<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR88571_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Urk 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-08-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Urkerland 31-05-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Urk 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-08-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012002995</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Urk 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de gemeente :de gemeente Urk;</al><al>b. de raad : de gemeenteraad van de gemeente Urk;</al><al>c. het college :het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Urk;</al><al>d. begroting :de door de raad vast te stellen begroting;</al><al>e. het activiteitenplan : het overzicht van activiteiten met de
                                daarvoor benodigde personele en materiële middelen en de daarmee na
                                te streven doelen voor een subsidieaanvraag;</al><al>f. subsidie:de aanspraak op financiële middelen, door een
                                bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de
                                aanvrager, anders dan als betaling voor de aan het bestuursorgaan
                                geleverde goederen of diensten;</al><al>g. incidentele subsidie :een subsidie die de gemeente eenmalig
                                verstrekt ter waardering of ter stimulering van de activiteiten van
                                de instelling;</al><al>h. structurele subsidie:een subsidie om activiteiten van langlopende
                                aard uit te kunnen voeren; </al><al>i. een budgetsubsidie :voor een boekjaar of een bepaald aantal
                                boekjaren verstrekte subsidie, waarbij de subsidieaanvrager een
                                bedrag krijgt toegewezen voor het uitvoeren van tevoren
                                overeengekomen activiteiten en voor zaken die eventueel nodig zijn
                                om de instelling</al><al>in stand te houden; </al><al>j. beleidsgestuurde contractfinanciering :het vormgeven aan een
                                heldere en zakelijke subsidierelatie tussen de gemeente als sturende
                                opdrachtgever en de instelling als opdrachtnemer, waarbij samenhang
                                wordt gevonden tussen beleid, opdracht, resultaten en
                                financiën.</al><al>k. de Awb : de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>l: welzijnsprogramma:een jaarlijks opgesteld financieel en
                                inhoudelijk rapport van de structurele welzijnssubsidies aan de
                                gesubsidieerde instellingen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op aan instellingen te
                                    verstrekken subsidies, voor activiteiten die de belangen van de
                                    gemeente en haar inwoners dienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In voorkomende gevallen kan het college bepalen, dat het in het
                                    eerste lid gestelde ook van toepassing is op natuurlijke
                                    personen, groepen van natuurlijke personen en instellingen
                                    zonder rechtspersoonlijkheid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op:a. activiteiten
                                    waarvoor bij een ander wettelijk voorschrift regels met
                                    betrekking tot het verstrekken van subsidies zijn gesteld of de
                                    toepassing van deze verordening is uitgesloten;b. geldelijke
                                    bijdragen in verband met lidmaatschappen van de gemeente;c.
                                    donaties: geldelijke bijdragen die slechts bedoeld zijn als
                                    schenking aangezien de gemeente van de subsidieaanvragers geen
                                    directe tegenprestatie verlangt in de vorm van voorgeschreven of
                                    overeengekomen activiteiten;d. subsidies minder dan € 550,00
                                    (prijspeil 2012); e. subsidieverstrekkingen waar op basis van
                                    titel 3 bijzondere afspraken mee zijn gemaakt.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling van het subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt per kalenderjaar middels de begroting een bedrag
                                    vast, dat maximaal beschikbaar is voor het verstrekken van
                                    subsidies op grond van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Middels een begrotingswijziging kan gedurende enig jaar het
                                    subsidieplafond aangepast worden. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De artikelen 4:27 en 4: 28 van de Awb zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college bepaalt de wijze van verdeling van het beschikbare
                                    bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen bij meerdere bestuursorganen</titel></kop><al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens
                                subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen of
                                andere subsidieverstrekkers, doet hij daarvan mededeling in de
                                aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot
                                de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het gemeentelijk welzijnsbeleid richt zich op een goede
                                    spreiding van de welzijnsvoorzieningen binnen de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De zorg voor het welzijn is primair een particuliere zaak. Het
                                    realiseren van welzijnsvoorzieningen en/of het subsidiëren
                                    daarvan door of vanwege de gemeente zelf zal daarom pas plaats
                                    vinden als het een noodzakelijke voorziening betreft die niet
                                    door particuliere instellingen wordt of kan worden
                                    gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In aanvulling op deze verordening kan het college beleidsregels
                                    vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid/rechtsbevoegdheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie kan slechts worden verstrekt aan rechtspersonen met
                                        een volledige rechtsbevoegdheid. Deze voorwaarde geldt niet
                                        voor subsidies tot een subsidiebedrag van € 10.000.</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere gevallen kan het college, in afwijking van het
                                        gestelde in het eerste lid, subsidie verlenen aan
                                        instellingen zonder volledige rechtsbevoegdheid of (een
