<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89580_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Procedureverordening schadevergoeding Hunze en Aa's 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad van het Noorden, 31-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Procedureverordening schadevergoeding Hunze en Aa's 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 56, 77, 78; Waterwet, Hoofdstuk 7, §3; Algemene wet bestuursrecht, art. 1.3, lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-03-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>561</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>schadevergoeding rechtmatige daad</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Procedureverordening schadevergoeding Hunze en Aa's 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s;</al><al>Gelezen het voorstel aan het algemeen bestuur d.d. 20 oktober 2010, nr. 561,
                        agendapunt 4;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 56, 77 en 78 van de Waterschapswet en
                        paragraaf 3 van hoofdstuk 7 van de Waterwet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>Vast te stellen de volgende <vet><onderstreept>Procedureverordening
                        schadevergoeding Hunze en Aa's 2010:</onderstreept></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>adviescommissie: de adviescommissie bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="b."><al>bestuur: dagelijks bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s;</al></li><li nr="c."><al>schadevergoeding: schadevergoeding als bedoeld in artikel 7.14 of
                                7.15 van de Waterwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het verzoek om schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een verzoek om schadevergoeding wordt schriftelijk ingediend bij het
                                bestuur.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek is ondertekend en bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van de rechtmatige uitoefening van de taak of
                                        bevoegdheid van het waterschap Hunze en Aa’s in het kader
                                        van het waterbeheer, die de schade naar het oordeel van
                                        verzoeker heeft veroorzaakt of zal veroorzaken;</al></li><li nr="d."><al>de datum waarop de schade zich voor het eerst aan verzoeker
                                        heeft geopenbaard;</al></li><li nr="e."><al>een opgave, bij voorkeur op een kaart met kadastrale
                                        ondergrond, van de locatie of de percelen, waar de schade
                                        zich heeft voorgedaan of zal ontstaan;</al></li><li nr="f."><al>een opgave van de aard en de omvang van de schade;</al></li><li nr="g."><al>een motivering;</al></li><li nr="h."><al>de hoogte van de gevraagde schadevergoeding of aanduiding
                                        van de maatregelen die moeten worden getroffen om de schade
                                        ongedaan te maken of te voorkomen en een onderbouwing
                                        daarvan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De verzoeker verschaft de gegevens en bescheiden die voor het nemen
                                van de beslissing op zijn verzoek nodig zijn. </al></li><li nr="4."><al>Het bestuur bevestigt schriftelijk de ontvangst van het verzoek uiterlijk
                        binnen een week en stelt de verzoeker in kennis van de procedure.</al></li><li nr="5."><al>Indien naar het oordeel van het bestuur niet of onvoldoende is voldaan aan
                        het tweede en derde lid dan stelt het bestuur de verzoeker in de gelegenheid
                        het verzuim te herstellen binnen een door het bestuur te stellen termijn.
                        Wordt het verzuim niet tijdig hersteld dan kan het bestuur binnen vier weken
                        besluiten het verzoek buiten behandeling te laten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Adviescommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuur stelt een adviescommissie Schadevergoeding in, die het bestuur
                        adviseert over de beslissing op verzoeken om schadevergoeding als bedoeld in
                        artikel 2. </al></li><li nr="2."><al>De adviescommissie bestaat uit drie onafhankelijke deskundige leden, die
                        door het bestuur worden benoemd en waarvan het bestuur de voorzitter
                        aanwijst.</al></li><li nr="3."><al>De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris.</al></li><li nr="4."><al>De leden van de adviescommissie en de secretaris hebben een
                                geheimhoudingsplicht.</al></li><li nr="5."><al>Het bestuur kan nadere regels stellen betreffende de
                                adviescommissie.</al></li><li nr="6."><al>De commissie is adviseur in de zin van afdeling 3.3. van de Algemene
                                wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Advisering door de adviescommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur stelt het verzoek om schadevergoeding met de bijbehorende
                            stukken binnen twee weken na ontvangst daarvan om advies in handen van
                            de adviescommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie nodigt partijen binnen twee weken na ontvangst van de
                            adviesaanvraag uit voor een te houden hoorzitting. De uitnodiging wordt
                            minimaal drie weken vóór de te houden hoorzitting verzonden. De
                            hoorzitting vindt plaats uiterlijk zes weken na verzending van de
                            uitnodiging. Nadere stukken kunnen tot tien dagen voor de zitting worden
                            ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verzoeker en het bestuur kunnen zich laten vertegenwoordigen of
                            bijstaan door een gemachtigde en/of een deskundige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verzoeker en het bestuur verschaffen de commissie aanvullende
                            gegevens en bescheiden die de commissie voor het uitbrengen van het
                            advies nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij medewerkers van
                            het waterschap en bij derden en een plaatsopneming houden. De eventuele
                            kosten daarvan komen voor rekening van het waterschap.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt, dat wordt gevoegd bij het
