimte is dus beperkt tot een grens van maximaal ongeveer
                            105 % van de bijstandsnorm. Deze ruimte is nu benut.</al><al/><al>Het tweede lid zondert studenten expliciet uit van het recht op
                            langdurigheidstoeslag. In de Nota van Toelichting bij het wetsontwerp
                            geeft het kabinet aan dat studenten niet worden geacht te behoren tot de
                            doelgroep van de langdurigheidstoeslag (in de huidige wettelijke
                            bepalingen zijn studenten al uitgesloten). De overweging hierachter is
                            dat bij studenten, die zich met hun studie voorbereiden op de
                            beroepspraktijk op hoger niveau, geen sprake is van een gebrek aan
                            inkomensverbetering.</al><al/><al>Artikel 4</al><al>De hoogte van de toeslag sluit aan bij de bedragen die gelden voor de
                            langdurigheidstoeslag zoals deze tot 1 januari 2009 van toepassing is. </al><al>In dit artikel is verder vastgelegd welk bedrag op de peildatum van
                            toepassing is als een van de gehuwden uitgesloten is van het recht op
                            langdurigheidstoeslag. Verder regelt het vierde lid de jaarlijkse
                            bijstelling per 1 januari van de hoogte van de toeslag.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>Dit artikel maakt het mogelijk in onvoorziene omstandigheden naar bevind
                            van zaken te handelen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>