<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>90753_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen gehandicapten 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-02-25</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen gehandicapten 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier=""> Wet voorzieningen gehandicapten</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening voorzieningen gehandicapten 2002</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30
                        oktober 2001, nr. 220;</al><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet
                        voorzieningen gehandicapten van de Gemeentewet;</al><al><vet>besluit :</vet></al><lijst><li nr="1."><al>vaststellen van de Verordening voorzieningen gehandicapten 2002
                                onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Wet voorzieningen
                                gehandicapten 1998;</al></li><li nr="2."><al>instemmen met de toelichting op de Verordening voorzieningen
                                gehandicapten 2002;</al></li><li nr="3."><al>vaststellen van het Financieel besluit voorzieningen gehandicapten
                                2002 behorende bij “Verordening voorzieningen gehandicapten 2002”
                                onder gelijktijdige intrekking van het Financieel besluit
                                voorzieningen gehandicapten behorende bij “Verordening Wet
                                voor-zieningen gehandicapten 1998”;</al></li><li nr="4."><al>deze Verordening treedt in werking op 1 januari 2002.</al></li></lijst><al></al><al><vet>Verordening voorzieningen gehandicapten 2002</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">1.</nr><titel status="officieel">Algemene bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr status="officieel">1.</nr><titel status="officieel">Begripsbepalingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.1</nr><titel status="officieel">Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>Wet: </vet>De Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg)
                                        (Staatsblad 1993, 545).</al></li><li nr="b."><al><vet>Voorziening: </vet>Een woonvoorziening, een
                                        vervoervoorziening of een rolstoel.</al></li><li nr="c."><al><vet>Woonruimte: </vet>Besloten ruimte die, al dan niet
                                        tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt
                                        is voor bewoning door een huishouden en nader te
                                        onderscheiden in:</al><al><vet><onderstreept></onderstreept></vet><vet><onderstreept>zelfstandige
                                                woonruimte</onderstreept></vet><onderstreept>:</onderstreept></al><al><onderstreept></onderstreept>een woonruimte welk een eigen toegang heeft
                                        en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat
                                        dit afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                        ruimte en<vet><onderstreept></onderstreept></vet></al><al><vet><onderstreept>onzelfstandige
                                            woonruimte:</onderstreept></vet></al><al><vet><onderstreept></onderstreept></vet>een woonruimte welke door het
                                        ontbreken van een eigen toegang en/of wezenlijke
                                        voorzieningen niet als zelfstandige woonruimte kan worden
                                        aangemerkt.</al><al>Onder woonruimte wordt ook verstaan woonschip of
                                        woonwagen.</al><al>Met woonschip wordt bedoeld een vaartuig uitsluitend of
                                        hoofdzakelijk gebezigd als of bestemd tot woon- of
                                        nachtverblijf van een of meer personen;</al><al>Met woonwagen wordt bedoeld een woonwagen als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Woonwagenwet (Staatsblad 1968, nr 98).</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al><vet>Ergonomische belemmering</vet>: Bouwkundige of
                                        woontechnische belemmering, die aantoonbaar in de weg staat
                                        bij het normale gebruik van de woonruimte en die
                                        rechtstreeks ondervonden wordt als gevolg van lichamelijke
                                        functionele beperkingen van de belanghebbende. Een en ander
                                        voor zover de belemmering niet voortvloeit uit de aard van
                                        de gebruikte materialen.</al></li><li nr="e."><al><vet>Hoofdverblijf</vet>: De woonruimte waar de gehandicapte
                                        zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres
                                        hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
                                        is ingeschreven, dan wel zal zijn ingeschreven.</al></li><li nr="f."><al><vet>Gemeenschappelijke ruimte(n): </vet>Gedeelte(n) van een
                                        woongebouw, niet-behorende tot de onderscheiden woningen,
                                        bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte
                                        vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken.</al></li><li nr="g."><al><vet>Inkomen</vet>: Het bruto-inkomen per maand uit loon of
                                        sociale uitkering exclusief vakantietoeslag, inclusief
                                        overhevelingstoeslag, alsmede inkomsten uit alimentatie,
                                        verminderd met de daarover verschuldigde loonbelasting,
                                        sociale verzekeringspremies en pensioen-premies, waarbij
                                        voor:</al><al>gehandicapten jonger dan 18 jaar, uitgegaan wordt van het
                                        inkomen van de ouders of pleegouders; </al><al></al><al>gehandicapten met een echtgeno(o)t(e) in de zin van artikel
