<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90702_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-02-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, art. 7 lid 10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Onbekend</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale
                werkvoorziening 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen de voorstellen van burgemeester en wethouders van 25 maart en 29
                        april 2008;</al><al>gezien het advies van de Commissie bestuur en maatschappij van 19 mei
                        2008;</al><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen
                        met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden budgetten, artikel 7
                        tweede tot vierde lid van de Wet sociale werkvoorziening; </al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale
                            werkvoorziening 2008</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begeleid werken: een dienstbetrekking bij een reguliere werkgever
                                onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 7 van de
                                Wsw;</al></li><li nr="b."><al>begeleidingsorganisatie: rechtspersoon die wordt ingeschakeld voor
                                het zoeken naar, danwel de begeleiding van de Wsw-geïndiceerde op
                                een begeleid werken plaats verzorgt;</al></li><li nr="c."><al>beschikbaar: in staat om zonder voorbehoud een aanbod tot passende
                                arbeid onder aangepaste omstandigheden te accepteren;</al></li><li nr="d."><al>College: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Leiderdorp;</al></li><li nr="e."><al>deskundigenrapport door een arbeidsdeskundige op te stellen rapport
                                dat de arbeidsplaats onderzoekt op passendheid gelet op de indicatie
                                en mogelijkheden van de geïndiceerde;</al></li><li nr="f."><al>de Wsw: de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="g."><al>geïndiceerde: blijkens een indicatiebeschikking of
                                herindicatiebeschikking tot de doelgroep van de Wsw behorende
                                persoon;</al></li><li nr="h."><al>periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de
                                werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten;</al></li><li nr="i."><al>periodieke vergoeding: de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie
                                te verstrekken in verband met het zoeken naar, danwel het begeleiden
                                van de Wsw-geïndiceerde op een begeleid werken plaats;</al></li><li nr="j."><al>Persoonsgebonden budget (PGB): voor de periodieke subsidie
                                beschikbaar bedrag afgeleid van het gemiddelde bedrag dat de
                                gemeente per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt verminderd met
                                de uitvoerings-, werkplekaanpassing en begeleidingskosten per
                                Wsw-geïndiceerde, dat beschikbaar is voor het bekostigen van een
                                begeleid werken plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bestanddelen persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget kent de volgende bestanddelen:</al><lijst><li nr="a."><al>de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden gemeentelijke
                                    uitvoeringskosten;</al></li><li nr="b."><al>de periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde
                                    in dienst is, bedoeld als een tegemoetkoming in de loonkosten in
                                    verband met de geringere arbeidsproductiviteit;</al></li><li nr="c."><al>de kosten voor de begeleiding van de Wsw-geïndiceerde bij de
                                    werkgever;</al></li><li nr="d."><al>de kosten voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                                    de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De totale kosten van de periodieke subsidie aan de werkgever, de
                            periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de bijkomende
                            kosten, mogen niet hoger zijn dan het gemiddelde budget dat beschikbaar
                            is voor een Wsw-plaats. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de totale kosten van het PGB hoger zijn dan het gemiddelde budget
                            dat beschikbaar is voor een Wsw-plaats, kan het College het PGB
                            financieren als hiervoor budget beschikbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de
                            subsidieverlening verbonden gemeentelijke uitvoeringskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                                rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden gemeentelijke
                                uitvoeringskosten voor elk te verstrekken persoonsgebonden budget
                                voor het daarop volgende kalenderjaar. Dit bedrag wordt jaarlijks
                                aangepast aan de hand van het prijsindexcijfer van het CBS.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College verstrekt op aanvraag aan de Wsw-geïndiceerde die daar recht
                            op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien
                            werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de
                            arbeidsplaats voor de geïndiceerde adequaat wordt ingevuld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>zijn onderneming is kredietwaardig blijkens een verklaring van
                                    solvabiliteit;</al></li><li nr="c."><al>de aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de geïndiceerde, uit
                                    een deskundigenrapport als passend aan te merken;</al></li><li nr="d."><al>de duur van het dienstverband bedraagt ten minste 12 maanden,
                                    met een mogelijkheid tot verlenging;</al></li><li nr="e."><al>de werkplek en werkomstandigheden voldoen aan arbo-normen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De medewerkers zijn gekwalificeerd voor het begeleiden van de
                                    doelgroep, c.q. de geïndiceerde voor wie het PGB is bestemd en
                                    hebben relevante aantoonbare kennis en ervaring in het
                                    werkveld;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke
                            subsidie aan de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de
                            subsidie aan de werkgever vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld aan de hand van
                            een loonwaardeonderzoek op basis van het bruto CAO-loon van de
                            Wsw-geïndiceerde. Daarbij kan een externe deskundige worden
                            ingeschakeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgelegd in een
                            subsidiebeschikking aan de werkgever.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier gerede
                            aanleiding toe is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De herziening van de loonkostensubsidie vindt plaats op basis van een
                            loonwaardeonderzoek. Daarbij kan een externe deskundige worden
                            ingeschakeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De vergoeding aan de
                            begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal uren aan begeleiding dat door het College wordt vergoed
                            bedraagt maximaal 15% van het aantal uren dat door de Wsw-geïndiceerde
                            bij de werkgever wordt gewerkt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van
