<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89305_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften waterschap Hunze en Aa's 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dagblad van het Noorden, 13-11-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften waterschap Hunze en Aa's 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-11-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>418</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaarschriften waterschap Hunze en Aa’s
            2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s;</al><al>Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 21 september 2004; </al><al>Gelet op de bepalingen van de Waterschapswet en de Algemene wet
                        bestuursrecht; </al><al>BESLUIT: </al><al>Vast te stellen de navolgende Verordening behandeling bezwaarschriften
                        waterschap Hunze en Aa’s 2005. </al><al>Aldus besloten in de vergadering van het algemeen bestuur voornoemd van 27
                        oktober 2004, </al><al>Mr. J.L. Gunter, Prof. Mr. A. van Hall, </al><al>Secretaris-directeur.Dijkgraaf.</al><al><vet>Verordening behandeling bezwaarschriften waterschap Hunze en Aa’s
                            2005</vet>.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOODFSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht (van 4 juni 1992 Stb 1992,
                                    315 en zoals sindsdien gewijzigd).</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de
                                    voorzitter of een ander persoon of een ander college met enig
                                    openbaar gezag bekleed, ieder voorzover hun bevoegdheid
                                    betreffende.</al></li><li nr="c."><al>commissie: een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de
                                    wet.</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter zoals bedoeld in artikel 4 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="e."><al>secretaris: de secretaris zoals bedoeld in artikel 6 van deze
                                    verordening.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 BEHANDELING VAN BEZWAREN</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al> 1. Er is een commissie voor de voorbereiding van en de advisering
                                over de beslissing op ingediende bezwaren, als bedoeld in artikel
                                1:5 van de wet. </al><lijst><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van
                                        bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond
                                        van de ‘Verordening verontreinigingsheffing’, de
                                        "Verordening op de heffing en de invordering van leges" en
                                        de "Verordening op de waterschapsomslagen".</al></li><li nr="3."><al>Er zijn twee kamers voor de voorbereiding van en advisering
                                        over de beslissingen op bezwaren als bedoeld in artikel 1:5
                                        van de wet.</al></li><li nr="4."><al>De voorbereiding van en advisering over de beslissingen op
                                        bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet vindt plaats
                                        in de eerste kamer, voor zover het door ambtenaren
                                        ingediende bezwaren met betrekking tot enige van toepassing
                                        zijnde rechtspositieregeling van het waterschap
                                        betreft.</al></li><li nr="5."><al>De voorbereiding van en advisering over de beslissingen op
                                        bezwaren, niet zijnde bezwaren als bedoeld in het vierde
                                        lid, vindt plaats in de tweede kamer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslissing op bezwaren</titel></kop><al> Het bestuursorgaan beslist op de bij hem ingediende bezwaren na
                                advies van de commissie, tenzij wordt ingestemd met het verzoek van
                                een bezwaarde om rechtstreeks beroep op de bestuursrechter toe te
                                staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><al> 1. Het algemeen bestuur benoemt een genoegzaam aantal leden voor de
                                commissie. </al><lijst><li nr="2."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.</al></li><li nr="3."><al>Bij (tijdelijke) afwezigheid van de voorzitter treedt in
                                        zijn plaats het oudste lid in jaren van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><al>1. De zittingsduur is vier jaar, overeenkomend met de
                                zittingsperiode van het algemeen bestuur. </al><al>2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen door dit schriftelijk mee te delen aan het waterschap. </al><al>3.De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie waarnemen tot in de opvolging is voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al> 1. Het secretariaat van de adviescommissie wordt gevoerd door een
                                door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar. </al><al>2.Het dagelijks bestuur wijst tevens een of meer plaatsvervangers
                                van de secretaris aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al> 1. De leden van de commissie ontvangen per uitgebracht advies een
                                vergoeding. </al><al>2.De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het dagelijks
                                bestuur.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><al> 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend. </al><al>2.Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift met de daarbij
                                overgelegde stukken zo spoedig mogelijk in handen van de commissie,
                                tenzij er sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel
                                kennelijk ongegrond bezwaarschrift. In dat geval neemt het
                                bestuursorgaan zonder tussenkomst van de commissie een beslissing op
                                het bezwaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overdracht bevoegdheden</titel></kop><al> De bevoegdheden ingevolge artikel 2:1 tweede lid, 6:6, 6:17, 7:4
                                tweede lid en 7:6 vierde lid van de wet worden voor toepassing van
                                deze verordening uitgeoefend door de voorzitter. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inlichtingen en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan ten behoeve van de voorbereiding van het
                                    advies rechtstreeks alle inlichtingen inwinnen of doen
                                    inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van de
                                    commissie bij deskundigen advies inwinnen en dezen zonodig
                                    uitnodigen ter zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten
                                    zijn verbonden, is vooraf machtiging vereist van het dagelijks
                                    bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Plaats en tijdstip hoorzitting</titel></kop><al>De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de zitting, waarin de
