<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90648_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke website</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nadien gewijzigd in de openbare raadsvergadering van 25 november 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Algemene subsidieverordening 2008 (gewijzigd 25-11-2010) </vet></al><al>HOOFDSTUK 1: ALGEMENENE BEPALINGEN </al><al><vet><cursief>Artikel 1 Begripsbepalingen </cursief></vet></al><al><vet>activiteitenplan</vet>: een overzicht van de activiteiten waarvoor
                        subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen. Voorzover
                        er sprake is van inzet van personele en materiële middelen wordt per
                        activiteit de benodigde inzet aangegeven. </al><al><vet>activiteitenverslag: </vet>een verslag dat de aard en de omvang van de
                        activiteiten waarvoor subsidie werd verleend vermeldt, de nagestreefde en
                        gerealiseerde doelstellingen vergelijkt en een toelichting geeft op de
                        verschillen. </al><al><vet>college</vet>: het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Tytsjerksteradiel </al><al><vet>financieel verslag: </vet>het financieel verslag beschrijft de uitgaven
                        die met een subsidie zijn gedaan, vergelijkt deze met de bij de
                        subsidie-aanvraag ingediende begroting en geeft een toelichting op de
                        verschillen. </al><al><vet>incidentele subsidie</vet>: een subsidie voor een activiteit die een
                        eenmalig karakter heeft. </al><al><vet>structurele subsidie</vet>: een subsidie die wordt verstrekt voor
                        activiteiten die gedurende een geheel of een gedeelte van een kalenderjaar
                        worden verzorgd of gedurende meerdere kalenderjaren. </al><al><vet>subsidieplafond</vet>: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                        hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies binnen een
                        afzonderlijk beleidsonderdeel of voor een aantal onderdelen gezamenlijk. </al><al><vet>uitvoeringsovereenkomst</vet>: de overeenkomst die in de zin van
                        artikel 4:36 van de wet tussen de subsidie-ontvanger en het college kan
                        worden gesloten ter uitwerking van de subsidiebeschikking. </al><al><vet>wet</vet>: Algemene wet bestuursrecht. </al><al><vet>Artikel 2 Toepassingsbereik </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op alle activiteiten die door
                                aanvragers in het</al><al> gemeentelijk belang worden ontplooid, tenzij bij of krachtens een
                                besluit van de raad </al><al> anders is bepaald. </al></li><li nr="2."><al>In de deelverordeningen die bij deze verordening horen, kan van het
                                in deze</al><al> verordening bepaalde worden afgeweken. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Bevoegdheid </vet></al><al>Tenzij in de verordening anders is bepaald, is het college belast met de
                        uitvoering van deze verordening en het nemen van besluiten op grond van deze
                        verordening. </al><al><vet>Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan jaarlijks per beleidsveld een subsidieplafond
                                vaststellen.</al></li><li nr="2."><al>Het subsidieplafond geldt voor het betreffende subsidiejaar.</al></li><li nr="3."><al>Bij de vaststelling van het subsidieplafond als bedoeld in lid 1
                                bepaalt het college</al><al> hoe het beschikbaar gestelde bedrag wordt verdeeld. </al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 2: SUBSIDIE-AANVRAAG </al><al><vet>Artikel 5 Aanvraag structurele subsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor de verlening van een structurele subsidie moet vóór
                                1 mei voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden
                                bij het college worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Indien er sprake is van een bestaande subsidierelatie en er voor het
                                nieuwe subsidiejaar geen sprake zal zijn van een, ten opzichte van
                                het lopende jaar, (financieel) afwijkende aanvraag, trendmatige
                                aanpassingen uitgezonderd, kán de aanvraag met bescheiden, in
                                afwijking van lid 1, uiterlijk voor 1 september voorafgaand aan het
                                jaar waarin de activiteiten plaatsvinden bij het college worden
                                ingediend. Instellingen met beroepskrachten dienen, wanneer zij hier
                                gebruik van maken, dit voor 1 mei schriftelijk aan het college te
                                melden.</al></li><li nr="3."><al>Bij de indiening van de aanvraag moeten de volgende gegevens worden
                                overgelegd:</al><lijst><li nr=""><al>een activiteitenplan; </al></li><li nr=""><al>een begroting met inkomsten en uitgaven van de aanvrager
                                        voorzover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor
                                        subsidie wordt gevraagd. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij een eerste aanvraag voor verlening van een structurele subsidie
                                overlegt de aanvrager die een rechtspersoon is met volledige
                                rechtsbevoegdheid daarnaast</al><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon, dan wel
                                de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en een verslag van
                                de financiële positie. </al></li><li nr="5."><al>Wanneer er een aanvraagformulier beschikbaar is, dient de aanvrager
                                hier gebruik van te maken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6 Aanvraag incidentele subsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een incidentele subsidie moet tenminste acht weken
                                voordat met</al><al> de activiteit of het project een begin wordt gemaakt worden
                                ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens worden overgelegd:</al></li><li nr="a."><al>een activiteitenplan</al></li><li nr="b."><al>een begroting met inkomsten en uitgaven van de aanvrager voorzover
                                deze</al><al> betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                gevraagd. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer er een aanvraagformulier beschikbaar is, dient de aanvrager
                                hier gebruik</al><al> van te maken. </al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 3: SUBSIDIEVERLENING </al><al><onderstreept>Afdeling 3.1 De verleningsbeschikking </onderstreept></al><al><vet>Artikel 7 Verlening structurele subsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt vóór 15 november voorafgaand aan het jaar waarin
                                de activiteiten plaatsvinden een besluit op de aanvraag van een
                                structurele subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Een structurele subsidie kan voor maximaal vier jaren worden
                                verleend.</al></li><li nr="3."><al>De verleningsbeschikking bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr=""><al>a. een aanduiding van het bedrag van de subsidie en het
                                        tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend; </al></li><li nr=""><al>b. een beschrijving van de activiteit(en) waarvoor subsidie
                                        wordt verleend; </al></li><li nr=""><al>c. een aanduiding van de op grond van artikel 14 opgelegde
                                        verplichtingen; </al></li><li nr=""><al>d. indien er een uitvoeringsovereenkomst op grond van
                                        artikel 13 wordt gesloten, een verwijzing naar deze
                                        overeenkomst; </al></li><li nr=""><al>e. een aanduiding van het tijdstip of de tijdstippen en de
                                        manier waarop de subsidie wordt uitbetaald. </al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 8 Verlening incidentele subsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op de aanvraag voor een incidentele subsidie
                                boven de € 1000,-</al><al> binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. </al></li><li nr="2."><al>Op de beslissing op de aanvraag van incidentele subsidies tot en met
                                € 1000,- is</al><al> artikel 19 van toepassing. </al></li><li nr="3."><al>De verleningsbeschikking bevat in ieder geval:</al></li><li nr="a."><al>een aanduiding van het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de activiteit(en) waarvoor de subsidie wordt