                            advies van de commissie. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie stelt binnen vier weken na de hoorzitting c.q. na ontvangst
                            van ingewonnen deskundigenberichten een schriftelijk en gemotiveerd
                            advies op waarin wordt aangegeven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>of er sprake is van schade in de zin van artikel 7.14 of 7.15 van de
                            Waterwet; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>of er een causaal verband is met de rechtmatige taak- of
                            bevoegdheidsuitoefening van het waterschap in het kader van het
                            waterbeheer; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de schadevergoeding;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>of de schade redelijkerwijs al dan niet geheel ten laste van benadeelde
                            behoort te blijven;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>of de vergoeding van de schade al dan niet voldoende anderszins is
                            verzekerd;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>welke deskundigenkosten moeten worden vergoed;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>eventuele voordeelverrekening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Desgewenst geeft de commissie in haar advies aan welke maatregelen de
                            schade, anders dan door een vergoeding in geld, kunnen beperken of
                            ongedaan maken.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De commissie kan de adviestermijn verlengen en doet daarvan dan
                            mededeling aan het bestuur en de verzoeker.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Ingeval van verzoeken om schadevergoeding als gevolg van gecontroleerde
                            inundatie van een bergingsgebied als bedoeld in de Waterwet zendt de
                            commissie het concept advies eerst toe aan verzoeker en het bestuur en
                            stelde beide in de gelegenheid daarop hun zienswijze te geven binnen een
                            termijn van zes weken. In het definitieve advies wordt gemotiveerd
                            aangegeven of de zienswijzen aanleiding geven tot wijziging van het
                            concept advies. Bij verzoeken om schadevergoeding als bedoeld in dit lid
                            geldt de omgekeerde bewijslast.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De commissie zendt het advies toe aan het bestuur en aan de
                            verzoeker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afdoening zonder de adviescommissie</titel></kop><al>Het bestuur kan een verzoek om schadevergoeding binnen acht weken na
                        ontvangst afdoen zonder zich te laten adviseren door de adviescommissie
                        indien naar het oordeel van het bestuur een verzoek:</al><lijst><li nr="a."><al>kennelijk niet ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>kennelijk ongegrond is; </al></li><li nr="c."><al>zonder nader onderzoek voor toewijzing vatbaar is;</al></li><li nr="d."><al>de schade minder dan € 5.000,- bedraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorschot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur, gehoord de adviescommissie, kent de verzoeker, die naar
                            redelijke verwachting in aanmerking komt voor een vergoeding in geld en
                            wiens belang naar het oordeel van het bestuur vordert dat aan hem een
                            voorschot op deze vergoeding wordt verstrekt, op diens schriftelijk
                            verzoek een voorschot toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het bestuur beslist tot het verlenen van een voorschot wordt
                            daarmee geen recht op schadevergoeding erkend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorschot kan uitsluitend worden verleend, indien de verzoeker
                            schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en onvoorwaardelijke
                            terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is uitbetaald,
                            zulks te vermeerderen met de wettelijke rente over het teveel betaalde,
                            te rekenen vanaf de datum van betaling van het voorschot. Het bestuur
                            kan daarvoor een zekerheidsstelling, bijvoorbeeld in de vorm van een
                            bankgarantie, verlangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissing op het verzoek om schadevergoeding</titel></kop><al>Het bestuur beslist uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het advies
                        op het verzoek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onverschuldigde betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur kan de beslissing op het verzoek intrekken of ten nadele van
                            de verzoeker wijzigen, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden, waarvan het bestuur ten
                                    tijde van het nemen van de beslissing op het verzoek
                                    redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn, de schadevergoeding
                                    niet of lager zou zijn vastgesteld;</al></li><li nr="b."><al>de verzoeker onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en
                                    de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing op het verzoek zou hebben geleid;</al></li><li nr="c."><al>de hoogte van de schadevergoeding anderszins onjuist was en de
                                    verzoeker dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                            schadevergoeding is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging
                            anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Procedureverordening
                                schadevergoeding Hunze en Aa’s 2010.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2010 en is van
                                toepassing op verzoeken die vanaf de inwerkingtreding worden
                                ingediend. Op de dag van inwerkingtreding vervallen de
                                Nadeelcompensatieverordening Hunze en Aa’s 2004 en de Regeling
                                schadevergoeding waterbergingsgebieden Hunze en Aa’s 2004.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur d.d.
