<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90706_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordering op de heffing en invordering van parkeerbelastingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2010, 52</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 234</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB10.0191</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de Verordering parkeerbelastingen. Ingangsdatum heffing: 1 januari 2011</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordering op de heffing en invordering van parkeerbelastingen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al> parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                                voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                personen, dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                                binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                                terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="b"><al> houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                motorrijtuig, dat is ingeschreven in het krachtens de
                                Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) aangehouden register van opgegeven
                                kentekens als houder wordt aangemerkt degene wiens naam in het voor
                                het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
                                het register was ingeschreven;</al></li><li nr="c"><al> parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip
                                van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke
                                opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam van "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><lijst><li nr="a"><al> een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                bij, dan wel een krachtens deze verordening in de daarin aangewezen
                                gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen
                                plaats, tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b"><al> een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van
                            degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a"><al> degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
                                    heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b"><al> zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
                                    onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig,
                                    met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="1e"><al> indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane
                                            huurovereenkomst wordt overgelegd, waaruit blijkt wie
                                            ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst
                                            de huurder van het voertuig was; niet de houder maar de
                                            huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                                            heeft geparkeerd;</al></li><li nr="2e"><al> indien blijkt, dat een ander in het kentekenregister
                                            had moeten staan ingeschreven, die ander wordt
                                            aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                                            geparkeerd.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
                            degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die
                            het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk
                            maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
                            voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
                            niet heeft kunnen voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van
                            degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van heffing en termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt
                            het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
                            parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze met inachtneming van de
                            door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
                        </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege
                            van voldoening op aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
                            aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het
                            tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de
                            aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
                            verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                        wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vervallen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kosten</titel></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                        artikel 2, onderdeel a, bedragen € 51,--.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De Verordening Parkeerbelastingen, vastgesteld bij Raadsbesluit van 29 maart
                        1996, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2011, met dien verstande
                        dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die
                        datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen
                        2011".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 december 2010.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen</titel></kop><al/><al>1.het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2,
                    onderdeel a, bedraagt:</al><al>1. Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart
                    ingedeeld als zone 1:</al><al>1. per tijdsduur van 60 minuten: € 1,73</al><al>1. Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart
                    ingedeeld als zone 2:</al><al>1. per tijdsduur van 60 minuten: € 1,12</al><al>1. Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart
                    ingedeeld als zone 4:</al><al>1. per tijdsduur van 60 minuten: € 1,12</al><al>1. voor belanghebbenden woonachtig of bedrijf houdende in zone 4 en die in het
                    bezit zijn van een belanghebbenden pas, per tijdsduur van 60 minuten: €
                    0,60</al><al>1. met een maximum van 60,-- per jaar;</al><al>Op terreinen en weggedeelten op de bij de verordening behorende kaart ingedeeld
                    als zone 5:</al><al> per tijdsduur van 60 minuten, met een maximum van 1 uur: € 1,73</al><al>2 Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b,
                    bedraagt :</al><al> a wanneer de aanvrager woont in een gebied waar mede door de vergunninghouders
                    te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en deze zijn gelegen in de
                    tariefzone 1 en/of 2, voor het dichtst bij woning gelegen parkeerterrein, per
                    jaar: € 35,70 ( € 8,93 per kwartaal of gedeelte daarvan);</al><al> b wanneer de aanvrager een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar mede
                    door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                    deze zijn gelegen in de tariefzone 1 en/of 2 en aantoont dat het in het belang
                    is van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                    motorvoertuig te parkeren:</al><lijst><li nr="-"><al>in zone 1 voor zes dagen per week € 357,00 per jaar ( € 29,75 per maand
                            of gedeelte daarvan);</al></li><li nr="-"><al>in zone 2 voor zes dagen per week € 178,50 per jaar ( € 14,88 per maand
                            of gedeelte daarvan).</al><al> c wanneer de aanvrager woont in tariefzone 4a waar mede door de
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                            zijn:</al><al> voor zone 4a en zone 2d, € 35,70 ( € 8,93 per kwartaal of gedeelte
                            daarvan);</al><al> d wanneer de aanvrager een beroep of bedrijf uitoefent in tariefzone 4a
                            waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                            aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens beroep- of
                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te
                            parkeren:</al><al> voor zone 4a en 2d, € 178,50 per jaar ( € 14,88 per maand of gedeelte
                            daarvan).</al><al> e wanneer een aanvrager een beroep uitoefent als (huis)arts,
                            verloskundige of psychiater in een gebied waar mede door
                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                            en deze zijn gelegen in de parkeerzone 1 t/m 5 en aantoont dat het in
                            het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in
                            dat gebied een motorvoertuig te parkeren, € 35,70 ( € 8,93 per kwartaal
                            of gedeelte daarvan </al></li></lijst><al>de parkeertarieven voor het Bernhardplein en de voor het parkeren op dit plein
                    af te geven abonnementen:</al><al>voor:</al><al>- de eerste 2 uren € 1,73 per uur</al><al>- voor ieder volgend uur € 2,14 per uur</al><al>- een abonnement voor:</al><al>een bewoner € 67,32 per jaar</al><al>een bedrijf van maandag t/m vrijdag € 433,17 per jaar</al><al>een bedrijf van maandag t/m zaterdag € 548,72 per jaar</al></bijlage></regeling></body></cvdr>