<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR90225_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake het burgerinitiatief 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-06-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2008, 27</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inzake het burgerinitiatief 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2020-01-01">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-06-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB08.0054</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake het burgerinitiatief 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al> In deze verordening wordt onder een burgerinitiatief verstaan: een voorstel
                        van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of een voorstel op de agenda
                        van de vergadering van de raad te plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al> De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn
                                vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een
                                geldig verzoek is ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Ongeldig is het verzoek dat:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of</al></li><li nr="b."><al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>niet door tenminste 25 initiatiefgerechtigden wordt
                                        ondersteund.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al> Initiatiefgerechtigd zijn alle ingezetenen en belanghebbenden.
                            </al></li><li nr="2."><al>Voor de beoordeling of iemand belanghebbende is, is de situatie op
                                de dag van indiening van het verzoek bepalend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al> Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het
                                        gemeentebestuur;</al></li><li nr="b."><al>een vraag over het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht;</al></li><li nr="d."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur,
                                        of</al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor indiening
                                        van het burgerinitiatief door de raad een besluit is
                                        genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging
                                        zouden kunnen leiden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort
                                tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid
                                van het gemeentebestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van
                                zijn advies, worden doorgezonden naar het college of naar de
                                burgemeester.</al></li><li nr="3."><al>Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als
                                bedoeld in lid 2 behandelen als ware het een burgerinitiatief.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al> Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van
                                de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de
                                voorzitter van de raad. Formulieren voor indiening van een
                                burgerinitiatief zijn bij de griffie verkrijgbaar en kunnen – na
                                invulling – weer bij diezelfde griffie worden ingediend. De griffie
                                zal de initiatiefnemer gedurende de verdere procedure adviseren en
                                begeleiden.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief;</al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het burgerinitiatief, en</al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en
                                        de handtekening(en) van de initiatiefnemer(s).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al> 1. De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende
                                vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het
                                voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 5. Er dient ten
                                minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het
                                burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het
                                burgerinitiatief wordt beslist.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit
                                voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De
                                initiatiefnemer of een plaatsvervanger heeft tijdens deze
                                vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader
                                toe te lichten.</al></li><li nr="3."><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een
                                besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door
                                kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
                                van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                                huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.</al></li><li nr="4."><al>Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                                gedaan aan de initiatiefnemer.</al></li><li nr="5."><al>De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen
                                inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.</al></li><li nr="6."><al>Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit
                                in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en
                                beroep open staat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al> De burgemeester brengt in het burgerjaarverslag verslag uit over de werking
                        van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 2 juni 2008 en kan worden
                        aangehaald als de Verordening inzake het burgerinitiatief 2008.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 26 mei 2008.</ondertekening><ondertekening>S. Hulman MSc, voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. drs. M. Huisman, griffier </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening inzake het burgerinitiatief 2008</titel></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><al><vet>Artikel 1</vet> In deze modelbepalingen is ervoor gekozen de term
                    "burgerinitiatief " te hanteren ter aanduiding van het voorstel (of onderwerp)
                    dat door een burger bij de raad kan worden ingediend. Naar keuze zijn hier twee
                    alternatieve begripsomschrijvingen opgenomen voor de invulling van deze term. De
                    eerste gaat er van uit dat een burger bij dit middel alleen concrete voorstellen
                    kan indienen bij de raad. Een voorbeeld hiervan kan zijn het voorstel om de
                    winkels op bepaalde zondagen open op te stellen. Het tweede alternatief is
                    ruimer. Het biedt de mogelijkheid dat burgers een onderwerp bij de raad
                    aandragen, zonder dat een concreet voorstel is bijgevoegd. Te denken valt hier
                    aan de wens om in de raad over de problematiek in een bepaalde achterstandswijk
