<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90392_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Havenverordening Den Helder</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Helders Weekblad, 1996, 15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Havenverordening Den Helder 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-04-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>35/S&amp;B (1996)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Havenverordening Den Helder 1971</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Havenverordening Den Helder</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop rustende besluiten wordt verstaan
                            onder:</al><al/><al>A. ALGEMEEN</al><al/><lijst><li nr="a."><al>schip: elk voorwerp gebruikt of geschikt om te worden gebruikt
                                    als middel van verplaatsing te water, met inbegrip van een
                                    watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvaartuig,
                                    een drijvende boorinstallatie, een baggermolen, een drijvende
                                    kraan, een elevator, een ponton en elk ander drijvend werktuig,
                                    drijvend voorwerp of drijvende inrichting van soortgelijke
                                    aard;</al></li><li nr="b."><al>zeeschip: een schip dat gebruikt wordt voor de vaart ter zee of
                                    de blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd of
                                    een schip dat voorzien is van een document - afgegeven door het
                                    bevoegd gezag van het land waar het schip is ingeschreven
                                    waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee;</al></li><li nr="c."><al>binnenschip: een schip, niet zijnde een zeeschip;</al></li><li nr="d."><al>bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te
                                    water, niet zijnde een zee- of binnenschip, hoofdzakelijk
                                    gebruikt als of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of
                                    beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele
                                    aktiviteiten;</al></li><li nr="e."><al>bijzondere transporten: schepen en/of drijvende
                                    voorwerpen/inrichtingen betrokken bij de olie- en gaswinning en
                                    explotatie op zee (onder meer diepdrijvers, opvijzelplatforms,
                                    scheepsvormig en bakvormig);</al></li><li nr="f."><al>schipper: degene die een binnenschip voert;</al></li><li nr="g."><al>kapitein: degene die een zeeschip voert;</al></li><li nr="h."><al>rechthebbende: degene die over enige zaak de beschikking heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht dan wel daarover
                                    enige feitelijke macht uitoefent;</al></li><li nr="i."><al>Commandant der Maritieme Middelen Den Helder: het door
                                    burgemeester en wethouders aangewezen bevoegde gezag op grond
                                    van de Scheepvaartverkeerswet c.q. het Binnenvaartreglement voor
                                    de Rijkszeehaven Het Nieuwe Diep;</al></li><li nr="j."><al>directeur: de directeur van de gemeentelijke havendienst;</al></li><li nr="k."><al>havenmeester: degene die door het College van Burgemeester en
                                    Wethouders als zodanig is aangesteld;</al></li><li nr="l."><al>duwbak: een schip, dat is gebouwd of in het bijzonder geschikt
                                    is om te worden geduwd;</al></li><li nr="m."><al>werk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
                                    of ander materiaal welke op de plaats van bestemming hetzij
                                    direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of
                                    indirect steun vindt in of op de grond.</al><al/></li></lijst><al>B. MILIEU-BEGRIPPEN</al><al/><lijst><li nr="a."><al>gevaarlijke stoffen: stoffen, die gevaar voor explosie, brand,
                                    corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren,
                                    zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Good Code,
                                    de (International) Code for the Construction and Equipment of
                                    Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de (International)
                                    Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying
                                    Liquified Gases in Bulk van de Internationale Maritieme
                                    Organisatie, dan wel in het Reglement voor het vervoer van
                                    gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR), alsmede elke andere
                                    stof die door het College van Burgemeester en Wethouders als
                                    gevaarlijke stof is aangewezen en bekend gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>schadelijke stoffen: stoffen, die indien zij in zee terecht
                                    komen, gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens,
                                    schade kunnen toebrengen aan het mariene milieu, de
                                    recreatiemogelijkheden die de zee biedt kunnen schaden of
                                    storend kunnen werken op enig rechtmatig gebruik van de zee en
                                    die krachtens de Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen dan
                                    wel door het College van Burgemeester en Wethouders zijn
                                    aangewezen en bekend gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>brandbare vloeistoffen: vloeistoffen met een vlampunt dat lager
                                    ligt dan of gelijk is aan 100 EC;</al></li><li nr="d."><al>vlampunt: het vlampunt, bepaald met het toestel van
                                    Pensky-Martens;</al></li><li nr="e."><al>schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt
                                    met het gasvrij, schoon- of droogmaken van ruimten van een
                                    schip, die ladingresten van een onverpakte vloeibare gevaarlijke
                                    stof bevatten of laatstelijk hebben bevat;</al></li><li nr="f."><al>schoonmaakcertificaten: een door een deskundige - aangewezen