                            een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking als
                            er sprake is van het totstandkomen van een arbeidsovereenkomst (no cure,
                            no pay). De vergoeding bedraagt maximaal 10 % van de gemiddelde
                            rijkssubsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt
                            verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek
                            noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk
                            is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding door het College. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal 12 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de hoogte van de vergoeding niet tegen de baten afweegt kan het
                            College de aangeboden arbeidsplaats als niet passend beschouwen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het College bepaalt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel
                            van een volledig ingevulde aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt mede ondertekend door werkgever en de
                            begeleidingsorganisatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het
                            College stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke
                            subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie aan de werkgever wordt
                        gedaan door middel van een subsidiebeschikking en bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de periodieke subsidie kan worden aangepast; </al></li><li nr="c."><al> wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen vier weken na afloop van het kalenderjaar
                            aan het College een schriftelijke opgave van het door hem in het
                            voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde,
                            vermeerderd met alle werkgeverslasten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College stelt de periodieke subsidie binnen vier weken na ontvangst
                            van deze opgave vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het College
                            van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                            verstrekking van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever bewaart alle informatie die verband houdt met de
                            subsidieverstrekking gedurende ten minste drie jaren na de datum van het
                            besluit van de subsidie en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het
                            College voor controledoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verplichtingen van de
                            begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie doet onmiddellijk schriftelijke mededeling
                            aan het College van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen
                            zijn voor de verstrekking van de vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan nadere voorwaarden stellen in de overeenkomst met de
                            begeleidingsorganisatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de geïndiceerde
                            afwijken van de bepalingen in de verordening, indien strikte toepassing
                            ervan tot onbillijkheden van zwaarwegende aard zou leiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin de bepalingen van deze verordening niet voorzien,
                            beslist het College, met inachtneming van de individuele omstandigheden
                            van de geïndiceerde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening persoonsgebonden
                                budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening 2008”.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op 1 juli 2008.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 9 juni 2008,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>M.Zonnevylle</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>mw. J.C. Zantingh </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al/><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door
                    Wsw-geïndiceerden bij een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder de
                    oude wet geregeld in het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid
                    werken. Bij deze vorm van begeleid werken worden begeleid werkenplekken tot
                    stand gebracht door de gemeente. Deze wijze van tot stand brengen van begeleid
                    werken blijft ook onder de nieuwe wet bestaan. </al><al/><al>Het verschil tussen begeleid werken dat door de gemeente wordt georganiseerd en
                    begeleid werken met een PGB is in principe uitsluitend gelegen in de procedurele
                    wijze waarop een begeleid werkenplek tot stand wordt gebracht. Als de begeleid
                    werkenplek eenmaal is gerealiseerd zijn er in beginsel geen verschillen.</al><al/><al><vet>Waar bestaat het PGB uit?</vet></al><al>Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget mee. In feite
                    moet het PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een
                    persoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd door de Wsw-geïndiceerde, maar
                    de subsidie en vergoeding worden verstrekt aan de werkgever respectievelijk de
                    begeleidingsorganisatie. </al><al>De Wsw-geïndiceerde heeft, zoals gezegd, geen recht op een bepaald budget. Het
                    uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid
                    werken met een PGB. Enerzijds bestaat er dus een recht op een PGB, anderzijds
                    heeft het College de verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en effectief
                    inzetten van publieke middelen en het realiseren van de jaarlijkse
                    (rijks)taakstelling voor het realiseren van Wsw-plekken. </al><al>De gemeente is niet verplicht om tot het realiseren van Wsw plaatsen (voor wsw
                    geindiceerden) over te gaan wanneer zij voldaan heeft aan de rijkstaakstelling
                    en er ook geen extra gemeentelijke middelen zijn.</al><al/><al>Het PGB bestaat uit vier bestanddelen: </al><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde in
                            dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming in de
                            loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit. Ook kan
                            deze subsidie worden gebruikt als een vergoeding voor structurele kosten
                            van de werkgever die verband houden met het in dienst hebben van een
                            Wsw-geïndiceerde. Daarbij kan worden gedacht aan reiskosten of kosten
                            voor intermediaire activiteiten ten behoeve van mensen met een visuele
                            of auditieve handicap (zoals een voorleeshulp of een doventolk).</al></li><li nr="2."><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                            begeleiding van de Wsw-geïndiceerde verzorgt.</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                            de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht. Hieronder worden
                            bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt worden voor technische
                            aanpassingen in de werkplek. Gemeenten kunnen deze vergoedingen
                            verstrekken, ze zijn daartoe niet verplicht. </al></li><li nr="4."><al>Naast de hierboven genoemde persoonsgebonden bestanddelen vormen de aan
                            de subsidieverlening verbonden gemeentelijke uitvoeringskosten het
                            vierde onderdeel van de kosten. Deze zijn niet persoonsgebonden en
