<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90586_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening gemeente Opmeer 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="www.opmeer.nl">Koggenlander</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening gemeente Opmeer 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">huisvestingswet, artikel 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rvs11.40 d.d. 02-11-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>huisvestingsverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      HUISVESTINGSVERORDENING GEMEENTE OPMEER 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De Raad van de gemeente Opmeer;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2
                        november 2010;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de
                        Huisvestingswet;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>B E S L U I T :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de verordening, houdende regels omtrent de verdeling van
                        woonruimte</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Titeldeel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel/>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>1</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>besluit: het Huisvestingsbesluit;</al></li>
                <li nr="b."><al>corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70
                                        van de Woningwet of een gemeentelijk woningbedrijf;</al></li>
                <li nr="c."><al>economische binding: het daaromtrent in artikel 1, lid 1,
                                        sub l, van de Wet bepaalde, waarbij onder het duurzaam
                                        verrichten van arbeid wordt verstaan dat er een
                                        arbeidsovereenkomst moet zijn aangegaan van minimaal 1 jaar,
                                        dan wel indien een tijdelijke arbeidsovereenkomst van
                                        minimaal 6 maanden is gesloten, de werkgever schriftelijk
                                        heeft verklaard dat de overeenkomst bij normaal functioneren
                                        van de werknemer zal worden verlengd met opnieuw minimaal 6
                                        maanden of worden omgezet in een vaste
                                        arbeidsovereenkomst;</al></li>
                <li nr="d."><al>eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de Wet
                                        bepaalde;</al></li>
                <li nr="e."><al>gebruiksoppervlakte: het totaal van de tussen omsluitende
                                        wanden gelegen vloeroppervlakte van de ruimten in een
                                        woonruimte;</al></li>
                <li nr="f."><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen
                                        die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of
                                        willen gaan voeren;</al></li>
                <li nr="g"><al>huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, sub 1, sub j, van
                                        de Wet bepaalde:</al></li>
                <li nr="h."><al>huurprijsgrens: de aftoppingsgrenzen zoals bedoeld in
                                        artikel 20, lid 2, van de Wet op de huurtoeslag;</al></li>
                <li nr="i."><al>huurwoning: een woonruimte waarvoor de gebruiker een
                                        vergoeding is verschuldigd, of ten aanzien waarvan de
                                        gebruiker een huurovereenkomst is aangegaan;</al></li>
                <li nr="j."><al>inkomen: het norminkomen zoals bedoeld in artikel 14, lid 1
                                        van de Wet op de huurtoeslag;</al></li>
                <li nr="k."><al>inschrijfduur: de onafgebroken periode dat een
                                        woningzoekende van tenminste 18 jaar bij een verhuurder
                                        staat ingeschreven voor een voor verhuur beschikbaar komende
                                        woning;</al></li>
                <li nr="l."><al>klachtencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 4,
                                        lid 2, van de Wet;</al></li>
                <li nr="m."><al>leegstaan: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub i, van
                                        de Wet bepaalde;</al></li>
                <li nr="n."><al>maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1, lid
                                        1, sub m, van de Wet bepaalde;</al></li>
                <li nr="o."><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde
                                        woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang
                                        heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond,
                                        zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen
                                        buiten die woning;</al></li>
                <li nr="p."><al>omzetting: het wijzigen van een zelfstandige woonruimte in
                                        een onzelfstandige woonruimte;</al></li>
                <li nr="q."><al>publicatie woningaanbod: het periodiek openbaar gemaakt of
                                        aan woningzoekenden toegezonden aanbod van voor verhuur