                                    door Burgemeester en Wethouders van Den Helder - afgegeven
                                    certificaat waaruit blijkt dat het schip voldoende is
                                    schoongemaakt;</al></li><li nr="g."><al>een schip dat niet is schoongemaakt: een schip dat resten van
                                    een onverpakt vloeibare gevaarlijke stof bevat of laatstelijk
                                    heeft bevat, waarvoor nog geen schoonmaakcertificaat is
                                    afgegeven;</al></li><li nr="h."><al>afvalstoffen: stoffen, afkomstig van het schoonmaken van een
                                    schip, alsmede olierestanten, oliehoudende mengsels, resten van
                                    onverpakte vloeibare gevaarlijke stoffen en van elke andere stof
                                    die door het College van Burgemeester en Wethouders is
                                    aangewezen en bekend gemaakt;</al><al/></li></lijst><al>C. OVERIGE BEGRIPPEN</al><al/><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke haven: het toepassingsgebied van dit reglement
                                    zoals omschreven in artikel 1.2;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: het gedurende meer dan zeven dagen ononderbroken
                                    zonder laad- of loshandelingen uit te voeren, gemeerd laten
                                    liggen van een schip. Onderbrekingen van minder dan 24 uur
                                    worden niet als onderbreking gerekend;</al></li><li nr="c."><al>toelatingscommissie: commissie die bestaat uit
                                    vertegenwoordigers van de autoriteiten die belast zijn met de
                                    toelating en plaatsing van bijzondere transporten (boorplatforms
                                    e.d.; zie definitie onder f) in de regio Den Helder.</al><al/></li></lijst><al>D. Daar, waar in deze havenverordening wordt gesproken over Commandant
                            Maritieme Middelen Den Helder, is tevens de havenofficier van de
                            Koninklijke Marine bedoeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>de industriehaven Westoever en de daaraan gelegen, openbare
                                    kaden (op de bij deze verordening behorende tekening aangegeven
                                    met oranje);</al></li><li nr="b."><al>Het Nieuwe Diep en de daaraan gelegen, openbare kaden (Kade Het
                                    Nieuwe Werk, Kade Het Nieuwe Diep, Kaden van de Visafslag en de
                                    daaraan gelegen vislossteigers, Onderzeedienstkade en de
                                    Paleiskade ofwel kade 32 tot en met 35) (op de bij deze
                                    verordening behorende tekening aangegeven met blauw);</al></li><li nr="c."><al>de Koopvaardersbinnenhaven en de daaraan gelegen, openbare kaden
                                    en veerstoepen (op de bij deze verordening behorende tekening
                                    aangegeven met groen);</al></li><li nr="d."><al>de loskade aan het Noordhollandsch Kanaal ter hoogte van het
                                    industrieterrein Oostoever (op de bij deze verordening behorende
                                    tekening aangegeven met geel);</al></li></lijst><al>alsmede op de scheepshellingen, dokken, los- en laadplaatsen en alle
                            kunstwerken die bij de gemeente Den Helder in beheer zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor het indienen van een aanvraag
                                om vergunning of ontheffing op grond van deze verordening een
                                formulier vaststellen. Alsdan wordt voor het indienen van een
                                aanvraag van een dergelijk formulier gebruik gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag om ontheffing of vergunning kan mondeling bij
                                burgemeester en wethouders worden ingediend in spoedeisende gevallen
                                en/of indien het een eenmalige gedraging of handeling van korte duur
                                betreft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Besluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een besluit op aanvraag om ontheffing of vergunning op grond van
                                deze verordening kan mondeling geschieden indien het betrekking
                                heeft op een spoedeisend geval en/of op een handeling c.q. gedraging
                                van korte duur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen na ontvangst van een aanvraag
                                binnen acht weken een besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun besluit met ten hoogste acht
                                weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Vergunningen en ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan voor bepaalde of onbepaalde tijd
                                worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en/of
                                beperkingen worden verbonden ter bescherming van de belangen die ten
                                grondslag liggen aan de betreffende bepalingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Weigering vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen - afgezien van de gronden die in de
                            afzonderlijke bepalingen worden genoemd - een aanvraag om vergunning of
                            ontheffing weigeren wegens:</al><lijst><li nr="a."><al>strijd met de belangen die aan de specifieke bepalingen ten
                                    grondslag liggen;</al></li><li nr="b."><al>strijd met het bestemmingsplan voor het havengebied.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning of ontheffing intrekken
                            of wijzigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>van de ontheffing of vergunning geen gebruik wordt gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>zich na het verlenen van de vergunning of ontheffing zodanige
                                    feiten of omstandigheden voordoen dat, indien deze feiten of
                                    omstandigheden ten tijde van de verlening bekend waren geweest,
                                    de vergunning of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn
                                    verleend;</al></li><li nr="d."><al>de aan de vergunning of ontheffing gestelde voorschriften of
                                    beperkingen niet worden nageleefd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aanwijzingen geven in het belang