                                verleend;</al></li><li nr="c."><al>een beschrijving van de op grond van artikel 14 opgelegde
                                verplichtingen;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van het tijdstip of de tijdstippen en de manier
                                waarop de subsidie</al><al> wordt uitbetaald </al></li></lijst><al><onderstreept>Afdeling 3.2 Weigeringsgronden </onderstreept></al><al><vet>Artikel 9 Weigeringsgronden </vet></al><al>De subsidie kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de wet genoemde
                        gronden worden geweigerd wanneer gegronde redenen bestaan om aan te nemen
                        dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                gemeente of niet</al><al> aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het
                                doel</al><al> waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; </al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien
                                die in strijd zijn met</al><al> de wet, het algemeen belang, of de openbare orde; </al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de
                                gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager ook zonder de subsidieverstrekking over voldoende
                                gelden, hetzij uit</al><al> eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de
                                kosten van de </al><al> activiteiten te dekken. </al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 4: VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER </al><al><vet>Artikel 10 Administratie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De subsidie-ontvanger richt zijn administratie zo in, dat op
                                eenvoudige wijze een overzicht kan worden verkregen van de besteding
                                van de subsidie in relatie tot de gesubsidieerde
                                activiteit(en).</al></li><li nr="2."><al>De subsidie-ontvanger verleent aan de door of namens het college
                                aangewezen mbtenaren of deskundigen inzage in de administratie,
                                wanneer dit naar het oordeel an het college nodig is voor het vormen
                                van een oordeel over de besteding van de erstrekte subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Bij structurele subsidies met een bedrag van € 100.000 of méér per
                                jaar moet de subsidie-ontvanger de administratie en de daartoe
                                behorende bescheiden gedurende zeven jaren in leesbare vorm
                                bewaren.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 11 Informatieplicht </vet></al><al>Een subsidieontvanger licht het college onmiddellijk in over: </al><lijst><li nr="a."><al>feiten en ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de
                                gesubsidieerde activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt; </al></li><li nr="b."><al>een wijziging in de aard en omvang van de gesubsidieerde
                                activiteiten. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 Toestemming rechtshandelingen </vet></al><al>De subsidieontvanger van een structurele subsidie heeft toestemming van het
                        college nodig voor de in artikel 4:71 van de wet genoemde rechtshandelingen,
                        met uitzondering van de rechtshandelingen genoemd in lid 1 sub h. </al><al><vet>Artikel 13 Uitvoeringsovereenkomst </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ontvanger van een structurele subsidie kan in de
                                verleningsbeschikking worden verplicht tot het sluiten van een
                                uitvoeringsovereenkomst.</al></li><li nr="2."><al>De uitvoeringsovereenkomst geeft in elk geval aan op welke manier
                                het toekende bedrag jaarlijks geïndexeerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>In de uitvoeringsovereenkomst wordt bepaald dat de subsdie-ontvanger
                                verplicht is de prestatie te leveren waarvoor de subsidie is
                                verleend</al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Aanvullende verplichtingen </vet></al><al>Het college kan de subsidie-ontvanger bij de verlening van subsidie ook
                        andere verplichtingen dan de in dit hoofdstuk en in artikel 4:37 van de wet
                        genoemde verplichtingen opleggen, wanneer deze strekken tot de
                        verwezenlijking van het doel van de subsidie. </al><al>HOOFDSTUK 5: SUBSIDIEVASTSTELLING </al><al><onderstreept>Afdeling 5.1: De aanvraag tot vaststelling
                        </onderstreept></al><al><vet>Artikel 15 Aanvraag vaststelling structurele subsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ontvanger van een structurele subsidie dient uiterlijk vóór 1
                                april na afloop van het kalenderjaar waarvoor een structurele
                                subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                in.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een structurele subsidie voor meerdere jaren is verleend,
                                dient de ontvanger jaarlijks een aanvraag overeenkomstig het eerste
                                lid in.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een
                                financieel verslag.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ook andere dan in het vorige lid genoemde gegevens
                                verlangen die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer er een formulier voor de aanvraag tot vaststelling
                                beschikbaar is, dient de aanvrager hiervan gebruik te maken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 16 Aanvraag vaststelling incidentele subsidie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ontvangers van een incidentele subsidie van meer dan € 1000,- dienen
                                binnen twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten hebben
                                plaatsgevonden, een aanvraag tot vaststelling van de verleende
                                subsidie in.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een
                                financieel verslag.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ook andere dan in het vorige lid genoemde gegevens
                                verlangen</al><al> die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 17 Accountantsverklaring </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag tot vaststelling van een subsidie met een bedrag van €
                                100.000 of méér per jaar bevat, naast de in artikel 15 dan wel 16
                                genoemde gegevens, een accountantsverklaring als bedoeld in artikel
                                2:393 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="2."><al>De accountant doet onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid
                                van het financieel verslag of de jaarrekening en legt de uitslag van
                                zijn onderzoek vast in de schriftelijke verklaring als bedoeld in
                                het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Bij de verlening van de subsidie kan worden bepaald, dat de opdracht
                                aan de accountant tevens strekt tot een onderzoek van de naleving
                                van verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn en de
                                doelmatigheid van de bestedingen. In dat geval wordt bij de
                                verlening van de subsidie aanwijzingen gegeven over de reikwijdte en
                                intensiteit van de controle. De accountant legt de uitslag van dit
                                onderzoek vast in een schriftelijke verklaring als bedoeld in het
                                eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het eerste lid.</al></li></lijst><al><onderstreept>Afdeling 5.2: De subsidievaststelling </onderstreept></al><al><vet>Artikel 18 Vaststellingsbeschikking </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken op een aanvraag tot
                                vaststelling van een subsidie.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld wanneer:</al></li><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                                hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot
                                een andere beschikking op aanvraag zou hebben geleid, of;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger
                                dit wist of behoorde te weten.</al></li><li nr="e."><al>ingeval artikel 17 van toepassing is: indien de
                                accountantsverklaring daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 Vaststelling zonder voorafgaande verleningsbeschikking
