<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verstrekkingenboek voorzieningen voor minima</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beverwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beverwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Kennemer, d.d. 06-08-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verstrekkingenboek voorzieningen voor minima</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=35&amp;g=2008-07-29">Wet werk en bijstand, artikel 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;artikel=4:81&amp;g=2008-07-29">Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-07-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-08-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 2008/15117</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verstrekkingenboek voorzieningen voor minima</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Beverwijk;</al><al/><al>Gelet op artikel 35 Wet werk en bijstand en de nota Minimabeleid 2008-2010:
                        meedoen, ook voor mensen met een laag inkomen en artikel 4:81 Algemene wet
                        bestuursrecht,</al><al/><al>besluiten:</al><al/><al>het volgende verstrekkingenboek voorzieningen voor minima vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>INLEIDING</label></kop><artikel><kop><label>Aanleiding</label></kop><al>De aanleiding voor dit verstrekkingenboek is het raadsbesluit
                                <cursief>Minimabeleid 2008-2010: meedoen mogelijk maken, ook voor
                                mensen met een laag inkomen</cursief>, en de bevoegdheid die het
                            college heeft op grond van artikel 35 Wet werk en bijstand (WWB). Hierin
                            staat dat het college aan mensen die in bijzondere omstandigheden
                            verkeren en zelf geen middelen hebben om de noodzakelijke kosten te
                            voldoen kosten kan vergoeden. Naast de bijzondere bijstand zijn er in de
                            gemeente Beverwijk andere voorzieningen voor minima: </al><lijst><li nr="-"><al>vergoeding voor deelname maatschappelijke activiteiten en
                                    indirecte schoolkosten.</al></li><li nr="-"><al>kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen</al></li><li nr="-"><al>de regeling duurzame gebruiksgoederen om-niet</al></li></lijst><al>Ook deze voorzieningen worden in dit verstrekkingenboek uitgewerkt.</al><al/><al>In het verstrekkingenboek zijn de beleidsregels opgenomen. Hiermee wordt
                            bereikt dat de beoordeling van de persoonlijke omstandigheden en de
                            kosten die kunnen worden vergoed, tot op bepaalde hoogte wordt
                            gestandaardiseerd. Dit bevordert de rechtsgelijkheid, rechtzekerheid en
                            de doelmatigheid van de uitvoering. In juli 2007 is het
                            verstrekkingenboek minimabeleid voor het laatst gewijzigd. Inmiddels
                            zijn opgedane ervaringen en een nieuwe nota minimabeleid aanleiding om
                            het verstrekkingenboek nog eens onder de loep te nemen. Er is gekozen
                            voor een andere, artikelsgewijze opbouw. </al></artikel><artikel><kop><label>De aanvraag</label></kop><al>De aanvraag kan worden ingediend op het daarvoor ontwikkelde
                            aanvraagformulier. Als iemand een bijstandsuitkering ontvangt, zijn de
                            meeste gegevens bekend en kan de aanvrager gebruik maken van een
                            zogenoemde verkorte aanvraag. Als de gegevens van de aanvrager niet
                            bekend zijn dan wordt er een uitgebreider aanvraagformulier ingevuld en
                            dient de aanvrager bewijsstukken van het inkomen, vermogen en overige
                            bewijsstukken zoals een geldig identiteitsbewijs te overleggen. Als de
                            niet-bijstandscliënt een aanvraag doet en de draagkracht voor deze
                            persoon reeds is vastgesteld voor dat jaar (omdat hij/zij al eerder dat
                            jaar een aanvraag heeft ingediend voor bijzondere bijstand of een
                            aanvraag voor kwijtschelding) volstaat een verkorte
                            aanvraagprocedure.</al></artikel><artikel><kop><label>Volgorde van beoordeling bijzondere bijstand</label></kop><al>De volgende toetsingsvolgorde is leidend voor het behandelen van
                            aanvragen bijzondere bijstand:</al><lijst><li nr="1."><al>is er een voorliggende voorziening? Zo nee, of gedeeltelijk
                                    ja,</al></li><li nr="2."><al>doen de kosten zich voor? Zo ja,</al></li><li nr="3."><al>zijn deze kosten noodzakelijk? Zo ja,</al></li><li nr="4."><al>zijn de noodzakelijke kosten het gevolg van bijzondere
                                    omstandigheden? Zo ja,</al></li><li nr="5."><al>kunnen deze kosten worden voldaan uit de beschikbare
                                    draagkracht?</al></li></lijst><al>Is aan alle voorwaarden voldaan, dan bestaat een aanspraak op bijzondere
                            bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Opbouw van dit verstrekkingenboek</label></kop><al>Dit verstrekkingenboek bestaat uit artikelen met daarop een toelichting
                            en een verstrekkingenlijst van veel aangevraagde kostensoorten en
                            bijzonderheden bij vergoeding. De verstrekkingenlijst vormt een
                            integraal onderdeel van dit verstrekkingenboek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>ARTIKELEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>De begripsbepalingen van de WWB zijn onverkort op deze beleidsregels van
                            toepassing.</al><lijst><li nr="1."><al> Alle begrippen die in dit verstrekkingenboek worden gebruikt en
                                    die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als
                                    in de WWB en de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al> In dit verstrekkingenboek wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al> het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Beverwijk;</al></li><li nr="c."><al> aanvrager: de belanghebbende die verzoekt een besluit
                                            te nemen. Waar over aanvrager gesproken wordt dient ook
                                            aanvraagster te worden gelezen; </al></li><li nr="d."><al> kwijtschelding: kwijtschelding zoals omschreven in de
                                            Invorderingswet 1990.</al></li><li nr="e."><al> draagkracht: dat deel van de middelen waarmee rekening
                                            wordt gehouden bij bijstandsverlening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Recht op bijstand</titel></kop><al>In de Wet werk en bijstand (WWB) staat wanneer recht bestaat op algemene
                            en bijzondere bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Voorzien in de kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorliggende voorziening (art. 15 lid 1 WWB) is toereikend en
                                passend wanneer de aanvrager daar daadwerkelijk een beroep op kan
                                doen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ziektekostenverzekering gelijk of gelijkwaardig aan de Beter Af
                                Plus Polis*** en de Betere af Tandarts Polis** van Zilveren Kruis
                                Achmea geldt als voorliggende voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Heeft de aanvrager op grond van een voorliggende voorziening (art.
                                15 WWB) recht op een (gedeeltelijke) vergoeding van de kosten, dan
                                bestaat (voor dat deel) geen recht op bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Daadwerkelijke kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De kosten moeten zich daadwerkelijk voordoen. Kosten doen zich niet
                                meer voor als deze reeds voldaan zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bijzondere bijstand dient te worden aangevraagd voordat de kosten
                                gemaakt zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 2. geldt: als het voor de aanvrager aantoonbaar
                                niet mogelijk is om voor bepaalde kosten bijzondere bijstand aan te
                                vragen voordat de kosten gemaakt zijn, dan dient de aanvraag
                                ingediend te worden binnen 30 dagen nadat de aanvrager bekend is
                                geworden met de betreffende kosten. Het is aan de aanvrager om dit
                                aan te tonen. Onbekendheid met de regelgeving is geen reden om een
                                aanvraag achteraf te dienen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Noodzakelijke kosten van het bestaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Er moet sprake zijn van noodzakelijke kosten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het college verstrekt alleen bijstand voor de
                                        goedkoopst-adequate voorziening in het individuele geval.
                                    </al></li><li nr="b."><al> Als de aanvrager kiest voor een duurdere adequate
                                        voorziening dan verstrekt het college bijstand ter hoogte
                                        van de kosten van de goedkoopst-adequate voorziening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een bijzondere verstrekking noodzakelijk is omdat een algemene
                                verstrekking niet voldoet, worden de algemene kosten in mindering
                                gebracht op de verstrekking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De noodzakelijke kosten moeten voortvloeien uit bijzondere
                                omstandigheden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Zijn de kosten <cursief>algemeen</cursief> voorkomende
                                        noodzakelijke kosten, dan moet de aanvrager deze kosten
                                        voldoen uit het aanwezige inkomen op bijstandsniveau. </al></li><li nr="b."><al> In afwijking van sub a. kan het college bijzondere bijstand
                                        verstrekken voor algemeen voorkomende noodzakelijke kosten
                                        als deze voortkomen uit bijzondere omstandigheden. Deze
                                        omstandigheden kunnen zijn: </al><lijst><li nr="-"><al> niet kunnen reserveren (waarbij aflossing op
                                                schulden geen rol speelt)</al></li><li nr="-"><al> de kosten waren niet van tevoren te voorzien </al></li><li nr="-"><al> er kan geen lening worden afgesloten </al></li><li nr="-"><al> gespreide betaling (kopen op afbetaling) is niet
                                                mogelijk </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Draagkracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Een deel van het inkomen dat hoger ligt dan de geldende
                                        bijstandsnorm wordt bestempeld als draagkracht en wordt in
                                        mindering gebracht op de verstrekking of maakt dat de
                                        verstrekking uit de draagkracht kan worden betaald:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>- Tot 110% van de geldende bijstandsnorm:</al></entry><entry><al>geen draagkracht</al></entry></row><row><entry><al>- van 110% tot 150% van de geldende
                                                  bijstandsnorm</al></entry><entry><al>25% van dit meerdere is de draagkracht</al></entry></row><row><entry><al>- meer dan 150% van de geldende
                                                  bijstandsnorm</al></entry><entry><al>50% van dit meerdere is draagkracht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Bij woonkostentoeslagen en de bijdragen in de aflossingen
                                        van noodzakelijke leningen wordt het gehele bedrag hoger dan
                                        de geldende bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>100% van het vermogen dat meer bedraagt dan de van toepassing zijn
                                de vermogensgrens (art. 34. lid 3 WWB) is draagkracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het college kent periodieke bijzondere bijstand voor
                                        maximaal één jaar toe. Vóór afloop van dit jaar moet, als de
                                        kosten zich nog voordoen, een nieuwe aanvraag gedaan
                                        worden,</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van lid a kan de bijzondere bijstand voor
                                        maximaal drie jaar worden vastgesteld.</al></li><li nr="c."><al>Voor het vaststellen van de draagkracht wordt waar mogelijk
                                        gebruik gemaakt van reeds bij de gemeente bekende
                                        gegevens.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Hoogte bijzondere bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bijzondere bijstand wordt uitgekeerd volgens richtlijnen en vaste
                                bedragen genoemd in de verstrekkingenlijst. Als in de
                                verstrekkingenlijst geen richtlijnen of vaste bedragen genoemd zijn
                                dan gelden de bedragen genoemd in de Nibud-prijzengids of een
                                medisch advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedragen genoemd in de verstrekkingenlijst kunnen jaarlijks
                                worden aangepast. Dit conform het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                (CBS). </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Vorm bijzondere bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt de bijstand in principe om niet. Dit betekent
                                dat de aanvrager de bijzondere bijstand in beginsel niet terug hoeft
                                te betalen. Dat staat in artikel 48 lid 1 WWB. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bijzondere bijstand kan in de vorm van een geldlening of borgtocht
                                worden verstrekt als er sprake is van een situatie zoals genoemd in
                                artikel 48 lid 2, sub a. tot en met d. van de WWB. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Duurzame gebruiksgoederen/Woninginrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De kosten voor aanschaf van duurzame gebruiksgoederen /
                                woninginrichting kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand
                                zoals bedoeld in artikel 51 van de WWB als de kosten niet
                                voorzienbaar zijn en er niet (of onvoldoende) is gereserveerd voor
                                deze kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college verstrekt bijzondere bijstand ter voorziening in de
                                kosten van noodzakelijke vervanging dan wel aanschaf van duurzame
                                gebruiksgoederen <onderstreept>om niet</onderstreept> als: </al><lijst><li nr="a."><al> Op de datum waarop de aanvraag om bijzondere bijstand ter
                                        voorziening in de kosten wordt ingediend er minstens drie
                                        jaar sprake is van een bijstandsuitkering of een inkomen tot
                                        maximaal 110% van de geldende bijstands­norm. </al></li><li nr="b."><al> Het vermogen niet hoger is dan de helft van de van
                                        toepassing zijnde vermogens­grens, zoals genoemd in art. 34
                                        lid 3 WWB.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De vergoeding voor duurzame gebruiksgoederen zoals genoemd in lid 2
                                bedraagt maximaal € 350,- per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De in het jaar van aanvraag verkregen langdurigheidstoeslag (art.
                                36 WWB) of het bedrag waarop in dat jaar nog recht bestaat wordt
                                voor 100% als draagkracht aangemerkt bij de regeling zoals genoemd
                                in lid 2 van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Regeling maatschappelijke activiteiten en indirecte
                                schoolkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Als de aanvrager deelneemt aan maatschappelijke
                                        activiteiten en hij deze kosten niet volledig uit de
                                        draagkracht kan betalen, dan komt hij in aanmerking voor een
                                        vergoeding voor deelname aan maatschappelijke activiteiten.
                                    </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> De aanvrager moet de kosten kunnen aantonen. Er hoeven
                                            <cursief>geen</cursief> bewijsstukken met betrekking tot
                                        de kosten met het aanvraagformulier te worden meegestuurd.
                                        Wel dient de aanvrager deze tot 1 april van het volgende
                                        jaar te bewaren. Het college controleert steekproefsgewijs
                                        en kan alsnog bewijsstukken opvragen. Als het gevraagde
                                        bedrag niet volledig verantwoord kan worden, vindt
                                        terugvordering plaats. </al></li><li nr="c."><al> De vergoeding voor deelname aan maatschappelijke
                                        activiteiten bedraagt maximaal: </al><lijst><li nr="-"><al> € 170,- voor een alleenstaande per kalenderjaar
                                            </al></li><li nr="-"><al> € 120,- voor ieder gezinslid in een
                                                meerpersoonshuishouden per kalenderjaar</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Als de aanvrager indirecte schoolkosten maakt voor ten
                                        laste komende kinderen en hij deze kosten niet volledig uit
                                        de draagkracht kan betalen, dan komt de aanvrager in
                                        aanmerking voor een vergoeding. </al></li><li nr="b."><al> Er hoeven <cursief>geen</cursief> bewijsstukken met
                                        betrekking tot de kosten met het aanvraagformulier te worden
                                        meegestuurd. De aanvrager moet de kosten wel kunnen
                                        aantonen. Wel dient de aanvrager deze tot 1 april van het
                                        volgende jaar te bewaren. Het college controleert
                                        steekproefsgewijs en kan alsnog bewijsstukken opvragen. Als
                                        het gevraagde bedrag niet volledig kan worden verantwoord
                                        vindt terugvordering plaats. </al></li><li nr="c."><al> De vergoeding voor indirecte schoolkosten bedraagt per
                                        schooljaar maximaal: </al><lijst><li nr="-"><al>€ 270,- voor ouders met kinderen op het voortgezet
                                                onderwijs, per kind</al></li><li nr="-"><al> € 135,- voor ouders met kinderen op het
                                                basisonderwijs, per kind </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Van dit bedrag kan gemotiveerd worden afgeweken, als de
                                        overstap naar het voortgezet onderwijs extra noodzakelijke
                                        kosten met zich meebrengt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Categoriale regelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Als de aanvrager ouder is dan 18 en jonger dan 65 en
                                        chronisch ziek of gehandicapt is, zijn de hierdoor
                                        veroorzaakte, hogere “verborgen” kosten uit bijzondere
                                        omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van
                                        bestaan, waarvoor categoriale bijzondere bijstand kan worden
                                        verstrekt. </al></li><li nr="b."><al> De categoriale bijzondere bijstand voor chronische zieken
                                        en gehandicapten in de leeftijd van 18 tot 65 is per jaar €
                                        250,-. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Als de aanvrager ouder is dan 65, zijn de hierdoor
                                        veroorzaakte, hogere “verborgen” kosten uit bijzondere
                                        omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van
                                        bestaan, waarvoor categoriale bijzondere bijstand kan worden
                                        verstrekt. </al></li><li nr="b."><al> De categoriale bijzondere bijstand voor aanvragers ouder
                                        dan 65 is per jaar: </al><lijst><li nr="-"><al> € 300,- voor een alleenstaande </al></li><li nr="-"><al> € 450,- voor gehuwden tezamen </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Het college biedt personen die geen draagkracht hebben de
                                        mogelijkheid deel te nemen aan een collectieve
                                        ziektekostenkostenverzekering en een Gemeente Extra Pakket.