                                van de ordening, de openbare orde, de veiligheid en het milieu
                                alsmede ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene tot wie de aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing
                                onmiddellijk op te volgen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Orde in de haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Overlast van schepen</titel></kop><al>Het is verboden met of op een schip overlast of hinder te veroorzaken,
                            dan wel op een andere wijze de openbare orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Overlast aan schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                schip in openbaar water, dat tot het havengebied behoort, daarop te
                                klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een schip,
                                liggend in of aan een openbaar water, dat tot het havengebied van
                                Den Helder behoort, los te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Bereikbaarheid van de afgemeerde schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de toegang tot een schip te blokkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De schipper of kapitein is verplicht ervoor zorg te dragen dat het
                                schip vlot en veilig kan worden betreden en verlaten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Gebruik van de haven</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.1</nr><titel>Voorzieningen in de haven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid in de haven verbonden zonder
                                    vergunning van burgemeester en wethouders een voorwerp, niet
                                    zijnde een schip, op, in, of boven het water in het gemeentelijk
                                    havengebied te plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                    voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                    geopenbaard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water in het
                                    gemeentelijk havengebied voorwerpen waarop gedachten of
                                    gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te
                                    hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie
                                    of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid
                                    van het betreffende openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering vormen voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van dit openbaar water.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.2</nr><titel>Beschadiging van waterstaatswerken en oevers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van de bij de gemeente in beheer
                                    zijnde vaarten, havens, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
                                    bruggen, oeverbegroeiing, duikers, pompen, waterleidingen,
                                    gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder het aanbrengen van veranderingen als bedoeld in het eerste
                                    lid wordt tevens verstaan het maken of hebben van vlotten,
                                    steigers, (meer)palen, watertrappen of andere getimmerten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 350
                                    Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.3</nr><titel>Schade aan eigendommen van de gemeente Den Helder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een schip schade heeft veroorzaakt aan eigendommen van de
                                    gemeente Den Helder in het havengebied, dient de kapitein of
                                    schipper de dienstdoende, gemeentelijke havenmeester hiervan in
                                    kennis te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Door de dienstdoende havenmeester wordt een proces-verbaal van
                                    bevindingen opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het schadevarende schip mag niet eerder vertrekken dan nadat
                                    door of namens de kapitein of schipper een waarborgsom is
                                    gestort of een bankgarantie is afgegeven ten bedrage van de door
                                    of namens burgemeester en wethouders vastgestelde schade.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Kade-voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.1</nr><titel>Kranen en overslagmiddelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Wet Milieubeheer is het verboden
                                    zonder vergunning van burgemeester en wethouders op de
                                    kade-terreinen en het water, die bij de gemeente in beheer zijn,
                                    goederen te laden of te lossen met behulp van vaste, mobiele en
                                    drijvende kranen, elevatoren, lopende banden, laadschoppen en/of
                                    laadbruggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de in het vorige lid bedoelde drijvende kranen worden niet
                                    verstaan kranen aan boord van een schip, opgesteld met het
                                    oogmerk daarmee het eigen schip te beladen of te lossen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.2</nr><titel>Reinigen van openbare kaden, terreinen en wegen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gebruikers van de openbare kaden, terreinen en wegen in het
                                    havengebied, dat bij de gemeente in beheer is, zijn verplicht er
                                    op toe te zien dat, indien tengevolge van door hen of op hun
                                    last verrichte werkzaamheden, waaronder transporten mede zijn
                                    begrepen, restanten lading, emballage, garnering, vuilnis, olie,
                                    smeer of daarmee gelijk te stellen stoffen op de kaden,
                                    terreinen of wegen na afloop van de werkzaamheden achterblijven,
                                    of indien die werkzaamheden langer dan een dag duren, die kaden,
                                    terreinen of wegen tenminste eenmaal per dag behoorlijk te
                                    reinigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gebruikers aan de in het vorige bedoelde verplichting