                                        groep van) natuurlijke personen.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag door een niet volledige rechtsbevoegdheid
                                        bezittende instelling dient ondertekend te zijn door ten
                                        minste twee, van deze instelling deel uitmakende,
                                        natuurlijke personen.</al></li><li nr="4."><al>De beslissing op de aanvraag zoals genoemd in artikel 7 lid
                                        1, wordt ten naam gesteld van de personen die de aanvraag om
                                        subsidie hebben ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>De in deze verordening genoemde bedragen worden met ingang van 1
                                januari 2012 jaarlijks aangepast met de door de gemeenteraad bij de
                                jaarlijkse vaststelling van de gemeentebegroting doorgevoerde
                                prijscompensatie.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>2</nr><titel>Structurele subsidieverstrekking</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Voorlopige structurele subsidieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indieningstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt op basis van artikel 4:60 van de
                                    Awb bij het college ingediend vóór 1 juli van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar ten behoeve waarvan subsidie wordt
                                    gevraagd of het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de
                                    activiteiten zullen plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een aanvraag niet op genoemd tijdstip is ingediend, kan
                                    het college besluiten deze aanvraag buiten behandeling te laten
                                    of een strafkorting van 250,00 op te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De in artikel 8 bedoelde ondertekende aanvraag bevat in ieder
                                    geval:a. de in artikel 4:2 van de Awb genoemde gegevens, te
                                    weten:- de naam en het adres van de aanvrager;- de dagtekening;-
                                    een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd;b. een
                                    activiteitenplan, als bedoeld in artikel 4:62 van de Awb;c. een
                                    begroting, als bedoeld in artikel 4:63 van de Awb en de bij deze
                                    begroting behorende meerjarenraming.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan van een instelling, die voor de eerste maal
                                    subsidie aanvraagt, het overleggen verlangen van:a. de
                                    oprichtings- of stichtingsakte;b. een exemplaar van de statuten
                                    zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;c. een exemplaar van het
                                    huishoudelijk reglement; end. een beschrijving van de
                                    organisatiestructuur, een omschrijving van de werkwijze en het
                                    programma van werkzaamheden van de instelling;</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan:a. modellen vaststellen, waaraan de aanvraag
                                    voor subsidie dient te voldoen;b. binnen een door haar te
                                    bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins
                                    nadere informatie verlangen, indien zij dit voor de beoordeling
                                    van de subsidieaanvraag noodzakelijk acht;c. ontheffing verlenen
                                    van één of meer van de in het eerste lid van dit artikel
                                    gestelde eisen, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet kan
                                    worden verlangd of geen aanwijsbaar belang daarmee is gediend.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college neemt de beslissing op de aanvraag vóór 15 november van
                                het boekjaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking
                                heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college kan, naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:25
                                en artikel 4:35 van de Awb, tevens de subsidie geheel of
                                gedeeltelijk weigeren wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieaanvraag niet past binnen het gestelde van
                                        artikel 5 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>de activiteiten een partij-politieke vorming betreffen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager naar het oordeel van het collegeook
                                        zonder de aangevraagde subsidieverstrekking over voldoende
                                        gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                        derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                        dekken;</al></li><li nr="d."><al>de activiteiten niet de belangen van de gemeente en haar
                                        inwoners dienen;</al></li><li nr="e."><al>de activiteiten niet voor iedere inwoner van de gemeente
                                        toegankelijk zijn of de activiteiten geen neutraal karakter
                                        hebben of niet in een kennelijke behoefte voorzien;</al></li><li nr="f."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het vastgestelde
                                        beleid van de gemeente of de activiteiten binnen dat beleid
                                        onvoldoende prioriteit hebben; </al></li><li nr="g."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                        ontplooien die in strijd zijn met de wet, de openbare orde
                                        of de in de gemeente algemeen geldende normen en
                                        waarden;</al></li><li nr="h."><al>de kosten onevenredig hoog zijn in verhouding tot de te
                                        leveren prestaties en/of de te bereiken doelgroep;</al></li></lijst><al>i. De aanvrager niet in staat is aan te tonen over voldoende
                                kwaliteit en organisatiekracht te beschikken om geplande
                                activiteiten te kunnen realiseren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking, weigering en wijziging van de beschikking tot
                                    subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De artikelen 4:48 en 4:50 van de Awb zijn van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te
                                    stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de
                                    gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie
                                    kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden,