                        </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag van een incidentele subsidie tot en met € 1.000,-
                                kan het college</al><al> volstaan met het geven van een beschikking tot
                                subsidievaststelling, zonder dat</al><al> daar een besluit tot subsidieverlening aan voorafgaat. Het college
                                beslist binnen</al><al> zes weken op de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>De vaststellingsbeschikking bevat in ieder geval:</al></li><li nr="a."><al>een aanduiding van het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de activiteit(en) waarvoor een subsidie wordt
                                verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>een beschrijving van de verplichtingen die aan de subsidie-ontvanger
                                worden</al><al> opgelegd;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van uitbetaling van de subsidie.</al></li><li nr="3."><al>De artikelen 9 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al>HOOFDSTUK 6: UITBETALING </al><al><vet>Artikel 20 Voorschotten </vet></al><al>Het college kan voorschotten verlenen op verleende subsidies. Bij de
                        subsidieverlening wordt aangegeven of en op welke manier voorschotten
                        uitbetaald worden. </al><al><vet>Artikel 21 Uitbetaling </vet></al><al>De subsidie wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald onder
                        verrekening van de eventueel betaalde voorschotten. </al><al>HOOFDSTUK 7: INTREKKING, WIJZIGING EN TERUGVORDERING </al><al><vet>Artikel 22 Intrekken en wijzigen subsidie </vet></al><al>Naast het bepaalde in de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet kan het
                        college de subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger
                        wijzigen wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>beslag is gelegd op het vermogen of een deel van het vermogen van de
                                subsidieontvanger; </al></li><li nr="b."><al>de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard of dit
                                is aangevraagd of aan hem surseance van betaling is verleend; </al></li><li nr="c."><al>de activiteit of een deel van de activiteit in strijd is met
                                fundamentele rechtsbeginselen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 23 Terugvordering </vet></al><al>Het college kan, met inachtneming van artikel 4:57 van de wet, reeds
                        betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terug vorderen, wanneer onjuiste
                        inlichtingen zijn verstrekt waarvan de verzoeker wist of redelijkerwijs had
                        moeten weten dat deze van invloed waren op de hoogte van de subsidie. </al><al>HOOFDSTUK 8: SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN </al><al><vet>Artikel 24 Hardheidsclausule </vet></al><al>In bijzondere gevallen, voorzover de toepassing van deze verordening leidt
                        tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het
                        in deze verordening bepaalde. </al><al><vet>Artikel 25 Overgangsbepaling </vet></al><al>Op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend
                        blijven de bepalingen van toepassing zoals die zijn opgenomen in de Algemene
                        Subsidieverordening Tytsjerksteradiel 1998. </al><al><vet>Artikel 26 Citeertitel en inwerkingtreding </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene
                                Subsidieverordening Tytsjerksteradiel 2008”.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al><al> Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                                Algemene Subsidieverordening Tytsjerksteradiel 1998 ingetrokken.
                            </al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 24 januari 2008,</ondertekening><ondertekening>nadien gewijzigd in de openbare vergadering van 25 november 2010.
                        </ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter </ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra G.J. Polderman</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemene Subsidieverordening</titel></kop><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>In 1998 is de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in werking
                    getreden,</al><al>waaronder titel 4.2 over subsidies. Deze titel geeft een expliciet wettelijk
                    kader voor</al><al>subsidieverstrekkingen. Veel van de bepalingen uit deze verordening zijn
                    gebaseerd</al><al>op de Awb-bepalingen. De subsidietitel bevat vier soorten bepalingen: bepalingen
                    van</al><al>dwingend, regelend, facultatief en aanvullend recht.</al><al>Dwingend recht</al><al>Van deze bepalingen mag in de gemeentelijke verordeningen en in de
                    gemeentelijke</al><al>besluiten niet worden afgeweken. Een voorbeeld hiervan is artikel 4:21lid
                    1:</al><al><cursief>Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen,
                        door een</cursief></al><al><cursief>bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                        aanvrager,</cursief></al><al><cursief>anders dan betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
                        diensten.</cursief></al><al>Regelend recht</al><al>De bepalingen die tot deze categorie behoren zijn in de regel van toepassing.
                    Een</al><al>voorbeeld is artikel 4:24:</al><al><cursief>Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt
                        tenminste eenmaal in de</cursief></al><al><cursief>vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de
                        effecten van de</cursief></al><al><cursief>subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                        bepaald.</cursief></al><al>Wanneer in een gemeentelijke verordening niets anders is bepaald, geldt dus in
                    alle</al><al>gevallen de termijn van vijf jaren.</al><al>Facultatief recht</al><al>Deze regels zijn alleen van toepassing, als de raad ze in een verordening- dan
                    gelden</al><al>ze voor alle gevallen-, of het bestuursorgaan ze bij een ander besluit van
                    toepassing</al><al>verklaart. Bijvoorbeeld artikel 4:25 over de vaststelling van een
                    subsidieplafond:</al><al><cursief>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens een wettelijk
                        voorschrift worden</cursief></al><al><cursief>vastgesteld.</cursief></al><al>Aanvullend recht</al><al>De Awb kent een aantal kan</al><al>bepalingen. Van de daarin aangewezen bevoegdheden</al><al>kan rechtstreeks op grond van de wet gebruik worden gemaakt. Een voorbeeld
                    hiervan</al><al>is artikel 4:37 Awb:</al><al><cursief>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen
                        met</cursief></al><al><cursief>betrekking tot a t/m g .</cursief></al><al>Met deze verordening wordt beoogd helder uiteen te zetten welke eisen er bij
                    de</al><al>verstrekking van subsidies gelden. In verschillende hoofdstukken worden de</al><al>achtereenvolgende fasen van de subsidieverstrekking behandeld, te weten de</al><al>verlening, vaststelling en uitbetaling van de subsidie.</al><al>Waar mogelijk, is de verordening gedereguleerd. Zo is er een bepaling opgenomen
                    dat</al><al>bij bepaalde kleine subsidies volstaan kan worden met een aanvraag en
                    beschikking</al><al>tot vaststelling. De verleningsfase kan in die gevallen worden overgeslagen.
                    Tenslotte</al><al>is de verordening geactualiseerd. Zo is de verordening aangepast aan de
                    dualisering.</al><al><vet>Toelichting per artikel</vet></al><al>HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN</al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit artikel zijn de belangrijkste definities terug te vinden van termen die
                    in de</al><al>verordening worden gebruikt. Ook de begripsbepalingen van de verschillende
                    soort</al><al>subsidies zijn in artikel 1 opgenomen.</al><al>Bij de definitie van een activiteitenverslag is opgenomen dat voorzover er
                    sprake is van</al><al>inzet van personele en materiële middelen per activiteit de benodigde inzet
                    wordt</al><al>aangegeven. Bij de aanvaag van bijvoorbeeld kleine incidentele subsidies zal er
                    vaak</al><al>geen duidelijke splitsing zijn tussen de inzet van personele en materiële
                    middelen. In</al><al>zulke gevallen houdt een activiteitenplan een beschrijving van de activiteit(en)
                    en de</al><al>nagestreefde doelen in.</al><al><vet>Artikel 2 Toepassingsbereik</vet></al><al>Onder deze algemene subsidieverordening hangen een aantal
                    deelverordeningen.</al><al>Hierin staan aanvullende bepalingen die voor een bepaalde soort subsidie gelden.