                                    binnen een redelijke termijn niet voldoen, kunnen burgemeester
                                    en wethouders besluiten de schoonmaakwerkzaamheden
                                    overeenkomstig het bepaalde in de Gemeentewet op kosten van
                                    degenen, die het schoonmaken hebben nagelaten, te laten
                                    verrichten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.3</nr><titel>Nutsvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aanwijzingen geven omtrent het
                                    gebruik van openbare nutsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Schepen zijn verplicht de in lid 1 bedoelde aanwijzingen op te
                                    volgen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.3</nr><titel>Ligplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.1</nr><titel>Ligplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders dan wel op aanwijzing van de dienstdoende
                                        gemeentelijke havenmeester met een schip ligplaats in te
                                        nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een schip
                                        beschikbaar te stellen op door burgemeester en wethouders
                                        aangewezen gedeelten van het openbaar water dat tot het
                                        gemeentelijk havengebied behoort.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen, hebben of
                                        beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel met een
                                        schip op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten
                                        van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeenten;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                schepen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.2</nr><titel>Voorschriften ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 3.2.1
                                        bepaalde kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                        rechthebbende op een schip voorschriften stellen met
                                        betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                        ligplaats in het belang van de openbare orde, veiligheid, de
                                        milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een schip is verplicht alle door of
                                        vanwege burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met
                                        betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een
                                        ligplaats op te volgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.3</nr><titel>Verboden innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 3.2.1, tweede lid en
                                3.2.2 bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.4</nr><titel>Verhalen anders dan op eigen aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door of vanwege burgemeester en wethouders kan de kapitein
                                        of schipper in het belang van de ordening, de openbare orde,
                                        veiligheid of milieu worden verplicht zijn schip naar een
                                        andere kade te verhalen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een schip onmiddellijk
                                        laten verhalen indien hieraan een dringende noodzaak ten
                                        grondslag ligt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.5</nr><titel>Parkeren van schepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een schip aan een gemeentelijke kade of een
                                        kade, die bij de gemeente in beheer is, te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld
                                        met vergunning van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.6</nr><titel>Bijzondere transporten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het afmeren c.q. parkeren van bijzondere transporten in de
                                        haven is verboden.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld
                                        met vergunning van burgemeester en wethouders en de
                                        Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.7</nr><titel>Nadere regels ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders met een bedrijfsvaartuig ligplaats in te nemen;
                                        de vergunning is ligplaats-, bedrijfs-, persoons- en
                                        vaartuiggebonden.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen
                                        met betrekking tot de registratie en de veiligheid van
                                        bedrijfsvaartuigen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en
                                        wethouders een bedrijfsvaartuig te verbouwen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het derde lid van dit artikel gestelde verbod is niet
                                        van toepassing in het geval de verbouwing geen wijzigingen
                                        van afmetingen of uiterlijke staat tot gevolg heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.8</nr><titel>Duikwerkzaamheden</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                duikwerkzaamheden in de haven uit te voeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.4</nr><titel>Verhalen anders dan op eigen aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door of vanwege burgemeester en wethouders kan de kapitein
                                        of schipper in het belang van de ordening, de openbare orde,
                                        veiligheid of milieu worden verplicht zijn schip naar een
                                        andere kade te verhalen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een schip onmiddellijk
                                        laten verhalen indien hieraan een dringende noodzaak ten
                                        grondslag ligt.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.4</nr><titel>Bruggen en sluizen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.1</nr><titel>Bedieningstijden en -voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen bedieningstijden en