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot voorlopige subsidie tot € 10.000
                                    (prijspeil 2012) wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele
                                    subsidie in één keer plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt
                                    in het besluit van subsidieverlening, de hoogte en de termijnen
                                    van de voorschotten bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Subsidieverlening voor een of meer boekjaren</titel></kop><al>Artikel 4:67 van de Awb is van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vaststellen van structurele subsidieverstrekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoording subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient, uiterlijk zes maanden na afloop van
                                    het subsidietijdvak of de beëindiging van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling in
                                    bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="1."><al>Een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de
                                            activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                            verricht.</al></li><li nr="2."><al>Een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel jaarverslag
                                            of jaarrekening)</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de subsidie hoger is dan € 10.000 dan dient een
                                            balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                            toelichting daarop overlegd te worden. </al></li><li nr="4."><al>Een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 van
                                            Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de verstrekte
                                            subsidie meer dan € 25.000,00 (prijspeil
                                            2012)bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                    artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling
                                    van belang zijn, worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de subsidieaanvrager niet binnen de in het eerste lid van
                                    dit artikel bedoelde indieningstermijn een aanvraag tot
                                    subsidievaststelling heeft ingediend, kan het college na drie
                                    maanden, gerekend vanaf het verstrijken van deze
                                    indieningstermijn, de subsidie ambtshalve vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan in uitzonderlijke gevallen bepalen dat later
                                    ingediende aanvragen toch in behandeling worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie vast vóór 31 december van het
                                    boekjaar volgend op dat waarvoor de subsidie is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijn kan worden opgeschort met ingang van de dag waarop
                                    het college de subsidieaanvrager uitnodigt de gegevens aan te
                                    vullen tot de dag waarop de gegevens zijn aangevuld of de
                                    daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen acht weken na de beschikking tot
                                subsidievaststelling betaald onder verrekening van de reeds betaalde
                                voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bedrag subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie overeenkomstig de
                                    subsidieverlening vast indien de activiteiten waarvoor subsidie
                                    is verleend, volgens de aanvraag zijn uitgevoerd en indien aan
                                    de eventueel opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 23
                                    van deze verordening is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan overeenkomstig artikel 4:46 van Awb de subsidie
                                    lager vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat
                                    de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                    activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking en wijziging van de beschikking tot
                                    subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan overeenkomstig artikel 4:49 lid 1 van de Awb de
                                    subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de aanvrager
                                    wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                    waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                    nadele van de aanvrager worden gewijzigd indien vijf jaren zijn
                                    verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Reserveringen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een instelling die structurele subsidie ontvangt kan met
                                    voorafgaande schriftelijke toestemming van het college onder
                                    voorwaarden een reserve vormen die (mede) is opgebouwd uit
                                    verleende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een aanvraag voor het vormen van een reserve bevat in ieder
                                    geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>een onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte
                                            van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>een onderbouwing van het tijdstip waarop de organisatie
                                            de middelen nodig heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het vormen dan wel het voeden van een reserve met verleende
                                    subsidie, is uitsluitend mogelijk wanneer de structureel
                                    gesubsidieerde instelling een positief jaarresultaat kent.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de hoogte, de vorming en
                                    onttrekking van de reserve, voor zover opgebouwd uit
                                    subsidiegeld, alsmede de overlegging van gegevens, nadere regels
                                    vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een instelling die structurele subsidie ontvangt kan met
                                    voorafgaande schriftelijke toestemming van het college onder
                                    voorwaarden een voorziening vormen die (mede) is opgebouwd uit
                                    verleende subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een voorziening kan gevormd worden voor toekomstige kosten die
                                    een periode van tenminste twee jaar omvatten en die: </al><al>a. niet binnen de jaarlijkse exploitatie of via de