                                belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden
                                gesteld zich door de commissie te doen horen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter deelt de belanghebbenden en het bestuursorgaan
                                    tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk mee dat zij in
                                    de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de
                                    zitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende of het bestuursorgaan wijziging wenst
                                    van het tijdstip van de zitting, dient zulks binnen drie dagen
                                    na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling onder
                                    opgaaf van redenen te worden verzocht aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter, op een verzoek als bedoeld in
                                    het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch tenminste een
                                    week voor de zitting, schriftelijk aan de belanghebbenden en het
                                    bestuursorgaan medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                    wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als bedoeld in
                                    het eerste tot en met het derde lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Horen</titel></kop><al> Der commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter dan wel een
                                lid van de commissie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onpartijdigheid commissieleden</titel></kop><al> De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                voorbereiding van en beraadslaging over het advies inzake de
                                beslissing op het bezwaar, indien bij hun sprake is van
                                vooringenomenheid of persoonlijk belang bij de beslissing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbaarheid van zitting</titel></kop><al> 1. De zitting is openbaar. </al><lijst><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de
                                        aanwezige leden dat nodig oordeelt of indien een
                                        belanghebbende daartoe verzoekt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige
                                        redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de
                                        zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten
                                        deuren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Schriftelijke vastlegging</titel></kop><al> 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de
                                namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun
                                hoedanigheid. </al><lijst><li nr="2."><al>Het verslag houdt een korte vermelding in van al hetgeen
                                        over en weer is gezegd en overigens ter zitting is
                                        voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                        plaatsvond of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                        gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord,
                                        wordt dit in het verslag vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de ter zitting overgelegde
                                        bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                        secretaris.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan de secretaris zo nodig (mondeling)
                                        mandateren het verslag namens hem te ondertekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voor het uitbrengen van het
                                    advies, een nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter uit
                                    eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                    toegezonden aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en
                                    de belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het bestuursorgaan en de
                                    belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in
                                    het tweede lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter een
                                    verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De
                                    voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                    bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                    hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><al> 1. De commissie beraadslaagt en beslist met gesloten deuren over
                                het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. </al><lijst><li nr="2."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                        uit te brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen
                                        staken dan beslist de stem van de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                        gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.</al></li><li nr="4."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het
                                        bestuursorgaan voor de te nemen beslissing op het
                                        bezwaar.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                        secretaris van de commissie.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan de secretaris zo nodig (mondeling)
                                        mandateren het advies namens hem te ondertekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verdaging van de beslissing</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn, zoals bedoeld
                                in het artikel 7:10 eerste lid van de Awb, ontoereikend is voor
                                achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en
                                het nemen van een beslissing door het bestuursorgaan, verzoekt de
                                voorzitter het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel, inwerkingtreding en overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                                    Verordening behandeling bezwaarschriften waterschap Hunze en
                                    Aa’s 2000 ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die
                                    van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    behandeling bezwaren waterschap Hunze en Aa’s 2005".</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Met de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) per 1
                            januari 1994 heeft een wijziging plaatsgevonden in het recht van aanzien
                            van de behandeling van bezwaarschriften. De regelingen die voorheen over
                            een groot aantal administratiefrechtelijke wetten waren verspreid zijn
                            nu vervangen door een uniforme regeling in de Awb. </al></li><li nr="2."><al><vet>Externe adviescommissie</vet></al><al>Een externe adviescommissie weerspiegelt het meest het tweeledig
                            karakter van de bezwaarschriftenprocedure, namelijk enerzijds