                                    -voorschriften vast voor bruggen en sluizen die de gemeente in
                                    beheer heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden bij het nemen van hun besluit
                                    overeenkomstig het eerste lid van dit artikel rekening met de
                                    belangen van het verkeer te water, van het openbaar vervoer en
                                    van het overige wegverkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien om vaststelling van bedieningstijden als bedoeld in lid 1
                                    wordt verzocht, nemen burgemeester en wethouders binnen drie
                                    maanden een besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de voorbereiding van besluiten tot vaststelling van
                                    bedieningstijden en -voorschriften wordt de procedure van
                                    afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing
                                    gevolgd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.5</nr><titel>Passagiersvervoer/venten op het water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.1</nr><titel>Passagiersvervoer</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Wet Openbare Middelen van Vervoer
                                (Wet van 23 april 1980, Stbl. 67), de Schepenwet en de Verordening
                                recreatieve bedrijfsvaartuigen is het de eigenaar of gebruiker van
                                een schip verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                het openbaar water in het gemeentelijk havengebied te gebruiken voor
                                het vervoer van passagiers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5.2</nr><titel>Venten te water</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders op
                                het openbaar water en/of de daaraan gelegen kaden in de
                                gemeentelijke haven waren te verkopen of aan te bieden.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Veiligheid in de haven, voorkomen van schade of hinder in de
                            haven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Boord-boord overslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de schipper of kapitein verboden vloeibare gevaarlijke of
                                schadelijke stoffen, met uitzondering van brandstoffen en smeeroliën
                                ten behoeve van de voortstuwing en werktuigen van het schip, over te
                                geven aan of te ontvangen van een ander schip tenzij hiervoor
                                vergunning is verleend door burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorschriften, te verbinden aan de in het eerste lid bedoelde
                                vergunning, kunnen betrekking hebben onder meer op:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde en veiligheid in de haven;</al></li><li nr="b."><al>de aard van de stoffen;</al></li><li nr="c."><al>de methode van afmeren en fenderen;</al></li><li nr="d."><al>de voorschriften betreffende het overslaan;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Verontreiniging van milieu, stank of hinder veroorzakende
                                stoffen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden rook, roet, dampen, gassen, stof, bilgewater,
                                    row sewage of stoom op een zodanige wijze uit een schip te laten
                                    ontsnappen dat daardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan
                                    ontstaan.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders wijzen stoffen aan die in onverpakte
                                    toestand bij het laden of lossen in of uit een schip
                                    ontoelaatbare stank of hinder kunnen veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden de krachtens het tweede lid aangewezen stoffen
                                    in of uit een schip te laden of te lossen.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt met een vergunning op grond van de Wet
                                    milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren dan wel
                                    met ontheffing van burgemeester en wethouders in die gevallen
                                    waarin de bovenbedoelde wetten niet voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Werkzaamheden op of aan schepen</titel></kop><al>Het is verboden herstellings-, schoonmaak-, schilder- en ander
                            conserverings-, ontgassings- of andere werkzaamheden op of aan schepen
                            te verrichten wanneer deze gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart
                            of de omgeving, het water en de bodem daaronder begrepen, kunnen
                            opleveren tenzij die werkzaamheden plaatsvinden:</al><lijst><li nr="1."><al>met vergunning van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="2."><al>op een scheepswerf dan wel op of aan het terrein van een
                                    herstellingsinrichting, voor zover voor de </al><al>omgeving geen gevaar, schade of hinder is te duchten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Ernstig gevaar, hinder of schade opleverende schepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de schipper of kapitein een
                                    verbod opleggen om met zijn schip op een ligplaats te
                                    verblijven, indien zij van oordeel zijn dat het schip ernstig
                                    gevaar, ernstige schade of ernstige hinder - daaronder begrepen
                                    ordeverstoring - met zich meebrengt of met zich mee kan
                                    brengen.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het verbod wordt pas opgelegd nadat gebleken is dat geen
                                    uitvoering is gegeven aan maatregelen die in het onderhavige
                                    geval door burgemeester en wethouders kunnen worden opgelegd, of
                                    indien naar hun oordeel geen maatregelen mogelijk zijn ter
                                    voorkoming of beëindiging van ernstig gevaar, ernstige </al><al> schade of ernstige hinder.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod wordt schriftelijk medegedeeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Ontsmetten van schepen</titel></kop><al>Het is de schipper of kapitein verboden zijn schip met gassen te
