<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89220_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Onderwerp:Verordening Burgerinitiatief</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-06-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond de Linde, 17-06-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Burgerinitiatief 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-06-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-06-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-03-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>04-001-04</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening Burgerinitiatief</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Onderwerp:Verordening Burgerinitiatief</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Nuenen c.a.;</al><al/><al>gezien het voorstel van de Werkgroep Dualisering d.d. 15 maart 2004;</al><al/><al>gelet op de desbetreffende bepalingen in de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T :vast te stellen de hierna volgende:</al><al/><al>Verordening Burgerinitiatief</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een
                        voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de
                        vergadering van de Raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al> De Raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn
                                vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig
                                verzoek is ingediend.</al></li><li nr="2."><al> Ongeldig is het verzoek dat:</al><al>a. niet door tenminste 75 initiatiefgerechtigden wordt
                                ondersteund;</al><al>b. een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of</al><al>c. niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al> Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de
                                verkiezing van de leden van de gemeenteraad.</al></li><li nr="2."><al> Voor de beoordeling of aan de vereisten voor
                                initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van
                                indiening van het verzoek bepalend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in:</al><lijst><li nr="a."><al> een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de Raad;</al></li><li nr="b."><al> een vraag over het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al> een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;</al></li><li nr="d."><al> een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of</al></li><li nr="e."><al> een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor de datum van
                                indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door de Raad een besluit
                                is genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al> Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de
                                agenda van de vergadering van de Raad wordt schriftelijk ingediend
                                bij de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al> Het verzoek bevat tenminste:</al><al>a. een nauwkeurige omschrijving van het
                                burgerinitiatiefvoorstel;</al><al>b. een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;</al><al>c. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de
                                handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en</al><al>d. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata
                                en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek
                                ondersteunen.</al></li><li nr="3."><al> Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in
                                bijlage 1 van deze verordening opgenomen model.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al> De Raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van
                                indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de
                                agenda van de vergadering van de Raad wordt geplaatst, met dien
                                verstande dat tenminste twee weken is gelegen tussen de dag van
                                indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het
                                verzoek wordt beslist.</al></li><li nr="2."><al> Indien de Raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4,
                                onder a, kan de Raad het voorstel doorzenden aan burgemeester en
                                wethouders.</al></li><li nr="3."><al> Indien de Raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het
                                burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de
                                Raad.</al></li><li nr="4."><al> De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de
                                vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De
                                verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de
                                gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te
                                lichten.</al></li><li nr="5."><al> Zo spoedig mogelijk nadat de Raad over het burgerinitiatiefvoorstel
                                een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door
                                kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
                                van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
                                huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.</al></li><li nr="6."><al> Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                                gedaan aan verzoeker.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>In zijn burgerjaarverslag brengt de burgemeester over elk jaar verslag uit
                        over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Burgerinitiatief
                        2004”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 9 juni 2004.</al><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>griffier,</ondertekening><ondertekening>voorzitter.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting </label></kop><al><onderstreept>Artikel 1:</onderstreept></al><al>In deze verordening is er voor gekozen de term “burgerinitiatiefvoorstel” te
                    hanteren voor de aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de
                    gemeenteraad kan worden ingediend. Deze term gaat er van uit dat een burger bij
                    dit middel alleen concrete voorstellen kan indienen bij de gemeenteraad. Een
                    voorbeeld hiervan is het voorstel om de winkels op bepaalde zondagen open op te
                    stellen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2:</onderstreept></al><al>Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatiefvoorstel op de
                    agenda van een raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van een geldig
                    verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in