                                        beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende
                                        of de woningzoekende waaraan het aanbod is toegezonden op
                                        eigen initiatief kan reageren;</al></li>
                <li nr="r."><al>regio: de gemeenten die zijn gelegen in het gebied van het
                                        voormalige Samenwerkingsorgaan Westfriesland;</al></li>
                <li nr="s."><al>standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, lid
                                        1, sub h, van de Woningwet;</al></li>
                <li nr="t."><al>starter: een huishouden dat na verhuizing, hoofdbewoner
                                        wordt en nieuw gevormd is, zoals iemand die voor het eerst
                                        zelfstandig gaat wonen of na een relatieverbreking;</al></li>
                <li nr="u."><al>urgentiecommissie: de door burgemeester en wethouders aan te
                                        wijzen commissie die burgemeester en wethouders adviseert
                                        ter zake van artikel 9;</al></li>
                <li nr="v."><al>wet: de Huisvestingswet;</al></li>
                <li nr="w."><al>woonduur: de onafgebroken periode gedurende welke een
                                        woningzoekende de huidige in de regio gelegen huurwoning
                                        zelfstandig bewoont en op dat adres ingeschreven staat in de
                                        Gemeentelijke Basis Administratie (GBA);</al></li>
                <li nr="x."><al>woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub b, van
                                        de Wet bepaalde;</al></li>
                <li nr="y."><al>woonwagen: als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub e, van de
                                        Woningwet; </al></li>
                <li nr="z."><al>zelfstandige woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel
                                        30, lid 2, van de Wet.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Verdeling van huurwoningen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Huurprijsgrens</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op
                                    woonruimten in eigendom van een corporatie met een huurprijs
                                    beneden de huurprijsgrens.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de toepassing van
                                    deze verordening mede van toepassing is op verhuurders van
                                    huurwoningen, niet zijnde een corporatie, met een huurprijs
                                    beneden de huurprijsgrens.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 is het bepaalde in dit
                                hoofdstuk niet van toepassing op:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>woonruimten, bestemd voor inwoning, als bedoeld in artikel
                                        6, lid 1, van de Wet;</al></li>
                <li nr="b."><al>zorg- en aanleunwoningen, die als zodanig zijn aangemerkt
                                        door burgemeester en wethouders, waarvoor de toewijzing via
                                        een indicatie van de indicatiecommissie als bedoeld in
                                        artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
                                        geschiedt;</al></li>
                <li nr="c."><al>door burgemeester en wethouders in overleg met de corporatie
                                        aan te wijzen vormen van woon- of leefgemeenschap;</al></li>
                <li nr="d."><al>onzelfstandige woonruimten;</al></li>
                <li nr="e."><al>ligplaatsen voor een woonschip;</al></li>
                <li nr="f."><al>standplaatsen voor een woonwagen. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Huisvestingsovereenkomst</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen met de in hun gemeente
                                    werkzame corporatie(s) een overeenkomst afsluiten als bedoeld in
                                    artikel 4, lid 1, van de Wet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien burgemeester en wethouders gebruik maken van het bepaalde
                                    in lid 1 wordt een klachtencommissie ingesteld met inachtneming
                                    van het bepaalde in artikel 4, lid 2, van de Wet.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Lokaal maatwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Op lokaal niveau kan de woonruimteverdeling nadere invulling
                                    krijgen. Het lokaal maatwerk is aanvullend op de regels van deze
                                    Verordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Afspraken in het kader van lid 1 worden vastgelegd op basis van
                                    de in de in artikel 4, lid 1, bedoelde overeenkomst(en);</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen in overleg met de corporatie,
                                    als onderdeel van lokaal maatwerk als bedoeld in lid 1,
                                    voorschriften in de overeenkomst opnemen over:</al>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>de grootte van het huishouden in relatie tot de grootte