                                    </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> Aan deze personen kan bijzondere bijstand worden verstrekt
                                        voor een deel van de premiekosten van de aanvullende
                                        verzekering.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 staat de wijze
                                waarop het recht op kwijtschelding wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college hanteert een kwijtscheldingsnorm van 100%</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>In artikel 36 van de wet staan wettelijke uitgangspunten voor de
                            langdurigheidstoeslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verkorte aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Cliënten waarvan de draagkracht reeds is vastgesteld en cliënten met
                                een WWB-uitkering kunnen door middel van een ‘’aanvraagformulier
                                verkorte procedure’ bijzondere bijstand aanvragen voor voorzieningen
                                die zijn opgenomen in genoemd aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De op dit formulier voorkomende kosten voldoen aan het bepaalde in
                                artikel 5, lid 1 en artikel 6, lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijzondere bijstand moet worden besteed aan de kosten waarvoor
                                deze is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gebruikt de aanvrager de bijzondere bijstand voor andere kosten dan
                                waarvoor de bijstand is bedoeld, of kan de aanvrager de besteding
                                niet aantonen, dan vordert het college de bijstand terug.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan verplichtingen opleggen die verband houden met aard
                                en doel van een bepaalde vorm van bijstand. Dat staat in artikel 55
                                van de wet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de publicatie
                            ervan.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Beverwijk,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. C.B.P. Hazenberg J.F.C. van Leeuwen</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>VERSTREKKINGENLIJST</label></kop><al/><al>In onderstaande lijst staan de meest voorkomende kosten waarvoor regelmatig
                    bijzondere bijstand wordt aangevraagd. Zijn er bijzonderheden in de bijzondere
                    bijstand van de kostensoort, dan is de kostensoort opgenomen in de toelichting
                    van deze lijst. </al><al/><al><cursief>De onderstaande alfabetische lijst met kosten is geen limitatieve
                        opsomming. Bij kosten die niet in bovenstaande lijst staan, wordt altijd
                        bekeken of er sprake is van noodzakelijke kosten die voortvloeien uit
                        bijzondere omstandigheden. </cursief></al><al/><al>Kostensoort:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Kostensoort</vet></al></entry><entry><al><vet>Uitwerking pagina</vet></al></entry></row><row><entry><al>Niet-medische noodzakelijke kosten</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Advocaatkosten</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>Begrafeniskosten</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>Bewindvoering en budgetbeheer</al></entry><entry><al>16</al></entry></row><row><entry><al>Duurzame gebruiksgoederen/ Woninginrichting</al></entry><entry><al>18</al></entry></row><row><entry><al>Jongeren 18-21</al></entry><entry><al>22</al></entry></row><row><entry><al>Kinderopvang</al></entry><entry><al>23</al></entry></row><row><entry><al>Kleding</al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Maaltijdvoorziening</al></entry><entry><al>24</al></entry></row><row><entry><al>Minderjarige asielzoekers</al></entry><entry><al>25</al></entry></row><row><entry><al>Overbruggingsuitkering</al></entry><entry><al>25</al></entry></row><row><entry><al>Verhuiskosten</al></entry><entry><al>26</al></entry></row><row><entry><al>Vervoerskosten</al></entry><entry><al>27</al></entry></row><row><entry><al>Voorzieningen voor opvang</al></entry><entry><al>28</al></entry></row><row><entry><al>Woonkostentoeslagen</al></entry><entry><al>29</al></entry></row><row><entry><al>Medisch-noodzakelijke kosten</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Aanvullende verzekering</al></entry><entry><al>31</al></entry></row><row><entry><al>Brillen en contactlenzen</al></entry><entry><al>31</al></entry></row><row><entry><al>Dieetkosten</al></entry><entry><al>32</al></entry></row><row><entry><al>Eigen bijdragen AWBZ en zorgverzekeringswet</al></entry><entry><al>33</al></entry></row><row><entry><al>Geneesmiddelen</al></entry><entry><al>34</al></entry></row><row><entry><al>Medische hulpmiddelen</al></entry><entry><al>34</al></entry></row><row><entry><al>Pedicure </al></entry><entry><al>-</al></entry></row><row><entry><al>Schoeisel</al></entry><entry><al>35</al></entry></row><row><entry><al>Tandheelkundige hulp</al></entry><entry><al>35</al></entry></row><row><entry><al>Verwarmingskosten</al></entry><entry><al>36</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>1. Niet-medische, noodzakelijke kosten</cursief></al><al><vet>Advocaatkosten/kosten rechtsbijstand</vet></al><al>Soms is het nodig dat iemand een advocaat inschakelt, of het Bureau voor
                    Rechtshulp. Hieraan zijn kosten verbonden. Op grond van de Wet op de
                    rechtsbijstand kan men om toevoeging van een advocaat vragen. Dat wordt
                    beoordeeld door de Raad voor Rechtsbijstand. Als dat verzoek wordt gehonoreerd,
                    is men een eigen bijdrage verschuldigd, die inkomens­afhankelijk is. Daar kunnen
                    nog andere kosten bijkomen, zoals administratiekosten en griffie­kosten. Als
                    toevoeging plaatsvindt, wordt aangenomen dat de te voeren procedure noodzakelijk
                    is. In dat geval kunnen de eigen bijdrage en de bijkomende kosten voor
                    bijzondere bijstand in aanmerking komen. Hierbij dienen de betalingsbewijzen en
                    een brief van de advocaat overgelegd te worden. </al><al/><al>Als de aanvrager de 'toevoeging' niet krijgt, dan is bijstand ook niet mogelijk.
                    De kosten van rechts­bijstand worden dan niet noodzakelijk geacht.</al><al/><al>Kosten, die samenhangen met een veroordeling van de belanghebbende in de
                    proceskosten van de tegenpartij, komen niet voor bijstandsverlening in
                    aanmerking. </al><al/><al><vet>Begrafeniskosten</vet></al><al>De kosten van lijkbezorging behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het
                    bestaan van de overledene, als deze tot het overlijden periodieke bijstand voor
                    levensonderhoud ontving en de kosten niet uit diens nalatenschap kunnen worden
                    voldaan. In het algemeen is het zo dat degene die opdracht geeft tot
                    begrafenis/crematie ook de daarmee verband houdende kosten voor zijn rekening
                    neemt. Als iemand overlijdt en hij of zij laat onvoldoende geld achter om daar
                    een begrafenis of crematie van te betalen, moet de directe familie deze kosten
                    betalen. In de regel behoren de kosten van een standaardbegrafenis of crematie
                    voor de nabestaanden tot noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere
                    omstandigheden.</al><al/><al>Onder directe familie wordt verstaan:</al><lijst><li nr="•"><al>de echtgenoot (niet bedoeld: de huisgenoot waarmee de overledene
                            samenwoonde én dus geen samenlevingscontract heeft en/of niet
                            geregistreerd staat als samenwonend);</al></li><li nr="•"><al>de ouders;</al></li><li nr="•"><al>de kinderen en de aangetrouwde kinderen.</al></li></lijst><al/><al>Normaal gesproken betaalt de directe familie de kosten van de begrafenis of
                    crematie uit de erfenis. Is er weinig geld, dan wordt het tekort verdeeld over
                    de erfgenamen. Het kan gebeuren dat een direct familielid te weinig geld heeft
                    om zijn gedeelte te betalen. Dan kan dit familielid voor zijn of haar eigen deel
                    bijzondere bijstand aanvragen. </al><al/><al>De volgende kosten kunnen via de bijzondere bijstand vergoed worden:</al><lijst><li nr="•"><al>verzorging overledene</al></li><li nr="•"><al>eenvoudige kist </al></li><li nr="•"><al>50 rouwkaarten en dankbetuigingen</al></li><li nr="•"><al>werkzaamheden uitvaartverzorger</al></li><li nr="•"><al>rouwauto met maximaal 1 volgauto</al></li></lijst><al/><al>Als er niemand is die opdracht geeft tot begraven, dan zal de burgemeester deze
                    opdracht geven. Dit geschiedt dan op grond van de Wet op de Lijkbezorging.
                    </al><al/><al><cursief>Hoogte bijzondere bijstand:</cursief></al><al>Kosten kunnen worden vergoed tot een maximum bedrag van € 3.750,--. </al><al/><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>Op grond van het territorialiteitsbeginsel worden begrafeniskosten in het
                    buitenland niet vergoed. De kosten tot aan de grens overigens wel. </al><al/><al><vet>Bewindvoering en budgetbeheer</vet></al><al>Een kantonrechter kan het vermogen en inkomen van een persoon onder bewind
                    stellen. “Onder bewind” wil zeggen dat iemand anders voor de financiële
                    (vermogens)belangen zorgt. Degene die voor de financiële belangen zorgt, wordt
                    ook wel bewindvoerder genoemd. We onderscheiden twee soorten bewindvoering:</al><lijst><li nr="1."><al>Beschermingsbewind; en </al></li><li nr="2."><al>Bewindvoering in een WSNP-traject </al></li></lijst><al>Ad 1. Beschermingsbewind</al><al>Als iemand meerderjarig is en tijdelijk of blijvend niet in staat is om voor
                    eigen financiële belangen te zorgen, dan kan het vermogen en inkomen door een
                    kantonrechter “onder bewind” worden gesteld. De cliënt, de partner of één van de
                    naaste familieleden kan een verzoek tot onderbewindstelling indienen bij de
                    kantonrechter. De kantonrechter beslist of het noodzakelijk is dat iemand anders
                    voor de financiële belangen zorgt en wie dan de bewindvoerder is. Een
                    bewindvoerder kan de partner of een naast familielid zijn. Als er geen partner
                    of naast familielid is die voor de financiële belangen kan of wil zorgen, dan
                    kan ook iemand van een professionele organisatie de bewindvoerder zijn. </al><al/><al><cursief>Recht op bijzondere bijstand voor de kosten van de
                        bewindvoering?</cursief></al><al>De beloning van de bewindvoerder wordt door de kantonrechter bepaald. Meestal
                    zal de kantonrechter gebruik maken van een hoofdregel. Deze hoofdregel houdt in
                    dat de bewindvoerder een vergoeding krijgt van 5% van de netto-opbrengst van het
                    vermogen (artikel 1:447 lid 1 eerste volzin BW). Deze standaardregel zal met
                    name worden gebruikt als de bewindvoerder een deel van de opbrengst moet
                    gebruiken om bijvoorbeeld schulden af te lossen. Of er recht op bijzondere
                    bijstand is voor de kosten van de bewindvoering is van belang welke van de
                    onderstaande situaties van toepassing is:</al><lijst><li nr="•"><al>De kantonrechter gebruikt de hoofdregel.</al></li></lijst><al>Als de kantonrechter de hoofdregel gebruikt is er geen recht op bijzondere
                    bijstand voor de kosten van de bewindvoering. In principe is er genoeg inkomen
                    en/of vermogen om deze kosten te betalen. </al><al/><lijst><li nr="•"><al>De kantonrechter wijkt af van de hoofdregel.</al></li></lijst><al>De kantonrechter kan ook besluiten om van de hoofdregel af te wijken,
                    bijvoorbeeld als er geen vermogen is. De kantonrechter zal kijken naar de
                    werkelijke kosten van de bewindvoerder. Er is een maximum aan de hoogte van de
                    vergoeding voor een bewindvoerder. Als de kantonrechter bij het bepalen van de
                    vergoeding voor de bewindvoerder van de hoofdregel is afgeweken, dan kan er
                    recht bestaan op bijzondere bijstand. </al><al/><al><cursief>Bijzondere bijstand:</cursief></al><al>Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand dient de bewindvoerder
                    aangesloten te zijn bij de Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders
                    en Inkomensbeheerders (bPBI, zie voor lijst van leden <extref doc="http://www.bpbi.nl/">www.bpbi.nl</extref> onder ledenregister).</al><al/><al><cursief>Bewijsstukken:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>De beschikking van de rechter tot bewindvoering</al></li><li nr="•"><al>Betaalde nota’s van de bewindvoerder</al></li></lijst><al/><al><cursief>Hoogte bijzondere bijstand:</cursief></al><al>De hoogte van de bijzondere bijstand is de vergoeding van de kosten van
                    bewindvoering op grond van de uitspraak van de Kantonrechter. Volgens de
                    aanbevelingen meerderjarigenbewind van het Landelijk Overlegorgaan
                    Kantonrechters (LOK), is het loon voor <cursief>professionele bewindvoerders die
                        zijn aangesloten bij de Branchevereniging</cursief> als volgt
                    vastgesteld:</al><al/><al><vet>Voor het jaar 2008 gelden de volgende tarieven:</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>1 Persoon </vet></al></entry><entry><al>exclusief BTW </al></entry><entry><al>inclusief BTW</al></entry></row><row><entry><al>Intake</al></entry><entry><al>€ 348,00</al></entry><entry><al>€ 414,12</al></entry></row><row><entry><al>Jaartarief</al></entry><entry><al>€ 870,00</al></entry><entry><al>€ 1035,30 </al></entry></row><row><entry><al><vet>Echtpaar</vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Intake echtpaar </al></entry><entry><al>€ 417,70 </al></entry><entry><al>€ 496,94 </al></entry></row><row><entry><al>Jaartarief echtpaar </al></entry><entry><al>€ 1044,00 </al></entry><entry><al>€ 1242,36 </al></entry></row><row><entry><al><vet>Bijzondere werkzaamheden </vet></al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>per uur </al></entry><entry><al>€ 58,00 </al></entry><entry><al>€ 69,02 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor bijzondere werkzaamheden kunnen, met toestemming van de kantonrechter,
                    extra kosten in rekening worden gebracht.</al><al>Het gaat hier om aanbevelingen van het LOK. Het kan voorkomen dat individuele
                    kantonrechters andere tarieven hanteren.</al><al/><al>Ad. 2. Bewindvoering in een WSNP-traject: geen recht op bijzondere bijstand</al><al>Een WSNP-traject is een traject, met als doel een laatste kans te bieden om een
                    schuldenvrije toekomst te bereiken. Als een cliënt in een WSNP-traject zit, dan
                    heeft de cliënt een bewindvoerder. De bewindvoerder is altijd iemand van een
                    professionele organisatie. Hier zijn uiteraard kosten aan verbonden. </al><al/><al>Het salaris voor de bewindvoerder in het kader van de WSNP is in beginsel lager
                    dan het voor beslag vatbare deel van een inkomen ter hoogte van de
                    bijstandsnorm. Daarnaast geldt de regel dat de eigen bijdrage voor de
                    bewindvoering met voorrang uit het inkomen moet worden betaald. Pas daarna komen
                    dus de andere mensen of instanties aan de beurt bij wie de cliënt schulden
                    heeft. In de regel kan de cliënt daarom de kosten voor de bewindvoering zelf
                    betalen en is er voor de gemeente dus geen aanleiding om bijzondere bijstand te
                    verlenen voor deze kosten. </al><al/><al>Voor meer informatie over schuldhulpverlening zie de nota Schuldhulpverlening
                    2006.</al><al/><al><vet>Budgetbeheer</vet></al><al>Onder budgetbeheer wordt verstaan dat het inkomen van iemand door een
                    onafhankelijke derde wordt beheerd. Mensen die door omstandigheden niet zelf
                    voor een goede financiële huishouding kunnen zorgen kunnen zich melden bij
                    instanties die budgetbeheer verzorgen. Dit kan bij kredietbanken,
                    bewindvoerderskantoren of speciale budgetbeheerbureaus. Deze zorgt dan voor de
                    betaling van vaste lasten en, afhankelijk van de zwaarte van het budgetbeheer,
                    binnenkomende rekeningen. Dit wordt vastgelegd in een budgetplan. De cliënt
                    krijgt een tevoren vastgesteld bedrag per week of per maand als huishoudgeld.