                    dat geval dus in ieder geval moeten uitspreken over het
                    burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is sprake als </al><al>(a) het verzoek door tenminste 75 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund, (b)
                    het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel 4 is uitgezonderd
                    en </al><al>(c) aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan. </al><al/><al>In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven wanneer een persoon
                    initiatiefgerechtigd is.</al><al/><al>Over het vereiste dat het verzoek door tenminste 75 initiatiefgerechtigden wordt
                    ondersteund kan het volgende worden opgemerkt. Het burgerinitiatief biedt
                    burgers de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de agenda van de
                    gemeenteraad. Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat de Raad zijn
                    eigen agenda vaststelt. Dit is alleen gerechtvaardigd als het
                    burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de
                    bevolking wordt gedragen.</al><al/><al>Het stellen van een minimumondersteuning is altijd arbitrair. De omvang van de
                    drempels zou van dien aard moeten zijn dat zij - zonder al te zeer belemmerend
                    te zijn - toch een zekere garantie moeten bieden dat het desbetreffende verzoek
                    gedragen wordt door een gedeelte van de bevolking. Het schept duidelijkheid als
                    in een regeling met betrekking tot het burgerinitiatief niet wordt gesproken van
                    een percentage, maar van een absoluut minimum aantal initiatiefgerechtigden dat
                    het verzoek ondersteunen. Na een duidelijke toe- of afname van het aantal
                    initiatiefgerechtigden, kan de Raad indien nodig dit aantal eenvoudig
                    aanpassen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 3:</onderstreept></al><al>Het ligt voor de hand het initiatiefrecht toe te kennen aan kiesgerechtigden
                    voor de gemeenteraadsverkiezingen, vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief
                    een instrument is om burgers bij de besluitvorming van de Raad te betrekken en
                    die te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3 van de
                    Kieswet. De gemeente kàn echter ook een andere grens stellen. In dit voorstel is
                    daar niet van uit gegaan.</al><al/><al>Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan,
                    lijkt het moment van indiening van het verzoek aangewezen. Het verzoek vindt
                    immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment
                    wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat
                    zijn wordt geregeld in artikel 5.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 4:</onderstreept></al><al>De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een
                    burgerinitiatiefvoorstel vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen.
                    Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de Raad te belasten met de beraadslaging
                    over een onderwerp waarover de Raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid
                    heeft. Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de afstand tussen
                    burger en bestuur alleen maar zou worden vergroot als de burger na het doorlopen
                    van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de Raad niets met het
                    burgerinitiatiefvoorstel kan doen, omdat hij er niet over gaat. Een vraag over
                    gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor
                    dit soort vragen staan de burger andere wegen open, zoals het spreekrecht in een
                    commissie- of raadsvergadering of een spreekuur van een wethouder.</al><al/><al>Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de
                    bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop is bepaald dat het
                    burgerinitiatiefvoorstel geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht
                    over een gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Hiervoor heeft de
                    burger andere wegen.</al><al/><al>Ten slotte is het evenmin de bedoeling dat zaken die recent nog in de Raad aan
                    de orde zijn geweest opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een
                    burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de Raad te zeer kunnen
                    frustreren. Hierbij is gekozen voor een termijn van twee jaar, voorafgaande aan
                    het verzoek.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5:</onderstreept></al><al>Omdat de burgemeester de voorzitter van de Raad is, ligt het voor de hand om het
                    burgerinitiatiefvoorstel bij hem te laten indienen. Aan het verzoek zal een
                    aantal minimumvereisten gesteld moeten worden. Het is uit praktische
                    overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam
                    indiening van een burgerinitiatiefvoorstel plaats te laten vinden door middel
                    van een standaardformulier voor burgerinitiatieven. Op dit formulier zal de
                    verzoeker naast het voorstel plus toelichting, in ieder geval zijn personalia en
                    die van zijn plaatsvervanger moeten aangeven.</al><al/><al>Ook de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen zullen uiteraard
                    vermeld moeten worden. Om fraude met namen te voorkomen kan naar personalia
                    gevraagd worden als adressen en geboortedata. Met name dat laatste gegeven kan
                    niet aan openbare bronnen als telefoonboeken worden ontleend. Op grond van deze
                    gegevens kan de gemeente onderzoeken of het verzoek de steun van voldoende
                    daartoe gerechtigde personen heeft. Modellen van dergelijke formulieren zijn
                    opgenomen in de bijlagen 1 en 2.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 6:</onderstreept></al><al>De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de Raad zijn voorstel spoedig toetst
                    aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin voorziet het
                    eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook
                    niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen controleren.
                    Verzoeken waarover de Raad niet bevoegd is, kan de Raad doorzenden naar het
                    college. Dat zal met name gebeuren als het college bij het betreffende onderwerp
                    wel bevoegd is.</al><al/><al>Met het vierde tot en met zesde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor
                    transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatiefvoorstel door de Raad.