                            zelfstandig rechtsmiddel, anderzijds een vorm van verlengde
                            besluitvorming. Door instelling van een externe commissie wordt recht
                            gedaan aan de daarmee samenhangende keuze voor distantie ten opzichte
                            van de oorspronkelijke besluitvorming en aan de rechtszekerheid. Het
                            beginsel van de bezwaarschriftenprocedure dat het orgaan dat het
                            bestreden besluit heeft genomen na heroverweging een nieuw besluit dient
                            te nemen wordt daardoor niet aangetast. Ook blijkt dat door inschakeling
                            van een externe commissie de zeefwerking van de
                            bezwaarschriftenprocedure toeneemt. De belanghebbende voelt zich meer
                            serieus genomen als het bestuursorgaan zich eveneens ten opzichte van de
                            commissie dient te verantwoorden. </al></li></lijst><al>De formeel wettelijke grondslag voor het instellen van een onafhankelijke
                    adviescommissie voor de voorbereiding van de beslissing op bezwaren is vervat in
                    artikel 7:13 Awb. Dit artikel bepaalt dat de commissie dient te bestaan uit een
                    voorzitter en ten minste twee leden; waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt
                    van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De
                    bepalingen over de samenstelling van de commissie kunnen verder worden
                    aangevuld, bijvoorbeeld door te bepalen dat de voorzitter of een aantal leden
                    van de commissie een bepaalde deskundigheid (juridisch, technisch,
                    financieel-economische) of een bepaalde hoedanigheid (lid van een bepaalde
                    organisatie of instantie) moeten bezitten. </al><al>3.<vet>De behandeling van bezwaarschriften</vet></al><al>Om een volledig beeld te kunnen krijgen van de procedure die moet worden gevolgd
                    bij de behandeling van bezwaarschriften is het noodzakelijk om de bepalingen uit
                    de Awb en de verordening naast elkaar te plaatsen. In de artikelsgewijze
                    toelichting wordt dan ook zoveel mogelijk verwezen naar de bepalingen in de Awb
                    die van belang zijn in de behandelingsprocedure. Het maken van bezwaar is het
                    gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid,
                    voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit
                    heeft genomen. </al><al>Bij de behandeling van bezwaarschriften is het bestuursorgaan verplicht
                    belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord (artikel 7:2
                    Awb). Voor een aantal besluiten wordt echter een uitzondering gemaakt op de
                    hoorplicht. De verordening regelt het horen niet uitputtend omdat de Awb zelf
                    reeds een aantal bepalingen voor het horen geeft (zie artikel 7:2, 7:9 en 7:13
                    Awb). Die bepalingen zijn deels dwingend van aard, waarvan niet kan worden
                    afgeweken. Deels ook betreft het bepalingen die als hoofdregel gelden maar
                    waarvan in bijzondere gevallen ook door lagere regelgevers zoals het algemeen
                    bestuur van een waterschap kan worden afgeweken. </al><al>4.<vet>Afronding van de procedure</vet></al><al>De verordening spitst zich toe op de behandeling van bezwaarschriften en eindigt
                    er in feite mee dat door de commissie schriftelijk advies wordt uitgebracht aan
                    het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. Is een
                    bezwaarschrift niet-ontvankelijk dan wordt aan de vraag over de gegrondheid van
                    de bezwaren niet toegekomen. </al><al>In artikel 7:11 van de Awb is bepaald dat indien het bezwaar ontvankelijk is op
                    grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit dient plaats te
                    vinden. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft herroept het
                    bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in plaats
                    daarvan een nieuw besluit. Dit nieuwe besluit treedt daarmee in de plaats van
                    het oorspronkelijke (bestreden) besluit. Wat betreft de heroverweging wordt nog
                    het volgende opgemerkt. In de eerste plaats wordt er op gewezen dat deze ex nunc
                    dient plaats te vinden, dat wil zeggen dat rekening moet worden gehouden met
                    inmiddels gewijzigde feiten en omstandigheden. De feiten en omstandigheden van
                    het moment waarop het nieuwe besluit wordt genomen zijn van belang. In de tweede
                    plaats dient de heroverweging “op grondslag van het bezwaar” te geschieden.
                    Hieruit vloeit voort dat die onderdelen van het besluit die geheel los van de
                    aangevoerde bezwaren staan, in beginsel buiten beschouwing blijven. Het
                    bestuursorgaan zal daarbij de naar voren gebrachte bezwaren voldoende ruim naar
                    hun strekking moeten opvatten. Indien bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting blijkt
                    dat deze bezwaren ondanks een beperkte omschrijving in het bezwaarschrift,
                    ruimer bedoeld zijn, dan zal daarmee rekening moeten worden gehouden. </al><al>Verder is het de bedoeling dat de positie van degene die het bezwaarschrift
                    heeft ingediend tijdens de bezwaarschriftenprocedure niet mag verslechteren
                    (reformatio in peius beginsel). Natuurlijk staat dit er niet aan in de weg dat
                    als een (derde-) belanghebbend bezwaar maakt tegen bijvoorbeeld aan afgegeven
                    vergunning, die bezwaren gehonoreerd kunnen worden. Dit is het wezen van de
                    bezwaarschriftenprocedure en is niet in strijd met genoemd beginsel. </al><al>In artikel 7:12 Awb is voorgeschreven dat de beslissing op het bezwaarschrift
                    dient te berusten op een deugdelijke motivering die bij de bekendmaking wordt
                    vermeld. Daarbij is het van belang dat indien het bestuursorgaan afwijkt van het
                    advies van de commissie in de beslissing de reden van die afwijking wordt
                    vermeld en het advies met de beslissing aan belanghebbende wordt meegezonden.
                    Tenslotte wordt verwezen naar artikel 6:23 Awb waarin wordt voorgeschreven dat
                    indien beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing op het bezwaar, daarvan
                    bij de bekendmaking van de beslissing melding wordt gemaakt. Daarbij moet worden
                    aangegeven door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan beroep kan worden
                    ingesteld. De algemene regeling is dat tegen de beslissing op het bezwaarschrift
                    beroep kan worden ingesteld bij de sector bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht (van 4 juni 1992 Stb 1992, 315 en
                                zoals sindsdien gewijzigd).</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de
                                voorzitter of een ander persoon of een ander college met enig
                                openbaar gezag bekleed, ieder voorzover hun bevoegdheid betreffende.