                                    egalisatiereserve opgevangen kunnen worden;</al><al>b. nu reeds te voorzien zijn; </al><al>c. onvermijdelijk zijn;</al><al>d. hun oorzaak in het verleden hebben, en </al><al>e. kwantificeerbaar dan wel berekenbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor
                                    reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede
                                    subsidiegelden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Een aanvraag voor het vormen van een voorziening bevat een plan
                                    waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>het doel van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van
                                            de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van
                                            en onttrekkingen uit de voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan met betrekking tot de hoogte, de vorming en
                                    onttrekking van de voorziening, voor zover opgebouwd uit
                                    subsidiegeld, alsmede de overlegging van gegevens, nadere regels
                                    vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming kan het
                                    college een vergoeding vragen van de subsidieaanvrager.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de toename van het
                                    vermogen als gevolg van de subsidie. Het college kan een lagere
                                    vergoeding vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding bedoeld in lid 1 is slechts verschuldigd in het
                                    geval dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieaanvrager voor de gesubsidieerde activiteiten
                                            gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of
                                            de bestemming daarvan wijzigt;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieaanvrager een schadevergoeding ontvangt voor
                                            verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde
                                            activiteiten gebruikte of bestemde goederen;</al></li><li nr="c."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk
                                            worden beëindigd;</al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening of subsidievaststelling wordt
                                            ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; </al></li><li nr="e."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt
                                            ontbonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een gebeurtenis als bedoeld in het vorige lid, doet de
                                    instelling onverwijld mededeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt de vergoeding vast binnen een jaar nadat zij
                                    op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het
                                    recht op vergoeding deed ontstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de verplichting opleggen tot het tussentijds
                                    controleren en/of afleggen van rekening en verantwoording
                                    omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                                    uitgaven en inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk melding aan het
                                    college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor
                                    subsidie is verleend, niet of niet geheel worden verricht of dat
                                    niet of niet geheel aan de verplichting die aan de beschikking
                                    tot subsidieverlening verbonden zal worden voldaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluiten of procedures die zijn gericht op de
                                            beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidies is
                                            verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>Relevante wijzigingen in de financiële en
                                            organisatorische verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>Wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm
                                            van de rechtspersoon en het doel van de
                                            rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de subsidieaanvrager, naast de verplichtingen
                                    vermeld in artikel 4:37 van de Awb, ook andere verplichtingen
                                    opleggen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                    handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene Wet
                                    Bestuursrecht.</al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van dan wel deelnemen in een
                                            rechtspersoon; </al></li><li nr="b."><al>het wijzigen van de statuten; </al></li><li nr="c."><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het
                                            bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn
                                            verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de
                                            lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de
                                            subsidiegelden; </al></li><li nr="d."><al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot
                                            verkrijging, vervreemding of bezwaring van
                                            registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan,
                                            indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn
                                            verworven door middel van de subsidie dan wel de
                                            uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;
                                        </al></li><li nr="e."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van
                                            overeenkomsten van geldlening; </al></li><li nr="f."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de
                                            subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling
                                            met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van
                                            derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk
                                            medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk
                                            maakt; </al></li><li nr="g."><al>het ontbinden van de rechtspersoon; </al></li><li nr="h."><al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of het
                                            aanvragen</al><al> van zijn surséance van betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college beslist binnen vier weken omtrent de
