<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89804_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE BEHANDELING VAN KLACHTEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bevelander</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klachtenregeling gemeente Goes</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=9:1">Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 9</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nvt</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Klachtenbehandeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE BEHANDELING VAN KLACHTEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Besluitnummer</vet> 16</al><al><vet>Vergadering d.d.</vet> 15 april 2010</al><al><vet>Verzonden </vet>7 april 2010</al><al><vet>Onderwerp </vet>Verordening op de behandeling van klachten</al><al><vet>Registratienummer</vet> 10INT00206</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Goes;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 april 2010;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>I. in te trekken de “Verordening op de behandeling van klachten” met
                        toelichting van 23 maart 2000;</al><al/><al>II. vast te stellen de volgende “Verordening op de behandeling van klachten”
                        met toelichting</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begrips- en algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>klacht:</al><al> een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een
                                    bestuursorgaan of een ambtenaar van de gemeente zich in een
                                    bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk persoon of
                                    rechtspersoon heeft gedragen;</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="1."><al>de gemeenteraad;</al></li><li nr="2."><al>(een lid van) het college van burgemeester en
                                            wethouders;</al></li><li nr="3."><al>de burgemeester (tenzij handelend in zijn hoedanigheid
                                            als hoofd van politie);</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>gedraging:</al><al> het in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon handelen of nalaten te handelen
                                    door:</al><lijst><li nr="1."><al>een bestuursorgaan;</al></li><li nr="2."><al>een ambtenaar of een daarmee op grond van diens
                                            werkzaamheden gelijk te stellen persoon (inclusief
                                            arbeidscontractanten) in de uitoefening van zijn
                                            functie;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>klachtencommissie:</al><al> de commissie die op grond van artikel 1.3 een klacht onderzoekt
                                    en het betreffende bestuursorgaan over de afdoening van een
                                    klacht adviseert;</al></li><li nr="e."><al>klachtencoördinator:</al><al> de functionaris als bedoeld in artikel 1.7.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan
                                zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft
                                gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gedraging van een persoon, bedoeld in artikel 1.1 onder c. sub
                                2, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van
                                mondelinge en schriftelijke klachten over zijn gedragingen en over
                                gedragingen van bestuursorganen die onder zijn verantwoordelijkheid
                                werkzaam zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een
                                gedraging van een bestuursorgaan kan geen beroep worden
                                ingesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Klachtencommissie</titel></kop><al>Er is een gemeentelijke klachtencommissie die belast is met de
                            voorbereiding van de beslissing op en de advisering over de klacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Samenstelling en benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden, die
                                worden benoemd, geschorst en ontslagen door de gemeenteraad op
                                voorstel van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad benoemt overeenkomstig het eerste lid een genoegzaam
                                aantal plaatsvervangende leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris van de commissie is de klachtencoördinator.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentesecretaris wijst tevens een plaatsvervangend secretaris
                                aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitters en de leden van de kamers worden benoemd voor een
                                termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitters en de leden van de kamers kunnen op elk moment
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende of ontslag nemende voorzitters of leden van de kamers
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Klachtencoördinator</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een klachtencoördinator aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtencoördinator ziet er op toe dat de behandeling van een
                                klacht conform het bepaalde in deze verordening plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien klager dit wenst verleent de klachtencoördinator hem
                                medewerking bij het op schrift stellen van een klacht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De klachtencoördinator adviseert het bestuursorgaan over het
                                voorkomen van klachten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Behandeling van schriftelijke klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Indiening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een klacht wordt ingediend bij het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een schriftelijke klacht dient ondertekend te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klacht dient te omvatten:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de indiener;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is
                                        gericht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het klaagschrift in een vreemde taal is gesteld en een
                                vertaling voor een goede behandeling van de klacht noodzakelijk is,
                                dient de klager zorg te dragen voor een vertaling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Registratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke ingediende klacht over een gedraging wordt na registratie
                                voorgelegd aan de klachtencoördinator.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een mondeling ingediende klacht wordt op schrift gesteld en ter
                                ondertekening aan klager voorgelegd ter bevestiging van de juiste
                                notering van de klacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontvangst van een klacht wordt door de klachtencoördinator binnen
                                één week schriftelijk aan de klager bevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bevestiging wordt meegedeeld wie de klacht zal behandelen en
                                hoe de verdere gang van zaken is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft krijgt de
                                klacht, de eventueel daarbij meegezonden stukken en de
                                ontvangstbevestiging in afschrift toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Ontvankelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan is niet verplicht de klacht te behandelen, indien
                                zij betrekking heeft op een gedraging:</al><lijst><li nr="a."><al>waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met
                                        inachtneming van het bepaalde in deze verordening is
                                        behandeld;</al></li><li nr="b."><al>die langer dan een jaar voor indiening heeft
                                        plaatsgevonden;</al></li><li nr="c."><al>waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden
                                        of</al></li><li nr="d."><al>waartegen door de klager beroep kan of kon worden
                                        ingesteld;</al></li><li nr="e."><al>die door het instellen van een procedure aan het oordeel van
                                        een andere rechterlijke instantie dan een administratieve
                                        rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest
                                        of</al></li><li nr="f."><al>zolang terzake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van
                                        de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan
                                        wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of
                                        vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit
                                        een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van
                                        justitie of een vervolging sprake is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een klacht wordt niet in behandeling genomen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het belang van de klager dan wel het gewicht van de
                                        gedraging kennelijk onvoldoende is;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 2.1., tweede en
                                        derde lid, en klager de voor behandeling vereiste gegevens
                                        niet binnen twee weken nadat klager op de tekortkoming is
                                        gewezen, heeft verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo
                                spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van
                                het klaagschrift schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klachtencoördinator is in verband met de voorbereiding van de
                                behandeling van de klacht bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De klachtencommissie kan bij deskundigen advies of inlichtingen
                                inwinnen en deze zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te
                                verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf
                                machtiging van burgemeester en wethouders vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klachtencommissie stelt de klager en degene op wiens gedraging de
                                klacht betrekking heeft, in de gelegenheid in elkaars aanwezigheid
                                te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van partijen, dan wel ambtshalve door de
                                klachtencommissie, kunnen partijen afzonderlijk worden gehoord,
                                indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige
                                behandeling zal belemmeren of dat tijdens het horen feiten of
                                omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om
                                gewichtige redenen is geboden. Op een dergelijk verzoek beslist de
                                voorzitter van de klachtencommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klachtencommissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een
                                lid van de klachtencommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het horen van de klager kan worden afgezien, indien de klacht
                                kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen
                                gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De klachtencoördinator beslist over de toepassing van lid 3.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van het horen wordt een verslag gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De klachtencommissie zendt een rapport van bevindingen, vergezeld
                                van het advies en eventuele aanbevelingen, aan het bestuursorgaan.
                                Het rapport bevat het verslag van het horen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Afdoening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan handelt de klacht binnen 10 weken na ontvangst
                                af.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan stelt de klager en degene op wiens gedraging de
                                klacht betrekking heeft schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de
                                bevindingen van het onderzoek naar de klacht, de beslissing over de
                                klacht alsmede van de eventuele conclusies die daaraan zijn
                                verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de conclusies van het bestuursorgaan afwijken van het advies,
                                wordt in de conclusies de reden voor die afwijking vermeld en wordt
                                het advies meegezonden met de kennisgeving, bedoeld in lid 2.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de klacht niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn
                                kan worden afgehandeld, kan het bestuursorgaan de afhandeling voor
                                ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt door de
                                klachtencoördinator schriftelijk mededeling gedaan aan de klager en
                                aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien vervolgens nog een klacht kan worden ingediend bij een
                                persoon of college, aangewezen om klachten over het bestuursorgaan
                                te behandelen, wordt daarvan bij de kennisgeving melding
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Tussentijds beëindigen procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De klachtencoördinator streeft er naar dat binnen de gemeentelijke
                                organisatie een minnelijke schikking ten aanzien van de klacht wordt
                                bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zodra het bestuursorgaan naar tevredenheid van de klager aan diens
                                klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot het verder
                                toepassen van dit hoofdstuk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klachtencoördinator bevestigt dit schriftelijk aan klager en aan
                                degene over wie werd geklaagd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Rapportage</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Jaaroverzicht</titel></kop><al>De klachtencoördinator brengt jaarlìjks vóór 1 april aan de gemeenteraad
                            een rapportage uit, inhoudende een overzicht en een analyse van de
                            ingekomen klachten in de rapportageperiode en zonodig voorzien van
                            beleidsmatige aanbevelingen. Deze rapportage wordt ter kennisname aan de
                            Ondernemingsraad voorgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel “Klachtenregeling
                            gemeente Goes”.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Goes in zijn
                        openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 15 april 2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. J.W. Scherpenzeel. drs. D.J. van der Zaag.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>TOELICHTING KLACHTENREGELING GEMEENTE GOES</titel></kop><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1 Begrips- en algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</vet></al><al/><al>De omschrijving van het begrip “klacht” is in overeenstemming met de Wet
                    Nationale ombudsman. Aangezien een uiting van ongenoegen in de praktijk sterk
                    kan variëren, is het begrip ruim gedefinieerd.</al><al>Tevens moet duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen klachten over
                    gedragingen en meldingen over gebreken in de uitvoering van gemeentelijke taken
                    (b.v. loszittende tegels, overhangende takken of gaten in de weg). Deze
                    meldingen worden in het dagelijks spraakgebruik ook wel als “klacht” aangeduid.
