<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89550_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 1996</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>1996-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Helders Weekblad, 1996, 14</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2020-01-01">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0006622&amp;artikel=2&amp;g=2020-09-01">artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-03-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16/S&amp;B/BD (1996)</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening regelende het parkeren tegen betaling door middel van parkeerautomaten, vastgesteld op 2 maart 1977 en de verordening regelende het parkeren van motorvoertuigen op meer dan twee wielen bij parkeermeters, vastgesteld op 6 september 1967.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 1996</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1966: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 4
                                    mei 1966, Stb. 181;</al></li><li nr="b."><al>RVV 1990: het reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990 , Stb 459;</al></li><li nr="c."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1966
                                    of in het RVV 1990;</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                    personen dan wel tot het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stb.1935, 554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelmeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                                    overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord 99a uit bijlage II van het RVV
                                            1966, dan wel met bord E9 uit bijlage I van het RVV
                                            1990, of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord 99aa uit
                                            bijlage II van het RVV 1966, dan wel met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                                vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag een
                                vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig wanneer deze</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk in dat gebied een
                                        motorvoertuig (voertuig) te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig (voertuig) die voldoet
                                aan beide in het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat
                                betreft de eerst aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan
                                de onder a genoemde voorwaarde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                                gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van
                                motorvoertuigen (voertuigen) die niet voldoen aan één van de in het
                                tweede lid genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning
                                ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze
                                voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming
                                van het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, met inachtneming
                                    van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, regels
                                    geven voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>het college van burgemeester en wethouders beslist binnen twee
                                    maanden na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al></li><li nr="3."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de in het tweede
                                    lid genoemde termijn met ten hoogste twee maanden verlengen. </al><al>Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager
                                    schriftelijk in kennis gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning intrekken
                            of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="e."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>G</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>H</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen
                            dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de
                            parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden.</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>J</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>K</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college van burgemeester en wethouders
                            aangewezen ambtenaren belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>L</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Parkeerverordening
                            1996"</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>M</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college van
                                    burgemeester en wethouders bij openbaar besluit bekend te maken
                                    datum.</al></li><li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening
                                    regelende het parkeren tegen betaling door middel van
                                    parkeerautomaten, vastgesteld op 2 maart 1977 en de verordening
                                    regelende het parkeren van motorvoertuigen op meer dan twee
                                    wielen bij parkeermeters, vastgesteld op 6 september 1967.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de in het vorige lid
                                    vermelde verordening worden geacht te zijn verleend krachtens
                                    deze verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 6 maart 1996.</ondertekening><ondertekening>W.K. Hoekzema , voorzitter.</ondertekening><ondertekening>J.D. de Bruin, secretaris.</ondertekening><ondertekening>Afgekondigd op 10 april 1996, in werking getreden op 1 mei 1996.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>