                                    toestemming.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                    verdaagd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 Positief fictieve beschikkingen bij niet
                                    tijdig beslissen is niet van toepassing op dit artikel. </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>3</nr><titel>Budgetsubsidiëring</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder deze titel valt zowel de budgetsubsidiëring als de
                                beleidsgestuurde contractfinanciering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college besluit in welk geval budgetsubsidie of beleidsgestuurde
                                contractfinanciering kan worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college maakt met de instelling bijzondere afspraken over de
                                budgetsubsidiëring of de beleidsgestuurde contractfinanciering die
                                vastgelegd worden in een overeenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Toepassing subsidieverordening</titel></kop><al>Het bepaalde in titel 2 van deze subsidieverordening is van
                            overeenkomstige toepassing op de budgetsubsidiëring, tenzij in de in
                            artikel 25 lid 3 bedoelde overeenkomst anders is bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>4</nr><titel>Incidentele subsidies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Indieningstermijn</titel></kop><al>De instelling dient vóór aanvang van de activiteit(en) een schriftelijk
                            ondertekende aanvraag in voor de in artikel 31 t/m 34 bedoelde subsidie
                            in bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>De te verstrekken gegevens</titel></kop><al>Artikel 8 van deze subsidieverordening is van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college beschikt op de aanvraag tot een incidentele
                            subsidieverstrekking binnen tien weken na de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene toetsingsnormen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Activiteiten worden slechts incidenteel gesubsidieerd indien
                                (deze):a</al><lijst><li nr="a."><al>de subsidieaanvraag niet past binnen het gestelde van
                                        artikel 5 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>gericht zijn op een waardevolle ontplooiing van de
                                        samenleving;</al></li><li nr="c."><al>in elk geval ten dele een openbaar karakter hebben;</al></li><li nr="d."><al>stimulerend zijn voor het particuliere initiatief;</al></li><li nr="e."><al>geen partijpolitieke vorming betreffen;</al></li><li nr="f."><al>van plaatselijk belang zijn;</al></li><li nr="g."><al>de doelstelling niet kan worden bereikt, ondanks een
                                        passende eigen bijdrage;</al></li><li nr="h."><al>laagdrempelig zijn zodat een zo groot mogelijke deelname of
                                        gebruik mogelijk is.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aanvragen die bij het college worden ingediend worden behandeld op
                                volgorde van binnenkomst; Indien voor enig jaar de middelen die voor
                                dit doel in de begroting zijn opgenomen volledig zijn benut, zullen
                                eventueel volgende aanvragen voor het betreffende jaar niet worden
                                gehonoreerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een subsidie voor een jubileum kan slechts verleend worden, bij een
                                10, 25, 40, 50, 75 of 100-jarig jubileum. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Uitvoeringen van muziek, concerten en/of koorzang zullen niet
                                gesubsidieerd worden, anders dan het in lid 3 genoemde.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het kort op elkaar aanvragen van een incidentele subsidie door
                                eenzelfde instelling kan door het college geweigerd worden om
                                daarmee te voorkomen dat een subsidieverstrekking een structureel
                                karakter krijgt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Verzoeken om subsidie zullen in elk geval aan de in artikel 11 en 29
                                genoemde normen worden getoetst. Is er strijd met één of meer
                                normen, dan volgt afwijzing van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien er geen strijd is volgt een toetsing aan de uitgangspunten
                                als verwoord in artikel 30, 31, 32 en 33. Als er strijd is met deze
                                uitgangspunten dan volgt afwijzing van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De éénmalige subsidie kan voorts geweigerd worden: a. op grond van
                                de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gevallen;b.
                                wanneer reeds met de uitvoering van de activiteiten is begonnen of
                                deze reeds beëindigd zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31 Waarderingssubsidie</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De waarderingssubsidie is de bijdrage die het college verstrekt om
                                aan te geven dat zij bepaalde activiteiten van belang vindt, zonder
                                deze naar aard en inhoud te beïnvloeden en het al dan niet
                                voortzetten ervan van subsidiëring afhankelijk te maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidie bedraagt maximaal € 500,00 (prijspeil 2012) en wordt
                                direct bij de verzending van de beschikking betaalbaar en
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Activiteitensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een activiteitensubsidie kan slechts worden verleend voor
                                aanschaffingen of activiteiten waarvan het college het belang
                                onderkent;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van de aanschaffingen
                                of activiteiten met een maximum van € 1.000,00 (prijspeil
                                2012).</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beschikbaar gestelde subsidie als bedoeld onder lid 1 wordt
                                direct vastgesteld bij de verlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een stimuleringssubsidie is de subsidie die het college toekent ter
                                bevordering van door de gemeente van belang geachte nieuwe
                                activiteiten en voor zover deze activiteiten nauw aansluiten bij het
                                gemeentelijke beleid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De subsidie bedraagt maximaal € 1.500,00 (prijspeil 2012). </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De beschikbaar gestelde subsidie kan als bedoeld onder lid 1 wordt