                            behandelen of te doen behandelen met het doel het schip te ontsmetten,
                            tenzij dit geschiedt met toestemming van burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Bunkeren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor
                                    het innemen van brandstof en smeermiddelen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in strijd met de in het eerste lid van dit
                                    artikel bedoelde regels te handelen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in de in het eerste lid vermelde
                                    nadere regels is het de kapitein of schipper van een schip dat
                                    niet behoorlijk is afgemeerd of ten anker ligt, verboden
                                    brandstof en/of smeermiddelen over te slaan dan wel over te
                                    laden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Vergunningen ten behoeve van werken, schoonmaak- en
                            ophaalbedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Hebben of maken van werken</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders in, op,
                            onder of over de haven, een werk te maken of te hebben of enige
                            handeling te verrichten, waardoor in de plaatselijke toestand wijziging
                            wordt aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Schoonmaakvergunning of –toestemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het schoonmaken van een schip door of vanaf een dienstverlenend
                                    schip is verboden, tenzij het dienstverlenend schip in bezit is
                                    van een vergunning verleend door burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Het schoonmaken van een schip aan boord van het schip zelf is
                                    verboden, tenzij gehandeld wordt met vergunning van burgemeester
                                    en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Ophaalvergunning</titel></kop><al>Het is verboden afvalstoffen, afkomstig van een schip en geen lading
                            zijnde van dat schip, aan boord te nemen van een ander schip of
                            voertuig, daarmee te vervoeren, of daaruit te lossen tenzij gehandeld
                            wordt met vergunning van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorschriften, te verbinden aan de in de artikelen 5.2 en 5.3
                                    bedoelde vergunning kunnen betrekking hebben onder meer op:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde en veiligheid in de haven;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van inlichtingen;</al></li><li nr="c."><al>het beschikken over de nodige kennis aan boord met
                                            betrekking tot de afvalstoffen;</al></li><li nr="d."><al>de bestemming van de afvalstoffen;</al></li><li nr="e."><al>de bescherming van het milieu;</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning bedoeld in de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.3
                                    kan alleen worden verleend indien ten genoegen van de
                                    gemeentelijke havenmeester is aangetoond dat het schip door het
                                    voldoen aan door burgemeester en wethouders te stellen regelen
                                    geschikt is voor de uitoefening van de werkzaamheden, waarvoor
                                    de vergunning is vereist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Beperking van het aantal vergunningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het aantal van de artikel 5.2
                                    dan wel 5.3 bedoelde vergunningen voor door hem te bepalen
                                    werkzaamheden en stoffen beperken tot een door hen te bepalen en
                                    bekend te maken aantal, zulks in het belang van de orde en
                                    veiligheid in de haven.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het verlenen van vergunningen wordt opgeschort voor zover het
                                    aantal van kracht zijnde vergunningen meer bedraagt dan het in
                                    het eerste lid bedoelde aantal.</al><al/></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan bij
                                    vervanging van een schip, waarvoor een vergunning geldend is,
                                    een nieuwe vergunning worden afgegeven met inachtneming van
                                    artikel 5.4.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Ontvangst van schadelijke stoffen van zeeschepen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Aanwijzing van bedrijven met ontvangstvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Mede ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Wet
                                Voorkoming Verontreiniging door Schepen wijzen burgemeester en
                                wethouders bedrijven aan voor het in ontvangst nemen van schadelijke
                                stoffen, rechtstreeks afkomstig van zeeschepen die in de haven
                                worden gelost of geladen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing geschiedt met inachtneming van evenredigheid tussen
                                het verwachte aanbod van krachtens de Wet Voorkoming Verontreiniging
                                door Schepen aangewezen schadelijke stoffen enerzijds en de
                                ontvangstmogelijkheden binnen de haven anderzijds, zodat onnodig
                                oponthoud van zeeschepen bij de afgifte van die schadelijke stoffen
                                wordt voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor aanwijzing voor het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen,
                                bedoeld in het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
                                (Stb. 1986, 160) en in het Besluit voorkoming verontreiniging door
                                met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988,
                                112) komen in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>bedrijven met los- en laadplaatsen en bedrijven voor
                                        scheepsreparatie, die een ontvangstvoorziening voor
                                        schadelijke stoffen hebben en in het bezit zijn van een