                            </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>commissie: een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de
                                wet.</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter zoals bedoeld in artikel 4 van deze
                                verordening.</al></li><li nr="e."><al>secretaris: de secretaris zoals bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting: </al><al>De verwijzing naar de Algemene wet bestuursrecht onder a. is zo uitgebreid
                        geformuleerd om een zo eenduidig mogelijk vertrekpunt te hebben, namelijk de
                        tekst zoals deze in het Staatsblad 1992, 315 was opgenomen. In dit verband
                        zij ook verwezen naar aanwijzing 92 van de op 1 januari 1993 in werking
                        getreden aanwijzingen voor de regelgeving waarin wordt bepaald dat “indien
                        een regeling verwijst naar normen die zijn vervat in een andere Nederlandse
                        publiekrechtelijke regeling, die verwijzing mede nadien in werking getreden
                        verwijzingen van die regeling omvat, tenzij uitdrukkelijk anders is
                        vermeld”. De Awb geeft in artikel 1:1 tot en met 1:5 een aantal
                        begripsomschrijvingen die binnen het gehele bestuursrecht van toepassing
                        zijn. De daar omschreven begrippen hoeven in de onderhavige verordening dan
                        ook niet te worden beschreven. Het begrip “bestuursorgaan”, dat in artikel
                        1:1, eerste lid Awb wordt omschreven, wordt in artikel 1, onder b van de
                        verordening nader geconcretiseerd, in die zin dat de bestuursorganen van het
                        waterschap met name worden genoemd. Door op deze manier het begrip
                        bestuursorgaan in te vullen, kan de verordening altijd van toepassing worden
                        geacht wanneer er sprake is van een besluit welke genomen is door een
                        bestuursorgaan van het waterschap in de zin van artikel 1, sub b en tegen
                        welk besluit bezwaar kan worden gemaakt. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Behandeling van bezwaren</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Commissie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie voor de voorbereiding van de beslissing op
                                ingediende bezwaren, als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend tegen besluiten op grond van de Verordening
                                verontreinigingsheffing, de Verordening op de heffing en de
                                invordering van leges en de Verordening op de
                                waterschapsomslagen.</al></li><li nr="3."><al>Er zijn twee kamers voor de voorbereiding van en advisering over de
                                beslissingen op bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.</al></li><li nr="4."><al>De voorbereiding van en advisering over de beslissingen op bezwaren
                                als bedoeld in artikel 1:5 van de wet vindt plaats in de eerste
                                kamer, voor zover het door ambtenaren ingediende bezwaren met
                                betrekking tot enige van toepassing zijnde rechtspositieregeling van
                                het waterschap betreft. </al></li></lijst><al> 5. De voorbereiding van en advisering over de beslissingen op bezwaren,
                        niet zijnde bezwaren als bedoeld in het vierde lid, vindt plaats in de
                        tweede kamer.</al><al/><al>Toelichting: </al><al>In de algemene toelichting is de keuze voor het instellen van een
                        adviescommissie nader ver(ant)woord. De commissie wordt via deze inleidende
                        bepaling als zodanig geïntroduceerd. </al><al>Artikel 1 sub c van deze verordening verwijst naar de commissie zoals de Awb
                        die kent. Het eerste lid verwijst naar artikel 1:5 Awb, waarin is omschreven
                        wat onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan. Het tweede lid
                        bepaalt dat de commissie niet bevoegd is te adviseren ten aanzien van de
                        behandeling van bezwaarschriften tegen belastingbesluiten op grond van
                        belastingverordeningen. Deze belastingverordeningen vloeien voort uit de
                        Waterschapswet (artikel 113). Artikel 115, tweede lid Waterschapswet stelt
                        leges gelijk met waterschapsbelastingen voor de toepassing van de bepalingen
                        inzake de verordening (vaststelling, inhoud en goedkeuring) en voor de
                        toepassing van hoofdstuk XVIII inzake de formele bepalingen betreffende de
                        heffing en de invordering. Hoewel het maken van bezwaar tegen
                        belastingbesluiten mogelijk is, adviseert de commissie niet op dit
                        ingediende bezwaar. Het uitsluiten van de commissie ten aanzien van
                        ingediende bezwaren tegen de hierboven genoemde belastingbesluiten sluit aan
                        bij de huidige praktijk. Hiervoor kunnen verschillende redenen worden
                        aangevoerd. </al><al>Ten eerste heeft een belastingbesluit (bijvoorbeeld een belastingaanslag)
                        vaak een gebonden karakter. Het besluit wordt ambtshalve gegeven op grond
                        van een belastingverordening waarbij weinig ruimte is voor een
                        belangenafweging. Dit heeft ook gevolgen voor de inhoud van het advies die
                        de commissie zou kunnen geven. Advisering door commissie heeft in dit geval
                        geen meerwaarde. </al><al>Ten tweede kent zowel de Invorderingswet als de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen een eigen systematiek ten aanzien van de besluitvorming en
                        de rechtsbescherming. Met name wat betreft de hoorplicht en de beslistermijn
                        op het bezwaarschrift kennen de Invorderingswet en de Algemene wet inzake de
                        rijksbelastingen afwijkende bepalingen ten opzichte van de Awb. </al><al>Ten derde moet worden verwacht dat in verband met de massaliteit van de
                        belastingbesluiten het aantal bezwaarschriften waarover de commissie zou
                        moeten adviseren onevenredig veel werkzaamheden met zich meebrengt. Daar