                                        1, lid 2 t/m 4 Wvg uit-gegaan wordt van het gezamenlijk
                                        inkomen van de gehandicapte en zijn/haar
                                        echtgeno(o)t(e);</al><al></al><al>gehandicapten die permanent in een inrichting verblijven het
                                        inkomen verminderd wordt met de verschuldigde AWBZ-bijdrage
                                        in verband met de kosten van verblijf in die
                                        inrichting.</al></li><li nr="h."><al><vet>Norminkomen: </vet>Het norminkomen wordt gesteld op 1,5
                                        maal de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 30 sub c. van
                                        de Algemene bijstandswet. Voor gehandicapten die permanent
                                        in een inrichting verblijven wordt het norminkomen, gesteld
                                        op 1,5 maal de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 31 lid 1
                                        sub b van de Algemene bijstandswet.</al></li><li nr="i."><al><vet>Inrichting</vet>: en inrichting als bedoeld in artikel
                                        8, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
                                        (AWBZ) (Staatsblad 1967, nr. 617).</al></li><li nr="j."><al><vet>Peildatum</vet>: de eerste dag van de maand waarin de
                                        aanvraag is gedaan en in geval van verlenging van en eerder
                                        verstrekte voorziening, de eerste dag van het kalenderjaar
                                        waarin sprake is van verlenging.</al></li><li nr="k."><al><vet>Gemaximeerde vergoeding</vet>: het bedrag dat ten
                                        hoogste wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de
                                        inkomensgrens.</al></li><li nr="l."><al><vet>Financiële tegemoetkoming</vet>: een tegemoetkoming in
                                        de kosten van een voorziening.</al></li><li nr="m."><al><vet>Forfaitair bedrag</vet>: een vastgesteld bedrag dat
                                        wordt verstrekt los van de werkelijke kosten van een
                                        voorziening.</al></li><li nr="n."><al><vet>Collectief Vraagafhankelijk Vervoer Leidse Regio (CVV
                                            Leidse Regio): </vet>het openbaar vervoerssysteem voor
                                        de Leidse Regio dat op verzoek van de passagier het vervoer
                                        regelt van deur tot deur.</al></li><li nr="o."><al><vet>Leidse Regio</vet>: de gemeenten Alkemade, Leiden,
                                        Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude.</al></li><li nr="p."><al><vet>Regulier openbaar vervoer</vet>: het openbaar vervoer
                                        via vaste netlijnen en op vaste tijden.</al></li><li nr="q."><al><vet>Basis OV-tarief: </vet>het tarief per zone in het
                                        regulier openbaar vervoer, waarbij geen rekening is
                                        gehou-den met een lager tarief voor specifieke groepen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 2 Bereik van de verordening</label></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.2</nr><titel status="officieel">Voorwaarden voor verstrekking</titel></kop><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze in overwegende mate op het individu is gericht;</al></li><li nr="b."><al>deze geschikt en langdurig noodzakelijk is om diens
                                        belemmeringen op het gebied van het wonen of het zich binnen
                                        of buiten de woning verplaatsen, op te heffen of aanzienlijk
                                        te verminderen;</al></li><li nr="c."><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als een adequate
                                        voorziening kan worden aangemerkt en indien er de keuze is
                                        tussen meerdere adequate voorzieningen die voorziening
                                        verstrekt zal worden die niet duurder is dan
                                        noodzakelijk;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan
                                        tot de resterende technische levensduur van de woonruimte,
                                        het vervoermiddel of de rolstoel.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.3</nr><titel status="officieel">Uitsluitingen</titel></kop><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling of
                                        enige privaatrechtelijke overeenkomst aanspraak op de
                                        voorziening bestaat.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr status="officieel">3</nr><titel status="officieel">De procedure met betrekking tot toekenning,
                                herziening, beëindiging en terugvordering van voorzieningen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.4</nr><titel status="officieel">De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De aanvraag om een voorziening wordt door of namens de
                                    gehandicapte ingediend.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Voor het indienen van een aanvraag voor een voorziening en het
                                    verstrekken van gegevens wordt gebruik gemaakt van het door het
                                    college van burgemeester en wethouders vastgestelde
                                    formulier.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.5</nr><titel status="officieel">De adviseur</titel></kop><al>Ter beoordeling van het recht op een voorziening kan het college van
                                burgemeester en wethouders advies vragen aan een ter zake deskundige
                                adviseur, die dient te beschikken over medische kennis op het niveau