                    Een</al><al>specifieke subsidie, vraagt soms om specifieke bepalingen die afwijken van
                    de</al><al>algemene regels. Dit artikel opent de mogelijkheid daarvoor.</al><al>Deze algemene subsidieverordening heeft niet alleen betrekking op subsidies die
                    op</al><al>grond van een deelverordening worden verleend, maar ook op subsidies die</al><al>daarbuiten vallen</al><al><vet>Artikel 3 Bevoegdheid</vet></al><al>Sinds de dualisering is het college belast met het dagelijks bestuur van de
                    gemeente.</al><al>De bevoegdheidsverdeling/- toekenning in de verordening is hieraan
                    aangepast.</al><al><vet>Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond</vet></al><al>De regeling over het subsidieplafond wordt hier in een eigen artikel
                    ondergebracht.</al><al>Volgens artikel 4:25 Awb kan een subsidieplafond slechts bij of krachtens
                    wettelijk</al><al>voorschrift worden vastgesteld.</al><al>HOOFDSTUK 2: SUBSIDIE-AANVRAAG</al><al>In dit hoofdstuk wordt geregeld aan welke eisen een aanvraag voor
                    subsidieverlening</al><al>moet voldoen. De eisen voor de aanvraag van structurele en incidentele
                    subsidies</al><al>worden in aparte artikelen geregeld.</al><al><vet>Artikel 5 Aanvraag structurele subsidie</vet></al><al>Op grond van het derde lid onder a moet een activiteitenplan worden overgelegd.
                    De</al><al>definitie hiervan is terug te vinden in artikel 1 van de verordening.</al><al>Bij de eerste aanvraag van een structurele subsidie door een rechtspersoon
                    met</al><al>volledige rechtsbevoegdheid moeten extra gegevens worden overgelegd, zodat
                    de</al><al>subsidieverstrekker een beeld krijgt van de organisatie en financiële positie
                    van de</al><al>rechtspersoon.</al><al>Er is gekozen voor differentiatie in aanvraagtermijnen m.b.t. subsidieverlening
                    tussen</al><al>subsidieaanvragers waarbij er geen sprake is van (financiële) afwijkingen in
                    de</al><al>aanvraag ten opzichte van het voorgaande jaar (behoudens trendmatige</al><al>aanpassingen) en de nieuwe aanvragers c.q. aanvragers waarbij wel sprake is van
                    een</al><al>afwijking. Hiermee is nakoming van de verplichtingen uit de verordeningen
                    beter</al><al>haalbaar. Gebleken is nl. dat sommige instellingen, met name de kleinere,
                    moeite</al><al>hadden om de datum van 1 mei te halen, daar op dat moment nog niet bekend is
                    wat</al><al>de activiteiten voor het volgende jaar zullen zijn.</al><al>Lid 5 geeft de subsidieverstrekker een instrument om het gebruik van een</al><al>aanvraagformulier verplicht te stellen.</al><al><vet>Artikel 6 Aanvraag incidentele subsidie</vet></al><al>Ook bij de aanvraag van een incidentele subsidie moet een activiteitenplan als
                    bedoeld</al><al>in artikel 1 worden overgelegd.</al><al>Het derde lid geeft de subsidieverstrekker de mogelijkheid om een aanvrager
                    te</al><al>dwingen gebruik te maken van een aanvraagformulier.</al><al>HOOFDSTUK 3: SUBSIDIEVERLENING</al><al>Op de subsidieverlening is afdeling 4.2.3 van de Awb van toepassing. Deze
                    afdeling</al><al>bestaat vooral uit bepalingen die aangeven wat er in de verleningsbeschikking
                    moet</al><al>staan. De bepalingen zijn niet allemaal in de verordening overgenomen. Met name
                    de</al><al>volgende artikelen uit deze afdeling zijn van belang:</al><al><cursief>Artikel 4:30 Omschrijving gesubsidieerde activiteiten</cursief></al><al><cursief>1. De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van de
                        activiteiten</cursief></al><al><cursief>waarvoor subsidie wordt verleend.</cursief></al><al><cursief>2. De omschrijving kan later worden uitgewerkt, voor zover de
                        beschikking tot</cursief></al><al><cursief>subsidieverlening dit vermeldt.</cursief></al><al><cursief>Artikel 4:31 Vermelding subsidiebedrag</cursief></al><al><cursief>1. De beschikking tot subsidievermelding vermeldt het bedrag van de
                        subsidie, dan</cursief></al><al><cursief>wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</cursief></al><al><cursief>2. Indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de
                        subsidie niet</cursief></al><al><cursief>vermeldt, vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
                        worden</cursief></al><al><cursief>vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
                        bepaald.</cursief></al><al>(Omdat in deze verordening geen van lid 2 afwijkende bepaling is opgenomen, is
                    het in</al><al>lid 2 bepaalde hier van toepassing.)</al><al>Er moet op gelet worden dat een verleningsbeschikking slechts een
                    voorwaardelijk</al><al>karakter heeft. Pas na de vaststelling van de subsidie wordt de aanspraak op
                    financiële</al><al>middelen definitief. Op het moment van de subsidieverlening is het immers nog
                    niet</al><al>zeker of de activiteiten waarvoor subsidie is gevraagd daadwerkelijk zullen</al><al>plaatsvinden en of de aanvrager zich aan de opgelegde verplichtingen zal
                    houden.</al><al>Dat de subsidieverlening voorwaardelijk is, wil niet zeggen dat dit vrijblijvend
                    is. De</al><al>verleningsbeschikking is bindend voor subsidieverstrekker en
                    subsidie-ontvanger.</al><al>De subsidieverstrekker is gebonden door de regel dat de subsidie in beginsel
                    moet</al><al>worden vastgesteld en uitbetaald. Voor de subsidie-ontvanger is de
                    beschikking</al><al>bindend in die zien dat deze tegenover hem formele rechtskracht krijgt: als
                    tegen de</al><al>verleningsbeschikking geen bezwaar of beroep is ingesteld, kunnen tegen de</al><al>vaststellingsbeschikking geen bezwaren meer worden ingebracht die tegen de</al><al>subsidieverlening ingebracht hadden kunnen worden.</al><al><vet>Artikel 7 Verlening structurele subsidie</vet></al><al>De verplichting dat de beschikking het tijdvak moet vermelden waarvoor de
                    subsidie</al><al>wordt verleend, vloeit ook al voort uit artikel 4:32 Awb. Dit artikel luidt als
                    volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:32 Duursubsidies</cursief></al><al><cursief>Een subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële
                        middelen wordt</cursief></al><al><cursief>verleend voor een tijdvak, dat in de beschikking tot subsidieverlening
                        wordt vermeld.</cursief></al><al>Volgens sub e moet de verleningsbeschikking aangeven op welk tijdstip en op
                    welke</al><al>manier de subsidie wordt uitbetaald. Het kan zijn dat er op grond van artikel 20
                    van de</al><al>verordening voorschotten worden verleend. Als dat het geval is, geeft de</al><al>verleningsbeschikking het bedrag van de voorschotten of het voorschot aan, dan
                    wel</al><al>de manier waarop de hoogte ervan wordt berekend. Op grond van artikel 4:53 Awb
                    kan</al><al>de subsidie in termijnen worden uitbetaald. In dat geval moet bij de
                    subsidieverlening</al><al>worden aangegeven hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijstippen
                    zij</al><al>worden betaald.</al><al>Naast de in lid 3 genoemde gegevens, kan de verleningsbeschikking ook nog