                    Voor betalingen die niet iedere maand plaatsvinden wordt een bedrag gereserveerd
                    tot de betreffende betaling moet plaatsvinden. Ook wordt een bedrag gereserveerd
                    voor onvoorziene uitgaven. Budgetbeheer moet voorkomen dat er schulden ontstaan
                    of dat eventuele schulden oplopen.</al><al/><al>Budgetbeheer kan vrijwillig zijn maar is in veel gevallen nodig om niet of niet
                    weer in een situatie van schuldhulpverlening te vervallen.</al><al/><al>Voor de kosten van budgetbeheer kan bijzondere bijstand worden verleend.</al><al/><al><vet>Duurzame gebruiksgoederen, Woninginrichting, </vet></al><al>Voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen (artikel 51 WWB) kan
                    bijzondere bijstand worden verleend in de vorm van:</al><lijst><li nr="1."><al>een geldlening</al></li><li nr="2."><al>borgtocht</al></li><li nr="3."><al>een bedrag om niet</al></li></lijst><al/><al><cursief>1. a. Verwijzing Kredietbank Noord-West te Alkmaar of commerciële bank
                    </cursief></al><al>Bijstandsaanvragen voor deze kosten worden in beginsel doorverwezen naar de
                    Kredietbank of naar een commerciële bank (bij een niet-uitkeringsgerechtigde).
                    Verwijzing hoeft niet plaats te vinden als vooraf duidelijk is dat de
                    Kredietbank geen lening zal verstrekken (zonder een borgstelling). Als de
                    Kredietbank Noord-West geen lening kan verstrekken dan moet dit aantoonbaar
                    worden gemaakt met een brief van de Kredietbank, waarin de reden van afwijzing
                    staat vermeld.</al><al/><al><cursief>b. Geldlening door de gemeente</cursief></al><al>Als de kosten/uitgaven niet voorzienbaar zijn geweest en de mogelijkheden om te
                    reserveren door bijzondere omstandigheden niet aanwezig waren en de aanschaf van
                    een duurzaam gebruiksgoed toch noodzakelijk wordt geacht, kan bijzondere
                    bijstand worden verleend in de vorm van een geldlening. </al><al/><al><cursief>2. Borgstelling voor duurzame gebruiksgoederen</cursief></al><al>Artikel 51 WWB biedt de mogelijkheid om bijzondere bijstand te verlenen in de
                    vorm van een borgstelling. Voor het verlenen van een borgstelling kan slechts
                    aanleiding zijn wanneer is vaststaat dat zonder tussenkomst van de gemeente als
                    borg, de lening door de kredietverlenende instantie niet zal worden verstrekt. </al><al/><al>De gemeente garandeert bij borgstelling dat de lening daadwerkelijk wordt
                    terugbetaald. De gemeente verbindt zich namelijk de aflossingen en bijkomende
                    kosten van de Kredietbank van een belanghebbende te voldoen, wanneer deze in
                    gebreke blijft. </al><al/><al>De borgstelling wordt verleend op basis van bijzondere bijstand. Als een beroep
                    wordt gedaan op de borgstelling vordert de gemeente de verstrekte bijzondere
                    bijstand terug van belanghebbende. </al><al/><al><cursief>3. Duurzame gebruiksgoederen in de vorm van om-niet</cursief></al><al>Bijstandsverlening voor duurzame gebruiksgoederen geschiedt praktisch altijd in
                    de vorm van een borgstelling of geldlening. Slechts in uitzonderlijke situaties
                    kan bijzondere bijstand om-niet worden verstrekt. </al><al/><al><cursief>Ad 1 en 2. Borgstelling of geldlening</cursief></al><al>De gemeente dient bij het verstrekken van bijzondere bijstand in de vorm van een
                    borgstelling of een geldlening te onderzoeken:</al><lijst><li nr="-"><al>de mogelijkheid van een lening bij de Kredietbank Noord -West</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid van een lening bij een commerciële bank</al></li><li nr="-"><al>of de aanschaf noodzakelijk is door het doen van een huisbezoek</al></li><li nr="-"><al>de hoogte van het benodigde bedrag</al></li><li nr="-"><al>de voorzienbaarheid van de uitgave</al></li><li nr="-"><al>de reserveringsmogelijkheden</al></li><li nr="-"><al>het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de eigen
                            bestaansvoorziening</al></li></lijst><al/><al><cursief>Hoogte lening </cursief></al><al>Bedragen per 1 januari 2008 voor een complete sobere inrichting: </al><lijst><li nr="-"><al>alleenstaande (kamerbewoning) € 1.800,00</al></li><li nr="-"><al>alleenstaande (zelfstandig gehuisvest) € 3.200,00 </al></li><li nr="-"><al>gezin van twee personen € 4.800,00 </al></li><li nr="-"><al>plus voor elk volgend gezinslid € 540,00 </al></li></lijst><al/><al>Bij een gedeeltelijke inrichting kunnen de bedragen van de Nibud-prijzengids
                    gehanteerd worden. </al><al/><al><cursief>Looptijd borgstelling via de Kredietbank Noord-West</cursief></al><al>De aanvrager tekent een contract bij de Kredietbank en machtigt de Kredietbank
                    om de maandelijkse aflossing door een inhouding op de uitkering te laten
                    verlopen. De looptijd bij de Kredietbank is meestal op 36 maanden vastgesteld.
                    Het inkomen boven de bijstandsnorm wordt in z’n geheel aangewend. De te betalen
                    bedragen worden zo vastgesteld dat de cliënt ten minste blijft beschikken over
                    de beslagvrije voet. </al><al/><al><cursief>Looptijd geldlening bij de gemeente</cursief></al><al>De looptijd van een lening is in beginsel 36 maanden. In de situatie dat men
                    heeft nagelaten geheel of gedeeltelijk te reserveren of een niet-noodzakelijke
                    lening ergens anders heeft afgesloten, kan, afhankelijk van de mate van het
                    onvoldoende betoond besef van verantwoordelijkheid, de aflossingstermijn op
                    maximaal 60 maanden worden gesteld. </al><al/><al>Na drie of vijf jaar regelmatige en volledige aflossing wordt onderzocht of het
                    restant van de lening buiten invordering kan worden gesteld. De belanghebbende
                    mag geen nieuwe leningen zijn aangegaan. Nadere regels hiertoe zijn vastgelegd
                    in het debiteurenbeleid.</al><al/><al><cursief>Aflossing</cursief></al><al>De hoogte van de aflossingsbedragen wordt voor personen met een inkomen ter
                    hoogte van de bijstandsnorm (ongeacht de samenstelling van dit inkomen)
                    vastgesteld op tenminste 5% van de som van de van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm, inclusief de geldende gemeentelijke toeslag en vakantiegeld. Dit
                    komt neer op de volgende aflossingsbedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>alleenstaanden € 45,00 </al></li><li nr="-"><al>alleenstaande ouders € 55,00</al></li><li nr="-"><al>gehuwden € 65,00</al></li></lijst><al/><al><cursief>Bijzondere bijstand</cursief></al><al>Als het aflossingsbedrag van de lening bij de Kredietbank hoger is dan de
                    hierboven genoemde aflossingsbedragen kan er gedurende de aflossingstermijn
                        <onderstreept>aanvullende bijzondere bijstand</onderstreept> om-niet worden
                    verleend. Op grond van artikel 51 tweede lid WWB kunnen de aflossingsbedragen
                    en/of de duur van de aflossing gewijzigd worden afhankelijk van de
                    omstandigheden van persoon en gezin.</al><al/><al><cursief>Let op:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>In combinatie met een re-integratietraject kan de bijzondere bijstand in
                            de vorm van een geldlening worden betaald uit het W-deel van de WWB. Het
                            verlenen van de leenbijstand neemt grotendeels de belemmering weg om aan
                            het re-integratietraject deel te nemen. In dat geval wordt een lening
                            met voorwaarden opgenomen in het trajectplan. De cliënt betaalt naar
                            draagkracht maandelijks af naar de gemeente (via inhouding op de
                            uitkering). Indien cliënt uitstroomt, kan een deel of het geheel van het
                            restant van de lening worden kwijtgescholden als prikkel naar uitstroom
                            en ter voorkoming van de armoedeval. Indien cliënt zich niet houdt aan
                            de verplichtingen zoals opgesteld binnen het trajectplan, wordt de
                            lening geheel op cliënt teruggevorderd.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="•"><al>Als de borgstelling voor woninginrichting wordt verleend in combinatie
                            met het meedoen van een re-integratietraject, kan de aanvullende
                            bijzondere worden betaald uit het W-deel van de WWB. In dat geval wordt
                            deze bijstand met voorwaarden opgenomen in het trajectplan.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="•"><al>De kosten van een babyuitzet behoren tot de incidenteel voorkomende
                            algemeen noodzakelijke kosten van bestaan, die uit het beschikbare
                            inkomen dienen te worden bekostigd. Bijstandsverlening in deze kosten is
                            in beginsel niet mogelijk, aangezien men geacht wordt voor dergelijke
                            kosten te reserveren of een betalingsregeling te treffen. Een lening bij
                            een (Krediet) bank wordt aangemerkt als voorliggende voorziening. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>Op grond van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Een
                            bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld het langdurig ontbreken van
                            reserveringsruimte in het inkomen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr=""><al>De babyuitzet wordt tot de duurzame gebruiksgoederen gerekend. Daarom
                            wordt bijzondere bijstand in deze kosten in beginsel in de vorm van een
                            geldlening verstrekt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="•"><al>Voor de totale kosten wordt een maximum bedrag gehanteerd van € 510,45
                            (Nibud-prijzengids 2007 - 2008). Aanstaande alleenstaande moeders tussen
                            18 en 21 jaar kunnen voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen in
                            principe een lening bij de Kredietbank Noord - West afsluiten. Omdat de
                            uitkeringsnorm die zij ontvangen na de geboorte van het kind wordt
                            aangevuld tot het niveau van een alleenstaande ouder van 21 jaar is er
                            dan voldoende aflossingscapaciteit. De lening kan rond de zesde of de
                            zevende maand van de zwangerschap worden aangevraagd, de aflossing start
                            na de geboorte van het kind. De gemeente staat altijd borg voor deze
                            leningen. </al></li></lijst><al/><al><vet>Duurzame gebruiksgoederen om niet</vet></al><al>Als iemand gedurende minstens drie jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag
                    rond moet komen van een bijstandsuitkering of een inkomen net iets boven
                    bijstandsniveau (110%) kan iemand in aanmerking komen voor de regeling waarbij
                    de duurzame gebruiksgoederen om niet worden verstrekt.</al><al/><al>Duurzame gebruiksgoederen kunnen in het algemeen omschreven worden als roerende
                    zaken die in het huis aanwezig zijn. Bij duurzame gebruiksgoederen kan
                    bijvoorbeeld gedacht worden aan een koelkast, wasmachine, meubilair, een
                    televisie, een radio, vloerbedekking, gordijnen, een fiets, een computer of
                    andere huishoudelijke apparaten. </al><al>Ten aanzien van de computer kan bij gebleken noodzakelijkheid bijvoorbeeld zowel
                    een aanvrager in aanmerking komen met kinderen die op school zitten als een
                    alleenstaande die een cursus dient te volgen. Dit is afhankelijk van de
                    individuele omstandigheden. </al><al/><al>Om voor bijzondere bijstand vervanging duurzame gebruiksgoederen in aanmerking
                    te komen dient een aanvrager te voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>1. Er dient gedurende minstens drie jaar voorafgaande aan de
                                        datum aanvraag sprake te zijn van een bijstandsuitkering of
                                        een inkomen net iets boven bijstandsniveau (110% van de
                                        geldende bijstandsnorm)</al></entry></row><row><entry><al>2. Het vermogen mag niet hoger zijn dan €2.663,00
                                        (alleenstaanden) en € 5.325,00 (alleenstaande ouders en
                                        gehuwden, bedragen 2008);</al></entry></row><row><entry><al>3. Het dient te gaan om noodzakelijke duurzame
                                        gebruiksartikelen. waar nodig, zal een huisbezoek kunnen
                                        plaatsvinden.</al></entry></row><row><entry><al>4. De aanvraag moet worden ingediend voordat de kosten
                                        gemaakt zijn.</al></entry></row><row><entry><al>5. Voor welke gebruiksgoederen en voor welke bedragen
                                        maximumbedragen toegekend kan worden, wordt als leidraad de
                                        Nibudprijzengids gebruikt.</al></entry></row><row><entry><al>6. Achteraf dient de cliënt de nota te laten zien.</al></entry></row><row><entry><al>7 Reservering voor deze kosten is niet noodzakelijk.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Koppeling met langdurigheidstoeslag</cursief></al><al>Het recht op langdurigheidstoeslag is gekoppeld aan het recht op de vergoeding
                    voor duurzame gebruiksgoederen. De aanvrager kan mede met de
                    langdurigheidstoeslag de kosten van aanschaf duurzame gebruiksgoederen betalen.
