<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89232_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerhugowaards Nieuwsblad d.d. 1 februari 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 12, eerste lid, onderdeel a van de Wet investeren in jongeren</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-02-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2011017</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordening werkleeraanbod wet investeren in jongeren</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.RB2011017</al><al/><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 december
                        2010</al><al/><al>artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 12, eerste lid,
                        onderdeel a van de Wet investeren in jongeren </al><al/><al>b e s l u i t</al><al/><al>vast te stellen de hierna volgende verordening</al><al/><al><vet>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="b."><al>Algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid
                                    in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
                                    maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare
                                    orde of goede zeden;</al></li><li nr="c."><al>Startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
                                    artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
                                    educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
                                    voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
                                    als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>Jongeren; (niet) uitkeringsgerechtigde personen in de
                                    leeftijdscategorie van 16 tot 27 jaar </al></li><li nr="e."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Heerhugowaard</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>BELEID EN FINANCIËN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod,
                                algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie
                                van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan
                                uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf,
                                als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre
                                de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod
                                kunnen worden betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking
                                voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op de naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die
                                gesteld zijn in deze </al><al> verordening en het beleidskader genoemd in artikel 4 van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kadernota</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                                iedere drie jaar een beleidskader vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit beleidskader omvat in elk geval</al><lijst><li nr="a."><al>een omschrijving van het beleid ten aanzien van de
                                        arbeidsinschakeling van jongeren en de wijze waarop aandacht
                                        wordt besteed aan verschillende doelgroepen:</al></li><li nr="b."><al>een omschrijving van de beschikbare voorzieningen; </al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van de beschikbare instrumenten ter
                                        ondersteuning van de arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop de voorzieningen worden ingezet voor de
                                        verschillende doelgroepen;</al></li><li nr="e."><al>een omschrijving van de maatregelen die worden genomen om
                                        het niet-gebruik van voorzieningen tegen te gaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verantwoordt via de jaarrekening aan de gemeenteraad
                                over de rechtmatigheid, doeltreffendheid en de effecten van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het beleidskader als bedoeld in het eerste lid, alsmede het verslag
                                als bedoeld in het derde lid bevatten het advies van de
                                cliëntenraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4 kan het college één of meer van de voorzieningen,
                            bedoeld in de paragrafen 3 en 4 van de re-integratieverordening WWB
                            aanbieden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen van de jongeren</titel></kop><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening </al><al>heeft verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekking werkleeraanbod</titel></kop><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien
                            wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de
                            jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem
                            rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit
                            te verwijten valt. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SUBSIDIE EN VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Subsidies</titel></kop><al>De artikelen 10 en 12 van de re-integratieverordening WWB zijn van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van
                            een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die
                            kosten verstrekken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jongeren
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening werkleeraanbod
                            WIJ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2010 in
                            werking, per welke datum de verordening tijdelijke regels Wet investeren
                            in jongeren van rechtswege is vervallen.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Heerhugowaard op 25 januari 2011.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING BEHORENDE BIJ DE VERORDENING WERKLEERAANBOD </tussenkop><al/><tussenkop>De Wet investeren in jongeren en het werkleeraanbod </tussenkop><al>Op 1 oktober 2009 treedt de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een
                    zogenaamd werkleeraanbod vastgelegd. Het werkleerrecht berust op het
                    uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                    kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor
                    zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. </al><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle
                    jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe moeten
                    gemeenten jongeren in beginsel een werkleeraanbod doen. Afgeleide van het
                    werkleeraanbod is een inkomensvoorziening voor jongeren vanaf 18 jaar als de
                    jongere onvoldoende inkomsten heeft. Deze inkomensvoorziening is alleen
                    beschikbaar als het werkleeraanbod wegens in de persoon van de jongere gelegen
                    of niet verwijtbare omstandigheden zijnerzijds geen optie is, dit aanbod
                    onvoldoende inkomsten genereert of er nog geen werkleeraanbod kan worden gedaan.