                    andere</al><al>gegevens bevatten.</al><al><vet>Artikel 8 Verlening incidentele subsidie</vet></al><al>Bij de verstrekking van incidentele subsidies tot en met 1000,- wordt geen</al><al>verleningsbeschikking meer afgeven<cursief>. </cursief>Op de aanvraag van een
                    dergelijke subsidie volgt</al><al>gelijk een vaststellingsbeschikking.</al><al>Lid 3 geeft aan welke gegevens een verleningsbeschikking in ieder geval
                    moet</al><al>bevatten. Naast de genoemde gegevens kan de beschikking dus ook nog andere</al><al>gegevens bevatten.</al><al><vet>Artikel 9 Weigeringsgronden</vet></al><al>De weigeringsgrond van artikel 4:25 Awb houdt in dat de subsidie wordt
                    geweigerd</al><al>voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt
                    overschreden.</al><al>Artikel 4:35 Awb luidt als volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:35 Weigeringsgronden</cursief></al><al><cursief>1. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een
                        gegronde</cursief></al><al><cursief>reden bestaat om aan te nemen dat:</cursief></al><al><cursief>a. de activiteiten niet geheel zullen plaatsvinden;</cursief></al><al><cursief>b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                        verplichtingen;</cursief></al><al><cursief>c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                        verantwoording zal</cursief></al><al><cursief>afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                        uitgaven en</cursief></al><al><cursief>inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van
                        belang zijn.</cursief></al><al>2.<cursief>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd
                        indien de</cursief></al><al><cursief>aanvrager:</cursief></al><al><cursief>a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                        verstrekt en</cursief></al><al><cursief>de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de
                        aanvraag</cursief></al><al><cursief>zou hebben geleid, of;</cursief></al><al><cursief>b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend
                        of ten aanzien</cursief></al><al><cursief>van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
                        is</cursief></al><al><cursief>verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                        ingediend.</cursief></al><al>HOOFDSTUK 4: VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIE-ONTVANGER</al><al>De Awb bevat aparte paragrafen met verplichtingen van de subsidie-ontvanger:
                    de</al><al>artikelen 4:37 t/m 4:41 en 4:68 t/m 4:72 Awb hebben allen betrekking op
                    verplichtingen</al><al>van de subsidie-ontvanger. De artikelen 4:68 t/m 4:72 zijn alleen van
                    toepassing</al><al>wanneer deze uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard. De belangrijkste</al><al>verplichtingen uit de Awb worden hier aangestipt. Voor het overige wordt
                    volstaan met</al><al>een verwijzing naar de Awb.</al><al><vet>Artikel 10 Administratie</vet></al><al>Dit artikel vormt een aanvulling op/ precisering van de artikelen 4:37 eerste
                    lid onder b</al><al>Awb.</al><al>Lid 2 geeft het college beoordelingsruimte. Het kan worden gezien als een
                    vage</al><al>bepaling , maar het biedt het college de ruimte om te beoordelen of het nodig is
                    om</al><al>bepaalde gegevens in te zien.</al><al><vet>Artikel 11 Informatieplicht</vet></al><al>Geen toelichting</al><al><vet>Artikel 12 Toestemming rechtshandelingen</vet></al><al>Artikel 4:71 Awb luidt als volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:71 Toestemming bestuursorgaan voor rechtshandelingen
                        subsidie-ontvanger</cursief></al><al><cursief>1. Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is
                        bepaald, behoeft de</cursief></al><al><cursief>subsidie- ontvanger de toestemming van het bestuursorgaan
                        voor:</cursief></al><al><cursief>a. het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon;</cursief></al><al><cursief>b. het wijzigen van de statuten;</cursief></al><al><cursief>c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bewaren
                        van</cursief></al><al><cursief>registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van
                        de</cursief></al><al><cursief>subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit
                        de</cursief></al><al><cursief>subsidiegeleden;</cursief></al><al><cursief>d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                        vervreemding</cursief></al><al><cursief>of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht
                        daarvan, indien</cursief></al><al><cursief>deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van
                        de</cursief></al><al><cursief>subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de
                        subsidie;</cursief></al><al><cursief>e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten
                        van</cursief></al><al><cursief>geldlening;</cursief></al><al><cursief>f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidie-ontvanger zich
                        verbindt</cursief></al><al><cursief>tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor
                        schulden van</cursief></al><al><cursief>derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
                        verbindt of</cursief></al><al><cursief>zich voor een derde sterk maakt;</cursief></al><al><cursief>g. het vormen van fondsen en reserveringen;</cursief></al><al><cursief>( )</cursief></al><al><cursief>i. het ontbinden van de rechtspersoon;</cursief></al><al><cursief>j. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van
                        zijn surséance</cursief></al><al><cursief>van betaling.</cursief></al><al><cursief>2. Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de
                        toestemming.</cursief></al><al><cursief>3. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                        verdaagd.</cursief></al><al><cursief>4. Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                        toestemming geacht te</cursief></al><al><cursief>zijn verleend.</cursief></al><al><vet>Artikel 13 Uitvoeringsovereenkomst</vet></al><al>Op grond van dit artikel kan ter uitvoering van een verleningsbeschikking
                    een</al><al>uitvoeringsovereenkomst worden gesloten. In de verleningsbeschikking kan de</al><al>subsidie-ontvanger worden verplicht dat hij meewerkt aan de totstandkoming van
                    een</al><al>uitvoeringsovereenkomst. Dit artikel is gebaseerd op artikel 4:33 sub a en 4:36
                    Awb.</al><al>De uitvoeringsovereenkomst kan nóóit in de plaats komen van een</al><al>verleningsbeschikking of met deze beschikking in strijd zijn. De overeenkomst
                    kan,</al><al>zoals de naam al zegt, uitsluitend ter uitvoering van een verleningsbeschikking
                    worden</al><al>gesloten. Dit betekent dat de essentiële onderdelen van de subsidieverstrekking
                    in de</al><al>verleningsbeschikking moeten staan, zoals een aanduiding van de
                    activiteiten,</al><al>eventuele verplichtingen, het subsidiebedrag of berekeningswijze van dit bedrag.
