<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89563_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa's 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad van het Noorden, 10-06-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa's 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-06-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>553</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Hunze en Aa’s 2006 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 79 Waterschapswet;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 18 april 2006;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de navolgende Inspraakverordening voor het waterschap Hunze
                        en Aa’s 2006.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder belanghebbenden
                                verstaan: ingezetenen en in het gebied van het waterschap
                                belanghebbende natuurlijke personen en rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder inspraak
                                verstaan: een door of namens het dagelijks bestuur geboden
                                gelegenheid voor belanghebbenden om hun zienswijze over te nemen
                                besluiten van het waterschap kenbaar te maken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Besluiten van het algemeen en dagelijks bestuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Objecten van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van bestuur of
                                provinciale verordening vallen onder de werking van deze verordening
                                de door het algemeen bestuur te nemen besluiten van algemene
                                strekking, tenzij deze daarvoor naar hun aard of belang niet in
                                aanmerking komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende ontwerpbesluiten van het algemeen bestuur vallen in
                                ieder geval, rekening houdend met het bepaalde in het eerste lid,
                                onder deze verordening:</al><lijst><li nr="a)"><al>Besluiten tot het vaststellen van verordeningen, met
                                        uitzondering van belastingverordeningen;</al></li><li nr="b)"><al>Besluiten tot het handhaven dan wel aanpassen van
                                        waterstanden;</al></li><li nr="c)"><al>Besluiten tot aanleg of verbetering van waterstaatswerken,
                                        tenzij het werken betreft waarvan naar het oordeel van het
                                        dagelijks bestuur niet in betekenende mate van wijziging van
                                        de bestaande waterstaatkundige situatie of van de hoogte van
                                        de te heffen omslagen of verontreinigingsheffing is te
                                        verwachten;</al></li><li nr="d)"><al>Besluiten betreffende de legger;</al></li><li nr="e)"><al>Besluiten tot het vaststellen van subsidie- of
                                        bijdrageregelingen;</al></li><li nr="f)"><al>De naar het oordeel van het dagelijks bestuur daarvoor in
                                        aanmerking komende besluiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van bestuur of
                                provinciale verordening vallen onder de werking van deze verordening
                                tevens de door het dagelijks bestuur te nemen besluiten voor zover
                                die daarvoor naar het oordeel van het dagelijks bestuur in
                                aanmerking komen, en die niet al vallen onder de inspraakprocedure
                                als vermeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijze van inspraak</titel></kop><al>De inspraak op grond van deze verordening wordt verleend door toepassing
                            van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur
                                wordt melding gemaakt van de gehouden inspraakprocedure en de
                                beschouwingen van het dagelijks bestuur over de ingekomen
                                zienswijzen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde voorstel wordt zo spoedig mogelijk
                                doch in ieder geval uiterlijk een week voor de betreffende
                                vergadering van het algemeen bestuur en onder vermelding van het
                                tijdstip waarop deze vergadering plaatsvindt, toegezonden aan
                                degenen die op grond van artikel 3 hun zienswijze over het te nemen
                                besluit kenbaar hebben gemaakt</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur brengt degenen die een zienswijze hebben
                                ingediend op de hoogte van het genomen besluit en van de wijze
                                waarop de resultaten van de inspraak zijn verwerkt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze inspraakverordening wordt de
                                Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa’s 2000 ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt inwerking op de eerste dag volgend op die
                                van de bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Inspraakverordening
                            waterschap Hunze en Aa’s 2006”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur</ondertekening><ondertekening>van het waterschap Hunze en Aa’s op 31 mei 2006,</ondertekening><ondertekening>Het algemeen bestuur voornoemd,</ondertekening><ondertekening>Drs. ing. H. Küpers, Prof. mr. A. van Hall,</ondertekening><ondertekening>Plv. secretaris – directeur. Dijkgraaf.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting bij de Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa’s
                    2006.</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Artikel 79 van de Waterschapswet verplicht de waterschappen tot het vaststellen
                    van een inspraakverordening die van toepassing is op de door het algemeen
                    bestuur te nemen besluiten.</al><al>Deze algemene inspraakverordening moet worden beschouwd als een aanvulling op
                    inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten, algemene maatregelen
                    van bestuur of provinciale verordeningen. Als voorbeelden daarvan kan worden
                    gewezen op de inspraakprocedures die zijn geregeld in de Wet op de
                    Waterhuishouding, de Wet Milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht. De
                    Waterschapswet kent daarnaast nog een eigen inspraakprocedure voor de begroting
                    van het waterschap Bij het opstellen van de Inspraakverordening is rekening
                    gehouden met de bepalingen die over de voorbereiding van besluiten zijn
                    opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Naast een regeling met betrekking tot besluiten van het algemeen bestuur geeft
                    de verordening een (niet wettelijk verplichte) regeling met betrekking tot
                    besluiten van het dagelijks bestuur. In de praktijk blijkt dat ten aanzien van
                    een aantal besluiten van het dagelijks bestuur behoefte bestaat aan een
                    inspraakprocedure. </al><al>Het doel van inspraak is tweeledig. Aan de ene kant wordt belanghebbenden de
                    mogelijkheid geboden om hun zienswijze over een ontwerpbesluit kenbaar te maken.