                    De langdurigheidstoeslag wordt voor 100% als draagkracht meegenomen in de
                    draagkrachtberekening.</al><al/><al>Voor het recht op bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, dient
                    gebruik gemaakt te worden van de Nibud-prijzengids. Welke gebruiksgoederen
                    noodzakelijk zijn, staat in de Nibud-prijzengids. In deze gids staat ook een
                    kolom met gebruiksgoederen die niet voor alle huishoudens noodzakelijk zijn. Als
                    blijkt dat voor een bepaalde persoon door bijv. medische omstandigheden deze
                    gebruiksgoederen wel noodzakelijk zijn, dan kan bijzondere bijstand voor deze
                    gebruiksgoederen worden toegekend.</al><al/><al><cursief>Hoogte van de vergoeding:</cursief></al><al>De bedragen die genoemd zijn in de Nibud-prijzengids zijn in principe de
                    maximumbedragen die voor duurzame gebruiksgoederen kunnen worden toegekend. Er
                    geldt een maximumbedrag van € 350,- per jaar. Het bedrag daarboven kan op basis
                    van een geldlening worden verstrekt. De consulent kan daar in individuele
                    omstandigheden van afwijken. </al><al/><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>Als een cliënt vanuit de WWB een re-integratietraject volgt en daarbij een
                    verplichte cursus moet volgen waarbij hij/zij een computer voor thuis nodig is,
                    kan uit het re-integratiebudget een computer verstrekt worden. </al><al/><al>Als blijkt dat de kosten van het repareren van bijv. een wasmachine goedkoper is
                    dan de kosten van een nieuwe wasmachine (of tweedehands), dan worden de
                    reparatiekosten vergoed als bijzondere bijstand. Het is ook mogelijk dat een
                    kapot duurzaam gebruiksgoed onder de garantie valt. </al><al/><al><vet>Jongeren van 18 tot 21 jaar die in een inrichting verblijven</vet></al><al>Op grond van artikel 13 WWB hebben 18 tot 21-jarigen geen recht op algemene
                    bijstand (zak- en kleedgeld). In het algemeen zal van de ouders een bijdrage in
                    de kosten van verblijf in de inrichting worden gevraagd. </al><al/><al>Als in verband met bijzondere omstandigheden de ouders niet of niet volledig
                    kunnen bijdragen in de eventueel te maken kosten, kan hiervoor bijzondere
                    bijstand worden verstrekt. (artikel 12 WWB) Dit geldt zowel voor de persoonlijke
                    uitgaven als voor andere noodzakelijke kosten. Bij verstrekking van bijzondere
                    bijstand dienen de mogelijkheden tot verhaal onderzocht te worden. </al><al/><al>De hoogte van de eventueel te verstrekken toelage persoonlijke uitgaven (tpu)
                    norm voor een 18 tot 21 jarige is dezelfde als voor een alleenstaande van 21
                    jaar of ouder, die in een inrichting verblijft. Wel wordt een
                    vermogens/inkomenstoets toegepast. </al><al/><al><vet>Jongerentoeslagen</vet><vet> (artikel 12 WWB)</vet></al><al>Jongeren tussen de 18 en 21 jaar die om bijzondere reden niet werken en ook geen
                    ander inkomen hebben, kunnen een beroep doen op een bijstandsuitkering. Deze
                    bijstand wordt verstrekt als algemene bijstand (de norm voor een 18-jarige). </al><al/><al>Als deze bijstandsnorm niet voldoende is voor de algemeen noodzakelijke
                    bestaanskosten dan zal er een beroep op de ouders gedaan moeten worden om dit
                    aan te vullen. Als een beroep op de ouders niet mogelijk is omdat de middelen
                    van de ouders niet toereikend zijn of omdat hij redelijkerwijs zijn
                    onderhoudsrecht ten opzichte van zijn ouders niet te gelde kan maken kan er een
                    toeslag worden verstrekt in de vorm van aanvullende bijzondere bijstand. </al><al/><al>Ten aanzien van zelfstandig wonende jongeren geldt dat de aanvullende bijzondere
                    bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen de bijstand (inclusief
                    toeslagen en verlagingen) voor een 18-jarige en de norm voor een alleenstaande
                    van 21 jaar en ouder. </al><al>Voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar wordt bij de bepaling van de
                    hoogte van de toeslag aangesloten bij de bijstandsuitkering die geldt voor een
                    alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder. Dit, om te voorkomen dat een jonge
                    alleenstaande ouder in financiële problemen raakt. </al><al/><al>In een thuiswonende situatie kan er geen sprake zijn van hogere algemene
                    bestaanskosten dan die waarin de basisnorm voorziet. Derhalve gaat het bij het
                    verstrekken van een toeslag om <onderstreept>zelfstandig </onderstreept>wonende
                    jongeren en dient beoordeeld te worden of het zelfstandig wonen van de jongere
                    noodzakelijk is. Woont de jongere op het moment van de aanvraag reeds een jaar
                    of langer zelfstandig, dan staat de noodzakelijkheid van het zelfstandig wonen
                    vast. In alle andere gevallen dient de noodzaak op grond van de individuele
                    omstandigheden te worden beoordeeld. </al><al/><al>Nadat de noodzakelijkheid van de kosten is vastgesteld, wordt bekeken of het
                    onderhoudsrecht te gelde kan worden gemaakt. Een jongere kan bijvoorbeeld geen
                    onderhoudsrecht te gelde maken wanneer: </al><lijst><li nr="-"><al> er sprake is van een ernstig verstoorde relatie met de ouders; </al></li><li nr="-"><al>de ouders geen of onvoldoende draagkracht hebben, of:</al></li><li nr="-"><al> beide ouders overleden zijn.</al></li></lijst><al/><al>De bijzondere bijstand ter aanvulling op de rijksnorm dient, voor zover
                    mogelijk, op grond van de artikelen uit de oude Abw door de gemeente op de
                    onderhoudsplichtige ouders te worden verhaald.</al><al/><al><vet>Kinderopvang</vet></al><al><cursief>Wet Kinderopvang:</cursief></al><al>Op 1 januari 2005 is de Wet Kinderopvang in werking getreden. Volgens deze wet
                    sluiten ouders zelf een contract af met de kinderopvangorganisatie en betalen
                    zelf de opvangkosten. Bij de Belastingdienst kan een kinderopvangtoeslag worden
                    aangevraagd. De Belastingdienst zal ook de werkgeversbijdrage verstrekken. Deze
                    is per 1-1-2007 verplicht. </al><al/><al>Voor specifieke doelgroepen die geen werkgevers hebben, is de gemeente
                    verantwoordelijk voor het financieel ontbrekende werkgeversdeel. Deze
                    doelgroepen zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>Ouders met een uitkering in het kader van de WWB, Ioaw/Ioaz of Anw én
                            die een re-integratietraject volgen;</al></li><li nr="•"><al> Ouders met een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen
                            kunstenaars;</al></li><li nr="•"><al> Niet-uitkeringsgerechtigden, die als werkzoekende geregistreerd zijn
                            bij het CWI én die een re-integratietraject volgen;</al></li><li nr="•"><al> Ouders die een inburgeringsvoorziening volgen als bedoeld in artikel 19
                            van de Wet inburgering;</al></li><li nr="•"><al> Jongeren tot 18 jaar, die een scholing of een opleiding volgen en die
                            algemene bijstand op grond van de WWB ontvangen of die zo’n uitkering
                            kan ontvangen;</al></li><li nr="•"><al> Ouders met een inkomen uit arbeid, aangevuld met algemene bijstand op
                            grond van de WWB.</al></li><li nr="•"><al> Studenten die een studie / opleiding volgen en die ingeschreven zijn
                            bij een school of onderwijsinstelling.</al></li></lijst><al/><al>De gemeentelijke doelgroepen kunnen met behulp van het aanvraagformulier
                    tegemoetkoming kosten kinderopvang de tegemoetkoming bij de gemeente aanvragen.
                    Dit formulier is te verkrijgen bij de Publieksbalie en via de website van de
                    gemeente Beverwijk.</al><al/><al>De kinderopvang moet worden afgenomen bij een geregistreerde instelling voor
                    kinderopvang om in aanmerking te komen voor een bijdrage van de Belastingdienst
                    en gemeente. Kiezen voor een andere instelling mag ook, maar dan vervalt het
                    recht op subsidie. Het <cursief>Kinderopvangregister gemeente
                        Beverwijk</cursief> staat op de website van de gemeente en ligt ter inzage
                    op het Stadskantoor bij de Publieksbalie.</al><al/><al>Gezinnen die behoren tot de doelgroep sociaal/medische geïndiceerde hebben als
                    zij tevens behoren tot één van de andere gemeentelijke doelgroepen recht op een
                    gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Gezinnen die alléén
                    in aanmerking komen voor sociaal-medische indicatie, kunnen een beroep doen op
                    de bijzondere bijstand bij de gemeente Beverwijk. Per individueel geval wordt er
                    gekeken of kinderopvang noodzakelijk is. </al><al/><al><cursief>Overblijfkosten op school</cursief></al><al>De kosten van het overblijven van een kind (tussen de middag) op school worden
                    aangemerkt als algemeen noodzakelijke kosten. Dit betekent dat de belanghebbende
                    deze kosten moet voldoen uit zijn algemene bijstandsuitkering. Slechts in
                    bijzondere gevallen kan voor deze kosten bijzondere bijstand worden verstrekt,
                    bijv. als de alleenstaande ouder werkt of een opleiding doet in het kader van
                    een trajectplan. </al><al/><al><cursief>Peuterspeelzaal</cursief></al><al>Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die geen peuterspeelzaal bezoeken een
                    achterstand oplopen bij het begin op de basisschool. Dit komt met name ook door
                    het gemiddelde scholingsniveau van de ouders in de doelgroep. Tachtig procent
                    heeft een te grote afstand tot de arbeidsmarkt, is laaggeschoold en heeft
                    psychosociale problemen. Verslavingen en schuldenproblematiek komen relatief
                    veel voor alsmede het niet (goed) beheersen van de Nederlandse taal. </al><al>Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten plaatsing van een
                    kind op een peuterspeelzaal. Veelal wordt gebruik gemaakt van de peuterspeelzaal
                    voor 2 dagdelen per week. De kosten voor de peuterspeelzaal zijn gemiddeld €
                    40,- per maand (twee dagdelen per week). </al><al/><al><vet>Maaltijdvoorziening</vet></al><al>De gemeente ondersteunt financieel mensen die gebruik maken of willen maken van
                    de maaltijdservice Tafeltje Dekje. Vanaf 1 juli 2006 zijn de inkomensgroepen
                    bijgesteld waardoor meer mensen gebruik kunnen maken van een korting op hun
                    maaltijd. </al><al/><al>De maaltijdvoorziening is bedoeld voor ouderen boven de 65 jaar, die door ziekte
                    en/of andere omstandigheid niet meer voor zichzelf kunnen koken, en is in
                    bijzondere gevallen ook te benutten voor mensen jonger dan 65 jaar. Maximaal
                    worden 7 maaltijden per week verstrekt. Als men gebruik wenst te maken van een
                    andere maaltijdvoorziening dan Tafeltje Dekje, dan moet er sprake zijn van een
                    zelfde indicatie. </al><al/><al>Als het noodzakelijk is dat gebruik gemaakt wordt van de diensten van Tafeltje
                    Dekje, kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. De eventuele vergoeding vindt
                    plaats onder aftrek van de gebruikelijke kosten. Voor de referentiebedragen
                    wordt verwezen naar de tabel kosten van voeding in de Nibud prijzengids
                    2007-2008. Aan de hand van de vermogenstoets en draagkrachtberekening wordt de
                    hoogte van het te verstrekken bijstandsbedrag vastgesteld. Als voor een andere
                    maaltijdvoorziening dan Tafeltje Dekje wordt gekozen kan de hoogte van de
                    bijstand nooit hoger zijn dan de bijstand bij een verstrekking via Tafeltje
                    Dekje. </al><al>De bedragen die door Tafeltje Dekje worden gehanteerd zijn:</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><colspec colname="colF"/><tbody><row><entry><al>Netto inkomen per maand</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>subgroep</al></entry><entry><al>Hoofdmaaltijd</al></entry><entry><al>soep</al></entry><entry><al>nagerecht</al></entry></row><row><entry><al>Alleenstaand</al></entry><entry><al>tot € 970,=</al></entry><entry><al>1</al></entry><entry><al>€ 3,00*</al></entry><entry><al>€ 0,70</al></entry><entry><al>€ 0,60</al></entry></row><row><entry><al>Gehuwd/samenwonend</al></entry><entry><al>tot € 1330,=</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Alleenstaand</al></entry><entry><al>vanaf € 970,=</al></entry><entry><al>2</al></entry><entry><al>€ 3,85*</al></entry><entry><al>€ 0,70</al></entry><entry><al>€ 0,60</al></entry></row><row><entry><al>Gehuwd/samenwonend</al></entry><entry><al>vanaf € 1330,=</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Alleenstaand</al></entry><entry><al>hoger dan € 1330,=</al></entry><entry><al>3</al></entry><entry><al>€ 4,95*</al></entry><entry><al>€ 0,70</al></entry><entry><al>€ 0,60</al></entry></row><row><entry><al>Gehuwd/samenwonend</al></entry><entry><al>hoger dan € 1730,=</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="•"><al>Voor natriumarme maaltijden wordt een verhoging van € 0,30
                            toegepast.</al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>Voor maaltijd met een gemalen vleescomponent wordt een verhoging van €
                            0,50 toegepast.</al></li></lijst><al/><al>Andere aanbieders van maaltijdvoorzieningen in Beverwijk zijn Cold Kitchen en
                    Handgraaf. Deze aanbieders zijn hanteren andere prijzen dan Tafeltje Dekje. De
                    aanvrager is vrij in de keuze de aanbieder, maar als vergoeding voor de
                    bijzondere bijstand gelden de bedragen van Tafeltje Dekje. </al><al><vet>Minderjarige asielzoekers</vet></al><al>Als alleenstaande minderjarige asielzoekers 18 jaar worden en schoolgaand zijn,
                    wordt aangesloten bij de systematiek van de studiefinanciering (berekening
                    toeslag tot de hoogte van de norm studiefinanciering, dit is ter voorkoming van
                    rechtsongelijkheid). Van de norm studiefinanciering wordt het gedeelte voor
                    studiekosten gereserveerd.</al><al><vet>Overbruggingsuitkering</vet></al><al>Kan in de volgende situaties noodzakelijk zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>grote terugval van het inkomen tot het bijstandsniveau.</al></li><li nr="•"><al>toeslag voormalig alleenstaande ouders.</al></li><li nr="•"><al>voor het eerst in de uitkering</al></li><li nr="•"><al>verlies portemonnee</al></li></lijst><al/><al><cursief>Grote terugval van het inkomen tot het bijstandsniveau.</cursief></al><al>Bij een plotselinge grote terugval in inkomen tot het bijstandsniveau, is het
                    niet altijd mogelijk het uitgavenpatroon direct aan te passen. Als het niet was
                    te voorzien en het inkomen zakt met meer dan 25% dan is het mogelijk een
                    overbruggingsuitkering te krijgen. Deze overbruggingsuitkering wordt afgebouwd.
                    Zo zal er gedurende 3 maanden een toeslag zijn van 75% van het verschil tussen
                    het oude inkomen en het nieuwe inkomen (WWB-uitkering). Vervolgens wordt de
                    toeslag gedurende de tweede periode van 3 maanden teruggebracht tot 50% en
                    uiteindelijk nog eens drie maanden tegen 25% van het verschil. Het inkomen en de
                    toeslag zullen overigens nooit meer kunnen bedragen dan 2x de van toepassing
                    zijnde bijstandsnorm.</al><al/><al>Als de terugval van inkomen (deels) kan worden gecompenseerd door bijvoorbeeld
                    huurtoeslag, woonkostentoeslag of verhoging van de alimentatie, dan is de
                    overbrugging niet (geheel) van toepassing. Met de overbruggingstoeslag is
                    aanvrager in de gelegenheid de hoge vaste lasten te verlagen. Dit betekent dat
                    als er geen sprake is van vaste lasten of de vaste lasten passen bij het lagere
                    inkomen er geen overbruggingsuitkering volgt.</al><al/><al><cursief>Toeslag voormalige alleenstaande ouders</cursief></al><al>Als er sprake is van een inkomensachteruitgang doordat het laatste in de
                    bijstand begrepen kind de 18 - jarige leeftijd bereikt, kan een
                    overbruggingstoeslag worden verleend welke bij aanvang wordt bepaald op het
                    verschil tussen de oude en de nieuwe situatie, volgens onderstaand model:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Norm oude situatie </al></entry><entry><al> bij: vakantietoeslag</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al> Kinderbijslag (per maand) </al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al> A</al></entry></row><row><entry><al>Norm nieuwe situatie </al></entry><entry><al> bij: vakantietoeslag</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al> Inkomen kind (bijv. WSF, arbeid, etc.)</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al> B</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De overbruggingstoeslag is het verschil tussen A en B. Voor de eenvoud van de
                    uitvoering wordt de toeslag eenmalig vastgesteld en wordt geen rekening gehouden
                    met tussentijdse wijzigingen, behoudens beëindiging van de uitkering. Afbouw van
                    de overbruggingstoeslag voormalig alleenstaande ouders vindt plaats met 25 % per
                    kwartaal (dus 100%, 75%, 50% en 25%).</al><al/><al><cursief>Voor het eerst in de uitkering</cursief></al><al>De periodieke bijstandsuitkering wordt maandelijks achteraf betaalbaar gesteld.