                    Dergelijke meldingen vallen echter niet onder deze klachtenregeling en het
                    gemelde gebrek dient snel en praktisch door de betreffende afdeling te worden
                    afgedaan.</al><al>Bij het begrip “bestuursorgaan” zijn de gemeentelijke bestuursorganen van de
                    gemeente vermeld. Aangezien individuele wethouders in de praktijk zelfstandige
                    bevoegdheden kunnen hebben, is bij de omschrijving van het begrip “gedraging”
                    tevens een lid van het college van burgemeester en wethouders opgenomen.
                    Niettemin wordt een klacht tegen een lid van het college van burgemeester en
                    wethouders beschouwd als een klacht gericht tegen het college.</al><al>Aangezien een lid van de gemeenteraad geen zelfstandige bevoegdheden kan
                    bezitten, wordt hier niet nader op ingegaan.</al><al>Wanneer de burgemeester handelt in zijn hoedanigheid als hoofd van de politie
                    kan een klacht worden ingediend bij de Nationale Ombudsman.</al><al/><al><vet>Artikel 1.2 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al>Individuele collegeleden en ambtenaren handelen in het algemeen namens een
                    bestuursor­gaan. Daarom worden gedragingen van deze personen toegerekend aan het
                    bestuursorgaan dat in bestuurlijke zin daarvoor verantwoordelijk is.</al><al>Klachten kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend. Als algemene
                    regel geldt dat het bestuur moet zorgen voor een zorgvuldige afdoening van die
                    klachten. Wat een zorgvuldige afdoening precies inhoudt zal van geval tot geval
                    verschillen.</al><al>Bij een mondeling ingediende ingediende klacht kan het geven van opheldering of
                    het aanbieden van verontschuldigingen vaak een goede reactie zijn. Overigens
                    dienen ook alle mondelinge klachten door middel van het daarvoor bestemde
                    formulier wel op schrift te worden gesteld. Dit is ook van belang voor het
                    jaarverslag.</al><al>Ook bij schriftelijk ingediende klachten kan een snelle en informele wijze van
                    behandelen resultaat hebben.</al><al>Anderzijds kan het schriftelijk tot uitdrukking brengen van een klacht ook
                    wijzen op de behoefte de zaak wat diepgaander te doen onderzoeken.</al><al>Daarom is voor schriftelijke klachten die aan een aantal eisen voldoen een
                    procedure voorgeschreven.</al><al>Indien de klacht mondeling niet tot tevredenheid van de klager wordt afgedaan,
                    wordt op de mogelijkheid gewezen van schriftelijke klachtbehandeling.</al><al>Een zorgvuldige klachtbehandeling beoogt een verbetering van het verkeer tussen
                    burgers en bestuursorganen en van de kwaliteit van de dienstverlening. Is er aan
                    de klacht naar tevredenheid van de burger tegemoet gekomen, dan is er geen reden
                    meer om de procedure verder te volgen. </al><al>Teneinde te voorkomen dat verschil van mening hierover eerst veel later blijkt
                    meldt de klachtencoördinator de klager schriftelijk dat er vanuit wordt gegaan
                    dat de klacht naar tevredenheid is afgehandeld.</al><al>Het resultaat van de afhandeling van de klacht, uitmondend in de schriftelijke
                    inkennisstelling van de bevindingen van het onderzoek en de conclusies, is geen
                    besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Om deze reden kan hiertegen
                    geen beroep (en bezwaar) worden ingesteld.</al><al>Over mondelinge uitingen van leden van het gemeentebestuur in de vergadering van
                    de raad of hetgeen door hen aan de raad schriftelijk is overgelegd, kan niet
                    worden geklaagd. Deze immuniteit is in overeenstemming met het bepaalde in
                    artikel 22 van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 1.3 Klachtencommissie</vet></al><al/><al>Voor de gehele behandeling, dus voor het onderzoek (waarvan het horen een
                    verplicht onderdeel uitmaakt) en voor het beantwoorden van de vraag welke
                    conclusies daaruit getrokken moeten worden, is in hoofdstuk 9 van de Awb bepaald
                    dat daarmee niet belast mag worden degene die betrokken is geweest bij de
                    gedraging waarop de klacht betrekking heeft. Dit is een van de vereisten waaraan
                    volgens de Nationale ombudsman een zorgvuldi­ge klachtbehandeling moet
                    voldoen.</al><al>Het bestuursorgaan zelf en de leden van een collegiaal orgaan behoren een klacht