                                direct vastgesteld bij de verlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Investeringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een investeringssubsidie is de bijdrage die het college toekent voor
                                het (ver)bouwen, uitbreiden, eventueel incl. inrichting, van
                                voorzieningen ten behoeve van de activiteiten van instellingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De instelling moet een goed kasbeheer voeren en kunnen aantonen de
                                te plegen investering te kunnen opbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Aan een instelling wordt in beginsel slechts éénmaal in een periode
                                van 5 jaar een investeringssubsidie verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De subsidie is maximaal € 4.500,00 (prijspeil 2012);</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De subsidie kan bij wijze van voorschot verstrekt worden, waarna
                                binnen twee maanden na afloop van de activiteiten door de aanvrager
                                rekening en verantwoording wordt gedaan aan het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Overige bepalingen incidentele subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college publiceert jaarlijks het budget voor incidentele
                                subsidieverstrekkingen voor desbetreffend jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat bepaalde gegevens en bescheiden die voor
                                de verlening en/of vaststelling van belang zijn, zowel vooraf of
                                achteraf, worden overlegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het besluit tot het verstrekken van de subsidie als bedoeld in
                                artikel 31, 32, 33 en 34 is gemandateerd aan de portefeuillehouder
                                Welzijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de hand van artikel 39 van deze subsidieverordening
                                (hardheidsclausule) kan het college een hogere subsidie als bedoeld
                                in artikel 31, 32, 33 en 34 verstrekken indien;</al><lijst><li nr="a."><al>naar oordeel van de gemeenteraad een hogere bijdrage
                                        noodzakelijk is;</al></li><li nr="b."><al>de doelstelling van de activiteiten niet kan worden bereikt
                                        met de in deze titel gemaximaliseerde subsidiebedragen;</al></li><li nr="c."><al>een hogere subsidieverstrekking past binnen het vastgestelde
                                        gemeentebeleid op het welzijnsterrein waarop de subsidie
                                        betrekking heeft; </al></li><li nr="d."><al>de activiteiten of voorziening een dermate groot plaatselijk
                                        belang kent dat de gemeente naast de
                                        activiteiten/voorziening ook het de particuliere initiatief
                                        wil stimuleren; </al></li><li nr="e."><al>een hogere subsidie noodzakelijk is om externe
                                        co-financiering voor de aanvraag mogelijk te maken;</al></li><li nr="f."><al>naar oordeel van het college dit gerechtvaardigd is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het besluit tot het verstrekken van een hogere subsidie bedoeld als
                                in lid 4 is niet gemandateerd en dient genomen te worden door het
                                college en ter kennisname verstuurd worden naar de verantwoordelijke
                                raadscommissie. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Evaluatie subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechtmatigheid en doelmatigheid van de subsidieverlening en
                                -vaststelling van subsidies hoger dan 10.000 worden jaarlijks
                                afzonderlijk gerapporteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechtmatigheid en doelmatigheid van de structurele
                                subsidieverlening en -vaststelling van subsidies tot € 10.000 worden
                                jaarlijks vastgelegd in een Welzijnsprogramma.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze rapportages worden niet afzonderlijk gerapporteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan modellen ontwikkelen om deze rechtmatigheid en
                                doelmatigheid te kunnen toetsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op subsidies die zijn verleend vóór de inwerkingtreding van deze
                                verordening, zijn de bepaling van de Algemene Subsidieverordening
                                2006 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op een aanvraag die is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze
                                verordening zijn de bepaling van de Algemene Subsidieverordening
                                2006 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer toepassing van de Algemene Subsidieverordening 2012 ten
                                gunste van de subsidieontvanger gehanteerd kan worden, kan het
                                college besluiten het in het eerste en tweede lid bepaalde niet toe
                                te passen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Het college kan in individuele gevallen van één of meer
                            subsidieverplichtingen van de subsidieaanvrager ontheffing verlenen van
                            het bepaalde in deze verordening of van één of meer beleidsregels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van het bepaalde in deze verordening afwijken in
                            gevallen waarin deze verordening of een van de beleidsregels niet
                            voorzien, tot onbillijkheid leiden of tot situaties leiden waarmee geen
                            aanwijsbaar belang is gediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Door het college daartoe aan te wijzen personen zijn te allen tijde
                            bevoegd bij de instelling, die een subsidie heeft ontvangen, of diens
                            accountant controle uit te oefenen op de rechtmatige aanwending van de
                            subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangeduid als de 'Algemene subsidieverordening
                            Urk 2012'</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking één dag na de dag van haar
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met ingang van het in het vorige lid genoemde tijdstip vervalt de
                                Algemene subsidieverordening Urk 2006.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Urk,
                        gehouden op 24mei2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Griffier, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>