                    Als de eerste periode tot de uitbetaling niet is te overbruggen, omdat er geen
                    reserve is en er sprake is van een gewijzigd betaalritme (betaling salaris in
                    het begin van de maand, terwijl de daarop volgende uitkering achteraf wordt
                    betaald), dan kan er een voorschot of overbruggingsuitkering “om niet” worden
                    verstrekt.</al><al/><al>Als sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt de
                    overbruggingsuitkering betaald als lening en zal deze verrekend worden
                    (bijvoorbeeld na detentie).</al><al/><al>De maximale bedragen hiervoor zijn per 1-01-2008 voor een: </al><al>alleenstaande € 370,00 per maand </al><al>alleenstaande ouder € 525,00 per maand </al><al>echtpaar € 580,00 per maand </al><al/><al>De geldlening als overbruggingsuitkering (artikel 52 WWB) in het geval dat het
                    recht op uitkering nog niet definitief kan worden vastgesteld, wordt niet gezien
                    als een overbruggingsuitkering, evenmin als de bijstandsuitkering, die in
                    afwachting van de beslissing van een ander uitkeringsorgaan wordt
                    verstrekt.</al><al/><al><cursief>Verlies portemonnee</cursief></al><al>Door diefstal of verlies kan er een groot financieel probleem ontstaan als men
                    niet beschikt over een eigen reserve. De aanvrager moet dit kunnen aantonen met
                    o.a. een bankafschrift. </al><al>Nadat er aangifte is gedaan bij de politie, kan er een overbruggingsvoorschot
                    verleend worden die bedoeld is voor levensmiddelen tot de eerstvolgende
                    bijschrijving van de uitkering. Het bedrag kan niet meer zijn dan maximaal €
                    250,00 per gezin en € 150,00 voor een alleenstaande.</al><al>De overbruggingsuitkering dient te worden terugbetaald, dit zal direct met de
                    aanvraag afgesproken en vastgelegd worden. Dit kan door middel van een
                    terugbetalingsregeling of door inhouding op het vakantiegeld.</al><al/><al><vet>Verhuiskosten</vet></al><al>De kosten van een medisch of sociaal geïndiceerde verhuizing behoren in beginsel
                    tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                    waarvoor, behoudens bijzondere omstandigheden, geen bijzondere bijstand wordt
                    verstrekt. Men wordt geacht voor dergelijke kosten te reserveren of een
                    betalingsregeling te treffen. Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden
                    en onvoorzienbare situaties, waardoor reservering niet mogelijk was, kan
                    bijzondere bijstand worden verleend. </al><al/><al><cursief>Voorliggende voorzieningen</cursief></al><al>Met betrekking tot <onderstreept>medisch </onderstreept>noodzakelijke
                    verhuizingen geldt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) als voorliggende
                    voorziening. Het moet dan wel gaan om een situatie waarin de belanghebbende
                    aangeeft dat hij door belemmeringen niet meer in de woning kan wonen. De Wmo
                    onderzoekt eerst of de woning aangepast kan worden en de belemmeringen opgeheven
                    kunnen worden.</al><al/><al><cursief>Noodzakelijke verhuizing</cursief></al><al>Als sprake is van een niet-voorzienbare noodzakelijke verhuizing en de
                    mogelijkheid om te reserveren door bijzondere omstandigheden heeft ontbroken en
                    de mogelijkheid van een lening bij een (Krediet) bank eveneens niet aanwezig is,
                    kan bijzondere (leen)bijstand in deze kosten worden verstrekt. </al><al/><al>Van een noodzakelijke verhuizing is sprake als daaraan een medische of sociale
                    indicatie ten grondslag ligt. Een medische noodzaak kan worden vastgesteld naar
                    aanleiding van een medisch advies van een behandelend specialist of van de GGD. </al><al/><al>Een eventuele sociale noodzaak dient te worden vastgesteld na onderzoek door de
                    adviseur. Bij sociale omstandigheden kan worden gedacht aan een onhoudbare
                    woonsituatie. </al><al/><al><cursief>Te vergoeden kosten</cursief></al><al>Bijzondere bijstand vergoedt de goedkoopste toereikende oplossing. Waar men de
                    gelegen­heid heeft om de verhuizing zelf te regelen (bv. met inschakeling van
                    familie of kennissen) kan mogelijk worden volstaan met de huur van een busje.
                    Soms zal de inschakeling van een verhuisbedrijf nodig zijn. Eén en ander dient
                    naar omstan­digheden te worden beoordeeld.</al><al>Verhuizing naar een andere gemeente: algemeen uitgangspunt is dat de
                    vertrekgemeente de noodzakelijke verhuiskosten vergoedt en de nieuwe gemeente de
                    inrichtingskosten beoordeelt.</al><al/><al><cursief>Dubbele huur</cursief></al><al>Bij noodzakelijke verhuizing is veelal sprake van een periode waarin voor twee
                    woningen woonlasten verschuldigd zijn. Deze periode dient zo kort mogelijk te
                    worden gehouden. Soms heeft men echter te maken met opzegtermijnen en met een
                    periode om de verhuizing te regelen. Een acceptabele periode om de nieuwe woning
                    te betrekken is maximaal 3 weken. Voor de overlappende periode kan bijzondere
                    bijstand worden verstrekt voor de huur (incl. administratiekosten) van de nieuwe
                    woning.</al><al/><al><cursief>Waarborgsom</cursief></al><al>Als door de verhuurder een waarborgsom wordt gevraagd, kan hiervoor een
                    geldlening worden verstrekt (art. 48 lid 2 sub c WWB). Hiervoor dient een
                    aflossing te worden afgesproken. Er dient een schuldbekentenis te worden
                    ondertekend. </al><al/><al><vet>Vervoerskosten</vet><vet>/reiskosten</vet></al><al><cursief><onderstreept>School</onderstreept></cursief></al><al>Als een kind, dat aanspraak op WTOS heeft, meer dan 10 kilometer moet reizen van
                    de ouderlijke woning naar de onderwijsinstelling, kan bijzondere bijstand worden
                    verleend voor de te maken reiskosten, afgestemd op het reizen met het
                    goedkoopst-adequate vervoersmiddel (vaak is dat openbaar vervoer over de kortste
                    afstand).</al><al/><al><cursief>Let op: </cursief></al><al>-Kijk in het geval van bijzonder onderwijs naar de verordening leerlingenvervoer
                    voor de mogelijkheden voor een vergoeding. Voor meer informatie over de WTOS
                    kijk op www.ib-groep.nl.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Scholing WWB-cliënten</onderstreept></cursief></al><al>Als WWB-cliënten een scholing volgen, en voor hun opleiding zijn aangewezen op
                    een school/instituut <onderstreept>buiten de gemeente Beverwijk</onderstreept>,
                    kunnen zij bijzondere bijstand aanvragen voor de vervoerskosten. Iedere vorm van
                    vervoer (binnen Beverwijk) komt geheel voor eigen rekening van de WWB-cliënt.
                    Soms zijn vervoerskosten al inbegrepen in de trajectkosten van het
                    re-integratiebedrijf. </al><al/><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>-Als de opleiding gerelateerd is aan een traject, kunnen de kosten vergoed
                    worden uit het werkdeel van de WWB. </al><al/><al>Vanaf 2003 is besloten bij verstrekking bijzondere bijstand voor vervoerskosten
                    voor noodzakelijke scholing buiten de gemeente op basis van het lesrooster en
                    het vakantierooster vast te stellen. De hieraan gekoppelde bijzondere bijstand
                    wordt met een vast bedrag per maand overgemaakt aan de cliënt. </al><al/><al><cursief><onderstreept>De Wet maatschappelijke ondersteuning
                            (Wmo)</onderstreept></cursief></al><al>De Wmo is per 1-1-2007 ingegaan. De individuele voorzieningen die op basis van
                    de “Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                    overgangsjaar 2007” beschreven staan, zijn een voorliggende voorziening ten
                    opzichte van de WWB. Deze voorzieningen zijn voorzieningen op het gebied van
                    wonen, vervoer en rolstoelen. Bijzondere bijstand is in deze gevallen niet aan
                    de orde. </al><al/><al>Met ingang van 1 juli 2004 is in de gemeente Beverwijk het Collectief
                    Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) ingevoerd. Met dit vervoersysteem kan iemand zich
                    van deur tot deur laten vervoeren. In principe kan iedereen gebruik maken van
                    deze vorm van openbaar vervoer. Als iemand een Wmo-indicatie heeft, betaalt de
                    betreffende cliënt het Wmo-tarief. 65+-ers betalen een reductietarief. Als een
                    cliënt geen gebruik kan maken van het CVV wegens medische beperkingen, kan een
                    vervoerskostenvergoeding in het kader van de Wmo worden verstrekt. </al><al/><al><cursief><onderstreept>Ziekenhuis</onderstreept></cursief></al><al>De voorliggende voorziening vergoed het volgende:</al><al>-eigen vervoer € 0,25 per km; </al><al>-taxi gecontracteerd 100%; </al><al>-niet gecontracteerd maximaal € 0,70 per km; </al><al>-eigen bijdrage € 86,- per persoon per kalenderjaar </al><al>-maximaal € 1.000,- per persoon per kalenderjaar </al><al/><al>Voor de eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden verleend.</al><al/><al><cursief>Let op: </cursief></al><al>-De wettelijke eigen bijdrage wordt via het Gemeente Extra Pakket volledig
                        vergoed.</al><al/><al>-Verblijf en reiskosten van gezinsleden bij ziekenhuisopname van verzekerde meer
                    dan 50 km van woonplaats: de zorgverzekering van Zilveren Kruis Achmea met ***
                    vergoedt vanaf de 15<sup>e</sup> verblijfsdag een normbedrag bij
                    zorgbemiddeling.</al><al/><al>-Via het Gemeente Extra Pakket worden maximaal 15 opnamedagen per kalenderjaar
                    vergoed: Max € 35,- per dag voor alle gezinsleden samen.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Inrichting of detentie</onderstreept></cursief></al><al>Voor het bezoeken van gezinsleden en in sommige gevallen andere naaste
                    familieleden die buiten de gemeente in een inrichting (bv. ziekenhuis of
                    verpleeginrichting) verblijven, kan bijzondere bijstand worden verleend. Dat
                    geldt ook als een gezinslid gedetineerd is. </al><al>Hierbij dient wel sprake te zijn van een bijzondere omstandigheden, waaruit
                    dient te blijken dat het expliciet voor de betreffende persoon noodzakelijk is
                    dat hij/zij de persoon in een inrichting of detentie bezoekt.</al><al/><al>De hoogte van de bijzondere bijstand is gebaseerd op de kosten van openbaar
                    vervoer, bij een frequentie van maximaal tweemaal per maand. Van dit maximum kan
                    worden afgeweken als daartoe zeer dringende redenen aanwezig zijn. </al><al/><al><cursief>Bewijsstukken:</cursief></al><al>-verklaring van inrichting of justitie en vervoersbewijzen. </al><al/><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>Voor reiskosten voor bezoeken van familie in detentie in het buitenland wordt
                    geen bijstand ver­leend.</al><al/><al><vet>Voorzieningen voor opvang</vet></al><al><cursief><onderstreept>Pension of hotel</onderstreept></cursief></al><al>Het kan voorkomen, dat iemand door plotselinge onvoorziene omstandigheden geen
                    onderdak heeft en letterlijk op straat staat. Bijvoorbeeld bij brand of als
                    terugkeer naar de woning niet mogelijk is wegens bovenmatige agressie. Veelal
                    lukt het dan om tijdelijk inwoning te vinden bij familie of andere bekenden. </al><al/><al>Als inwoning bij familie of andere bekenden niet mogelijk is, kan het soms nodig
                    zijn dat men voor een aantal dagen in een pension of hotel wordt ondergebracht.