                        20 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening>Harm Küpers, Alfred van Hall.</ondertekening><ondertekening>secretaris-directeur, dijkgraaf.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>ALGEMENE TOELICHTING</al><al><vet>1. Bepalingen </vet><vet>Waterwet</vet></al><al>In het kader van de algemene toelichting zijn artikel 7.14 en 7.15 van de
                        Waterwet van belang. Ze gaan over schadevergoeding wegens rechtmatige
                        daad.</al><al>Artikel 7.14 </al><al>1. Aan degene die als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of
                        bevoegdheid in het kader van het waterbeheer schade lijdt of zal lijden,
                        wordt op zijn verzoek door het betrokken bestuursorgaan een vergoeding
                        toegekend, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te
                        zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet
                        voldoende anderszins is verzekerd. </al><al>2. Het verzoek tot vergoeding van de schade bevat een motivering, alsmede
                        een onderbouwing van de hoogte van de gevraagde schadevergoeding. Bij of
                        krachtens algemene maatregel van bestuur dan wel verordening van provincie
                        of waterschap kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting, indiening
                        en motivering van een verzoek tot schadevergoeding. </al><al>3. Het bestuursorgaan kan het verzoek afwijzen, indien vijf jaren zijn
                        verlopen na de dag waarop de schade zich heeft geopenbaard dan wel nadat de
                        benadeelde redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de schade, doch
                        in elk geval na verloop van twintig jaren na de schadeveroorzakende
                        gebeurtenis. Bij of krachtens de in het tweede lid bedoelde algemene
                        maatregel van bestuur dan wel verordening van provincie of waterschap kunnen
                        regels worden gesteld omtrent de behandeling en de wijze van beoordeling van
                        een verzoek tot schadevergoeding.</al><al>4. Het besluit inzake toekenning van de vergoeding wordt genomen bij
                        afzonderlijke beschikking.</al><al>5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, onverminderd
                            <onderstreept>artikel 7.15</onderstreept>, nadere regels worden gesteld
                        met betrekking tot de schade die krachtens het eerste lid voor vergoeding in
                        aanmerking komt.</al><al>Artikel 7.15</al><al>Voor de toepassing van <onderstreept>artikel 7.14</onderstreept> wordt onder
                        schade mede verstaan schade in verband met wateroverlast of overstromingen,
                        voor zover deze het gevolg zijn van de verlegging van een waterkering of van
                        andere maatregelen, gericht op het vergroten van de afvoer- of
                        bergingscapaciteit van watersystemen.</al><al>Beide artikelen geven de basis voor vergoeding van schade door de
                        rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid van de waterbeheerder.
                        Artikel 7.14 in algemene zin en artikel 7.15 meer in het bijzonder met
                        betrekking tot schade i.v.m. wateroverlast of overstromingen. </al><al><vet>2. Reikwijdte</vet></al><al>Artikel 7.14 en 7.15 van de Waterwet gaan over schadevergoeding in verband
                        met de rechtmatige uitoefening van een waterschapstaak of -bevoegdheid in
                        het kader van het waterbeheer. </al><al>Onder de werking van de artikel 7.14 en 7.15 van de Waterwet vallen b.v.