                                van een arts, sociale kennis, ergonomische kennis en technische
                                kennis.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.6</nr><titel status="officieel">Inlichtingen en advies</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, voor
                                    zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de
                                    aanspraak op een voorziening, de gehandicapte op te roepen in
                                    persoon te verschijnen op een door het college van burgemeester
                                    en wethouders te bepalen plaats en tijdstip en te doen
                                    ondervragen dan wel door één of meerdere daartoe aangewezen
                                    deskundigen te doen onderzoeken.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De gehandicapte is verplicht aan het college van burgemeester en
                                    wethouders of aan de deskundige adviseur alle gegevens te
                                    verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De gehandicapte dient op verzoek van het college van
                                    burgemeester en wethouders aan te tonen, door middel van
                                    rekeningen, kwitanties, betaalbewijzen e.d., dat de voorziening
                                    is aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.7</nr><titel status="officieel">Wijziging in de situatie</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is
                                    toegekend, is ver-plicht aan het college van burgemeester en
                                    wethouders mededeling te doen van feiten en omstandigheden
                                    waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed
                                    kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de
                                    gehandicapte, na toe-kenning van een voorziening op grond van
                                    deze verordening, op te roepen teneinde vast te stellen of de
                                    omstandigheden die hebben geleid tot toekenning van de
                                    voorziening ongewijzigd zijn.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.8</nr><titel status="officieel">Gronden voor weigering</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders weigert de gevraagde
                                voorziening in ieder geval indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager niet behoort tot de doelgroep van de wet;</al></li><li nr="b."><al>niet voldaan wordt aan de in deze verordening genoemde
                                        voorwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de gevraagde voorziening naar het oordeel van het college
                                        van burgemeester en wethouders niet medisch noodzakelijk
                                        is;</al></li><li nr="d."><al>de gevraagde voorziening naar het oordeel van het college
                                        van burgemeester en wethouders weliswaar adequaat is, maar
                                        er tevens een andere adequate voorzie-ning verstrekt kan
                                        worden die minder duur is;</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag een voorziening betreft die reeds voor de
                                        aanvraagdatum door de gehandicapte is gerealiseerd;</al></li><li nr="f."><al>indien een voorziening als waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft, reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed of
                                        verstrekt en de normale afschrijvingsduur voor die
                                        voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder
                                        vergoede of verstrekte voorziening geheel of gedeeltelijk
                                        verloren is gegaan als gevolg van feiten of omstandigheden
                                        die niet aan de gehandicapte zijn toe te rekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.9</nr><titel status="officieel">Eisen aan de beschikking</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Indien een voorziening wordt toegekend, wordt in de beschikking
                                    vermeld: de voorwaarden waaraan rechthebbende dient te voldoen
                                    alvorens tot verstrekking kan worden overgegaan, de aard en
                                    omvang van de voorziening en voor welk doel de voorziening
                                    aangewend dient te worden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Indien een voorziening voor bepaalde tijd wordt verstrekt, wordt
                                    in de beschikking tevens de geldigheidsduur vermeld.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.10</nr><titel status="officieel">Beëindiging en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een voorziening
                                    beëindigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij of
                                            krachtens deze verorde-ning;</al></li><li nr="b."><al>de voorziening is verleend op grond van door betrokkene
                                            onjuiste of onvol-ledig verstrekte inlichtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Een verleende voorziening wordt van de gehandicapte
                                    teruggevorderd bij de in het eerste lid onder a. en b. bedoelde
                                    gevallen, dan wel blijkt dat de voorziening niet wordt aangewend
                                    voor het doel waarvoor deze is verleend.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Tot terugvordering zal worden overgegaan nadat het besluit tot
                                    beëindiging onherroepelijk geworden is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr status="officieel">4</nr><titel status="officieel">Hoogte van financiële tegemoetkomingen,