                    Bij de beoordeling van de noodzaak speelt naast de eigen middelen en
                    mogelijkheden de gezinssituatie een rol. Een alleenstaande zal sneller onderdak
                    op een kamer kunnen vinden dan een gezin (met kinderen).</al><al/><al><cursief>Voorwaarden</cursief></al><al>Het verblijf in pension of hotel dient zo kort mogelijk te duren. Men dient met
                    spoed stappen te ondernemen om vervangende woonruimte te vinden.</al><al/><al><cursief>De kosten</cursief></al><al>Aan verblijf in pension of hotel zijn extra woonkosten verbonden. Hiervoor kan,
                    als geen adequate huisvesting voorhanden is, bijzondere bijstand worden
                    verleend. </al><al/><al><cursief><onderstreept>Blijf-van-mijn-lijf-huis</onderstreept></cursief></al><al>Bijstandsverlening bij verblijf in een blijf-van-mijn-lijf-huis wordt in deze
                    regio uitgevoerd door de gemeente Heemskerk. Via een verdeelsleutel legt
                    Beverwijk bij in de kosten van bijstandsverlening. Uitgangspunt is de norm voor
                    een alleenstaande of alleenstaan­de ouder, waarvan een bedrag wordt ingehouden
                    als bijdrage in de woonkosten.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Opvang jongeren</onderstreept></cursief></al><al>Pension Spaarnezicht te Haarlem biedt (kortdurende) opvang voor jongeren. Bij
                    voldoende indicatie (vast te stellen door de staf van de instelling) betaalt de
                    gemeente waar de jongere vandaan komt de pensionkosten en een bedrag als zak- en
                    kleedgeld. Inkomsten worden volledig verrekend, in beginsel door cedering
                    (overmaking). </al><al/><al><vet>Woonkostentoeslagen</vet></al><al>De huurtoeslag loopt van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008. Het kan
                    voorkomen dat iemand gedurende het jaar te maken krijgt met een inkomensdaling
                    tot het minimumniveau en deze persoon geen recht heeft op een huurtoeslag. In
                    dat geval kan een beroep worden gedaan op een
                        <cursief>woonkostentoeslag</cursief>. Deze woonkostentoeslag wordt
                    vooralsnog terugvorderbaar gesteld, in afwachting van de definitieve huurtoeslag
                    voor dat betreffende jaar. Als blijkt dat over de periode waarover een
                    woonkostentoeslag is verstrekt geen recht op een huurtoeslag bestaat dan dient
                    de verstrekte woonkostentoeslag omgezet te worden in een verstrekking om
                    niet.</al><al/><al>Bij onvoldoende besef van verantwoordelijkheid (huurtoeslag niet aanvragen of
                    wijzigingen niet (tijdig) doorgeven) is er ook geen recht op een
                    woonkostentoeslag. </al><al/><al>Voor vragen omtrent het recht op huurtoeslag zijn in de gemeente Beverwijk een
                    aantal Hulp en Informatiepunten, waaronder het Publieksbureau en het Centraal
                    Loket</al><al/><al><cursief>Kosten eigen woning</cursief></al><al>Huiseigenaren komen niet in aanmerking voor huurtoeslag. Als de woonlasten
                    liggen tussen de grenzen van de huurtoeslag, kan een woonkostentoeslag worden
                    verstrekt. </al><al>Deze toeslag is doorlopend en wordt jaarlijks opnieuw berekend. </al><al>Tot de woonlasten worden gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al> de hypotheekrente (geen aflossing);</al></li><li nr="-"><al> eigenaars deel onroerend zaakbelasting (OZB);</al></li><li nr="-"><al> premie brand- en opstalverzekering;</al></li><li nr="-"><al> waterschapslasten;</al></li><li nr="-"><al> erfpachtcanon;</al></li><li nr="-"><al>rioolrecht;</al></li><li nr="-"><al>groot onderhoud (voor- / naoorlogs) </al></li><li nr="-"><al>onderhoud centrale verwarming</al></li></lijst><al/><al>Eventuele premies of subsidies op de woning worden afgetrokken.</al><al>De woonkostentoeslag wordt bij oververmogen verstrekt in de vorm van een
                    krediethypotheek.</al><al/><al><cursief>Hoge huren</cursief></al><al>Bewoont men een woning met woonkosten (huur of lasten eigen woning) boven de
                    grens van de huurtoeslag (€ 615,01), dan dient de belanghebbende een goedkopere
                    woning te zoeken (behoudens indivi­duele omstandigheden).</al><al/><al>Uitgangspunt is dat dan voor maximaal één jaar een woonkostentoeslag kan worden
                    verleend. Als men alles heeft gedaan om andere woonruimte te krijgen, maar dat
                    is buiten de schuld van belanghebbende niet gelukt, kan verlenging van deze
                    termijn worden overwogen met maximaal twee keer een half jaar.</al><al/><al><cursief>Berekening toeslag</cursief></al><al>De woonkostentoeslag wordt berekend volgens de berekeningssystematiek van de
                    huurtoeslag. Deze berekening is terug te vinden op <extref doc="http://www.toeslagen.nl/">www.toeslagen.nl</extref>. Eventuele
                    inkomsten boven de toepasselijke bijstand worden volledig op de berekende
                    toeslag in mindering gebracht (draagkracht 100%). </al><al/><al><cursief>Te overleggen bewijsstukken</cursief></al><al>De huurspecificatie en de toe- of afwijzing van de huurtoeslag.</al><al>Bij eigen woning: overzicht hypotheekrente, van de te betalen premies en
                    aanslagen en van eventueel ontvangen toeslagen / subsidies.</al><al/><al><cursief>Sloopwoningen</cursief></al><al>Als de mensen een tijdelijk huurcontract tekenen voor een sloopwoning weten ze
                    dat ze geen huurtoeslag ontvangen. Het beleid van de gemeente is om hier dan in
                    principe ook geen woonkostentoeslag voor te verstrekken.</al><al/><al/><al><cursief>2. Medische, noodzakelijke kosten</cursief></al><al/><al><vet>Aanvullende verzekering</vet></al><al/><al><cursief><onderstreept>Zilveren Kruis Achmea</onderstreept></cursief></al><al>Bijstandscliënten en overige minima zonder draagkracht kunnen deelnemen aan de
                    collectieve verzekering die is afgesloten bij Zilveren Kruis Achmea.</al><al/><al>Via de bijzondere bijstand kan de verzekerde met een draagkracht die nihil is
                    een tegemoetkoming in de premiekosten ontvangen van de gemeente ter hoogte van
                    het verschil tussen AV*** en AV* en TV** en TV*.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Elders verzekerden</onderstreept></cursief></al><al>Als iemand een ziektekostenverzekering heeft afgesloten bij een andere
                    ziektekostenverzekeraar dan het Zilveren Kruis Achmea, dan kan hij/zij niet
                    verplicht worden een verzekering af te sluiten bij het Zilveren Kruis. Ook zij
                    kunnen periodieke bijzondere bijstand per maand ontvangen in de meerkosten van
                    de premie. Als iemand een verzoek indient voor bijzondere bijstand dan wordt bij
                    de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand wel rekening gehouden
                    met vergelijkbare pakketten verzekeringen bij het Zilveren Kruis. </al><al/><al><cursief><onderstreept>Gemeente Extra Pakket</onderstreept></cursief></al><al>Wanneer iemand kiest voor de collectieve aanvullende verzekering Beter AF Plus
                    Polis met 3 sterren (AV***) en de Beter Af Tandarts Polis met 2 sterren (TV**)
                    van Zilveren Kruis Achmea, of een ruimere dekking, krijgt de cliënt het
                        <cursief>Gemeente Extra Pakket</cursief>. Draagt iemand een gebitsprothese
                    (kunstgebit, volledige boven en onderprothese), dan is hij of zij niet verplicht
                    om de tandartsverzekering af te sluiten.</al><al/><al>In het gratis Gemeente Extra Pakket zijn ook medische kosten opgenomen waarvoor
                    in 2007 bijzondere bijstand kon worden aangevraagd de gemeente. Denk aan de
                    eigen bijdrage voor thuiszorg en de kosten voor een bril. Vanaf 1 februari 2008
                    kunnen deelnemers daarvoor terecht bij de verzekeraar. </al><al/><al>Personen die al bij Zilveren Kruis verzekerd zijn kunnen zich het hele jaar door
                    aanmelden voor het Gemeente Extra Pakket als zij bereid zijn de AV*** en TV** af
                    te sluiten. Prothesedragers zijn niet verplicht de TV** af te sluiten.</al><al/><al><vet>Brillen en contactlenzen</vet></al><al><cursief>Voorliggende voorziening</cursief></al><al>De vergoedingen van de zorgverzekeraar gelden als voorliggende voorziening.
                    Zilveren Kruis/Achmea heeft een contract afgesloten met Pearl Opticiens en Eye
                    Wish. Met deze opticiens heeft Zilveren Kruis/Achmea afgesproken dat voor het
                    jaar 2008 € 100,-- resp. € 150,-- wordt vergoed bij een complete enkelvoudige of
                    een multifocale bril. Een persoon is vrij om te kiezen naar welke opticien
                    hij/zij gaat, maar deze vergoeding geldt altijd wel als voorliggende
                    voorziening. Eenmaal per 3 kalenderjaren worden de kosten van een brilmontuur,
                    brillenglazen of contactlenzen door de verzekeraar vergoed.</al><al>Heeft de cliënt een vergelijkbare verzekering bij een andere verzekeraar dan
                    gelden de bedragen van die verzekeraar als voorliggende voorziening.</al><al><cursief>Bijzondere bijstand</cursief></al><al>Bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat we vaker een vergoeding geven. De
                    cliënt kan bijvoorbeeld te maken krijgen met een plotselinge achteruitgang van
                    het zicht.</al><al>Daarbij gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="•"><al>de aanschaf van een bril wordt doorgaans maximaal eens per drie jaar
                            vergoed; uitzonde­ring hier op is mogelijk als eerdere vervanging om
                            medische redenen noodzakelijk is; De draagkrachtperiode kan afwijkend
                            worden vastgesteld op twee jaar; </al></li></lijst><lijst><li nr="•"><al>bijziend / verziend. In de praktijk blijkt dat standaard varilux glazen
                            goedkoper zijn dan twee aparte brillen. Standaard varilux glazen als
                            goedkoopst adequate oplossing te zien en niet als luxe. Als het medisch
                            noodzakelijk is dat er twee aparte brillen noodzakelijk zijn, dan twee
                            aparte brillen vergoeden. Bijzondere uitvoeringen zoals bijzondere
                            varilux of varianten daarop worden niet noodzakelijk geacht behoudens
                            medische indicatie; ontspiegelen en het krasvast maken van de glazen kan
                            wel standaard worden vergoed.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Hoogte bijzondere bijstand</cursief></al><al>Bij het brilmontuur en de brillenglazen gaat het om de goedkoopst adequate
                    voorziening, tenzij er medische omstandigheden zijn om hiervan af te wijken. </al><al><onderstreept>Montuur</onderstreept></al><al>De Nibud-prijzengids geldt als leidraad bij het vaststellen van de hoogte van de
                    vergoeding voor een montuur (€ 50,- volgens prijzengids 2007-2008). </al><al>Men is vrij om voor contactlenzen te kiezen, onder het voorbehoud dat de
                    vergoeding nooit meer mag zijn dan die voor een bril onder dezelfde
                    omstandigheden. In dat geval zal bij de leverancier dus moeten worden nagevraagd
                    wat een bril zou hebben gekost.</al><al>Beoordeling van de bijzondere bijstandsaanvraag kan zo nodig aan de hand van de
                    pro forma­ nota plaatsvinden, onder de voorwaarde dat achteraf de definitieve
                    nota wordt overgelegd.</al><al/><al><cursief>Maximale bedragen</cursief></al><al>Het maximale bedrag wat maximaal vergoed wordt voor een bril is (vergoeding GEP
                    + vergoeding aanvullend pakket::</al><al>€ 250,- + € 100,- = <vet>€ 350,-</vet> voor een complete enkelvoudige bril.</al><al>€ 250,- + € 150,- = <vet>€ 400,-</vet> voor een complete multifocale bril.</al><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>Cliënten die deelnemen aan het Gemeente Extra Pakket kunnen een extra vergoeding
                    ontvagen van € 250,- pp per 3 kalenderjaren ongeacht de keuze van de
                    opticien.</al><al/><al><vet>Dieetkosten</vet></al><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Dieetkosten behoren, voor zover de kosten van het normale voedingspakket worden
                    overschreden, tot de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan, op
                    voorwaarde dat het volgen van een dieet medisch gezien noodzakelijk is.</al><al/><al><cursief>Voorliggende voorzieningen</cursief></al><al>Er zijn twee soorten dieetkosten, te weten kosten voor dieetpreparaten en kosten
                    voor dieetproducten. </al><al>Dieetpreparaten zijn preparaten die ten opzichte van normale voeding zowel een
                    gewijzigde chemische samenstelling als een gewijzigde fysische vorm hebben. Er
                    bestaat alleen aanspraak in het geval van een ernstige slikstoornis,
                    passagestoornis, voedselallergie of stofwisselingsstoornis. Deze preparaten
                    worden vergoed door de AWBZ. </al><al>Dieetproducten zijn producten die alleen wat betreft de chemische samenstelling
                    gewijzigd zijn (bijvoorbeeld een zoutarm dieet). De meerkosten van
                    dieetproducten ten opzichte van een normaal eetpatroon kunnen worden vergoed via
                    de bijzondere bijstand.</al><al><cursief>Vaststelling noodzaak</cursief></al><al>Voor de bepaling van de medische noodzaak en de duur van gebruik van
                    dieetproducten is een medisch advies vereist. In dit advies dient de adviseur de
                    eventuele meerkosten aan te geven. </al><al>De GGD kan ook een codering aangeven met een geïndexeerde GMD-lijst. Deze lijst
                    kan opgevraagd worden. Als er een advies van een diëtist /specialist aanwezig is
                    waaruit blijkt dat het een preparaat betreft, kan direct verwezen worden naar de
                    AWBZ. </al><al/><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>Personen die deelnemen aan het Gemeente Extra Pakket krijgen na toestemming van
                    Zilveren Kruis Achmea een normbedrag voor dieetkosten vergoed.</al><al><vet>Eigen bijdragen AWBZ en zorgverzekeringswet</vet></al><al>Als sprake is van een bijzondere eigen bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) en
                    Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) komt deze eigen bijdrage voor
                    bijzondere bijstand in aanmerking. </al><al><cursief><onderstreept>AWBZ</onderstreept></cursief></al><al>Voor hulp bij het huishouden (Wmo) en diverse AWBZ-functies, zoals , kraamhulp,
                    verpleging en persoonlijke verzorging betaalt men een eigen bijdrage,
                    afhankelijk van het inkomen. Deze eigen bijdrage komt voor bijzondere bijstand
                    in aanmerking als sprake is van een inkomen op minimumniveau. Er dient door de
                    aanvrager wel een bewijsstuk/rekening te worden overlegd van het CAK (Centraal
                    Administratiekantoor). </al><al><cursief>Let op: </cursief></al><al>personen die deelnemen aan het Gemeente Extra Pakket kunnen de rekening voor de
                    eigen bijdrage vaak eenvoudig declareren bij het Zilveren Kruis Achmea.</al><al><cursief><onderstreept>Zorgverzekeringswet</onderstreept></cursief></al><al>Als voor deze behandelingen een eigen bijdrage moet worden betaald, kan deze via
                    de bijzon­dere bijstand worden vergoed. Het gaat daarbij om o.a. de volgende
                    behandelingen en therapieën:</al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Acupunctuur, antroposofie, podotherapie, fysiotherapie en
                                        oefentherapie, ergotherapie, camouflagetherapie,
                                        homeopathie, therapeutisch kamp, psychotherapie,
                                        herstellingsoorden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Als de zorgverzekeraar geen vergoeding geeft, dan is slechts bijzondere bijstand
                    mogelijk als er een bijzondere medische noodzaak is. Naast een verklaring van de
                    behandelend arts is een advies van de GGD een vereiste.</al><al/><al><vet>Geneesmiddelen</vet></al><al>Voor geneesmiddelen (inclusief homeopathische medicijnen) geldt het algemene
                    uitgangspunt dat deze niet via de bijzondere bijstand worden vergoed. Hierop kan
                    een uitzondering worden gemaakt, als:</al><al/><lijst><li nr="a."><al> iemand bijzondere baat heeft bij een geneesmiddel dat niet in het
                            pakket zit en</al></li><li nr="b."><al>er geen alternatief is dat wel door de zorgverzekeraar wordt vergoed.