                    te discussiëren. Uiteraard staat het burgers ook bij het tweede alternatief vrij
                    om een concreet voorstel in te dienen. Het is aan de raad om te beslissen of het
                    nadere uitwerking door de indieners behoeft. In deze verordening is gekozen voor
                    het tweede alternatief. </al><al/><al><vet>Artikel 2</vet> Uit dit artikel volgt dat de raad een burgerinitiatief op
                    de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een
                    geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal
                    zich in dat geval dus moeten uitspreken over het burgerinitiatief. Van een
                    geldig verzoek is sprake als (a) het onderwerp van het burgerinitiatief niet in
                    artikel 4 is uitgezonderd en (b) aan de in artikel 5 gestelde procedurele
                    voorwaarden wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven
                    wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is. Aan de modelverordening is onder
                    lid 2 onderdeel c toegevoegd. Hiermee is een drempel ingebouwd voor het indienen
                    van een burgerinitiatief door middel van het laten indienen van een lijst met 25
                    handtekeningen van “ondersteuners” van het initiatief. Deze bepaling garandeert
                    dat een burgerinitiatief in enige mate steun heeft bij de bevolking. Zo is er
                    enerzijds het voorbeeld van Amersfoort waar één persoon een voorstel kan
                    indienen en ondersteunende handtekeningen niet nodig zijn. Argumenten vóór: het
                    gaat om laagdrempeligheid en om de kwaliteit (niet kwantiteit) van het
                    initiatief. Argument tegen: het (theoretische) risico dat de raad overspoeld kan
                    worden door individuele initiatieven die hij moet agenderen. Daarnaast is er het
                    risico van meerdere initiatieven over hetzelfde onderwerp. In dit geval zou de
                    raad een bepaling kunnen opnemen dat hij dergelijke initiatieven, niet
                    afzonderlijk, maar gezamenlijk agendeert / behandelt. In de praktijk is
                    gebleken, dat van een toevloed niet of nauwelijks sprake is. Anderzijds is er
                    het voorbeeld van de gemeente Heerlen, die onderscheid maakt tussen initiatieven
                    die betrekking hebben op een buurt of subbuurt en initiatieven die een
                    gemeentebreed karakter dragen. Het laatste type initiatieven dient door een
                    bepaald percentage verzoeksgerechtigden ondersteund te worden. Voor "buurt of
                    subbuurt initiatieven" gelden in Heerlen verschillende percentages, afhankelijk
                    van de omvang van het aantal verzoeksgerechtigden in de betrokken buurt of
                    subbuurt.</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet> De keuze voor deze ruime definitie van
                    initiatiefgerechtigden ligt voor de hand. Het gaat om de kwaliteit van het
                    initiatief; nadere criteria kunnen dan onnodig belemmerend werken. Bij indiening
                    van een burgerinitiatief kan worden getoetst of de indiener/initiatiefnemer
                    voldoet aan de vereisten van een initiatiefgerechtigde. Het verzoek vindt immers
                    formeel op dat moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt
                    voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn
                    wordt geregeld in artikel 5. Daarnaast kan de raad overwegen om vast te leggen
                    op welke wijze de controle van de initiatiefgerechtigdheid plaatsvindt.
                    </al><al/><al><vet>Artikel 4</vet> Het is weinig efficiënt om de raad te belasten met de
                    beraadslaging over een onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende
                    bevoegdheid heeft. Daar komt bij dat de afstand tussen burger en bestuur alleen
                    maar zou worden vergroot als de burger na het doorlopen van de
                    burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de raad niets met het
                    burgerinitiatief kan doen, omdat hij "er niet over gaat". Een vraag over
                    gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor
                    dit soort vragen staan andere wegen open, zoals het spreekrecht in een
                    commissie- of raadsvergadering of het spreekuur van een wethouder. Ook moet
                    voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of
                    de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het
                    burgerinitiatief geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een
                    gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Tenslotte is het evenmin de
                    bedoeling dat zaken, die recent nog in de raad aan de orde zijn geweest, opnieuw
                    onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de
                    besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Daarbij kan een raad zelf
                    bepalen welke termijn hij daarvoor geschikt acht. Denkbaar is dat wordt gekozen
                    voor de huidige raadsperiode. Lid e zou dan kunnen luiden: e. Een onderwerp
                    waarover tijdens de raadsperiode – waarin indiening van het voorstel plaatsvindt
                    – door de raad een besluit is genomen. In deze verordening is gekozen voor een
                    periode van 2 kalenderjaren. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat
                    het initiatief een nieuw voorstel betreft dat nog geen onderwerp van een
                    raadsbesluit is geweest. Een burgerinitiatief dat wordt doorgestuurd naar
                    college of burgemeester als bestuursorgaan, is geen burgerinitiatief meer
                    volgens de definitie van artikel 1 van deze verordening. Lid 3 is bedoeld om te
                    voorkomen dat college of burgemeester een initiatief om die reden terzijde kan
                    schuiven. </al><al/><al><vet>Artikel 5</vet> Het ligt voor de hand om het burgerinitiatief bij de
                    voorzitter van de raad te laten indienen. Zolang de burgemeester nog voorzitter
                    van de raad is, ontvangt hij in die hoedanigheid de voorstellen. Om de voortgang
                    van het burgerinitiatief ordelijk te laten verlopen, is het onvermijdelijk dat
                    aan het verzoek een aantal minimumeisen wordt gesteld. Het is uit praktische
                    overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam,
                    dat indiening van een burgerinitiatief plaatsvindt door middel van een
                    standaardformulier. Op dit formulier zal de initiatiefnemer naast het voorstel
                    en een toelichting in ieder geval zijn personalia moeten aangeven. Ter
                    voorkoming van fraude met namen kan gevraagd worden naar personalia, zoals
                    adressen en geboortedata. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken
                    of het initiatief de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft.