                    Het is</al><al>wel mogelijk om deze elementen meer in algemene zin in de verleningsbeschikking
                    op</al><al>te nemen en ze in de uitvoeringovereenkomst verder uit te werken.</al><al><vet>Artikel 14 Aanvullende verplichtingen</vet></al><al>Artikel 4:37 Awb bevat de standaardverplichtingen die ieder subsidiërend</al><al>bestuursorgaan desgewenst aan subsidie-ontvangers kan opleggen. Het artikel
                    luidt</al><al>als volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:37 Standaardverplichtingen</cursief></al><al><cursief>1. Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen
                        met</cursief></al><al><cursief>betrekking tot:</cursief></al><al><cursief>a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                        verleend;</cursief></al><al><cursief>b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                        inkomsten;</cursief></al><al><cursief>c. het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                        bescheiden die</cursief></al><al><cursief>nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;</cursief></al><al><cursief>d. de te verzekeren risico s;</cursief></al><al><cursief>e. het stellen van zekerheid voor verleende
                    voorschotten;</cursief></al><al><cursief>f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                        activiteiten en</cursief></al><al><cursief>de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                        de</cursief></al><al><cursief>vaststelling van de subsidie van belang zijn;</cursief></al><al><cursief>g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie
                        voor</cursief></al><al><cursief>derden;</cursief></al><al><cursief>h. het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in het
                        eerste lid,</cursief></al><al><cursief>onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3* en 4:4 ** van
                        overeenkomstige</cursief></al><al><cursief>toepassing. </cursief>(*Betreft eventueel achter te houden gegevens,
                    **betreft een</al><al>eventueel door het college vast te stellen aanvraagformulier.)</al><al>Naast artikel 4:37 is ook artikel 4:38 Awb hier van belang. Het artikel luidt
                    als volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:38 Overige doelgebonden verplichtingen</cursief></al><al><cursief>1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere
                        verplichtingen opleggen</cursief></al><al><cursief>die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                        subsidie.</cursief></al><al><cursief>2. Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de
                        verplichtingen</cursief></al><al><cursief>opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift
                        bij de</cursief></al><al><cursief>subsidieverlening.</cursief></al><al><cursief>3. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen
                        de verplichtingen</cursief></al><al><cursief>worden opgelegd bij de subsidieverlening.</cursief></al><al>Artikel 14 van deze verordening geeft het college de bevoegdheid als in
                    bovenstaand</al><al>artikel, om nadere doelgerichte, op het concrete geval toegespitste
                    verplichtingen op te</al><al>leggen bij de subsidieverlening.</al><al>HOOFDSTUK 5: DE SUBSIDIEVASTSTELLING</al><al>Afdeling 4.2.5 (artikel 4:42 t/m 4:47) van de Awb heeft betrekking op de</al><al>subsidievaststelling. De bepalingen van deze afdeling hebben vooral een
                    dwingend</al><al>karakter.</al><al>Afdeling 5.1: De aanvraag tot vaststelling</al><al>Artikel 4:44 Awb bepaalt dat, wanneer een beschikking tot subsidieverlening
                    is</al><al>gegeven, de subsidie-ontvanger, behoudens de daar genoemde uitzonderingen,
                    na</al><al>afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een
                    aanvraag tot</al><al>vaststelling van de subsidie moet indienen.</al><al>Volgens artikel 4:45 Awb moet de aanvrager bij de aanvraag tot vaststelling
                    aantonen</al><al>dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie</al><al>verbonden verplichtingen en moet de aanvrager rekening en verantwoording
                    afleggen</al><al>omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten.</al><al>In deze verordening worden de aanvragen voor de verschillende subsidies in
                    aparte</al><al>artikelen geregeld. Op deze manier is in één opslag duidelijk, welke eisen voor
                    welke</al><al>subsidiesoort gelden.</al><al><vet>Artikel 15 Aanvraag vaststelling structurele subsidie</vet></al><al>Volgens het tweede lid moet bij een structurele subsidie die voor meerdere jaren
                    is</al><al>verleend, jaarlijks een aanvraag tot vaststelling worden ingediend. Er moet dan
                    dus</al><al>niet alleen het laatste jaar een aanvraag tot vaststelling worden gedaan, maar
                    elk jaar.</al><al>Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de aanvraag tot vaststelling vergezeld
                    moet</al><al>gaan van een activiteitenverslag en financieel verslag. De definities hiervan
                    zijn terug</al><al>te vinden in artikel 1. Artikel 15 vormt een invulling van de verplichting tot
                    rekening en</al><al>verantwoording van artikel 4:45. Bij grote subsidies kunnen de eisen waaraan
                    het</al><al>activiteiten- en het financieel verslag moeten voldoen zwaarder aangezet worden
                    dan</al><al>bij de kleine subsidies.</al><al>Lid 4 geeft het college de mogelijkheid extra gegevens van de aanvrager te
                    eisen. Op</al><al>deze manier kan de rekening- en verantwoordingsplicht van
                    subsidie-ontvanger</al><al>worden aangepast op de soort en grootte van de subsidie.</al><al>Ook kan het college op grond van lid 5 een subsidie-ontvanger verplichten voor
                    de</al><al>aanvraag tot vaststelling gebruik te maken een aanvraagformulier.</al><al><vet>Artikel 16 Aanvraag vaststelling incidentele subsidie</vet></al><al>Ook bij de aanvraag tot vaststelling van een incidentele subsidie moet een</al><al>activiteitenverslag en een financieel verslag worden overgelegd. Bij kleine
                    subsidies</al><al>zullen de eisen die aan deze verslagen gesteld worden lager mogen zijn dan bij
                    grotere</al><al>subsidies. Zie ook de toelichting bij artikel 15.</al><al>Wanneer de subsidie vóór aanvang van de activiteiten is vastgesteld, hoeft
                    geen</al><al>aanvraag tot vaststelling ingediend te worden. Artikel 19 regelt deze
                    gevallen.</al><al><vet>Artikel 17 Accountantsverklaring</vet></al><al>Voor subsidies van 100.000,- of meer geldt de eis van een accountantsverklaring
                    in</al><al>de zin van artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek. De accountantsverklaring
                    vormt</al><al>een waarborg tegen onjuist gebruik van de verstrekte subsidiegelden. Volgens
                    het</al><al>derde lid kan van de subsidie-ontvanger worden gevergd dat hij de accountant ook
                    laat</al><al>onderzoeken of aan alle dan wel bepaalde subsidieverplichtingen is voldaan.</al><al>Ingeval er sprake is van een negatieve accountantsverklaring, dan wel een</al><al>accountantsverklaring waarin de nodige opmerkingen worden gemaakt, kan artikel
                    18</al><al>van toepassing worden verklaard, e.e.a. naar de beoordeling van het college (zie
                    ook</al><al>de toelichting bij artikel 18).</al><al>Afdeling 5.2: De subsidievaststelling</al><al>Op de subsidievaststelling zijn de artikelen 4:46 en 4:47 Awb van toepassing.