                        komt nog bij dat specifieke kennis op het gebied van het belastingrecht
                        vereist is die niet bij alle commissieleden aanwezig zal zijn. </al><al>Er is gekozen voor het instellen van een commissie bestaande uit twee
                        kamers. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat voor het adviseren over
                        bezwaarschriften inzake personele aangelegenheden specifieke kennis vereist
                        is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslissing op bezwaren</titel></kop><al>Het bestuursorgaan beslist op de bij hem ingediende bezwaren na advies van
                        de commissie, tenzij wordt ingestemd met het verzoek van een bezwaarde om
                        rechtstreeks beroep op de bestuursrechter toe te staan.</al><al/><al>Toelichting: </al><al>Zie de algemene toelichting op deze verordening. De laatste zinsnede is
                        toegevoegd in verband met de inwerkingtreding van de Wet rechtstreeks beroep
                        in het najaar van 2004. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur benoemt een genoegzaam aantal leden voor de
                                commissie.</al></li><li nr="2."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.</al></li><li nr="3."><al>Bij (tijdelijke) afwezigheid van de voorzitter treedt in zijn plaats
                                het oudste lid in jaren van de commissie.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting: </al><al>Het algemeen bestuur benoemt de commissieleden. Hiertoe is besloten in
                        verband met het feit dat de commissie ook kan adviseren over
                        bezwaarschriften tegen besluiten van het algemeen bestuur. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsduur is vier jaar, overeenkomende met de zittingsperiode
                                van het algemeen bestuur.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen door dit schriftelijk mee te delen aan het
                                waterschap.</al></li><li nr="3."><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie waarnemen tot in de opvolging is voorzien.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting: </al><al>Het bepaalde in het tweede lid van het artikel is van orde. </al></divisie><divisie><kop><label/></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het secretariaat van de adviescommissie wordt gevoerd door een door
                                het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur wijst tevens een of meer plaatsvervangers van
                                de secretaris aan.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>De secretaris is een ambtenaar die per waterschap is aangewezen om de
                        adviescommissie ambtelijk te ondersteunen gedurende de behandeling van het
                        bezwaarschrift. De secretaris is dan ook alleen bevoegd bij het waterschap
                        dat hem heeft aangewezen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de commissie ontvangen per uitgebracht advies een
                                vergoeding.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van deze vergoeding wordt vastgesteld door het dagelijks
                                bestuur.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al> lid 1: Gekozen is voor een vergoeding per uitgebracht advies. Dit betekent
                        dat aan de leden van de commissie ook een vergoeding wordt toegekend indien
                        door de commissie zou worden afgezien van het horen van belanghebbenden,
                        bijvoorbeeld omdat het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is of
                        belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht
                        te worden gehoord. Het waterschap waaraan het advies wordt uitgebracht
                        draagt zorg voor de verstrekking van de vergoeding.</al><al> lid 2: De vergoedingen komen ten laste van de waterschapsbegroting. Normaal
                        gesproken is in de begroting een post opgenomen die de vergoeding van
                        onkosten regelt die verbonden zijn aan de werkzaamheden van een
                        bezwarencommissie. Aangezien het dagelijks bestuur is belast met de
                        uitvoering van de begroting kan het zelf de hoogte van de vergoedingen
                        vaststellen. </al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift met de daarbij
                                overgelegde stukken zo spoedig mogelijk in handen van de
                                commissie.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting: </al><al>lid 1: Artikel 6:14 Awb eist dat de ontvangst van een bezwaarschrift wordt
                        bevestigd (per post of door overhandiging van een ontvangstbevestiging). Het
                        is verstandig om in de ontvangstbevestiging te vermelden dat de indiener in
                        de gelegenheid zal worden gesteld te worden gehoord. Op grond van artikel
                        7:13, tweede lid Awb dient tevens in de ontvangstbevestiging te worden
                        vermeld dat de commissie over het bezwaar zal adviseren. De indiener wordt
                        op deze wijze in een vroeg stadium op de hoogte gebracht van de te volgen
                        procedure. </al><al>lid 2: Op het moment dat het bezwaarschrift in handen is gesteld van de
                        commissie kan met de behandeling worden begonnen. In verband met de
                        beslistermijnen die de Awb stelt verdient het de voorkeur om ook
                        daadwerkelijk uitvoering te geven aan het gestelde in het tweede lid (“zo
                        spoedig mogelijk”). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overdracht bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge artikel 2:1 tweede lid, 6:6, 6:17, 7:4 tweede lid
                        en 7:6, vierde lid van de Awb worden voor toepassing van deze verordening
                        uitgeoefend door de voorzitter.</al><al/><al>Toelichting:</al><al>Ingevolgde artikel 7:13 beslist de commissie over de toepassing van artikel
                        7:4, zesde lid, artikel 7:5 tweede lid en voor zover bij wettelijk
                        voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 7:3 Awb. Gezien het
                        imperatieve karakter van deze bepaling is het niet mogelijk om deze