                        vergoeding van schade als gevolg van toepassing van de Keur, peilbesluiten
                        of baggerwerkzaamheden. De memorie van toelichting op de Waterwet (kamerstuk
                        30 818, o.a. nrs. 3,7, A en C) gaat nader in op de achtergronden van de
                        artikelen 7.14 en 7.15. Voor de volledigheid wordt daar, voorzover nodig,
                        nog naar verwezen. </al><al>Schade door onrechtmatige daad valt niet onder 7.14 van de Waterwet. Het
                        gaat dan om claims op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk wetboek,
                        die in handen worden gesteld van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het
                        waterschap en die zonodig ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan de
                        civiele rechter. </al><al>Op de nieuwe wetsbepalingen kan evenmin een beroep worden gedaan als er al
                        een andere schadevergoedingsmogelijkheid is, b.v. de Onteigeningswet.</al><al><vet>3. Nieuwe grondslag</vet></al><al>De bestaande grondslagen voor het toekennen schadevergoeding in de
                        waterstaatswetgeving en -verordeningen zijn vervangen door de algemene
                        regeling in genoemde artikelen van de nieuwe Waterwet. Die grondslag voor
                        schadevergoeding was tot nu toe gelegen in onze Nadeelcompensatieverordening
                        2004 (algemeen) en de Regeling schadevergoeding waterbergingsgebieden 2004
                        voor gecontroleerde inundatie waterbergingsgebieden. Die beide verordeningen
                        moeten in verband met de wettelijke regeling in de Waterwet worden
                        aangepast. </al><al><vet>4. Procedure indiening en behandeling
                        schadevergoedingsverzoeken</vet></al><al>In onze Nadeelcompensatieverordening en in de Regeling schadevergoeding
                        waterbergingsgebieden stond ook de procedure c.a. voor de behandeling van
                        verzoeken om schadevergoeding. De Waterwet kent geen voorschriften voor het
                        indienen en behandelen ervan. Daar moet wel in voorzien blijven en de
                        bevoegdheid om dat in een verordening te regelen laat de Waterwet over aan
                        o.a. het waterschap (zie tweede en derde lid van artikel 7.14).</al><al><vet>5. Regeling schadevergoeding waterbergingsgebieden</vet></al><al>De aard en omvang van te vergoeden schade en bepaalde garanties ingeval van
                        schade door gecontroleerde inundatie van waterbergingsgebieden waren
                        geregeld in de Regeling schadevergoeding waterbergingsgebieden. De garanties
                        betroffen met name de omgekeerde bewijslast en de volledige
                        schadevergoeding. Deze garanties en bepalingen over de te vergoeden schade
                        blijven bestaan, maar nu is de volledige schadevergoeding opgenomen in een
                        beleidsregel van het dagelijks bestuur en in deze procedureverordening is de
                        omgekeerde bewijslast terug te vinden. Bij verordening mag namelijk alleen
                        voorzien worden in regeling van inrichting, indiening, motivering,
                        behandeling en wijze van beoordeling van een verzoek om schadevergoeding.