                    Vooral</al><al>artikel 4:46 is hier van belang. Dit artikel wordt in artikel 18 grotendeels
                    overgenomen.</al><al>Het artikel luidt als volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:46 Vaststelling subsidiebedrag</cursief></al><al><cursief>1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het
                        bestuursorgaan</cursief></al><al><cursief>de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast;</cursief></al><al><cursief>2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:</cursief></al><al><cursief>a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                        hebben</cursief></al><al><cursief>plaatsgevonden;</cursief></al><al><cursief>b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                        verbonden</cursief></al><al><cursief>verplichtingen;</cursief></al><al><cursief>c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                        verstrekt en de</cursief></al><al><cursief>verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                        beschikking op de</cursief></al><al><cursief>aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of</cursief></al><al><cursief>d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger
                        dit wist</cursief></al><al><cursief>of behoorde te weten.</cursief></al><al><cursief>2. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de
                        werkelijke kosten van</cursief></al><al><cursief>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in
                        redelijkheid niet</cursief></al><al><cursief>als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
                        subsidie niet</cursief></al><al><cursief>in aanmerking genomen.</cursief></al><al>Pas bij de subsidievaststelling wordt de aanspraak op financiële middelen
                    definitief.</al><al>Met de vaststellingsbeschikking wordt de bij de subsidieverlening gegeven
                    aanspraak</al><al>omgezet in een onvoorwaardelijke aanspraak op betaling van het
                    subsidiebedrag.</al><al><vet>Artikel 18 Vaststellingsbeschikking</vet></al><al>Dit artikel luidt bijna hetzelfde als artikel 4:46 Awb. Toegevoegd is lid e:
                    indien de</al><al>inhoud van de accountantsverklaring daartoe aanleiding geeft. In artikel 18 gaat
                    het</al><al>om de vaststelling van een subsidie nadat er een correcte aanvraag is gedaan
                    tot</al><al>vaststelling. Naast de vaststelling op aanvraag kent de Awb de ambtshalve
                    vaststelling.</al><al>Artikel 4:47 Awb bepaalt wanneer een bestuursorgaan de subsidie ambtshalve
                    kan</al><al>vaststellen.</al><al><vet>Artikel 19 Vaststelling zonder voorafgaande
                    verleningsbeschikking</vet></al><al>Volgens dit artikel kunnen incidentele subsidies tot en met 1000,- direct worden
                    vastgesteld,</al><al>zonder dat daar een verleningsbeschikking aan voorafgaat. De Awb biedt deze
                    ruimte.</al><al>Deze bepaling is vooral met het oog op deregulering opgenomen. In plaats van
                    twee</al><al>beschikkingen, geeft het college nu maar één beschikking af. Artikel 4:43 Awb is
                    hier</al><al>van toepassing.</al><al>Het derde lid verklaart artikel 9 en 14 van overeenkomstige toepassing. Artikel
                    9 geeft</al><al>aan wanneer de subsidie kan worden geweigerd, terwijl artikel 14 het college
                    de</al><al>mogelijkheid geeft verplichtingen aan de subsidie-ontvanger op te leggen die
                    strekken</al><al>tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.</al><al>Aanvankelijk was in artikel 19 van de ASv dwingend bepaald, dat bij een aanvraag
                    van een incidentele subsidie toten met € 1.000,- het college volstaat met het
                    geven van een beschikking tot subsidievaststelling, zonder dat daar een besluit
                    tot subsidieverlening aan voorafgaat.</al><al>Deze dwingende bepaling is niet wenselijk en niet in overeenstemming met de
                    praktijk en met de inhoud van de SvC. In de praktijk en in de deelverordening
                    SvC worden namelijk verschillende soorten subsidie onderscheiden. Eén van die
                    soorten is de garantiesubsidie, waarbij de subsidie is bedoeld voor eventuele
                    tekorten. In dergelijke situaties is er na afloop van de activiteit een
                    financiële eindafrekening nodig om te kunnen bepalen of de subsidie definitief
                    moet worden toegekend (= subsidievaststelling).</al><al>Het artikel is daarom op 25 november 2010 gewijzigd vastgesteld.</al><al>HOOFDSTUK 6: UITBETALING</al><al>Op de uitbetaling van subsidies is afdeling 4.2.7 van de Awb (artikel 4:52 t/m
                    4:57) van</al><al>toepassing.</al><al><vet>Artikel 20 Voorschotten</vet></al><al>Volgens artikel 4:54 Awb kan een bestuursorgaan voorschotten verlenen aan
                    de</al><al>subsidie-ontvanger, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de
                    subsidieverlening is</al><al>bepaald. Artikel 20 verleent deze bevoegdheid aan het college.</al><al>Volgens het tweede lid van artikel 4:54 Awb moet de beschikking tot</al><al>voorschotverlening het bedrag vermelden van het voorschot, dan wel de wijze
                    waarop</al><al>dit bedrag wordt bepaald.</al><al>Artikel 4:55 Awb bepaalt vervolgens dat voorschotten overeenkomstig de</al><al>voorschotverlening worden betaald en dat de voorschotten binnen vier weken na
                    de</al><al>voorschotverlening worden betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij
                    de</al><al>voorschotverlening anders is bepaald. Wanneer er bij de voorschotverlening dus
                    geen</al><al>termijn is bepaald over de uitbetaling, moeten de voorschotten op grond van
                    artikel</al><al>4:55 Awb binnen vier weken worden betaald.</al><al><vet>Artikel 21 Uitbetaling</vet></al><al>Op de uitbetaling van de subsidie is artikel 4:52 van toepassing. Het artikel
                    luidt als</al><al>volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:52 Betaling subsidiebedrag</cursief></al><al><cursief>1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
                        betaald, onder</cursief></al><al><cursief>verrekening van de betaalde voorschotten.</cursief></al><al><cursief>2. Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                        subsidievaststelling betaald,</cursief></al><al><cursief>tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</cursief></al><al><cursief>3. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan bij
                        de</cursief></al><al><cursief>subsidieverlening, of, indien geen beschikking tot subsidieverlening is
                        gegeven, bij</cursief></al><al><cursief>de subsidievaststelling, een andere termijn worden bepaald waarbinnen
                        het</cursief></al><al><cursief>subsidiebedrag wordt betaald.</cursief></al><al>De termijn van vier weken uit het wetsartikel is voor de duidelijkheid in
                    artikel 21 van de</al><al>verordening overgenomen.</al><al>HOOFDSTUK 7: INTREKKING, WIJZIGING EN TERUGVORDERING</al><al>Afdeling 4.2.6 van de Awb gaat over de intrekking en wijziging van subsidies.