                    altijd zelf te kunnen behandelen. Zij zijn immers - als (leden van het)
                    bestuursorgaan - ook verant­woordelijk voor de wijze van afhandeling. Indien in
                    dit soort gevallen behoefte wordt gevoeld aan een zekere distantie tussen de
                    klachtbehandelaar en degene over wie geklaagd wordt, kan het bestuursorgaan een
                    commissie als bedoeld in artikel 9:14 van de Awb inschakelen.</al><al>De commissie behandelt en onderzoekt klachten. Vervolgens adviseert de commissie
                    het bestuursorgaan over de afdoening van klachten. Overigens betekent dit niet
                    dat alle klachten ook daadwerkelijk in de klachtencommissie aan de orde zullen
                    komen. Het is van belang dat de organisatie in een voorstadium de klacht naar
                    tevredenheid van de klager afdoet waarbij de klachtencoördinator een belangrijke
                    rol speelt. Pas als dat niet lukt komt de klachtencommissie in beeld.</al><al>Het behandelen en onderzoeken van klachten over gedragingen van bestuursorganen
                    wordt opgedragen aan de klachtencommissie. In de praktijk wordt geconstateerd
                    dat voor de behande­ling van interne klachten door gemeenten ook gebruik wordt
                    gemaakt van commissies die geheel of gedeeltelijk extern zijn samengesteld.
                    Wanneer er echter sprake is van een interne en onafhankelijke externe
                    klachtenbehandeling is het gewenst voor de samenstelling van de commissie geen
                    gebruik te maken van externen.</al><al/><al><vet>Artikel 1.6 Zittingsduur</vet></al><al/><al>Deze bepaling is gewijzigd bij de herziening van 2010. In het voorgaande model
                    was bepaald dat de zittingsduur van de commissie gelijk liep met de
                    zittingstermijn van de raad. Dat heeft alleen een functie als raadsleden lid van
                    de commissie zijn. Hoewel dit juridisch (nog) mogelijk is, is dit geen gewenste
                    situatie. Overigens is hiervoor ook niet gekozen.</al><al>Door de wijziging is er een mate van continuïteit bij de commissie, is het niet
                    meer zo dat op één moment de hele commissie opstapt, maar door natuurlijk
                    verloop zal dit meer gespreid zijn. </al><al>Verder is gekozen voor een zittingsduur van vier jaar die éénmaal door
                    herbenoeming kan worden verlengd. Daarmee is uitdrukkelijker dan voorheen
                    vastgelegd dat de zittingsduur eindig is. </al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan
                    ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van
                    lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van
                    orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie
                    te blijven vervullen.</al><al/><al><vet>Artikel 1.7 Klachtencoördinator</vet></al><al/><al>De klachtencoördinator vervult een centrale rol wat betreft de
                    klachtenbehandeling. Hij is de eerst aanspreekbare functionaris terzake, zowel
                    binnen als buiten de organisatie en dient dan ook het vertrouwen van de
                    organisatie te bezitten. Hij is secretaris van de klachtencom­missie en is
                    vanuit dien hoofde belast met de voorbereiding van de behandeling van de
                    klacht.</al><al>Overigens beschikt betrokkene niet over zelfstandige bevoegdheden wat betreft
                    het nemen van beslissingen over de afhandeling van een klacht met uitzondering
                    van het bepaalde in artikel 2.6.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Behandeling van schriftelijke klachten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2.1 Indiening</vet></al><al/><al>In artikel 2. 1, Iid 3, is aangegeven welke gegevens mimimaal in een klacht
                    moeten zijn opgenomen (personalia van de klager en omschrijving van de
                    gedraging).</al><al>In het vierde lid is artikel 6:5, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
                    van overeen­komstige toepassing verklaard. Daardoor wordt de
                    verantwoordelijkheid voor een vertaling van een klaagschrift dat in een vreemde
                    taal is gesteld, indien deze nodig is voor een behoorlijke behandeling van het
                    klaagschrift, gelegd bij de klager.</al><al>Anonieme klachten worden in beginsel niet in behandeling genomen. Volgens een
                    uitspraak van de Nationale ombudsman lijdt dit beginsel uitzondering indien de
                    klager zwaarwegende belangen heeft anoniem te blijven. De anonieme klager dient
                    op een zodanige wijze kenbaar en bereikbaar te zijn, dat zijn klacht naar