                        Andere bepalingen moeten daarom verhuizen naar een beleidsregel.</al><al><vet>6. Procedureverordening en beleidsregel</vet></al><al>In verband met het bovenstaande zijn de bestaande verordeningen
                        Nadeelcompensatie en Regeling schadevergoeding waterbergingsgebieden uit
                        2004 vervangen door:</al><lijst><li nr="a."><al>deze algemene Procedureverordening van het algemeen bestuur voor de
                                wijze van behandeling van de schadeclaims; </al></li><li nr="b."><al>een beleidsregel van het dagelijks bestuur over de omvang van te
                                vergoeden schade bij het gecontroleerd inunderen van
                                bergingsgebieden.</al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><al>TOELICHTING PER ARTIKEL</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Adviescommissie: Het dagelijks bestuur stelt een adviescommissie
                        Schadevergoeding in, in principe per bestuursperiode van het
                        waterschapsbestuur (met mogelijkheid van verlenging). Dat sluit niet uit dat
                        voor een specifiek schadeverzoek een aparte commissie in het leven wordt
                        geroepen met op het geval toegesneden deskundigheid.</al><al>Schadevergoeding: Voor wat betreft het begrip schadevergoeding wordt
                        verwezen naar de desbetreffende artikelen van de Waterwet. De verordening
                        heeft betrekking op verzoeken om vergoeding van de daar bedoelde
                        schade:</al><lijst><li nr="a."><al>schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of
                                bevoegdheid in het kader van het waterbeheer;</al></li><li nr="b."><al>schade in verband met wateroverlast of overstromingen, voor zover
                                het gevolg van het verleggen van een waterkering of van andere
                                maatregelen, gericht op het vergroten van de afvoer- of
                                bergingscapaciteit van watersystemen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het verzoek om schadevergoeding</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan wat een verzoek om schadevergoeding moet bevatten. Is
                        het verzoek niet volledig dan krijgt de verzoeker twee weken de tijd voor
                        aanvulling. Blijft aanvulling achterwege dan kan het verzoek buiten
                        behandeling worden gelaten. </al><al>Benadeelde moet zelf vragen om een schadevergoeding. Dat laat onverlet dat
                        het waterschap ook zelf de verplichting moet voelen om waar nodig uit eigen
                        beweging te wijzen op de mogelijkheid om schadevergoeding te vragen of op
                        voorhand in schadevergoeding te voorzien.</al><al>Ingevolge artikel 7.14, derde lid kan het bestuur een verzoek afwijzen,
                        indien vijf jaren zijn verlopen na de dag waarop de schade zich heeft
                        geopenbaard dan wel nadat de benadeelde redelijkerwijs op de hoogte had
                        kunnen zijn van de schade doch in elk geval na verloop van twintig jaren na
                        de schadeveroorzakende gebeurtenis.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Adviescommissie</titel></kop><al>Het bestuur stelt een commissie in die adviseert over het verzoek tot
                        schadevergoeding. De adviescommissie bestaat uit drie onafhankelijke
                        deskundige leden. Onafhankelijk, dus van vermenging van belangen mag geen
                        sprake zijn. Is dat niet meer het geval dan kan het bestuur betrokkene
                        ontheffen van zijn taak. </al><al>Gestreefd wordt naar een vaste, breed georiënteerde, adviescommissie, waarin
                        de benodigde expertise vertegenwoordigd is. Mocht er aan een specifieke
                        deskundigheid behoefte zijn dan kan de commissie adviezen van derden
                        inwinnen op kosten van het waterschap (artikel 4, vijfde lid) dan wel
                        bestaat de mogelijkheid een ad hoc commissie te benoemen. </al><al>Het inschakelen van een onafhankelijke adviescommissie van deskundigen komt
                        de kwaliteit van de besluitvorming ten goede en dat is in het belang van de
                        benadeelde en het waterschap.</al><al>Bij het stellen van nadere regels voor de adviescommissie kunnen de
                        financiële vergoeding voor de commissieleden en zonodig eventuele andere
                        zaken, zoals b.v. de werkwijze (verder) worden geregeld. Het ligt voor de
                        hand zo veel mogelijk een parallel te trekken met de regels, die gelden voor