                                forfaitaire bedragen en gemaximeerde vergoedingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1.11</nr><titel status="officieel">Hoogte bedragen</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt de hoogte van de in
                                deze verordening genoemde voorzieningen vast in het Financieel
                                Besluit voorzieningen gehandicapten.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">2</nr><titel status="officieel">Woonvoorzieningen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr status="officieel">1</nr><titel status="officieel">Algemeen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.1</nr><titel status="officieel">Soorten woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan één of meer van
                                    de volgende woon-voorzieningen verstrekken, zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>verhuizing en inrichting;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte-aanpassing;</al></li><li nr="c."><al>woonvoorziening van niet-bouwkundige of woontechnische
                                            aard;</al></li><li nr="d."><al>kosten in verband met woonruimte-aanpassing:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">·</lidnr><al>onderhoud, keuring en reparatie;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">·</lidnr><al>tijdelijke huisvesting;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">·</lidnr><al>huurderving;</al></lid><lid><lidnr status="officieel">·</lidnr><al>verwijderen van woonvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent de in het
                                    eerste lid onder a. genoemde voorziening en de onder d. genoemde
                                    kosten van onderhoud en keuring in de vorm van een gemaximeerde
                                    vergoeding.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent de in het
                                    eerste lid onder b., c. en d. genoemde voorzieningen, exclusief
                                    de onder d. genoemde kosten van onderhoud en keuring, als
                                    financiële tegemoetkoming.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de in het eerste
                                    lid onder b. genoemde voorziening ook als gemaximeerde
                                    vergoeding verstrekken en de in het eerste lid, onder c,
                                    genoemde voorziening ook als voorziening in natura
                                    verstrekken.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.2</nr><titel status="officieel">itbetaling woonvoorziening</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>De voorziening, vermeld in artikel 2.1, eerste lid onder b en d,
                                    uitgezonderd tijdelijke huisvesting, wordt verleend aan de
                                    eigenaar van de woonruimte.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>De voorziening, vermeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, c en
                                    onder d. tijdelijke huisvesting, wordt verleend aan de
                                    hoofdbewoner van de woonruimte.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.3</nr><titel status="officieel">itsluitingen</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid wordt
                                    niet verleend indien en voor zover het voorzieningen aan
                                    hotels/pensions, trekkerswoonwagens, inrichtingen,
                                    vakantiewoningen, tweede woningen en onzelfstandige woonruimten
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder
                                    a en b, wordt niet verleend indien en voor zover:</al><lijst><li nr="a"><al>de ondervonden ergonomische belemmeringen voortvloeien
                                            uit de aard van de in de woonruimte gebruikte materialen
                                            of uit de slechte staat van onderhoud van de
                                            woonruimte;</al></li><li nr="b"><al>ten tijde van het betrekken van de woonruimte
                                            voorzienbaar was dat in deze woonruimte ergonomische
                                            belemmeringen zouden worden ondervonden;</al></li><li nr="c"><al>de gehandicapte zijn huidige woonruimte zonder recht of
                                            titel bewoont.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr status="officieel">2</nr><titel status="officieel">Verhuizing en inrichting</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.4</nr><titel status="officieel">Het recht op een voorziening in de
                                    verhuis- en inrichtingskosten</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts een
                                voorziening in de verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in
                                artikel 2.1, eerste lid onder a, indien in de te verlaten woonruimte
                                aantoonbare ergonomische belemmeringen worden ondervonden, dan wel
                                op basis van deskundigenonderzoek blijkt dat deze belemmeringen op
                                korte termijn zullen worden ondervonden, en deze in de te betrekken
                                woonruimte niet of nauwelijks aanwezig zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Andere voorwaarden voor verstrekking van een voorziening in
                                    de verhuis- en inrichtingskosten</titel></kop><al></al><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
                                        een voorziening in de verhuis- en inrichtingskosten,
                                        indien:</al><lijst><li nr="a"><al>de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat de
                                                aanvraag bij het college van burgemeester en
                                                wethouders is ingediend;</al></li><li nr="b"><al>de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat
                                                wonen;</al></li><li nr="c"><al>de gehandicapte verhuist vanuit of naar een
                                                woonruimte die geschikt is om het gehele jaar door
                                                te worden bewoond;</al></li><li nr="d"><al>de gehandicapte niet verhuist naar een
                                                AWBZ-inrichting of een andere onzelfstandige
                                                woonruimte.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een
                                        voorziening verlenen in de verhuis- en inrichtingskosten als
                                        bedoeld in artikel 2.1, aanhef en eerste lid onder a, aan
                                        een persoon die ten behoeve van een gehandicapte een
                                        aangepaste woonruimte ontruimt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 3 Woonruimte-aanpassing</label></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.6</nr><titel status="officieel">Het recht op woonruimte-aanpassing</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders verlenen slechts een
                                voorziening in de kosten van woonruimte-aanpassing indien de
                                aanpassing leidt tot opheffing of aanzienlijke vermindering van de
                                ergonomische belemmeringen die een gehandicapte bij het normale
                                gebruik van zijn woonruimte ondervindt en </al><lijst><li nr="·"><al>een verhuizing niet te realiseren is, of</al></li><li nr="·"><al>een verhuizing duurder is dan een woonruimte-aanpassing
                                        of</al></li><li nr="·"><al>een verhuizing vanwege sociale omstandigheden naar het
                                        oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet
                                        gewenst is.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.7</nr><titel status="officieel">Voorwaarden voor verlenen
                                    woonvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
                                        een woonvoorziening indien de gehandicapte zijn
                                        hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan
                                        de voorziening wordt getroffen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                        voorziening worden verleend voor het aanpassen van één
                                        woonruimte indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft
                                        in een AWBZ-inrichting en regelmatig deze woonruimte
                                        bezoekt. Tevens dient de gemeente waar de gehandicapte zijn
                                        hoofdverblijf heeft te verklaren, dat haar niet bekend is
                                        dat reeds eerder een woonruimte bezoekbaar gemaakt is.</al><al>De voorziening betreft slechts een tegemoetkoming in de
                                        kosten van het bezoekbaar maken van de woonruimte. Hieronder
                                        wordt verstaan dat de gehandicapte de woonruimte, de
                                        woonkamer, één toilet, één slaapkamer en de badruimte kan
                                        bereiken.</al><al>Deze aanvraag wordt ingediend in de gemeente waar de aan te
                                        passen woning staat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Aanvang werkzaamheden en bezichtiging van de woonruimte in
                                    verband met woonruimte-aanpassing</titel></kop><al></al><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts
                                        de in artikel 2.6 bedoelde voorziening, indien:</al><lijst><li nr="a"><al>met de werkzaamheden waarop de voorziening
                                                betrekking heeft, geen aanvang is genomen voordat
                                                Burgemeester en Wethouders positief hebben beslist
                                                op de aanvraag;</al></li><li nr="b"><al>door het college van burgemeester en wethouders
                                                aangewezen personen op een of meer door hen te
                                                bepalen tijdstippen toegang is geboden tot dat
                                                gedeelte van de woonruimte waar de
                                                woonruimte-aanpassing wordt verricht;</al></li><li nr="c"><al>deze personen inzage wordt gegeven in de bescheiden
                                                en tekeningen welke betrekking hebben op de
                                                woonruimte-aanpassing en de gelegenheid is geboden
                                                tot het controleren van de
                                                woonruimte-aanpassing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan van het
                                        bepaalde in het eerste lid, onder a, afwijken, indien
                                        bijzondere spoedeisende medische omstandigheden daar-toe
                                        aanleiding geven.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.9</nr><titel status="officieel">Woonruimte-aanpassingen van
                                    gemeenschappelijke ruimten</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een voorziening
                                verlenen voor het aanpassen van gemeenschappelijke ruimten indien
                                zonder deze voorziening de woonruimte voor de gehandicapte
                                ontoegankelijk blijft. </al><al>Deze zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>het verbreden van de toegangsdeuren;</al></li><li nr="b."><al>het aanbrengen van voorzieningen in verband met de bediening
                                        van de deuren;</al></li><li nr="c."><al>de aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de
