<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR88742_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Faam, 07-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsstuk 05-189</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>INSPRAAKVERORDENING MIDDELBURG</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Middelburg;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 oktober 2005,
                        volgnummer 05-189;</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen:</al><al>de Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
                        voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b)"><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c)"><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                                beleid.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></li><li nr="3."><al>In elk geval wordt inspraak verleend over:</al><lijst><li nr="a."><al>beleidsvoornemens betreffende de stads- of
                                        dorpsvernieuwing;</al></li><li nr="b."><al>beleidsvoornemens betreffende de vaststelling of de
                                        herziening van het gemeentelijk milieubeleidsplan bedoeld in
                                        artikel 4.16 van de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemens betreffende de vaststelling of herziening
                                        van de verordening bedoeld in artikel 10.26 van de Wet
                                        milieubeheer;</al></li></lijst></li></lijst><al>en voorts voorzover niet reeds vallende onder a:</al><lijst><li nr="d."><al>het ontwerpen of wijzigen van verkeerscirculatieplannen;</al></li><li nr="e."><al>de aanleg, wijziging of opheffing van geluidwerende voorzieningen
                                aan straten, wegen of pleinen;</al></li><li nr="f."><al>de inrichting of herinrichting van wegen, straten of pleinen;</al></li><li nr="g."><al>de inrichting, wijziging of opheffing van parkeervoorzieningen voor
                                meer dan twintig auto's;</al></li><li nr="h."><al>de inrichting, wijziging of opheffing van stallingsgelegenheid voor
                                meer dan veertig (brom)fietsen;</al></li><li nr="i."><al>de inrichting, wijziging of opheffing van recreatieve
                                voorzieningen;</al><lijst><li nr="4."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>ten aanzien van beleidsvoornemens of voorzieningen van
                                ondergeschikte aard of ondergeschikte herzieningen of wijzigingen
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden
                                waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is;</al></li><li nr="d."><al>ten aanzien van besluiten op de voorbereiding waarvan krachtens
                                wettelijk voorschrift afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
                                van toepassing is, tenzij bij afzonderlijk besluit van het met de
                                voorbereiding belaste bestuursorgaan wordt bepaald, dat op het voor
                                te bereiden besluit wel inspraak wordt verleend volgens een
                                afzonderlijk te bepalen procedure. In dit geval is artikel 4 van
                                deze verordening niet op de inspraakprocedure van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</label></kop><lijst><li nr=""><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Inspraakprocedure</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Eindverslag</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al><al>In ieder geval wordt het eindverslag ter kennis gebracht aan een ieder
                            die een zienswijze heeft ingebracht onder vermelding van de verdere
                            procedure. Tevens wordt – voor zover van toepassing – daarbij kennis
                            gegeven van de datum/data waarop het onderwerp in kwestie wordt
                            behandeld in (een) commissievergadering(en) en/of de
                            raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                            burgerjaarverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude
                            verordening</label></kop><lid><lidnr/><al>1.Deze verordening treedt op de achtste dag na de dag van de
                            bekendmaking in werking.</al><al>2.Op het moment van inwerkingtreding van de verordening vervalt de
                            Inspraakverordening zoals vastgesteld d.d. 22 augustus 1994 en
                            laatstelijk gewijzigd 19 november 2001.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Citeertitel</label></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Inspraakverordening".</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 21 november
                        2005.</ondertekening><ondertekening>de raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E.T. Israël mr. J.M. Schouwenaar</ondertekening><ondertekening>Publicatie: 7 december 2005</ondertekening><ondertekening>Inwerkingtreding: 15 december 2005</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Artikel 150 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad een verordening vaststelt
                    waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en
                    belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.
                    De gemeenteraad heeft ter uitvoering van deze verplichting op 22 augustus 1994
                    een Inspraakverordening vastgesteld, welke verordening laatstelijk gewijzigd is
                    op 19 november 2001.</al><al/><al>Op 1 juli 2005 is de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb.
                    2002, 54) inwerking getreden. Deze wet houdt een grondige herziening in van
                    afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht maar ook een wijziging van
                    artikel 150 Gemeentewet. Dit betekent dat de Inspraakverordening aangepast moet
                    worden aan de nieuwe wetgeving. Ingevolge het overgangsrecht wordt de wijziging
                    van de Gemeentewet pas een jaar na inwerkingtreding van de wet van kracht.
