<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90482_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">&lt;a title="Gemeenteblad, nr.
                92116" href="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-92116.html"&gt;Gemeenteblad, nr.
                92116&lt;/a&gt;</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging art. 8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>raad</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011 
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Informatieverstrekking en ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Verzoek om verstrekking van informatie of het verlenen van
                                ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier, de gemeentesecretaris of
                                een ambtenaar met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die op grond van de
                                        Wet openbaarheid van bestuur openbaar zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of de gemeentesecretaris met
                                een verzoek om inzage in of afschrift van documenten die op grond
                                van de Wet openbaarheid van bestuur niet openbaar gemaakt
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om
                                ambtelijke bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
                                en moties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om andere
                                ambtelijke bijstand dan bedoeld in het eerste, tweede en derde
                                lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid tot verstrekking van informatie of het verlenen van
                                ambtelijke bijstand.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De informatie bedoeld in artikel 1, eerste lid wordt verleend door
                                de gemeentesecretaris of de betrokken ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie bedoeld in artikel 1, tweede lid wordt verleend door
                                de gemeentesecretaris, na besluitvorming door het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijke bijstand, bedoeld in artikel 1, derde en vierde lid,
                                wordt verleend door de griffie. Indien de gevraagde ambtelijke
                                bijstand niet door de griffie kan worden verleend kan de griffier de
                                gemeentesecretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen,
                                die de gevraagde ambtelijke bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.
                                De gemeentesecretaris informeert het college op verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beoordeling van een verzoek om verstrekking van informatie of het
                                verlenen van ambtelijke bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek bedoeld in artikel
                                    1, eerste lid betrekking heeft op informatie als bedoeld in
                                    onderdeel a of b van dat lid, stelt hij de gemeentesecretaris in
                                    kennis, die vervolgens beslist of de informatie wordt gegeven.
                                    De gemeentesecretaris kan ambtenaren aanwijzen die namens hem
                                    beslissen over deze verzoeken.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist of een
                                    document, dat op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet
                                    openbaar wordt gemaakt vertrouwelijk danwel met een plicht tot
                                    geheimhouding bedoeld in artikel 25, tweede lid van de
                                    Gemeentewet aan een gemeenteraadslid ter inzage wordt gegeven of
                                    in afschrift wordt verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentesecretaris kan medewerking aan het verlenen van
                                    ambtelijke bijstand bedoeld in artikel 1, derde en vierde lid
                                    jo. artikel 2, derde lid, tweede volzin weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al><al>Indien de ambtelijke bijstand wordt geweigerd deelt de
                                            gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de
                                            griffier en het raadslid dat het verzoek heeft
                                            ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorziening bij weigeren van medewerking aan het verlenen van
                                ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Indien een verzoek om medewerking aan het verlenen van ambtelijke
                            bijstand, bedoeld in artikel 2, derde lid, tweede volzin, door de
                            gemeentesecretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken
                            raadslid het verzoek voorleggen aan het college van burgemeester en
                            wethouders. Het college van burgemeester en wethouders beslist zo
                            spoedig mogelijk over het verzoek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorziening ten aanzien van de kwaliteit van de verleende
                                ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier, na overleg met de
                                betrokken ambtenaar, hiervan mededeling aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor
                                beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                het college van burgemeester en wethouders. Het college van
                                burgemeester en wethouders beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie van verleende ambtelijke bijstand</titel></kop><al>De gemeentesecretaris houdt, voor zover buitenproportioneel beroep wordt
                            gedaan op ambtelijke bijstand, een register van de verleende ambtelijke
                            bijstand bij als bedoeld in artikel 2, derde lid, tweede volzin, waarin
                            per verzoek om ambtelijke bijstand aan de griffie of de reguliere
                            ambtelijke organisatie wordt opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bijdrage fracties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid van het
                                Reglement van orde voor de gemeenteraad 2002, ontvangen jaarlijks
                                een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het
                                functioneren van de fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat per fractie uit een vast deel en een bedrag
                                per raadszetel, beide zoals vastgesteld bij de begroting voor