                                        vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor de inname
                                        van die stoffen;</al></li><li nr="b."><al>bedrijven die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden
                                        met het inzamelen, bewaren, bewerken, verwerken of
                                        vernietigen van alle - zowel krachtens de Wet Voorkoming
                                        Verontreiniging door Schepen als door burgemeester en
                                        wethouders - aangewezen schadelijke stoffen in een vaste
                                        inrichting aan wal en die tevens in het bezit zijn van een
                                        daarvoor geldende vergunning op grond van de Wet
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>bedrijven, niet beschikkende over een vaste inrichting als
                                        onder b bedoeld, die wel in het bezit zijn van een voor het
                                        inzamelen en afleveren geldende vergunning op grond van de
                                        Wet milieubeheer en die ingevolge de hen verleende
                                        vergunning of krachtens overeenkomst verplicht zijn tot
                                        aflevering van de ingezamelde schadelijke stoffen aan een
                                        bedrijf als onder b bedoeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor aanwijzing voor het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen,
                                bedoeld in het Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van
                                schepen (Stb. 1988, 636) komen in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al>bedrijven met een vaste inrichting aan de wal, die zich
                                        uitsluitend of in hoofdzaak bezig houden met het inzamelen,
                                        bewaren, bewerken, verwerken of vernietigen van stoffen,
                                        bedoeld in de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>bedrijven, niet beschikkende over een vaste inrichting als
                                        onder a bedoeld, die krachtens overeenkomst verplicht zijn
                                        tot aflevering van de ingezamelde schadelijke stoffen aan
                                        een bedrijf als onder a bedoeld. De aanwijzing van een onder
                                        a bedoeld bedrijf vindt niet plaats anders dan in
                                        overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting,
                                        Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Geldigheidsduur van de aanwijzing; beperkingen en
                                voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 6.1 bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van
                                    ten hoogste vijf jaren.</al><al/></li><li nr="2."><al>Aan een aanwijzing kunnen beperkingen en voorschriften worden
                                    verbonden die betrekking hebben onder meer op:</al><lijst><li nr="a."><al>de ontvangstvoorzieningen waarover het bedrijf beschikt
                                            en de veranderingen daarvan;</al></li><li nr="b."><al>de mate van beschikbaarheid voor en de verplichting tot
                                            het in ontvangst nemen van schadelijke stoffen;</al></li><li nr="c."><al>de soorten schadelijke stoffen waarvoor de aanwijzing
                                            geldt;</al></li><li nr="d."><al>het meedelen van het tarief voor de kosten die in
                                            rekening worden gebracht aan schepen die schadelijke
                                            stoffen afgeven;</al></li><li nr="e."><al>het melden van het in ontvangst nemen van de schadelijke
                                            stoffen en het verstrekken van gegevens
                                            daaromtrent;</al></li><li nr="f."><al>bescherming van het milieu.</al><al/></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de duur van een aanwijzing
                                    telkens met een tijdvak van ten hoogste vijf jaren verlengen,
                                    zonodig met gewijzigde beperkingen en voorschriften.</al><al/></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing of verlenging
                                    voor het nog te doorlopen deel van de geldigheidsduur intrekken
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een reden waarom zij heeft plaatsgevonden is
                                            vervallen;</al></li><li nr="b."><al>een beperking of voorschrift niet wordt nageleefd;</al></li><li nr="c."><al>zich na de aanwijzing of verlenging zodanige feiten of
                                            omstandigheden voordoen dat, indien deze ten tijde van
                                            de aanwijzing of verlenging bekend waren geweest, de
                                            aanwijzing of verlenging niet of niet in die vorm zou
                                            hebben plaatsgevonden.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Bekendmaking inzake ontvangst van schadelijke stoffen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders maken bekend:</al><lijst><li nr="a."><al>welke bedrijven ingevolge artikel 6.1 zijn aangewezen en de
                                    ontvangstvoorzieningen waarover zij beschikken, alsmede de
                                    veranderingen van die ontvangstvoorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de mate van beschikbaarheid voor het in ontvangst nemen van
                                    schadelijke stoffen;</al></li><li nr="c."><al>welke schadelijke stoffen door het bedrijf kunnen worden
                                    ontvangen;</al></li><li nr="d."><al>de tarieven voor de kosten die in rekening worden gebracht aan
                                    schepen die schadelijke stoffen afgeven en de wijzigingen van
                                    die tarieven;</al></li><li nr="e."><al>de duur van de aanwijzing en de verlenging daarvan;</al></li><li nr="f."><al>de intrekking van een aanwijzing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Melding van afgifte van schadelijke stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kapitein van een zeeschip dat een schadelijke stof aan boord
                                heeft, zorgt er voor dat zijn voornemen tot afgifte van die stof