                                        toegang van het gebouw mits de woningen te bereiken zijn met
                                        een rolstoel;</al></li><li nr="d."><al>drempelhulpen of vlonders;</al></li><li nr="e."><al>het aanbrengen van extra trapleuning bij een
                                        portiekwoning;</al></li><li nr="f."><al>een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van
                                        het woongebouw;</al></li><li nr="g."><al>een combinatie van de onder a tot en met f genoemde
                                        voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.10</nr><titel status="officieel">Kosten in verband met tijdelijke
                                    huisvesting</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college burgemeester en wethouders kan een voorziening
                                    verlenen in de nood-zakelijk geachte kosten van tijdelijke
                                    huisvesting die door de gehandicapte worden gemaakt in verband
                                    met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de door de
                                    gehandicapte nog te betrekken woonruimte, alleen voor de periode
                                    dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de
                                    woonruimte-aanpassing niet bewoond kan worden en de gehandicapte
                                    voor dubbele woonlasten komt te staan.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Een voorziening in verband met tijdelijke huisvesting wordt
                                    alleen verleend als de gehandicapte redelijkerwijs niet had
                                    kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De termijn gedurende welke een voorziening van tijdelijke
                                    huisvesting als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt,
                                    bedraagt ten hoogste zes maanden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>In de in het eerste lid bedoelde gevallen kan alleen een
                                    voorziening worden verleend als deze kosten worden gemaakt in
                                    verband met:</al><lijst><li nr="a"><al>tijdelijk betrekken van een woonruimte;</al></li><li nr="b"><al>langer moeten aanhouden van de te verlaten
                                            woonruimte.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">2.11</nr><titel status="officieel">Kosten in verband met huurderving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college burgemeester en wethouders kan een voorziening
                                        in de kosten van huurderving verlenen, indien ten gevolge
                                        van de huurbeëindiging van een aange-paste woonruimte sprake
                                        is van derving van huurinkomsten.</al></li><li nr="2."><al>De termijn gedurende welke een voorziening in de kosten van
                                        huurderving als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt,
                                        bedraagt ten hoogste zes maanden.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de voorziening is gelijk aan de noodzakelijk
                                        te maken huurkosten met een maximum gelijk aan de restwaarde
                                        van de aangebrachte woonvoorzie-ningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Verwijdering van woonruimte-aanpassing waarvoor een
                                    overheidsbijdrage is verstrekt</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een voorziening
                                verlenen in de kosten van verwijdering van een woonruimte-aanpassing
                                als de woonruimte in de huidige staat niet opnieuw verhuurbaar
                                is.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">3</nr><titel status="officieel">Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3.1</nr><titel status="officieel">Soorten vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vervoersvoorziening verstrekken,
                            bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a"><al>een gemaximeerde vergoeding voor het gebruik van het CVV
                                            Leidse Regio, uit te betalen aan de exploitant van het
                                            CVV Leidse Regio, </al></li><li nr="b"><al>met daarbij een gemaximeerd bedrag dat voor vervoer als
                                            genoemd onder artikel 3.1 tweede lid sub a en b en/of
                                            voor het CVV Leidse Regio kan worden aangewend.</al></li><li nr="c"><al>een gemaximeerd bedrag voor de meerkosten van het CVV
                                            voor personen van 65 jaar en ouder. Deze extra
                                            vergoeding bestaat uit het verschil tussen het basis
                                            OV-tarief per zone bij gebruik van het CVV Leidse Regio
                                            en het OV-tarief per zone dat geldt voor een persoon in
                                            het bezit van een 65+ pas bij gebruik van het regulier
                                            openbaar vervoer. Het verschil wordt vergoed over
                                            maximaal het aantal zones dat is verreden met
                                            gebruikmaking van de onder a bedoelde vergoeding. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>een gemaximeerde vergoeding in de kosten van het gebruik
                                    van:</al><lijst><li nr="a"><al>een eigen auto of een taxi of vervoer door derden;</al></li><li nr="b"><al>een rolstoeltaxi;</al></li><li nr="c"><al>een bruikleenauto/buitenwagen met
                                            verbrandingsmotor;</al></li><li nr="d"><al>een ander verplaatsingsmiddel dan de in sub a, b of c.