                            dienen jaarlijks door het College te worden vastgesteld en aangepast aan
                            de hand van het prijsindexcijfer van het CBS.</al></li></lijst><al/><al>De totale kosten van de periodieke subsidie aan de werkgever, de periodieke
                    vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de bijkomende kosten, mogen niet
                    hoger zijn dan het gemiddelde budget (€ 24.500) dat beschikbaar is voor een
                    Wsw-plaats. </al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><cursief>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</cursief></al><al>Deze bepaling geeft de omschrijving van een aantal begrippen in de
                    verordening.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 2 – Bestanddelen persoonsgebonden budget</cursief></al><al>Deze bepalingen omschrijven de bestanddelen van het persoonsgebonden budget voor
                    begeleid werken.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 3 - De hoogte van de rechtstreeks aan de
                        subsidieverlening</cursief><cursief> verbonden gemeentelijke
                        uitvoeringskosten </cursief></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat het College elk jaar de hoogte van de
                    gemeentelijke uitvoeringskosten van begeleid werken met een PGB vaststelt. Het
                    gaat om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden zijn. Daarbij
                    kan worden gedacht aan kosten in verband met de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                            subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB;</al></li><li nr="-"><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie en
                            werkgever.</al></li></lijst><al>Het bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de hand van het prijsindexcijfer van
                    het CBS. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 4 - Invulling voorwaarden adequate werkplek</cursief></al><al>Dit artikel regelt de eisen die aan de werkgever en de door hem aangeboden
                    werkplek worden gesteld alsook de eisen waaraan een begeleidingsorganisatie moet
                    voldoen die door de Wsw-geïndiceerde is ingeschakeld. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 5 - De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                        werkgever </cursief></al><al>Dit artikel regelt de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                    werkgever wordt vastgesteld. De periodieke subsidie bestaat uit een
                    loonkostensubsidie en eventueel ook uit een vergoeding voor structurele kosten
                    van de werkgever die verband houden met het in dienst hebben van een
                    Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld reiskosten of terugkerende kosten voor
                    intermediaire activiteiten). </al><al>Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de loonkostensubsidie moet zijn is
                    inzicht nodig in de verdiencapaciteit (loonwaarde) van de betrokken
                    Wsw-geïndiceerde. In de praktijk kan de hoogte van de loonkostensubsidie worden
                    bepaald in onderhandeling. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 6 - Herziening van de loonkostensubsidie</cursief></al><al>De productiviteit van een Wsw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon langer
                    op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                    loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                    productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, met
                    instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de loonkostensubsidie te
                    herzien. </al><al>De werkgever moet zijn verzoek om herziening met redenen omkleden. </al><al>Ook ambtshalve kan het College, als er een gerede aanleiding is voor een
                    (tussentijds) aanpassing van het subsidie, een hernieuwde beoordeling voor de
                    hoogte van het subsidie doen. De herbeoordeling van de loonwaarde vindt plaats
                    op basis van een loonwaardeonderzoek. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 7 - De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</cursief></al><al>Het begeleidingspercentage op de werkplek wordt vastgesteld op maximaal 15% van
                    de werkuren. </al><al>Het stelsel van de PGB gaat uit van de veronderstelling dat een geïndiceerde
                    zelf met een werkgever aankomt. In de praktijk komt het echter voor dat de
                    begeleidingsorganisatie, c.q. het re-integratiebedrijf, eerst een werkplek moet
                    gaan zoeken, omdat die op voorhand niet beschikbaar is. Lukt het zoeken van een
                    werkplek niet, of niet tijdig, is dit vanuit financieel oogpunt ongewenst en
                    geldt de bepaling “no cure, no pay”. Lukt het wel om een arbeidsovereenkomst tot
                    stand te brengen, dan bedraagt de vergoeding maximaal 10 % van de gemiddelde
                    rijkssubsidie. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 8- Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van
                        aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt
                        verricht</cursief></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van de verplichting van het College om regels te
                    stellen die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder het College aan de
                    werkgever een vergoeding (subsidie) verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke
                    kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 9 - Indienen van een aanvraag</cursief></al><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met een
                    PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                    verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                    begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                    vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                    Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen. </al><al>Op basis van de aanvraag beslist het College of een periodieke subsidie aan de
                    werkgever en een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie worden
                    verstrekt en voor welke bedragen. De verstrekking van de periodieke subsidie aan
                    de werkgever vindt plaats op basis van een beschikking en de verstrekking van
                    een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie op basis van een
                    overeenkomst. </al><al/><al/><al><cursief>Artikel 10 - Beslistermijn </cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 11 - Het besluit tot verlenen van de periodieke
                        subsidie</cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 12 - Het vaststellen van de periodieke subsidie </cursief></al><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                    betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                    jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen, dient
                    de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het voorgaande
                    jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle
                    werkgeverslasten.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 13 - Verplichtingen van de werkgever </cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 14 - Verplichtingen van de
                    begeleidingsorganisatie</cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 15 - Slotbepalingen</cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 16 - Citeertitel en inwerkingtreding</cursief></al><al>Dit artikel spreekt voor zichzelf.</al><al/><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>