                        de commissie bezwaar- en beroepschriften.</al><al>Het aanmerken van de commissie als adviseur in de zin van afdeling 3.3. van
                        de Algemene wet bestuursrecht brengt met zich mee dat het bestuur ook op
                        basis daarvan de nodige informatie aan de adviescommissie ter beschikking
                        stelt en dat artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur van toepassing
                        is. Dat betekent dat geheime en vertrouwelijke informatie niet aan de
                        commissie verstrekt mag worden. In het besluit wordt verder de adviseur
                        vermeld en het bestuur dient zich ervan te vergewissen, dat het onderzoek
                        van de commissie op zorgvuldige wijze heeft plaats gevonden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Advisering door de commissie</titel></kop><al>Voor de advisering gelden de volgende termijnen:</al><lijst><li nr="--"><al>de stukken, eventueel na completering, gaan binnen twee weken naar
                                de commissie;</al></li><li nr="--"><al>de uitnodiging voor de hoorzitting van de commissie wordt binnen
                                twee weken na ontvangst van de stukken verstuurd;</al></li><li nr="--"><al>tussen de uitnodiging en de hoorzitting zitten minimaal drie en
                                maximaal zes weken;</al></li><li nr="--"><al>tot tien dagen voor de hoorzitting kunnen (nadere) stukken met in
                                begrip van verweren worden ingediend bij de commissie;</al></li><li nr="--"><al>de commissie adviseert binnen vier weken na de hoorzitting of, als
                                er nog nadere adviezen van derden nodig zijn, binnen vier weken na
                                ontvangst van die adviezen; de adviestermijn kan worden
                                verlengd.</al></li></lijst><al>Het advies van de commissie dient in te gaan op de in het zevende lid
                        aangeduide elementen. Het achtste lid kent nog een facultatief onderdeel van
                        het advies. </al><al>Wanneer het causaal verband ontbreekt dan behoeft niet te worden ingegaan op
                        de andere vragen.</al><al>Bij beoordeling van verzoeken om schadevergoeding in verband met
                        gecontroleerde inundatie van bergingsgebieden als bedoeld in de Waterwet
                        wordt eerst een concept advies naar de verzoeker en het bestuur gestuurd met
                        de mogelijkheid daarop te reageren. Met verwerking van het eventuele
                        commentaar stelt de commissie dan het definitieve advies op. Deze waarborg,
                        die ook was opgenomen in de Regeling schadevergoeding waterbergingsgebieden
                        2004, past in het kader van een extra zorgvuldige behandeling van
                        schadevergoedingsverzoeken, die het gevolg zijn van het onder water zetten
                        van waterbergingsgebieden. Zo’n waarborg is bij andere schadeverzoeken in de
                        praktijk niet nodig gebleken. Bovendien bestaat ook nog de mogelijkheid
                        bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de beslissing. </al><al>Verder geldt bij schadevergoeding in verband met gecontroleerde inundatie
                        van bergingsgebieden de omgekeerde bewijslast. Dit betekent, dat de gehele
                        schade wordt geacht te zijn veroorzaakt door de gecontroleerde inundatie,
                        tenzij de adviescommissie het tegendeel kan bewijzen. De bewijslast is
                        omgekeerd om te voorkomen dat de verzoeker de minder eenvoudig te bewijzen
                        schades ook moet aantonen en daarvoor zelf kostbare adviseurs in de arm zou
                        moeten nemen.</al><al>In het algemeen zal er, volgens de jurisprudentie, geen schadevergoeding
                        worden toegekend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de schade valt binnen het normaal maatschappelijk risico of
                                bedrijfsrisico van verzoeker;</al></li><li nr="b."><al>de schade niet in belangrijke mate afwijkt van de schade die een
                                ieder heeft ondervonden dan wel de schade niet op een naar
                                verhouding gering aantal natuurlijke of rechtspersonen, die in een
                                vergelijkbare positie verkeren, drukt. Dit houdt in dat de kring van
                                benadeelden beperkt en duidelijk bepaalbaar moet zijn. Het moet gaan
                                om schade die bij een kleine groep personen terecht komt, terwijl
                                andere in een min of meer gelijke positie niet worden getroffen.