                                            genoemde.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>een tegemoetkoming in de kosten van:</al><lijst><li nr="a"><al>een invalidenparkeerkaart en/of -plaats;</al></li><li nr="b"><al>aanpassing van de eigen auto;</al></li><li nr="c"><al>aanschaf en/of aanpassing van een ander
                                            verplaatsingsmiddel.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>een al dan niet aangepaste voorziening in natura in de vorm
                                    van:</al><lijst><li nr="a"><al>een open elektrische buitenwagen/scootermobiel;</al></li><li nr="b"><al>een gesloten buitenwagen;</al></li><li nr="c"><al>een auto;</al></li><li nr="d"><al>een ander verplaatsingsmiddel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>een combinatie van de onder of binnen 1, 2 3 en 4 vermelde
                                    vervoers-voorzieningen.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3.2</nr><titel status="officieel">Het recht op een vervoersvoorziening</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts een
                                vervoersvoor-ziening wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van
                                ziekte of gebrek daartoe nopen.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts een
                                vervoersvoor-ziening als bedoeld in artikel 3.1 eerste en tweede
                                lid, en de voorziening als bedoeld in artikel 3.1 derde lid sub c,
                                indien het inkomen niet meer bedraagt dan het norminkomen als
                                bedoeld in artikel 1.1 onder h.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders houdt bij de verstrekking
                                van een vervoersvoorziening rekening met de individuele
                                vervoersbehoefte.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent geen voorziening
                                als bedoeld in artikel 3.1 indien gebruik kan worden gemaakt van het
                                regulier openbaar vervoer.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts een
                                voorziening als bedoeld in artikel 3.1 tweede lid als geen gebruik
                                kan worden gemaakt van het CVV Leidse Regio.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>De gehandicapte kan slechts voor een voorziening als bedoeld in
                                artikel 3.1 derde lid sub b en vierde lid sub c in aanmerking komen
                                indien geen van de overige in artikel 3.1 genoemde voorzieningen als
                                adequaat kan worden aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">3.3</nr><titel status="officieel">Bepalingen ten aanzien van de
                                verstrekking</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Het vrij besteedbare bedrag als bedoeld in artikel 3.1 eerste lid
                                sub b en in artikel 3.1 tweede lid sub a en b is voor zover dit
                                gebruikt wordt voor het CVV Leidse Regio bestemd voor de meerkosten
                                van het CVV Leidse Regio ten opzichte van het regulier openbaar
                                vervoer. Bij de berekening van deze meerkosten wordt uitgegaan van
                                het basis OV-tarief.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Met betrekking tot een verstrekking in natura wordt een
                                bruikleenovereenkomst gesloten.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De beschikking tot toekenning van een voorziening, als genoemd in
                                artikel 3.1, eerste en tweede lid, kan voor een bepaalde tijd worden
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">4.</lidnr><al>Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het
                                regulier openbaar vervoer en tenminste één van hen van hen geen
                                gebruik kan maken van het CVV Leidse Regio, en hun vervoersbehoeften
                                samenvallen, wordt aan elk van hen 50% van het maximumbedrag voor
                                een voorziening in de kosten van vervoer, als genoemd in artikel 3.1
                                tweede lid, toegekend.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">5.</lidnr><al>Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het
                                regulier openbaar vervoer en tenminste één van hen van hen geen
                                gebruik kan maken van het CVV Leidse Regio, en hun vervoersbehoeften
                                niet of niet volledig samenvallen, wordt aan elk 75% van het
                                maximumbedrag voor een voorziening in de kosten van vervoer, als
                                genoemd in artikel 3.1 tweede lid, toegekend.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">6.</lidnr><al>Voor zover echtgenoten beiden geen gebruik kunnen maken van het
                                regulier openbaar vervoer maar wel van het CVV Leidse Regio, wordt
                                aan hen ieder:</al><lijst><li nr="a"><al>het bedrag toegekend als bedoeld in artikel 3.1 eerste lid
                                        sub a;</al></li><li nr="b"><al>100% toegekend van het in artikel 3.1 eerste lid sub b
                                        bedoelde bedrag als dit bedrag uitsluitend zal worden
                                        ingezet voor reizen met het CVV Leidse Regio, of</al></li><li nr="c"><al>50% toegekend van het in artikel 3.1 eerste lid sub b
                                        bedoelde bedrag als dit bedrag zal worden ingezet voor