                        bevoegdheden aan de voorzitter of een ander lid van de commissie op te
                        dragen. Dit geldt echter niet voor de overdracht van de onderhavige
                        bevoegdheden, deze kunnen wel bij verordening aan de voorzitter worden
                        overgedragen. Aangezien bevoegdheden worden toegekend aan de commissie dan
                        wel aan de voorzitter (als lid van de commissie) ligt het niet in de rede om
                        deze bevoegdheden toe te kennen aan de secretaris van de commissie.</al><al>In de persoon van de voorzitter ligt een zekere waarborg, namelijk het
                        vereiste van artikel 7:13 Awb dat de voorzitter geen deel uitmaakt van en
                        niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al><al>De secretaris is juist wel werkzaam onder verantwoordelijkheid van het
                        bestuursorgaan. Artikel 9 van de verordening regelt de overdracht van de
                        volgende bevoegdheden:</al><lijst><li nr="-"><al>2:1, tweede lid Awb: De voorzitter kan een machtiging verlangen van
                                een gemachtigde. Tevens kan de voorzitter een schriftelijke
                                machtiging verlangen van degene die het bestuursorgaan
                                vertegenwoordigt.</al></li><li nr="-"><al>6:6 Awb: De voorzitter kan een termijn stellen waarbinnen het
                                verzuim, in de zin van het niet voldoen aan de vereisten voor de
                                indiening van het bezwaarschrift (artikel 6:5 Awb), kan worden
                                hersteld. Dit dient een redelijke termijn te zijn. In de meeste
                                gevallen zal een termijn van twee weken na het einde van de
                                bezwarentermijn voldoende zijn.</al></li><li nr="-"><al>6:17 Awb: Het verdient aanbeveling de op de zaak betrekking hebbende
                                stukken niet alleen aan de gemachtigde maar ook aan de indiener van
                                het bezwaar toe te zenden. -7:4 tweede lid Awb: De terinzagelegging
                                van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken
                                kan geschieden ten kantore van het waterschapshuis.</al></li><li nr="-"><al>7:6 vierde lid Awb: Het is aan de voorzitter om af te wegen of er
                                inderdaad sprake is van gewichtige redenen die rechtvaardigen dat
                                belanghebbenden, wanneer zij afzonderlijk zijn gehoord, niet op de
                                hoogte worden gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten
                                hun aanwezigheid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inlichtingen en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter kan ten behoeve van de voorbereiding van het advies
                                rechtstreeks alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van de commissie
                                bij deskundigen advies inwinnen en dezen zonodig uitnodigen ter
                                zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is
                                vooraf machtiging vereist van het dagelijks bestuur.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>lid 1: De voorzitter draagt zorg voor een voldoende voorbereiding van de
                        advisering over de beslissing op het bezwaar. Hij krijgt de bevoegdheid om
                        alle gewenste inlichtingen zowel in- als extern in te winnen, die nodig zijn
                        voor de beoordeling van het bezwaar. </al><al>lid 2: Indien advies wordt ingewonnen bij externe deskundigen kan dit kosten
                        met zich mee brengen. Normaal gesproken is in de begroting een post
                        opgenomen die de vergoeding van onkosten regelt die verbonden zijn aan de
                        werkzaamheden van een bezwarencommissie. Het bepaalde in het tweede lid ziet
                        op bijzondere kosten waarvoor vaak geen voorziening is getroffen. Aangezien
                        het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de begroting ligt het
                        voor de hand dat deze kosten niet worden gemaakt dan nadat het dagelijks
                        bestuur in de gelegenheid is gesteld te beoordelen of deze uitgaven passen
                        binnen een begrotingspost. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Plaats en tijdstip hoorzitting</titel></kop><al>Toelichting: </al><al>Zie de toelichting op artikel 12 van deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter deelt de belanghebbenden en het bestuursorgaan ten
                                minste twee weken voor de zitting schriftelijk mee dat zij in de
                                gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de
                                zitting.</al></li><li nr="2."><al>Indien een belanghebbende of het bestuursorgaan wijziging wenst van
                                het tijdstip van de zitting, dient zulks binnen drie dagen na
                                ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling onder opgaaf
                                van redenen te worden verzocht aan de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter, op een verzoek als bedoeld in het
                                tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch tenminste een week voor
                                de zitting, schriftelijk aan de belanghebbenden en het
                                bestuursorgaan medegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen als bedoeld in het eerste
                                tot en met het derde lid van dit artikel.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>lid 1: Voor het geval belanghebbende zich laat vertegenwoordigen bepaalt
                        artikel 6:17 Awb dat het bestuursorgaan de uitnodiging voor de hoorzitting
                        ook aan de gemachtigde zendt. Het is van belang, mede in verband met een
                        zorgvuldige afweging van de bij het besluit betrokken belangen, dat ook het
                        bestuursorgaan ter zitting is vertegenwoordigd. De termijn van twee weken
                        die ligt tussen de oproeping en de zitting zelf is zodanig dat
                        belanghebbenden en het bestuursorgaan zich behoorlijk op de zitting kunnen
                        voorbereiden. </al><al>lid 2: In deze bepaling is voorzien in de mogelijkheid om uitstel van de