                    Afdeling</al><al>4.2.7 gaat deels over de terugvordering van subsidiebedragen.</al><al><vet>Artikel 22 Intrekken en wijzigen subsidie</vet></al><al>De artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 geven gronden om een subsidieverlening of
                    vaststelling</al><al>met of zonder terugwerkende kracht in te trekken of te wijzigen. De hier
                    genoemde</al><al>gronden worden daaraan toegevoegd, om het college extra handvatten te geven
                    om</al><al>ongewenste en ongerechtvaardigde subsidieverstrekkingen tegen te gaan. De
                    artikelen</al><al>waarnaar verwezen wordt, luiden als volgt:</al><al><cursief>Artikel 4:48 Intrekkingen wijziging subsidieverlening ex
                    tunc</cursief></al><al><cursief>1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                        subsidieverlening</cursief></al><al><cursief>intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen,
                        indien:</cursief></al><al><cursief>a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                        hebben</cursief></al><al><cursief>plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</cursief></al><al><cursief>b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                        verbonden</cursief></al><al><cursief>verplichtingen;</cursief></al><al><cursief>c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                        verstrekt en de</cursief></al><al><cursief>verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                        beschikking op de</cursief></al><al><cursief>aanvraag tot subsidievaststelling zou hebben geleid;</cursief></al><al><cursief>d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsdie-ontvanger
                        dit wist of</cursief></al><al><cursief>behoorde te weten, of</cursief></al><al><cursief>e. met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt gedaan
                        op de</cursief></al><al><cursief>voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                        gesteld.</cursief></al><al><cursief>2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                        waarop de subsidie is</cursief></al><al><cursief>verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                        bepaald.</cursief></al><al><cursief>Artikel 4:49 Intrekking of wijziging subsidievaststelling ex
                        tunc</cursief></al><al><cursief>1. Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten
                        nadele van de</cursief></al><al><cursief>ontvanger wijzigen:</cursief></al><al><cursief>a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                        subsidievaststelling</cursief></al><al><cursief>redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de
                        subsidie lager</cursief></al><al><cursief>dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
                    vastgesteld;</cursief></al><al><cursief>b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger
                        dit wist of</cursief></al><al><cursief>behoorde te weten, of</cursief></al><al><cursief>c. indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft
                        voldaan aan</cursief></al><al><cursief>aan de subsidie verbonden verplichtingen.</cursief></al><al><cursief>2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                        waarop de subsidie is</cursief></al><al><cursief>vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                        bepaald.</cursief></al><al><cursief>3. De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                        nadele van de</cursief></al><al><cursief>ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn versteken sedert de
                        dag waarop zij</cursief></al><al><cursief>is bekend gemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid,
                        onderdeel c,</cursief></al><al><cursief>sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is
                        verricht of de dag</cursief></al><al><cursief>waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.</cursief></al><al><cursief>Artikel 4:50 Intrekking en wijziging lopende subsidieverlening ex
                        nunc</cursief></al><al><cursief>1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                        subsidieverlening</cursief></al><al><cursief>met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van
                        de subsidieontvanger</cursief></al><al><cursief>wijzigen:</cursief></al><al><cursief>a. voor zover de subsidieverlening onjuist is;</cursief></al><al><cursief>b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich
                        in</cursief></al><al><cursief>overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van
                        de</cursief></al><al><cursief>subsidie verzetten, of</cursief></al><al><cursief>c. in ander bij wettelijk voorschrift geregelde
                    gevallen.</cursief></al><al><cursief>2. Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a
                        of b, vergoedt het</cursief></al><al><cursief>bestuursorgaan de schade die de subsidie-ontvanger lijdt doordat hij in
                        vertrouwen</cursief></al><al><cursief>op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou
                        hebben</cursief></al><al><cursief>gedaan.</cursief></al><al><vet>Artikel 23 Terugvordering</vet></al><al>In deze bepaling wordt verwezen naar artikel 4:57 Awb. Het artikel luidt als
                    volgt:</al><al><cursief>Artikel 57 Terugvordering onverschuldigde betalingen</cursief></al><al><cursief>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen
                        worden</cursief></al><al><cursief>teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld,
                        dan wel de</cursief></al><al><cursief>handeling als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, heeft
                        plaatsgevonden,</cursief></al><al><cursief>nog geen vijf jaren zijn verstreken.</cursief></al><al>HOOFDSTUK 8 SLOT-EN OVERGANGSBEPALINGEN</al><al><vet>Artikel 24 Hardheidsclausule</vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om in bijzondere gevallen van de bepalingen
                    uit deze</al><al>verordening af te wijken. De zinsnede onbillijkheid van overwegende aard geeft
                    aan</al><al>dat er niet snel van de bepalingen uit de verordening kan worden afgeweken.
                    Slechts</al><al>wanneer de toepassing van de verordening onrechtvaardig uitpakt, kunnen
                    bepalingen</al><al>buiten toepassing blijven.</al><al><vet>Artikel 25 Overgangsbepaling</vet></al><al>Volgens het artikel blijven op subsidies die al vóór de inwerkingtreding van
                    deze</al><al>subsidieverordening zijn verleend, de bepalingen van de Algemene</al><al>Subsidieverordening 1998 van toepassing. Op subsidies die nog niet zijn verleend
                    vóór</al><al>de inwerkingtreding is dus de nieuwe verordening van toepassing.</al><al><vet>Artikel 26 Citeertitel en inwerkingtreding</vet></al><al>De verordening zal bekend worden gemaakt op 15 januari 2008. Inwerkingtreding
                    vindt</al><al>plaats met terugwerkende kracht per 1 januari 2008. Op hetzelfde moment zal
                    de</al><al>Algemene Subsidieverordening 1998 worden ingetrokken.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>