                                            van de woonruimte;</al></li>
                  <li nr="2."><al>het inkomen van het huishouden in relatie tot de
                                            huurprijs van de woning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Systeem woonruimteverdeling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De corporatie dient bij de toewijzing van vrijkomende woonruimte
                                    het toewijzingssysteem te hanteren zoals dat geldt ten tijde van
                                    de inwerkingtreding van deze verordening. Een nieuw
                                    woningtoewijzingsysteem dient na regionaal overleg door
                                    burgemeester en wethouders te worden vastgesteld;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De opgebouwde inschrijfduur wordt door corporaties overgenomen
                                    die hetzelfde toewijzingssysteem hanteren;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De opgebouwde inschrijfduur vervalt op het moment dat een
                                    woningzoekende voor onbepaalde tijd een aangeboden woonruimte
                                    heeft aanvaard dan wel een toegewezen woonruimte als bedoeld in
                                    artikel 9, lid 6 sub d aangeboden heeft gekregen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien op basis van artikel 7, of de nadere uitwerking daarvan,
                                    sprake is van een voor de woningzoekende passende woonruimte,
                                    wordt de vrijkomende woonruimte aangeboden aan degene met de
                                    langste inschrijfduur.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De corporatie dient haar voor verhuur vrijkomende woonruimte
                                    door publicatie of toezending aan woningzoekenden aan te bieden
                                    onder vermelding van in ieder geval:a. het adres van de
                                    woonruimte;b. het woningtype;c. de huurprijs van de
                                    woonruimte;d. de voorwaarden waaraan woningzoekenden moeten
                                    voldoen om voor toewijzing van de woonruimte in aanmerking te
                                    komen;e. de wijze waarop en de termijn waarbinnen
                                    woningzoekenden op het gepubliceerd woningaanbod kunnen
                                    reageren;f. de eigenaar of verhuurder van de woonruimte;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De voorwaarden bedoeld in lid 1, sub d, behoeven vooraf
                                    instemming van burgemeester en wethouders.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>a. Door of namens burgemeester en wethouders wordt zorg gedragen
                                    voor het aanleggen en bijhouden van een register van
                                    woningzoekenden ; b. voor zover dat verplicht is gesteld dient
                                    de inschrijving of registratie jaarlijks te worden verlengd; c.
                                    voor de inschrijving of de jaarlijkse verlenging worden geen
                                    kosten in rekening gebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6, lid 3 blijft de
                                    inschrijfduur in stand voor zover het betreft personen die een
                                    huurwoning in de regio leeg en voor verhuur beschikbaar
                                    achterlaten en waarvan de huidige huur is gelegen beneden de op
                                    basis van Wet op de huurtoeslag vastgestelde maximale huurgrens
                                    voor personen beneden de 23 jaar en de zijn gelabeld als
                                    jongerenwoning en waarvan de huur van de aangeboden woning boven
                                    de op basis van de Wet op de huurtoeslag vastgestelde maximale
                                    huurgrens voor personen beneden de 23 jaar is gelegen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van de corporatie,
                                    een afwijking toestaan van het bepaalde in lid 1 tot en met 3,
                                    indien aannemelijk wordt gemaakt dat toewijzing van woonruimte
                                    plaatsvindt met inachtneming van het bepaalde in de
                                    huisvestingsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 4.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Urgentie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>De gemeenteraad stelt een regionaal werkzame onafhankelijke
                                urgentiecommissie in die burgemeester en wethouders bindend advies
                                uitbrengt omtrent de urgentie van de woningzoekende.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De woningzoekende kan een aanvraag indienen tot het verlenen van
                                    urgentie bij de toewijzing van passende woonruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De aanvraag zoals bedoeld in lid 1 wordt ingediend bij de
                                    corporatie en gericht aan burgemeester en wethouders.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het verlenen van urgentie als bedoeld in lid 1 houdt in het