                                        vervoer zoals genoemd in artikel 3.1 eerste lid en/of 3.1
                                        tweede lid sub a dan wel b.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">7.</lidnr><al>Als bij echtgenoten één van hen geen gebruik kan maken van het
                                regulier openbaar vervoer, dan wordt deze echtgenoot voor de
                                toepassing van artikel 3.1. eerste en tweede lid aangemerkt als
                                alleenstaande.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">4</nr><titel status="officieel">Rolstoelen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4.1</nr><titel status="officieel">Soorten rolstoelen</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een rolstoelvoorziening
                            verstrekken die kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="1."><al>een voorziening in natura in de vorm van een handbewogen of
                                    elektrische (duw)rol-stoel voor verplaatsing binnen, dan wel
                                    binnen én buiten de woonruimte, dan wel aanpassingen
                                    daaraan;</al></li><li nr="2."><al>een forfaitair bedrag ten behoeve van de aanschaf en het
                                    onderhoud van een sportrolstoel.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4.2</nr><titel status="officieel">Het recht op een rolstoel</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Een gehandicapte komt voor een rolstoel in aanmerking wanneer
                                hij/zij aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek in
                                belangrijke mate op een rolstoel is aangewezen en hulpmiddelen op
                                grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziekte-kosten een onvoldoende
                                oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Geen rolstoel voor verplaatsing binnenshuis wordt toegekend voor de
                                periode van verblijf in een inrichting.</al></lid><lid><lidnr status="officieel">3.</lidnr><al>De gehandicapte kan in aanmerking komen voor een sportrolstoel
                                indien de gehandicapte zonder sportrolstoel niet in staat is tot
                                sportbeoefening.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">4.3</nr><titel status="officieel">Bepaling ten aanzien van de
                                verstrekking</titel></kop><al>Met betrekking tot een verstrekking in natura als bedoeld in artikel 4.1
                            wordt een bruikleenovereenkomst gesloten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr status="officieel">5</nr><titel status="officieel">Slotbepalingen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">5.1</nr><titel status="officieel">Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                                    gevallen ten gunste van de gehandicapte of eigenaar van de
                                    woonruimte afwijken van de bepalingen in deze verordening,
                                    indien strikte toepassing van de verordening tot onbillijkheden
                                    van zwaarwegende aard leidt.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen,
                                    waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college van
                                    burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan jaarlijks per 1
                                    januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen,
                                    zoals neergelegd in het financieel besluit voorzieningen
                                    gehandicapten, verhogen of verlagen conform de ontwik-kelingen
                                    van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                    of de Nea-norm.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening voorzieningen
                                    gehandicapten 2002' en treedt op 1 januari 2002 in werking.
                                </al></li><li nr="5."><al>Met inwerkingtreding van deze verordening komt de 'Verordening
                                    voorzieningen gehandicapten 1998' per 1 januari 2002 te
                                    vervallen.</al></li><li nr="6."><al>Aanvragen om toekenning van een voorziening welke betrekking
                                    hebben op een periode voor 1 januari 2002 zullen worden
                                    behandeld volgens de 'Verordening voorzieningen gehandicapten
                                    1998.</al></li><li nr="7."><al>In die gevallen waar reeds voor 1 januari 1998 een voorziening
                                    in de vorm van verstrekking van een vervoermiddel alsmede een
                                    volledige gemaximeerde vergoe-ding in de kosten van vervoer is
                                    toegekend, als bedoeld in artikel 3.1 tweede lid, kan deze
                                    gehandicapte van deze voorziening gebruik maken zolang hij/zij
                                    over dit vervoermiddel de beschikking heeft. Indien vervanging
                                    van dit vervoermiddel noodzakelijk is, wordt de gemaximeerde
                                    vergoeding in de kosten van vervoer gesteld op 50% van het
                                    maximumbedrag conform het gestelde in artikel 3.3 vierde
                                    lid.</al></li></lijst><al></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van</al><al>de raad van Leiderdorp op 10 december 2001,</al><al></al><al></al><al>de voorzitter,</al><al>M.Zonnevylle</al><al></al><al>de secretaris,</al><al>D.G.C. van der Spek (plv.)</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>