                    Aan de andere kant is het voor het waterschap een belangrijk hulpmiddel om op
                    basis van een evenwichtige belangenafweging tot een besluit te komen.</al><al>Inspraak is slechts zinvol wanneer er voor het waterschapsbestuur een
                    keuzemogelijkheid is. Indien het waterschap geen keuze heeft, wat vooral voor
                    kan komen als het een gebonden besluit betreft dat voorvloeit uit een
                    voorschrift van een hoger gezag, kan het ook geen rekening houden met de
                    meningen van belanghebbenden. In deze situatie moet het hoger gezag inspraak
                    verlenen ten aanzien van zijn voorschrift.</al><al>Een ander belangrijk aspect is, dat inspraak het beste tot zijn recht komt
                    indien het voorgenomen besluit, c.q. de praktische consequenties van de
                    verschillende keuzemogelijkheden zo concreet mogelijk zijn aangegeven. Dit
                    betekent dat ambtelijke en bestuurlijke gedachtenvorming over het te nemen
                    besluit moet hebben plaatsgevonden en dat eventuele keuzemogelijkheden voor de
                    insprekers duidelijk zijn aangegeven.</al><al>In dit verband wordt opgemerkt, dat het in veel gevallen zinvol is om in een
                    vroeg stadium, bijvoorbeeld in het kader van de ambtelijke voorbereiding,
                    voorlichting te geven over het voorgenomen besluit, dan wel om daarover overleg
                    te voeren met de meest direct betrokken belanghebbenden. Op die manier kunnen
                    belanghebbenden immers al in een zeer vroeg stadium kennis nemen van voornemens
                    van het waterschap, en vooral door het aandragen van informatie er mede zorg
                    voor dragen dat het waterschap een ontwerpbesluit in de inspraak brengt dat op
                    een juiste wijze inzicht geeft in de diverse aspecten van het
                    ontwerpbesluit.</al><al>Voor bepaalde zaken is zowel besluitvorming nodig van het waterschap als van
                    andere overheden. Te denken valt aan een dijkverbetering/-versterking of
                    omvangrijke waterbeheersingswerken. Hiervoor is vaak wijziging van het
                    bestemmingsplan nodig. Indien voor beide besluiten inspraakprocedures moeten
                    worden gehouden, zou uit oogpunt van doelmatigheid gestreefd moeten worden naar
                    coördinatie van die procedures. Daarbij kan gedacht worden aan gezamenlijke
                    publicatie, gelijktijdige terinzagelegging, afspraken over de ingekomen
                    reacties, gezamenlijke hoorzitting, etc.</al><al>Voor zover nodig volgt hierna een artikelsgewijze toelichting</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>De omschrijving van de begrippen belanghebbenden en inspraak is ontleend aan
                    artikel 79 van de Waterschapswet.</al><al>In het algemeen deel van de toelichting is het doel en het belang van de
                    inspraak al aan de orde geweest. De verantwoordelijkheid voor de inspraak is
                    gelegd bij het dagelijks bestuur, omdat het hierbij gaat om de uitvoering van
                    een verordening en dat is een taak van het dagelijks bestuur.</al><al>Ingezetenen zijn volgens artikel 11 van de Waterschapswet degenen die hun
                    werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap hebben. Een omschrijving
                    van het begrip “in het gebied van het waterschap belanghebbende natuurlijke
                    personen en rechtspersonen” is nauwelijks te geven. Onder dit begrip vallen in
                    de eerste plaats alle natuurlijke personen en rechtspersonen, voor zover al niet
                    vallende onder het begrip ingezetenen, die in het gebied van het waterschap
                    gebouwde en onroerende zaken in eigendom hebben, pachter zijn of gebruiker van
                    een bedrijfsruimte zijn. Het is duidelijk dat deze personen in het algemeen
                    belanghebbend (kunnen) zijn bij besluiten van het waterschap. Over organisaties,
                    niet behorend tot de hiervoor genoemde categorieën, kan worden opgemerkt dat
                    volgens artikel 1:2, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van