                        zitting te verzoeken. Een zodanig verzoek behoeft niet altijd te worden
                        gehonoreerd. In verband met de beslistermijnen verdient het aanbeveling om
                        zodanig verzoek slechts eenmaal en voor een beperkte tijd in te willigen. </al><al>lid 3: Op grond van deze bepaling worden betrokkenen tijdig op de hoogte
                        gesteld van de beslissing op het verzoek om uitstel. </al><al>lid 4: Er kunnen zich omstandigheden voordoen die tot gevolg hebben dat de
                        termijnen als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel
                        niet gehandhaafd kunnen worden. Het bepaalde in dit lid betreft een
                        zogenaamde hardheidsclausule zodat overschrijding van deze termijnen niet
                        fataal hoeft te zijn en belanghebbenden niet in hun belangen worden
                        geschaad.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het horen</titel></kop><al>De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter dan wel een lid van de
                        commissie.</al><al/><al>Toelichting:</al><al>Hoewel het horen aan een persoon kan worden opgedragen verdient het
                        aanbeveling toch een quorum te hanteren. De aanwezigheid van een meerderheid
                        van het aantal leden van de commissie zal naar de burger vertrouwen wekken
                        in tegenstelling tot het gehoord worden door één persoon. Bij de
                        ontvangstbevestiging dient immers te worden vermeld dat op grond van artikel
                        7:13, tweede lid Awb een adviescommissie over het bezwaar zal adviseren. De
                        advisering dient dan ook plaats te vinden door de voltallige commissie.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Onpartijdigheid commissieleden</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        voorbereiding van en beraadslaging over het advies inzake de beslissing op
                        het bezwaar, indien bij hun sprake is van vooringenomenheid of persoonlijk
                        belang bij de beslissing.</al><al/><al>Toelichting:</al><al>Een dergelijke bepaling is ook neergelegd voor het bestuursorgaan en de
                        daarvoor werkzame personen in artikel 2:4 Awb. In dit artikel van de
                        verordening wordt echter de onpartijdigheid van de leden van de
                        adviescommissie voorgeschreven. Het is aan de leden van de adviescommissie
                        zelf om dit te beoordelen per concreet bestreden besluit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Openbaarheid van zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de
                                aanwezige leden dat nodig oordeelt of indien een belanghebbende
                                daartoe verzoekt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn die zich tegen de openbaarheid van de zitting
                                verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Ingevolgde artikel 7:5 tweede lid Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover
                        niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het
                        openbaar plaatsvindt. De Awb schrijft niet voor dat de hoorzitting bij een
                        bezwaarschriftenprocedure openbaar moet zijn. In artikel 7:13 vierde lid Awb
                        wordt de bevoegdheid om te beslissen over het wel of niet horen in het
                        openbaar aan de adviescommissie toegekend. In de onderhavige
                        verordeningsbepaling is vastgelegd dat de zitting, het horen, in principe in
                        het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk
                        bijvoorbeeld in het geval dat bijzonder persoonlijke zaken van familiaire,
                        medische of financiële aard danwel andere zaken met een vertrouwelijk
                        karakter aan de orde komen. Belanghebbenden of vertegenwoordigers van het
                        bestuursorgaan kunnen een verzoek indienen de zitting met gesloten deuren
                        voort te zetten. Aan dit verzoek wordt eerst gevolg gegeven nadat met
                        gesloten deuren is beslist of aan het verzoek kan worden voldaan. De zitting
                        dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie, die
                        ingevolge artikel 18 van de verordening met gesloten deuren plaats heeft.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Schriftelijke vastlegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen
                                van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun
                                hoedanigheid.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag houdt een korte vermelding in van al hetgeen over en
                                weer is gezegd en overigens ter zitting voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                plaatsvond of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, wordt
                                dit in het verslag vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de ter zitting overgelegde bescheiden, die
                                aan het verslag worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de commissie.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan de secretaris zo nodig (mondeling) mandateren het
                                verslag namens hem te ondertekenen.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Artikel 7:7 Awb eist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                        gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijke vereisten aan het verslag worden
                        niet door de Awb geregeld. Het bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver
                        te strekken dat van al het aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt
                        opgenomen. Wel zal uit het verslag duidelijk moeten blijken wie namens welke
                        partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting maar voor het uitbrengen van het
                                advies, een nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter uit
                                eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek
                                houden.</al></li><li nr="2."><al>De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                toegezonden aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en de