                    De samenhang tussen het werkleeraanbod enerzijds en de inkomensvoorziening
                    anderzijds is een bepalend element in de WIJ. </al><al/><al>De relatie tussen werken/leren en een uitkering is fundamenteel anders dan de
                    WWB, waarbij het recht op bijstand vooropstaat met als afgeleide de plicht tot
                    arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een ander kader beoogd: is het
                    uitgangspunt in de WWB ‘een uitkering, mits’ in de WIJ is dit omgedraaid en
                    geldt als uitgangpunt ‘geen uitkering, tenzij’. Evenals in de WWB geldt binnen
                    de WIJ een stelsel van rechten en plichten. De gemeente is onder bepaalde
                    voorwaarden verplicht een werkleeraanbod en eventueel een inkomensvoorziening
                    aan te bieden. De jongere is verplicht zich te houden aan diverse
                    verplichtingen. Worden deze verplichtingen geschonden, dan kan het
                    werkleeraanbod worden ingetrokken en dient de inkomensvoorziening verlaagd te
                    worden (artikel 41, eerste lid WIJ). Die verlaging geschiedt conform de regels
                    die in een gemeentelijke verordening moeten zijn vastgelegd (artikel 12, eerste
                    lid onderdeel b WIJ). Dat is de Afstemmingsverordening WIJ. </al><al/><tussenkop>Maatwerk </tussenkop><al>Uitgangspunt is dat maatwerk wordt geleverd: dat het werkleeraanbod wordt
                    afgestemd op de omstandigheden, krachten en capaciteiten van de jongere (artikel
                    18, eerste lid WIJ). De wensen van jongeren worden betrokken bij het vormgeven
                    van het werkleeraanbod (artikel 14, eerste lid WIJ). Het college is verplicht
                    die wensen vast te leggen in de rapportage die ten grondslag ligt aan het
                    werkleeraanbod en dient daarbij tevens aan te geven op welke wijze die wensen
                    bij het werkleeraanbod betrokken zijn. </al><al/><tussenkop>Alleenstaande ouders </tussenkop><al>Bij de vormgeving van het werkleeraanbod in de WIJ is speciale aandacht besteed
                    aan alleenstaande ouders, vanwege hun zorgtaken en mogelijke medische en/of
                    fysieke beperkingen. Daarom geldt voor alleenstaande ouders met een ten laste
                    komend kind jonger dan vijf jaar, dat het werkleeraanbod desgevraagd wordt
                    ingevuld door middel van scholing of opleiding die de toegang tot de
                    arbeidsmarkt bevordert, tenzij een dergelijke scholing de krachten of
                    bekwaamheden van de jongere te boven gaat (artikel 17, vierde lid, WIJ). Daarmee
                    loopt deze regeling parallel met de WWB (artikel 9a WWB). Anders dan in de WWB
                    echter is uit oogpunt van deregulering afgezien van een maximale termijn van zes
                    jaar. Dit omdat gezien de maximale duur van het werkleerrecht (van 18 tot 27
                    jaar) deze maximale termijn in de meeste gevallen reeds in de werkleerperiode
                    zal zijn geïncorporeerd. </al><al/><tussenkop>Zelfstandigen </tussenkop><al>Besloten is om zelfstandigen uit te zonderen van het recht op een werkleeraanbod
                    en van het recht op inkomensvoorziening (artikel 23, eerste lid, onderdeel e jo.
                    artikel 42, eerste lid, onderdeel m, WIJ). </al><al>Zij kunnen een beroep doen op algemene bijstand of bijstand ter voorziening in
                    de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van artikel 78f van de WWB, zodat de
                    (jongere) zelfstandige zich geheel kan richten op zijn bestaan als zelfstandige.