                        </al></li></lijst><al/><al>Een medisch advies moet hierover uitsluitsel geven.</al><al/><al>NB. Voor zgn. zelfmedicatie, zoals bij apotheker en drogist verkrijgbare
                    hoestdrank, vitami­nes, voedingssupplementen e.d., wordt geen bijstand
                    verstrekt. Deze kosten worden beschouwd als algemene bestaanskosten
                    vergelijkbaar met de kosten van gezonde voeding, waarvan wordt verondersteld dat
                    deze uit het eigen inkomen kunnen worden bekostigd.</al><al/><al><vet>Medische hulpmiddelen</vet></al><al>Bij medische hulpmiddelen kan men bijvoorbeeld denken aan: hoortoestellen (incl.
                    batterijen), steunzolen, steunkousen, pruiken, protheses enz. Gaat het om
                    hulpmiddelen die langdurig noodzakelijk zijn, dan is de zorgverzekeraar de
                    aangewezen instantie. </al><al/><al><cursief>Hoortoestellen</cursief></al><al>Voor hoortoestellen is vastgesteld dat men per oor 3 batterijen per twee weken
                    nodig heeft, dus als men een hoorprobleem heeft aan beide oren 6 batterijen per
                    twee weken. </al><al/><al>De praktijk heeft geleerd dat het niet praktisch is om cliënten iedere twee
                    weken bonnetjes te laten inleveren. Als een hoortoestel noodzakelijk is, zijn
                    ook batterijen noodzakelijk. In het Minimabeleid 2004 / 2005 en 2006 is een
                    prijsvergelijking gemaakt tussen de bekendste opticiens in Beverwijk. Op grond
                    hiervan is ook voor 2007 besloten om voor de aanschaf van batterijen voor een
                    gehoorapparaat een gemiddelde te hanteren van € 5,00 per 6 batterijen, en dit
                    bedrag te vergoeden. Kiest men voor de duurdere batterijen, dan moet men zelf de
                    meerkosten betalen. Uitgaande van het gemiddelde van 6 batterijen per twee weken
                    zijn de kosten op jaarbasis vast te stellen op 26 x € 5,00 = € 130,00 per
                    gehoorapparaat (per twee oren). </al><al/><al>Afgesproken kan worden met de belanghebbende of de betalingen per kwartaal,
                    halfjaar of jaar plaatsvinden. Voor afloop van het draagkrachtjaar kan een
                    nieuwe aanvraag te worden ingediend. </al><al/><al><cursief>Hoortoestellen, hoogte</cursief><cursief> bijzondere
                        bijstand:</cursief></al><al>De bijzondere bijstand voor een hoortoestel bedraagt maximaal:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Eerste of aanschaf hoortoestel korter dan 6 jaar geleden
                                    </al></entry><entry><al>€ 776,-</al></entry></row><row><entry><al>Vorige hoortoestel is tussen de 6 en 7 jaar geleden
                                        gekocht</al></entry><entry><al>€ 866,50</al></entry></row><row><entry><al>Vorig hoortoestel is 7 jaar of langer geleden
                                        aangeschaft</al></entry><entry><al>€ 957,50</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Let op</cursief>: </al><al>personen die deelnemen aan het Gemeente Extra Pakket krijgen via het Zilveren
                    Kruis Achmea een extra vergoeding bovenop de standaardvergoeding van maximaal €
                    300,- per apparaat. Deze extra vergoeding is bovenop de standaard vergoeding
                    gelijk aan de maximale bijzondere bijstand. </al><al><cursief>Overige hulpmiddelen</cursief></al><al>Is er kortdurend behoefte aan een hulpmiddel (max. 3 tot 6 maanden), dan worden
                    deze via de thuiszorgorganisatie verstrekt. Bijvoorbeeld hulpmiddelen bij lopen,
                    wassen en verpleging / verzorging.</al><al>Als een eigen bijdrage moet worden betaald, kan daarvoor bijzondere bijstand
                    worden verleend. </al><al>Voldoet men niet aan de voorwaarden van de zorgverzekeraar en wordt dus geen
                    vergoeding verstrekt, dan kan - behoudens zeer dringende redenen - ook geen
                    bijzondere bijstand worden verleend. Voor de beoordeling is dan medisch advies
                    noodzakelijk.</al><al><vet>Schoeisel</vet></al><al>Voor orthopedische schoenen geldt een eigen bijdrage. Die eigen bijdrage is
                    gebaseerd op de kosten voor een normaal paar schoenen.</al><al>De kosten voor normale schoenen moet uit eigen middelen voldaan worden. De
                    meerkosten van orthopedisch schoeisel worden in principe vergoed door de
                    zorgverzekeraar. Er dus geen sprake van bijzondere kosten die voor rekening van
                    de aanvrager komen. Daarom is bijzondere bijstand voor de kosten van aanschaf
                    van orthopedische schoenen in principe niet mogelijk. In uitzonderlijke gevallen
                    zal individuele beoordeling plaatsvinden.</al><al>Bijstandsverlening is wel mogelijk wanneer betrokkene als gevolg van twee
                    ongelijke voeten genoodzaakt is in plaats van één paar steeds twee paar met
                    verschillende maten aan te schaffen. Bij twijfel kan in dat geval een medisch
                    advies van de GGD noodzakelijk worden geacht. </al><al><cursief>Let op:</cursief></al><al>-Voor de kosten van thematische schoenen wordt geen bijzondere bijstand
                    verstrekt omdat de ziektekostenverzekeraar deze kosten niet noodzakelijk acht.
                    (Nb. Een thematische schoen is geen orthopedische schoen maar een
                    indicatiegerichte confectieschoen. Deze is speciaal ontwikkeld rekening houdende
                    met specifieke eisen die voortvloeien uit een speciaal ziektebeeld en
                    voetproblemen bijvoorbeeld als gevolg van diabetes mellitus en reumatoïde
                    artritis. </al><al>-Via het Gemeente Extra Pakket kan iemand <vet>wel</vet> een volledige
                    vergoeding krijgen voor de eigen bijdrage.</al><al><vet>Tandheelkundige hulp</vet></al><al/><al><cursief>Noodzaak</cursief></al><al>Eigen bijdragen voor medisch noodzakelijke kosten komen voor vergoeding via
                    bijzondere bijstand in aanmerking. Wanneer het om een eigen bijdrage gaat
                    behoeft geen medisch advies te worden opgevraagd. De noodzaak is dan al door de
                    ziektekostenverzekeraar vastgesteld. </al><al>Sommige bijzondere verrichtingen worden niet gedekt door de zorgverzekeraar.
                    Dergelijke kosten blijven, tenzij sprake is van dringende redenen, voor eigen
                    rekening. Een reden kan zijn dat niet behandelen ernstige gevolgen heeft voor de
                    gezondheid van belanghebbende. Een medisch advies is noodzakelijk.</al><al>Als een aanvraag wordt ingediend voor tandheelkundige kosten van € 1000,-- of
                    meer, dan dient de medische noodzaak onafhankelijk te worden vastgesteld door de
                    medisch adviseur. Dan dient beoordeeld te worden of met een goedkopere adequate
                    voorziening kan worden volstaan. </al><al/><al><cursief>Kronen, inlays, stifttanden, bruggen en protheses</cursief></al><al>Als er sprake is van een medische noodzaak, kan in deze gevallen wel bijzondere
                    bijstand worden toegekend. Als de ziektekostenverzekeraar de kosten grotendeels
                    vergoedt, is de medische noodzaak vastgesteld en is geen medisch advies
                    noodzakelijk. Alleen in het geval van zeer dringende redenen (acute noodzaak)
                    kan hiervan worden afgeweken. </al><al/><al>Er dient altijd rekening te worden gehouden met de goedkoopst adequate
                    voorziening. </al><al/><al><cursief>Let op: </cursief></al><al>personen die deelnemen aan het gemeente Extra Pakket krijgen via het Zilveren
                    Kruis Achmea 100% vergoeding voor techniekkosten partiele
                    prothese.</al><al/><al><cursief>Orthodontische behandelingen</cursief></al><al>Orthodontische behandelingen (= beugels) voor jongeren tot 18 jaar worden door
                    de zorgver­zekeraar gedeeltelijk vergoed via de Beter Af Plus Polis 3 sterren. </al><al/><al>De resterende eigen bijdrage kan via de bijzondere bijstand worden betaald. Bij
                    de aanvraag dient het behandelingsplan en het (positieve) besluit van de
                    zorgverzekeraar te worden over­gelegd om inzicht te krijgen in noodzaak,
                    behandelingsduur en hoogte van de kosten<cursief>.</cursief></al><al/><al>Personen die deelnemen aan het Gemeente Extra Pakket krijgen via het Zilveren
                    Kruis Achmea een extra vergoeding bovenop de standaardvergoeding van maximaal €
                    450,- voor de gehele duur van de verzekering.</al><al/><al><vet>Verwarmingskosten</vet></al><al>Als het medisch noodzakelijk is dat de woning extra verwarmd wordt, in
                    vergelijking met wat algemeen gebruikelijk is, kan er voor de meerkosten
                    bijzondere bijstand worden </al><al>verstrekt. Voor de vaststelling van de medische noodzaak dient medisch advies te
                    worden gevraagd.</al><al/><al>In de Nibud-prijzengids 2007-2008 is in het hoofdstuk Stookkosten het gemiddeld
                    gasverbruik van huishoudens weergegeven. Deze tabel dient als uitgangspunt bij
                    het vaststellen van meerkosten. </al><al/><al>Er zijn twee omstandigheden denkbaar waardoor er om medische redenen meer
                    verwarmingskosten kunnen zijn:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De woning is vergroot en aangepast voor het gebruik of de montage van
                            een verplaatsings­middel, zoals een rolstoel.</al></li><li nr="2."><al>Er is sprake van een chronische ziekte, zoals reuma of een progressieve
                            spierziekte waardoor de woning warmer moet worden gestookt dan
                                normaal<cursief>. </cursief></al></li></lijst><al/><al>Definitieve vaststelling van het bijstandsbedrag geschiedt aan de hand van de
                    eindafrekening. Bij aanzienlijk structureel meerverbruik is periodieke
                    bijstandsverlening in de kosten van de voorschotnota’s mogelijk. De periodieke
                    bijstand draagt een voorwaardelijk karakter, totdat de volgende eindafrekening
                    is ontvangen, en wordt in principe voor één jaar verstrekt. Bij elke verlenging
                    is een nieuwe aanvraag vereist. </al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting artikelen</label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De volgorde van beoordeling komt voort uit een uitspraak van de Centrale Raad
                    van Beroep. Inherent aan deze toetsingsvolgorde is, dat zodra wordt vastgesteld
                    dat niet aan een bepaalde voorwaarde is voldaan, een beoordeling van de
                    daaropvolgende voorwaarde(n) achterwege kan blijven. Zodra echter in bezwaar of
                    beroep blijkt dat ten onrechte het standpunt is ingenomen dat niet aan de
                    bewuste volgorde is voldaan, moet alsnog onderzoek worden verricht naar de
                    daaropvolgende voorwaarden. Het is daarom raadzaam om globaal te toetsen of wel
                    aan de andere voorwaarden is voldaan.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De WWB is volledig van toepassing. Hieraan toetst het college welke normen van
                    toepassing zijn, of de aanvrager is uitgesloten van het recht op bijstand en of
                    het college de bijstand terugvordert. </al><al/><al><vet>Artikel 3 </vet></al><al>De WWB is het sluitstuk van het sociale zekerheidsstelsel. Daarom wordt nagegaan
                    of toereikende hulp kan worden geboden via een voorziening, die aan de WWB
                    voorafgaat, de zogenaamde voorliggende voorziening. </al><al/><al>Cliënten zijn zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van een voorliggende
                    voorziening. Wel wordt bij het eerste contact bekeken of er een voorliggende
                    voorziening benut kan worden. Cliënten dienen dan verwezen te worden naar die
                    voorziening of de instantie die de voorziening verstrekt. </al><al/><al>Er is pas sprake van een voorliggende voorziening als men daar daadwerkelijk
                    gebruik van kan maken. Wanneer door eigen toedoen geen gebruik is gemaakt van
                    een voorliggende voorziening en dit ook niet meer mogelijk is, dan geldt in veel
                    gevallen dat sprake zal zijn van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
                    voor de voorziening in het bestaan. Dat betekent dat er in beginsel geen recht
                    is op bijzondere bijstand. Dit zal echter door een individuele overweging moeten
                    komen vast te staan. </al><al/><al>Een ziektekostenverzekering gelijk of gelijkwaardig aan de ***Aanvullend en
                    **Tandarts van Zilveren Kruis Achmea geldt als voorliggende voorziening.</al><al/><al>Als men alleen gekozen heeft voor het basispakket, en niet voor een (collectief)
                    aanvullend ziektekostenpakket, is er in principe sprake van een tekortschietend
                    besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. </al><al/><al>Kan de aanvrager daadwerkelijk een beroep doen op een andere passende en
                    toereikende voorziening voor vergoeding van de kosten? Dan wijst het college de
                    bijzondere bijstand af. Wordt in die voorziening een eigen bijdrage gehanteerd?
                    Dan vergoedt het college deze eigen bijdrage wel. De voorziening is dan immers
                    niet toereikend. Een voorbeeld hiervan zijn de kosten van thuiszorg. Een
                    verplicht of vrijwillig eigen risico wordt niet vergoed.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Bijzondere bijstand dient aangevraagd te worden <onderstreept>voordat de kosten
                        gemaakt zijn</onderstreept>. Dit met het oog op een adequate beoordeling van
                    de noodzaak van de te maken kosten en de bijstands­behoeftigheid. Als men om
                    bijstand verzoekt voor kosten die reeds voldaan zijn kan men niet worden geacht
                    in omstandigheden te verkeren zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de WWB. Het
                    tijdig indienen van een aanvraag behoort tot de eigen verantwoordelijk­heid van
                    de aanvrager. </al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Lid 1. De aanvrager moet de kosten maken, ze zijn onvermijdelijk. De
                    kostensoorten die in de verstrekkingenlijst op zijn genomen, zijn kosten
                    waarvoor we regelmatig aanvragen ontvangen. Dit wil niet zeggen dat andere
                    kostensoorten niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Een individuele
                    beoordeling is het uitgangspunt.</al><al>Veel voorkomende noodzakelijke kosten staan in de verstrekkingenlijst. Hierin
                    staat welke kosten het college vergoedt, tot welk bedrag en alle overige
                    specifieke voorwaarden. Deze opsomming is niet uitputtend. </al><al/><al>Als het college de medische noodzaak niet kan beoordelen, kan de noodzaak worden
                    vastgesteld met een advies van een extern onafhankelijk medisch adviseur. Het
                    drempelbedrag voor het opvragen van een extern medisch advies is een aanvraag
                    voor incidentele bijzondere bijstand voor medische kosten van tenminste €
                    250,-.</al><al/><al>Lid 2. Door de goedkoopst adequate voorziening te vergoeden in de vorm van
                    bijzondere bijstand, stellen we de aanvrager in staat om de onontkoombare kosten
                    te betalen. Kiest de aanvrager een duurdere oplossing? Dan vergoeden wij die
                    maar deels. We vergoeden dat deel van de kosten ter hoogte van de goedkoopst
                    adequate voorziening. </al><al/><al><cursief>Voorbeeld:</cursief></al><al><cursief>Wil iemand met een zeer slecht gebit zijn gehele gebit laten renoveren
                        voor € 5.000,-, dan vergoeden wij alleen het bedrag van de eigen bijdrage
                        voor een gebitsprothese of een vergelijkbare goedkoopst-adequate
                        behandeling. </cursief></al><al/><al>We onderzoeken zelf wat in het individuele geval de goedkoopst adequate
                    voorziening is. Dit kan bijvoorbeeld (ingeval van medische kosten) via een
                    medisch advies. </al><al/><al>Lid 3. Kosten, die normaal gesproken geacht worden voor rekening te komen van de
                    aanvrager, worden afgetrokken van de te verstrekken bijstand.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Per geval moet worden nagegaan of de omstandigheden bijzonder zijn. Het is niet
                    altijd precies aan te geven wanneer noodzakelijke kosten bijzonder zijn en
                    wanneer niet. Dat hangt af van persoonlijke omstandigheden, zoals gezondheid of
                    leefomstandigheden. </al><al/><al>Lid 2. De bijstandsuitkering bestaat uit componenten. Deze componenten zijn niet
                    in een overzicht terug te vinden. Het betreft onder meer een component huur,
                    andere vaste lasten, boodschappen en reservering (voor vervanging etc.). Kosten
                    die algemeen noodzakelijk zijn, moet de aanvrager in beginsel uit de norm +
                    toeslag betalen. Algemeen noodzakelijke kosten komen in beginsel niet voor
                    bijzondere bijstand in aanmerking.</al><al/><al>Bijstand voor algemene voorkomende kosten is alleen mogelijk wanneer de
                    aanvrager niet kon reserveren voor de kosten en ook geen lening kan afsluiten
                    bij een bank. De aanvrager moet dit aantonen. Niet kunnen reserveren kan
                    verschillende oorzaken hebben. Denk bijvoorbeeld aan iemand die uit het
                    buitenland komt en zich kort geleden in Nederland heeft gevestigd. Bestond in
                    het buitenland geen mogelijkheid tot reservering, dan kunnen we bijzondere
                    bijstand verlenen. Aflossen op schulden speelt geen rol bij de beoordeling. Niet
                    kunnen reserveren wegens schulden / aflossingsverplichtingen is dus geen
                    bijzondere omstandigheid in het individuele geval. De gevolgen van het hebben
                    van schulden mogen niet worden afgewenteld op de bijstand. </al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Lid 1. Op grond van artikel 35 lid 1 WWB, hebben burgemeester en wethouders in
                    het kader van de bijzondere bijstand eigen beleidsvrijheid in de vaststelling
                    van de draagkracht van de belanghebbende. </al><al/><al>Inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt
                    in aanmerking genomen naar het normbedrag voor levensonderhoud zoals genoemd in
                    artikel 33 lid 2 van de wet.</al><al/><al>Bij hogere inkomens wordt rekening gehouden met een deel van de draagkracht.