                    rechtspersonen als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve
                    belangen die zij op grond van hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke
                    werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Ook deze organisaties, bijvoorbeeld
                    natuur- en milieuorganisaties, kunnen daarom bij de inspraak betrokken
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 2 Objecten van inspraak</tussenkop><al>Ten aanzien van het onderwerp van de inspraak kan worden opgemerkt, dat uit de
                    formulering van artikel 79 van de Waterschapswet blijkt dat in beginsel alle
                    besluiten van het algemeen bestuur onder de werking van de inspraakverordening
                    vallen. Dit artikel spreekt immers over besluiten van het algemeen bestuur.
                    Bedacht moet echter worden dat inspraak ten aanzien van een voorgenomen besluit
                    van het algemeen bestuur niet altijd zinvol is.</al><al>Daarbij kan aan het volgende worden gedacht. In de eerste plaats zijn er
                    besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit voorschriften van hoger gezag,
                    waarbij er voor het waterschap geen keuzemogelijkheden zijn. Andere
                    uitzonderingen betreffen besluiten die uitsluitend interne werking voor het
                    waterschap hebben (bijvoorbeeld regelingen met betrekking tot de rechtspositie
                    van ambtenaren), besluiten van zeer gering belang (bijvoorbeeld met betrekking
                    tot de uitvoering van waterstaatswerken) en belastingverordeningen. Verder ligt
                    het in de rede, dat inspraakmogelijkheden uitsluitend van belang zijn bij
                    besluiten van algemene strekking voor zover de aard en het belang van deze
                    besluiten dit zich met zich mee brengen. Voor besluiten die één of slechts een
                    beperkte groep belanghebbenden treffen is een algemene inspraakprocedure niet
                    noodzakelijk. Het dagelijks bestuur zal echter moeten kunnen motiveren waarom
                    een bepaald besluit van algemene strekking niet onder de werking van de
                    inspraakverordening valt. Een aanknopingspunt voor deze beoordeling is te vinden
                    in de parlementaire behandeling van artikel 79. Volgens de Memorie van
                    Toerlichting moeten besluiten die bepalend zijn voor de omslag en belangrijke
                    besluiten op het gebied van het operationele waterstaatkundig beheer in ieder
                    geval onder de werking van de inspraakverordening worden gebracht.</al><al>In de Memorie van Antwoord wordt gepreciseerd dat het hier vooral gaat om
                    peilbesluiten, en dat besluiten die een beperkte betekenis hebben voor de
                    bestaande waterstaatkundige situatie en die ook niet of nauwelijks van invloed
                    zijn op de te heffen waterschapsomslag niet onder de werking van de verordening
                    hoeven te worden gebracht. </al><al>Hierna wordt ingegaan op de expliciet in de verordening genoemde besluiten
                    waarop de inspraakprocedure in ieder geval van toepassing is.</al><al>a.Verordeningen met uitzondering van belastingverordeningen.</al><al>In de Memorie van Toelichting bij de Waterschapswet wordt de uitzondering van
                    belastingverordeningen gemotiveerd met het betoog dat belastingverordeningen,
                    voorzover het de omslag- en de heffingsverordening betreft, in hoofdzaak de
                    vaststelling van tarieven betreft. De tariefstelling vloeit voort uit de
                    begroting, de kostentoedelingsverordening en de omslagklassenverordening. Voor
                    de vaststelling van de begroting geldt de procedure genoemd in de artikelen 101
                    en 200 van de Waterschapswet. De kostentoedelings- en de
                    omslagklassenverordening (niet zijnde belastingverordeningen) vallen onder de
                    werking van deze inspraakverordening.</al><al>Maar er zijn meer belastingverordeningen, zoals de legesverordening. Indien
                    gewenst kunnen dergelijke verordeningen op grond van onderdeel f van het eerste
                    lid van dit artikel toch onder de werking van de Inspraakverordening worden