                    behoren kan worden onderzocht. Met de Ondernemingsraad is overeengekomen als
                    aanhangsel bij de klachtenregeling een protocol op te nemen over het omgaan met
                    anonieme klachten. Dit protocol zal de volgende elementen bevatten:</al><al>- anonieme klachten kunnen in principe niet in behandeling worden genomen;</al><al>- dit beginsel lijdt uitzondering indien de klager zwaarwegende belangen heeft
                    om anoniem te blijven; de anonieme klager dient dan wel op een zodanige wijze
                    kenbaar en bereikbaar te zijn (b.v. door vertrouwelijke mededeling aan de
                    voorzitter van de klachtencommissie of de klachtencoördinator), dat zijn klacht
                    naar behoren kan worden onderzocht;</al><al>- ook al wordt de klacht wegens anonimiteit niet in behandeling genomen, kan
                    daaruit toch leergeld worden getrokken voor de werkwijze binnen de organisatie
                    en kan daarvan gebruik worden gemaakt in het kader van de beleidsmatige
                    aanbevelingen bij het jaarverslag.</al><al/><al><vet>Artikel 2.2 Registratie</vet></al><al/><al>Een goede registratie van klachten is van belang in het kader van een goede en
                    tijdige behandeling- en afdoeningprocedure en de verslaglegging. Hierdoor wordt
                    het tevens mogelijk om de kwaliteit van de dienstverlening op onderdelen te
                    meten en structurele maatregelen te treffen tot verbetering, indien een patroon
                    in de klachten wordt ontdekt. </al><al/><al><vet>Artikel 2.3 Ontvangstbevestiging</vet></al><al/><al>De klager ontvangt een ontvangstbevestiging van de klachtencoördinator, met een
                    korte toelichting op de verdere gang van zaken. Tevens wordt degene op wiens
                    gedraging de klacht betrekking heeft, op de hoogte gesteld van de klacht en de
                    procedure.</al><al/><al><vet>Artikel 2.4 Ontvankelijkheid</vet></al><al/><al>Indien een klacht niet de gegevens vermeldt die nodig zijn voor een goede
                    behandeling, kan de klacht buiten behandeling worden gelaten. Allereerst dient
                    klager in de gelegenheid te worden gesteld eventuele tekortkomingen te
                    herstellen.</al><al>Op grond van artikel 2.4., lid 3, moet klager door de klachtbehandelaar binnen
                    vier weken in kennis worden gesteld van het niet in behandeling nemen van zijn
                    klacht. Deze termijn is ontleend aan artikel 9.8 van de Awb.</al><al/><al><vet>Artikel 2.5. en 2.6 Onderzoek en horen</vet></al><al/><al>Een klacht die in behandeling wordt genomen kan uiteraard pas worden afgedaan,
                    nadat een onderzoek heeft plaatsgevonden. Een belangrijk onderdeel van dat
                    onderzoek is het hoor en wederhoor, met inbegrip van de mogelijkheid om op
                    elkaars standpunten te reageren. In het kader van een behoorlijke
                    klachtenregeling verlangt de Nationale ombuds­man derhalve dat een klacht op
                    basis van hoor en wederhoor wordt behandeld.</al><al>Afhankelijk van de aard van de klacht zal het onderzoek meer of minder formeel
                    kunnen verlopen. Tevens kan het onderzoek, indien wenselijk, het karakter
                    krijgen van bemiddeling.</al><al>Tijdens de behandeling van een schriftelijke klacht kan tenslotte blijken dat
                    klager niet langer behoefte heeft aan een verdere (formele) afhandeling. In dat
                    geval is artikel 2.8 van toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 2.7 Afdoening</vet></al><al/><al>Het bestuursorgaan doet de klacht met inachtneming van het onderzoek en het
                    advies van de klachtencommissie binnen tien weken af. Door middel van de interne
                    klachtenregeling worden naar verwachting de meeste klachten naar tevredenheid
                    van klager afgedaan. Indien klager niet tevreden is over de afdoening van de
                    klacht, dient de mogelijkheid te worden geboden de klacht voor te leggen aan een
                    externe instantie.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Rapportage</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3.1 Jaaroverzicht</vet></al><al/><al>Een goed inzicht in aard, frequentie en oorzaak van klachten is van belang voor
                    de beleidsontwikkeling en -uitvoering op het terrein van kwaliteitszorg. Daarom
                    is een goede verslaglegging over de ingediende klachten en over de afdoening
                    ervan een onmisbaar instrument.</al><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>