                                    verlenen van een extra inschrijfduur van vier jaar.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Urgentie kan worden verleend aan woningzoekenden die voldoen aan
                                    de volgende criteria:a. medisch: medisch geïndiceerden zijn
                                    woningzoekenden die in verband met medische omstandigheden
                                    permanent ernstige hinder, belemmering of verslechtering
                                    ondervinden in hun woonsituatie. Er kan alleen een beroep worden
                                    gedaan op deze omstandigheid indien bij de aanvraag een
                                    verklaring wordt overgelegd van een professionele medische,
                                    psychiatrische en/of sociale hulpverleningsinstantie, zo nodig
                                    aangevuld met een advies van een onafhankelijke instantie die is
                                    gespecialiseerd in sociaal-medische advisering;b. sociaal:
                                    sociaal geïndiceerden zijn woningzoekenden die in verband met
                                    sociale of psychische omstandigheden ernstige hinder,
                                    belemmering of verslechtering ondervinden in hun huidige
                                    woonsituatie. Onder sociaal geïndiceerden vallen ook
                                    woningzoekenden met ernstige relationele problemen met buren of
                                    buurt, waardoor sprake is van een acuut woonprobleem, waarbij de
                                    woningzoekenden alles in het werk hebben gesteld de situatie
                                    weer leefbaar te maken. Indien een beroep wordt gedaan op deze
                                    omstandigheid dient dit te worden onderbouwd door gegevens van
                                    justitie en/of politie en/of met gegevens van een professionele
                                    sociale hulpverleningsinstantie en indien gewenst een advies van
                                    de corporatie;c. economisch en maatschappelijk: economisch en
                                    maatschappelijk geïndiceerden zijn woningzoekenden die
                                    beschikken over een economische of maatschappelijke binding. Van
                                    een dergelijke omstandigheid kan sprake zijn indien door het
                                    aanvaarden van een werkkring in de regio de woon-werkafstand een
                                    reistijd van meer dan 4 uur per dag met het openbaar vervoer
                                    betekent;d. echtscheiding/verbreken samenleving: zijn
                                    woningzoekenden die van echt scheiden of hun samenwoning
                                    verbreken. Urgentie op deze grond kan uitsluitend aan één
                                    gewezen partner worden verleend en uitsluitend, indien de
                                    woningzoekende op grond van de Wet of een rechterlijke uitspraak
                                    geheel of in overwegende mate met de zorg voor zijn minderjarige
                                    kind(eren) is of wordt belast, dan wel ingeval sprake is van
                                    co-ouderschap de ouder waarbij het kind op grond van de
                                    Gemeentelijke Basisadministratie staat ingeschreven en er
                                    aantoonbaar een poging is gedaan om het huur/kooprecht van de
                                    huidige woning te behouden en dit niet is geslaagd;e.
                                    financieel: financieel geïndiceerden zijn woningzoekenden die
                                    buiten hun schuld te maken hebben met een grote
                                    inkomensachteruitgang door acute en/of onvoorziene
                                    omstandigheden waardoor de huidige woonruimte niet langer
                                    betaalbaar is;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Urgentie kan uitsluitend worden verleend aan woningzoekenden die
                                    ingezetenen zijn, dan wel beschikken over een economische of
                                    maatschappelijke binding, dan wel in de positie verkeren als
                                    bedoeld in artikel 13c, lid 1, van de Wet en over de Nederlandse
                                    nationaliteit beschikken, dan wel behoren tot de groep
                                    mishandelde vrouwen in opvanghuizen zoals bedoeld in de
                                    circulaire van de Minister van WWI, nummer MG 2008-5, dan wel in
                                    het bezit zijn van een geldige verblijfstitel in Nederland en
                                    buiten hun schuld in een dusdanige situatie verkeren dat zij op
                                    korte termijn andere woonruimte behoeven en naar verwachting
                                    niet binnen die termijn andere woonruimte zullen krijgen en hun
                                    betreffende situatie niet op andere wijze kunnen oplossen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>a. De in lid 3 bedoelde urgentie geldt voor een termijn van vier
                                    maanden ingaande op de dag volgend op de datum waarop de
                                    beschikking tot het toekennen van urgentie is verzonden;b.