                    gebracht.</al><al>b.De handhaving of aanpassing van de waterstanden.</al><al>Hiermee wordt onder meer gedoeld op peilbesluiten of verandering van
                    waterstanden in gebieden waarvoor het vereiste van een peilbesluit niet is
                    voorgeschreven.</al><al>c.De aanleg of verbetering van waterstaatswerken, tenzij het werken betreft
                    waarvan naar het oordeel van het waterschapsbestuur niet in betekende mate een
                    wijziging van de bestaande waterstaatkundige situatie of van de hoogte van de
                    heffen omslagen of verontreinigingsheffing is te verwachten.</al><al>Over het algemeen zal het gaan om besluiten die op grond van het Reglement voor
                    het waterschap Hunze en Aa’s aan goedkeuring van Gedeputeerde Staten zijn
                    onderworpen.</al><al>d.Besluiten betreffende de legger.</al><al>Dit behoeft geen nadere toelichting.</al><al>e.Besluiten tot het vaststellen van subsidie-/bijdrageregelingen.</al><al> De aard en het belang van dergelijke besluiten brengt met zich mee dat inspraak
                    zinvol is. In aanleg raken dergelijke besluiten een grotere groep van
                    belanghebbenden.</al><al>f.De naar het oordeel van het dagelijks bestuur daarvoor in aanmerking komende
                    besluiten.</al><al>Het dagelijks bestuur kan dus in beginsel indien het dit wenselijk acht, alle
                    voorgenomen besluiten van het algemeen bestuur in de inspraak brengen. </al><al>Het derde lid bepaalt dat het bepaalde onder f van het tweede lid tevens geldt
                    voor voorgenomen besluiten van het dagelijks bestuur.</al><tussenkop>Artikel 3 Wijze van inspraak</tussenkop><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure voor besluiten. Deze procedure is van toepassing indien
                    dit bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.
                    Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het bepaalde in artikel 79 van de
                    Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht wordt er in deze verordening
                    voor gekozen Afdeling 3.4. Algemene wet bestuursrecht van toepassing te
                    verklaren. Deze afdeling regelt de terinzagelegging en de wijze van publicatie.
                    De termijn van terinzagelegging bedraagt zes weken.</al><al>De terinzagelegging wordt gepubliceerd in de daarvoor in aanmerking komende dag-
                    en/of huis-aan-huisbladen. Op deze wijze wordt voldaan aan het criterium, dat
                    belanghebbenden redelijkerwijs kennis moeten hebben kunnen nemen van de
                    terzinzagelegging en de inspraakmogelijkheden. Overigens kan daarbij niet van
                    het waterschap worden gevraagd, dat het expliciet rekening houdt met
                    belanghebbenden die niet in het waterschapsgebied wonen.</al><al>De strekking van het ontwerpbesluit dient in de publicatie te worden vermeld,
                    omdat immers duidelijk moet zijn waarover het waterschap een besluit wil nemen.
                    Belanghebbenden kunnen zo op een eenvoudige wijze te weten komen wat het
                    ontwerpbesluit beoogt te regelen.</al><tussenkop>Artikel 4 Rapportage</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan op welke wijze de rapportage over de gehouden
                    inspraakprocedure is geregeld. De rapportage kan gezien worden als een
                    terugkoppeling van het dagelijks bestuur, dat immers de inspraak uitvoert, naar
                    het algemeen bestuur. Overigens is het goed mogelijk, dat het algemeen bestuur
                    bij zijn besluitvorming inspraakreacties in aanmerking neemt die voor het
                    dagelijks bestuur geen aanleiding zijn geweest om het ontwerpbesluit te
                    wijzigen.</al><tussenkop>Artikel 5 Intrekking en inwerkingtreding</tussenkop><al>Op de bekendmaking en inwerkingtreding zijn de bepalingen van de Waterschapswet
                    van toepassing. De inspraakverordening verbindt niet dan nadat deze bekend is
                    gemaakt. De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                    van de bekendmaking.</al><tussenkop>Artikel 6 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>