                    Daarnaast is er een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata
                    en handtekeningen van de tenminste 25 initiatiefgerechtigden die het verzoek
                    ondersteunen. </al><al/><al><vet>Artikel 6</vet> De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn
                    voorstel spoedig toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de
                    behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen
                    die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat er onvoldoende tijd is om het
                    voorstel te kunnen controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd is, kan
                    de raad doorzenden naar het college of de burgemeester. Met het derde tot en met
                    vijfde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de
                    afhandeling van een burgerinitiatief door de raad. Op grond van het vijfde lid
                    wordt de indiener / initiatiefnemer altijd schriftelijk meegedeeld wat er met
                    het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan dus een inhoudelijk besluit zijn of de
                    mededeling dat het verzoek is afgewezen. Wordt het verzoek tot plaatsing van het
                    burgerinitiatief door de raad afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de
                    zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep op de rechter
                    openstaan. Besluit de raad het burgerinitiatief te agenderen, dan is er sprake
                    van een voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep
                    (artikel 6:3 Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatief
                    zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld bezwaar
                    en beroep openstaan indien de raad, het college of de burgemeester naar
                    aanleiding van het burgerinitiatief besluit een subsidie toe te kennen voor een
                    bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een verordening op
                    bepaalde punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit staan geen bezwaar en
                    beroep bij de rechter open (artikel 8:2 Awb). In deze modelbepalingen is ervoor
                    gekozen in het midden te laten hoe raad, college of burgemeester verder met het
                    burgerinitiatief omgaat. Bedoeld is niet dat de raad altijd plenair het voorstel
                    inhoudelijk moet behandelen. Het ligt wel voor de hand dat in de
                    raadsvergadering wordt beslist over het te volgen traject, maar een besluit over
                    een burgerinitiatief kan uiteraard ook in een raadscommissie inhoudelijk worden
                    voorbereid. Ook kan de raad van mening zijn dat nader onderzoek moet worden
                    gedaan. De indiener / initiatiefnemer zal hoe dan ook steeds over het
                    vervolgtraject worden ingelicht en waar nodig en mogelijk erbij worden
                    betrokken. </al><al/><al><vet>Artikel 7</vet> De raad kan ervoor kiezen om in een regeling over het
                    burgerinitiatief de burgemeester te verplichten om jaarlijks een verslag over
                    het burgerinitiatief uit te brengen. Hierbij valt te denken aan getalsmatige
                    gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen
                    burgerinitiatieven), en aan een beknopt overzicht van de inhoud van de
                    burgerinitiatieven, de besluiten van de raad over de burgerinitiatieven en de
                    motivatie op grond waarvan de raad tot deze besluiten is gekomen. In het
                    wetsvoorstel met betrekking tot de dualisering van het gemeentebestuur wordt de
                    burgemeester verplicht een burgerjaarverslag op te stellen. De burgemeester kan
                    er dan voor kiezen het verslag over het burgerinitiatief hierin op te nemen. Uit
                    de inventarisatie is gebleken dat dit in veel gemeenten al gebeurt.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al/><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>