<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xml:lang="nl-NL" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">89628_1</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Verordening op de heffing en de invordering van Onroerende-zaakbelastingen 2007
</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Westland</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2011-02-21</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Het Hele Westland d.d. 7-12-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Verordening Onroerende-zaakbelastingen Westland 2007</dcterms:alternative><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">financiën en economie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220a" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220b" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220c" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220d" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220f" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220g" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220g</dcterms:source><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2006-11-02</dcterms:issued><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=220h" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 220h</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2007-02-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>besluitenlijst b&amp;w d.d. 19-09-2006, nr. 5.3.1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><lijst><li nr="1."><al> De datum van ingang van de heffing is 1-1-2007. </al></li><li nr="2."><al> Door de inwerkingtreding van deze verordening wordt de <extref doc="http://www.gemeentewestland.nl/Smartsite.shtml?id=22789">Verordening Onroerende-zaakbelastingen Westland 2006</extref> ingetrokken.</al></li></lijst></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van Onroerende-zaakbelastingen 2007
</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westland;  </al><al></al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 september 2006 nr.5.3.1;  </al><al></al><al>gelet op het bepaalde in artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;  </al><al></al><al>besluit:  </al><al></al><al>vast te stellen de: </al><al></al><al>  VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN DE ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2007
  </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden  ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe  belastingen geheven: a een gebruikersbelasting  van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak  al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk  recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b  een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het  kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom,  bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: a.  gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik  is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik  heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b.  het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig  gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter  beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking  heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene  aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de  eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of  beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar  als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat  hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of  beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in  hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van  de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende  zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende  zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan  woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk  IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak  vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een  onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV  van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die  onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde  bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet  waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de  bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover  dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel  bedoelde waarde, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve  van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond,  daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van  glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt  van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te  gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig  worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de  ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>  onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare  eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van  levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van  zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="d."><al> één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van  de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in  artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met  uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; </al></li><li nr="e."><al> natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,  zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met  volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg  uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd  worden; </al></li><li nr="f."><al> openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></li><li nr="g."><al> waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door  organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,  met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als  woning; </al></li><li nr="h."><al> werken die zijn bestemd voor de  zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door  organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,  met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als  woning;</al></li><li nr="i."><al> werktuigen die van een onroerende  zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis  aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als  gebouwde eigendommen zijn aan te merken; </al></li><li nr="j."><al>  onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de  publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige  onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van  onderwijs;</al></li><li nr="k."><al> straatmeubilair, waaronder  begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen -  welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten  dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals  lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,  banken, abri's, hekken en palen; </al></li><li nr="l."><al>  plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn  of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of  beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken  die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al> begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met  betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende  zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van  die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt  recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van  artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de  gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten  van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen danwel in  hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting is voor elke volle € 2.500,- van de heffingsmaatstaf a bij de gebruikersbelasting € 3,16 b bij de eigenarenbelasting 1 voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen € 2,34 2 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen € 3,95</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,- vindt geen invordering plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het  derde lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde  verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen  aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting moet worden betaald in twee gelijke  termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de  maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is  vermeld en de tweede termijn twee maanden na de dagtekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste  lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde  aanslagen meer is dan € 100,00 doch minder dan € 1.200,00 dat de  aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de  eerste termijn vervalt op de laatste laatste dag van de maand volgend op  de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de  tweede termijn drie maanden na de dagtekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zo lang  gebruikgemaakt wordt van de mogelijkheid van automatische  betalingsincasso geldt voor de aanslagen bedoeld onder: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 5, lid 1, een betalingstermijn van drie maanden, waarbij de derde termijn vervalt één maand na de tweede termijn; </al></li><li nr="b."><al>  artikel 5, lid 2, een betalingstermijn van 8 maanden, waarbij de eerste  termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die  in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de  volgende termijnen telkens één maand later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening onroerende-zaakbelastingen Westland 2006 van 20 december 2005 wordt  ingetrokken met ingang van de in het derde lid van dit artikel genoemde  datum van inwerkingtreding van de verordening, met dien verstande dat  zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die  datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2007.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening zal worden aangehaald als "Verordening onroerende-zaakbelastingen Westland 2007"</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 2 november 2006,  </al><al></al><al>de griffier - N. Broekema    </al><al></al><al>de voorzitter - J. van der Tak  </al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>