                    In het zesde lid van artikel 17 WIJ wordt evenwel bepaald dat het college de
                    mogelijkheid (niet de verplichting) heeft om aan de jongere die als zelfstandige
                    wil beginnen een werkleeraanbod te doen dat bestaat uit een
                    voorbereidingsperiode op het bestaan als zelfstandige. Dit werkleeraanbod duurt
                    maximaal twaalf maanden en wordt aangeboden op verzoek van de jongere. </al><al/><tussenkop>Gehandicapten </tussenkop><al>De jongeren die op de WSW wachtlijst staan in afwachting van een WSW
                    -arbeidsplaats komen in aanmerking voor een werkleeraanbod dat hen voorbereidt
                    op de WSW - arbeidsplaats. Ook voor deze doelgroep geldt dat recht op
                    inkomensvoorziening bestaat als dat werkleeraanbod onvoldoende inkomsten
                    genereert, dan wel als van de jongere om redenen van lichamelijke, geestelijke
                    of sociale aard niet kan worden gevergd dat deze uitvoering geeft aan een
                    werkleeraanbod. </al><al/><tussenkop>Relatie met re-integratieverordening WWB </tussenkop><al>Het instrumentarium dat reeds beschikbaar is voor de re-integratie in het kader
                    van de WWB kan, voor het grootste deel worden ingezet voor de vormgeving van het
                    werkleeraanbod. Om die reden is in deze verordening in enkele artikelen verwezen
                    naar de re-integratieverordening WWB. </al><al/><tussenkop>Relatie met Maatregelverordening </tussenkop><al>De verordening werkleeraanbod en de Maatregelverordening vormen twee kanten van
                    dezelfde medaille. Immers, de WIJ legt het college de plicht op om jongeren een
                    werkleeraanbod te doen. Het werkleeraanbod wordt door deze verordening
                    gefaciliteerd. Anderzijds staat daar wel wat tegenover. De jongere is verplicht
                    het aanbod te aanvaarden en verplichtingen die aan het werkleeraanbod zijn
                    gekoppeld na te leven. Komt de jongere die verplichtingen niet na, dan vormt dat
                    een grond voor verlaging van de inkomensvoorziening. Beide verordeningen sluiten
                    dus op elkaar aan. In verband daarmee is in de verordening werkleeraanbod
                    herhaald dat onder de voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ, het werkleeraanbod
                    ingetrokken kan worden. </al><al/><al>Omdat met deze intrekking tevens het recht op inkomensvoorziening vervalt, is
                    het van belang dat wordt afgebakend wanneer de inkomensvoorziening verlaagd en
                    wanneer deze ingetrokken wordt. Uitgangspunt van de wetgever is daarbij geweest
                    dat bij schending van verplichtingen primair een maatregel aangewezen is en pas
                    in tweede instantie intrekking van het werkleeraanbod en daarmee tevens van de
                    inkomensvoorziening aan de orde komt. Het opleggen van een maatregel is derhalve
                    regel, het intrekken van het werkleeraanbod uitzondering. </al><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen </tussenkop><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals ‘werkleeraanbod’,
                    ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’, niet opnieuw gedefinieerd. Wel gedefinieerd
                    zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat
                    deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. </al><al/><tussenkop>Artikel 2. Opdracht college </tussenkop><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals deze
                    voortvloeit uit de artikelen 11, eerste lid en 13, eerste lid, WIJ. Hoewel deze
                    opdracht ook uit het samenstel van deze bepalingen en artikel 5, eerste lid, WIJ
                    kan worden afgeleid, is er uit een oogpunt van duidelijkheid voor gekozen de
                    opdracht aan het college nader te omschrijven. </al><al>In het tweede lid is tevens verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook
                    samengesteld kan zijn uit een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid,
                    ondersteuning bij arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder
                    voorziening wordt verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere
                    dichterbij de arbeidsmarkt te brengen. Dit kan, zoals gezegd, allerlei vormen
                    hebben, variërend van schuldhulpverlening tot training van
                    werknemersvaardigheden. </al><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan uit
                    ondersteuning bij een traject gericht op werk in zelfstandig beroep of bedrijf.
                    Dit volgt reeds uit artikel 17, zesde lid, WIJ. Uit een oogpunt van
                    herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang dat gehecht wordt
                    aan het begeleiden van jongeren naar zelfstandig werk, is deze bepaling
                    opgenomen. Aangetekend moet daarbij worden dat het een zogenaamde.
                    ‘kan’-bepaling is: het college bepaalt of het zinvol is de jongere een aanbod te
                    doen gericht op ondersteuning richting zelfstandig bedrijf of beroep. Ter zake
                    kan beleid worden geformuleerd. </al><al>Het vierde lid vormt een herhaling van artikel 17, eerste lid, WIJ. Wederom uit
                    een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang van
                    maatwerk bij het vaststellen van het werkleeraanbod, is dit artikel opgenomen.