                                2004.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Jaarlijks wordt het vaste deel en het bedrag per raadszetel
                                geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie en
                                naar boven afgerond op hele euro's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Besteding bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>algemene opleidingen voor raads- en commissieleden tenzij
                                        deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke
                                        uitgangspunten van de deelnemers.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitbetaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, vóór 1 maart van
                                    een kalenderjaar, verstrekt via een daartoe door de fractie
                                    specifiek voor de fractiewerkzaamheden aangewezen rekening.</al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt de bijdrage
                                    verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de
                                    verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin
                                    de eerste vergaderingen van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                                    wordt de bijdrage verstrekt voor de overige maanden van dat
                                    jaar.</al></li><li nr="3."><al>Indien één of meer leden van een fractie als zelfstandige
                                    fractie gaan optreden ontvangt die fractie de in deze
                                    verordening bedoelde bijdrage.</al><al>Voor de fractie(s) waaruit de leden van de nieuwe fractie
                                    afkomstig zijn wordt het bedrag per raadszetel in
                                    overeenstemming gebracht met het dan aanwezige aantal leden van
                                    die fractie(s). Het vast deel blijft ongewijzigd. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Indien twee of meer fracties als één fractie gaan optreden wordt
                                    de uitbetaling van het vast deel van de bijdrage in
                                    overeenstemming gebracht met de nieuwe situatie.</al></li><li nr="5."><al>Indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                    andere fractie worden de bedragen per raadslid van beide
                                    fracties in overeenstemming gebracht met het aantal leden die
                                    deze fracties zullen hebben.</al></li><li nr="6."><al>Bij toepassing van het derde, vierde en vijfde lid worden de
                                    bedragen met ingang van de maand volgende op de maand waarin
                                    mededeling is gedaan aan de voorzitter, in overeenstemming
                                    gebracht met de nieuwe situatie in evenredigheid met het aantal
                                    resterende maanden van het lopende kalenderjaar.</al></li><li nr="7."><al>Uitbetaling aan nieuwe fracties als bedoeld in het derde lid
                                    vindt plaats in de eerste maand volgende op de maand waarin aan
                                    de voorzitter mededeling is gedaan van het zelfstandig gaan
                                    optreden als nieuwe fractie.</al></li><li nr="8."><al>Bij vermindering van het zeteltal van een fractie gedurende de
                                    zittingsperiode wordt de aan de oorspronkelijk fractie
                                    verstrekte bijdrage verrekend met de bijdrage voor het volgende
                                    kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reservering niet bestede gelden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in enig jaar niet bestede gelden blijven als reservering in
                                beheer bij de fractie en kan met in achtneming van artikel 8, tweede
                                lid in volgende jaren worden aangewend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de verkiezingen voor een volgende raadsperiode blijft van de
                                reservering 30% van de jaarlijkse bijdrage beschikbaar voor de
                                fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie
                                die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan
                                worden beschouwd. Het overschot wordt verrekend of, voor zover
                                nodig, teruggevorderd overeenkomstig artikel 11, lid 3.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 11.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden
                                dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op het
                                meerdere.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt, uiterlijk 1 februari na het einde van een
                                kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de
                                bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                                verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De fracties bieden het verslag ter controle aan bij de griffier van
                                de gemeente. De burgemeester parafeert de verantwoording. Een
                                oordeel wordt vervolgens gevraagd aan de financiële afdeling. De
                                bevindingen worden in de jaarrekening verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt gelijktijdig met het vaststellen van de jaarrekening
                                de bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar
                                        uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven
                                        en de ontvangen bijdrage en, voor zover nodig, de hoogte van
                                        de terugvordering van ontvangen bijdragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een fractie niet voldoet aan de in de verordening opgenomen
                                regels omtrent de verantwoording van de bestede gelden, kan de raad
                                de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Toepassing Awb</titel></kop><al>Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de
                            financiële middelen die een fractie ontvangt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (2003) wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze instructie treedt in werking op de dag na de vaststelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 1
                        februari 2011 </al></slotformulering><ondertekening>
          , de voorzitter
        </ondertekening><ondertekening>
          , de griffier
        </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>