                                    degene aan wie een urgentie is verleend is verplicht om
                                    gedurende de onder a. genoemde termijn in elke opeenvolgende
                                    periode van veertien dagen ten minste op drie passende en via
                                    het toewijzingssysteem aangeboden woningen te reageren, met dien
                                    verstande dat van voldoende passend aanbod sprake is;c. onder
                                    een passende woning zoals bedoeld onder sub. b wordt verstaan
                                    een zelfstandige woonruimte met een aantal kamers dat in
                                    verhouding staat tot de grootte van het huishouden, waarbij
                                    vanaf een drie-persoonshuishouden de volgende tabel van
                                    toepassing is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="1."><al>3 personen: minimaal 2 kamers</al></li>
                  <li nr="2."><al> 4- of 5 personen: minimaal 3 kamer</al></li>
                  <li nr="3."><al>grotere huishoudens: minimaal 4 kamers</al></li>
                </lijst>
                <al>en waarvan de huurprijs in verhouding staat tot het
                                    verzamelinkomen van degene aan wie urgentie is verleend zoals is
                                    vastgelegd in de basis huurtabel op grond van de Wet op de
                                    huurtoeslag;d. indien de woningzoekende met een urgentie zoals
                                    bedoeld in lid 3, niet binnen de vastgestelde termijn van vier
                                    maanden woonruimte heeft gevonden, wordt binnen een tweede
                                    termijn van vier maanden eenmalig een passende woonruimte
                                    aangeboden. Deze laatstgenoemde termijn kan worden verlengd met
                                    nogmaals een termijn van vier maanden indien geen passend aanbod
                                    beschikbaar is gekomen;e. bij de woningaanbieding zoals bedoeld
                                    onder sub d wordt geen rekening gehouden met specifieke
                                    woonwensen zoals wijkvoorkeur en woningtype;f. indien het
                                    woningaanbod zoals bedoeld onder sub d wordt geweigerd vervalt
                                    de op basis van het derde lid toegekende urgentie.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders beslissen op de in artikel 9, lid 2,
                                    bedoelde aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag en
                                    de daarbij over te leggen bescheiden en brengen de beslissing
                                    ter kennis van de aanvrager;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in
                                    lid 1 voor ten hoogste 4 weken verdagen. Van de verdaging wordt
                                    schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders trekken een urgentieverklaring in,
                                    indien: a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentie
                                    niet meer wordt voldaan; b. de urgentie is verstrekt op grond
                                    van gegevens waarvan de houder van de urgentie wist of
                                    redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
                                    waren; c. de houder van de urgentie daarom verzoekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De urgentieverklaring vervalt automatisch indien de houder van
                                    de urgentie na de afgifte van de urgentie zelfstandige
                                    woonruimte voor onbepaalde tijd in gebruik heeft genomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De urgentieverklaring vervalt automatisch indien de houder van
                                    de urgentie niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 9,
                                    lid 6, sub b.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De urgentieverklaring vervalt indien de termijn waarvoor zij is
                                    verstrekt is verstreken.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Bijzondere woonvormen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Standplaatsen voor woonwagens en
                                huurwoonwagens</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en
                                    wethouders een standplaats in gebruik te nemen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De toewijzing van een standplaats en/of woonwagen geschiedt
                                    volgens de regels zoals bedoeld in artikel 7.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2 van de Wet hebben
                                    genieten woningzoekenden, in afwijking van het op grond van
                                    artikel 6 van toepassing zijnde toewijzingssysteem, die op het
                                    moment van inschrijving als woningzoekende legaal in een
                                    woonwagen wonen of gewoond hebben, voorrang boven andere
                                    woningzoekenden.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Klachten</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Klachtencommissie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien een gemeente een of meer overeenkomsten sluit, als
                                    bedoeld in artikel 4, lid 1 van de Wet jo artikel 4, lid 2 van
                                    deze verordening, stelt de gemeenteraad een regionale werkzame
                                    klachtencommissie in, waar woningzoekenden een klacht kunnen
                                    indienen met betrekking tot het uitbrengen van een afwijzend
                                    advies door de regionale urgentiecommissie zoals bedoeld in
                                    artikel 8, het (niet) inschrijven als woningzoekende bij de
                                    gemeente respectievelijk de eigenaar van woonruimte en
                                    woonwagenstandplaatsen, het (niet) toewijzen van een woning door
                                    de gemeente respectievelijk de corporatie en de behandeling door