                    Hiermee wordt het niet verkrijgen van inkomensondersteunende verstrekkingen bij
                    inkomens net boven de norm gecompenseerd. </al><al/><al>Bij een verstrekking die wordt afgewezen op aanwezige draagkracht wordt het niet
                    toegekende bedrag in mindering gebracht op de draagkracht in het betreffende
                    draagkrachtjaar. </al><al/><al>Lid 2. De gemeente Beverwijk houdt wel rekening met het vermogen en heeft
                    daarbij voor de vrij te laten vermogensbedragen aangesloten bij de in artikel 34
                    lid 3 WWB genoemde vermogensgrenzen. Voor de regeling duurzame gebruiksgoederen
                    is gekozen voor een afwijkende vermogensgrens.</al><al/><al>Spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen wordt
                    niet als vermogen in aanmerking genomen (Art. 34, lid 2, sub c. WWB).</al><al/><al>Lid 3. Blijven de kosten zich voordoen? Dan moet de aanvrager in principe ieder
                    jaar opnieuw bijzondere bijstand aanvragen. Dit heeft te maken met de maximale
                    duur van de draagkrachtperiode (12 maanden) en met de beoordeling van de
                    noodzaak van de kosten. De situatie kan immers zijn gewijzigd. Er vindt dus
                    ieder jaar een volledige beoordeling plaats. </al><al/><al>Als echter op basis van een individuele beoordeling duidelijk is dat inkomen en
                    vermogen voor langere tijd niet zullen wijzigen hoeft de aanvrager reeds bekende
                    gegevens niet opnieuw te verstrekken. De draagkracht kan dan voor een periode
                    van drie jaar worden vastgesteld. Dit doen we om onnodige bureaucratie te
                    voorkomen bij aanvragen van personen die bijvoorbeeld langdurig in een
                    instelling verblijven en waarvan de situatie niet wijzigt.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Lid 1. Kosten die we niet noemen in de verstrekkingenlijst zijn daarmee niet
                    uitgesloten van bijzondere bijstand. De totstandkoming van het bedrag bijzondere
                    bijstand moeten we daarom wel goed onderbouwen. Om de hoogte van de
                    noodzakelijke kosten te kunnen beoordelen, wordt gebruikt gemaakt van de
                    Nibud-Prijzengids 2007-2008 of een onafhankelijk medisch advies.</al><al/><al>Lid 2. De CBS indexering is de meest betrouwbare als het om deze kosten gaat en
                    wordt landelijk vaak als uitgangspunt genomen. </al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Artikel 48 WWB vermeldt dat we de bijstand in principe om niet moeten
                    verstrekken. De aanvrager hoeft de bijstand niet terug te betalen.
                    Uitzonderingen, zoals bijstand in de vorm van een lening, mogen we alleen maken
                    wanneer die mogelijkheid in de wet staat. We mogen dus niet creatief zoeken naar
                    een oplossing zonder dat dit in de wet als mogelijkheid is omschreven.</al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Lid 2. De aanschaf en de vervanging van duurzame gebruiksgoederen zijn vaak
                    kosten waarvoor aanvragers bijzondere bijstand vragen. Vraagt de aanvrager
                    bijzondere bijstand aan voor duurzame gebruiksgoederen om-niet? Dan nemen we de
                    langdurigheidstoeslag volledig als draagkracht mee in de beoordeling.</al><al/><al>Zie de verstrekkingenlijst voor de uitwerking van dit artikel.</al><al/><al><vet>Artikel</vet><vet> 11</vet></al><al>Lid 1. De vergoeding voor deelname maatschappelijke activiteiten is voor
                    activiteiten gericht op het bevorderen van sociale participatie. </al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Vergoeding deelname maatschappelijke activiteiten
                                        bijvoorbeeld de volgende kosten:</al></entry></row><row><entry><al>• bibliotheek</al></entry></row><row><entry><al>• sportverenigingen</al></entry></row><row><entry><al>• zwembad</al></entry></row><row><entry><al>• lidmaatschap verenigingen</al></entry></row><row><entry><al>• bijdrage muziekschool</al></entry></row><row><entry><al>• lidmaatschap scouting.</al></entry></row><row><entry><al>• abonnement krant</al></entry></row><row><entry><al>• cursus buurthuis</al></entry></row><row><entry><al>• duinkaart</al></entry></row><row><entry><al>• NS – voordeelurenkaart</al></entry></row><row><entry><al>• abonnement internet tot een maximum van € 19.95 per
                                        maand</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De bovenstaande lijst met kosten is geen limitatieve opsomming. Bij kosten die
                    niet in bovenstaande lijst staan, wordt de afweging gemaakt of de betreffende
                    kosten wel of niet onder deelname maatschappelijke activiteiten vallen. </al><al/><al>Lid 2. Met indirecte schoolkosten wordt o.a. bedoeld de ouderbijdrage,
                    schoolactiviteiten en bijkomende kosten zoals materiaal, gereedschap, boekentas
                    en schrijfgerei. De regeling is bedoeld voor aanvragers met schoolgaande
                    kinderen tot 18 jaar op het basis- en voortgezet onderwijs. Voor boeken en
                    schoolgeld kan er bij de IB-groep een tegemoetkoming ouders worden aangevraagd
                    op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). </al><al/><al><vet>Artikel 12</vet></al><al><cursief>Verborgen kosten</cursief></al><al>Mensen met een chronische ziekte of handicap tussen de 18 en de 65 en ouderen
                    hebben als gevolg van hun omstandigheden vaak méérkosten, die niet of slechts
                    gedeeltelijk door andere regelingen worden vergoed. Het gaat dan vooral om de
                    zogenaamde “verborgen” kosten. </al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Voorbeelden van verborgen kosten:</al></entry></row><row><entry><al>- hogere telefoon- en portokosten i.v.m. het regelen van
                                        aangelegenheden rondom de beperking of ziekte;</al></entry></row><row><entry><al>- extra kosten in vergand met voedingsmiddelen;</al></entry></row><row><entry><al>- extra kosten in verband met energieverbruik;</al></entry></row><row><entry><al>- extra kledingslijtage;</al></entry></row><row><entry><al>- verhoogde (risico)premies;</al></entry></row><row><entry><al>- extra kosten in verband met klusjes rondom huis;</al></entry></row><row><entry><al>- bloemetje mantelzorg;</al></entry></row><row><entry><al>- lidmaatschapskosten van belangenverenigingen en/of
                                        patiëntenorganisaties.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Als de feitelijke kosten hoger zijn, kan dit bedrag worden aangevuld met
                    (individuele) bijzondere bijstand. Verder kan de duur van het moeten rondkomen
                    van een laag inkomen een rol spelen bij de vaststelling van het
                    bedrag.</al><al/><lijst><li nr="•"><al><cursief>Aanvraag categoriale bijzondere bijstand
                            65+-</cursief>ers</al></li></lijst><al>De aanvraagperiode waarin men een beroep kan doen op categoriale bijzondere
                    bijstand over het jaar 2008 loopt over het kalenderjaar 2008. Voor
                    bijstandscliënten geldt als peildatum 1 januari 2008. Voor
                    niet-bijstandscliënten is de peildatum de datum aanvraag. </al><al/><lijst><li nr="•"><al><cursief>Aanvraag categoriale bijzondere bijstand chronisch zieken en
                                gehandicapten 18-65</cursief></al></li></lijst><al>Met de IJmond-gemeenten is ten aanzien van voorgaande het volgende
                    afgesproken:</al><al>De aanvrager dient zelf aannemelijk te maken dat hij/zij chronisch ziek is met
                    nota’s, betaalbewijzen, of een verklaringen van een specialist.</al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Richtlijnen bij vaststellen chronische ziekte en of
                                        handicap:</al></entry></row><row><entry><al>- langdurige thuiszorg;</al></entry></row><row><entry><al>- hulpmiddelen voor wonen/werk, vervoer, lopen /rolstoel,
                                        autovoorzieningen (o.a. individuele voorzieningen Wmo);</al></entry></row><row><entry><al>- arbeidsongeschiktheid 80 -100%;</al></entry></row><row><entry><al>- in bezit van een invalidenparkeerkaart</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De moeilijkheid in deze is hoe te bepalen wat aannemelijke extra kosten zijn.
                    Met de andere IJmond-gemeenten is besproken om in principe geen medisch advies
                    aan te vragen, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. </al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Er zijn verschillende gemeentelijke belastingen. De aanslagen
                    afvalstoffenheffing en rioolrechten komen in aanmerking voor kwijtschelding. Met
                    ingang van 1 januari 2006 is de gebruikersbelasting voor woningen afgeschaft. De
                    gebruikersbelasting wordt alleen nog geheven als iemand op 1 januari 2007
                    gebruiker is van een niet-woning. Onder niet-woning vallen bijvoorbeeld
                    bedrijven en percelen grond. </al><al/><al>Daarnaast zijn er regionale belastingen als waterschapsbelasting. In onze
                    gemeente kunnen inwoners voor lokale als regionale heffingen één
                    kwijtscheldingsaanvraag doen.</al><al/><al>De gemeente Beverwijk hanteert een kwijtscheldingsnorm van 100% (is de volledige
                    kwijtschelding) voor personen met in ieder geval een inkomen op bijstandsniveau,
                    tenzij er teveel spaargeld is. Voor mensen met een inkomen boven
                    bijstandsniveau, hangt het af van de berekening van de kwijtscheldingsnorm. </al><al>Bij de berekening van de kwijtscheldingsnorm wordt niet alleen rekening gehouden
                    met het inkomen, maar ook met o.a. de huur, de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de
                    premie ziektekosten en de alimentatie. </al><al/><al>De normen van vermogen zijn anders dan bij bijzondere bijstand. Het
                    spaarbedrag/vermogen dat iemand mag hebben in het kader van de kwijtschelding is
                    gebaseerd op het normbedrag (inclusief vakantiegeld), subsidiabele huurbedrag
                    (minus de huurtoeslag en minus vast bedrag woonlasten) en de premie ziektekosten
                    (minus de zorgtoeslag). Als het spaargeld hoger is dan de som van de drie
                    genoemde onderdelen wordt de kwijtschelding (gedeeltelijk) afgewezen. Tot slot
                    wordt voor het jaar 2007 de berekening draagkrachtberekening van het inkomen met
                    betrekking tot de bijzondere bijstand op dezelfde manier berekend als de
                    kwijtschelding. </al><al/><al/><table><tgroup cols="6"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><colspec colname="colF"/><tbody><row><entry><al>bij kwijtscheldingsnorm van</al></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry morerows="1"><al>90%</al></entry><entry morerows="1"><al>95%</al></entry><entry morerows="1"><al>100%*</al></entry></row><row><entry nameend="colB" namest="colA"><al>is het bedrag van de kosten van bestaan</al></entry></row><row><entry morerows="3"><al>Echtgenoten</al></entry><entry><al>beide partners tot 65 jaar: minimaal</al></entry><entry><al>908,00</al></entry><entry><al>958,00</al></entry><entry><al>1.008,22</al></entry></row><row><entry><al>beide partners tot 65 jaar: maximaal</al></entry><entry><al>1.135,00</al></entry><entry><al>1.198,00</al></entry><entry><al>1.260,28</al></entry></row><row><entry><al>één partner 65 of ouder</al></entry><entry><al>1.190,00</al></entry><entry><al>1.256,00</al></entry><entry><al>1.321,84</al></entry></row><row><entry><al>beide partners 65 jaar of ouder</al></entry><entry><al>1.190,00</al></entry><entry><al>1.256,00</al></entry><entry><al>1.321,84</al></entry></row><row><entry morerows="2"><al>alleenstaande ouder</al></entry><entry><al>tot 65 jaar: minimaal</al></entry><entry><al>794,00</al></entry><entry><al>839,00</al></entry><entry><al>882,20</al></entry></row><row><entry><al>tot 65 jaar: maximaal</al></entry><entry><al>1.021,00</al></entry><entry><al>1.078,00</al></entry><entry><al>1.134,26</al></entry></row><row><entry><al>65 jaar en ouder</al></entry><entry><al>1.070,00</al></entry><entry><al>1.129,00</al></entry><entry><al>1.187,92</al></entry></row><row><entry morerows="2"><al>Alleenstaande</al></entry><entry><al>tot 65 jaar: minimaal</al></entry><entry><al>568,00</al></entry><entry><al>599,00</al></entry><entry><al>630,14</al></entry></row><row><entry><al>tot 65 jaar: maximaal</al></entry><entry><al>794,00</al></entry><entry><al>839,00</al></entry><entry><al>882,20</al></entry></row><row><entry><al>65 jaar en ouder</al></entry><entry><al>868,00</al></entry><entry><al>916,00</al></entry><entry><al>963,78</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>De langdurigheidstoeslag is voor mensen die vijf jaar van een minimuminkomen
                    leven. Het is een generieke inkomensondersteunende maatregel die op landelijk
                    niveau is geregeld. De langdurigheidstoeslag wordt voor één jaar toegekend en in
                    één keer uitbetaald. Op het moment van uitbetaling ontstaat er ruimte binnen het
                    budget waaruit hogere kosten kunnen worden voldaan, bijvoorbeeld voor
                    vervangingsuitgaven.</al><al/><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>De verkorte procedure is bedoeld om de procedure voor veel voorkomende
                    kostensoorten te verkorten.</al><al/><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Ontvangt de aanvrager bijstand voordat hij/zij de kosten maakt? Dan controleren
                    we achteraf de besteding van de bijstand. Denk bijvoorbeeld aan het inleveren
                    van nota’s, het thuis bezoeken van een gezin aan wie bijstand voor
                    inrichtingskosten is verleend etc. Op grond van artikel 58 WWB kan het college
                    ten onrechte verleende bijstand of een tot een te hoog bedrag verleende bijstand
                    terugvorderen.</al><al/><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>