                                Indien het nadeel een grotere groep van personen treft is er in
                                beginsel geen aanleiding om schadevergoeding uit te keren. In het
                                laatste geval wordt een gelijke behandeling van de benadeelden niet
                                verstoord.</al></li><li nr="c."><al>de schade redelijkerwijs verzekerbaar was;</al></li><li nr="d."><al>de schade, mede ook gelet op de voorzienbaarheid daarvan, is
                                veroorzaakt door eigen schuld of nalatigheid van de verzoeker;</al></li><li nr="e."><al>de verzoeker heeft verzuimd voldoende maatregelen te treffen ter
                                voorkoming of beperking van de schade. </al></li></lijst><al>De artikelen 7.14 en 7.15 van de Waterwet sluiten overigens in principe niet
                        uit dat een volledige schadevergoeding wordt toegekend. </al><al>Deskundigenkosten worden niet vergoed, tenzij het redelijk is een deskundige
                        in te schakelen en de gemaakte deskundigenkosten redelijk zijn. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afdoening zonder adviescommissie</titel></kop><al>Het is niet de bedoeling, dat alle verzoeken om nadeelcompensatie standaard
                        om advies worden voorgelegd aan de onafhankelijke adviescommissie. Het moet
                        wel gaan om claims van enige omvang en belang. Dit is o.a. geregeld door te
                        bepalen, dat schadeclaims tot een bedrag van minder dan € 5.000,-- niet aan
                        de commissie om advies hoeven te worden voorgelegd. Mochten aan dit soort
                        minder grote claims principiële kanten zitten dan staat niets in de weg om
                        toch het advies van de commissie te vragen. </al><al>De afhandeling van verzoeken als bedoeld in dit artikel is gemandateerd aan
                        de afdelinghoofden.</al><al>Kennelijk ongegrond zijn b.v. verzoeken, waarbij zonder twijfel vaststaat
                        dat er geen verband kan bestaan tussen de rechtmatige taakuitoefening van
                        het waterschap en de geclaimde schade.</al><al>Kennelijk niet-ontvankelijk zijn b.v. verzoeken om schadevergoeding, die
                        niet vallen onder artikel 7.14 of 7.15 van de Waterwet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorschot</titel></kop><al>De mogelijkheid van het toekennen van een voorschot is van belang gezien de
                        mogelijk lange behandelingsduur van verzoeken om vergoeding van schade. De
                        artikelen 4.95 en 4.96 van de Algemene wet bestuursrecht kennen algemene
                        bepalingen over het verstrekken van voorschotten. Voorschotverlening staat
                        open voor de verzoeker die aannemelijk kan maken dat zijn belang dat
                        vordert. Het gevraagde voorschot moet b.v. op korte termijn noodzakelijk
                        zijn om onvermijdelijke uitgaven te kunnen doen, waartoe hem anders de
                        middelen ontbreken en waarvoor niet langs een andere weg een oplossing kan
                        worden gevonden. Dit impliceert een terughoudend beleid bij het verstrekken
                        van voorschotten. Het bestuur hoort de adviescommissie over het te nemen
                        besluit. </al><al>Eventueel te veel betaalde bedragen kunnen, na vaststelling van het
                        definitief besluit, worden teruggevorderd. Door het verstrekken van een
                        voorschot wordt geen recht op schadevergoeding erkend of verleend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissing op verzoek om schadevergoeding</titel></kop><al>Het te nemen besluit is een beschikking in de zin van de Algemene wet
                        bestuursrecht en daarvoor gelden de bezwaar- en beroepsmogelijkheden volgens
                        genoemde wet. De bezwaarmogelijkheid geldt ook als er een advies van de
                        onafhankelijk en deskundige adviescommissie ten grondslag ligt aan het
                        besluit. Voor de behandeling van het bezwaar moet dan nog weer het advies
                        worden gevraagd van de bezwaarschriftencommissie.</al><al>Artikel 4.87 van de Algemene wet bestuursrecht regelt, dat de betaling
                        plaats vindt binnen zes weken nadat de beschikking is bekend gemaakt, tenzij
                        de beschikking een later tijdstip vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onverschuldigde betaling</titel></kop><al>In een aantal gevallen kan het bestuur de beslissing op het verzoek
                        intrekken of wijzigen ten nadele van verzoeker. Dat kan:</al><lijst><li nr="a."><al>als de schadevergoeding niet of lager zou zijn vastgesteld door
                                onbekende feiten of omstandigheden op het moment dat het besluit
                                werd genomen: </al></li><li nr="b."><al>door het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens en </al></li><li nr="c."><al>in het geval verzoeker kon weten dat de schadevergoeding om een
                                andere reden onjuist was.</al></li></lijst><al>Teveel betaalde bedragen moeten op grond van artikel 4.87 van de Algemene
                        wet bestuursrecht worden terugbetaald binnen zes weken nadat de
                        terugvorderingsbeschikking bekend is gemaakt.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>