                    Ondanks deze latere inwerkingtreding is het wenselijk en ook mogelijk om nu al
                    tot aanpassing van de Inspraakverordening over te gaan en deze in
                    overeenstemming te brengen met de nieuwe wetgeving. Met name een afstemming op
                    de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb en de daarbij behorende
                    Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2005, 282) is
                    nu al wenselijk.</al><al>Verder zijn aanpassingen gewenst aan de geldende wetgeving, zoals het
                    klachtrecht zoals opgenomen in hoofdstuk 9 Awb en de dualisering van het
                    gemeentebestuur zoals opgenomen in de Wet dualisering gemeentebestuur.</al><al/><al>Als uitgangspunt is genomen de model-inspraakverordening van de VNG die al is
                    aangepast aan de nieuwe wetgeving.</al><al/><al>De op 1 juli 2005 inwerkinggetreden Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb stelt een nieuwe afdeling 3.4 Awb waarin de
                    procedure is neergelegd voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft
                    als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het
                    systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. Tot 1 juli 2005 bestond naast
                    deze afdeling nog een afdeling 3.5 die een uitgebreidere voorbereidingsprocedure
                    kende. Met de nieuwe uniforme openbare voorbereidingsprocedure is beoogd deze
                    twee procedures ineen te schuiven en tegelijkertijd te vereenvoudigen. De
                    afdeling 3.4 wordt ingevolge het nieuwe tweede lid van artikel 150 Gemeentewet
                    van toepassing verklaard op de inspraak bij gemeenten, voor zover in de
                    verordening niet anders is bepaald.</al><al/><al>Gekozen is voor een korte en sobere regeling. Door het van toepassing verklaren
                    van de procedureregeling van afdeling 3.4 van de Awb en het weghalen van
                    overbodige bepalingen (zoals het beklagrecht) kan volstaan worden met een
                    bondige en goed leesbare verordening van slechts zeven artikelen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </vet></al><al>a. Inspraak:</al><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                    opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van
                    het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging. Inspraak is echter in artikel 150 van de Gemeentewet
                    ‘eenzijdig’ gedefinieerd, dat wil zeggen dat daaronder geen gedachtewisseling
                    met het bestuursorgaan is inbegrepen. In de definitie van de verordening is het
                    tweezijdige element van gedachtewisseling wel opgenomen door de toevoeging de
                    woorden “en daarover van gedachten wisselen”. Hiermee wordt tevens een derde
                    doel gediend, te weten het creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens.</al><al>b. Inspraakprocedure:</al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene
                    toelichting is vermeld, is in de verordening afdeling 3.4 Awb van toepassing
                    verklaard. Artikel 4, tweede lid, van de verordening geeft het bestuursorgaan
                    ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers
                    verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de
                    inspraak.</al><al>c. Beleidsvoornemen:</al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal dui­delijk
                    zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                    maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                    gebaseerd.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1,
                    eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester.
                    Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak
                    onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 20) is vermeld dat
                    het ter volledige beoordeling van de gemeenteraad blijft ten aanzien van welke
                    beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde gevallen
                    doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld
                    spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste
                    lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze
                    van inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is
                    een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. In
                    het tweede lid wordt – wellicht ten overvloede – bepaald dat inspraak altijd
                    wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht.</al><al>In het derde lid wordt een aantal beleidsvoornemens genoemd waarover in elk
                    geval inspraak wordt verleend. Deze zijn overgenomen uit oude
                    inspraakverordening, waarbij de inspraak over een aantal beleidsvoornemens in
                    het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn geschrapt. Reden hiervan is
                    dat op deze beleidsvoornemens sinds 1 juli 2005 de uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure van toepassing is verklaard.</al><al>In het vierde lid zijn omstandigheden aangegeven waaronder geen inspraak wordt
                    verleend. Ten opzichte van oude verordening is onderdeel d toegevoegd. Dit ter
                    voorkoming van de omstandigheid dat naast de afdeling 3.4 Awb ook nog eens de
                    inspraak krachtens deze verordening moet worden toegepast, waardoor er een
                    dubbele procedure ontstaat.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</vet></al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden ‘in de gemeente een belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen’ vervangen door: belanghebbenden. Het begrip
                    ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure</vet></al><al>In het eerste lid wordt afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de
                    inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:18 Awb is de inspraakprocedure te vinden.
                    Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen
                    belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze
                    naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor
                    de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure
                    worden aangepast.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Eindverslag</vet></al><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 Awb wordt namelijk alleen bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen
                    tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.</al><al>In het tweede lid is dan ook nader aangegeven wat in elk geval in het verslag
                    moet worden opgenomen. Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde
                    verslag van de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure
                    feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het
                    beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.?</al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT
                    bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte
                    zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                    personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.</al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Het bekendmaken van de resultaten van de
                    inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke
                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het
                    volstaan met een algemene bekendmaking. Aan het derde lid is, zoals in de vorige
                    verordening was opgenomen, bepaald dat in ieder geval degenen die een zienswijze
                    hebben ingebracht in kennis worden gesteld het eindverslag met de nog te volgen
                    procedure.</al><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                    vermelden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid,
                    aanhef en onder b, van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Inwerkingtreding nieuwe verordening en intrekking oude
                        verordening</vet></al><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in
                    werking treedt.</al><al/><al/><al/><al/><al>Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 21 november
                    2005.</al><al/><al/><al>de raadsgriffier, de voorzitter,</al><al/><al>E.T. Israël mr. J.M. Schouwenaar</al><al>Nota-toelichting</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>