                                wordt gemeld aan de gemeentelijke havenmeester tenminste
                                vierentwintig uren voordat met de afgifte een aanvang wordt
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de melding wordt tevens medegedeeld aan welk aangewezen bedrijf
                                de afgifte zal geschieden, welke schadelijke stof zal worden
                                afgegeven en de hoeveelheid daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Afgifte van aangewezen bedrijf; verbod voor niet aangewezen
                                bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kapitein van een zeeschip dat een op grond van artikel 1.1 onder
                                m, door burgemeester en wethouders aangewezen schadelijke stof aan
                                boord heeft, zorgt er voor dat afgifte van die stof geschiedt aan
                                een bedrijf dat blijkens een aanwijzing ingevolge artikel 5.1
                                gerechtigd is om die stof in ontvangst te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een bedrijf dat niet is aangewezen voor het in ontvangst
                                nemen van een op grond van artikel 1.1, onder m, door burgemeester
                                en wethouders aangewezen schadelijke stof, verboden om die stof in
                                ontvangst te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slot- en strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Mandatering van bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in deze verordening vermelde
                                bevoegdheden mandateren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten tot mandatering bevatten ten minste de aanduiding van de
                                mandataris, de omschrijving van de bevoegdheden, de ingangsdatum en
                                de voorwaarden waaronder het mandaat mag worden uitgeoefend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Toezichthoudende ambtenaren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als toezichthoudende ambtenaren met betrekking tot het in deze
                                verordening bepaalde zijn aangewezen de door Burgemeester en
                                Wethouders aan te wijzen ambtenaren of groepen van ambtenaren van de
                                gemeente Den Helder en/of de Commandant Maritieme Middelen, tevens
                                Rijkshavenmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij zijn bevoegd inzage te vorderen en afschrift te nemen van
                                bescheiden voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun
                                taak nodig is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zij zijn bevoegd met hun apparatuur metingen te verrichten en van
                                stoffen monsters te nemen, één en ander voor zover dit
                                redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. De genomen
                                monsters worden voor zover mogelijk aan de rechthebbende op de
                                stoffen teruggegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Verplichting tot medewerking en verschaffen van
                                inlichtingen</titel></kop><al>Een ieder is desgevraagd verplicht aan de in artikel 7.2, eerste lid,
                            bedoelde ambtenaren alle medewerking te verlenen en de inlichtingen te
                            verschaffen, die naar hun redelijk oordeel voor de uitoefening van de
                            bij deze verordening verleende bevoegdheden nodig zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><al>Naast degenen aan wie ingevolge artikel 141 van het Wetboek van
                            Strafvordering opsporingsbevoegdheid toekomt, zijn met het opsporen van
                            overtredingen van deze verordening belast andere door Burgemeester en
                            Wethouders aan te wijzen ambtenaren of groepen van ambtenaren van de
                            gemeente Den Helder en/of de Commandant Maritieme Middelen, tevens
                            Rijkshavenmeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Betreden van ruimten en plaatsen</titel></kop><al> Zo dikwijls de zorg voor naleving van het bepaalde bij of krachtens
                            deze verordening dit vereisen, wordt hierbij aan hen die daarmee zijn
                            belast of daaraan moeten meewerken, de last verstrekt al dan niet
                            afgesloten ruimten of plaatsen - schepen daaronder begrepen - te
                            betreden of binnen te treden, met uitzondering van woningen zonder
                            toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kan
                            bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                            uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>Intrekking van de verordening</titel></kop><al>De havenverordening van de gemeente Den Helder vastgesteld door de
                            gemeenteraad d.d. 10 februari 1971 en zoals verder gewijzigd wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.8</nr><titel>Bestaande vergunningen, toestemmingen, ontheffingen,
                                aanstellingen en aanwijzingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen, toestemmingen, ontheffingen, aanstellingen van
                                    personen en aanwijzingen van bedrijven verleend of gegeven op
                                    grond van de havenverordening verliezen hun geldigheid niet door
                                    in werking treding van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>De aanstelling van personen en de aanwijzing van bedrijven
                                    kunnen worden vervangen door een aanstelling of aanwijzing op
                                    grond van deze verordening.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7.9 Slotbepaling</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.9</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Havenverordening Den
                                    Helder 1996".</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei
                                    1996.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 april 1996.</ondertekening><ondertekening>W.K. Hoekzema, voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.D. de Bruin, secretaris</ondertekening><ondertekening>Afgekondigd op 16 april 1996. In werking getreden op 1 mei 1996.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>