                    Toegevoegd is de gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de wensen van de
                    jongere bij de invulling te betrekken. Met het oog op motivering en
                    kansbenutting zal het college daarmee rekening dienen te houden. Daarmee is niet
                    gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde specifieke voorziening en deze
                    kan opeisen. De uiteindelijke invulling van de aard en de samenstelling van het
                    aanbod is voorbehouden aan het college. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Aanspraak op ondersteuning </tussenkop><al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals verwoord in artikel 2,
                    eerste lid, komen jongeren, die recht hebben op een werkleeraanbod, in
                    aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voorzieningen. Dit
                    vloeit reeds voort uit artikel 13, eerste lid, WIJ maar is omwille van de
                    herkenbaarheid en eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm van de
                    ondersteuning is, bepaalt het college zelf. </al><al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet gaan die
                    recht op een werkleeraanbod hebben. Dat is niet iedere ‘jongere’ in de zin van
                    de WIJ (zie artikel 2, eerste lid, WIJ), want daaronder wordt verstaan de
                    jongere in de leeftijd van 16 tot 27 jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de
                    doelgroep af. </al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van
                    een werkleeraanbod. Daarbij wordt verwezen naar de verordening en het
                    beleidskader waarin die criteria zijn uitgewerkt. </al><al/><tussenkop>Artikel 4. Kadernota </tussenkop><al>De WIJ vraagt aan de gemeenteraad om het beleid over het werkleeraanbod in een
                    verordening vast te leggen. Het college heeft gekozen voor de systematiek om
                    niet alles in de verordening te regelen, maar ook gebruik te maken van de
                    bestaande kadernota re-integratie WWB. Dit biedt de mogelijkheid flexibeler in
                    te spelen op ontwikkelingen en bijv. aanpassingen op basis van evaluaties
                    sneller door te voeren. Het beleidskader wordt vastgesteld door de gemeenteraad
                    en daarmee wordt de kenbaarheid en rechtszekerheid van jongeren gewaarborgd. Het
                    bevat in ieder geval welke voorzieningen beschikbaar zijn voor jongeren en hoe
                    het college het werkleeraanbod invulling geeft. Het college is niet verplicht
                    een bepaalde voorziening aan te bieden. De aanspraak van de jongere kan niet
                    gericht zijn op een specifieke voorziening. Het staat het college in beginsel
                    vrij om zelf invulling aan het werkleeraanbod te geven. </al><al>De in het bestaande beleidskader re-integratie opgenomen voorzieningen volstaan
                    vooralsnog om een sluitende aanpak in het werkleeraanbod voor de doelgroep
                    jongeren te kunnen garanderen. </al><al>Het derde lid maakt het beleidskader tot onderwerp van advisering door de
                    cliëntenraad. In artikel 12, eerste lid, onderdeel d WIJ is vastgelegd dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over de wijze waarop jongeren,
                    of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van de wet. In
                    Heerhugowaard is dit georganiseerd middels de cliënten adviesraad.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. De voorzieningen </tussenkop><al>Het instrumentarium dat gemeenten bij het uitvoeren van de re-integratietaak in
                    het kader van de WWB ter beschikking staat, kan in beginsel ook ingezet worden
                    voor de uitvoering van de WIJ. Daarom wordt verwezen naar de betreffende
                    instrumenten uit de re-integratieverordening, uitgewerkt in de kadernota
                    re-integratie WWB.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Verplichtingen van de jongere </tussenkop><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het recht op een
                    werkleeraanbod (zie de artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan is toegevoegd dat de
                    jongere de verplichtingen dient na te komen die voortvloeien uit de verordening
                    of die in concreto aan een voorziening zijn verbonden. Dit kunnen verplichtingen
                    van uiteenlopende aard zijn, die een concretisering vormen van de in de WIJ
                    opgenomen verplichtingen. Zo kan bepaald worden dat een jongere gedurende het
                    traject op gezette tijden met de consulent de voortgang bespreekt. </al><al/><tussenkop>Artikel 7. Intrekking werkleeraanbod </tussenkop><al>Dit artikel vormt een herhaling van artikel 21 WIJ. De meerwaarde van opname van
                    deze bepaling in de verordening werkleeraanbod is gelegen in de overweging dat
                    intrekking van het werkleeraanbod complementair is aan het voeren van beleid
                    m.b.t. de invulling het werkleeraanbod. </al><al>Daar waar het recht op werkleeraanbod wordt toegekend en ingevuld, kan dit ook
                    worden ingetrokken, onder de voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ. Met
                    betrekking tot intrekking van het werkleeraanbod in verband met schending van de
                    verplichtingen verbonden aan het werkleeraanbod, wordt het aan het college
                    overgelaten om te bepalen onder welke voorwaarden daartoe kan worden besloten.