                    Op grond van het zesde lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld wat
                    er met het ingediende voorstel gebeurt.</al><al/><al>Er is in deze modelbepalingen voor gekozen in het midden te laten hoe de Raad
                    verder met het burgerinitiatiefvoorstel omgaat. Er is niet bedoeld dat de Raad
                    altijd plenair het voorstel inhoudelijk moet behandelen. Het ligt wel voor de
                    hand dat de volle Raad beslist over het te volgen traject, maar een besluit over
                    een burgerinitiatiefvoorstel kan uiteraard ook in een raadscommissie inhoudelijk
                    worden voorbereid. Ook kan de Raad van mening zijn dat nader onderzoek moet
                    worden gedaan.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 7:</onderstreept></al><al>In het wetsvoorstel met betrekking tot de dualisering van het gemeentebestuur
                    wordt de burgemeester verplicht een burgerjaarverslag op te stellen. Een van de
                    aandachtspunten in dit burgerjaarverslag is de burgerparticipatie. In het
                    verlengde daarvan is in de verordening voor gekozen het verslag over het
                    burgerinitiatief hierin op te nemen. Hierbij valt te denken aan getalsmatige
                    gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen
                    burgerinitiatiefvoorstellen), alsmede aan een beknopt overzicht van de inhoud
                    van de burgerinitiatiefvoorstellen, de besluiten van de Raad op de
                    burgerinitiatiefvoorstellen en de motivatie op grond waarvan de Raad tot deze
                    besluiten is gekomen. </al><al/></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Verzoek burgerinitiatiefvoorstel</titel></kop><al>Ondergetekende verzoekt hierbij het volgende voorstel op de agenda van de
                    gemeenteraad te plaatsen:</al><al/><al>Toelichting op voorstel/onderwerp:</al><al/><al>INDIENER: Achternaam Eerste voornaam en verdere voorletters Adres Postcode en
                    woonplaats Geboortedatum Telefoonnummer E-mailadres Handtekening</al><al/><al>PLAATSVERVANGER: Achternaam Eerste voornaam en verdere voorletters Adres
                    Postcode en woonplaats Geboortedatum Telefoonnummer E-mailadres
                    Handtekening</al><al/><al>Handtekening</al><al>Het verzoek gaat vergezeld van een lijst met de namen, adressen, geboortedata en
                    handtekeningen van initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.</al><al/><al>Toelichting voor de verzoeker</al><al>Iedereen die kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de gemeenteraad kan een
                    verzoek doen om een voorstel op de agenda van de raadsvergadering te plaatsen.
                    Zij zijn initiatiefgerechtigd.</al><al/><al>Het zogenaamde burgerinitiatiefvoorstel moet worden ondersteund door ten minste
                    75 initiatiefgerechtigden. Hiervoor is een formulier vastgesteld. Het op het
                    formulier voor het verzoek opgenomen voorstel wordt in dezelfde bewoordingen
                    opgenomen boven aan het formulier met ondersteuningsverklaringen.</al><al/><al>Het burgerinitiatiefvoorstel mag niet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de Raad;</al></li><li nr="b."><al>een vraag over het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht
                            over een gedraging van het gemeentebestuur;</al></li><li nr="d."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht
                            tegen een besluit van het gemeentebestuur, of</al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover minder dan twee jaar voor indiening van het
                            burgerinitiatiefvoorstel door de Raad een besluit is genomen. </al></li></lijst><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Ondersteuningsverklaringen</titel></kop><al>Burgerinitiatiefvoorstel</al><al>Ondergetekenden verklaren hierbij het verzoek tot het plaatsen van het volgende
                    onderwerp/voorstel op de agenda van de gemeenteraad te ondersteunen:</al><al/><al>Naam, eerste voornaam en overige voorletters Adres Geboortedatum Handtekening </al><al/><al>Toelichting</al><al>Boven aan de lijst dient het voorstel van het burgerinitiatief dat wordt
                    ondersteund te worden opgenomen in dezelfde bewoordingen als op het verzoek tot
                    indiening van een initiatiefvoorstel. Indien meer dan één vel nodig is voor
                    gegevens van ondersteuners van het burgerinitiatief dient boven aan elk vel het
                    voorstel/onderwerp te worden herhaald in dezelfde bewoordingen.</al><al/><al>Bevoegd tot ondersteuning van een burgerinitiatief zijn degenen die
                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de gemeenteraad. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>