                                    de gemeente respectievelijk de eigenaar van woonruimte in het
                                    algemeen, voor zover deze behandeling betrekking heeft op de
                                    uitvoering van de op basis van artikel 4 afgesloten
                                    overeenkomst.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De commissie verricht haar taak onafhankelijk van de gemeente en
                                    de eigenaren van woonruimte(n). Indien de eigenaar van
                                    woonruimte(n) handelt op basis van een overeenkomst als bedoeld
                                    in het eerste lid doet de klachtencommissie een bindende
                                    uitspraak. Indien andere zaken aan de commissie worden
                                    voorgelegd, strekt de uitspraak van de commissie burgemeester en
                                    wethouders tot advies.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De samenstelling, procedure van benoeming en werkwijze van de
                                    commissie wordt bij apart besluit door de gemeenteraad
                                    geregeld.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Overgangs-, straf-, slot- en overige
                            bepalingen</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Overleg bij wijziging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze
                                verordening plegen burgemeester en wethouders overleg met de
                                ingevolge de Woningwet toegelaten instellingen en met andere
                                daarvoor in aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente
                                op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Handhaving en strafbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Overtreding van het bepaalde in artikel 12, lid 1 wordt gestraft met
                                hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde
                                categorie, zoals bedoeld in artikel 23, lid 4 van het Wetboek van
                                Strafrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                    verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en
                                    wethouders aangewezen ambtenaren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Met de opsporing van de bij artikel 15 strafbaar gestelde feiten
                                    zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van
                                    Strafvordering, de in artikel 75 van de Wet aangewezen
                                    ambtenaren belast voor zover zij tevens buitengewoon ambtenaar
                                    zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De in lid 1 genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als
                                    genoemd in artikel 77 van de Wet.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Opmeer 2002
                                    dan wel op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Opmeer
                                    2007 opgebouwde woonduur blijft in stand tot en met 31 december
                                    2011;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Opmeer 2002,
                                    aan woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor de
                                    woonduurregeling, toegekende extra inschrijfduur van 7 jaar
                                    blijft in stand tot en met 31 december 2011;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Woningzoekenden zoals bedoeld in lid 1 en 2 dienen voor 1
                                    januari 2011 gebruik te maken van de woonduur dan wel de 7 jaren
                                    extra inschrijfduur, hebben zij dit niet gedaan dan vervalt deze
                                    woonduur dan wel 7 jaren inschrijfduur onherroepelijk en zijn
                                    met ingang van 1 januari 2012 voor alle woningzoekenden de
                                    regels van toepassing zoals opgenomen in deze verordening.</al>
                <al/>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de
                                    toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een
                                    bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te
                                    wijken van deze verordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het gestelde in het eerste lid is eveneens van toepassing indien
                                    op grond van artikel 4 van de Wet de uitvoering van de
                                    paragrafen 5 en 6 is overgedragen aan eigenaren van woonruimte
                                    en/of standplaatsen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslissen
                                    burgemeester en wethouders, waarbij een rechtvaardige verdeling
                                    van de schaarse woonruimte richtinggevend is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in deze
                                    verordening afwijken of afwijking daarvan toestaan ten behoeve
                                    van experimenten die in het belang zijn van de
                                    volkshuisvesting.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van
                                bevoegdheden krachtens de paragrafen 5 en 6 van deze verordening te
                                mandateren aan eigenaren van woonruimte en/of standplaatsen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening
                                gemeente Opmeer 2010.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Deze verordening treedt in werking op de dag van de openbare
                                    bekendmaking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Op de datum van inwerkingtreding vervalt de
                                    Huisvestingsverordening gemeente Opmeer 2007.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2010.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>mevrouw M.C.G.M. De Vree-Bekker de heer G.J.A.M. Nijpelsgriffier
                        gemeenteraad Opmeer voorzitter gemeenteraad Opmeer</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>