<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR89179_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting aanleg riolering buitengebied</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nuenen, Gerwen en Nederwetten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond de Linde, 12-07-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering buitengebied 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>070628-042</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening baatbelasting riolering buitengebied 2007</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Onderwerp: Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting aanleg
            riolering buitengebied</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Nuenen ca.;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 5
                        juni 2007;gelet op artikel 222 van de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op de bekostigingsbesluiten aanleg riolering buitengebied voor de
                        clusters 2, 5, 11, 19, 20, 22, 25 en 27, vastgesteld bij raadsbesluit van 23
                        september 2004;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende verordening:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting aanleg
                        riolering buitengebied</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al> een onroerende zaak:</al><al>1. een gebouwd eigendom;</al><al>2. een ongebouwd eigendom;</al><al>3. een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde
                                eigendommen die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar
                                horen;</al></li><li nr="b."><al> eigendom: een perceel volgens de kadastrale aanduiding;</al></li><li nr="c."><al> het bestemmingsplan: Landelijk gebied, vastgesteld bij raadsbesluit
                                van 27 juni 1975, (gedeeltelijk) goedgekeurd door de Kroon op 7 mei
                                1977, of Landelijk gebied 1e herziening vastgesteld bij raadsbesluit
                                van 31 augustus 1978 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 5
                                september 1979;</al></li><li nr="d."><al> bestemming: de voor een onroerende zaak geldende bestemming volgens
                                het geldende bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Onder de naam 'Baatbelasting riolering buitengebied cluster 2, 5,
                                11, 19, 20, 22, 25 of 27' wordt in de vorm van een heffing ineens
                                een directe belasting geheven ter zake van de onroerende zaken
                                gelegen in de gemeente binnen de rode omlijning op de bij deze
                                verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1
                                oktober 2005 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde
                                voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met
                                medewerking van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al> De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten:</al><al>a. aanleg rioolpersleidingen met pompputten en verdere toebehoren
                                en/of vrij vervalriolering met toebehoren;</al><al>b. aanleg aansluitpunten met toebehoren ten behoeve van de
                                aansluiting onroerende zaken op de rioolpersleidingen en/of vrij
                                vervalrioleringen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak
                                als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al> Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op
                                het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                                wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de
                                aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al> Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                                artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                                overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van
                                die onroerende zaak niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt € 3.500,- per onroerende zaak waarvoor geheel of
                        gedeeltelijk de volgende planologische bestemming geldt:</al><al>Agrarische doeleinden C;</al><al>Bosgebied A;</al><al>Landschappelijk waardevol agrarisch gebied A;</al><al>Verkeersdoeleinden B;</al><al>Landgoed met natuurwetenschappelijk en landschappelijk waarde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de
                                eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                                van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="2."><al> Het belastingjaar loopt van 1 augustus van enig jaar tot en met 31
                                juli van het daarop volgende jaar.</al></li><li nr="3."><al> De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een
                                rentevoet van 6 %.</al></li><li nr="4."><al> De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan elk
                                jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante
                                waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
                                plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
                                rentevoet van 6 %.</al></li><li nr="5a."><al> Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en debelastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als
                                bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
                                overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang
                                van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
                                de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.</al></li><li nr="5b."><al> In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van
                                de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse
                                heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek
                                daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
                                ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede
                                lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te
                                worden ingediend.</al></li><li nr="6."><al> Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
                                wordt overgedragen, wordt de belastingschuld van de voor de
                                overdracht bestaande onroerende zaak voor de nog niet aangevangen
                                belastingjaren over de na de overdracht bestaande onroerende zaken
                                verdeeld op basis van de volgende formule: </al><al>(A/B) x C waarin:</al><al>A = de maatstaf van heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4
                                voor de na de overdrachtbestaande onroerende zaak;</al><al>B = de maatstaf van heffing, vastgesteld overeenkomstig artikel 4
                                voor de voor de overdrachtbestaande onroerende zaak;</al><al>C = de resterende belastingschuld voor de op het moment van de
                                overdracht nog nietaangevangen belastingjaren, zoals deze gold voor
                                de voor de overdracht bestaande onroerendezaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de
                        aanslagen worden betaald in een (1) termijn, welke vervalt op de laatste dag
                        van de tweede (2e) maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet is vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het College van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de dag
                                van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al> De datum van ingang van de heffing is 1 augustus 2007.</al></li><li nr="3."><al> Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening baatbelasting
                                riolering buitengebied 2007'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 28 juni 2007.</al><al/><al>DE RAAD VOORNOEMD,</al></slotformulering><ondertekening>voorzitter.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>