                                belanghebbenden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden
                                kunnen binnen een week na verzending van de in het tweede lid
                                bedoelde nadere informatie aan de voorzitter een verzoek richten tot
                                het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist
                                omtrent een dergelijk verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die
                        op het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn
                        om belanghebbenden en het bestuursorgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                        bepaling voorziet in de mogelijkheid dat belanghebbenden, bestuursorgaan of
                        de andere commissieleden de voorzitter kunnen verzoeken daartoe een nieuwe
                        zitting te houden. Vervolgens is het aan de voorzitter van de commissie om
                        dit verzoek in te willigen. Artikel 7:9 Awb bepaalt dat indien het feiten of
                        omstandigheden betreft die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van
                        aanmerkelijk belang kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en
                        zij opnieuw in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist met gesloten deuren over het
                                door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen staken dan
                                beslist de stem van de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt,
                                indien die minderheid dat verlangt.</al></li><li nr="4."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het
                                bestuursorgaan voor de te nemen beslissing op het bezwaar.</al></li><li nr="5."><al>Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van
                                de commissie.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter kan de secretaris zo nodig (mondeling) mandateren het
                                advies namens hem te ondertekenen.</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>In tegenstelling tot de hoorzitting, die in beginsel openbaar is, vindt de
                        hier bedoelde beraadslaging altijd plaats met gesloten deuren. In het tweede
                        lid is bepaald dat de stem van de voorzitter beslissend is bij het staken
                        van de stemmen. Dit kan zich namelijk voordoen voor die gevallen waarin het
                        vergaderquorum wel aanwezig is (de voorzitter en een lid) en de stemmen
                        staken. Ook is het mogelijk dat bij een voltallige commissie een van de
                        leden zich van stemming onthoudt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verdaging van de beslissing</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn, zoals bedoeld in het
                        artikel 7:10 eerste lid van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens
                        het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een
                        beslissing door het bestuursorgaan verzoekt de voorzitter het bestuursorgaan
                        tijdig de beslissing te verdagen.</al><al/><al>Toelichting:</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge het artikel 7:10 Awb tien weken
                        behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de
                        mogelijkheid van verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de
                        voorzitter van de commissie dat, ingeval hij voorziet dat de termijn als
                        hiervoor bedoeld niet wordt gehaald, hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt
                        de beslissing op het bezwaar te verdagen. Artikel 7:10 lid 3 Awb bepaalt dat
                        deze beslissing schriftelijk wordt meegedeeld. Aangenomen mag worden dat de
                        belanghebbende en gemachtigden hiervan op de hoogte worden gebracht en
                        eventuele derden. Het besluit tot verdaging is een beschikking. Ingevolge
                        artikel 7:14 Awb zijn de artikelen 3:41 tot en met 3:45 Awb, regelende de
                        wijze van bekendmaking en mededeling van besluiten, in casu niet van
                        toepassing. Artikel 3:40 Awb is wel van toepassing. Dit artikel bepaalt dat
                        een besluit niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt. Het ligt
                        voor de hand in verband hiermee naast belanghebbenden ook de commissieleden
                        een afschrift van het verdagingsbesluit toe te zenden. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op dezelfde dag van inwerkingtreding van deze verordening wordt de
                                Verordening behandeling bezwaarschriften waterschap Hunze en Aa’s
                                2000 ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van
                                de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening behandeling
                                bezwaren waterschap Hunze en Aa’s 2005".</al><al/></li></lijst><al>Toelichting:</al><al>In de artikelen 73 tot en met 76 Waterschapswet is de bekendmaking en
                        inwerkingtreding geregeld van besluiten die algemeen verbindende
                        voorschriften inhouden. De bepalingen over bekendmaking en mededeling van
                        besluiten zoals opgenomen in afdeling 3:6 Awb zijn op algemeen verbindende
                        voorschriften niet van toepassing (zie artikel 3:1 Awb dat aangeeft dat op
                        besluiten, inhoudende algemeen verbindende voorschriften, slechts de
                        afdelingen 2 tot en met 5 van dat hoofdstuk van toepassing zijn, en wel voor
                        zover de aard van de besluiten zich daartegen niet verzet). Ingevolge
                        artikel 74 Waterschapswet treden bekendgemaakte besluiten in werking met
                        ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij in deze
                        besluiten daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. In het tweede lid van
                        het onderhavige artikel wordt een ander tijdstip van inwerkingtreding
                        gebruikt. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>