                    Het intrekken van het werkleeraanbod dient met terughoudendheid plaats te
                    vinden, zoals reeds in de algemene toelichting is opgemerkt. Intrekking is in
                    wezen slechts aan de orde als er een situatie is ontstaan dat niet langer kan
                    worden gevergd dat het werkleeraanbod wordt voortgezet en een andere invulling
                    (via gedeeltelijke herziening) evenmin soelaas biedt. Gedacht kan worden aan
                    herhaalde misdragingen jegens andere jongeren of begeleiders op de werk/leerplek
                    of veelvuldig verzuim. Daarbij kunnen bijv. ook een rol spelen de positie van
                    gemotiveerde jongeren die wachten op een werk/leerplek, de staat van de
                    arbeidsmarkt en de kosten van de voorziening. Het verdient aanbeveling als het
                    college bij de invulling van het gemeentelijk beleid met deze kaders rekening
                    houdt en slechts tot intrekking besluit nadat de individuele situatie zorgvuldig
                    afgewogen is. </al><al/><tussenkop>Artikel 8. Subsidies </tussenkop><al>Het werkleeraanbod kan worden ingevuld met gesubsidieerde arbeid. Dit wordt ook
                    als voorziening aangemerkt. De hoogte van de subsidies en de voorwaarden
                    waaronder subsidie wordt verleend, dienen afzonderlijk te worden geregeld. Dit
                    artikel sluit aan op het overeenkomstige artikel uit de re-integratieverordening
                    WWB. </al><al/><tussenkop>Artikel 9. Vergoedingen </tussenkop><al>Kosten die voor de jongere verbonden zijn aan het uitvoeren van het
                    werkleeraanbod kunnen worden vergoed op grond van dit artikel. Gedacht kan
                    bijvoorbeeld worden aan kosten van kinderopvang, voor zover de voorliggende
                    voorziening (Wet Kinderopvang) daarin onvoldoende voorziet. </al><al>Ook noodzakelijke reiskosten en andere kosten, bijvoorbeeld voor verplichte
                    kleding of schoeisel, kunnen voor vergoeding in aanmerking komen, mits de kosten
                    aantoonbaar en noodzakelijk zijn en er geen andere voorzieningen zijn. De kosten
                    kunnen ten laste worden gebracht van het participatiebudget of van ten laste
                    komen van de bijzondere bijstand. </al><al/><tussenkop>Artikel 10. Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening
                    niet voorziet</tussenkop><al>In de bevoegdheidsverdeling tussen gemeenteraad en college past het dat de
                    gemeenteraad beleidskaders vaststelt. Dat is in deze verordening uitgewerkt. Het
                    college is belast met de uitvoering van dat beleid en op sommige onderdelen, met
                    de nadere uitwerking daarvan. Doen zich situaties voor waarin niet is voorzien
                    of waarin onverkorte toepassing van de gestelde bepalingen onverhoopt tot
                    onbillijkheden van overwegende aard leiden, dan is het aan het college om
                    besluiten te nemen waarin recht wordt gedaan aan enerzijds het belang van
                    handhaving van het gemeentelijk beleid en anderzijds het individuele belang van
                    de jongere. Dat kan onder omstandigheden betekenen dat besluiten worden genomen
                    die afwijken van deze verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 11. Hardheidsclausule </tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 13. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>